Hoe praat jij tegen je leerlingen?

Hoe praat jij tegen je leerlingen?

Vandaag steek ik mijn juffenvingertje even op.
Sorry, maar ik moet het even kwijt.

Ik kom wel eens in klassen waar de leraar op een bepaalde manier tegen de leerlingen praat. Op een manier waarvan mijn nekhaar onmiddellijk recht overeind gaat staan. Of mijn tenen zicht spontaan naar beneden krullen.
Fout leerkrachtgedrag. Foute taal. Het doet pijn. Bij de leerlingen. Bij mij.
Omdat ik mijzelf er in het verleden ook regelmatig op betrapte. Ik had een collega nodig die tegen mij zei dat mijn manier van praten fout was. “Fout?” Riep ik beledigd uit. “Waar heb je het over?” Ik was me er gewoon niet van bewust hoe ik overkwam op de leerlingen, ik deed het niet expres. Ik had iemand nodig die het hardop tegen me zei, hoe confronterend het ook was.

Over wat voor taal heb ik het eigenlijk? Ik geef zeven voorbeeldzinnen. De bijbehorende houding én de beledigende c.q. gekwelde blik in de ogen van de leraar mag je er zelf bij bedenken.

1. Waarom zijn wij wat anders aan het doen?
2. Jij bent echt heel erg dom.
3. Ik heb het nu al twee keer uitgelegd. Als jullie het nu nog niet begrijpen…
4. Zit!
5. Tja, dat krijg je als je uit zo’n gezin komt als jij.
6. Ach, dat kan jij toch niet.
7. Hoe komt het toch dat jij zo’n rotkind bent?

En nu zeg ik niet dat jij dat ook doet. Waarschijnlijk praat jij altijd op de goede manier.  Dan is mijn opgeheven vingertje niet voor jou bedoeld. Maar misschien wel voor een van jouw collega’s. Want je kent er vast wel een.

NB Ik heb het hier niet over bewust confronterend gedrag, maar over een manier van communiceren die (denk ik) door cynisme is ontstaan.

De zeven dingen die je op je bureau wilt hebben

De zeven dingen die je op je bureau wilt hebben

Een vol bureau is een vol hoofd. Dat wordt gezegd in kantoorkringen, maar ik denk dat het voor leraren ook best zou kunnen gelden. Ik ken leraren die altijd alles kwijt zijn, omdat hun bureau altijd bezaaid is met papieren, mappen, boeken en “O help, waar is mijn agenda nou, ik weet zeker dat ie hier ergens lag!”

Tip 1: Zorg voor een plank of de bovenkant van een lage kast voor nakijkwerk, boeken, handleidingen enzovoort. Leg dergelijke zaken niet op je bureau, maar overzichtelijk (en op volgorde) ergens anders. Dat geeft alvast rust en orde. Het geeft je in ieder geval overzicht.

Wat mij betreft liggen er maar zeven dingen op je bureau:

1. De afstandsbediening van je digibord. Alhoewel een houder naast je bord nog handiger kan zijn.

2. Je mascotte. Iets waardoor jij je steeds herinnert wie je bent en waarom je daar staat. Jouw “anker”. Dat geeft je rust en zelfvertrouwen.

3. Je agenda (telefoon mag ook).

4. De klassenmap. En die map is zo leeg mogelijk en moet overzichtelijk ingericht zijn. Haal regelmatig alle overbodige “zooi” eruit.

5. Een pennenbakje. Daar zitten alleen de spullen in die je echt nodig hebt.

6. Beloningen voor de leerlingen. Stickers, pennen of andere leuke dingen. Mag in een vrolijk bakje.

7. Een beker met ijslollystokjes waar de namen van alle leerlingen op staan. Als je beurten geeft, trek je een stokje en na de beurt doe je het stokje omgekeerd terug in de beker.

Je mag hier zelf natuurlijk variaties op bedenken. Je les ligt natuurlijk ook op je bureau, maar die ligt daar niet de hele tijd. Bij de volgende les vervang je de handleiding of je voorbereiding.
En niet te vergeten: je PC of laptop staat vermoedelijk ook op je bureau. Maar wil je die daar ook echt hebben?

Veel plezier!

De regels van anderen… hoe ga jij daarmee om?

De regels van anderen… hoe ga jij daarmee om?

Er zijn wel eens regels waar je het eigenlijk niet mee eens bent. Bijvoorbeeld de regels van de school. Toen ik dramalessen gaf op een grote MBO-school had ik er bijvoorbeeld best veel moeite mee.

