Alle berichten van Judith Porcelijn

Ik heb in jouw schoenen gestaan. Ik heb alles mee gemaakt wat je kunt mee maken in het onderwijs. Ik heb iedere doelgroep lesgegeven die je les kunt geven. En ik heb alle fouten gemaakt die je kunt maken. Ik wens jou toe dat je die fouten niet maakt. Ik heb het zelfs tot mijn missie gemaakt om ervoor te zorgen dat je die fouten niet maakt. Zodat je sterk voor de klas staat.

Kleren maken de Leraar

Kleren maken de Leraar

Jaren geleden werkte ik op een asielzoekersschool. Aan het begin van het schooljaar kwamen er altijd “snuffelstagiaires” van de opleiding tot onderwijsassistent. Mijn laatste stagiaire heette Samira. Op haar eerste dag was het buiten bloedheet en binnen een sauna. Een veel voorkomend euvel in het onderwijs… platte daken en geen airco.

Samira was een jaar of 16. Ze keek me nauwelijks aan en gaf me een slap handje. Ze droeg een naveltruitje (incl. navelpiercing) met decolleté en een heel kort rokje. Ik had een groep van 18 leerlingen tussen de 10 en de 14 jaar, waarvan meer dan de helft jongens. Ik heb Samira vriendelijk verzocht om terug naar huis te gaan en zich om te kleden. Ze haalde beledigd haar neus op en vertrok. Ik heb haar nooit meer gezien.

Dat een naveltruitje (met of zonder piercing) met decolleté en kort rokje geen handige combinatie is op een school, klinkt heel logisch. Ook niet in een andere klas. Maar eigenlijk zijn er best veel kledingstukken waar je wel over kunt discussiëren: “Kan het wel of kan het niet?”

– korte broek (dames en heren);
– geen BH (tot welke cupmaat?);
– spaghettibandjes;
– decolletés (hoe diep is acceptabel?);
– rok boven de knie (waar ligt de grens?);
– sandalen;
– slippers;
– blouses die bij bepaald licht min of meer doorzichtig zijn;
– zichtbare piercings (m.u.v. oorbellen);
– zichtbare tatoeages.

Met warm weer lijkt het logisch om je luchtig te kleden. Het zou zelfs zo kunnen zijn dat je dat automatisch doet; zonder er bij na te denken. En laten we eerlijk zijn: op de meeste scholen is het meteen bloedheet bij warm weer. Bovendien: de meeste leerlingen kijken helemaal niet op van een juf of meester in korte broek of op sandalen.

Aan de andere kant: als leraar heb je een voorbeeldfunctie. En volgens mij zit het zo: één van de manieren om een bepaalde status uit te dragen, is het dragen van statusverhogende kleding. In het onderwijs wordt veel geklaagd over het feit dat “de leraar van zijn voetstuk is gevallen”.  Het dragen van representatieve kleding kan bijdragen tot de terugkeer van de leraar op het bijbehorende voetstuk. Denk maar aan advocaten en artsen; zonder net pak, toga of doktersjas zouden wij hen veel minder serieus nemen.

Dus ja: ik vind dat je je netjes moet kleden als je voor de klas staat. (Ook als onderwijsassistent, trouwens). Dat betekent dat je je uiterlijk dus moet controleren voor je naar school gaat. Stel  jezelf de volgende vragen als je ’s morgens voor de spiegel staat:

  1. Zou ik dit ook aandoen als ik op vakantie ben?
  2. Zie ik eruit als iemand die serieus genomen gaat worden door iemand die eigenlijk weinig respect heeft voor gezag?
  3. Zie ik iets waar iemand op school misschien wel over zou kunnen vallen?

Bij twijfel doe je meteen iets anders aan, want kleren maken de leraar!

Leer ze schrijven!

Leer ze schrijven!
Leuk… het werken op de laptop, werken met tablets, (snappet), leren op je telefoon… de digitale wereld is helemaal geïntegreerd in ons onderwijs. Je kunt makkelijker differentiëren. En je hoeft minder na te kijken, dàt is vooral heel erg fijn. Maar…. er blijkt ook een schaduwzijde aan dit jubelfeit te zijn. Onze leerlingen kunnen niet meer schrijven! Er worden veel onnodige spellingfouten gemaakt, het schriftelijke werk is vaak onleesbaar en als er al eens geschreven moet worden, beginnen de leerlingen na één minuut al te klagen over pijn in hun hand. Dus vandaag een pleidooi om dit euvel voor eens en altijd uit de wereld te helpen: Leer ze schrijven!

