Maja de Bij

Sommige leerlingen zijn gewoon erg grappig om te zien. Zoals Mayra. Haar moeder had een grote passie: breien. En zo zij breide dus een gehele garderobe voor Mayra bij elkaar. Mayra was 4 jaar en vond alle creaties van haar moeder prachtig, hoewel ze mij een keer influisterde “dat het toch wel een beetje kriebelt, juf”. Dus ik nam moeder apart en gaf haar de tip om er een flexibel stofje onder te naaien. Een briljant idee… van mijn moeder. En haar moeder volgde mijn moeders wijze raad op. Maar goed. Mayra had prachtige creaties in haar kast hangen, waaronder een prinsessenjurk, een aardbeirok met groen hesje, een lieveheersbeestjespak en een spierwit pak met zwarte spikkels. Maar haar lievelingspak was geel met zwart gestreept. Van top tot teen. De directeur van onze school noemde haar, vanaf de eerste dat dag ze deze creatie droeg, Maya de Bij. Mayra gaf er niet om. Als het aan haar lag, trok ze het bijenpak iedere dag aan. Maar ach ja, een middagje zandbak, creatief schilderen en je uitleven met kleuterlijm en papiersnippers had toch vaak als resultaat dat het pak ‘s avonds in de was moest. Wat weer tot gevolg had dat het bijenpak zowel sleet als kromp. Tot groot verdriet van Mayra. Op een dag had moeder het pak weggegooid. Mayra kwam woedend op school. Haar moeder wilde geen nieuw bijeenpak maken.  Ieder insect was prima, maar moeder had geen zin in nog twee middagen geel-met-zwarte-streepjes breien. Of mijn moeder niet met haar moeder kon gaan praten. Ik dacht diep na. Hoe ging ik dit oplossen… Ik was beslist niet van plan om mijn moeder hiervoor in te schakelen, maar ik begreep ook het grote verdriet van Mayra. Een nieuw prentenboek bracht uitkomst: Rupsje Nooitgenoeg. Ik had mijn moeder een groene rups laten breien en die liet ik steeds het boek uitkruipen. Groot enthousiasme natuurlijk! En toen riep Thomas: “Mayra, ik ga jouw mama vragen of ze een groen rupsenpak voor mij gaat maken”. En zo was Maja de Bij vergeten en was iedereen in de ban van Rupsje Nooitgenoeg. De moeder van Mayra werd ’s middags besprongen door 25 kleuters… waarop zij besloot geen enkel pak meer te breien. Ook geen groen rupsenpak. Zelfs niet voor haar eigen dochter. En wat zei Mayra? “Juf, ik wil niet meer zulke pakken hoor. Ik wil ook een keer met mama naar de winkel.” En hiep, hiep hoera: alle overgebleven pakken mochten in de verkleedkist in mijn poppenhoek! Maar Mayra trok er nooit meer een aan.

Provocatief coachen met kinderen, zo kan het ook…..

Ik werk al meer dan tien jaar in het onderwijs. Iets waar ik als puber altijd van had gehoopt er nooit in terecht te komen, omdat mijn ouders allebei leerkracht zijn. Ik heb nog eerst getracht om met een rechtenstudie een topadvocaat te worden, om vervolgens via de toneelschool te ontdekken dat ik het leuk vind om me te verplaatsen in een ander, om er later toch achter te komen dat het onderwijs stiekem best leuk is.
De combinatie van mijn studies heeft geresulteerd in het volgende: een advocaat van de duivel, de gespeelde onschuld, de Provocatieve Coach voor leerkrachten, docenten en kinderen (en voor een ieder ander die het aandurft…). Over het provocatief coachen van een volwassene kun je lezen op de site van het IEP in Nijmegen. Het provocatief coachen en begeleiden van een kind wil ik illustreren aan de hand van het volgende voorbeeld:

