Soms dacht ik wel eens…

Open

Soms dacht ik wel eens...

Ik word putjesschepper.

Ik ben compleet ongeschikt als leraarr.

Ze luisteren niet naar me.

Ze moeten me niet.

Wat ik ook doe… ze leren niets. Niet van mij in ieder geval.

En het stormt niet eens :-(
Denk jij dat ook wel eens?

Dat je denkt dat je beter een ander vak had kunnen kiezen?
Ik heb dat regelmatig gedacht.

En niet alleen in het begin van mijn carriere. Ook na 29 jaar dacht ik dat nog wel eens. Ongeveer een keer per jaar had ik zo’n dag waarop ik dat dacht. Putjesschepper…
En ja, dan kun je natuurlijk:

1. mopperen
2. jezelf beklagen
3. de leerlingen de schuld geven
4. je collega’s de schuld geven
5. het weer, de methode of het lokaal de schuld geven
6. en nog een keer zielig doen
En dat mag ook wel even, 

Het mag even. Ongeveer 10 minuten. Niet langer.

Want het helpt niet.

Niet echt.
Wat helpt wel?

1. Stel vast dat je je rot voelt. Je voelt je rot omdat je les of je dag anders verliep dan je had verwacht of gehoopt. En dat mag. Fouten maken mag.

2. Ga na wat je anders had kunnen doen:

a. Was je lesinhoud op niveau?
b. Heb je de les met enthousiasme gegeven?
c. Was je organisatie in orde?

3. Je zult zien dat een van deze drie niet in orde was. Je zult waarschijnlijk zelfs nog weten op welk nare moment je je realiseerde dat “het” niet meer klopte. Het ging verder mis omdat het je niet lukte om de les aan te passen. Je sudderde door. In veel gevallen zullen de leerlingen ingrijpen door de orde te verstoren. Dat is hun manier om tegen jou te zeggen: “je les is niet voor 100% in orde. En wij willen een goede les.”

4. Het klinkt misschien raar, maar doorvoel het nare moment nog een keer. Voel het heel goed, zodat je het herkent als het je de volgende keer nog eens gebeurt. En prent jezelf in dat je in dat geval de volgende stappen gaat zetten:

a. Je stopt je les. Je benoemt wat er volgens jou gebeurt (of is gebeurd). Je vertelt dat je de les gaat aanpassen. Neem er even de tijd voor.
b. Je organiseert de hele les opnieuw, waarbij je ervoor zorgt dat a., b. en c. in orde zijn.
c. Als het nodig is herhaal je de regels nog eens.
d. Je start opnieuw.

5. Het kan helpen om dit eens voor de spiegel te oefenen.
Het is niet gek.

Leraar zijn is een prachtig vak, maar het is soms ook best een moeilijk vak.
En zoals iedereen mag jij ook onzeker zijn en fouten maken.

Omdat het ook zo’n verantwoordelijk vak is, voel je je vaak extra schuldig als je een fout maakt.

Ik wel.
En het is natuurlijk ook bijna vakantie…

Dan mag je moe zijn.

Maar niet minder enthousiast.

Je lessen moeten goed blijven.

Want dat verdienen jouw leerlingen.

Dus pep jezelf flink op!

 

De wereld heeft jou nodig als leraar!

Putjesscheppers zijn er al voldoende.

O help… hoe houd ik ze bezig?

Ken je dat?

Dat gevoel van de laatste schoolweken?

De onrust slaat toe.

Iedereen is moe.

En je moet nog zoveel weken.

Lesgeven…

Toetsen afnemen…

Leerplicht…

 

O help… hoe houd ik ze bezig?

 

Vandaag negen manieren om de laatste schoolweken zo door te komen dat:

– het voor iedereen zinvol is

– de sfeer goed blijft

– de stress niet toeslaat

 

1. Sommige groepen gaan zich onbewust vervelend gedragen.
Het is immers makkelijker om afscheid van elkaar te nemen als de sfeer op het eind niet meer goed is.
Als leider kun je dit, met rituelen en het benoemen van wat je ziet gebeuren, in goede banen leiden.
Betrek de leerlingen bij het naderende afscheid.
Bedenk en benoem samen in welke sfeer je de vakantie in wilt gaan en wat daar voor nodig is.

