Een bijzonder stel

Evert en zijn moeder waren twee handen op een buik. Een bijzonder stel. Als ze niet zo sprekend op elkaar leken en het leeftijdsverschil niet zo groot was, zou je denken dat ze getrouwd waren. Evert was 14, bijna 100 kilo, een IQ van 70 en een bijzonder gevoel voor humor. En altijd vrolijk. In tweede instantie dan. Het maakte niet uit wat voor les er was. Evert mompelde wat gemopper “ik heb geen zin in tuin”, maar had vervolgens als eerste zijn laarzen en overall aan en de schoffel al gepakt. En met een big smile zei hij dan: “en wie heeft er weer als laatste haar laarzen aan? Juf natuurlijk! Zeker geen zin vandaag he juf? Nou ik lekker wel.” En hij lachte zelf zo hard om zijn grap dat zijn buik bijna uit zijn overall schudde.
De moeder van Evert was 34, bijna 100 kilo, een IQ vergelijkbaar met haar zoon en hetzelfde gevoel voor humor. Zij was zo aangetast door de diabetes dat ze rondreed in een scootmobiel. Nou ja, rondscheurde. Ze kwam te pas en te onpas mijn lokaal binnen, reed mopperend “ik ken er ook nooit door, ze houden nooit rekening met mij” tafels en stoelen omver en schaterde dan: “Zo juf, die legge daar goed! Ik kan wel effe met je praten he. Over Evert.” Het mooie van die gesprekken was dat Evert er gewoon bij zat en meepraatte. Ze vulden elkaars zinnen aan. Ze begonnen steevast met gemopper. “Juf, Evert heb een beetje veel moeite met de gymlessen. Hij wil best hoor, maar die juf vraagt veel te veel van hem.” Ik knikte dan instemmend. Daarna kwam er een grap overheen. “Ja wij snappen dat wel, he Evert. Zij heeft het figuur van een bloemetje en jij van een paprika. Kan je ook niks aan doen, he schat.” Daarna een bulderend gelach. Vervolgens kwamen ze zelf met een oplossing: “Mam, ik kan gewoon iets langzamer lopen toch. Dat heeft de juf toch niet door”. En dan knikte ik weer instemmend. Vervolgens kreeg ik een hand. “Juf, het was weer gezellig om met u te praten. Ik vind het fijn dat ik altijd bij u terecht ken.” En dan gingen ze weer. Evert vergat meestal gedag te zeggen. Blij dat hij weg mocht. Hij zat een jaar bij mij in de klas en dat was 8 jaar geleden. Ik was laatst in de stad waar Evert woont. Er was me ingefluisterd dat hij bij de plantsoenendienst werkt. En ja hoor. In een overall schoffelt hij tussen de bloemen en planten op een groot plein. Dus ik ging hem even gedag zeggen. Evert herkende me nog. Hij gaf me keurig een hand, mompelde iets en zei toen: “kijk juf, me moeder is daar. Ze wil u vast een hand geven.” En ja, daar zat ze, in haar scootmobiel. Ze scheurde op me af toen ze me aan zag komen. “We komme ook nooit van u af, he juf.” Ze schaterde het uit. En gaf me een zoen. Evert stond te lachen naast zijn schoffel: “dat had je niet gedacht he juf”. Nee, inderdaad. Dat had ik niet gedacht. Niet de aanwezigheid van zijn moeder en niet de zoen. En ik wist niet welke van de twee Evert bedoelde, maar dat gaf niet. Het was en bleef een bijzonder stel.

Mondige ouders

Vorige week stond het weer in de krant: docenten hebben moeite met “mondige ouders”. Wat zijn dat, mondige ouders? Ouders die het beter weten dan de juf of meester? Ouders die zelf ook voor de klas staan? Ouders die opkomen voor hun kind? Of ouders die zelf ooit in een klas hebben gezeten en er daarom verstand van hebben…? Ik ben zelf zo’n mondige ouder. Ik ben zelf regelmatig als een leeuwin opgekomen voor de belangen van mijn kinderen. En ik begreep oprecht niet waarom de juf of meester het niet zo zag als ik. Leerkrachten onder elkaar, toch? Maar als moeder heb je geen autoriteit als leerkracht. Dan zie je het blijkbaar verkeerd. Jammer maar helaas; door de jaren heen bleek dat ik het meestal bij het rechte eind had wanneer het een van mijn eigen kinderen betrof.
Maar ook ouders die er niet voor geleerd hebben kunnen gelijk hebben. Ik weet nog de moeder van Chris. Chris zat bij mij in een MLK-klas. Moeder had ongeveer hetzelfde niveau als haar zoon. Haar man was pas overleden en Chris had steeds last van nachtmerries. Pas als hij bij haar in bed kroop, sliep hij rustig. Dus moeder had besloten dat Chris iedere nacht gewoon bij haar in bed sliep. Zodat hij geen nachtmerries had en zij niet haar bed uit hoefde in het midden van de nacht.
Ik als juf sprak moeder daar op aan tijdens de eerste de beste gelegenheid. Dat dat echt niet kon voor een jongen van bijna 11. Dat hij toch echt moest leren alleen te slapen. Dat de puberteit eraan kwam en dat je dan niet meer bij je moeder in bed slaapt. Ik noemde duizend-en-een redenen waarom het snel afgelopen moest zijn. Moeder keek me aan en zei: “Ach juf, het komt vanzelf goed. Maak je toch niet druk. De tijd heelt alle wonden. Voorlopig slaapt Chris bij mij en dat is dat.” En ik, arme startende juf, had bijna nachtmerries en slapeloze nachten vanwege een moeder die maar niet naar mijn wijze raad wilde luisteren.
En weet je… deze moeder had gelijk. Daar kwam ik achter toen ik zelf kinderen had. Met nachtmerries en slapeloze nachten en lekker bij je in bed kruipen. Want natuurlijk heeft Chris niet jarenlang bij zijn moeder geslapen. Er komt echt een moment dat je dat als 11/jarige niet meer wilt. Maar als je zelf geen moeder bent, heb je geen idee. Dan ben je misschien, net zoals ik, een juf met een opgeheven vingertje dat alle ouders terecht wijst die een andere mening hebben.
Ik denk nog vaak aan de moeder van Chris als ik ouders spreek. Was zij een mondige ouder? Ik hoop het…..