Hoe doe je dat?
Want je wilt toch echt wel blijven werken met de laptop, tablets (snappet) en de telefoon.
1. Tijdens de instructie moeten er aantekeningen gemaakt worden. Alles wat jij op het bord zet, moeten ze overschrijven in hun instructieschrift. Leesbaar! (Anders moet het over…)
2. Leer de leerlingen schrijven in volledige zinnen. Bouw het op. Begin met korte zinnetjes en breidt die zinnen steeds meer uit.
3. Bouw de schrijftijd op. Eerst één minuut, de volgende keer twee minuten, enzovoort. Tot de leerlingen getraind zijn en het klagen is verstomd. Verhalen, brieven, werkstukken, betogen…
4. Kijk in het begin al het schrijfwerk na: eis 100%! Dus zonder spelfouten en in een keurig, leesbaar handschrift. Vertel van te voren wat je precies verwacht en laat ze eventuele fouten verbeteren.
5. Laat alle automatiseringsoefeningen (tafels, grammatica, toepassingen, werkwoordvervoegingen, formules enzovoort) schriftelijk maken.
6. Doe veel fijn-motorische oefeningen tussendoor. Ook leuk als energizer.
7. Pak er gewoon eens een ouderwets schrijfschrift bij. Als tussendoortje. Desnoods een oefenblad uit de jaren 50.

Belangrijk!
Vertel je leerlingen ook waarom het zo belangrijk is dat ze kunnen blijven schrijven:
1. Wie schrijft die blijft, oftewel: je onthoudt gewoon beter wat je opschrijft.
2. Schrijven zorgt er voor dat je ondertussen je gedachten kunt ordenen.
3. Ook al gaat in de toekomst alles digitaal… het is gewoon handig als je kunt schrijven. En het is nog handiger als je ook nog kunt lezen wat je geschreven hebt.

Succes!

Twee klassen in een klas

Twee klassen in een klas

De griepgolf heeft enorm toegeslagen afgelopen winter. Ik weet niet hoe het bij jullie ging, maar wij moesten echt enorm ons best doen om vervangers te vinden. Op sommige scholen lukte dat niet en moesten klassen samengevoegd worden, zodat de leerlingen niet naar huis gestuurd hoefden te worden. Twee klassen in een klas…

Op zich kan dat natuurlijk best wel: twee klassen in een klas. En zeker als de leerlingen van de andere klas jou goed kennen is het misschien best een goede oplossing. Maar hoe pak je dat nu aan? Ik heb een stappenplan voor je.

  1. Maak ruimte in je lokaal. Schuif met stoelen en tafels, zet desnoods tijdelijk kasten op de gang. Ruimte is noodzakelijk.
  2. Stel duidelijke afspraken op. Misschien zijn die wel anders dan normaal, dat kun je uitleggen. Maar zet ze op papier.
  3. Maak een afwijkend dagrooster, waarin je korte lesblokken van 30 minuten maakt, met een korte instructie, enkelvoudige opdrachten bij Zelfstandig Werk en met gezamenlijke les-overgangen en ijkpunten.
  4. De volgende zaken zijn belangrijk:
    1. Herhaal de afwijkende afspraken regelmatig.
    2. Plan ook activiteiten én rustpunten in met beide groepen tegelijk.
    3. Oefen de routines, zeker als er naar het andere lokaal gelopen moet worden.
    4. Speel extra buiten of doe extra energizers tussendoor.
  5. Als je de dag na afloop met alle leerlingen evalueert, vraag dan alleen naar de dingen die heel goed gingen.
  6. Geef regelmatig pluimen aan de leerlingen als ze goed bezig zijn. Vooral aan die leerlingen voor wie verandering moeilijk is.
  7. Neem de tijd. Doe veel minder dan op het oorspronkelijke rooster staat. Kies met zorg je prioriteiten.

Kies ook met zorg de groepen uit die samengevoegd moeten worden. Misschien lijkt de boven- of onderliggende groep de beste keus, maar je kunt ook kiezen op basis van ligging in het gebouw of twee groepen samenvoegen die qua leeftijd ver uit elkaar liggen (groep 1-2  met groep 7). Korten: weeg alle voor- en nadelen tegen elkaar af, denk er over na (laat je niet opjagen) en zorg dat je bewust kiest.

