Alle berichten van Judith Porcelijn

Ik heb in jouw schoenen gestaan. Ik heb alles mee gemaakt wat je kunt mee maken in het onderwijs. Ik heb iedere doelgroep lesgegeven die je les kunt geven. En ik heb alle fouten gemaakt die je kunt maken. Ik wens jou toe dat je die fouten niet maakt. Ik heb het zelfs tot mijn missie gemaakt om ervoor te zorgen dat je die fouten niet maakt. Zodat je sterk voor de klas staat.

Het instructieschrift: een eyeopener!

Het instructieschrift: een eyeopener!

De laatste tijd wordt er steeds meer bekend over leren leren. Tafels stampen mag weer, dyslexie is te voorkomen door veel te lezen en spelling wordt foutloos door eindeloos te oefenen. Hoe komt dat nu?

We hebben de afgelopen jaren steeds meer taken op ons onderwijsbordje gekregen. Kinderen moeten steeds meer op steeds jongere leeftijd. Daardoor zijn de eisen steeds hoger geworden. Wij moeten meer van onze leerlingen eisen en er wordt ook steeds meer van ons geëist. De samenleving is veranderd. Fijn voor de leerlingen die snel inzicht hebben in hoe ze de leerstof kunnen opslaan, hoe ze moeten leren en wat ze moeten doen om een geslaagde burger in deze maatschappij te worden.

Maar aan de andere kant vallen er steeds meer leerlingen uit. Ze kunnen niet mee in het moordende tempo van de te volle klassen met meer en meer schoolvakken. Huiswerkinstituten, bijlessen, externe toetsbureaus… natuurlijk doen ouders er alles aan om hun kind op het steeds sneller varende schip te houden. Maar er is een grens aan wat mensen kunnen.

Gelukkig komen we er langzamerhand achter dat wij er als leraren best voor kunnen zorgen dat de meeste leerlingen binnenboord blijven. Omdat we steeds meer weten hoe hersenen werken. Omdat er eindelijk onderzoek is gedaan naar wat werkt in het onderwijs. Omdat we eindelijk voor onszelf, en daarmee voor onze leerlingen, opkomen.

Waar zijn we dan eindelijk (of eigenlijk) achter gekomen? Het zijn maar 5 punten:
1. Kleuters leren meer van spelen. Terug naar het “ouderwetse” kleuteronderwijs; maar dan in een nieuw jasje. Met meer betrokkenheid van de leerlingen en een actievere houding van de leraar.
2. Leerlingen moeten meer doen, meer bewegen in de klas. Meer zingen, meer schrijven en buiten meer doen in de zin van stoeien, klimmen en rondrennen. Dat zorgt ervoor dat de hersenen meer leerstof opnemen.
3. Het is beter om te differentiëren op instructie dan op niveau. Het kost tijd en oefening, maar daardoor blijven de leerlingen bij de les en kunnen meer leerlingen meedoen met het “gewone” programma. En het scheelt zoveel tijd en gedoe als je niet aan 5 of 6 (of nog meer) groepjes apart instructie hoeft te geven.
4. Alle flauwekulvakken de wereld uit. Leuk hoor: burgerschap, gezond eten, met geld omgaan, verkeerslessen in de onderbouw… maar het neemt veel te veel tijd in beslag die in feite besteed moet worden aan goede instructies. Leerlingen hebben baat bij degelijke lessen en heel veel oefenen op het gebied van de basisvakken: taal, rekenen, lezen, schrijven en spelling.
5. Leerlingen moeten leren denken en werken in stappen. Daarvoor hebben alle leerlingen (en dat kan per vak) een instructieschrift nodig. Daarin noteren ze precies de stappen die ze moeten doen om hun schoolwerk te maken. Hoe los je som X op? Hoe gebruik je het Sexy Fokschaap? Hoe vervoeg je de Franse werkwoorden? Hoe schrijf je de letter K? Hoe zoek je een woord op in een woordenboek? Alle stappen zet jij puntsgewijs op het bord en de leerlingen nemen de stappen over in hun schrift. Wie schrijft die blijft! Leerlingen gebruiken hun instructieschrift bij het maken van de oefeningen en natuurlijk kunnen ze ook later zelf altijd opzoeken hoe ze iets moeten doen. Nooit meer vingers met “ik snap het niet”. En wie afwezig is geweest, is meteen bij nadat alle instructies zijn overgenomen (met toelichting) van een medeleerling.

