Trots

 

Trots

Ik heb wel eens last van een ouder gehad. Dan ging ik op zoek naar een gezamenlijke interesse (meestal was de leerling) en dan kwamen we er wel uit. Maar soms lukte dat niet. Dan bleef ik hangen in gemopper en ja… de leerling was daar wel de dupe van denk ik.

Zo had ik in het praktijkonderwijs ieder jaar wel een leerling die daar niet leek te horen. Het is daar natuurlijk heel normaal dat zowel ouders als leerling vinden dat hun kind eigenlijk op het VMBO zou moeten zitten, maar in de praktijk komt het er meestal op neer dat zowel het intelligentieonderzoek als de schoolse vaardigheden aantonen dat PrO een uitstekende keuze is. Ik denk dat dat vandaag de dag nog steeds zo is.

En toch zat er ieder jaar wel eentje tussen. Dat je denkt… het kan toch niet dat deze leerling een IQ heeft van 70? Hij of zij stelt goede vragen. Hij of zij is realistisch over de eigen mogelijkheden. Hij of zij ziet scherp welke mogelijkheden zijn of haar klasgenoten hebben. Waar komt dat cijfer vandaan? Wie bepaalt dat IQ IQ is?

Meestal hielp ik zo’n leerling met extra werk, hij of zij stroomde uit naar het MBO en jawel… dan kwam hij of zij heel erg trots langs met een diploma op niveau 2 of 3. En dan was ik ook trots natuurlijk! Net zo trots als op de leerling die uitstroomde naar werk dat paste, trouwens.

Maar soms was het voor mij ingewikkeld om in een leerling te geloven. Zoals bij Pieter-Jan. Pieter-Jan was een lieverd en de slimste van de klas, maar hij was ook verschrikkelijk eigenwijs en hij stond erop om altijd het laatste woord te hebben. Het leek wel of hij alleen kon praten in “discussie-taal”. Een normaal gesprek was niet mogelijk. Nu had ik daar misschien wel mee kunnen leren omgaan, als ik niet zoveel last van zijn ouders had gehad. Want die stonden bij het minste of geringste in mijn lokaal, om te klagen over iets wat ik had gezegd of gedaan. En als ik vervolgens niet onmiddellijk alle aandacht voor ze had, dan liepen ze op hoge poten door naar de directeur.

Ik had erg veel moeite om goed met deze ouders te communiceren. Ik had sterk het gevoel dat er iets speelde in het gezin. Dat er iets meer aan de hand was. Want zoveel weerstand bij zowel ouders als kind… dat riep weer zoveel weerstand bij mij op dat mijn nekharen overeind gingen staan. Letterlijk. Dus ik stelde vragen. Maar ik kreeg geen antwoorden. “Het gaat je niets aan!” was het enige antwoord dat ik ooit kreeg. In het dossier stond bij de meeste kopjes “onbekend”. En ik bleef vissen. En zeuren. En ik was, ben ik bang, geen leuke juf voor Pieter-Jan en zijn ouders. En ik moet toegeven (en ja: nu schaam ik me daarvoor) dat ik blij was toen hij naar de volgende klas vertrok. En ik moet toegeven dat ik milder had moeten zijn.

Of is het juist goed geweest dat ik zo hard was? Pieter-Jan heeft mij achteraf namelijk driedubbel en dwars bewezen dat hij niet op het PrO thuishoorde. Hij heeft een diploma gehaald op VMBOniveau 4. En een eigen bedrijf opgericht. Hij heeft gewoon zijn gelijk gehaald. En ik? Ik ben trots op hem. Supertrots.

7 filmpjes die je gezien moet hebben als je in het onderwijs werkt

Open

7 filmpjes die je gezien moet hebben als je in het onderwijs werkt.

1. Het onderwijs van de toekomst; de leraar aan de macht.
Duurt 49 minuten, maar is absoluut het bekijken waard.

images (4)

 

 

 

2. Orde houden… 
… waar zit het ‘m in?

images (5)

 

 

 

 

3. Hoe voorkom je dat een startende leraar uitvalt?
Door hem of haar goed te begeleiden!

download (3)
4. De piramide van Pavlov
Oftewel… een andere kijk op gedragsproblemen.

download (4)

 

 

 

 

5. Flipping the classroom…
… instructiefilm!

images (6)

 

 

 

 

6. Fouten maken…
… mag dat wel?
download (5)

 

 

 

7. Hoe kijk je naar een leerling?
Dit filmpje kan ik nog 100.000 keer zien en delen :-)

images (7)

 

 

 

 

Weet jij nog meer mooie onderwijsfilmpjes?
Deel ze met ons!

Tot volgende week!
En sta ook komende week weer sterk voor de klas.

 

Zeven tips voor het motiveren van ongemotiveerde leerlingen

 

Zeven tips voor het motiveren van ongemotiveerde leerlingen

Je kent “ze” wel…

* ze vinden school maar niks
* ze staan onverschillig t.o.v. leraren, leerstof en cijfers
* ze lopen de kantjes er van af
* ze worden niet uitgedaagd
* ze geven toe dat ze niet gemotiveerd zijn

Deze zeven tips kunnen helpen, mits je de leerling serieus neemt en betrekt bij jouw probleem (want ja sorry… het is jouw probleem :-))

1. Probeer in een gesprek te achterhalen wat precies de oorzaak is; problemen thuis, de leerstof sluit niet aan, jouw wijze van lesgeven sluit niet aan, etc.