2. Je kunt een zogenaamde “kamelenrace” houden.
Je verdeelt de klas in teams.
Jij geeft opdrachten die de teams moeten uitvoeren in de les.
Het zijn opdrachten met een twist; dus met leerstof erin verwerkt, maar dan op een andere manier.
Zo kan je een groep de opdracht geven om een bepaald aspect van een les (bv onregelmatige werkwoorden) uit te leggen aan de hele klas.
Of het maken en van elkaar nakijken van 100 sommen.
Of het organiseren van een limbodanswedstrijd.
Het componeren, inoefenen en presenteren van liederen waar formules in verwerkt zitten.
Je kunt ook het maken van toetsen hierin verwerken.
Zodra een opdracht is uitgevoerd, mag de kameel van die groep weer een stapje vooruit.
Het doel is uiteindelijk dat alle kamelen de finish bereiken; daar staat een grote beloning klaar; zo voorkom je competitie (als je dat niet wilt) en bevorder je samenwerking.

3. Een variatie voor zelfstandige groepen: de teams bedenken de opdrachten voor elkaar.
Jij geeft dan wel duidelijk aan aan welke crite
ria de opdrachten moeten voldoen. 

4. Zorg ervoor dat je zelf niet meer of harder gaat werken.
Houd je energie op peil door veel te sporten en genoeg te slapen.
Drink veel water.
Laat je niet verleiden tot gevit en gezeur uit moeheid.
Geniet van iedere dag.

5. Maak een lijst van alles wat je nog “moet”, stel prioriteiten en delegeer.
Als je iets niet wilt doen, bedenk dan een manier om het niet te hoeven doen.
Kies wat echt belangrijk is en wissel af met dingen die je echt leuk vindt (en die lekker onbelangrijk zijn).

6. Maak toetsen leuk.
Bereid toetsen samen voor met activerende werkvormen waarin je de stof “nog even doorneemt”.

7. Geef een gedeelte van je lessen buiten.
Als je zelf geen idee hebt hoe je dat moet doen of regelen, vraag het aan je leerlingen.
Jij vertelt wat het lesdoel is, zij bedenken hoe en waar ze dat buiten kunnen bereiken.
Stel van te voren de kaders vast (maak ze duidelijk zichtbaar, bv. op het bord en toets alle voorstellen daaraan).

8. Laat los!
Accepteer dat iedereen moe is en jij ook. Dat is namelijk helemaal niet erg. Er tegen vechten kost teveel energie.
Perfectie is niet (meer) mogelijk. Dat is ook niet erg!

9. Maak van iedere dag een feestje.
Zorg ervoor dat ook de leerlingen meer dan genoeg bewegen en (water) drinken.

Een wijze les

Een wijze les

Het verhaal van deze week kreeg ik in mijn schoot geworpen. Het is het verhaal van juf Tina, die aan de Pabo studeert. Ik deel het verhaal graag met jullie en ik hoop dat jullie willen reageren. Tina en ik zijn heel nieuwsgierig wat jullie ervan vinden, of jullie het herkennen en of jullie tips hebben voor andere Pabo-studenten.

 

Een wijze les van Juf Tina

Vandaag heb ik na een goed gesprek een waardevolle les geleerd: Het onderscheid maken tussen het betrokken zijn en grenzen stellen. Maar ook de connectie hier tussen zien.

Vanuit mezelf ben ik heel erg betrokken, een hele sterke eigenschap die zonder na te denken aanwezig is.. In mijn eerste stage van dit jaar is ook in mijn beoordeling geschreven: ‘jouw inlevingsvermogen is jouw kracht!’. Was zo blij dat ik een mentor had die verder keek dan het beoordelingsformulier! Heb mijn betrokkenheid toen ook echt in kunnen zetten in mijn stageklas. Waardoor ik heel veel kinderen weer vooruit kon helpen.

Grenzen stellen daarin tegen, is voor mij -als juf in opleiding- soms een behoorlijk struikelblok. Vooral ook om hier consequent in te blijven. Omdat ik daar steeds zo over na moet denken.. In eerste instantie reageer ik vanuit begrip. Ik wil niet steeds bij ieder klein dingetje ingrijpen, dat maakt de sfeer weer zo negatief. Probeer vooral dingen met positiviteit op te lossen. Afgelopen semester kreeg ik toch vaak de feedback om echt grenzen te stellen en consequent te blijven als ik voor de klas sta. Ik ben vaak veel te lief. Iedere keer begin ik goed door aan te geven wat ik verwacht, maar gedurende de dag glipt het me steeds door de vingers om consequent te blijven. Ergens gaf het mij geen goed gevoel om ‘streng’ te zijn.