Voorbeelden?
Er mochten geen petten gedragen worden. Maar tijdens de les vond ik het tijdens het maken van toneelstukjes en sketches natuurlijk logisch dat er wel een pet gedragen werd.
Er mocht niet gedronken worden in de les. Maar ik had vaak blokuren, waarin flink bewogen werd. Natuurlijk kreeg iedereen op gezette tijden dorst en er was ook nog eens een kraan aanwezig in het lokaal.
Mobiele telefoons waren verboden. Maar ik deed vaak een kahootquiz om te kijken wie had onthouden wat ze vorige les hadden geleerd en daarvoor heb je toch echt een telefoon nodig.
De leerlingen mochten niet naar het toilet tijdens de les. Maar er was altijd wel een meisje dat prompt haar periode kreeg en dus streek ik weer over mijn hart. Controleren is ook weer zo wat in zo’n geval.

En zo waren er nog wat schoolregels waar ik in de praktijk “last van had” en ja… ik lapte ze dus aan mijn laars. En de eerste paar maanden ging dat goed. Tot het moment dat drie leerlingen doodleuk de klas binnenwandelden met een kop thee. Ik had het niet in de gaten, want ik was in gesprek met een leerling die nogal emotioneel was en net haar verhaal aan mij deed. Vlak achter de drie leerlingen stormde de directeur mijn lokaal in, die razendsnel zag hoe de vlag erbij hing: thee, flesjes water, telefoons, petten en een juf die er niets van zei. Oeps.

Natuurlijk werd ik op het matje geroepen en mij werd vriendelijk doch dringend verzocht mij aan de regels te houden. Hoe ging ik dat voor elkaar krijgen? Ik wilde me niet aan de schoolregels houden, maar ik moest wel. De directeur had eigenlijk gewoon gelijk. De sfeer in mijn lessen was ronduit chaotisch geworden. Ik had veel minder orde dan aan het begin van het schooljaar en de leerlingen gingen met me in discussie als ik eens iets verbood (zoals bijvoorbeeld de thee). Ik was niet (meer) consequent. En eigenlijk had ik daar wel last van.

Hoe heb ik het opgelost?
Ik heb de schoolregels weer in ere hersteld, met de leerlingen doorgenomen en duidelijke procedures met ze opgesteld:
1. Pet af in de klas. Als je een pet op wilt in een toneelstuk, dan krijg je er een van de juf.
2. Niet drinken in de les. Sorry. Geen uitzonderingen.
3. Telefoon inleveren bij de juf. Ik deelde ze uit als het echt nodig was (voor een opname of een quiz).
4. Toiletbezoek verboden. Sorry dames. (En prompt bleven de periodes uit.)

Het heeft me een maand strijd gekost, maar daarna verliepen mijn lessen weer prima. Er was weer rust, orde en structuur.
Dus helaas: schoolregels, daar moet je je gewoon aan houden.
Anders moet je een andere school zoeken. Of een andere baan.

Een goed klassenklimaat in 7 stappen

Een goed klassenklimaat in 7 stappen

Tijdens de eerste weken in het nieuwe schooljaar zijn de leerlingen bezig om een nieuwe orde te scheppen. Over het algemeen willen ze ongeveer 5 dingen weten:
1. Wie is de leraar en waar liggen zijn/ haar grenzen?
2. Wie is de (informele) leider van de klas en wat vind ik daarvan?
3. Welke regels gelden er en kan ik mij daaraan houden?
4. Bij wie kan ik terecht als ik een probleem heb?
5. Wordt het een fijn schooljaar in deze klas?
Als leraar zou je eigenlijk in ieder geval zo snel mogelijk een antwoord moeten hebben op al deze vragen.

Daarnaast zijn er 7 dingen die je moet doen om ervoor te zorgen dat al je leerlingen zich veilig voelen in jouw klas. Dat is jouw taak, verantwoordelijkheid als leraar. Je zult er dus in gesprekken en/ of met werkvormen aan moeten werken met je leerlingen. Ik zet ze in willekeurige volgorde:
• Iedereen wil erbij horen. Maak vanaf begin af aan duidelijk dat iedereen erbij hoort, ongeacht uiterlijk, gedrag, houding of taalgebruik.
• Iedereen is wel eens boos. Boos zijn mag. De manier waarop je je boosheid uit is aan regels gebonden.  En aan boosheid dient ook weer een eind te komen.
• Er is een verschil tussen waarnemen en interpreteren. Een interpretatie is (bijvoorbeeld) een mening en kan dus per mens verschillen. Een waarneming is objectief en daar valt niet over te discussiëren (behalve tijdens de filosofieles).
• Mediation is een mooie manier om conflicten op te lossen in de klas. Mediation moet je organiseren en instrueren.
• Filosoferen over dingen, gevoelens en gebeurtenissen schept een band en kweekt begrip.
• Veiligheid is superbelangrijk, zowel fysiek als emotioneel. Iedereen moet kunnen werken zonder ongelukken. Iedereen moet kunnen zeggen wat ie wil zonder daarop afgerekend te worden. Hier zitten natuurlijk wel kaders omheen…

Als je deze 12 zaken in je achterhoofd houdt en steeds checkt of er nog aan wordt voldaan, dan wordt het ongetwijfeld een geweldig schooljaar.
Veel Succes & Plezier!