2. Breng samen in kaart welk(e) korte-termijn-doel(en) mogelijk kunnen helpen om enigszins gemotiveerd te worden.

3. Stel samen een straf- en beloningssysteem in werking en houd je daar consequent aan. Zorg voor commitment!

4. Pak een doel tegelijk aan en controleer steeds of het doel nog helder voor ogen staat.

5. Grijp bij iedere kleine aarzeling onmiddellijk in door na te gaan wat nodig is om de leerling weer te betrekken.

6. Breng  medeleerlingen, collega’s en ouders op de hoogte (mits met toestemming van de leerling) en laat hen helpen de leerling te steunen.

7. Geef de leerling positieve affirmaties mee voor die momenten waarop het moeilijk is en jij niet in de buurt bent.

 

Vijf tips over voorlezen aan niet-Nederlandstalige kinderen

Gastblog 
(Leuk: als je deze blog wilt horen…. klik dan op de wordle.
Na afloop kom je niet automatisch op deze pagina terug; je moet daarvoor op het pijltje links naast het webadres klikken.)

wordle nt2spraak

 

 

 

 

Voorlezen aan niet-Nederlandstalige kinderen  – 5 tips van Marieke Goedegebure, taaltrainer/ logopedist NT2Spraak

Een boekje  voor het slapen gaan, een verhaal in de klas, goed voorlezen is een kunst. Je wilt natuurlijk dat de kinderen geboeid blijven en het verhaal makkelijk kunnen volgen. Zeker als Nederlands niet hun moedertaal is. Hoe kun je een verhaal zo begrijpelijk mogelijk maken zonder je stem te forceren? In deze blog geef ik vijf tips voor voorlezers.

Een goed verstaander

In je moedertaal hoef je letterlijk maar een half woord te horen. Maar voor het begrijpen van een taal die je minder goed beheerst, is meer nodig. Vooral meer volume. Kijk maar eens een programma zonder ondertiteling op de BBC: dan moet de tv echt een stukje harder.

Daarom alvast de volgende tips:

Tip 1: Zet kinderen met een lage taalvaardigheid dicht bij je, zodat ze je goed horen en minder last hebben van de omgeving.

Tip 2: Praat ietsje harder dan je normaal zou doen. Dit kun je al bereiken door je mond iets meer te bewegen: zo articuleer je meer en kan het geluid er beter uit. Let erop dat je ademt vanuit je buik, niet vanuit je schouders.

Morsecode

Het Nederlands heeft een ‘morsecoderitme’: de accenten in belangrijke woorden zijn langer dan de rest. Bijvoorbeeld: ‘Wat heeft beer mooie schoenen aan.’ Of, in morse: •• •• ••
Met de accenten in de zin laat je horen wie wat doet, waar, wanneer en hoe. De luisteraar heeft daardoor houvast aan deze accenten: ze zijn de ‘kapstokjes’ van de betekenis.

Tip 3: Spreek rustig en laat de accenten in de zin duidelijk horen. Pauzeer bij punten en komma’s en gebruik deze pauzes om oogcontact te maken.

Tip 4: Maak niet alle lettergrepen even lang, dan krijg je: Wat-heeft-beer-moo-ie-schoe-nen-aan! Dit lijkt duidelijker, maar dat is het niet.

nijntje

 

 

 

 

 

 

 

Sommige teksten hebben een heel vast ritme!

Basistoon

In het Nederlands stijgt en daalt de toonhoogte bij vraag en antwoord. Ook kun je met de melodie bijzonderheden benadrukken en het verhaal interessanter maken. Het is voor de duidelijkheid van het verhaal niet nodig om stemmetjes na te doen, dat is bovendien slecht voor je stem. Wijs op de plaatjes in het boek aan wie iets zegt, of zeg het erbij: ‘Beer zegt…’

Tip 5: Je vindt de toonhoogte van je normale spreekstem door vlot de dagen van de week of de maanden van het jaar op te noemen. Dit is je basistoon. Varieer rond die toonhoogte en kom steeds weer bij je basistoon terug. Zo voorkom je dat je steeds hoger gaat praten waardoor je je stem forceert.

Interactie

Nog één tip tot slot. Toen ik mijn zoon (nu 14) nog voorlas, was het voor mij vooral moeilijk om zelf niet in slaap te vallen. Ik weet nu wat ik fout deed: ik las Pluk van de Petteflet voor alsof het een luisterboek was. Mijn laatste tip is dan ook: Stel vragen voor meer interactie. Laat de kinderen het verhaal herhalen en voorspellen. Dat is goed voor hun taalontwikkeling en houdt jou scherp. Denk daarbij aan de vijf W’s: wie, wat, waar, wanneer en wakker…eh… Waarom. 😉 Veel succes!

Over Marieke Goedegebure

Marieke Goedegebure klein

 

Als logopedist en NT2-specialist geef ik uitspraaktraining en taaltraining op maat aan anderstaligen die voor werk of sollicitatie duidelijk(er) Nederlands moeten spreken. Dit doe ik in individuele trajecten en groepstrainingen. Verder geef ik workshops en advies over de uitspraak van het Nederlands als tweede taal aan iedereen die betrokken is bij het onderwijs aan anderstaligen.

Marieke Goedegebure, NT2Spraak
nt2spraak_logo

Schipholweg 103
2316 XC Leiden
071-5249385
www.nt2spraak.nl
info@nt2spraak.nl