Ik zeg ook wel eens tegen de kinderen: ‘Jammer dat ik zo vaak moet mopperen of dat ik boos moet worden tot het stil is.’ En dan probeer ik ze mee te laten denken hoe we het een volgende keer beter kunnen doen. Zodat er niet steeds gemopperd hoeft te worden. Maar ja, daar komt een stukje consequent zijn bij, zodat het dan ook echt een volgende keer op de besproken manier gaat. Heb de laatste weken soms (nog net niet met de handen in het haar) voor de klas gestaan met de gedachte: help, wat nu?! Uiteindelijk is de chaos in de klas dan net zo groot als de chaos in mijn hoofd.. En dan moet ik wel optreden als ‘juffrouw Bulstronk’ voordat het mis gaat. Helemaal niet mijn ding!

Vanmiddag kreeg ik op mijn stage te horen dat er nog niet voldoende verbetering in is gezien op pedagogisch gebied. En dat dat toch wel het belangrijkste is om te beheersen, wil ik een klas draaiende kunnen houden. Ik dacht echt: “ik kan het blijkbaar gewoon niet”. Heb ik zo mijn best gedaan om mezelf te ontwikkelen, voor mijn gevoel zoveel geprobeerd om het te verbeteren.. En dan waarschijnlijk voor de 2e keer een onvoldoende voor mijn stage.. Merkte dat ik een beetje moedeloos werd.

Tot dat gesprek van vanmiddag.. Het duurde even tot het bezonken was.. De persoon die ik aan de telefoon had, liet mij bedenken waarom grenzen gesteld worden? Na even nadenken kwam ik erop: -vertrouwen, -veiligheid, -zorgen dat ieder kind zichzelf kan zijn in de klas. En ga zo maar door. Omdat ik vanuit een ander perspectief naar grenzen keek, verdween het negatieve gevoel wat ik erbij had. Want ook grenzen zijn nodig om meer betrokken kunnen zijn bij de kinderen. Grenzen en betrokkenheid gaan hand in hand, ondanks de verschillen. Want als ik consequent ben en grenzen stel in de klas, dan weten de kinderen ook wat ze aan mij hebben, waardoor het vertrouwen en het veilige gevoel zullen groeien. En er wederzijdse betrokkenheid kan ontstaan.

Dus al haal ik dinsdag misschien een onvoldoende voor mijn stage, ik ben blij dat ik deze wijze les vandaag geleerd heb. Dinsdag bij mijn lesbezoek, hoop ik met het gevoel wat ik nu heb over grenzen, met meer zelfvertrouwen voor de klas te staan. En daardoor hoop ik ook mijn laatste stagedag positief af te kunnen sluiten. Wat het cijfer ook zal worden, ik denk maar zo: als iets niet meteen lukt, zegt dat niet dat ik het niet kan. En ik weet van mezelf dat ik mijn best heb gedaan. Heb echt ontzettend veel geleerd. En dit besef is voor mij misschien wel de waardevolste les van het afgelopen half jaar!

Leerplicht… lekker saai?

Deze week een lekker saai onderwerp. Hoera!
In Nederland kennen wij leerplicht. Gelukkig wel. Maar weet jij precies hoe het zit? Wanneer een leerling vrij mag van school? En wat doet de leerplichtambtenaar precies?

Deze week: acht vragen over leerplicht.

Omdat ik het zelf eerlijk gezegd nooit zo goed op een rijtje had.

En omdat er vlak voor de zomervakantie altijd ouders kwamen met de vraag of ze een dag eerder op vakantie mochten.

Tip: Die ouders verwijs je altijd meteen door naar de directeur (of diens plaatsvervanger).

1. Wat doet de leerplichtambtenaar?

De leerplichtambtenaar:
a. Voert gesprekken met ouders en leerling bij ongeoorloofd verzuim. Dus als een leerling te vaak te laat is of veel spijbelt kan je een gesprek aanvragen.
b. Als een gesprek niet het gewenste effect heeft, kan hij of zij sancties opleggen of hulpverleningsinstanties inschakelen.
c. Ook kan hij of zij adviseren over school- of beroepskeuze en over verlofaanvragen. Dus als jij het niet weet, dan kun je hem of haar gewoon bellen.

