Hoe overleef je de drukke periode tussen Sint en Kerst

Ken jij dat ook?
Die enorm hectische periode die zo ongeveer begint als de Goedheiligman ons land bezoekt en die pas eindigt als je op nieuwjaarsdag een hap neemt van de laatst overgebleven oliebol…. en dan bedenkt dat je vakantie alweer bijna voorbij is. Ook al werk je niet in het PO, je leerlingen zijn druk – drukker – drukst. Het is buiten koud, nat en donker. Je moet nog ongelofelijk veel doen en het is nog lang geen kerstvakantie.

De 7 tips die jou fris en fruitig door deze (toch ook gezellige) periode heen helpen:

1. Geniet ervan. Zie er de lol van in. Neem iedere dag zoals deze komt en laat je niet van je stuk brengen.

2. Maak drie lijstjes:
a) alles wat JIJ ECHT MOET DOEN tussen nu en de kerstvakantie;
b) alles wat je in of na de kerstvakantie wilt doen;
c) alles wat je niet wilt doen en ook niet gaat doen ;
Lijstje c) mag je van mij ritueel verbranden bij een gezellig kaarsje.

3. Zorg dat er draaiboeken op school zijn voor alle feesten. Deze zijn echt ook te vinden op internet. Als je collega het niet wil doen… nou oké dan. Voor deze ene keer zal jij het doen.

4. Als je starter bent: je vraagt een keer naar het draaiboek en je doet niet meer dan dat je echt moet (zie 1 en 2). Als je het draaiboek niet krijgt, dan vier je het gezellig in en met je klas.

5. Stel voor dat er niet vergaderd wordt over deze feesten. Een paar collega’s zijn uitstekend in staat om deze feesten voor de hele school te organiseren. Als je maar (op tijd!) weet wat je moet doen. Jullie hebben allemaal wel wat beters te doen dan te praten over een feest dat toch ieder jaar ongeveer hetzelfde is.

6. Heel belangrijk: er zijn leerlingen die niet van feesten houden en die niet zo blij worden van alle hectiek, prikkels en uitzonderingen. Spreek regelmatig met deze leerlingen. Zorg dat ze steeds precies weten wat er van ze verwacht wordt en geef ze de ruimte om af te reageren op een veilige manier en op een veilige plaats.

7. Maak het makkelijk voor jezelf. Neem voldoende rust. Laat je niet opjagen. Doe geen dingen waar je zelf onrustig of opgejaagd van wordt.

Zeven tips om met stoorzenders in de klas om te gaan

Zeven tips om  met stoorzenders in de klas om te gaan

1. Accepteer dergelijk gedrag nooit als het is om je uit te proberen. Grijp onmiddellijk in, maak er een groot probleem van en geef een gepaste straf. Voor je neus zetten en er steeds op letten is een erg effectieve.

2. Film je klas. Zet de camera achter jou en zet hem hoog. Observeer wat er precies gebeurt zodra jij met je rug naar de klas staat of met een leerling bezig bent. Dan weet je wie de aanstichter is en wie de volgers. En het geeft jou de kans om die leerlingen beter in de gaten te houden en tijdig in te grijpen.

3. Neem stoorzenders apart (een voor een als het er meer zijn). Benoem exact het gedrag dat jou stoort en waarom. En vraag vervolgens hoe jij kunt helpen om ervoor te zorgen dat hij of zij dat gedrag niet meer vertoont. Negatieve antwoorden accepteer je niet.

4. Pak ‘s morgens de mobiele telefoon (of iets anders) af en geef deze alleen terug als het gedrag acceptabel was (bijvoorbeeld: maar 3 x storen per dag).

5. Turf het storende gedrag (bij voorkeur op een groot vel dat de leerling zelf ook kan zien) en geef de dag (of les) erna een beloning als het aantal turven die dag (of les) minder is.

