Rechten en plichten uit de CAO (met dank aan de CNV)

Ik krijg regelmatig vragen van starters over hun rechten en plichten.
De CNV heeft ze keurig op een rijtje gezet op hun site.
Ik heb ze hier (integraal) overgenomen!

RECHTEN EN PLICHTEN UIT DE CAO

PRIMAIR ONDERWIJS

In de cao van het primair onderwijs staan de volgende afspraken rondom professionalisering van de medewerkers:
– Basisbudget duurzame inzetbaarheid
Iedere werknemer heeft recht op 40 uur basisbudget duurzame inzetbaarheid. Voor deeltijders geldt deze 40 uur naar rato van de werktijdfactor. Na overleg met de werkgever kun je de uren inzetten voor: peerreview, studieverlof, coaching, niet plaats- en/of tijdgebonden werkzaamheden, oriëntatie op de arbeidsmarkt en andere doelen die bijdragen aan je duurzame inzetbaarheid, mits de werkgever daarmee instemt. In overleg met de werkgever is het mogelijk de uren geheel of gedeeltelijk te sparen. Dit kan maximaal 3 jaar.

– Bijzonder budget startende leraren
Het bijzonder duurzaamheidbudget voor startende leraren bedraagt 40 uur per jaar. De deeltijder krijgt dit aantal uren naar rato van de werktijdfactor. Onder startende leraar wordt verstaan:
• In het regulier basisonderwijs de leraar in een salarisschaal LA 4/LB 4, of
• In het speciaal (basis)onderwijs de leraar in een salarisschaal LB 4/LC 4.
De uren kunnen worden ingezet voor het verlichten van de werkdruk, maar de uren kunnen ook worden besteed aan verdere professionalisering. Je bepaalt zelf na overleg met de leidinggevende waar je het meeste behoefte aan hebt en hoe je de uren wilt inzetten. Door het gebruik van deze uren is het de bedoeling dat je van startbekwame leerkracht, jezelf in drie jaar ontwikkelt tot een basisbekwame leerkracht.

– Individuele ontwikkeling
Iedere werknemer heeft het recht om 2 uur per week (deeltijders naar rato) te besteden aan zijn individuele ontwikkeling. Op schoolniveau is een bedrag van € 500,- beschikbaar per fte voor de individuele ontwikkeling van onderwijsgevend en onderwijsondersteunend personeel.

VOORTGEZET ONDERWIJS

– Persoonlijk basisbudget
Als werknemer in het voortgezet onderwijs krijg je een persoonlijk basisbudget van jaarlijks 50 klokuren, naar rato van de betrekkingsomvang. Startende leraren die al een lesreductie hebben, kunnen geen aanspraak maken op het budget van 50 klokuren. Het persoonlijk budget is op drie manieren in te zetten:
• Aanpassing van de werkzaamheden door een vermindering van de lestaak met één lesuur per week, bij een lesduur van 50 minuten. Je kunt ook kiezen voor vermindering van de overige taken. Inzet van het basisbudget leidt niet tot een vermindering van de jaartaak.
• Gebruikmaken van extra verlofmogelijkheden zoals een aanvulling op het ouderschapsverlof, extra zorgverlof, studieverlof en/of recuperatieverlof.
• De pensioenaanspraken te verhogen dan wel om een extra bijdrage in de kosten van kinderopvang te realiseren.
Je kunt de uren van het basisbudget gedurende vier jaar sparen tot maximaal 200 uur.

– Persoonlijk basisrecht
Als leraar heb je per schooljaar recht op 83 klokuren om in te zetten voor professionalisering en deskundigheidsbevordering. Dit basisrecht is een individueel minimumrecht, waarbij je zelf bepaalt hoe je dit inzet. Het basisrecht kan ook worden gebruikt voor door de werkgever opgedragen activiteiten, maar alleen als je daarmee instemt. Je dient het basisrecht te gebruiken in het jaar waarin het wordt toegekend. Doe je dit niet, dan vervalt het, tenzij daarover andere afspraken zijn gemaakt.

