Waarom zou je verder leren?

Waarom zou je verder leren?

Als starter ben je blij dat je eindelijk je diploma hebt gehaald.
Klaar met huiswerk, dikke boeken over didactiek, onderzoeken en reflecteren.
Al je tijd gaat nu naar voorbereiden, nakijken, uitzoeken en administratie.

Maar weet je, leren kan ook leuk zijn! En het is belangrijk voor je leerlingen en voor jezelf.

Laten we eerlijk zijn. Ik ga alleen naar een dokter die regelmatig een bij- of nascholing volgt. Je moet je vak bijhouden, echt waar. En je leert nieuwe mensen kennen, doet nieuwe inzichten op… en dat huiswerk, dat valt mee als je er zelf voor kiest.

En nee. Ik heb het niet over teamscholing. Dat is vaak best leuk en leerzaam, maar niet jouw eigen keus. Als je zelf kiest, leer je meer!

Je kent waarschijnlijk de lerarenbeurs wel. Alle informatie daarover vind je hier.

Maar als je minder dan 20% werkt, nog studiefinanciering ontvangt of bij een particuliere instelling of uitzendbureau werkt, kom je daar niet voor in aanmerking.

En je zult je ook moeten inschrijven in het lerarenregister, maar dat is natuurlijk te doen als je een diploma hebt.

Als je onbevoegd lesgeeft, kan je geen lerarenbeurs aanvragen, maar dan kan je natuurlijk wel een “zij-instroom-opleiding” doen. Mits je een school kunt vinden. En dat kan best een flinke klus zijn. Veel bellen, bezoekjes afleggen, je neus laten zien. Maar… de aanhouder wint!

Als je in vaste dienst bent, dan kom je zeker in aanmerking. Als invaller hangt het van je situatie af. Als je de 20%-norm overstijgt, kan je in gesprek met de besturen of het bestuur waar je voor werkt. Dan kan je vragen of zij jou willen steunen bij het aanvragen van de beurs.

Voor een cursus onder schooltijd kun je een beroep doen op je leidinggevende. Gewoon vragen of je er vrij voor kunt krijgen én of ze de cursus willen betalen. Ook als je niet in vaste dienst bent of (regelmatig) invalt.

Het werkt goed als je er iets tegenover stelt. Je kunt bijvoorbeeld een presentatie houden of wat je geleerd hebt aan je collega’s. Zo pikken zij ook een graantje mee van jouw (nieuwe) kennis.

En als je helemaal nergens voor in aanmerking komt, hebben we gelukkig nog de belastingdienst!

Het drempelbedrag is €250,- Een beetje cursus kost dat al snel. Alle kosten boven die €250,- zijn aftrekbaar. Wil je precies weten hoe dat zit? Kijk dan even hier.

Heel veel informatie kun je ook vinden in de cao’s. Info over het VO (zitten een beetje vast) vind je hier, en alles over het PO hier.

VEEL PLEZIER MET LEREN!

Weke opleiding ga jij volgen? Of welke cursus? Laat het weten in het commentaarveld hierboven!

Hoe krijg jij je klas stil?

Hoe krijg jij je klas stil?

Statemanagement als methode om een klas stil te krijgen en te houden

Statemanagement is een term uit de NLP.

Een state is een vorm van “zijn”. Je bent verdrietig, nieuwsgierig, boos, opgelucht… enzovoort. In feite kan iedere emotie die enige tijd voortduurt een “state” zijn.

Als je voor de klas staat, is jouw state van grote invloed op de leerlingen.
De state van de leerlingen heeft veel invloed op jou.

Als je voor een klas staat, is het van belang om 3 dingen op te merken, te “zien”:

1. Wat is jouw eigen state?
2. Wat is de state van de groep?
3. Wat is de state van de “leider” van de groep?

Dit betekent dat je goed moet kijken naar je leerlingen. Hoe zitten / staan ze erbij? Wat doen ze? Waar kijken ze naar? Wat zeggen ze?
En jijzelf?
Zodra je deze drie antwoorden hebt, kun je invloed uit gaan oefenen op alle states.

Je kunt bijvoorbeeld je eigen state radicaal omgooien. Van boos naar vrolijk. Of van ongeduldig naar verdrietig of boos (als een rol die je speelt; niet echt!).

De leerlingen moeten ook zien dat jij jouw state verandert. Dus dat betekent dat je iets ONVERWACHTS doet, om hun aandacht te pakken.

Bijvoorbeeld:
Je laat een kopje vallen.
Je begint op en neer te springen.
Je blaast een luchtzoen naar een leerling.
Je laat een bom ontploffen op het digibord.

Vervolgens reageer je op jouw eigen actie in jouw nieuw gekozen state.