Een gewone dinsdagochtend om 8.50 uur komt een iets opgefokte leerkracht van groep 3 mijn kantoor binnen, met aan de hand kleine Dirk. De mededeling die ik krijg is: ”Hij heeft geen zin om te lezen, wat ik ook zeg, het helpt niet. Ik ben het even zat, misschien kun jij wat met hem”.
Tja en daar zit je dan met een 6-jarige. Boek voor z’n neus, armen over elkaar, zwaar boos kijkend en vooral niet in beweging te krijgen.
Nadat ik dit een aantal minuten heb zitten bekijken, zeg ik tegen hem: ”Ik snap wel waarom jij boos bent, jouw juf heeft een veel te moeilijk boekje aan jou gegeven”. Er komt geen reactie. Stil.
“Weet je wat, Dirk, ik ga nu naar jouw juf toe om te zeggen dat ik het echt niet vind kunnen wat ze met jou doet. Hoe haalt ze het toch in haar hoofd om jou dit boekje te geven. Ik vind haar maar een rare juf”. Hij kijkt me aan met een vragende blik.
“Heb jij wel tegen haar gezegd dat dit een veel te moeilijk boekje is? Weet ze dit wel? Dat mag je best zeggen tegen je juf”. Er komt een reactie: “Dit is helemaal geen moeilijk boekje, ik kan dit best lezen hoor”.
Ik kijk hem verbaasd aan en zeg dat ik hem niet geloof. Ik herhaal sterk overdrijvend dat ik zijn juf wel eens even wil spreken. Dirk gaat opeens rechtop in zijn stoel zitten en zegt: “Zal ik jou eens laten horen, dat ik dit boekje wel kan lezen”?
Ik schud heftig van nee. En probeer hem te overtuigen dat hij het niet moet gaan proberen omdat het dadelijk misschien niet lukt.
“Ik ga het toch doen”. Hij begint te lezen. Ik val bijna van mijn stoel van verbazing en overweldig hem met complimenten. Hij glundert van oor tot oor.
“Zal ik nog een stukje lezen?” Zo leest hij nog vier bladzijdes en zijn we inmiddels 10 minuten verder.
“Wil je de rest van de dag bij mij blijven, Dirk? Dan hoef ik tenminste niet te werken, want ik heb eerlijk gezegd helemaal niet zo’n zin om te werken. Ik zit hier helemaal alleen in het kantoortje. Ik vind het nu zo fijn, dat jij bij me bent. Wil je dan alsjeblieft niets tegen je juf zeggen, want anders krijg ik op m’n kop”.
Hij kijkt me heel streng aan en zegt: “Ja maar dat mag niet. Je moet wel werken. Ik moet ook terug naar de klas om te lezen”.
Heel bedroefd kijk ik hem aan en vraag hem nogmaals om alsje, alsje, alsjeblieft bij mij te blijven.
Zijn reactie is verbluffend: “Bregje, dat kan niet. Jij moet hier werken en ik ga nu naar de klas. Ik moet echt gaan lezen en jij moet hier blijven”!
Ik vraag hem, licht teleurgesteld, of ik hem wel terug mag brengen naar de klas en dat vindt hij een goed idee. Als hij na 20 minuten voorbij mijn kantoor loopt, om te genieten van een welverdiend speelkwartier, geeft hij mij een dikke knuffel: “Gaat het weer”? vraagt hij.
Ik knik en ik vraag of hij me af en toe nog komt voorlezen. Dat belooft hij. En weg is ie……

Bregje Bullens
Lolcoaching.nl
Twitter: BBlolcoaching

Witte sokken

Ik heb al wel eens verteld over de Taliban. Jongens mochten niet meer vliegeren. Meisjes mochten niet meer naar school, vrouwen moesten van top tot teen in zwart gekleed. We hoorden het op de radio en we zagen het op TV. We registreerden het. En dat was het.

Op onze asielzoekersschool zaten op een bepaald ogenblik heel veel Afghaanse leerlingen. Ik sprak al een paar woorden Farsi en Dari (maar ik heb ze helaas niet onthouden). Ik vond het al heel bizar dat er niet meer gevliegerd mocht worden, maar wat de meisjes vertelden gaf weer een geheel nieuwe dimensie aan de regels van de Taliban.

