Een ei hoort erbij…

Een ei hoort erbij…

Waarom vieren wij eigenlijk Pasen?
Waarom zijn we een paar dagen vrij?

Ken je de betekenis van de namen van de dagen?
(Aswoensdag, witte donderdag, goede vrijdag, stille zaterdag…)

En wat heeft carnaval met Pasen te maken? En Hemelvaart? En Pinksteren?

Heb je dat wel eens aan je leerlingen gevraagd?
En weet je het zelf????

En weet je deze? Waarom is het in Griekenland pas op 1 mei Pasen?

Ik kan natuurlijk het hele verhaal overtypen (met bronvermelding), maar ik heb een dagje vrij :-)

Dus…
Een ei is geen ei

images

 

 

 

 

Twee ei is een half ei

images

 

 

 

 

Drie ei is een paasei
download

 

 

 

 

 

Vrolijk Pasen!

Geluk in het Onderwijs: zeven voorwaarden!

Geluk in het Onderwijs: zeven voorwaarden!

Vandaag, 20 maart, is de internationale dag van het geluk.
Wat is geluk voor jou?
Wat is geluk voor jouw leerlingen?
Hebben ze pas geluk als ze een dagje vrij zijn?
Ben jij pas gelukkig als het vakantie is?

Hoe kan je geluk creëren in de klas, mét je leerlingen, op zo’n manier dat jouw leerlingen ook gelukkig zijn?

Kan je wel geluk creëren? Impliceert “geluk hebben” niet dat het om een toevalstreffer gaat?

Als het om een loterij gaat: ja! Dat is een toevalstreffer.
Maar een geluksgevoel kan je creëren daar waar jij wilt, dus ook in je klas. Jij kunt de voorwaarden scheppen die nodig zijn.

Wat zijn de voorwaarden?

1. Iedereen is met plezier aan het werk.

2. De temperatuur in het lokaal is perfect en er is meer dan voldoende frisse lucht.

3. Er klinkt prettige muziek, die zowel focus als ontspanning stimuleren.

4. Zo nu en dan wordt er gelachen en gepraat, op ontspannen en prettige toon.

5. Iedereen is met zichzelf bezig en niet met anderen.

6. Buiten schijnt de zon, of er is anderszins “rust in de natuur of het weer”.

7. Er is positief contact tussen iedereen; men voelt een verbinding met elkaar.

Wanneer ben jij gelukkig? Deel het in het commentaarveld!

Zeven energizers met een touw in de klas

Zeven energizers met een touw in de klas

Eigenlijk zou iedereen een (lang) touw in de klas moeten hebben. Niet om de leerlingen vast te binden, maar omdat een touw allerlei geweldige mogelijkheden heeft om in te zetten als werkvorm voor allerlei vakken.
En dan heb ik het zowel over sociaal emotionele ontwikkeling als over leervakken.

Ik zet er 7 neer, die je natuurlijk op allerlei manieren kunt aanpassen voor jouw leeftijdsgroep en voor het vak dat jij geeft.

1. Over de streep.
Je legt het touw in de lengte neer en vraagt de leerlingen aan een kant te gaan staan. Vervolgens geef je verschillende opdrachten, eventueel oplopend in “kwetsbaar durven opstellen”. Bijvoorbeeld van: “Als jij met losse handen durft te fietsen, dan stap je over de streep.” tot “Als jij een pestkop durft aan te spreken op zijn gedrag, dan stap je over de streep.”

2. Voorzetsels.
Je legt het touw in de lengte neer en vraagt de leerlingen aan een kant te gaan staan. Vervolgens geef je opdrachten: Ga staan (zitten, op een been enzovoort) -onder-op-naast-links van-rechts van-voor-en ga zo maar door- het touw.

3. Contact.
Je zit voor de klas en jij hebt de twee uiteinden van het touw in je handen. Het einde van de lus is bij een willekeurige leerling. Je geeft de klas de opdracht om ervoor te zorgen dat iedereen het touw met een hand vast heeft. Complicerende factoren zijn dat niemand van zijn plaats af mag (ook niet van zijn stoel) en dat het touw nergens mag kruisen. Ook mag er bij deze opdracht alleen stilzwijgend gecommuniceerd worden. Je maakt het moeilijker als je de opdracht geeft dat het touw bij iedereen op een vlakke hand moeten liggen; vastpakken mag dan niet.

