Geen gedonder op het schoolplein

Geen gedonder op het schoolplein

Op de meeste scholen wordt er in de pauzes lekker gespeeld. Leerlingen rennen over het plein, doen spelletjes of hangen heerlijk rond.

Op sommige scholen is het iedere keer weer raak. Ruzies en vechtpartijen. Kinderen die niet mee mogen doen van andere kinderen. Ballen die te hard geschoten worden. Spullen die afgepakt worden. Geschreeuw en gehuil. De pleinwacht heeft het er dan erg druk mee…

Er zijn veel programma’s op de markt die leerlingen kunnen leren hoe ze beter met elkaar kunnen omgaan. Meestal zijn dit programma’s die uitgevoerd worden in de klas. De transitie naar het schoolplein (laat staan naar “na schooltijd”) wordt niet door alle leerlingen gemaakt.

Er zijn ook trainingen waarbij leerlingen geleerd wordt om als (peer)mediator op te treden tijdens conflicten op het plein. Ze zijn vaak herkenbaar aan hesjes of T-shirts en doordat ze hebben geleerd hoe ze om kunnen gaan met conflicten, is het veel leuker op het plein dan daarvoor.

Maar stel nou dat het opleiden van leerlingen tot mediator schoolbreed geen optie is? Wat kan je dan doen als leraar? Heel veel! Ik heb een “opleidingsplan in 9 stappen” gemaakt dat jou kan helpen!

Het maakt echt niet uit hoe oud jouw leerlingen zijn. Deze aanpak werkt zowel bij 4- als bij 16-jarigen; alleen je taalgebruik pas je aan).
Je kunt met jouw (mentor)klas het goede voorbeeld geven en je eigen “mediators” opleiden. Hoe zou je dat kunnen doen?

Een opleidingsplan in 9 stappen (je zou hier een maand over kunnen doen):

1. Je vertelt dat jouw doel van de komende maand is dat men zich “positief gedraagt” op het plein (gang, onderweg naar de gymzaal, na schooltijd, enzovoort).

2. Je vraagt aan de leerlingen hoe zij willen dat men buiten de klas (op de gang, op het plein en na schooltijd) met elkaar omgaat.
a. De leerlingen die positief gedrag benoemen, versterk je.
b. De leerlingen die negatief gedrag benoemen, negeer je.

3. Uit alle inzendingen destilleer je 3 tot 5 (positief geformuleerde) regels. Deze schrijf je op het bord. Je laat twee vrijwilligers deze regels over nemen op een groot vel papier en je hangt het papier in het lokaal.

4. Je vraagt aan de leerlingen hoe het mogelijk wordt dat iedereen (in deze klas) zich aan deze regels gaat houden. Benadruk dat het niet voor alle leerlingen even makkelijk is, maar dat iedereen het kan leren.

a. Het noemen van consequenties wuif je niet weg; je vertelt dat dit op een later moment aan de orde komt.

b. Alle suggesties die in de richting van “helpen door….” wijzen, beaam je en noteer je.

c. Je mag sturen in de richting van mediation. Als jullie ergens anders uit komen, dan is dat ook prima.

5. Je verzamelt alle suggesties. Je gaat alle suggesties met de leerlingen uitproberen. Dan kan met rollenspelen, het liefst buiten de klas. Per keer probeer je een suggestie en je bespreekt het rollenspel meteen na: Wat werkte wel en wat werkte niet?

6. Zodra jullie als groep iets hebben gevonden wat werkt, dan wordt de werkwijze (in een paar stappen) op een groot papier gezet en opgehangen.

7. Je vraagt wat een goede consequentie zou kunnen zijn voor het je niet houden aan deze werkwijze. Zijn er ook uitzonderingen mogelijk? Welke leerlingen hebben extra hulp nodig om geen consequenties op hun dak te hoeven krijgen? Hoe ziet die hulp eruit? En hoeveel waarschuwingen mogen gegeven worden? En door wie? Jij kiest de consequentie. Je zet de afspraak hierover op een kleiner papier en hangt het op naast de andere poster.

