Leer je klas in vijf stappen “klaar af” te zitten!

Leer je klas in vijf stappen “klaar af” te zitten!

Klaar Af! is een zeer effectieve techniek uit “Teach like a Champion” waarmee je ervoor zorgt dat je snel kunt beginnen met je les.

Het is van belang dat je deze techniek iedere les op dezelfde wijze toepast. En daar ook heel consequent in bent.

  1. Wees duidelijk over wat ze nodig hebben voor de les (maak een lijstje met minder dat 5 punten en gebruik altijd hetzelfde lijstje).
  2. Stel een tijdslimiet in.
  3. Gebruik een standaardstraf.
  4. Geef leerlingen die er tijdig achter komen dat ze iets nodig hebben (pennen/ papier) vervangend materiaal, zonder dat je daar verder consequenties aan verbindt.
  5. Huiswerk (van het inleveren aan het begin van de dag en controleer of iedereen alles ingeleverd heeft).

Het is leuk om er een wedstrijd van te maken; houd de tijd dan bij met een stopwatch. En zorg voor een beloning bij het behalen van een streeftijd.

Wil je een voorbeeld zien? Bekijk dan dit filmpje.
Je ziet een basisschoolklas, maar deze techniek werkt in alle klassen, met leerlingen van 4 tot 99 jaar.

KLAAR? AF!

download

Registreren kun je leren

Registreren kun je leren

Je weet inmiddels vast wel dat je van de inspectie echt niet meer iedere geplakte pleister hoeft te registeren. Maar wat moet je dan wel registreren?
De inspectie omschrijft het als volgt:
“Houdt de school goed zicht op het onderwijs dat ze biedt en op de vorderingen van de leerlingen? De inspectie volgt de werkwijze van de school, maar scholen moeten zich wel kunnen verantwoorden over het volgen en plannen van onderwijs.”
Leuk, maar wat houdt dat dan in?
Kort door de bocht betekent het dat je als school:
– Kunt vertellen hoe je gaat voldoen aan alle kerndoelen. Het schoolplan is daarvoor natuurlijk een uitstekend middel.
– Laat zien hoe en wat je doet met de leerlingen die niet aan de kerndoelen kunnen voldoen. En daar gaat het natuurlijk om. Want hoe toon je dat aan?
Dat doe je door te bewijzen dat je er alles aan doet om een leerling op de gemiddelde middenlijn te houden…

En dat zou je zo kunnen doen, als leraar:
• Leg een zorgmap aan. Met tabbladen! Op papier of op de PC (gedeelde map). Ook handig voor invallers. Dit kan ook in het VO & MBO!
• Je noteert de doelen (= kopiëren & plakken) per blok voor je leerjaar.
• Je neemt toetsen af (doel gehaald?) en je houdt de scores bij.
• Je analyseert waardoor er uitval is bij de toetsen. Heeft de leerling het niet begrepen of heb jij het niet goed uitgelegd?
• Je bedenkt hoe je uitval kunt wegwerken en/ of voorkomen:
o Met pré-teaching.
o Met verlengde instructie.
o Door instructie op verschillende niveaus.
o Door remedial teaching.
o …..
Je kunt natuurlijk alles doen, maar dan moet je je afvragen of je daar wel de tijd voor hebt. Kies wijs. Wat past bij jou en wat kan bij jouw leerlingen, in jouw klas?
• Je overlegt welke afspraken je kunt maken met (individuele) leerlingen en (eventueel) hun ouders. Dat noteer je, communiceer je en voer je uit.
• Evalueren doe je om de 6 tot 8 weken. Dit kan gaan om zowel gedrag als vaardigheden als om schoolvakken. Daarna pas je je plan aan.
• Doe niet alles! Doe alleen wat echt nodig is en wat jij kunt behappen.
• Houd het simpel. Gebruik codes en weinig woorden.
• Beter goed gejat dan slecht bedacht: neem over van de vorige leraar.
• Richtlijnen:
o Besteed maximaal 1 uur per week aan registraties.
o Houd alles zoveel mogelijk meteen bij tijdens de les.
o Zorg voor een “enkelvoudige boekhouding” (een keer noteren is genoeg).

Succes!

EHBO voor leraren

EHBO voor leraren

Een ongeluk zit in een klein hoekje. En er zijn erg veel kleine hoekjes op school en op het plein. Ik ken dan ook veel leraren die voor een EHBO-diploma hebben. Of in ieder geval wat EHBO geleerd hebben tijdens de BHV-cursus. En ik weet natuurlijk niet hoe het met jou zit, maar ik vergeet altijd wat ik precies moet doen als ik het niet regelmatig doe. Vandaar deze week: een reminder voor de meest voorkomende ongelukken op school.
1. Blijf zelf rustig. Haal diep adem, zet je voeten stevig op de grond.
2. Kalmeer het slachtoffer en je zorgt dat hij of zij veilig ligt (of zit of staat).
3. Geef duidelijke opdrachten aan de omstanders. Dat zijn meestal andere leerlingen die nieuwsgierig of betrokken zijn.
Deze opdrachten geef je:
a. Jullie gaan allemaal op minimaal 3 meter afstand staan of je gaat weg.
b. Jij haalt juf X. (of een glas water, of de verbandtrommel, of ….)
4. Je vraagt het slachtoffer hoe het met hem of haar gaat. Op basis van de antwoorden handel je verder.

