Wat is het nut van een leraar?

Wat is het nut van een leraar?

Er zijn enorm veel quotes die je kunt toepassen op ons mooie vak. Ze gaan allemaal over ons en ons nut. “Waartoe wij ons werk doen.”
Google maar eens op “quote onderwijs”. Ik heb ze niet geteld, maar er komen duizenden uitspraken bovendrijven. Daar kun je veel Pinterest-borden mee vullen.

Dit vind ik een van de mooiste:

education-is-the-most-powerful-weapon-which-you-can-use-to-change-the-world-nelson-mandela-education-quote

Als ik kijk naar de lange lijst leraren die ik heb gehad, dan zijn er absoluut een paar uitschieters naar boven. Voor mij maakten zij het verschil.

Juf W. liet me merken dat ik er mocht zijn. Zij zorgde ervoor dat iedereen zich thuis voelde in de klas. Welk raar verhaal ik ook ophing (ja, ik had ook toen al een levendige fantasie), zij luisterde altijd en liet mij bovendien denken dat ze mijn verhalen geloofde.

H. de M. sleepte een ouderwetse fauteuil de klas in, waar hij in ging zitten tijdens zijn lessen. Wij leerlingen vonden dat fantastisch! De rector vond het “niet kunnen”. Het kwam tot een conflict en de stoel moest er uit. Wat ik bij H. heb geleerd? Weinig over aardrijkskunde; het vak dat hij gaf. Maar ik heb wel van hem geleerd om dingen gewoon uit te proberen in de klas. Omdat ik dat wilde.

Meneer R. van Nederlands vertelde me dat ik meer kon dan ik dacht. En hij kon prachtig voorlezen. (En dan hebben we het over Havo 4 & 5!)

G., onze biologieleraar op de Pabo, kon fantastische verhalen vertellen over de werking van ons lichaam. En als hij op stagebezoek kwam, dan maakte hij altijd een praatje met de leerlingen in mijn klas. En hij vertelde mij dat ik een hele goede juf was.

Van wie heb ik leren lezen en rekenen?
Oei. Geen idee.

Ik denk van de juf van de eerste klas, maar ik kan me echt niets positiefs over haar herinneren. Ik weet nog dat ze me ooit heeft betrapt op afkijken, toen ik niet meer wist hoeveel 6 + 6 was. Ze werd zo boos op me, dat ik het liefste onder mijn tafel was weggekropen. Verder weet ik niets meer over haar.

Ik heb ook leraren gehad waarvan ik de naam ben vergeten en geen flauw idee heb of, en wat, ik van hen geleerd heb. Maar dat geeft niet. Ik weet zeker dat zij voor anderen hun eigen verschil hebben gemaakt.

Welk nut heb jij voor jouw leerlingen?
Welk verschil maak jij?

Zet jouw reactie in het commentaarveld en je ontvangt een SterkeSchool-kalender 2016 via de mail.

En ze praten maar door…

En ze praten maar door…

Ik hoor vaak van (startende) leraren dat ze soms een klas hebben die niet meer stopt met praten. Ze praten maar door. Soms zijn het een of twee leerlingen die hun mond niet kunnen houden, en in de tijd dat jij die leerlingen bestraffend (?) toespreekt, beginnen andere leerlingen hun eigen conversatie. En als je die eindelijk stil hebt, zijn er andere leerlingen weer begonnen met praten. Het kost je zoveel energie. En tijd. En het verpest (meestal) de sfeer in de klas.

Herken je dat?

Allereerst is het van belang om na te gaan waarom ze maar blijven praten. De volgende vragen kunnen je daarbij helpen:

* Praten ze omdat ze het gezellig vinden in de klas? Omdat de sfeer goed is en ze het idee hebben dat er “een doorlopend theekransje” plaatsvindt?

* Praten ze om jouw les te verstoren? Om je te pesten? Om te kijken waar jouw grens ligt? Omdat ze willen weten wanneer jij “uit je vel springt”?
Of omdat de sfeer zo negatief is (geworden) dat ze niet (meer) anders kunnen?

