Omdenken voor leraren

Omdenken voor leraren

Laten we eerlijk zijn. Soms zegt een leerling iets tegen je en je weet niet wat je moet antwoorden. Je staat met een mond vol tanden. Je kunt dan natuurlijk boos, verdrietig of sarcastisch reageren, maar dat heeft helaas niet altijd het gewenste effect. Wat kun je dan wel doen? Er de humor van inzien: draai het om. Hieronder vind je zeven voorbeelden.

De truc zit ‘m er in dat je:
a. Het heel serieus meent. Voorkom een sarcastische toon.
b. Meteen na jouw antwoord stopt met het geven van aandacht aan die leerling. Je loopt weg en gaat verder waar je gebleven was.

1. Leraar: “En nu ga je eruit!”
Leerling: “Nee!” (Of hij gaat gewoon niet…)
Leraar (juicht en kijkt de andere leerlingen aan): “Horen Julie dat? Wat geweldig! X blijft in de klas zitten en dat betekent dat hij binnen een minuut zijn boeken heeft gepakt en meedoet met de les. Fantastisch!” En terloops tegen de leerling: “Dankjewel”.

2. Leerling: “Ik kan het niet.”
Leraar: “Niet verder vertellen hoor, maar ik kan het ook niet. Daarom wil ik dat jij het voor me doet.”

3. Leerling: “Jij moet mij altijd hebben!” (of een variatie daarop).
Leraar: “Dat klopt inderdaad. Ik zou je inderdaad het allerliefst willen inpakken en meenemen, maar helaas is dat niet toegestaan volgens de wet.”

4. Leerling komt voor de 100e keer te laat.
Leraar: “Wat ben ik blij dat je toch nog bent gekomen. Ik miste je al. Mijn dag is nu meteen nog beter dan eerst. “

5. Een leerling liegt over iets.
Leraar: “Wat heerlijk dat je zo’n goed ontwikkeld fantasieleven hebt. Daar ga je nog heel veel plezier van hebben als je een boek gaat schrijven. Draag je het boek aan mij op? Fijn, dat vind ik leuk. Kom na schooltijd even bij me, dan schrijf ik alvast het voorwoord voor je op.”

6. Veel leerlingen hangen onderuit.
Leraar: “Wil iemand even de vuilniszakken buiten zetten?” (en als er dan wazig wordt gekeken): “Anders krijg ik allemaal ouders op mijn nek die willen dat ik de rekening van de fysiotherapeut betaal.)”

7. Leerling heeft een grote mond.
Leraar: “Zo’n grote mond heb ik nog nooit gezien. Jemig. Wat past daar allemaal wel niet in?”

En wat je altijd kan zeggen als je het niet meer weet: “Je weet toch dat ik van je houd?”

Ik kan niet garanderen dat het altijd werkt, maar de leraren die gedrag van leerlingen pareren door om te denken, hebben in ieder geval wel veel meer lol.

Broodje Aap of waarheid?

Broodje Aap of waarheid?

Er gaan een hoop verhalen rond in het onderwijs, waarvan ik zo nu en dan stijl achterover sla. En ja, ik heb alles uit de tweede hand… dus aan jou de vraag: zijn deze verhalen waarheid of een Broodje Aap?

1. Op een middelbare school mogen de leerlingen altijd een flesje water op hun bureau hebben. In de bovenbouw van de gymnasiumafdeling hebben de leerlingen alleen geen water in hun fles, maar wodka. De leraren weten dit niet.

2. Jongetje X werd op 5 december 4 jaar oud. Op 6 december ging hij voor het eerst “echt”naar school. In februari vinden de eerste oudergesprekken plaats. De juffen vertellen aan de ouders van jongetje X dat ze twijfelen aan zijn presentatievaardigheden. Zijn eerste boekbespreking was niet zo goed verlopen, dus ze willen de ouders nu vast mededelen dat de kans groot is dat jongetje X gaat blijven zitten in groep 1.

3. Twee moeders vechten in de gang voor het lokaal van groep 6. Ze trekken elkaar de haren uit, krabben waar ze de ander kunnen raken en schelden elkaar verrot. Catfight! Het blijkt dat de echtgenoot van de ene moeder een verhouding heeft met de andere moeder. In plaats van dat de omstanders (andere moeders en leerlingen) het duo uit elkaar halen, moedigen ze de moeder aan wiens man is vreemdgegaan.

4. En jonge docent wordt mentor van een moeilijke VMBO-klas. De leerlingen vechten, schreeuwen en doen precies waar ze zin in hebben. Alle pogingen van de docent om van de groep een groep te maken, lopen op niets uit. Ze gaat naar haar leidinggevende en vraagt op hulp. De sectieleider zegt doodleuk: “Het is jouw klas, dus het is jouw probleem. Los het maar op.”

5. Tijdens de handvaardigheidles steekt een leerling van groep 7 de prullenbak in brand met een zelf-meegenomen aansteker. De leerkracht blust de brand snel door haar flesje water er in leeg te gooien. Ze stuurt de leerling naar de directeur. Ze verwacht dat er sancties genomen zullen worden. Maar de volgende dag zit de betreffende leerling gewoon weer in haar klas met de mededeling van de directeur: “Hij heeft beloofd dat hij het nooit meer zal doen.” En tot overmaat van ramp dienen de ouders een klacht over haar in bij het bestuur wegens “het in gevaar brengen van de leerlingen”.