Zeven tips voor een rustige vakantie

Zeven tips voor een rustige vakantie

Ik denk dat jullie nu allemaal vakantie hebben. Tijd om uit te rusten en bij te komen. Daarom heb ik zeven tips voor een rustige vakantie. Zodat je ook echt uitrust en bijkomt.

  1. Werk vandaag de laatste dingetjes af. Als je dat nog niet gedaan hebt.
  2. Maak een to-do-lijstje voor de laatste dag van jouw vakantie. Dan weet je zeker dat je niets vergeet.
  3. Parkeer alle zorgen, schuldgevoel en ander gedoe ergens achter je.
  4. Plan in je vakantie lege dagen in. Dagen waarop je helemaal niets hoeft, of waar je nog iets kunt gaan doen als je dat eventueel zou willen. Voorkom dat je hele vakantie alweer volgepland is.
  5. Bedenk bij alle sociale verplichtingen of je wilt of moet… willen is eigen keus en bij moeten is het slim om te bedenken of je echt wel wilt of dat je moet afzeggen/ delegeren/ verplaatsen/ veranderen.
  6. Zorg dat er minimaal één vakantiedag is waarop anderen voor jou zorgen. Ga desnoods in een hotel zitten, boek een wellnessdag, schakel je gezin in…. maakt niet uit.
  7. Rust uit en geniet. Van iedere minuut.

Fijne vakantie!

Wil je weten hoe je meer rust in je hoofd kunt houden als het geen vakantie is? Overweeg dan om mee te doen met de tweedaagse training voor leraren.

Heb je zin om een stukje te schrijven? Doe dan mee met de wedstrijd “Mijn eerste jaar als leraar” en win het boek “Je eerste jaar als leraar” van Bazalt.

Zon zon zon…

Vandaag is het veel te mooi weer om een blog te schrijven.

Ik spijbel! En ik hoop dat jij ook van de zon geniet!

download

Wil je toch iets zien of lezen?

Klik dan HIER door naar een oude blog. Eentje die ik in ere houdt, omdat hij over mijn meest favoriete collega gaat.

Fijn weekend nog,  misschien een fijne vakantie en tot volgende week.

Moeilijke klas – hoe doe je dat?

Moeilijke klas – hoe doe je dat?

Een moeilijke klas overnemen… hoe doe je dat?
Ik krijg altijd veel verzoeken om hulp van leraren die plotseling een moeilijke klas over moeten nemen. Ze beginnen enthousiast, maar na een paar weken gaan ze met lood in hun schoenen naar school. Natuurlijk: kinderen proberen een nieuwe leraar uit, dat is normaal. Maar in moeilijke klassen wordt het uitproberen van de leraar overstegen door negativiteit. Negatief gedrag is de norm geworden.

Wat zijn de symptomen van een moeilijke klas?
• De leerlingen letten de hele tijd alleen maar op elkaar.
• Ze reageren op alles; verbaal en onverbaal.
• Leerlingen lijken niks te pikken; niet van hun klasgenoten en niet van de leraar.
• Straffen en belonen lijken geen enkel effect te hebben.
• De groep wordt heel moeilijk stil. Als dat eindelijk is gelukt, beginnen ze weer opnieuw.
Allereerst is het zaak om een aantal zaken te onderzoeken. Wat is er aan de hand? En wat kan je met de antwoorden op jouw vragen?
• Neem een sociogram af. Het geeft je inzicht in welke relaties er in de groep zijn.
• Bekijk welke leerlingen een “etiket” hebben. Praat met deze leerlingen, hun ouders en je collega’s en vraag welke benadering bij deze leerlingen zou kunnen werken.
• Zoek uit wie de informele (negatieve) leider is van de groep. Deze leerling geef je geen speciale aandacht meer.
• Zoek uit welke leerlingen eigenlijk wel positief zijn, maar dit niet meer durven te laten merken. Deze leerlingen geef je extra positieve aandacht.
• Vraag naar het verleden van de groep. Wanneer is deze sfeer ontstaan? Wat zouden de oorzaken kunnen zijn?
• Zoek uit of je gesteund wordt door je leidinggevende, je collega’s en de ouders. Zo nee: leg je plan van aanpak voor en vraag vervolgensom hun uitgesproken steun en hulp.
In de klas zelf is het zaak om te focussen op je lessen en je klassenmanagement.
• Zorg voor een duidelijke, voorspelbare structuur en routines.
• Trek het je nooit persoonlijk aan. Het heeft niets met jou te maken, maar met groepsprocessen uit het verleden. Zie het als een uitdaging om het tij te keren.
• Benoem alle gedrag dat je ziet. Negatief gedrag kap je kort en duidelijk af, bij positief gedrag complimenteer je extra.
• Ga nooit in discussie. Spreek duidelijk je verwachtingen uit en geef twee keuzes.
• Voorkom stemverheffing. Praat zacht.
• Gebruik technieken die continue de aandacht op jou vestigen.
• Wees snel, kort en effectief.
• Blijf rustig, tactvol en lief. Zorg voor een warme ondertoon, hoe streng je ook bent.

