Het verhaal van Juf Erna

‘Mijn eerste jaar als leraar’

Eigenlijk heb ik 3 eerste jaren als leraar.

Ik ben in 1984 begonnen als professioneel werkend beeldend kunstenaar en gaf vrijwel gelijk les aan individuele leerlingen met het motto: iedereen kan tekenen. Dat klopt ook, maar iedereen tekent op zijn eigen niveau, of je nu professioneel werkt of als amateur.

Mijn leerlingen waren altijd verbaasd overhun eigen kunnen. Dan zei ik altijd: tekenen doe je met je ogen, door goed te kijken en het potlood in je hand volgt wat je ogen zien.

Ook eerst een compositieschets maken helpt de leerling op weg. Globaal de vormen schetsen en kijken of de compositie bevalt, want een tekening of schilderij valt of staat met de compositie. Dan kan ook nog een kleurencompositie gemaakt worden. Dat is anders dan een lijnencompositie, maar geeft hetzelfde resultaat: het helpt bij de opzet van de tekening of het schilderij.

De leerling op weg helpen, laten vertrouwen in zijn eigen kunnen en weten dat het haalbaar is voor iedereen. Dat is wat je als leraar moet doen én kunt weten, je hebt immers ervaring methet over te kunnen brengen op je leerlingen.

In 2005 werd ik gevraagd om klassikaal les te geven aan een hele school in het basisonderwijs. Dat vraagt meer vaardigheden dan enkel het begeleiden van de individuele leerling. Maar, naast het begeleiden, het veelal orde houden, van een hele klas, moet er altijd ruimte zijn voor de individuele leerling.

Ik ging werken met thema’s, eigenlijk gewoon omdat ik het leuk vond. Met structuur werken ís leuk en prettig voor jezelf en de leerling. Perjaar had ik een ander thema, met geschiedenis én kunstgeschiedenis erbij. Ik leer mijn leerlingen graag net wat meer dan de basis: het waarom, het hoe en ook hoe ze het beste uit zichzelf kunnen halen.

De lessen op die ene school werden aan het eind van het schooljaar afgesloten met een expositie en een officiële opening van de expositie, want dat hoort ook bij jonge kunstenaars!

De jaren daarna kwamen er 12 scholen bij, van alles wat: christelijke, openbare, Jenaplan, Rudolf Steiner, met zeer creatieve én eigenzinnige leerlingen en een school voor speciaal onderwijs.

Het allerbelangrijkst wat ik in die periode heb geleerd is dat orde houden op nummer één moet staan, anders kun je de rest wel vergeten. En daarna is het ook belangrijk je les samen met de leerlingen te geven, want al zijn de leerlingen nog jong, ook jij kunt van hen leren.

In het jaar 2009 begon de crisis en werden creatieve vakken en sport gegeven door vakdocenten uit het reguliere pakket geschrapt. Jammer, want deze zaken dragen er in grote mate toe bij dat de hersenen zich in alle opzichten volledig ontwikkelen. Het bewegen, creatief zijn én creatief denken geeft aan de mens de mogelijkheid zich ook op geestelijk gebied te verdiepen én te verbreden. Tevens geven deze activiteiten rust aan lichaam én geest.

Het is een feit dat rekenen en taal, dé basis van leren in deze moderne maatschappij, het allerbelangrijkst zijn als voorbereiding op voortgezet én wetenschappelijk onderwijs, maar juist het creatieve aspect geeft de mens de mogelijkheid om beter te kunnen leren, beter na te denken en beter beslissingen te kunnen nemen. Om uiteindelijk een zelfstandig, redelijk denkend mens te worden is een hoge mate van creatief denken noodzakelijk.

Op 1 februari 2018 heb ik gesolliciteerd op een vacature als creatief docent. Dit is mijn 3e eerste jaar als leraar, want nu geef ik iedere dag les én op verschillende scholen in Zuid Holland. Mijn ervaring voor de klas heeft nog steeds dezelfde prioriteit: orde. Als er geen orde is bereik je niets.

Je kunt de klas dan niet bereiken, want het is toch de bedoeling dat je iets vertelt over een thema, de werkwijze en het materiaal. Als leerlingen niet luisteren weten ze niets. Als enkele leerlingen de les verstoren kunnen de andere leerlingen niets horen. In moeilijke groepen heb ik soms, in dit eerste jaar, een ‘luister-les’ gehad. Met veel geduld heb ik uitgelegd waarom het belangrijk is dat je luistert naar een meester of juf. Mijn ervaring is dat dit probleem vooral op de basisschool voor kan komen. Eénmaal op het voortgezet onderwijs hebben leerlingen leren luisteren of zijn ze eerder tot rede vatbaar als je het belang van de les uitlegt.

Een korte inleiding is voor alle leerlingen te behappen en ze willen graag aan het werk. Ook krijgen alle leerlingen graag complimentjes, maar vinden een eerlijk compliment of eerlijke kritiek heel belangrijk. Als de leerling gegronde kritiek krijgt kan hij of zij dit accepteren en is veelal geneigd dit in een volgende les toe te passen. Waarna er dus een compliment volgt dat de leerling zo goed geluisterd heeft!