Ze mochten geen witte sokken meer dragen. Ja, je leest het goed: het dragen van witte sokken werd, net als vliegeren, verboden. En natuurlijk werden er allerlei dingen bedacht om toch witte sokken te kunnen dragen. Zo trokken ze zwarte sokken over hun witte sokken aan, als een stil protest. Het duurde ook best lang voordat de Taliban daar achter kwamen. Maar iemand heeft het ze toch verteld. Met naam en toenaam. Want twee zusjes met stiekeme witte sokken werden opgepakt en gegeseld.

De meisjes in mijn klas vertelden het bijna fluisterend, als  was het een spannend verhaal. Ik keek natuurlijk meteen naar hun voeten. En ja: alle meisjes hadden witte sokken aan. Omdat dat hier mocht. Ook de meisjes uit Iran en Bosnië hadden witte sokken aan. Uit solidariteit. Ik draag nooit witte sokken. Maar ik heb toen wel meteen een paar gekocht. Omdat het mag.

Dikke broekzak

Een van de meest spectaculaire verhalen uit mijn tijd in het praktijkonderwijs was een verhaal van Collega M. Zij was zo’n collega waar je als beginneling tegenop keek. Altijd geaard, altijd een opmerking of een grapje klaar. Geen collega die haar omver kon praten, geen leerling die niet naar haar luisterde. Ze had alle handige diploma’s, van EHBO tot agressieregulatie. Zij kon met een greep een leerling vloeren. Reuze handig leek me dat, maar ik heb het nooit geleerd. En toch: ook M was van haar stuk te brengen. Ik geloofde het op voorhand niet, maar ik heb het gezien. Na afloop van een avond oudergesprekken voeren. We zaten in de leraarskamer aan de borrel toen M binnenkwam. Lijkbleek. Ze plofte neer en begon haar verhaal: “dit geloof je niet!”.
Een van haar leerlingen was Johnny. Johnny woonde op een kamp, had een matje, een tatoeage en een oorbel. Geen moeder, wel een vader. Het was een jongen met een heel kort lontje, maar M kon prima met hem door een deur. Op het tijdstip dat Johnny en zijn vader op de lijst stonden waren ze in geen velden of wegen te bekennen. Dus M had een kwartiertje vrij, ging verder met haar gesprekken en was niet eens zo verbaasd dat Johnny en Pa tijdens haar laatste gesprek haar lokaal binnenvielen. Met een grapje kreeg ze ze weer buiten; 5 minuutjes en ff piesen, dan waren zij aan de beurt. Zo gezegd zo gedaan. Toen ze terugkwam stond het duo al in haar lokaal. Ze nodigde de heren uit om te gaan zitten. En dat deden ze. Ze liet Johnny vertellen over school. Wat hij goed kon (techniek) en waar hij nog moeite mee had (de rest) en welke goede voornemens hij had t.a.v. zijn eigen gedrag. Vader knikte belangstellend en stond op. M dacht dat hij vond dat het gesprek klaar was, dus ze stond ook op. En toen deed vader zijn hand in zijn broekzak en haalde er een pistool uit. Voordat M in een reflex op de grond kon duiken riep Pa: “ja, ik heb last van een dikke broekzak”. Hij legde het pistool op tafel, ging weer zitten en stelde zijn eerste vraag: “… als ie hier nou geen diploma ken halen, wat krijgt ie dan?” Alsof er niets gebeurd was. Het duurde even tot M in staat was om antwoord te geven. Ze maakte zo snel ze kon een einde aan het gesprek. Pa stond op, pakte het pistool, deed het terug in zijn broekzak en gaf M een hand. En daar gingen ze. Twee matjes, twee oorbellen, vele tatoeages en een pistool. M keek ze na en rende naar de directeur. Later bleek dat Pa het niet zo leuk vond dat de school aangifte had gedaan. “Er is toch niks gebeurd?”