8. Iedere leerling committeert zich aan de consequenties en de werkwijze, door handopsteking (of iets anders).

9. Je evalueert dagelijks kort en past aan zodra dat nodig is.

Ik wens je veel plezier en succes!

Moet ik lid worden van een vakbond?

Moet ik lid worden van een vakbond?

Goede vraag! Ik zet alles even op een rijtje.

1. Wat doet een vakbond?

Een vakbond is er om de rechten van werknemers te beschermen. Zolang jouw rechten niet geschonden worden, hoef je eigenlijk geen lid te zijn van een vakbond.
Maar… op het moment dat jouw rechten geschonden worden (arbeidsconflict!) en je bent géén lid van een vakbond, dan heb je een heel groot probleem. Je staat er dan alleen voor en dan moet je een dure advocaat in de arm nemen. Als je wel lid bent, dan helpt de vakbond je.
Kort door de bocht is een lidmaatschap bij een vakbond vooral een zeer goede rechtsbijstandsverzekering als je in het onderwijs werkt en een arbeidsconflict krijgt. Je krijgt dan een goede advocaat toegewezen die alles voor je doet wat nodig is om goed uit het conflict te komen.

Als er een staking is (georganiseerd door de vakbond), dan krijg je geen salaris, maar dan krijg je een vergoeding uit de stakingskas van de vakbond.

De vakbond onderhandelt voor jou met werkgevers over de cao. Hierbij behartigen ze ook jouw belangen. Mensen die in (vaste dienst) in het onderwijs werken, hebben te maken met twee zeer actieve bonden (CNV & AOB) en wij hebben daardoor een van de beste cao’s in Nederland. Onderwijspersoneel kan niet makkelijk ontslagen worden; dat hebben we aan de vakbonden te danken.

Als werknemer (al dan niet in vaste dienst) hoor je jouw rechten en plichten te kennen en dus ook je cao (net als ons burgerlijk wetboek). Maar helaas… dergelijke wetten en regels zijn moeilijker te begrijpen dan we eigenlijk willen en ze echt doorgronden is een taaie klus.
Als er iets op school verandert (pauzes, werktijden, taakverdeling, enzovoort), heb je meestal geen zin om de hele cao door te nemen. Dan bel je naar de bond en je stelt je vraag. Dan weet je meteen waar je aan toe bent. Ze kunnen je dan ook helpen als er problemen ontstaan op school.

De vakbonden hebben hun eigen tijdschrift, waar veel informatie in staat waar je echt iets aan hebt. Tenminste, dat vind ik. Het is van een veel hoger niveau dan, laten we zeggen, de autokampioen.

Als lid heb je recht op allerlei hulpdiensten. Korting op (collectieve) verzekeringen, gratis hulp bij aangifte inkomstenbelasting, leuke boeken, cursussen, scholingen en nog veel meer.

2. Welke vakbonden zijn er en wat zijn de verschillen?

AOB: de Algemene Onderwijsbond.
Deze staat bekend als “openbaar” en is de grootste onderwijsvakbond. Is altijd als eerste op de hoogte en heeft goede rechtsbijstand.
Bij de AOB is ook de Groene Golf; speciaal opgericht voor startende leraren.

CNV-onderwijs: de Christelijke Onderwijsbond.
Ook heel groot en met goede rechtsbijstand. Verschilt niet veel van de AOB, behalve dat er van oudsher een Christelijke inslag is.
CNV heeft aparte trainingen voor invallers en veel extra informatie voor startende leraren.

De laatste tijd zijn er wat vakbonden bijgekomen die vinden dat bovenstaande “oude bonden” niet goed (meer) de belangen van leraren behartigen.

AVV; van Beter Onderwijs Nederland.
Zij willen de belangen van leraren écht gaan behartigen, maar zij hebben geen rechtsbijstand in geval van een arbeidsconflict.