Jezus redt

Een asielzoekerscentrum was altijd een zeer goede plaats om zieltjes te winnen. Men had niets te doen, dus iedere aanloop was van harte welkom. De bijbelclub organiseerde op woensdagmiddag een zing- en knutselclub voor kinderen, zo nu en dan werd er een soort vage dienst gehouden door de Roma’s op het voetbalveld en de Jehova’s getuigen liepen de hele week bij iedereen de deur plat. Onze leerlingen vonden het prachtig. Vooral Maria. Dat ze moslima was, mocht de pret niet drukken. Ze deed mee met ieder clubje en ging naar iedere dienst. Ieder uitje, of wat daar voor kon doorgaan, werd enthousiast omarmd. Ze had van de juf van de zangclub een cassettebandje gekregen met kinderliedjes over Jezus, omdat ze altijd uit volle borst meezong. Maar Maria had natuurlijk geen cassetterecorder in het hok waar ze sliep met de hele familie. En omdat wij wel een coomber in de klas hadden, nam Maria het bandje iedere dag mee naar school. Ze mocht het een keer per dag luisteren. Met een koptelefoon op. En alleen záchtjes meezingen met “Jezus redt, Jezus redt… alle kind’ren opgelet…”. Want dat was haar favoriet.
En toen was ik jarig. Ik had taart gebakken, de stagiaire had met een paar leerlingen mijn stoel versierd en ik had koekhappen, spijkerpoepen en limonadedrinken geregeld. Ik ging er niet van uit dat ik cadeautjes zou krijgen. Deze ouders hadden geen cent te makken.
Maar verrassing… ieder kind had toch iets bij zich. Een tekening met een lintje erom heen. Zelfgebakken koekjes, een stukje zeep, een waxinelichtje met gekleurd plakband erom heen (dat ik herkende uit mijn knutselkast). Maar het mooiste cadeau kreeg ik van Maria. Het cassettebandje. Ingepakt in aluminiumfolie. Met een paardenbloem erop geplakt. Haar ouders waren er achter gekomen waar de liedjes over gingen en ze mocht er niet meer naar luisteren. Met tranen in haar ogen gaf ze me het pakje. “Joef, jij mag hebben mooie liedje over Jezoes.” Ik slikte en nam het aan. En eerlijk is eerlijk; zo’n mooi cadeau heb ik nooit meer voor mijn verjaardag gekregen. Niet dat ik het bandje ooit afgespeeld heb, maar het speelt in mijn hart. Voor Maria. Nog iedere dag.

Onpasselijk makend Onderwijs

Deze week een gastblog van Felice Flameling.
Deze blog is op 27 maart 2014 geplaatst op de site van Kenniscentrum.

Onpasselijk makend onderwijs

Het is de week van Passend Onderwijs. In mijn stad bestaat een enorme kloof tussen de wens en de werkelijkheid. Ook deze week krijg ik beide uitersten hiervan voorgeschoteld. Het goede nieuws is dat veel scholen beginnen te begrijpen wat er verwacht wordt. Het Samenwerkingsverband hier (alle schoolbesturen in een samenwerkingsverband maken samen afspraken over hoe voor elke leerling zo goed mogelijk passend onderwijs kan worden gerealiseerd) voorziet hen van duidelijke doelstellingen en ondersteunt scholen om deze doelen stapsgewijs te bereiken. Helaas heeft ons kind te maken met een grote uitzondering.