Eigenlijk is het heel simpel. Het is wel een kwestie van doen. Morgen beginnen dus!

Klik HIER om de SterkNieuws verder te lezen!

Invallen in het Speciaal Onderwijs

Invallen in het Speciaal Onderwijs

Invallen in het Speciaal Onderwijs (of in een klas met veel zorgleerlingen) is een vak apart. Er zijn een aantal zaken waar je rekening mee moet houden. Ik zet ze hier op een rijtje:

  1. Bekijk van te voren de website van de school. Ook als je pas ‘s morgens wordt gebeld. Het is belangrijk om te weten welke regels op de school gelden, welke visie of missie er is en om te weten op welke wijze het onderwijs is georganiseerd.
  2. Zorg dat je goed contact maakt met de leerlingen. Sta bij de deur en kijk ze allemaal in de ogen. Zo kom je er snel achter welke leerlingen je in de klas hebt en of ze zin hebben in een dag met jou.
  3. Houd je aan de regels in de klas en in de school. Houd je aan die regels, ook al sta je er niet helemaal achter.
  4. Zoek in de klassenmap naar beschrijvingen van de leerlingen. Zo weet je snel met welke afspraken, medicijnen, ziektes, stoornissen enzovoort je rekening moet houden.
  5. Maak aantekeningen op je plattegrond over deze beschrijvingen.
  6. Begin met het uitspreken van jouw verwachtingen. Verwacht dat de leerlingen zich aan de regels houden; ook bij jou, en spreek alles hardop uit. Laat de leerlingen commitment geven aan de regels en de wijze waarop jij werkt, door een hand op te laten steken. Zo zie je meteen wie met je mee gaat werken.
  7. Vertel voldoende over jezelf (met veel humor) zodat de leerlingen weten wie jij bent en waar je van houdt. Zorg bijvoorbeeld voor een powerpointpresentatie met foto’s.
  8. Wijs meteen een “personal assistent” aan, die jou gaat helpen met alles. Waar liggen de spullen? Hoe doet de eigen leraar A of B? Laat je niet afleiden door opmerkingen van andere leerlingen.
  9. Wees consequent en duidelijk. Nee is nee en ja is ja. Laat je niet van je stuk brengen.

Veel plezier! Klik HIER om de SterkNieuws verder te lezen.

Eis 100% van je leerlingen!

Eis 100% van je leerlingen!

Je kent waarschijnlijk het boek “Teach like a Champion” van Doug Lemov wel. Ik vind het een van de beste onderwijsboeken die er zijn en ik leer mijn cursisten altijd graag over de technieken die er in staan. Het is namelijk geen gewoon leesboek, maar een praktijkboek. Als je ergens tegenaan loopt in de klas, dan zoek je in het boek welke techniek(en) je zou kunnen gebruiken en vervolgens ga je die techniek(en) toepassen in je klas. Het werkt in alle vormen van onderwijs en voor alle leeftijden.

Het mooie is dat je er ook je eigen vorm aan kunt geven. Als het maar werkt voor jou in jouw klas. Heb je het boek nog niet? De nieuwste versie is te koop bij de CED-groep. Vind je het boek te duur? Dan kan je bij mij een samenvatting van de oude versie opvragen, dan mail ik die naar je toe. Ik heb zowel de gewone versie als de versie voor de onderbouw van het PO.

Een van de belangrijkste onderwerpen van TLAC is “Eis 100%”. Met deze technieken houd je je leerlingen altijd bij de les, weet je zeker dat ze allemaal betrokken zijn, opletten, nadenken en een antwoord geven.