– Budget professionalisering
Je hebt per schooljaar recht op een bedrag van € 600,- dat je naar eigen behoefte en wens kunt inzetten voor alle vormen van professionalisering en deskundigheidsbevordering.

MIDDELBAAR BEROEPSONDERWIJS

De werkgever voert scholingsbeleid dat wordt weergegeven in een meerjarenscholingsplan. De werkgever stelt het scholingsbudget vast na overleg met de OR. De werknemer heeft recht op:
• Een jaarlijks loopbaangesprek
• Scholing die nodig is om de functie goed te kunnen uitoefenen
• Scholing die gericht is op het kunnen uitoefenen van een andere functie (in het kader van het loopbaanperspectief).

Even afgeleid? Geef een knipoog!

Even afgeleid? Geef een knipoog!

Er zijn leerlingen die nooit lijken op te letten.
Ze kijken uit het raam.
Ze hebben een spanningsboog van 30 seconden.
Ze hebben moeite om hun aandacht erbij te houden.
Ze zien alles wat er gebeurt (binnen en buiten de klas) maar lijken nooit naar jou te luisteren.
Ze hebben moeite om hun werk op tijd af te hebben.
Ze vinden het niet fijn als iets anders is dan normaal.

Hebben ze een motivatieprobleem? Vervelen ze zich?
Meestal is dat niet het probleem. Het probleem is dat ze gewoon heel erg snel zijn afgeleid.

En ja, jij als leraar kunt van alles doen om ze toch bij de les te betrekken:

* Heb geduld! Geef de leerling de tijd om de aandacht naar jou te verplaatsen.
* Zet de leerling vooraan bij de instructie, maar achteraan bij het zelfstandig (ver)werken.
* Maak regelmatig oogcontact; geef bijvoorbeeld een knipoog.
* Betrek de leerling actief bij de instructie; geef beurten, noem de naam, en spreek ook vooral met de leerling af dat (en waarom) je dat doet. Geef daarna wel de tijd om te antwoorden…
* Help met schematiseren, checklisten, aantekeningen, enzovoort.
* Controleer of de opdracht begrepen is.
* Leer de leerling het eigen werk controleren met een checklist.

Heb jij nog meer tips? Schrijf ze in het commentaarveld!

Saaie les? Dit is de oplossing!

Saaie les? Dit is de oplossing!

Mijn zoon van 16 heeft de afgelopen maanden geen lessen aardrijkskunde gehad. Dat vond ik nogal onhandig, omdat hij daar volgend jaar examen in moet doen. Mijn zoon echter vond het prima, want dat waren toch een aantal “chill-uren” en bovendien kon hij ook nog eens een ochtend uitslapen.
Maar goed, de school heeft nu eindelijk een invaller gevonden tot de zomervakantie. Ik blij, maar mijn zoon niet. Niet vanwege de chill-uren en het uitslapen, maar omdat er door de mentor was verteld “dat dit echt een hele goede leraar is, en ook nog eens jong”. De verwachtingen waren dus hooggespannen. Maar: “Mama, die man is zooo saaai…”
Na enig doorvragen kwam ik er achter wat deze leraar “zooo saaai” maakt:
* Hij kijkt de leerlingen niet aan. Hij kijkt alleen naar de PowerPointpresentatie op het bord en leest deze op monotone toon voor.
* Als iemand zijn vinger opsteekt om iets te vragen, reageert de leraar met “Ja, wat is er?”. Het voelt voor de leerlingen alsof zij hem storen in zijn monoloog.
* Aan het eind van zijn monoloog wijst hij op de laatste pagina van zijn presentatie. Daar staat standaard dat de leerlingen de PowerPointpresentatie en het huiswerk voor de volgende les kunnen vinden op de website van de school.
* Vervolgens gaat hij zitten, gaat de bel en de leerlingen vertrekken.
En weet je? Ik vind het ook saai, als ik het zo hoor. Volgens mij kan dit beter.

