Categorie archief: gedragsproblemen

gedragsproblemen in de klas

Pak de orde terug in vijf stappen

Pak de orde terug in vijf stappen

Het is mij best wel vaak gebeurd. Dat ik een klas heb waar het wel aardig loopt. Er zitten wel wat stoorzenders tussen de lieverdjes van leerlingen, maar die weet ik over het algemeen best in het gareel te houden. Meestal gaat het prima met mijn orde in de klas.

Maar dan gebeurt het. HET. Ik ben moe of sjaggerijnig of wat dan ook en in ieder geval niet alert. En ik reageer verkeerd op een leerling. Ik maak een verkeerde opmerking, kijk de verkeerde kant op, of mijn hele houding is gewoon FOUT. En ik voel de orde als zand tussen mijn vingers wegglijden.

Ik probeer dan nog krampachtig te redden wat er te redden valt, maar meestal lukt het niet, is het een kwestie van de les uitzitten en volgende les opnieuw proberen. Het fijne is dat dat ook lukt, omdat leerlingen je altijd weer een nieuwe kans geven. En als je dan zelf alert bent (en uitgeslapen en vrolijk) dan is het net alsof die vorige les nooit geweest is.

Eén keer deed ik iets compleet anders dan anders. En dat werkte echt supersnel; ik had de orde binnen no time terug. Ik heb er vijf stappen van gemaakt die ik hier met jou deel:

  1. Ik ging op een andere plek staan; achter in het lokaal en vroeg de leerlingen op zachte toon om hun spullen op te ruimen en even naar me te luisteren. Ik keek daar heel ernstig, bezorgd bij. Omdat ik iets onverwachts deed, luisterde iedereen redelijk snel. De leerlingen moesten zich omdraaien en waren daardoor met mij bezig en niet meer met elkaar.
  2. Ik stond heel stevig in de grond. Ik haalde een paar keer diep adem en keek omhoog. Dat gaf me nieuwe energie. Ik keek alle leerlingen een voor een aan.
  3. En ik bood mijn excuses aan voor het verstoren van de orde.
  4. En ik stelde de leerlingen voor de keuze. Degenen die geen zin meer hadden in deze les mochten (in stilte) hun huiswerk gaan maken. Degenen die de les nog wel wilden volgen, mochten naar mij luisteren. Twee leerlingen wilden door met de les. De rest ging aan het werk. Ik had de orde terug. Binnen tien minuten deed iedereen weer mee met de les.
  5. Na afloop bedankte ik de leerlingen voor hun coöperatie.

Maak hier je eigen variatie op; je eigen stappenplan.

  1. Zorg voor (echte) afleiding.
  2. Geef jezelf aarde en energie.
  3. Bied je excuses aan.
  4. Geef de leerlingen de keus. Wel een keus die als vanzelf stilte (en geen geloop door de klas) vereist.
  5. Bedank je leerlingen, of geef ze een compliment.

Over het negeren van ongewenst gedrag

Over het negeren van ongewenst gedrag

Toen ik op de opleiding zat, heb ik heel vaak gehoord dat ik ongewenst gedrag moet negeren en gewenst gedrag moet bekrachtigen met belonen.

Dat klinkt heel logisch. Maar ik ben daar snel vanaf gestapt. Leerlingen die je les verstoren, daar heb je last van. Negeren helpt niet. De meeste leerlingen gaan er gewoon mee door. Je kunt “pesten” ook negeren, maar het gaat er niet van over…. Meestal wordt het alleen erger. En dat is ook met ongewenst gedrag het geval.

Wat doe je dan wel?

  1. Je stuurt een boze blik.
  2. Je geeft de leerlingen die het “goed” doen een compliment. Je kunt zeggen “ik wacht nog op 1 leerling”. Noem geen namen! Houd het algemeen.
  3. Je loopt er heen en spreekt de leerling onder 4 ogen aan. Je vertelt niet wat de leerling niet moet doen, maar je vertelt wat de leerling wel moet doen. Je zegt ook hoe, wanneer en dan bedank je de leerling. Vervolgens loop je weg.

Je kunt leerlingen wel dwars door de klas aanspreken, maar dan heb je de kans dat ze de strijd met je aangaan. Die strijd verlies je. Je kunt de hele klas tegen je krijgen, omdat de leerling de lachers op zijn hand krijgt. Of omdat je de leerling “voor gek zet”. Ook al is dat niet je bedoeling, hij kan het wel zo voelen.

Wanneer mag het wel?

  1. Als er een gevaarlijke situatie ontstaat. Dan roep je de naam van de leerling. Hard!
  2. Als echt helemaal niets helpt. Dan kun je met de leerling een code afspreken waarbij je zijn naam noemt.

En complimenten geven moet altijd! Heel veel. Dat is de beste beloning die je kunt geven. Vertel er dan ook bij wat er goed ging.

Succes!

Lesgeven in moeilijke klassen

Lesgeven in moeilijke klassen

Voorbereiding:

  1. Bedenk een schriftelijke opdracht (begintaak) die de leerlingen moeten maken zodra ze binnenkomen (zie TLAC voor de omschrijving hiervan).
  2. Zet alle tafels in rijen recht naar voren.
  3. Zorg dat ze vloer schoon is en alle kastjes leeg.
  4. Schuif de tafels zo dat de leerlingen nergens met hun handen in of aan kunnen komen.
  5. Zet alle materialen klaar.
  6. Op het bord: opdracht begintaak, regels en rooster.