Ik zet hier zeven tips over op een rij:

  1. Werk met het beurtenbakje; een beker met ijslollystokjes met de leerlingnamen erop. Leerlingen steken geen vingers op, maar je trekt een stokje uit de beker en de leerling met de naam op het stokje krijgt de beurt. Je doet het stokje weer in de beker, zodat er een kans is dat dezelfde leerling weer een beurt krijgt. Zo blijven alle leerlingen alert. Zo kun je ook groepjes maken. En je kunt de stokjes manipuleren, door een andere naam te zeggen.
  2. Laat alle leerlingen antwoorden. Hardop.
  3. Als een leerling het antwoord niet weet, dan zeg je: “ik kom bij je terug”. En als een andere leerling het goede antwoord heeft gegeven kom je terug bij de eerste leerling, die dan alsnog het goede antwoord moet geven. Dit moet je trouwens wel met de leerlingen oefenen.
  4. Als een leerling het antwoord niet geeft, geef je net lang hints tot de leerling het juiste antwoord geeft.
  5. Laat leerlingen altijd antwoorden in hele zinnen.
  6. Vertel bij alle opdrachten precies waar de antwoorden aan moeten voldoen. Denk aan aantal woorden, interpunctie, spelfouten enzovoort.
  7. Maak de leerlingen duidelijk dat de lessen leuker en interessanter worden als iedereen actief meedoet. De tijd gaat ook sneller.

Ik wens je veel succes en plezier!

Wil je nu de SterkNieuws verder lezen? Klik dan hier….

15 tips om beter te leren!

15 tips om beter te leren!

Je wilt dat jouw leerlingen dingen leren.
Feitjes.
Gedrag.
Vaardigheden.
Competenties.
Lijstjes.
Gedachten.

En hoe kun je je leerlingen daar nu het beste mee helpen? Door ze tips te geven. Deze 15 tips geef ik aan de middelbare scholieren en studenten die bij mij leren leren. En het werkt! Dus zegt het voort…

15 tips om beter te leren:

1. Bepaal plaats in (of rond) je hoofd waar je het geleerde op gaat slaan. Zo kan je een ladenkast in je hoofd (of daarbuiten) maken met voor ieder vak een laatje.
2. Zorg voor een goede planning. Wissel vakken af en neem voldoende pauzes tussendoor.
3. Zet een duidelijk doel voor jezelf voor je begint met leren. Dan weet je waarom je het doet.
4. Voor je begint met leren: zet je mindset op uitdaging en je focus op leren.
5. Zorg dat je nergens door afgeleid kunt worden. Zet dus alles uit.
6. Als je muziek luistert: kies voor muziek in hetzelfde ritme als je hart klopt.
7. Zorg voor licht, frisse lucht en water. In de pauzes mag je wat eten en ga je flink bewegen.
8. Multitasken bestaat niet!
9. Sport regelmatig, eet gezond en vermijd energiedrankjes.
10. Leer snellezen. Als je sneller leest ben je ook eerder klaar.
11. Als je iets wilt onthouden dan moet je het 7 keer herhalen.
12. Optimaal herhalen = na 10 minuten, na 1 uur, na 1 dag, na 3 dagen, na 7 dagen, na een maand en na een jaar.
13. Werk met kleuren en kaartjes om woorden en begrippen te onthouden en jezelf te overhoren. Dansjes en liedjes werken ook!
14. Maak mindmaps in plaats van samenvattingen. Je brein onthoudt een mindmap beter omdat je je hersenen dan beter benut.
15. Pas als je iets 21 keer gedaan hebt, kan iets een automatisme worden.

Extra tip: Oefening baart kunst & de aanhouder wint!

Wil je nu de SterkNieuws verder lezen? Klik dan HIER.

Acht tips voor de vrolijke invaller!

Acht tips voor de vrolijke invaller!