Daarom: 5 tips om je lessen minder saai te maken:
1. Maak contact met je leerlingen. Heb belangstelling, sta bij de deur, kijk ze aan, geef ze een hand, stel vragen, maak grapjes, reageer enthousiast en geduldig. En neem ook weer netjes afscheid na je les.
2. Vertel over jezelf. Het hoeft niet waar te zijn wat je vertelt! Zorg ervoor dat leerlingen zich in jou kunnen herkennen, zich met jou kunnen verbinden.
3. Laat leerlingen meedenken over de les. Stel vragen zoals:
• Wie van jullie heeft wel eens meegemaakt dat…?
• Wie van jullie herkent dit ook?
• Wie van jullie denkt dat het heel moeilijk is om…?
4. Laat de leerlingen zelf oplossingen bedenken (alleen, in duo’s of groepjes) voor de leervragen die je stelt. Geef zelf ook oplossingen voor de leervragen, maar daag de leerlingen uit om zelf met andere oplossingen te komen en deze te delen.
5. En natuurlijk: zorg voor afwisseling. Let op je stemgebruik. Gebruik filmpjes, puzzels, interactie, energizers… alles om de energie hoog- en de leerlingen betrokken te houden. En huiswerk geef je alleen op als dat zinvol is. Vertel dan ook precies wat ze moeten doen, waar ze het kunnen vinden (en ja: het moet óók op het bord staan), en vooral: waarom het zinvol (en leuk) is om dit huiswerk te maken!

Heb jij zelf nog meer tips? Zet ze in het commentaarveld!

GEEN ZIN!

GEEN ZIN!

Ja sorry… het gebeurt me wel eens dat ik geen zin heb om een blog te schrijven. Niet vaak, maar nu dus wel.
Ik heb zin om vakantie te houden.
Lekker niets doen.
Heb jij dat ook wel eens?
Ik heb het nu.

Morgen is de vakantie weer voorbij, dan gaan we allemaal weer fris en fit aan het werk.
Ik ben heel erg benieuwd of jij en je leerlingen er weer zin in hebben. Of dat jullie eigenlijk ook liever niets doen. Duurde de vakantie maar langer…
Toch schrijf ik. Je leest deze regels en ik schrijf tot ik iets heb geschreven waar 3 tips in zitten.
Heb ik dan geen lijstje met onderwerpen liggen?
Jawel hoor. Ideeën genoeg, maar zoals ik al zei: ik heb geen zin.

Dus hier zijn ze:

Drie tips voor als jij of jouw leerlingen gewoon GEEN ZIN hebben:

1. Dit is weerstand. Weerstand is er en het heeft geen zin om er tegen te vechten of het te negeren. Benoem het. Erken het! Jij hebt geen zin. Ik heb geen zin. Dat geeft niks, er komt vanzelf weer een moment dat je wel zin hebt. Je kunt het gewoon hardop zeggen, tegen jezelf of tegen een leerling. Meer hoeft niet.

2. Doe een energizer. Ga pinkelen (ook wel tokkelen genoemd), maak een dansje, kijk wie het langste op 1 been kan staan… Beweeg als een boom in de wind… maakt niet uit. Doe iets waardoor je even uitstel van executie hebt. Het werkt het beste als het een energizer is waar je bij moet lachen. Lachen geeft energie.

3. Je kunt ook nog proberen er achter te komen waarom je geen zin hebt of waarom de leerling geen zin heeft. Maar eigenlijk is dit een tip van niks, behalve als er echt een goede reden is, die je zou moeten kennen. Maar 2 tips in mijn blog, dat kan natuurlijk niet. Misschien heb jij wel een goede 3e tip? Zet hem in het commentaarveld!