Bijvoorbeeld:
He, daar viel een kopje. Geeft niks. Fijn dat jullie er nu bij zijn. Vanaf nu gaan jullie meedoen met de les en dat ziet er als volgt uit:

Ik leg in 5 minuten uit wat de opdracht is.
Jullie gaan zelfstandig met de opdracht aan de slag. Je mag overleggen met je buurman of buurvrouw. Je krijgt daar 20 minuten de tijd voor. Als je klaar bent dan ga je in boekje X verder. Over 25 minuten gaan we klassikaal nakijken en dan hoor je meteen welk cijfer je hebt voor de opdracht.
Iedereen weet nu wat er verwacht wordt toch?
En er is niemand die zich hier aan wil onttrekken, toch?

Als het goed is, knikken de leerlingen tweemaal.
Het kan zijn dat de leider van de groep nog even dwars gaat liggen. Daar maak je meteen korte metten mee door zijn of haar gedrag en state te kopiëren en uit te vergroten. Of door onmiddellijk straf te geven, als je dat wilt.

Er zijn nog veel meer manieren om een klas stil te krijgen. Wat is jouw beste manier? Laat het weten in het commentaarveld.

Contact maken. En dan echt contact!

Contact maken. En dan echt contact!

Je hebt een gesprek met ouders. Misschien is het een 10-minutengesprek. Misschien heb je de ouders op school gevraagd om een probleem te bespreken. Misschien zijn deze ouders onverwacht binnen komen lopen en willen ze je heel graag spreken. Je bent best een beetje zenuwachtig. En dat mag ook. Jij wilt immers het beste voor jouw leerlingen en dat willen de ouders ook.

Je hebt een gesprek met een leerling. Het loopt niet zo lekker. Of je hebt gedrag gezien waar je niet blij mee bent. Of je wilt gewoon oprecht antwoorden op de vragen die je hebt.

Je hebt een gesprek met je leidinggevende. Misschien is het tijd voor je functioneringsgesprek. Of je beoordeling. Ook zo’n gesprek kan heel spannend zijn, zeker als jouw aanstelling in het geding is.

Dit zijn gesprekken waar je echt contact moet maken met de ander. Omdat je dan een win-winsituatie creëert. Iedereen “krijgt wat hij wil”.

De ouders luisteren naar jouw tips en jij staat open voor hun ideeën.
Het probleem dat je had met de leerling is opgelost, jij hebt je antwoorden en de leerling is ook opgelucht.
Je hebt een goed gesprek met je leidinggevende. Jij kunt je zegje doen in openheid en jouw leidinggevende heeft ook zijn doel bereikt.

Tijdens mijn NLP-opleiding heb ik geleerd hoe ik goed contact kan maken in gesprekken met anderen. Deze tips deel ik graag met jou.

1. Maak “rapport”. Dat wil zeggen dat je heel goed kijkt en luistert naar de ander. Waar kijkt de ander naar? Maakt diegene bewegingen met armen of handen? Hoe houdt de ander zijn hoofd? Wat is de houding van de ander? Rechtop? Of in elkaar? Signaleer.

2. Vervolgens ga je net zo zitten als de ander. Kopieer diens houding. Niet exact, maar ongeveer. Knik regelmatig. Zeg “m, m” ter bevestiging.

3. Er wordt vaak gezegd dat je moet samenvatten wat de ander zegt (LSD), en dat mag, maar het is beter om dat pas te doen op het eind van het gesprek. Tijdens het gesprek herhaal je letterlijk wat de ander zegt. Soms wat woorden, soms een hele zin. Dat voelt en klinkt in het begin een beetje vreemd, maar omdat de ander zijn eigen woorden terug hoort, voelt diegene zich gehoord en begrepen. En dat is de basis van een goed gesprek. Nu is er contact.

Kristallen

Kristallen

Als juf op een school voor Praktijkonderwijs is er in de bovenbouw eigenlijk maar een doel: al je leerlingen op stage krijgen en houden, zodat ze een baan vinden en kunnen uitstromen. Als een leerling wordt weggestuurd van een stageplek… hm. Ik trok me dat altijd persoonlijk aan, alsof ik zelf werd weggestuurd.

Op onze school hadden we daar iets op bedacht. Een leerling mocht pas op stage als hij of zij een aantal vaardigheden beheerste, waaronder op tijd komen, doorwerken en beleefd zijn.

Deze vaardigheden werden geoefend tijdens de “Arbeidstraining” (AT). Dat was een bedrijf binnen de school, waar onder toezicht van de “werkmeester” een precies aantal schroefjes en moertjes in een zakje werd gedaan, of telefoonsets in plastic omhulsels werden ingepakt.

