Hoe zit het nou echt met het Nederlandse Rekenonderwijs?

Hoe zit het nou echt met het Nederlandse Rekenonderwijs?

Het stond met chocoladeletters overal in de kranten: “De rekenvaardigheid van onze leerlingen loopt terug.” Afgelopen jaar zijn op de hele wereld op scholen (PO en VO) weer de internationale toetsen afgenomen, die de ranking van het onderwijs op internationaal niveau aangeven. Voor rekenen wordt de TIMSS afgenomen; TIMSS staat voor “Trends in International Mathematics and Science Study”. Sinds 1995 wordt wereldwijd elke vier jaar de kennis van leerlingen in de exacte vakken gemeten met een internationale TIMSS-toets voor het basisonderwijs en/of het voortgezet onderwijs. Voor ons nationale onderzoek kennen we de PPON: Peilingsonderzoek van het CITO. Er worden dus 2 toetsen afgenomen bij onze leerlingen die iets zeggen over het niveau van het Nederlandse (reken)onderwijs. PPON bekijkt verschillen tussen jaargangen en TIMSS geeft een ranking aan op internationaal niveau.

Nederland zakt al 20 jaar langzaam naar beneden, bij beide onderzoeken. Hogescholen en universiteiten klagen over het rekenniveau van de studenten. Voor- en tegenstanders van expliciete directe instructie maken elkaar af op twitter. Kortom: het is de hoogste tijd dat ik er ook iets over zeg.

Helaas ben ik geen alwetend wonder, dus ik moest uitzoeken wie er nu echt verstand van heeft. En ik kwam uit bij Dr. Marian Hickendorff van de Rijksuniversiteit Leiden. Die doet onderzoek naar rekenonderwijs in Nederland. Zij had een aantal boeiende dingen te zeggen, die ik even voor jullie op een rijtje ga zetten. Puntsgewijs. Natuurlijk.

  • Sinds wij/ de methodes volgens het realistisch rekenonderwijs werken, zijn onze leerlingen beter gaan rekenen op deze gebieden: schatten, hoofdrekenen, relaties/ verbanden en procenten. Onze leerlingen hebben dus meer rekeninzicht dan ooit.
  • Onze leerlingen zijn slechter gaan presteren op het gebied van bewerkingen (optellen, aftrekken, tafels, etc.).
  • Gemiddeld scoren onze leerlingen op de PPON dus al jaren op gelijk niveau.
  • De inspectie wil onze leerlingen (ongeacht taalniveau of intelligentie) graag op bepaalde niveaus zien. Zij hebben een fundamenteel niveau vastgesteld (dus het basisniveau dat nodig is om te kunnen functioneren) en een streefniveau (dus een “hoger” niveau).
  • Meer dan 85% van onze leerlingen haalt het fundamenteel niveau en iets minder dan 50 % haalt het streefniveau.
  • Dat betekent dat onze leerlingen dus in principe goed kunnen rekenen. Die 15% is te verklaren vanuit o.a. lichamelijke en geestelijke beperkingen. Dat bijna 50% het streefniveau haalt is heel goed; dat is namelijk meer dan het aantal leerlingen dat uiteindelijk gaat studeren aan de universiteit.
  • Op internationaal niveau dalen we gestaag. We stonden eerst in de top 10, daar zijn we nu uit.
  • We weten niet of wij slechter worden in rekenen of dat de andere landen beter worden of sneller beter worden.
  • Op internationaal niveau scoren wij hoog met onze 50% basisniveau; de andere landen halen dat nauwelijks.
  • Onze sterke rekenaars scoren veel lager dan de sterke rekenaars uit andere landen. We hebben dus minder excellentie. (Hoor ik daar Sander Dekker in de verte?)
  • Hoge verwachtingen van leraren zorgen voor hogere opbrengsten.
  • Het maakt niet uit welke rekenmethode je gebruikt, als je maar weet wat je waarom doet.
  • Hoe beter de leraar is, hoe beter het rekenonderwijs is.
  • Een methode die uitgaat van realistisch rekenen werkt net zo goed als directe instructie. Het gaat erom dat de leraar er goed mee om kan gaan, het een fijne methode vindt en heel goed kan uitleggen.
  • Leraren die bijleren op rekengebied worden steeds beter en hun leerlingen scoren steeds hoger.
  • Voor leerlingen maakt het niet uit wat er gedaan of gekozen wordt, als de leraar maar goed is. Het zou kunnen zijn dat voor leerlingen met een taalachterstand directe instructie effectiever is, maar dat is niet onderzocht.
  • Leerlingen met minder zelfvertrouwen rekenen net zo goed als andere leerlingen.

CONCLUSIE: huiswerk, pre-teaching, verschillende werkvormen, directe instructie, realistisch rekenen, enzovoort… ALLES WERKT zolang de leraar het maar met passie doet.

Ik wens jou dus veel passie.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Current ye@r *