LIA; Leraren in Actie.
Alleen voor leraren in het Voortgezet Onderwijs.
Ook zij zijn ontstaan uit onvrede met de huidige grote vakbonden.
Met rechtshulp (wel aan criteria gebonden) en enkele scholingen, maar niet zo uitgebreid als van de grote bonden.

FOV; Vereniging van Onderwijs Vakbonden.
Blijkbaar praten zij ook al jaren mee over de cao en ze bieden scholing op het gebied van MR. Verder lijkt het een erg handige site, want al het officiële onderwijsnieuws staat er meteen op, evenals alle cao’s en de aanvullingen daarop.

3. Waarom zou ik lid worden van een vakbond?

Ook al denk je van niet, er is altijd een kans dat je in een arbeidsconflict terecht komt:
Omdat je tussen wal en schip valt bij een nieuwe cao.
Omdat de nieuwe leidinggevende en jij elkaar niet liggen.
Omdat je moet samenwerken met een collega en dat werkt echt niet. Omdat het nieuwe bestuur heeft besloten dat je er zomaar uit of naar een andere school moet.
Als je dan niet lid bent van een vakbond, dan baal je echt. En het onderwijs-arbeidsrecht is dermate anders dan andere arbeidsrechten, dat een gewone advocaat minder voor je kan doen dan een van de vakbond.

Omdat je het heerlijk vindt om regelmatig een tijdschrift te krijgen met nieuws over rechten en plichten in het onderwijs en ook wel wat andere zaken.

Omdat je gratis of voor een klein bedrag scholing kunt krijgen.

Omdat een telefoontje genoeg is om er achter te komen of jouw bestuur of directeur zomaar ***** mag doen.

Je krijgt betaald op de eerstvolgende echte stakingsdag.

Je mag een gedeelte van de lidmaatschapskosten aftrekken van de belasting.

En… als je nog op de opleiding zit, betaal je niets of een piepklein beetje.

4. En waarom zou ik geen lid worden?

Ook een arbeidsconflict overleef je. Je zoekt ergens anders een leuke baan en laat ze hun flauwekul houden. Je hoeft niet altijd genoegdoening te halen.

Een lidmaatschap kost geld.

Er zijn voldoende andere collectieve verzekeringen, leuke boeken en leerzame scholingen in de aanbieding.

Je werkt via een uitzendbureau of detachering. Dan val je onder een andere cao.

5. Welke vakbond zal ik kiezen?

Kies op je gevoel.
Bekijk alle sites en neem degene die bij jou past.

En je kunt natuurlijk lid worden van twee vakbonden. Dan wordt je lid van AOB of CNV voor de zekerheid en kies je daarnaast AVV of LIA omdat jij ook wilt dat er iets gaat veranderen.
En als je een speciaal vak geeft (gym, muziek of je bent IB-er) dan word je natuurlijk (ook) lid van de FOV.

Die laatste site zet je in ieder geval bij je favorieten. Erg handig.

6. Ik heb geen vaste aanstelling. Is het dan een extra goed idee om lid te worden?

Moeilijke vraag. Ik kan geen ja of nee antwoorden.

De huidige flexwet is een heel groot probleem voor invallers. De bond kan je niet beschermen tegen een bestuur dat jou drie maanden op non-actief zet om je niet in vaste dienst te hoeven nemen.

Gelukkig zijn er steeds meer besturen die flexpools organiseren of detacheringsbureaus in de arm nemen. Als je in een flexpool werkt die onder een bestuur valt, dan val je onder de onderwijs-cao. Dan is het wel handig om lid te worden.

Als je steeds losse dagen invalt bij verschillende besturen, dan zou ik het even aankijken. Lid worden kan altijd nog als je ergens wat vaster zit.

Als je een hele lange tijd (lees: maanden) invalt op een school, kan het wel handig zijn om lid te worden.

Als je voor een detacheringsbureau werkt, dan val je niet onder de onderwijs-cao en heeft een lidmaatschap weinig zin. Behalve natuurlijk als je wel op de hoogte wilt zijn en blijven.

