Zeven tips voor een goed sollicitatiegesprek

Zeven tips voor een goed sollicitatiegesprek

Er komt steeds meer werk in het onderwijs! Eindelijk! In de randstad zijn de leraren niet aan te slepen. In sommige vakken zijn er enorme tekorten. Het is dus tijd om te solliciteren. Misschien wil je wel eens naar een andere school, misschien ga je invallen (en als vaste invaller moet je tegenwoordig ook vaak een sollicitatiegesprek voeren), of misschien wil je gewoon jouw eerste vaste baan in het onderwijs.
Daarom deze week zeven sollicitatietips. Of eigenlijk veertien.
O nee. Vijftien.

Ik begin even met de 7 “gewone” sollicitatietips:
1. Zorg dat je er verzorgd uitziet; tanden en schoenen gepoetst!
2. Zet je telefoon uit.
3. Accepteer alleen water om te drinken.
4. Kom precies op tijd.
5. Geef iedereen een hand en stel je verstaanbaar voor.
6. Stel minimaal 3 vragen.
7. Kijk degene aan die jou een vraag stelt, maar kijk iedereen om de beurt aan bij het beantwoorden van de vraag.

En nu de 7 tips speciaal voor jou:
1. Bekijk de website van de school heel uitgebreid. Lees alles!
2. Als je de school niet kent: vraag of je van te voren even mag komen kijken als de school in bedrijf is. Loop rond, stel vragen en proef de sfeer.
3. Iedere school vraagt bepaalde competenties en vaardigheden. Die staan meestal in de vacature (en zo niet, dan kun je ze bedenken). Zorg dat je een goed praktijkvoorbeeld hebt van jezelf bij iedere competentie en vaardigheid; het bewijs dat jij die competentie of vaardigheid beheerst. Dit voorbeeld mag ook uit stage- of vrijwilligerswerkervaring komen!
4. Bedenk wat jij bij kunt dragen op deze school; wat ga jij brengen dat zij nog niet hebben?
5. Welk verschil maak jij voor de leerlingen? Wat maakt jou de beste leraar voor deze klas of vakgroep?
6. Spreek positief over anderen, ook als je ergens een negatieve ervaring hebt gehad.
7. Lach! Heb plezier in het gesprek. Onderwijs is leuk!

Bonustip: Je mag zenuwachtig zijn. Dat helpt je om goed te kunnen focussen.

Succes met jouw sollicitatiegesprek!

Rommelpiet

Rommelpiet

Deze week gaat mijn verhaal over Sven.
Sven is 9 jaar en zit in groep 6. Leuke jongen om te zien, kan goed mee op school, heeft vriendjes, zit op voetbal. Je ziet het niet aan hem, maar hij heeft toch wel wat “dingetjes”.

1. Hij kan heerlijk wegdromen. Het is dan net alsof hij niet luistert naar wat je vertelt. En dan blijkt later dat hij je best wel heeft gehoord. Maar als je ernaar vraagt, dan kan hij maar moeilijk herhalen wat je verteld hebt.
2. Bij de gymles en het buitenspelen maakt hij andere leerlingen er steeds weer attent op dat ze zich aan de regels moeten houden.
3. Hij kan enorm netjes op zijn spullen zijn. Opruimen is ook echt opruimen. Dingen rechtzetten, boeken precies op de hoek van de tafel. En tegelijkertijd is hij slordig op zijn spullen. Hij raakt dingen kwijt.
4. Als er een invaller komt, schiet hij meteen in de weerstand. Ook al is de nieuwe juf of meester nog zo aardig tegen hem, hij kan alleen maar nors en boos reageren. Hij snapt zelf niet waarom.
5. Sommige dingen kan je vijf keer uitleggen en dan begrijpt hij het nog niet. En dat terwijl hij best heel slim is.
6. Hij kan soms opmerkingen maken waar hij zelf heel hard om moet lachen. Maar de andere kinderen snappen de grap niet, of vinden de grap ronduit beledigend.
7. Hij is  eigenwijs. Hij weet alles beter.

Sinterklaas is weer in het land…
…en Sven is bang. Niet voor Sinterklaas of Zwarte Piet; daar gelooft hij niet meer in. Maar om wat er vorig jaar gebeurde. Dat zit nog steeds in zijn hoofd. In groep 5 had de juf op een middag een uurtje te tijd gegeven om met z’n allen de hele klas op te ruimen. Alle laatjes, alle kasten, alle planken. Sven vond het heerlijk. Zijn eigen laatje was zo klaar. Alles in de tas mee naar huis, papieren in de papierbak, laatje lekker leeg. Hij mocht daarna de biebkast opruimen. Sven haal de alle boeken eruit, maakte de kast schoon en zette alle boeken op AVI-volgorde terug. De juf gaf hem een compliment. Sven was zo trots en de ruimte in de klas gaf hem een heel goed gevoel.