Een dagje hier, een dagje daar. School op de hoek, school ver weg. Auto, fiets, bus… je rent van hot naar haar en je past je overal in en aan. Vooral in het PO is “invallen” een bekend verschijnsel, omdat je basisschoolleerlingen niet even een tussenuur kunt geven.
En soms mag je als invaller langer blijven. Een week, een maand, maanden.
Ook in het VO en MBO wordt ingevallen, ingeval van langdurige afwezigheid van de leraar. Zwangerschap, burn-out, ziekte, zorgverlof, sabbatical….
Voor een starter in het onderwijs, is invallen meestal het begin van een carrière. En als er niet zoveel “vast werk” is, dan kan de periode van invallen wel tien jaar duren. Zoals in mijn geval .
Dat heeft een enorm voordeel. Je doet een schat aan ervaring op waar je je hele leven nog plezier van hebt. En je leert relativeren. Want niet iedere school past bij jou en soms heb je een dag waarop het gewoon niet loopt. En dat geeft niet, want de dag daarna gaat het beter. Of supergoed.
Het maakt niet uit waar je gaat invallen, of voor welke periode, als je maar goed voorbereid bent. En zeker als je voorafgaand een “sollicitatiegesprek” hebt, is het belangrijk om van te voren een aantal zaken in acht te nemen.

Daarom: acht tips voor de vrolijke invaller!
1. Zorg dat je de school kent. Google de school op internet, bekijk de website, lees het schoolplan.
2. Zorg dat je uiterlijk “passend” is bij de school. Wat hebben de leraren op de foto’s op de website aan? Let op piercings en tattoos, roklengte en decolletés.
3. Toon heel veel interesse in de groep, in de klas(sen) waar je les gaat geven. Stel vragen over de leerlingen, ouders, het verleden en de toekomst. Wie was de leraar voor jou? Waarom is diegene weg?
4. Weet welke visie de school heeft op leerlingen en onderwijs. Denk er over na of die visie bij jou past.
5. Geef iedereen die je in de school (en in de teamkamer!) ontmoet een hand en stel je voor. Probeer alle namen en gezichten te onthouden.
6. Maak mappen met activiteiten en lessen voor alle klassen en groepen, dan heb je altijd materiaal.
7. Laat je niet gek maken. Neem je tijd. Het programma hoeft niet af.
8. Heb heel veel plezier! Wees vrolijk, oprecht en maak er een mooie tijd van, ook al ben je er maar een halve dag.

Succes!

Wil je nu verder lezen in de SterkNieuws? Klik dan HIER.

De aanspreekladder

De aanspreekladder

Er zijn wel eens van die momenten in een klas, waarop je als leraar een leerling moet aanspreken op zijn gedrag. Er zijn natuurlijk momenten waarop je de naam van die leerling hard, of keihard, door het lokaal moet roepen.
Dit zijn van die momenten:
– Als de veiligheid in het geding is.

Er is dus maar één reden om een leerling hardop onmiddellijk te corrigeren. Toch zie ik dit dagelijks gebeuren en meestal verkeert er dan niemand in een onveilige positie.
Hoe kan het beter? Wat kun je beter doen als je een leerling absoluut moet corrigeren, vanwege gedrag of het achterwege blijven van een bepaalde actie?

Je volgt gewoon deze stappen. Als de eerste niet werkt ga je door met de volgende.
1. Je zoekt oogcontact met de leerling en laat non-verbaal zien dat je hem of haar in de gaten hebt.
2. Je zet de rest van de klas aan het werk en loopt naar de leerling toe. Je vertelt onder vier ogen wat je hebt gezien en wat je van de leerling verwacht. Je loopt weg.
3. Je neemt de leerling mee naar de gang en vraagt hoe het komt dat hij of zij nog steeds…. Je antwoordt begrijpend en geeft hem de keus tussen 2 of 3 opties.
4. Je zet de leerling apart, zo dicht mogelijk bij je, zodat je steeds non-verbaal kunt corrigeren als dat nodig is.
5. Je zet de leerling in een andere klas met zelfstandig werk.
6. Je stuurt de leerling naar de directeur of IB-er (of wat er ook is afgesproken).
7. Je belt de ouders en nodigt ze uit voor een gesprek met de leerling erbij. De vraag is: hoe kunnen we samen tot een oplossing komen?

