Zeven tips om iets NIET te doen

 

Zeven tips om iets NIET te doen:

1. Bedenk bij alles wat je “moet” doen of jij echt degene bent die dit moet doen. Kan je er vanaf? Wil je er wel vanaf?

2. Zorg ervoor dat je de volgende vakantie niets hoeft mee te nemen! Plan je werk beter in.

3. Kan het ook na de vakantie? Dan zet je het in je agenda voor NA de vakantie.

4. Als jij je schuldig voelt, wie heeft daar dan last van? Ja jij! Het klinkt vast flauw, maar ik zeg dan: “geniet ervan, leef je uit in je slachtofferschap”.

5. Bedenk goed: wat gebeurt er voor ramp als je het niet doet? Vergaat de wereld? Stort de school in?

6. Maak een poster: “zeg niet overal JA op!” en hang die poster op de WC.

7. En tot slot: stel dat er iemand boos wordt omdat je iets niet gedaan hebt. Is dat dan terecht? Zo ja: dan mag je dat ene dingetje doen. Op het moment dat jij kiest. En verder vier je vakantie.

 

Zeven tips om je lessen te verbeteren

Zeven tips om je lessen te verbeteren

1. Doe aan het begin en aan het eind van je les een energizer. Zo blijft iedereen bij de les.

2. Zet deze belangrijke dingen op het bord:
a. het doel van de les;
b. de inhoud van de les;
c. de regels en/of afspraken;
d. het tijdpad.

3. Je instructie, een activiteit en de evaluatie doe je klassikaal.

4. Zorg dat je niet meer dan 3 niveaugroepen hebt. Deze groepen kunnen verschillen per les.

5. Multitasken is slecht voor je. Doe alles wat je doet met aandacht.

6. Wees enthousiast over je les, over de inhoud.

7. Laat samen vatten wat de leerlingen al weten over het onderwerp, en neem ze stap voor stap mee aan het handje door de nieuwe stof.

 

Zeven onmisbare complimenten… en filosoferen met leerlingen!

Gastblog van Fabien van der Ham
Filosoferen met kinderen;  voor eens een ander kringgesprek
Filosoferen is een bijzondere manier om een (kring)gesprek invulling te geven. Het is zeer verrassend om met kinderen eens wat verder na te denken. Hun redeneringen zijn vaak ontroerend, origineel, creatief en ook verbazingwekkend slim. Filosoferen klinkt moeilijk maar het is vooral heel stimulerend, voor de taalontwikkeling, de morele ontwikkeling en de sociaal-emotionele ontwikkeling. Ook leren ze elkaar op een andere manier kennen en krijgen zo meer begrip voor elkaar. Ook jij als leerkracht leert de kinderen van een andere kant kennen. Je leert nu hoe ze denken in plaats van wat ze denken.

Hoe begeleid je dat dan, filosoferen?
De belangrijkste regel is: stel alleen vragen, geef geen antwoorden. De kinderen moeten zelf nadenken en zodra je als volwassene antwoorden geeft, stoppen de kinderen met denken.
Logisch want ze zijn op school en thuis gewend dat volwassenen hét antwoord geven.

Het is ook belangrijk om je nieuwsgierig op te stellen en een socratische houding aan te nemen. Dat betekent dat je je realiseert dat je zelf net zo min precies weet hoe het leven in elkaar steekt, dat je niet alle antwoorden paraat kunt hebben. Ga er bovendien van uit dat de kinderen jou ook aan het denken kunnen zetten. Kortom, neem ze serieus.

Hoe begin je dan zo’n gesprek?
Een filosofisch gesprek kan beginnen met alles wat aan het denken zet. Dat kan een verhaal zijn, een filmpje, een foto, een schilderij, een gedicht etc. Als het maar een soort verwarring teweeg brengt, een gedachte van hoe zit dat nu eigenlijk. Het mooiste is als de klas vanuit die ‘verwarring’ zelf een filosofische vraag bedenkt. Een filosofische vraag is een vraag waar niet één antwoord op te vinden is maar waar meerdere antwoorden mogelijk zijn.

Een praktijkvoorbeeld
Onderstaand gedicht kun je bijvoorbeeld gebruiken bij een gesprek over identiteit, hoe bijzonder is elk mens eigenlijk?

