Drie tips om de kerstdagen vredevol door te komen

Drie tips om de kerstdagen vredevol door te komen

Het is vakantie. Je bent vrij. En toch voelen de kerstdagen wel eens stressvol aan. Omdat je op bezoek moet. Of omdat je moet koken. Of omdat je nog een klus af moet maken.

We wensen elkaar “Fijne Kerstdagen”. Ik hoorde laatst dat er tijdens de kerstdagen toch meer ruzie gemaakt wordt dan de rest van het jaar. Dat klinkt toch niet fijn…

Daarom vandaag: drie tips om de kerstdagen vredevol door te komen.

1. Vervang “moeten” door willen. Je wilt bij mensen op bezoek. Je wilt lekker koken. Je wilt die klus afmaken. Kies ervoor.

2. Ga regelmatig naar buiten. Laat de hond uit (ook als je geen hond hebt). Ga etalages kijken. Doe een speurtocht. En neem een paraplu mee als het regent.

3. Als er ruzie dreigt: laat iedereen spreken vanuit zijn of/ haar hart, met de intentie om er samen uit te komen. Ga er vanuit dat iedereen zijn eigen waarheid spreekt, vanuit zijn of haar hart. Laat elkaar uitspreken. Geef desnoods een spreekstok.

Ik wens je hele gezellige kerstdagen.

En toen was er een stagiaire

En toen was er een stagiaire

Ik heb het al best vaak gehoord. Je gaat invallen op een school. Alles is goed voorbereid. Lessen voor de hele dag zijn klaar en je hebt veel zin om aan de slag te gaan.
En toen was er een stagiaire…
Misschien ben je zelf nog stagiaire? Lees dan toch even door…

De volgende variaties heb ik al voorbij horen komen:
* De stagiaire heeft de hele dag al voorbereid. Ze ging ervan uit dat zij de dag mocht draaien en wist niet dat er een invaller zou komen.
* De stagiaire zit de hele dag achter in de klas en durft helemaal niets te doen of te zeggen.
* De stagiaire breekt hardop in bij alles wat de invaller zegt en doet en zegt dan (waar de leerlingen bij zijn): “bij hun eigen juf….”
* De stagiaire overstelpt de invaller met heel veel informatie; over de lesstof, de gang van zaken, de leerlingen… de invaller ziet door de bomen het bos niet meer.
* De stagiaire zegt dat ze de instructies van de invaller zal opvolgen, maar doet vervolgens iets heel anders.
Dit zijn voorbeelden die voor jou als invaller erg ondermijnend kunnen zijn; de dag verloopt niet lekker en ontaardt niet zelden in een uitputtingsslag.

Gelukkig gaat het meestal goed. Maar mocht je onverhoopt toch in een dergelijke situatie terecht komen, dan helpen de volgende tips:
1. Maak kennis met de stagiaire. Verbindt. Maak een praatje en vraag wat zij (of hij) van jou verwacht. Neem hier de tijd voor. En doe dit (als dat kan) buiten het zicht van de leerlingen.
2. Jij vertelt vervolgens wat jij van de stagiaire verwacht.
3. Je verdeelt de taken en maakt daarbij duidelijk dat jij te allen tijde (wettelijk) verantwoordelijk bent. En dat dat betekent dat jij bepaalt hoe de dag verloopt. En dat dat heel anders gaat dan bij de eigen juf (of meester).
4. Zodra de stagiaire iets anders doet, grijp je (vriendelijk) in. Maar in de meeste gevallen zal dit niet nodig zijn .
5. In de pauzes stel je vragen aan de stagiaire. Dat gaat dan over de dingen die jij wilt weten. Dat kan zijn over de leerlingen, de stagiaire zelf of de lesstof… maar nooit over de gang van zaken, want die bepaal jij.
6. Op het eind van de dag praat je na met de stagiaire en bedank je hem of haar.
7. Succes! En veel plezier met de stagiaire!