Nou ja, tot zover een hele lange blog over het wel en wee in vakbondsland :-)

Heb jij nog aanvullingen? Zet ze in het commentaarveld.

Los eens een conflict op

Los eens een conflict op

Heb jij ook wel eens een conflict? Met je collega, een duo-partner, een ouder, een leerling of je leidinggevende? Of met jezelf?

Het hoeft geen groot conflict te zijn. Misschien is het gewoon een dingetje dat je dwars zit. Een verschil van mening. Een andere werkwijze. Een andere zienswijze.

Het kan natuurlijk ook een echte ruzie zijn. Een groot probleem.

Het kan heel verhelderend zijn om er eens op een andere manier naar te kijken. Ik heb mij weer eens verdiept in diverse methodes en technieken en ik heb de omkeringen van Byron Katie gekozen als uitgangspunt.

Het resultaat is het volgende stappenplan:

1. Zet het conflict op papier in één zin.
Jij en degene met wie je een conflict hebt moeten beiden in de zin staan.

Bijvoorbeeld: X snapt niet dat ik gelijk heb.
Of: Ik weet niet waarom ik steeds te laat kom.
Of: Waarom luisteren de ouders van Y niet naar mij?

2. Lees de zin hardop aan jezelf voor.

3. Stel jezelf de vraag: Ik denk dat. En is het echt waar?
Het antwoord is ja of nee. Geen maren, ennen of misschienen…

4. Dan draai je de zin om.

Bijvoorbeeld: Ik snap niet dat X gelijk heeft.
Of: Ik weet wel waarom ik steeds te laat kom.
Of: Waarom luister ik niet naar de ouders van Y?

5. Lees ook die zin hardop aan jezelf voor.

6. Stel jezelf de vraag: Kan dat ook waar zijn?

7. Zeg niet meteen nee. Denk er eerst eens verder over na.
Je kunt alles wat in je opkomt ook opschrijven, of tekenen, of aan iemand anders vertellen.

8. Daarna laat je het rusten. Je zult merken dat je een volgende keer op een andere manier met diegene omgaat. Signaleer dat.

9. Je kunt deze methode ook gebruiken om conflicten tussen leerlingen op te lossen.

10. Succes!

Hoeveel werk kan jij aan?

Hoeveel werk kan jij aan?

Iedereen heeft het erover: Werkdruk in het onderwijs.
Teveel taken.
Te druk.
Teveel te doen.

Afgelopen week kreeg ik het weer te horen:

“O, kom je een workshop geven? Ja, leuk. Maar eigenlijk heb ik daar helemaal geen tijd voor. Ik heb teveel te doen. Ik moet nog 4 x 25 proefwerken nakijken, rapporten invullen (want morgen hebben we rapportvergadering) en alles in magister zetten en mijn lokaal is ook niet opgeruimd. En ik moet ook nog voorbereiden voor morgen, maar ik denk dat ik dat niet ga doen.”

Weten we nog wel wat belangrijk is in het onderwijs?
Waar het om gaat?
Waarom we iedere dag opnieuw dat lokaal instappen?

En waarom hebben we het eigenlijk zo druk?

Zijn we te perfectionistisch?
Doen we steeds braaf wat anderen ons zeggen te doen?
Willen we iedereen altijd blij maken en vergeten we onszelf?
Of doen we de verkeerde dingen op het verkeerde moment?

Ik weet het niet. Maar dit weet ik wel:

Als je veel te doen hebt zijn er twee mogelijkheden:
1. Je vind het heerlijk en je gedijt onder de spanning die het vele werk met zich meebrengt.
2. Je wilt alles goed doen, maar je slaapt slecht en wordt kribbig omdat je niet alles goed kunt doen.

In het eerste geval: houden zo!
In het tweede geval: STOP!

1. Pak een pen en papier.
2. Ga zitten.
3. Maak een lijstje van alles wat je nog moet doen (tussen nu en de komende drie maanden).
4. En vul al je “to do’s” op het schema van belang in:

eisenhower-model

En zorg ervoor dat het blok linksboven altijd LEEG is :-)!