Als juf wilde ik liever geen “AT-klas”. In deze klas zaten de leerlingen met de grote monden, zonder motivatie en ze kwamen ook erg vaak te laat. En het was ook gewoon saai, want dan zat je als juf, tussen de leerlingen, ook de hele dag schroefjes en moertjes in zakjes te doen. Want “als leraar dien je het goede voorbeeld te geven”.

Terwijl de leerlingen in de stageklassen… die waren gemotiveerd, wilden graag aan de slag en ze waren trots op hun status van “stagiair”. De AT-leerlingen hadden vaak het idee dat die status voor hun onhaalbaar was, ook al praatte je op ze in dat het “echt wel eens zou lukken”.

En toen kreeg ik toch een AT-klas. En ik dacht na over hoe ik ze zo snel mogelijk op stage kon krijgen, want ik was die telefoonverpakkingen na een week al zat en de leerlingen ook. Ik bedacht een list.

Ik gaf een les over kristallen. Grote glazen stenen, geslepen in de vorm van een diamant. En ik vertelde dat deze kristallen onvermoede krachten bij je boven konden halen, en dat je daarmee kon bereiken wat je wilde.

Vervolgens vertelde ik dat ik ze voor 1 februari allemaal op stage wilde hebben. Iedere week een. En dat ik dus van hen verwachtte dat ze de komende weken de benodigde vaardigheden zouden leren. Ik vertelde ook dat ik erg streng zou zijn in de beoordeling, dus dat ze er hard voor zouden moeten werken; niet alleen bij AT maar ook in de klas.

En ik gaf ze allemaal een kristal… Ze moesten hun ogen dichtdoen en voor zich zien dat ze naar hun stageplaats gingen, in plaats van naar school. En ik vertelde ze ook dat ze het konden. Allemaal. Oefening baart kunst.

In februari hadden ze allemaal een stageplek. En er werd er dat jaar niemand weggestuurd . Ik was zo trots op ze. De enige die baalde was de werkmeester. Die had nu te weinig leerlingen en moest de schroefjes zelf in die zakjes stoppen. Gna!

Orde in de zaal!

Orde in de zaal!

In een zaal vol met mensen is het als spreker niet altijd makkelijk om de orde te bewaren of terug te nemen. Er gebeurt namelijk zoveel, er zijn zoveel prikkels, dat men afgeleid en bezig is met hele andere dingen en eigenlijk vergeten is dat jij iets belangrijks te vertellen hebt…

In een klas is het eigenlijk precies hetzelfde.

Er zijn twee redenen waarom je de orde verliest:

1. Je pakt het onhandig aan. Je didactiek is niet in orde, je legt niet goed uit, je spreekt een leerling verkeerd aan

2. Je laat het er bij zitten:
a. Je voelt je niet verantwoordelijk
b. Je denkt dat je er geen last van hebt
c. Je durft geen grenzen te stellen
d. Je weet niet goed wat je moet doen
e. Je weet wel wat je moet doen, maar je kunt het (nog) niet
f. Je bent bang om het nog erger te maken

In het eerste geval is het belangrijk om serieus te luisteren naar de signalen uit de klas. Je leerlingen zijn dan waarschijnlijk in opstand gekomen, omdat jij iets verkeerd, of onhandig hebt aangepakt. In dat geval helpt dit stappenplan:

1. Leg de les stil en vertel je leerlingen dat je serieus naar ze zult luisteren, en dat je daar hun hulp bij nodig hebt.

2. Jij vertelt de regels en de procedure (en daar houd je de leerlingen aan).

3. Je inventariseert de “klachten” en vraag om serieuze (!) oplossingen.

4. De oplossingen inventariseer je ook.

5. Je kiest de oplossing(en) die voor jou werken en je vraagt commitment aan de leerlingen door hun hand op te laten steken.

6. Je gaat verder met de les (als daar nog tijd voor is…).

In het tweede geval is sprake van een ordeprobleem. Hier is het belangrijk om na te gaan wat jij wilt. Pas als je dat op een rijtje hebt, kun je verder:

1. Welke regels vind jij echt belangrijk?
2. Wat mogen de leerlingen beslist niet?
3. Wat verwacht jij van de leerlingen?
4. Wat verwachten de leerlingen van jou?
5. Wat kunnen de leerlingen verwachten als zij zich niet aan het voorgaande houden?

Als je de antwoorden hebt op deze vijf vragen, dan kun je die aan de leerlingen vertellen. En ze vragen om zich hier aan te committeren. En dan kun je opnieuw beginnen.

En het is waarschijnlijk heel verstandig om bij dit proces hulp te vragen aan een collega.

Het is dan wel heel belangrijk om consequent te zijn en te blijven. In het begin kost dat veel geduld en moet je steeds opnieuw beginnen. Want leerlingen zijn a. gewoontedieren en b. snel afgeleid…

(Vrij naar “Een leraar van Klasse” van Bram Lagerwerf en Fred Korthage)