En dan ga ik nu weer verder met niets doen.

Zeven tips voor het redden van je vakantie

Open

Zeven tips voor het redden van je vakantie

Als ik vakantie heb, dan gebeuren er altijd drie dingen:
* Ik word ziek. Ik ben namelijk nooit ziek, behalve in de vakantie. Een of twee dagen. De eerste een of twee dagen dus.
* Ik werk gewoon door. Dat ik geen leerlingen heb, maakt niet uit.
* De laatste nacht voor de nieuwe schooldag slaap ik laat in en slaap ik slecht.

Voor de vakantie heb ik mijn to-do-in-de-vakantie-lijst al af en als ik weer ben opgeknapt pak ik deze lijst op en ga ik aan de slag. En laat ik eerlijk zijn; er staan niet alleen school-gerelateerde onderwerpen op. Eentje die iedere vakantie terugkomt is “zolder opruimen”. Niet dat de zolder steeds weer een zooitje wordt. Nee. Aan het eind van de vakantie doe ik de deur naar de zolder open en kijk ik rond. Dan weet ik van ellende niet waar ik moet beginnen dus ik doe de deur weer dicht en vink het onderwerp “zolder opruimen” van mijn lijstje af. Ik snap ook niet waarom ik het er steeds weer opzet. Zodra ik rijk ben, huur ik iemand in om mijn zolder op te ruimen.
Schoolgerelateerde onderwerpen zijn over het algemeen wel leuke afvinkdingen. Pinterest. Shoppen bij de Action. Vrolijke ansichtkaartenbestellen. Lokaal opruimen en opnieuw inrichten (ja, dat vind ik dan wel weer leuk). Leuke bestemmingen voor schoolreisjes verzamelen. Die vijf onderwijsboeken lezen die ik nog ongelezen heb liggen. Mailbox legen. (Als ik jou niet antwoord, dan heb ik jouw e-mail per ongeluk ook weggegooid…)
En voor ik het weet is de vakantie weer afgelopen. En dan heb ik niet de zolder opgeruimd (maar ach, dat is inmiddels een ritueel), maar ook niet afgesproken met mijn vriendinnen (oooo, hoe konden we dat nou vergeten) en een nieuwe jas heb ik dan ook nog niet gekocht. En dan staan er dus alweer 2 dingen op mijn lijst voor de volgende vakantie.

Als je dit niet herkent: tel je zegeningen en geniet van je vakantie.
Als je dit wel herkent: zeven tips om je vakantie te redden:

1. Ga weg van huis. Doe desnoods aan woningruil.
2. Zet maximaal 5 dingen op je to-do-voor-school-list en prik een dag waarop je ze alle 5 doet.
3. Zet ongeveer 7 dingen op je to-do-overige-list en doe ze alle 7 niet. Vink er wel iedere dag een af!
4. Doe een keer per dag iets waar je heel blij van wordt (met vriendinnen uit of nieuwe kleren kopen of: combineer dit).
5. Relax je hele eerste vrije dag. De kans dat je ziek wordt is dan een stuk kleiner. Sauna, zonnebank, wandeling, uit eten, tv-marathon. Of blijf de hele dag in bed met een boek en een pot thee.
6. Zorg dat je weinig tot geen huishoudelijke zaken aan je hoofd hebt. Laat je boodschappen bezorgen, breng je was naar een wasserette, laat de werkster na de vakantie wat langer komen (ook als je die nu nog niet hebt), zorg dat je kinderen ook vakantie hebben, zorg voor een volle vriezer, ga vaak uit eten, laat eten bezorgen of laat anderen koken. Delegeer en besteed uit.
7. De laatste vakantiedag sta je op tijd op en ga je laat naar bed. Behalve als je daar geen zin in hebt. Maar of je nu wel of niet slecht slaapt: maak je niet druk, die eerste dag gaat vanzelf voorbij.

Fijne vakantie!