Bedreigde soort
De leerkracht van onze zoon anticipeert. Doorgaans is dat een uitstekende kwaliteit voor een leerkracht. Bij deze persoon pakt het anders uit. Deze leerkracht typeert zich door zich constant bedreigd te weten door ‘de mens’, met name in de vorm van zijn leerlingen en hun ouders.
De arme man is een strategisch persoon. Hij heeft in de loop der jaren zijn eigen methoden ontwikkeld om het bedreigende gedrag van leerlingen en ouders bij te sturen:
• Hij benadrukt van te voren welk bedreigend gedrag hij niet wil zien.
• Hij hanteert de ’verdeel en heers’-methode.
• Hij liegt en verhult dat door te zeggen dat de ander liegt.
• Hij weet alles, in elk geval meer dan ouders en leerlingen, ook als dat niet zo is.
• Hij weet precies wat onmogelijk is.
• Hij hanteert een duistere methodiek als beloningssysteem.

Beloningssysteem -1.0
De leerling kan punten verdienen door:
• een rijtje sommen foutloos maken (geen onderscheid bij dyscalculie/dyslexie)
• netjes schrijven (geen onderscheid bij adhd/dyspraxie)
• algemeen, niet nader omschreven braaf gedrag
• woordjes of huiswerk oefenen
• nog een aantal manieren die nergens eenduidig vastgesteld staan
De leerling kan met de gespaarde punten spullen kopen op de veiling voor een schoolvakantie. De kinderen vinden het enig dat hij daar een leuke show neerzet. De spullen die hij veilt moeten de kinderen zelf mee van huis nemen: iets te snoepen en iets dat je niet meer gebruikt. Niks meenemen sluit het kind uit van deelname. De kinderen bieden op de geboden spullen. Uiteraard heeft het ene kind meer punten dan het andere. Punten weggeven mag niet. Mocht je na de veiling punten overhouden, dan zijn die helaas niet meer geldig. Na de schoolvakantie begint iedereen op nul. Sparen is dus geen optie. Diefstal wordt bestraft met uitsluiting van deelname (hij pakt de spaarzaam verdiende punten dus af).

Robin Hood
Dat is wel eens gebeurd. Een zeer getalenteerde jongen uit deze klas is onder deze voorwaarden amper in staat punten te verdienen. Voor zijn talenten krijgt hij geen punten. Dit onrecht voelt dit kind uiteraard tot in zijn tenen. En hij besluit, bij gebrek aan Robin Hood, zelf wat punten opnieuw te verdelen. Uiteraard ontdekt de leerkracht dit, en pakt zijn laatste sprankje hoop af. Geen punten. Geen veiling voor hem. Er zijn onderhand gelukkig een aantal kinderen die zo verstandig zijn geen punten te sparen en ook niks meer mee te nemen naar de veiling. De show is tenslotte het leukste en die gaat toch door.

Voetstuk
Voor discriminerende opmerkingen heeft hij nu ook een methodiek. Begin vorig schooljaar heb ik hem namelijk uit kunnen leggen dat ‘poepchinees’ misschien niet het meest geschikte koosnaampje is om te gebruiken. Hij heeft dat wel opgepakt, eerlijk is eerlijk. Een kind dat een discriminerende opmerking maakt, moet voor de klas excuses aanbieden aan elke medeleerling die hierdoor gediscrimineerd kan zijn. Ook als dit kind in een andere klas zit. Heel soms zegt hij trouwens nog wel ‘poepchinees’. Ik heb niet gehoord dat hij dan zelf ook dit excuus maakt, helaas.

Passend onderwijs
Wat zijn nu noodzakelijke vaardigheden van een leerkracht binnen Passend Onderwijs? Dat het bovenstaande foute boel is, weten we eigenlijk wel. Een leerkracht moet lesgeven. Dat is zijn kerntaak. Daarvoor is nodig dat hij de omstandigheden naar zijn hand zet. Dat doet een leerkracht door een band op te bouwen met zijn leerlingen en zijn leerstof zo smakelijk mogelijk op te dienen. Een band opbouwen met een leerling doe je door berekenbaar en voorspelbaar te zijn. Hoe je leerstof smakelijk opdient, demonstreert het programma Klokhuis dagelijks.

Helikopter
De leerkracht moet dit proces per helikopterview beschouwen. Hij mag zich daar verwonderen over het samenspel van leerling, ouders, team, inspectie, passend onderwijs en de karakters die dit geheel kleuren. Vanuit liefde voor zijn vak, vanuit vakmanschap kan hij de onderdelen op waarde schatten. Alles is gevormd door tijd en omstandigheden. Hierop kunnen reflecteren vormt zijn professioneel handelen. Dan wordt duidelijk dat mensen handelen in het belang van een waardig voortbestaan, en dan zal hij zien dat de drijfveer van dit handelen liefde is. Leerkrachten die deze liefde niet herkennen, worden bedreigd in hun voortbestaan. Ze zijn gelukkig van het uitstervende soort. En we hoeven ze niet te beschermen.

Felice Flameling: moeder van twee bruisende boys – getrouwd met betrokken echtgenoot – MatriXcoach – leerkracht die Kracht thuis inzet – lid Ouderplatform – lid ouderraad – Veelkant.nl – creabea in woord en beeld – theatersporter – muzikaal – Nature is mijn Nurture – levend vangnet

Felice is te volgen op Twitter: @veelkant (zakelijk) @feliefs (persoonlijk)
Te liken op facebook
En ze heeft ook een website