Het probleem van de rotklas

HET PROBLEEM VAN DE ROTKLAS

Vanmorgen was ik op een school. Op een hele gewone school voor Voortgezet Onderwijs, met hele gewone leerlingen en hele gewone leraren. Geen speciaal onderwijs, geen achterstandswijk; geen probleemschool. En toch was ik uitgenodigd om een groot probleem te helpen oplossen. Het probleem van de “rotklas”. Een tweede brugklas in dit geval. Je kent misschien ook wel zo’n klas.

Zo’n klas waar het al vanaf het begin van het schooljaar niet lekker loopt.
Zo’n klas waar de leerlingen continu een wedstrijd “wie durft vandaag de grootste rotopmerking te maken” lijken te houden.
Zo’n klas waar de hormonen je tegemoet vliegen zodra je de deur open doet.
Zo’n klas waar gecommuniceerd wordt door middel van blikken naar elkaar en kleine bewegingen.
Zo’n klas waar de mentor overspannen is afgevoerd en een jonge enthousiaste leraar het mag proberen.

En die jonge enthousiaste leraar riep tegen mij: “Kan ik het gewoon niet? Wat doe ik verkeerd?”

Doe jij dat ook altijd? Eerst de fout bij jezelf zoeken?
Terwijl je in de teamkamer al meerdere malen hebt gehoord: “Heb jij die rotklas? Pfff, nou succes. Of: dapper hoor!”

En nee, het ligt niet aan jou. Het is zo gegroeid. Aan het begin van het schooljaar is de groep niet op de juiste wijze begeleid en nu is het uit de hand gelopen. Er is een kans dat jij al de zoveelste invaller bent die het mag komen proberen.

Kees van Overveld zegt het heel goed in zijn boek Groepsplan Gedrag VO “Gedragproblemen zijn interactieproblemen”.
De leerlingen hebben geleerd op een manier met elkaar en naar anderen te communiceren die jij niet wenselijk vindt.
Deze “foute” manier van communiceren zit geheel in hun systeem. Ze kunnen niet meer anders.
Het is nu jouw taak, als invallende startende leraar, om deze leerlingen opnieuw te leren communiceren. Op de manier die jij wilt.

EN JA, DAT KAN!

Wat heb jij daarvoor nodig?

1. Een hele lange adem. Je zult heel lang, heel consequent moeten volhouden. Weken lang! Dat gaat je heel veel energie kosten, maar de aanhouder wint. Niet opgeven is het devies!
2. Steun van je duopartner (als je die hebt), je leidinggevende en de ouders. Vertel wat je gaat doen (en waarom) en vraag ze om je te helpen en te steunen.
3. Een stappenplan. En dat stappenplan krijg je van mij.
HET STAPPENPLAN:

1. Begin opnieuw met deze leerlingen. Spreek per les een of twee regels af en laat iedereen daarmee instemmen.

2. Leer elkaar opnieuw kennen. Mensen die elkaar kennen, die een relatie hebben, pesten elkaar niet. Doe kennismakingsspelen. Verbind. Geef zelf het goede voorbeeld.

3. Herhaal deze regels aan het begin van iedere les en maak duidelijk dat je de les stopt zodra iemand een van deze regels overtreedt. Doe dat ook, heel consequent, en vertel steeds waarom je de les hebt gestopt en wat je voor overtreding hebt gezien. Benoem gedrag en geen leerlingen.

4. Stel een beloning in het vooruitzicht als er geen regel overtreden wordt in deze les.

5. Geef heel veel compimenten en spreek bemoedigende woorden uit. “Het gaat al 5 minuten goed! Wat fijn!”

6. Je gaat niet in discussie. Je accepteert geen “ja, maar”. Je ben duidelijk en consequent. Je stelt geen vragen! Gewoon zeggen. Gewoon doen.

7. Leerlingen die de les verstoren spreek je niet door de klas heen aan. Je loopt erheen, je benoemt wat je ziet (het gedrag), vertelt wat je wel wilt zien en geeft de keus: “je doet xxxx (wat jij wilt dat de leerling doet), of je kiest xxxx (dat is dan de consequentie, zoals bijvoorbeeld strafregels schrijven en ouders worden gebeld).

8. Gebruik humor. Als de sfeer akelig wordt (en dat gaat gebeuren!), dan zeg je dat ook. Laat de “sfeer los” met z’n allen en begin weer opnieuw. Maak, zodra de situatie dat toelaat, een grapje. Behoud je goede humeur.

9. Volhouden!

10. Blij zijn met iedere les die goed gaat.

11. Zoek iemand waar je je ervaringen mee kan delen. Goed en slecht. Je moet een klankbord hebben, iemand waar je bij kunt spuien.

12. SUCCES!

N.B. Als jij ook zo’n klas hebt (en ik ben niet in de buurt): koop in ieder geval het boek “Groepsplan Gedrag” van Kees van Overveld. Er is een versie voor VO en een voor PO. Verkrijgbaar bij Uitgeverij Pica

Help de kinderen in Nepal!