Belangrijk: iedere keer als een leerling doet wat je zegt, dat bedank je hem, complimenteer je hem (of haar). Dat kan zowel verbaal als non-verbaal, dat hangt van de situatie af.
Tussen de regels door complimenteer je de leerlingen die wel doen wat jij zegt uitgebreid.

Succes!

Wil je nu de SterkNieuws verder lezen? Klik dan HIER.

Falen is geen optie

Falen is geen optie

Vorige week sprak ik een jonge leraar die op het eind van zijn Latijn was. Hij had het gevoel dat alles tegen zat. Hij had een moeilijke klas, met veel zorgleerlingen. De ouders klaagden bij de directrice over zijn handelen. Zijn collega’s zeiden dat ze het ook niet wisten. Hij werkte ’s avonds en in het weekend over om al het werk af te krijgen; handelingsplannen, nakijkwerk en iedere dag een volle mailbox.

Hij was het zat.

Ik kwam een leerling observeren in zijn klas, en ik zag dat hij alles deed om het goed te doen. Tijdens het nagesprek vroeg ik hem wat hij eigenlijk het liefste wilde. En hij zei: “ik wil me het liefst ziek melden”. Toen ik vroeg waarom hij dat nog niet gedaan had, zei hij: “ik ben toch niet echt ziek?”.

Nee, nog niet.

Ik vertelde dat ik wel eens leraren coach. Ik help ze om hun onderwijs zo in te richten dat ze er zelf gelukkig van worden. Het motto is dan: “Blije leraren maken blije leerlingen.” Dus ik bood hem mijn hulp aan. En de leraar antwoordde: “Ik meld me nog liever ziek dan dat ik hulp accepteer. Falen is geen optie”.

Ik schrok.

Thuis vertelde ik mijn zoon (van ongeveer dezelfde leeftijd als de leraar) wat er gebeurd was. Mijn zoon vertelde dat dit de trend van zijn leeftijdgenoten is. Falen mag niet meer. Als kind, als leerling wordt iedere groei onder de curve afgestraft. Een extra jaar kleuteren? Mag niet meer. Een jaartje overdoen? Mag niet meer. De foute studie kiezen? Mag niet meer.

Mag niet meer.

Geen wonder dat zoveel middelbare scholieren een tussenjaar kiezen. Teveel drinken. Het thuis niet durven te zeggen als het niet zo goed met ze gaat. Iedereen moet blij, vrolijk en compleet “up to date” zijn. Mee kunnen komen met het gemiddelde, of liever nog: daarboven. Hulp vragen is geen optie, dat wordt onmiddellijk afgestraft.

Falen is geen optie meer.
Jammer.

Wil je nu de SterkNieuws verder lezen? Klik dan HIER.

Open brief aan alle ouders

Open brief aan alle ouders

Lieve ouders,
Jullie brengen of halen jullie kind(eren) iedere dag naar school, of ze gaan zelf. Het is ons werk om al onze leerlingen les te geven. Wij vinden ons werk leuk. We halen er voldoening uit en ja, we weten wat we doen. Maar soms is het belangrijk om weer eens pas op de plaats te maken en jullie te laten weten wat onze verwachtingen zijn en wat jullie van ons kunnen verwachten.

Wat wij verwachten van jullie:
1. Dat alle leerlingen op tijd op school zijn; schoon, aangekleed en met een (gezond) hapje & drankje voor tussendoor en voor tijdens de overblijf.
2. Dat jullie belangrijke informatie opschrijven en die brief aan ons overhandigen. Wij hebben ’s morgens geen tijd om met jullie te praten; we zijn er dan voor de leerlingen.
3. Dat jullie ons steunen in de opvoeding in de klas. Dat betekent dat je kind wel eens straf krijgt. Dat hoort erbij.
4. Dat jullie ons je vertrouwen geven dat we het goed doen.