6. Bel de ouder(s) en vraag hen om jou te helpen met het bedenken van een oplossing.

7. Vraag een collega jouw les te observeren en met suggesties te komen.

De 7 tips voor een goede muziekles

De 7 tips voor een goede muziekles

  1. Geef je les een muzikaal doel en zet dit doel vooraf op het bord.
    Een liedje zingen is leuk en zeker belangrijk, maar dat is geen doel op zich, het is een hulpmiddel om een doel te bereiken.
  2. Kies een lied of muziekstuk waarmee jíj je lesdoel kunt bereiken.
    Als je zelf enthousiast bent over wat je laat horen neem je de kinderen daarin mee. En als jij ervan overtuigd bent dat je het doel kunt bereiken ben je over het algemeen ook enthousiast.
  3. Laat veel muziek horen en praat erover.
    Vinden de kinderen het mooi? Herkennen ze instrumenten? Hoeveel stemmen horen ze? Muziekwaardering, instrumentenkennis en muziekgeschiedenis zijn ook kennisgebieden uit de kerndoelen.
  4. Maak het doel simpel.
    Kinderen ritmes laten klappen begint écht met 4 kwartnoten in een maat. Voor veel kinderen (in de onderbouw) is dit al lastig genoeg, zeker als ze zelf voor de klappende begeleiding moeten zorgen. Of een heel lied zuiver zingen is voor veel volwassenen al een onhaalbaar doel, dus laat staan voor de kinderen. Pak 2 zinnen uit een lied en hamer op de noten.
  5. Gebruik youtube!
    De toevoeging “lyrics” aan je zoekterm levert vrijwel altijd een versie met de tekst in beeld op.
  6. Muziek maken is expressie.
    Laat kinderen gaan! Laat ze staan, dansen, overdrijven, brommen, piepen, kortom: enthousiast zijn. Zolang ze hun stem maar niet beschadigen is veel geoorloofd. Laat ze muziek beleven en uitbeelden. Denk bijvoorbeeld eens aan een les waarbij de kinderen eerst een klassiek muziekstuk analyseren (harde stukken, zachte stukken, enz.) en vraag ze daarna de dirigent te spelen.  Hoe zou jij het orkest laten doen wat het moet doen?
  7. Geniet!

Extra tips:

Gebruik de methode als hulpmiddel om je doel te bepalen en om passende liedjes bij je doel te vinden. Is jouw groep niet aan het doel toe? Pas het aan!

Herhaal je liedjes waarmee je doelen bereikt vaak. Dit kan als energizer tussendoor, aan het einde van de dag (even relaxed afsluiten), maar zeker ook als start van de volgende les.

Houd  voor nog  meer ideeën www.meestermichael.nu in de gaten!

 

 

Zeven tips om je leerlingen aan het werk te houden

Zeven tips om je leerlingen aan het werk te houden

1. Zorg voor meer dan voldoende opdrachten en zet deze opdrachten op het bord of op een takenblad.

2. Laat leerlingen zelf kiezen welke opdrachten ze mogen doen en laat ze die zelf (of van elkaar) nakijken en aftekenen.

3. Zorg voor veel verschillende werkvormen, zowel alleen als samen als in groepjes.

4. Als je zelf met een groepje wilt werken, zorg je voor flinke uitdagingen voor de rest van de groep waarbij weinig geluid gemaakt hoeft te worden. Anders ga je ze vermoedelijk steeds waarschuwen en dat stoort iedereen, waardoor er minder doorgewerkt wordt.

5. Onderbreek de leerlingen niet meer als ze eenmaal aan het werk zijn. Het duurt namelijk 7 minuten voordat een mens weer voldoende geconcentreerd is om verder te kunnen gaan met een opdracht.

6. Loop op gezette tijden een vaste route door de klas, waarbij je leerlingen stimuleert, verder helpt, complimenteert etc.

7. Zorg voor een beloning als het werk goed gedaan is.

 

 

 

 

 

Sinterklaas op een andere manier organiseren

  Sinterklaas op een andere manier organiseren
In plaats van ouders te mobiliseren en te ronselen, heeft een school besloten het sinterklaasfeest dit jaar in de bekwame handen van hun groep 8 te leggen.

De leerlingen gaan:
1. de centrale ruimtes in de school versieren,
2. samen met een docent een plan maken voor de versieringen, die gemaakt worden door onder- en middenbouwleerlingen,
3. daarover in iedere groep een presentatie houden,
4. de speelzaal in orde maken voor de ontvangst van de Sint,
5. lekkers inkopen en verdelen,
6. een liedjesboek maken voor alle klassen,
7. het programma/ draaiboek maken,
8. de Sint ontvangen,
9. na het feest alles opruimen.

 Briljant! De leerlingen van groep 8 zijn helemaal trots dat ze hiervoor zijn uitgekozen en voelt zich enorm verantwoordelijk. Als school geef je ze op deze manier vaardigheden mee in: planning & organisatie, samenwerken, presenteren, gastvrijheid, taal, design, eigen verantwoordelijkheid, burgerschap (giving back), inkoop, rekenen, zingen, evalueren, noem maar op!
 
Bovendien geef je deze leerlingen een samenwerkingsproject om nooit meer te vergeten, in hun laatste jaar basisschool.
 
En hun ouders? Die kun je dan voor andere zaken vragen; een presentatie over hun vak, een les over hun specialiteit of ze vragen thuis betrokken te zijn bij het leersucces van hun kinderen. Door bijvoorbeeld iedere dag een kwartier samen met ze te lezen of voor te lezen.