Ook vind ik het van belang dat de leerling netjes spreekt. In een les waarbij leerlingen zelf kleuren mochten kiezen kwamen er meerdere leerlingen vragen: ma’k rood of ma’k zwart? Gelijk reageerde ik dan op steeds dezelfde wijze en zei: ‘juf, mag ik alstublieft rood?’ De meeste leerlingen hadden gelijk door wat de bedoeling was en herhaalden mijn zin met een klein lachje, maar sommigen keken mij verbaasd aan, waarop ik de zin herhaalde en daarbij zei: ‘en nu jij!’.

Tijdens een sportles riep ik een leerling naar de kant, grotendeels non-verbaal. Hij, een lange knul, keek heel verbaasd, wilde eigenlijk niet naar de kant komen en ik wist gelijk waarom, want hij was zich van geen kwaad bewust. Maar ik knikte en gebaarde hem te komen. Eenmaal buiten de lijn wilde hij reageren, maar ik zei tegen hem dat hij niets fout had gedaan en wees gelijk naar zijn schoenen met de mededeling: ‘veters strikken’. In de tijd daarna zag ik de ene leerling na de andere op het veld de veters strikken, ze wilden toch liever niet naar de kant geroepen worden.

In de klas zitten leerlingen vaak op de meest onmogelijke houdingen op hun stoel. Dat mag bij mij niet. Altijd wijs ik de leerlingen erop en geef uitleg. Als leerlingen recht op hun stoel zitten kunnen ze beter luisteren én beter leren. Bovendien zijn alle andere houdingen gevaarlijk, soms hebben ze hun benen allebei tussen de zitting en de leuning van de stoel. Als ze dan uit evenwicht zouden geraken hebben ze geen controle over hun beweging en kunnen zich niet opvangen. Bovendien is er met de vaak grote groepen geen, of weinig ruimte in de klas en zou de leerling zo met het hoofd op een andere tafel kunnen vallen. Ook dat wordt door leerlingen begrepen en opgepakt. Elke leerling, hoe jong ook, staat open voor een logische verklaring en is bereid daar naar te luisteren, ook al moet dit soms herhaald worden vanwege gewoontegedrag.

Soms, als de gelegenheid er is, maak ik foto’s en in verband met de wijziging van de Privacywet op 25 mei 2018, op passende wijze van enkel de werkende handen met het werk. Alle leerlingen snappen waarom ik dat doe, ze zijn heel goed op de hoogte over het gebruik van social media en vinden het prettig dat ik daar rekening mee hou. Het feit dat er een foto gemaakt wordt ervaren ze als een compliment en werken er graag aan mee.

Op bepaalde dagen mogen ouders komen kijken. Op een zo’n dag had ik stoeltjes, kleine, neergezet waarop ze konden zitten. Voor een oma die meekwam heb ik wel een grotere stoel gepakt. Wat schetste mijn verbazing: na de introductie werd tijdens de les volop gefotografeerd en gefilmd.

Omdat ik van oorsprong een beeldend kunstenaar ben met doelen: een opdracht of expositie, werk ik met de leerlingen ook graag naar een doel toe. Een werk helemaal áf maken, samen een werk maken of een voorstelling samen voorbereiden, leerlingen zijn er allemaal enthousiast over en werken heel graag mee.

Bij bepaalde vakken laat ik de leerlingen een verslag schrijven, soms is dat ook onderdeel van de opdracht. Een verslag schrijven, soms per groepje, nodigt de leerlingen uit beter na te denken over waar ze mee bezig zijn: het handelen omzetten in woorden. Ik gebruik altijd dezelfde opzet én met reden: de naam moet genoteerd worden, want het is hun verslag! De datum moet erbij, vanwege het besef dat op dit moment het werk uitgevoerd wordt en eventueel om het later nog eens na te lezen. De gebruikte materialen erbij noteren, zodat de leerlingen het later nog eens kunnen nakijken, maar ook omdat zij op deze wijze met gebruikmaking van al hun zintuigen nog beter beseffen waar ze mee bezig zijn. Het is heel leuk om zo’n opdracht aan groepjes te geven, want er ontstaan tijdens de les ook gesprekken en discussies over de opdracht en werkwijze. Mijn ervaring is dat leerlingen heel goed onderling de taken kunnen verdelen. Wie wil iets doen of juist niet én wie het best bepaalde zaken kan uitvoeren. Want, ik geef ook vaak cijfers en alle, écht alle leerlingen vinden dat belangrijk en willen heel graag dat hun werk beoordeeld wordt. Natuurlijk willen ze graag een hoog cijfer, maar dat krijgen ze niet zomaar en mijn uitleg wordt door iedereen geaccepteerd. Mijn beoordeling is op basis van inzet van de leerling, hun creativiteit in werken of denken én hun gedrag. Zelfs in de onderbouw op de basisschool wordt dit geaccepteerd en gewaardeerd, natuurlijk met uitleg op hun niveau.

Mijn eerste jaar als creatief docent voor de klas op het basis- en voortgezet onderwijs is nog niet voltooid, maar ik kijk uit naar de volgende maanden, met mijn leerlingen, om een mooi eerste jaar af te ronden!

Erna Daalman

Capelle aan den IJssel, 13 mei 2018

 

 

Een gedachte over “Het verhaal van Juf Erna”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Current ye@r *