Toen Sven de volgende ochtend met hetzelfde goede gevoel de klas weer instapte, sloeg de schrik toe: de rommelpiet was geweest. Zijn tafel stond op zijn kop en zijn laatje hing leeg aan een poot. En erger nog; de biebkast was helemaal leeggehaald en alle boeken lagen verspreid door de klas. En Sven barstte in huilen uit. De andere kinderen keken hem raar aan en lachten hem uit.
Sinterklaas op school geeft Sven nu een naar gevoel. Hij wil dat het gewoon weer januari is. Zonder rare feestdagen en rommelpieten.

Misschien heb jij ook wel een Sven in je klas.
Hoe ga jij om met die rare feestdagen? Niet alle leerlingen houden van verrassingen. En ja: Sven moet er wel mee leren omgaan. En dat kan jij regelen, door Sven steeds op de hoogte te houden van alle veranderingen die hij kan verwachten. Wennen en meenemen werkt beter dan in het diepe gooien. Van een trauma wordt tenslotte niemand blij.

Durf te Kiezen!

Durf te kiezen!

Onzekerheid in de klas… ik ken het ook….
– Dat je een vraag stelt aan een leerling en vervolgens een grote mond krijgt.
– Dat je denkt dat je je les goed hebt voorbereid, maar wat klaar ligt klopt niet met de inhoud van je les.
– Dat je de leerlingen eindelijk stil aan het werk hebt en er vliegt een wesp door het raam naar binnen.
– Dat je collega een denigrerende opmerking maakt waarvan je vermoedt dat het niet als grapje bedoeld is.
Van die momenten waarop de grond onder je voeten lijkt te verdwijnen, je knieën beginnen te knikken en je stem begint te trillen.

Maar weet je, je kunt die momenten omkeren. Door de juiste keuze te maken. De keuze om je zelfvertrouwen terug te pakken. En dat is redelijk simpel:
1. Je haalt diep adem.
2. Je zet je voeten stevig op de grond.
3. Je zegt tegen jezelf: “laat ze maar kletsen, ik ben gewoon een goede leraar”.
En vervolgens los je je probleem op.
– Je vertelt die leerling dat je niet gediend bent van een grote mond en je geeft hem de keus: opnieuw antwoord geven of vertrekken (cq. strafregels schrijven, cq nablijven, enzovoort). Accepteer geen weerwoord.
– Je vertelt de leerlingen dat het verkeerde klaar ligt. Je past je les aan door te kiezen tussen a) het mondeling vervolgen van je les of b) het materiaal uit te delen en daar mee verder te gaan. Geen discussie!
– Je laat de leerlingen even gillen en onderneemt vervolgens acties om de wesp te verwijderen cq. dood te (laten) meppen. Of je wacht tot ie vanzelf verdwijnt.
– Je zegt tegen je collega dat je schrikt van die opmerking en je vraagt wat hij of zij daar mee bedoelt. Of je haalt je schouders op en loopt weg.

Wat je ook doet: KIES! Kies die actie die voor jou het beste voelt. Dat ben je waard, als leraar!

Vijf tips voor een succes-les!

Vijf tips voor een succes-les!

Soms gaat een les precies zoals je hem hebt bedacht:
1. Je denkt aan alles
2. Alles ligt klaar op de goede plek
3. De leerlingen zijn betrokken
4. Je hebt voldoende tijd
5. De sfeer is de klas is heel goed
6. De leerlingen hebben aan het eind van de les geleerd wat jij ze wilde leren
7. De leerlingen zeggen dat ze het een leuke les vonden
Dat geeft een goed gevoel. Maar weet je dan ook wat je precies allemaal deed en dacht, zodat het ook een goede les is geworden?

Het is heel makkelijk om jouw succes te wijten aan de omstandigheden:
1. De leerlingen hadden er zin in.
2. Het is een erg leerbare groep.
3. Alles stond heel duidelijk in de handleiding.
4. Het weer was prima.
5. Alles zat gewoon mee.
Je mag ook gewoon hardop zeggen: “Ik heb het goed gedaan!”

Het is redelijk simpel om dergelijke succeslessen vaker te geven. Vandaag Vijf Tips om dat mogelijk te maken:
1. Bedenk goed wanneer je de laatste keer een succes-les hebt gegeven en doe je ogen dicht. Visualiseer:
a. Hoe was jouw voorbereiding?
b. Wat deed je vlak voordat de les begon?
c. Wat deden de leerlingen?
d. Wat zei je en wat deed je precies waar de leerlingen om reageerden zoals jij dat had bedacht?
e. Hoe sloot je de les af?
f. Hoe gingen de leerlingen weg uit jouw les?
2. Roep het positieve gevoel op dat je toen had, zodra je een nieuwe les gaat voorbereiden.
3. Maak een stappenplan, zodat je overal aan denkt.
4. Bedenk een leuke lesopener, zodat de leerlingen meteen actief meedoen.
5. Zorg ook voor een goede afsluiter.
Veel plezier met je volgende succes-les. En laat me even weten hoe het ging!