* Praten ze omdát ze niet anders kunnen? Omdat ze “geprogrammeerd zijn” om meteen verbaal te reageren op alles wat er gebeurt in de klas? Meestal betreft dit een of twee leerlingen waar de rest van de klas ook last van heeft.

Waarschijnlijk weet jij zelf het antwoord op deze vragen. Maar welke van de drie redenen het ook is, in alle gevallen heb jij een probleem dat je wilt en kunt oplossen.

Ben je bang dat dit teveel tijd kost?
Ga voor jezelf na of je de investering in tijd en energie over hebt om de situatie zo te krijgen zoals jij wilt.

Als je blijft doen wat je deed, dan blijft het zoals het is.

Ik zet (per antwoord) wat handvatten op een rij die jou kunnen helpen om het tij te keren.

* Praten uit gezelligheid.
Meestal is dat een hele sociale groep, die oprecht alles met elkaar deelt. Je kunt je probleem gewoon bij hen neerleggen, waarbij je hun behoefte aan sociale conversaties ook benoemt. Belangrijk is om goed uit te leggen op welke momenten en waarom je wilt dat iedereen zijn mond houdt. Deze momenten kun je met de leerlingen inventariseren. Je vraagt ook aan de leerlingen welke sanctie past bij het overtreden van de regel “je ben stil op deze X momenten”. Jij kiest uit de sancties van de leerlingen die sanctie die jij passend vindt.

Daarnaast geef je ook ruimte aan hun behoefte door meer samenwerkopdrachten te geven en misschien zelfs (aan het begin- en/ of aan het eind van de les) “praatpauzes” van vijf minuten in te plannen.

* Praten om jou te pesten.
In dit geval zal je opnieuw moeten beginnen met de groepsvorming. Deze groep heeft een negatieve houding naar jou toe en die zal je moeten doorbreken. Hier moet je echt veel tijd en energie in investeren en het werkt pas echt goed als je ouders en je eventuele duo-partner (of een collega) hierbij betrekt. Voor een betere sfeer in de groep is een goed stappenplan onontbeerlijk:

1. Je gaat met je duo-partner om de tafel zitten en je maakt duidelijk dat je het voortaan anders wilt (en hoe dan). Je vraagt de hulp van je duo-partner (of collega). Zeker als je deze klas maar een of twee dagen per week hebt, gaat het zonder zijn of haar steun niet lukken. Jullie maken samen een plan. Breng het hele team op de hoogte. Betrek je leidinggevende erbij.

2. Jullie sturen (samen) naar alle ouders een e-mail om ze te vertellen dat jullie je zorgen maken over de groep en dat jullie de komende weken de sfeer in de groep “positiever gaan maken”. Omdat dan ook de leerprestaties sterk zullen verbeteren. En dat jullie daarbij de steun en hulp van de ouders nodig hebben. Vraag ouders ook vooral om hun eigen tips, ideeën en aanvullingen. Nog beter is om ook nog een extra ouderavond te organiseren waarbij jullie je mail mondeling toelichten en (nog eens) om de mening van de ouders vragen.

3. Jullie vertellen de leerlingen dat het zo niet langer kan (en waarom) en dat jullie de komende weken iedere dag aandacht gaan besteden aan groepsvorming.

4. Je begint met een groepsgesprek over normen en waarden in de klas. Jij vertelt wat je van de leerlingen verwacht en je vraagt aan de leerlingen wat ze van hun klasgenoten verwachten in jouw les. Je geeft alleen die leerlingen de beurt waarvan je weet dat zij een positieve insteek hebben. Zo zet je een positieve norm. Zo hoef je alleen steeds te herhalen en te bevestigen. De hieruit ontstane regels (waarden) zet je op het bord en hang je ook op in de klas.

5. Iedere dag doe je met de klas een activiteit waarbij deze waarden “getest worden”. Ook in de lessen komt je er steeds op terug. Je beloont goed gedrag. Je evalueert met de leerlingen.