Wat wij verwachten van onze leerlingen:
1. Dat ze opletten en meedoen met iedere les, ook al hebben ze eens geen zin.
2. Dat ze zich sociaal en netjes gedragen naar hun medeleerlingen en hun leraren.
3. Dat ze zich houden aan de afspraken zoals die zijn gemaakt in de klas en schoolbreed.

Wat mogen jullie en jullie kind(eren) van ons verwachten?
1. Dat we doen wat we kunnen om je kind(eren) het onderwijs te bieden dat ze nodig hebben.
2. Dat we altijd vragen hoe we kunnen helpen, op emotioneel, sociaal en cognitief gebied.
3. Dat we jullie informeren als er belangrijke zaken zijn die spelen in de klas of op school.
4. Dat we de beste lessen geven die we kunnen.
5. Dat we samen overleggen en bijleren als we iets (nog) niet weten.
6. Dat we je kind(eren) beschermen als dat nodig is.
7. Dat we het beste voor hebben met ieder kind.
8. Dat we zijn opgeleid om ons werk goed te doen.
9. Dat we houden van al onze leerlingen.

Met vriendelijke groeten van de leraar van je kind(eren)

Wil je nu de SterkNieuws verder lezen? Klik dan HIER.

Een presentatie houden… hoe leer je dat?

Een presentatie houden… hoe leer je dat?

Wij vragen onze leerlingen regelmatig om een presentatie te houden. Of een spreekbeurt. En ik kan me herinneren dat ik, toen ik pas voor de klas stond, vond dat mijn leerlingen “dat maar gewoon moesten kunnen”. Ik had geen idee dat, of hoe, ik ze dat zou kunnen leren.

Ik las in een oude “Juf” (Malmberg) een artikel met als titel “Presenteren kun je leren” Dat heb ik gebruikt om een stappenplan te maken. Een stappenplan dat ik vroeger graag had willen hebben om de leerlingen beter te kunnen helpen.

Het stappenplan:

  1. Actief en respectvol luisteren.

Allereerst moeten de leerlingen leren hoe ze actief en respectvol luisteren. Ze zitten rechtop en kijken naar de presentator. Ze schrijven eventuele vragen op, het liefst in een daarvoor speciaal bestemd schrift. Ze praten er niet doorheen. Ze stellen zich voor dat zij daar zelf staan. Fouten maken mag.

2. Hoe kies je een onderwerp?

Soms krijgen leerlingen een onderwerp toegewezen, soms mogen ze zelf kiezen. In het eerste geval is het belangrijk om duidelijk aan te geven welke onderdelen bij het onderwerp horen, en welke beslist niet.
In het tweede geval moeten de leerlingen hun onderwerp afbakenen als het te groot is. “Voetbal” is zo’n voorbeeld. Het is dan beter als een leerling zijn of haar favoriete speler of club kiest.

3. Maak een mindmap of woordenweb.

Zet het onderwerp in het midden en laat de leerlingen er een maximaal aantal takken (subonderdelen) bij schrijven. Dit werkt ook goed bij het maken van een verslag of werkstuk. Oefen dit klassikaal.

Laat leerlingen eerst de teksten schrijven en er pas daarna per subonderdeel plaatjes bij zoeken. Geef ook het aantal pixels bij op, zodat er op het digibord geen wazig zoekplaatje staat.

Vertel dat eventuele filmpjes niet langer dan 2 minuten mogen duren.

4. Hoe voorkom je dat leerlingen de tekst voorlezen?

Dat voorkom je door de leerlingen in tweetallen van te voren te laten oefenen aan de hand van een blaadje met steekwoorden. Het liefst ook in de vorm van een woordenweb of mindmap.
Zo kun je ook leerlingen laten oefenen met het vertellen van “boekzinnen” in hun eigen woorden.

5. Oefen het voor de groep staan.

Geef regelmatig opdrachten, waarbij leerlingen staand (eerst achter hun stoel en daarna voor de groep) iets moeten vertellen. Zo’n vertelling duurt eerst 30 seconden en dat kan je langzaam opbouwen.