Uniek
Mijn moeder zegt:
Jij bent echt heel bijzonder
Mijn allergrootste wonder
Maar, mam, hoe kan het dan
Dat er van mij maar eentje is?
Want alles wat gelukt is, wordt steeds meer
Wordt nagemaakt steeds weer
Van knuffelbeer tot breedbeeld-tv
Van alles zijn er minstens twee

© Fabien van der Ham

Bij dit gedicht bedacht groep 7/8 van de Boerhaaveschool in Groningen de vraag ‘Kan er een kopie van jou zijn?’ en zij raakten bij het zoeken naar een antwoord haast in de knoop met hun gedachten zoals je in onderstaand fragment kunt lezen:
‘Eigenlijk kan het niet dat iemand precies hetzelfde als jou is.’
‘Er is altijd wel iets anders. Er zou wel iemand kunnen zijn die heel veel op mij lijkt maar bijvoorbeeld heb jij die moedervlek wel en zij niet.’
‘Ja, of een litteken of iets.’
‘Of een wijnvlek.’
‘Ik denk dat je nooit precies hetzelfde kunt zijn want kijk een kopie van mij zou ook op precies dezelfde plaats moeten hebben gewoond, want ik heb bijvoorbeeld in Nigeria gewoond. Dan zou diegene precies ook daar moeten hebben gewoond.’
‘Dan moet ‘ie hier zitten!’
‘Ja, kijk, als nou precies hetzelfde iemand daar bij de deur staat dan is ‘ie niet precies hetzelfde, want dan zit ‘ie ergens anders waar ik precies niet zit.’
‘Waarom zou een kopie precies op dezelfde plek moeten zitten als jou?’
‘Nou kijk, ik zit dus hier en die kopie moet gewoon precies hetzelfde zijn als ik en die moet precies als ik met deze pen dit doen, maar dat kan niet want ik heb precies die pen al.’

 Denkspieren
Uit dit fragment blijkt ook hoe mooi kinderen op eigen kracht kunnen redeneren. Je hoort de hersens haast kraken; hier worden denkspieren getraind. Wil je ook eens met de kinderen hun denkspieren trainen, op www.filosofiejuf.nl vind je meer inspiratie om te filosoferen met kinderen.

Fabien van der Ham

De 7 onmisbare complimenten die je iedere dag zou moeten uitdelen… aan leerlingen, collega’s en thuis!
1. Ik vind dat je er mooi (goed) uitziet!
2. Ik vind dat je dat goed gedaan hebt!
3. Ik vind dat geweldig! Kun je mij uitleggen hoe je dat gedaan (gemaakt) hebt?
4. Wow! Ik ben er stil van…
5. Ik ben heel erg trots op je!
6. Ik vind het onwijs knap dat je dat voor elkaar gekregen hebt.
… en deze is voor jezelf:
7. Ik heb het goed gedaan. Ik ben trots op mezelf.

Wees specifiek, persoonlijk en enthousiast!

 

 

Zeven tips voor een betere communicatie met ouders die het Nederlands slecht beheersen

Zeven tips voor een betere communicatie met ouders die het Nederlands slecht beheersen

 

1. Gebruik geen woorden die een dubbele betekenis hebben (zoals “beter”).

2. Vraag -bij problemen- altijd eerst of de ouders misschien een oplossing weten. Roep hun hulp in.

3. Benoem eventuele cultuurverschillen en vraag goed na: zijn het inderdaad cultuurverschillen?

4. Als het kan: zorg voor een  officiële tolk.

5. Sta kinderen niet toe om te tolken (ook niet 18+). Zij zijn partij, vooral in slechtnieuwsgesprekken. Je weet niet hoe ze de boodschap brengen, in hoeverre zij hun ouders willen beschermen.

6. Heb respect voor andermans cultuur. Je hoeft het er niet mee eens te zijn om je respectvol op te kunnen stellen.

7. Gebruik beelden, tekeningen, filmpjes, pictogrammen etc. om je boodschap te verduidelijken. Beeld het desnoods zelf uit. En bij gedragsproblemen: zorg dat je het gedag van het kind op film hebt.

Oké Nog eentje dan:

8. Benoem de moeilijke communicatie. Gooi het open. Leg uit dat je daarom steeds samenvat wat zij gezegd hebben. Vraag hen ook te vertellen wat jij gezegd hebt.