6. Op een hele grote basisschool wordt 2 tot 3 keer per jaar een hele week geen gymles gegeven. In die weken staan de tafels en stoelen in examenopstelling in het gymlokaal. Dan worden de Cito-toetsen afgenomen; klas voor klas. En ja: ook de kleuters worden getoetst in het gymlokaal.

7. Een klassenassistente staat na het uitvallen van de groepsleerkracht fulltime voor groep 4. Ze doet enorm haar best. Qua orde heeft ze de groep aardig onder controle, maar de opbrengsten van de Cito-toetsen vallen nogal tegen. Tijdens haar beoordelingsgesprek wordt ze beoordeeld als groepsleerkracht.

AU? Of Broodje Aap?
Ik ben benieuwd wat jij denkt…. Wil je je reactie in het commentaarveld plaatsen? Ik hoop op veel reacties.

Effectieve directe instructie: een stappenplan

Effectieve directe instructie: een stappenplan

Met passend onderwijs zijn we verplicht om onze instructies aan te passen op onze leerlingen. Dat is nog niet zo makkelijk. Daarom krijg je deze week een stappenplan om iedere willekeurige les effectief te kunnen geven.

Stap 1
Zorg ervoor dat alle regels, routines en procedures duidelijk zijn voor alle leerlingen. Wat moeten ze wanneer waar doen en in welke situatie? Dat scheelt enorm veel tijd; iedereen weet wat ie moet doen en daar is geen discussie over mogelijk.

Stap 2
Analyseer de handleiding van de methode die je gebruikt:
1. Kies de lesdoelen die jij wilt bereiken.
2. Kies de strategieën die jij de leerlingen wilt aanleren (die staan vaak niet duidelijk in de methodes).
3. Kies de oefenstof die de leerlingen moeten maken.

Stap 3
Ontwerp je les:
1. Het lesdoel duidelijk maken aan de leerlingen.
2. Het activeren van de voorkennis d.m.v. een gezamenlijke activiteit.
3. Geef instructie.
4. Oefen de vaardigheid met de leerlingen.
5. Leg uit waarom leerlingen dit moeten kunnen/ weten.
6. Uitleggen, voordoen, alles hardop benoemen.
7. Samen oefenen (begeleide inoefening).
8. Lesafsluiting (opdracht geven, controle, afzwaaier).
9. Verwerking door de leerlingen.

Stap 4
Geef je les, analyseer de opbrengsten en geef feedback aan de leerlingen over de opbrengsten. Geef hen onmiddellijk de kans om hun fouten te verbeteren tijdens een extra instructie.

Extra tips
1. Laat de leerlingen vragen stellen, denken en praten.
2. Let op dat jij zelf maar kort aan het woord bent.
3. Gebruik “Teach-technieken” om ervoor te zorgen dat iedereen actief meedoet.

Lees voor een uitgebreide handleiding het boek EDI van John Hollingsworth en Silvia Ybarra (Ned. bewerking: Marcel Schrmeier).
download-2

Vijf tips voor minder werkdruk in het Onderwijs

Vijf tips voor minder werkdruk in het Onderwijs

Besturen, de overheid, directeuren en wijzelf zijn de oorzaak van de enorme werkdruk in het onderwijs.
De overheid, omdat die steeds van beleid en plannen wisselen.
Besturen, omdat zij bang zijn de controle te verliezen zonder bureaucratische regelgeving.
Directeuren, omdat zij enorm hun best doen in opdracht van die besturen.
Wijzelf, omdat wij perfectionistisch zijn, bang om iets fout te doen en omdat wij hopen dat mensen ons waarderen als wij ons werk doen zoals men verwacht.

Helaas hebben wij weinig tot geen invloed op de overheid en ons bestuur, maar wij kunnen wel als team met onze schoolleiders gaan praten over “hoe het anders zou kunnen”. Klagen is wel lekker maar helpt niet. Samen plannen bedenken en uitvoeren om de werkdruk te verminderen helpt wel.

Leg al jullie taken en bezigheden eens langs de volgende meetlat:
1. Zijn alle handelingen eenvoudig? Gemakkelijk uit te voeren? Handig in het gebruik?
2. Hoeveel tijd kosten de handelingen? Kan het in minder tijd? Kan het geschrapt?
3. Is het nuttig? Dient het een relevant doel?
4. Voel ik mij nuttig als ik dit doe? Draagt het bij tot mijn professionele houding?
5. Zijn de opbrengsten duidelijk? Gaat het om kwaliteit en inhoud?

Misschien heb je zelf ook nog wat puntjes voor de meetlat. Deel ze dan vooral met ons in het commentaarveld.
In ieder geval: ga ermee aan de slag. Trek de stoute schoenen aan, vorm een team en maak plannen!
Succes !

Zorg voor MINDER werkdruk in het onderwijs!