2. Wat wordt er van de school verwacht?

Scholen zijn verplicht om:
a. Een melding te doen bij regelmatig (ongeoorloofd of twijfelachtig) verzuim.
b. Een andere school te zoeken als een leerling niet op deze school kan blijven.
c. Een leerling te melden bij de gemeente als de leerling de school zonder startkwalificatie verlaat.

3. Wat wordt er van de ouders verwacht?

Ouders zijn verplicht:
a. Hun kind op een school in te schrijven.
b. Er op toe te zien dat hun kind op tijd op school is en alle lessen volgt.

Niet verplicht maar wel handig als ouders:
a. Overleggen met school als hun kind het niet naar de zin heeft op school of spijbelt.
b. Een goed contact hebben met de mentor.

4. Wanneer krijgt een leerling extra vrije dagen?

Alleen dan:
a. Verhuizing;
b. Religieuze verplichtingen;
c. Huwelijk van bloed- of aanverwanten;
d. Viering van 12,5-, 25-, 40-, 50- of 60-jarig huwelijksjubileum van ouders of grootouders;
e. Ernstige ziekte of overlijden van bloed- of aanverwanten;
f. Zogenoemde “andere gewichtige omstandigheden”; onverwachte omstandigheden die niet uitgesteld kunnen worden en buiten de wil van de ouders zijn gelegen.

Luxeverzuim:
a. Familiebezoek in het buitenland;
b. Vakantie in een goedkopere periode;
c. Vakantie omdat er geen ander moment geboekt kan worden;
d. Eerdere of latere terugkeer vanwege verkeersdrukte;
e. Verlof omdat andere kinderen in het gezin (al) vrij zijn;
f. Vakantiespreiding;
g. Samen willen reizen;
h. Verlofperiode van ouders vanwege een levensloopregeling.

In het geval van luxeverzuim kan de leerplichtambetnaar proces-verbaal opmaken.

5. Wanneer mag een leerling wel buiten de schoolvakantie op vakantie?

Nou nee. Dat mag dus niet. Behalve als het beroep van een van de ouders het onmogelijk maakt om in een schoolvakantie 14 dagen op vakantie te gaan.

En dan zijn daar 4 voorwaarden aan gekoppeld:
1. Het verlof moet minimaal 8 weken van te voren schriftelijk worden aangevraagd bij de directeur.
2. Er moet een werkgeversverklaring worden overhandigd.
3. Het verlof mag maar een keer per jaar voor een aaneengesloten periode van maximaal 10 schooldagen worden verleend.
4. Het verlof mag niet vallen in de eerste twee weken van het schooljaar.

6. En wie neemt de beslissing over een verlofaanvraag?

De directeur beslist in principe. Hij of zij kan advies vragen aan de leerplichtambtenaar.
Als het gaat om meer dan 10 verlofdagen, dan beslist de leerplichtambtenaar.
Er is een mogelijkheid tot bezwaar en beroep.

7. En wat gebeurt er als niets helpt… het ongeoorloofd verzuim gaat door?

De leerplichtambtenaar wordt ingeschakeld:
a. Leerlingen vanaf 12 jaar worden zelf aangesproken op hun verzuimgedrag, zij zijn dan medeverantwoordelijk.
b. Jongeren die hun afspraken niet nakomen, worden verwezen naar bureau HALT.
c. Er wordt een proces-verbaal opgemaakt en daarmee komt de leerling bij Justitie terecht. Een boete kan volgen.
d. Er kan een zorgmelding gedaan worden bij Bureau Jeugdzorg.

Het doel is altijd dat de leerling weer terug gaat naar (een) school.

8. De startkwalificatie

Een startkwalificatie = een diploma havo, vwo of mbo (minimaal niveau 2).
Een leerling van 18 tot 23 zonder startkwalificatie wordt ook verwezen naar de leerplichtambtenaar.
Er wordt dan gekeken welke mogelijkheden er zijn, of de leerling wordt doorverwezen naar een RMC.
Een geschikte baan of dagvoorziening behoort ook tot de mogelijkheden.

Pfff… nou dat was saai. Maar wel nuttig, hoop ik.