Deze week een gastblog van een geheel andere orde

Ik geef ruimte en verder even niets.

Alleen maar deze ene tip: lees het stuk en doe mee met deze actie op jouw school.

Ook als je geen basisonderwijs bent.

Want ook dan kan je vast wel iets doen.

Omdat ik geloof in een druppel op een gloeiende plaat.

Maar dat wisten jullie al.

En natuurlijk heb je al gegeven.

En natuurlijk heb je al iets gedaan.

Dan doe je toch gewoon nog iets?
Basisscholen Samen voor Nepal

Vanuit Ouderbetrokkenheid-PLUS is er een benefietactie opgezet waarbij basisscholen kunnen helpen met de wederopbouw van Nepal:

Basisscholen Samen voor Nepal (#BSNepal).

Na de verwoestende aardbeving op 25 april en de vele naschokken en zelfs nieuwe bevingen, ligt het land in puin.

Met het geld dat basisscholen bij elkaar inzamelen zal Stichting Vajra (0% overhead kosten!) die al een kleine 20 jaar actief is in dit straatarme land op het gebied van onderwijs, gezondheid en milieu, de wederopbouw van de dorpen ter hand nemen waar zij actief zijn.

nepal 2

Meedoen is voor scholen heel eenvoudig. Tussen nu en eind september kan een activiteit worden gekozen waarmee geld wordt ingezameld, zoals statiegeld inzamelen, heitje voor een karweitje, avondvierdaagse sponsoring, cakejes bakken en verkopen of een markt waar ouders en kinderen spulletjes en etenswaar verkopen. Er is een diapresentatie beschikbaar (PowerPoint of pdf) om op school te vertonen of om aan ouders te sturen en desgewenst kan Ouderbetrokkenheid-PLUS een brief aan de ouders schrijven.

Als basisscholen gezamenlijk kunnen we veel meer realiseren dan alleen. ‘Samen’ betekent ook dat we onze verbondenheid tonen met de mensen in Nepal. ‘Samen’ betekent tenslotte dat we met deze activiteit de onderlinge verbondenheid tussen de school, de kinderen en de ouders versterken.

Iedereen kan helpen door ambassadeur van deze actie te worden en basisscholen te vragen eraan mee te doen. Ook kan de actie gedeeld worden op de social media (gebruik op twitter #BSNepal).

Meer informatie over de projecten van Vajra is te zien op dit filmpje.

Juf, ik kan mijn kapstok niet vinden…

Ken je dat?

Juf*, ik kan mijn kapstok niet vinden…

*) ook Meesters…

Je hebt je les goed voorbereid.
Je biedt de leerstof op een leuke manier aan.
Je oefent en oefent en oefent.
Je laat de leerlingen herhalen wat jij hebt vertelt.
Je laat het ze nog eens aan elkaar uitleggen.

En toch….. weten ze de volgende dag niet meer waar je les ook alweer over ging.

Hoe komt dat nu toch?

Ik houd het even simplistisch.

Het heeft allemaal te maken met je geheugen.
Je onthoudt iets alleen als:

* Het indruk op je heeft gemaakt (een verhaal of beelden).
* Je iets echt wilt onthouden (een duidelijk doel).
* Je hersenen niet te vol zitten met andere informatie die alles verdringt (heftige emoties).

En laten we eerlijk zijn… pubers hebben nogal eens last van dat laatste.
Dus hoe laat je pubers dan toch iets onthouden van de lesstof?
Je maakt een kapstok!

Oftewel: je vertel je leerlingen hoe ze dingen kunnen onthouden en je laat ze kiezen. 

Je laat ze dus hun eigen kapstok maken. Je leert ze HOE ze een kapstok moeten maken.
Een kapstok maken in 3 stappen:

1. Waar houd je van? Wat vind je superleuk? Dansen? Zingen? Strips? Lezen? Tekenen? Dino’s?

2. Vervolgens hang je de informatie in je geheugen op aan iets wat je leuk vindt.
* Moet je woordjes leren en houd je van zingen? Maak er een liedje van.
* Wiskundeberekeningen en je houd van lezen? Zet de formules in een verhaal.
* Jaartallen en je houdt van pomuziek? Maak een tijdlijn van plaatjes van je favoriete artiest en plak de jaartallen met de gebeurtenissen in tekstballonnetjes erop. Wees creatief!

3. Oefen het reproduceren van de informatie aan jouw kapstok een paar keer, pas aan en probeer weer. Net zolang tot je een kapstok hebt gevonden die voor jou werkt.
En dan hoor je iedere dag: “Juf, mijn kapstok is weer zo fijn vlakbij!”. 
Wil je nog meer tips en trucs leren om kapstokken te maken?

Kijk dan eens bij ENERGIZERS IN DE KLAS!

Mis deze vijf manieren om creatief te zijn niet!

Hoe creatief ben jij?

Hoe bang ben jij om creatief te zijn?