Handelingen in geval van:

Bloedneus:
• Laat het slachtoffer zitten.
• Houd zijn of haar hoofd een beetje voorover (schrijfhouding).
• Laat één keer goed snuiten.
• Knijp met je duim en wijsvinger de neus ongeveer 10 minuten dicht (niet te hard knijpen).
• Daarna moet de neus rusten: dus even niet snuiten!

Schaafwond:
• Schoonspoelen met een zachte (schone) doek.
• Laten drogen aan de lucht.
• Alleen een wond die onder kleding zit mag je na het drogen afdekken met pleister of verband.

Brandwond:
• Minimaal 10 minuten onder lauw stromend water.
• Laten drogen.
• Eventueel steriel afdekken.

Wespen- of bijensteek:
• Eventueel de angel eruit trekken met een pincet.
• Koele, natte doek erop.
• Bij steek in mond of keel (of bij allergische reactie): 112 bellen.

Snijwond:
• Eventueel schoonspoelen
• Druk de wond dicht met pleister of schone theedoek.
• Een grote wond die blijft bloeden: naar huisarts om te laten hechten.

Kraal in neus:
• Snuit of nies het voorwerp uit de neus.
• Houd het niet-verstopte neusgat dicht bij het snuiten.
• Blijft ie zitten? Naar de huisarts.

Verslikking:
• Zolang het kind stevig hoest, huilt en adem kan halen tussen het hoesten: stimuleer zo mogelijk het kind te blijven hoesten en houd het kind in de gaten.
• Als het kind niet (meer) hoest en (bijna) geen adem kan halen:
o Bel 112.
o Laat het kind vooroverbuigen.
o Geef met de hiel van de hand stoten tussen de schouderbladen, ondersteun daarbij de borstkas met de andere hand.
• Wanneer dit stoten niet helpt:
o Ga achter het kind staan, sla je armen rond de borstkas.
o Plaats je vuist met de duim in de hand tussen navel en onderkant borstbeen.
o Omvat deze vuist met de andere hand en trek beide handen met een ruk schuin omhoog naar je toe. Herhaal dit een aantal keren.
• Kinderen moeten na deze handeling door een arts op inwendig letsel worden onderzocht.

Allergische reactie:
• Kenmerken allergische reactie:
o Een allergische reactie kan optreden na een beet/steek of een (verkeerd) voedingsmiddel.
o Lekken, jeuk, roodheid, misselijk, braken, duizelig, ademnood, (neiging tot) bewusteloosheid, spierkrampen, bewegingsonrust, verwardheid kunnen het gevolg zijn.
• Wat te doen bij een ernstige allergische reactie:
o Het slachtoffer laten liggen.
o Bescherm het slachtoffer met een deken of jas tegen afkoeling.
o Schakel professionele hulp in.
• Bel 1-1-2 bij:
o Kenmerken (dreigende) shock: het slachtoffer is bleek, transpireert, voelt zich ziek.
o Ademnood.
o Ernstige zwelling vooral in de hals.

Bron en nog meer oplossingen: http://www.ehbo.nl/tips/

Namen enzo…

Namen enzo…

Als leraar is het handig om de namen van je leerlingen te kennen. Het liefst zo snel mogelijk. Omdat voor elkaar te krijgen zijn er verschillende trucjes. Ik noem er een paar:
• Naamstickers opplakken
• Naambordjes maken
• Alle leerlingen een spreekbeurt laten houden (van een minuut) over hun naam
• Alle leerlingen minimaal vijf keer per dag aanspreken met hun naam; als jij een foute naam zegt, krijgen de leerlingen een beloning
• Een smoelenboek (foto’s en namen) uit je hoofd leren. Liedjes en rijmpjes kunnen hier zeer behulpzaam bij zijn.

Maar oké. Nu ken je de namen van jouw leerlingen. Maar wanneer spreek je een leerling bij de naam aan? En ook: wanneer vooral niet?

Wel:
• Bij het geven van complimenten. Het liefste dwars door de klas en hardop.
• Als je een leerling als voorbeeld wilt stellen. Positief (spreekt voor zich) of negatief (als de leerling zeer grensoverschrijdend gedrag vertoont en jij precies weet hoe je deze leerling tot de orde moet roepen).
• Bij het geven van beurten, cijfers en dergelijke aankondigingen.

Niet:
• Als je wacht tot leerlingen stil zijn, hun boek gepakt hebben en wat dies meer zij. “Ik wacht nog op 2 mensen…”
• Bij het aanspreken op kleine overtredingen. (Dat doe je onder vier ogen en dan is een naam meestal niet nodig).
• Bij het stellen van vragen waarvan je wilt dat iedereen als antwoord “ja!” geeft. “Steek je vinger op als….” De leerlingen die geen vinger opsteken spreek je aan onder vier ogen.

Zijn hier variaties op mogelijk? Ja. Vast heel veel. En uitzonderingen ook. Ik lees ze graag in het commentaarveld!