En tot slot:
• Houd vol!!!!
• Blijf lachen!
• Koester ieder klein succesje.
• Blijf geloven in een ommekeer.

Wetten van Waarschuwingen

Wetten van Waarschuwingen
Hoeveel Waarschuwingen geef jij in de klas aan jouw leerlingen voor dat je straf geeft? Twee? Drie? Of geen enkele? Waarom waarschuw je eigenlijk? En wanneer? En aan wie? En ben je dan ook altijd consequent, door de juiste consequentie toe te passen na jouw laatste waarschuwing? En hoe houd je dat bij?
Ik wil je wel even waarschuwen. Want er lijken wat wetten te kleven aan de toepassing van de waarschuwing. Vier, heb ik bedacht.

Wet 1: “Als er nu nog één iemand praat, dan ….” En het komt dan best vaak voor dat degene die dan als eerste iets zegt iets nuttigs heeft te melden, of het is precies degene die de hele les eigenlijk heel braaf was. Op dat moment moet je consequent zijn, maar eigenlijk wil je dat dan net even niet, anders gaat jouw systeem van Waarschuwingen de mist in.
Wet 2: “Maar ik deed helemaal niets…” Is een veel voorkomende reactie van leerlingen op een waarschuwing. En de ellende is dat je dat niet kunt controleren, dat de kans groot is dat je gaat twijfelen, en dat er een discussie ontstaat die je nooit kunt winnen.
Wet 3: Je hebt niet goed bij gehouden wie je wanneer hebt gewaarschuwd en waarvoor. Je “administratie” is niet op orde en daardoor ga je de mist in: je weet niet meer welke leerling je al hoe vaak gewaarschuwd hebt. Jammer maar helaas: ook deze strijd verlies je met de leerling in kwestie.
Wet 4: Als je met waarschuwingen de mist in gaat, krijg je de hele klas tegen je. Dat is echt heel naar, want hoe krijg je dat weer recht gebreid?

Hoe voorkom je dat deze vier wetten de kop opsteken? Zo doe je dat:
1. Je houd een administratie bij (kan op het bord, kan ook op een blaadje).
2. Weet heel goed waar je een waarschuwing voor geeft en wanneer. Zet deze (tijdelijke?) regels desnoods op het bord of op een blaadje.
3. Zeg altijd tegen de leerling voor welk gedrag je een waarschuwing geeft, de hoeveelste waarschuwing het is en ook vooral: dat het je spijt maar dat je niet anders kunt. Meen dat.
4. En zeker weten: wees echt consequent. Ook bij die ene brave leerling. Met veel spijt. Zeg wat je dwars zit.
5. Geef gewoon geen waarschuwingen. Deze oplossing werkt alleen in moeilijke klassen waar veel leerlingen zitten met grensoverschrijdend gedrag. Dit communiceer je natuurlijk ook duidelijk naar de leerlingen. En als ze vragen waarom je niet waarschuwt (want dat vinden ze oneerlijk) dan zeg je: “Jullie weten hoe het hoort. Je weet wat wel mag en wat niet mag. Dus een waarschuwing is overbodig.” Dit scheelt administratie en gedoe. En als je hier consequent in bent dan weet je zeker dat het helpt, en dat is ook prettig.

Succes!