Dat doen wij zo niet…

Dat doen wij zo niet…

“Dat doen wij zo niet.” Niet leuk om te horen als je nieuw op een school bent en enthousiast een idee naar voren brengt.
“Wij doen het al jaren zo en dat bevalt prima.” Nog zo’n opmerking waar je niks mee kunt als je een verandering voorstelt.
“Ach ja, toen ik pas begon had ik ook van die wilde plannen, maar je zult zien dat dat vanzelf overgaat.” En je enthousiasme voor jouw “wilde plan” zakt meteen weg.
Laten we eerlijk zijn. Het is niet leuk om dergelijke opmerkingen te horen. En gelukkig worden ze steeds minder gemaakt. Maar als je op een school zit waar je wel zulke opmerkingen te horen krijgt, dan kun je er wel iets mee als je wilt.

1. Het is goed bedoeld. Het komt misschien anders over, maar in de grond is het een welwillend advies met het doel om jou te beschermen.
2. Je kunt er dus ook welwillend en begrijpend op reageren. “Ik begrijp het” zeg je dan. (Of iets van die strekking.) Je mag ook vragen naar de bezwaren die er zijn. Misschien hebben ze wel een punt… dan kun je daar rekening mee houden.
3. Vervolgens vraag je of je jouw plan toch mag uitproberen. Bij wijze van pilot. Bijvoorbeeld in jouw klas. In de meeste gevallen wordt daar positief op gereageerd.
4. Je gaat aan de slag.
5. En je vertelt iedere keer enthousiast over de vorderingen die je maakt.
6. En als je ergens tegenaan loopt, dan vraag je om hulp aan iemand die (min of meer) positief t.o.v. jouw “wilde plan” staat.
7. Je houdt vol. Grote kans dat iemand jouw plan adopteert.

Veel succes!

De zeven tips van Juf Luca

De zeven tips van Juf Luca

Als je voor de klas staat is het belangrijk om goed voor jezelf te zorgen. Als je goed voor jezelf zorgt, zorg je ook goed voor je leerlingen. Je leerlingen worden daar blij van en blije leerlingen leren beter. Daarom vandaag: de zeven tips van Juf Luca.

1. Beweeg. Loop door de klas als je instructie geeft. Je ziet dan ook meteen welke leerlingen jou volgen en dan mag je aannemen dat ze opletten en luisteren naar wat jij te zeggen hebt. Laat ook je leerlingen bewegen.
2. Ontspan. Neem regelmatig een moment om met je leerlingen te ontspannen. Het is ook een goede methode om leerlingen weer rustig te krijgen na de pauze of een hectische activiteit. Zet een rustig muziekje op, ga allemaal even “slapen”, mediteren of doe een yogaoefening.
3. Laat los. Er zijn dingen waar je je druk om kunt maken maar waar je geen invloed op hebt. Parkeer die zaken achter je. Doe dat consequent de hele dag door; laat je werk daar waar het hoort: op school.
4. Drink. Zorg ervoor dat je de hele dag iets te drinken op je bureau hebt staan. Water, thee, koffie… Maak een leerling verantwoordelijk voor jouw “watervoorziening”; zet desnoods een waterkoker en/of Senseo apparaat in je lokaal.
5. Filter. Geef alle informatie die je de hele dag binnen krijgt meteen een plek. Veel dingen die je te horen krijgt zijn niet persoonlijk voor jou bedoeld, maar horen bij de ander. Brutale opmerkingen, afwijzingen, weigeringen; ze horen bij het leven en bij de communicatie tussen mensen. Parkeer ze buiten jouzelf.
6. Evalueer. Bedenk na iedere les waar je tevreden over bent en schrijf op hoe je het gedaan hebt; zo zorg je ervoor dat je het de volgende les weer zo doet.
7. Lach. Maak grapjes met de leerlingen of vertel een mop. Als je lacht ben je blij, geef je beter les en zullen de leerlingen ook meer van je leren.

Veel plezier!