Weet jij al dat pubers de meest creatieve geesten zijn (en ja helaas… daarna begint de aftakeling).

Voor jou heb ik vijf manieren om creatief zijn verzameld.

Mis deze vijf manieren om creatief te zijn niet!
1. Dit filmpje getuigt van veel creativiteit in het onderwijs. Klik op het plaatje en kijk!

download (1)

 

2. Gebruik voortaan wisborden in je klas. Klik op het plaatje en volg de instructies.

download (2)

 

3. Hier kun je meedoen aan een gratis 40 dagen challenge op het gebied van groepsdynamiek:

download (3)

 

4. Mijn 7 stappen om creatief te worden en te blijven:

1. Bedenk iets.

2. Kondig aan dat je met iets nieuws gaat beginnen.

3. Begin op de aangekondigde datum.

4. Houdt het minimaal 7 keer vol.

5. Evalueer en pas aan.

6. Kondig aan welke aanpassingen er komen.

7. Begin opnieuw, nu met de aangepaste versie.

En vergeet niet: Wees niet bang! Gewoon doen!

 

5. Voor de theoretici onder ons: een model voor beoordeling van creativiteit in het onderwijs:

model beoordeling creativiteit

 

Sta komende week weer Sterk voor de Klas

& tot volgende week!

Groeten van Judith

Hoe je leerlingen “out of the box” krijgt!

Mirjam was 18 jaar en een schatje.

Een poppetje. Lange blonde krullen, grote blauwe ogen en nog geen 1,60 m. lang. Ze lachte altijd lief, maar zodra ze haar mond open deed viel ze door de mand. Duidelijk een leerling op het praktijkonderwijs.

Mirjam kon prachtig tekenen en haar grootste droom was om later Kunstenaar te worden. Ze wilde heel graag naar de Kunstacademie. Ze wilde niet alleen, ze was gewoon vastbesloten om dat voor elkaar te krijgen, linksom of rechtsom. Ze was ook erg eigenwijs, eigenlijk.

Mirjam weigerde iedere stage waar ze niet kon tekenen. Horeca? Niets voor haar. Een bejaardentehuis? Echt niet. Ze wilde wel naar de sociale werkvoorziening, omdat ze daar een atelier hebben maar helaas… daar kwam ze niet voor in aanmerking. Te hoog IQ.

Mirjam schreef een keurige brief, zonder spelfouten, naar de plaatselijke galerie of ze voor hun etalage mocht tekenen. Ze kreeg een keurige afwijzing waarin men haar veel succes wenste met haar carrière als Kunstenaar. Dus toen wist ze het helemaal zeker. Kunstenaar moest en zou ze worden.

Ondertussen hadden al haar klasgenoten een stageplaats, zat Mirjam op de stagedagen op school te tekenen bij een collega in de klas en zat ik met mijn handen in het haar. Mijn collega’s vonden dat ik haar maar eens “flink de waarheid” moest zeggen en ergens achter een lopende band moest zetten. Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen.

Dus heb ik de ouders uitgenodigd voor een gesprek. Maar die wisten het ook niet. Zij vonden horeca wel een goede plek en dan volgend jaar misschien uitstromen naar het ROC. Realistisch genoeg, maar niet wat Mirjam wilde. Ze keek ons eigenwijs aan: “ik word Kunstenaar en daar zoeken jullie maar een stageplaats bij!”

“Tom Poes verzin een list.”

Ik ben alle buurthuizen gaan bellen uit het telefoonboek, net zolang tot ik iemand sprak die mee wilde werken. Dat duurde nogal, maar de aanhouder wint. En de dinsdag erop kon ik Mirjam gaan voorstellen.

Dit betreffende buurthuis zocht “heel toevallig” iemand die kon assisteren bij de tekencursus die de donderdag erop zou gaan beginnen. Dat die cursus maar 2 keer 30 minuten duurde, dat gaf niets. Het gaf ook niet dat er maar 2 deelnemers waren; de secretaresse en iemand die toevallig langs kwam. En dat de “docent” nog geen rechte streep op papier kon trekken, dat viel niet op. Mirjam stond te trappelen en vond het geweldig. Ze keek huizenhoog op naar “haar” docent en riep op school: “Juf! Je hoeft helemaal geen Kunstacademie te doen om Kunstenaar te worden. Dat heeft zij ook niet gedaan!”

En na afloop van de cursus werd ze gevraagd om te blijven helpen met de andere activiteiten. Bingo, breiclub, bejaardensoos. En daarna mocht ze assisteren bij een kookclub voor 65+. En gelukkig: “Juf, ik vind het daar wel leuk. Ik houd eigenlijk ook best wel van koken”.

Missie volbracht.

In augustus vertrok Mirjam naar het ROC.
Afdeling horeca. Niveau 1.

Veel succes meisje, het ga je goed :-)
Out of the box?

Luisteren. Meebewegen. Dwarsliggen. Volhouden! 

 

Fijne vakantie allemaal!

Groeten van Judith