Boos

Boos

Ik was laatst in een klas waar de leraar nogal boos deed en onvriendelijk was tegen de leerlingen. Kortaf, kribbig, boos. Die leraar liep duidelijk op zijn tandvlees. En de leerlingen haakten af. Mopperden. Na afloop van de les zei hij tegen mij: “Ik snap het niet. Ik wil niet onaardig zijn, maar het gaat vanzelf.….”

Ik had laatst een gesprek met een juf. Ze is net begonnen in een kleutergroep, de directeur is blij met haar en ze mag in ieder geval tot de zomer blijven. Maar ze was niet blij, ze barstte in tranen uit. “Ik ben niet goed genoeg” huilde ze. “Een ouder vroeg wanneer de andere juf weer terugkomt.”

Ik las een stukje over een meester, die overspannen was geraakt. Na vele gesprekken met een psycholoog trokken ze de conclusie dat de meester ongeschikt zou zijn voor het onderwijs. Te perfectionistisch. Meester nam ontslag en zocht een baan buiten het onderwijs. De titel van het stukje? “Hoe hard ik ook werkte, het werk was nooit af.”
Herken je dit?

En herken je deze opmerkingen ook?
“Het hoeft toch niet perfect te zijn.”
“Ik trek om vier uur de deur achter me dicht. Dat zou jij ook eens moeten doen.”
“Joh, zeur niet. Over een paar weken is het toch weer vakantie.”
“Waar maak je je nou druk om?”
“Je moet keuzes maken. Prioriteiten stellen.”
Allemaal makkelijk gezegd maar moeilijk gedaan, niet waar?
En deze… vind ik echt erg. Afgelopen twee weken al drie keer gehoord: “Hé, wel overeind blijven hoor, als jij uitvalt moeten wij nóg harder werken.”
Heb ik een oplossing?
Nee. Alhoewel…

Ga nou eens echt staken. Gewoon een maand alle scholen dicht. PO, VO, MBO… En zeg tegen iedereen dat er géén kinderen opgevangen worden. Dat de school gewoon dicht is. Omdat jullie met een spandoek en een slaapzak en een thermoskan thee op het binnenhof liggen. Maak nou eens een echte vuist, in plaats van dat kneuterige gepolder.
Ik snap wel hoe het zo ver heeft kunnen komen. Wij willen iedereen gelukkig maken, stellen onze leerlingen altijd voorop en we doen het allerallerergste: we doen wat ze van ons vragen, zonder te vragen: “Waarom?”
Ik spreek nog steeds leraren die eindeloze registraties bijhouden en groepsplannen maken omdat dat “van de inspectie moet”. Flauwekul. Het moet niet van de inspectie, het moet van jouw bestuur omdat ze je willen controleren.
En besturen duwen om de haverklap weer nieuwe veranderingen de school in omdat “het zo leuk, nuttig, modern, of noodzakelijk is”. Weer een nieuw concept de school in, begeleid door een onderwijskundige bureau dat veel huiswerk op geeft en ook nog in de klas komt kijken of je het wel goed uitvoert.
Als je de school geen maand wilt dichtgooien, stop dan gewoon eens collectief met alles te doen wat van je gevraagd wordt. Kies voor jezelf. Weiger alle flauwekul waar jullie eigenlijk het nut niet van inzien en waarvan jullie eigenlijk geen flauw idee hebben waarom jullie dit nu zouden moeten doen. Vraag een keer met z’n allen: “WAAROM? Wat hebben we er aan? Hoeveel tijd en energie kost het? Waarom is het goed voor de leerlingen?”
En als je dat niet durft: besteed één vergadering aan het opstellen van criteria: “Waar moet alles wat wij doen op school aan voldoen?” En stop met alles dat niet aan jullie criteria voldoet. En weiger vervolgens alles wat er in de toekomst niet aan voldoet.

Ja. Ik ben boos. En nee. Niet op de regering of de besturen.

Faalangst bij leerlingen

Open

Faalangst bij leerlingen

Het lijkt wel of er steeds meer leerlingen in onze klassen zitten die lijden onder faalangst. Bang om af te gaan. Bang om fouten te maken. Bang om iets verkeerds te zeggen. Waar komt dat toch vandaan?

Zijn het de ouders die steeds hogere eisen stellen?
Is het “de maatschappij” die vindt dat iedereen perfect moet zijn?
Worden er teveel toetsen afgenomen?
Zijn wij het, de leraren, die teveel druk leggen op onze leerlingen?
Of is het misschien een aangeboren afwijking; een gemuteerd gen?