Geef daar de volgende aandachtspunten bij en geef daar ook feedback op:

Sta op twee benen.
Bedenk wat je met je handen doet.
Kijk je medeleerlingen om de beurt aan, kijk niet naar een punt of over de hoofden heen.

6. Welke vragen worden gesteld?

Leer je leerlingen vragen stellen met de volgende beginwoorden:

Hoe denk je dat…
Sinds wanneer…
Hoe zou jij…
Wat is het belangrijkste dat…

7. Een PowerPoint of Prezi maken.
Geef als oefening alle leerlingen hetzelfde onderwerp en geef ook aan hoeveel dia’s er minimaal en maximaal getoond mogen worden.

De beoordeling:

Het is meestal zo dat zowel jij als leraar als de leerlingen de presentatie mogen beoordelen. Ik vind dat altijd een moeilijk punt, omdat vriendjespolitiek en/ of affiniteit met het onderwerp vaak een rol spelen.

Het is beter om bijvoorbeeld 10 punten aan te geven, waar een presentatie aan moet voldoen. Dan is jouw beoordeling in ieder geval duidelijk en transparant:

Ik kan je goed verstaan.
Je staat op twee benen.
Je vertelt met passie over het onderwerp.
Je leest niet voor.
Je gebruikt je eigen woorden.
Je zegt niet in iedere zin “..eh..”.
Je presentatie heeft ongeveer 10 dia’s.
Je weet duidelijk meer van het onderwerp dan hetgeen je gepresenteerd hebt.
Je hebt 8 duidelijke plaatjes, die iets toevoegen aan je verhaal.
Je hebt iets verrassends ingevoegd. Een filmpje, een quiz, een anekdote, een spel. Leuk voorbeeld: bij een spreekbeurt over “de Olifant” heeft de leerling een olifantendrol meegenomen…

Leerlingen kunnen feedback geven met de volgende hulpzinnen:

Het meest interessante wat ik gehoord heb was…
Wat ik nog niet wist was…
Wat ik erg goed vond was…
De volgende keer kan je beter…

Veel plezier!

Dat doen wij zo niet…

Dat doen wij zo niet…

“Dat doen wij zo niet.” Niet leuk om te horen als je nieuw op een school bent en enthousiast een idee naar voren brengt.

“Wij doen het al jaren zo en dat bevalt prima.” Nog zo’n opmerking waar je niks mee kunt als je een verandering voorstelt.

“Ach ja, toen ik pas begon had ik ook van die wilde plannen, maar je zult zien dat dat vanzelf overgaat.” En je enthousiasme voor jouw “wilde plan” zakt meteen weg.

Laten we eerlijk zijn. Het is niet leuk om dergelijke opmerkingen te horen. En gelukkig worden ze steeds minder gemaakt. Maar als je op een school zit waar je wel zulke opmerkingen te horen krijgt, dan kun je er wel iets mee als je wilt.

  1. Het is goed bedoeld. Het komt misschien anders over, maar in de grond is het een welwillend advies met het doel om jou te beschermen.
  2. Je kunt er dus ook welwillend en begrijpend op reageren. “Ik begrijp het” zeg je dan. (Of iets van die strekking.) Je mag ook vragen naar de bezwaren die er zijn. Misschien hebben ze wel een punt… dan kun je daar rekening mee houden.
  3. Vervolgens vraag je of je jouw plan toch mag uitproberen. Bij wijze van pilot. Bijvoorbeeld in jouw klas. In de meeste gevallen wordt daar positief op gereageerd.
  4. Je gaat aan de slag.
  5. En je vertelt iedere keer enthousiast over de vorderingen die je maakt.
  6. En als je ergens tegenaan loopt, dan vraag je om hulp aan iemand die (min of meer) positief t.o.v. jouw “wilde plan” staat.
  7. Je houdt vol. Grote kans dat iemand jouw plan adopteert.

Veel succes!