6. Het kan wat weken duren, maar alle leerlingen zullen zich uiteindelijk neerleggen bij de nieuwe normen en waarden. Met de leerlingen die dit echt niet kunnen (als dat voorkomt), maak je een aparte afspraak. (Zie volgende…)

7. Houd en breng de ouders & collega’s steeds op de hoogte van de voortgang van het proces. Vraag hulp zodra je dat nodig vindt. Gebruik je duo-partner (of collega) als klankbord.

* Praten omdat ze niet anders kunnen.
Dit betreft meestal een leerling of een kleine groep. Met deze leerlingen maak je een aparte afspraak voor een gesprek, waarin je vraagt wat deze leerling nodig heeft om zich zo te gedragen zoals jij wilt. Doe dat per leerling individueel, nooit als groep bij elkaar.

Stel jouw grenzen hierbij heel duidelijk. Als een leerling bijvoorbeeld zegt: “Ik heb nodig dat jij weg gaat”, is dat (helaas voor die leerling) een onacceptabel antwoord, want jij gaat niet weg. Dat zeg je dus ook. En je stelt de vraag opnieuw.
Als een leerling zegt: “Ik weet het niet”, dan zegt jij: “En hoe ziet het er dan uit als je het wel zou weten?” Of: “Hoe doe je dat dan bij meneer X?” Soms zijn dit lange gesprekken, omdat je soms lang moet wachten op een antwoord wat voor jullie allebei acceptabel is.

Je eindigt altijd met een afspraak (een deal!). Laat de leerling zelf een sanctie bedenken in geval van overtreding.

* In alle gevallen:
Laat alle leerlingen (bijvoorbeeld door hand-opsteken) zich aan deze nieuwe afspraken committeren. Zo kan er nooit discussie ontstaan.

Van belang is natuurlijk dat je jezelf en de leerlingen hier heel consequent aan houdt. Grijp meteen in zodra het anders gaat dan jullie hebben afgesproken.

Ik hoor graag van jullie nog meer tips en trucs!
Zet ze in het commentaarveld.

Functioneringsgesprek? Ga ervoor!

Functioneringsgesprek? Ga ervoor!

Op de meeste scholen worden functioneringsgesprekken gevoerd. Op alle scholen wordt dat anders geregeld.
Een functioneringsgesprek heeft een andere functie dan een beoordelingsgesprek. Het is zaak om daar alert op te zijn.

Op de site van de AOB staat het als volgt omschreven:

Ken het doel van een functioneringsgesprek

Er bestaat veel onduidelijkheid over het verschil tussen een functioneringsgesprek en een beoordelingsgesprek. Beide gesprekken zijn onderdeel zijn van een cyclus en vinden jaarlijks plaats, maar het doel is anders. Een functioneringsgesprek is een gestructureerd tweerichtingsverkeer-gesprek tussen jou en je leidinggevende. Jullie bespreken de huidige werkpraktijk om knelpunten op te sporen. Voor de geconstateerde problemen bedenk je samen oplossingen en daarover maak je afspraken. Het functioneringsgesprek is dus toekomstgericht. De verbetering staat centraal.

Soms krijg je van te voren een formulier met vragen, of een lijstje met onderwerpen.
Soms is er van te voren een klassenbezoek waar je wordt geobserveerd.
Soms krijg je alleen een datum en een tijd door en moet je maar afwachten wat de onderwerpen zullen zijn.

Soms is degene waar je het gesprek mee hebt ook degene die jou (als je starter of invaller bent) begeleidt. Dat is eigenlijk geen goede zaak; jullie hebben dan allebei twee petten op. In dat geval zou je kunnen vragen of je je functioneringsgesprek met iemand anders mag hebben.

In alle gevallen: ga ervoor!

Of je nu invaller bent of vaste kracht, de volgende tips kunnen je helpen.

* Maak van te voren twee lijstjes. Een met dingen die je heel erg leuk vindt in je werk en een met zaken waar je niet blij mee bent. Als je tweede lijstje langer is dan het eerste, zal je je moeten afvragen of je hier wel wilt blijven werken. De uitkomst daarvan is van invloed op het gesprek dat je hebt.