Flauwekul natuurlijk, die laatste twee. Maar ook bij de bovenste drie kun je je afvragen of het wel waar is. Maar eigenlijk gaat het niet over de oorzaken. Waar het omgaat is hoe jij er mee omgaat in de klas. Want een leerling met faalangst kan oprecht heel ongelukkig zijn. En daar hebben wij leraren last van. Want wij willen dat onze leerlingen gelukkig zijn. Maar wat kun je er aan doen, als leraar? Je kunt een leerling met faalangst natuurlijk op een cursus doen. Maar ook in de klas kun je een leerling van zijn of haar faalangst afhelpen.

Het begint bij aandacht. Er zijn leerlingen die geen faalangst hebben, maar een tekort aan aandacht. Het is belangrijk om allereerst het juiste onderscheid te maken tussen die twee. Leerlingen met een tekort aan aandacht moet je alleen aandacht geven op andere, positieve punten. Als je dat consequent doet en de aanstellerij van de leerling afkapt en verder negeert, dan zul je zien dat de faalangst als sneeuw voor de zon verdwijnt.

Leerlingen met echte faalangst kun je op de volgende manier helpen:
1. De leerling moet zich bewust worden van het moment waarop de faalangst toeslaat. Je moet de leerling aanleren om op dat moment een teken te geven. Dan kan bijvoorbeeld door iets op tafel te zetten. Dan weet jij dat je iets moet doen: vragen stellen en doorvragen.
2. Vervolgens moet je de eerste vraag stellen aan de leerling. Niet hardop in de klas, maar altijd onder vier ogen en steeds weer opnieuw zodra de leerling het teken van faalangst geeft. Deze eerste vraag is: “Wat is het allerergste dat kan gebeuren als je nu faalt?” De leerling mag daar best even over nadenken. Maar er moet uiteindelijk een (mondeling!) antwoord gegeven worden. Er mogen ook meerdere antwoorden gegeven worden. Als leraar ga je vervolgens doorvragen. “Waarom is dat zo erg?” “Kun je nog iets ergers bedenken?” “En wat gebeurt er als er nog iets ergers gebeurt?” “En wat gebeurt er dan met jou?” “En dan?” “En wat gebeurt er dan?” “En waarom is dat erg?” Enzovoort. Door eindeloos door te vragen relativeer je de angst, maar neem je de leerling ook serieus.
3. Zodra de leerling zelf die denkstappen maakt en daardoor zelf leert te relativeren, zal de faalangst afnemen. De angst voor de angst is namelijk altijd groter dan de angst zelf en de enige manier om daar doorheen te breken is door de angst hardop te benoemen.
Succes!

Slachtofferhulp

Slachtofferhulp
Voor iedereen die dit wel eens denkt:
“Daar kan ik toch niets aan doen?”
Of zegt:
“De kinderen zijn tegenwoordig zo druk.”
Of verzucht:
“Ik moet steeds van alles.”
Of merkt:
“Die ouders nemen me niet serieus.”
Of fluistert:
“Mijn collega begrijpt mij niet”.
Is er nu slachtofferhulp.
Herken je het? Kan jij er ook wel eens niks aan doen?
Kruip jij ook wel eens in de rol van slachtoffer?
(Wat trouwens best wel een keertje mag…)
Dan is het de hoogste tijd voor slachtofferhulp.

Lees dit gedicht:
Als ik blijf doen wat ik altijd heb gedaan,
Blijf ik krijgen wat ik altijd heb gekregen.
Als ik blijf kijken zoals ik altijd heb gekeken,
Blijf ik denken zoals ik altijd heb gedaan.
Als ik blijf denken zoals ik altijd heb gedacht,
Blijf ik geloven zoals ik altijd heb geloofd.
Als ik blijf geloven wat ik altijd heb geloofd,
Blijf ik doen wat ik altijd heb gedaan.
Als ik blijf doen wat ik altijd heb gedaan
Blijft me overkomen wat me altijd is overkomen.
(Bron: onbekend)

En bedenk dan:
1. Hoe zou ik het willen hebben?
2. Heb ik daar invloed op?
3. Welke invloed heb ik daar (wel) op?
4. Wat is het eerste dat ik kan doen om iets te veranderen?
5. Kies een datum en zet in je agenda dat je dat gaat doen!

Succes!