4. Knoop.
Dit is het leukst met verschillende touwen (of nog moeilijker: wol). Je maakt net zoveel groepen als er touwen zijn. Alle touwen zijn enorm in de knoop en de opdracht is om met jouw groep het touw zo snel mogelijk te ontknopen. Je kunt dit met of zonder praten laten doen en je kunt er ook een wedstrijdelement in stoppen. Een leuke vervolgopdracht is om de groep het touw weer in de knoop te laten maken en weer door te laten geven aan een andere groep…

5. Vormen.
De leerlingen staan in een kring, het touw ligt (al dan niet in de knoop) in het midden. Vervolgens geef je de opdracht dat de hele groep binnen  (bijvoorbeeld) 10 seconden vormen moet maken met het touw: vierkant, cirkel, piramide, kubus, driehoek, parabool, enzovoort. Ook dit kan met en zonder overleg. Het wordt heel interessant als je (heel serieus) vormen gaat noemen die niet bestaan, maar wel een echte vorm lijken: “sommametrum”, of “vierkante grammo”.

6. De loop.
Speciaal voor aardrijkskundelessen: het touw vormt de loop van de rivier en de leerlingen beelden uit wat er met de rivier gebeurt. Hiermee kunnen termen als “meanderen”, “erosie”, “slibben”, enzovoort geoefend worden.

7. Kijken en meten.
Je legt het touw in de lengte neer en vraagt de leerlingen op het touw te gaan staan. Vervolgens geef je verschillende opdrachten waarbij de leerlingen op volgorde moeten gaan staan. Van groot naar klein, van dik naar dun, op schoenmaat, haarkleur, kleding, leeftijd, wonend op afstand van school, enzovoort. Hoe vager je de opdracht geeft, hoe meer ze moeten overleggen! Je kunt er met de stopwatch een tijdslimiet aan geven of een wedstrijd van maken door ze steeds sneller goed te laten staan.

Welke energizer voeg jij aan dit rijtje toe? Zet het in het commentaarveld!

Strategisch handelen bij vijandige leerlingen

Strategisch handelen bij vijandige leerlingen

Een vijandige leerling in je klas heeft impact op de hele groep, en vooral op jouzelf.

Het zijn leerlingen die snel ruzie hebben, moeite hebben om ruzies op te lossen en het moeilijk vinden om hun “ongelijk” toe te geven; zij blijven makkelijk hangen in het vijandige gedrag.

Welk gedrag laten deze leerlingen zien?

* ze laten direct en intens vijandig gedrag zien
* ze zijn moeilijk onder controle te houden
* ze intimideren
* ze slaan, duwen en (zetten aan tot) vechten
* ze beschadigen eigendommen
* ze zijn opstandig
* ze zijn snel kwaad
* ze liegen
* ze stelen

Er zijn strategieën die jou kunnen helpen om dergelijk gedrag de baas te worden. Probeer ze uit en noteer welke strategieën werken bij welke leerling.

Het volgende blijkt effectief:

* bouw een persoonlijke band op met de leerling door:
– bij binnenkomst en afscheid te groeten
– te praten over leuke dingen (hobby’s)
– ongevraagd positieve aandacht te geven
– herhaaldelijk succesmogelijkheden uit te spreken
– veel complimenten te geven

* confronteer de leerling met het effectief van het eigen gedrag; laat hem daarvoor verantwoordelijkheid nemen (= uitspreken)
* zoek samen uit welke coping-mechanismen helpen om beter met woede om te gaan (afleiden, time-out, tot 10 tellen, blokje om, schelden tegen een muur, ed.)

* wijs de leerling terecht zonder zelf emotionele betrokkenheid te tonen

* beschrijf samen wat de logische gevolgen zijn van de acties van de leerling (zonder terechtwijzing)

* registreer alle incidenten met data en gevolg en confronteer de leerling daar regelmatig mee

* spreek duidelijke consequenties/ strafmaatregelen af (samen!)

* hanteer de regels heel consequent en zonder discussie

* keur het gedrag af, en niet de persoon

* maak altijd werk van het agressieve gedrag

* blijf zelf rustig

* neem de slachtoffers in bescherming

* geef de leerling verantwoordelijkheden en taken

Succes !