* De dingen die je leuk vindt, kan je allemaal noemen. Doe dat met enthousiasme!

* De zaken die je niet leuk vindt, kun je omzetten in “wensen”. Tijdens je gesprek vraag je dan of er mogelijkheden zijn om die wensen te vervullen. Zo zorg je voor een positieve insteek.

* Spreek vanuit jezelf en niet over, of namens anderen.

* Je mag je kwetsbaar opstellen, zolang je er een leerdoel aan koppelt. Zo laat je zien dat je je bewust bent van je tekortkomingen, maar dat je er aan werkt.

* Alles waar je goed in bent, mag je ook zeker benoemen. Geef daar voorbeelden bij.

* Vraag of je zelf het verslag mag maken. Je maakt dan alleen een lijst met actiepunten en de data waarop deze actiepunten  (en door wie) uitgevoerd moeten zijn. Een uitgebreid verslag schrijven is zonde van je tijd!

Heb jij ook nog goede tips?
Zet ze in het commentaarveld!

Hoera! Daar is de invaller!

Hoera! Daar is de invaller!

Ik heb meer dan tien jaar ingevallen op heel veel verschillende scholen. Meer dan 10 jaar, omdat er in de tijd dat ik mijn Pabo-diploma kreeg, er geen werk was. Zelfs niet voor mannen. Mijn mannelijke klasgenoten vertrokken allemaal de ICT in, dat was toen een geweldig ontwikkelgebied.

In die tien jaar heb ik heel veel geleerd en ben ik door schade en schande wijzer geworden.

Soms had ik weken achtereen geen werk.
Soms werkte ik een half jaar op dezelfde school.
Soms zag ik in een week zes verschillende scholen.

In de meeste gevallen lag alles klaar met een keurig overzicht van de dag.
Een enkele keer lag er helemaal niets.
En heel soms probeerden de leerlingen me weg te pesten.
Dat lukte ze trouwens nooit…

De arbeidsmarkt is wisselend op dit moment en de werkdruk is enorm. Er is dus veel ziekte en dat betekent dat er veel werk is voor invallers.

En ja: een invaller krijgt de vakanties vaak niet doorbetaald. Soms worden ze tijdelijk op non-actief gezet zodat er geen vast contract gegeven hoeft te worden. Misbruik alom, dat is duidelijk.

Maar invallen kan echt heel leuk zijn en het is in ieder geval heel erg leerzaam.

Hetty op Ameland heeft hele leuke cursussen en een handboek voor invallers.
Ik organiseer zeer regelmatig een workshopmiddag voor invallers basisonderwijs: Invallen met Energie.
Op Sterke Aap vind je een online les “Invallen in het basisonderwijs”.

Maar voor nu alvast: 11 tips voor invallers in het primair onderwijs.

Werk jij als invaller in het VO of MBO? Wil jij dan jouw tips delen in het commentaarveld hieronder? Dan kan ik daar binnenkort ook een blog aan wijden!

1. Zorg dat je er netjes uitziet!
2. Geef iedereen een hand. Collega’s, OOP, leerlingen en ouders.
3. Neem een invalkoffer mee met lessen en activiteiten.
4. Houdt een logboek bij per school/ klas met dingen die je moet onthouden voor de volgende keer dat je daar komt.
5. Sta op twee benen, drink genoeg en maak lol.
6. Neem je eigen regels mee (letterlijk) en houd je leerlingen daar aan.
7. Maak met de leerlingen leuke naamstickers.
8. Houd een kahoot-quiz over jezelf.
9. Neem een beker met ijslollystokjes mee, zet daar de namen op en trek namen om beurten te geven.
10. Kijk alles meteen na afloop van de les samen met de leerlingen na. Dan weet je meteen hoe je les is gegaan en je hoeft niet na schooltijd na te kijken.
11. Zorg voor een hele leuke activiteit aan het einde van de dag, zodat iedereen vrolijk naar huis gaat. Jij vooral!