Bij het binnenkomen:

  1. Bij binnenkomst (jij staat bij de deur) vertel je iedere leerling individueel:
    1. Fijn dat je er bent 😊
    2. Dat ze de begintaak gaan maken, in stilte en alleen én dat de begintaak ook op het bord staat.
    3. Dat je verwacht dat het vandaag een les wordt waarin de leerlingen laten zien dat zij weten hoe zij zich moeten gedragen tijdens de les.

Tijdens de les:

  1. Pas gaan praten als iedereen stil is (wees hier heel consequent in; zie het als een wedstrijd en zorg dat je die wedstrijd wint).
  2. Iedereen blijft zitten.
  3. Meteen ingrijpen bij verstoring.
  4. Hulpleerlingen aanstellen die uitdelen.
  5. Hardop complimenten geven aan de leerlingen die laten zien dat zij weten hoe zij zich moeten gedragen tijdens de les.
  6. Steeds herhalen wat je verwacht.
  7. 15 minuten voor tijd stap voor stap opruimen.

Na de les:

  1. Precies prijzen: exact vertellen wat wél goed ging en wat je volgende week ook nog verwacht.
  2. Houd de regie tot de laatste leerling is vertrokken.
  3. Leerlingen individueel vertellen (je staat weer bij de deur):
    1. Een (specifiek benoemd) ding dat ze goed gedaan hebben.
    2. Fijn dat je er was, tot volgende week 😊

Wetten van Waarschuwingen

Wetten van Waarschuwingen
Hoeveel Waarschuwingen geef jij in de klas aan jouw leerlingen voor dat je straf geeft? Twee? Drie? Of geen enkele? Waarom waarschuw je eigenlijk? En wanneer? En aan wie? En ben je dan ook altijd consequent, door de juiste consequentie toe te passen na jouw laatste waarschuwing? En hoe houd je dat bij?
Ik wil je wel even waarschuwen. Want er lijken wat wetten te kleven aan de toepassing van de waarschuwing. Vier, heb ik bedacht.

Wet 1: “Als er nu nog één iemand praat, dan ….” En het komt dan best vaak voor dat degene die dan als eerste iets zegt iets nuttigs heeft te melden, of het is precies degene die de hele les eigenlijk heel braaf was. Op dat moment moet je consequent zijn, maar eigenlijk wil je dat dan net even niet, anders gaat jouw systeem van Waarschuwingen de mist in.
Wet 2: “Maar ik deed helemaal niets…” Is een veel voorkomende reactie van leerlingen op een waarschuwing. En de ellende is dat je dat niet kunt controleren, dat de kans groot is dat je gaat twijfelen, en dat er een discussie ontstaat die je nooit kunt winnen.
Wet 3: Je hebt niet goed bij gehouden wie je wanneer hebt gewaarschuwd en waarvoor. Je “administratie” is niet op orde en daardoor ga je de mist in: je weet niet meer welke leerling je al hoe vaak gewaarschuwd hebt. Jammer maar helaas: ook deze strijd verlies je met de leerling in kwestie.
Wet 4: Als je met waarschuwingen de mist in gaat, krijg je de hele klas tegen je. Dat is echt heel naar, want hoe krijg je dat weer recht gebreid?

Hoe voorkom je dat deze vier wetten de kop opsteken? Zo doe je dat:
1. Je houd een administratie bij (kan op het bord, kan ook op een blaadje).
2. Weet heel goed waar je een waarschuwing voor geeft en wanneer. Zet deze (tijdelijke?) regels desnoods op het bord of op een blaadje.
3. Zeg altijd tegen de leerling voor welk gedrag je een waarschuwing geeft, de hoeveelste waarschuwing het is en ook vooral: dat het je spijt maar dat je niet anders kunt. Meen dat.
4. En zeker weten: wees echt consequent. Ook bij die ene brave leerling. Met veel spijt. Zeg wat je dwars zit.
5. Geef gewoon geen waarschuwingen. Deze oplossing werkt alleen in moeilijke klassen waar veel leerlingen zitten met grensoverschrijdend gedrag. Dit communiceer je natuurlijk ook duidelijk naar de leerlingen. En als ze vragen waarom je niet waarschuwt (want dat vinden ze oneerlijk) dan zeg je: “Jullie weten hoe het hoort. Je weet wat wel mag en wat niet mag. Dus een waarschuwing is overbodig.” Dit scheelt administratie en gedoe. En als je hier consequent in bent dan weet je zeker dat het helpt, en dat is ook prettig.

Succes!

Faalangst bij leerlingen

Open

Faalangst bij leerlingen

Het lijkt wel of er steeds meer leerlingen in onze klassen zitten die lijden onder faalangst. Bang om af te gaan. Bang om fouten te maken. Bang om iets verkeerds te zeggen. Waar komt dat toch vandaan?

Zijn het de ouders die steeds hogere eisen stellen?
Is het “de maatschappij” die vindt dat iedereen perfect moet zijn?
Worden er teveel toetsen afgenomen?
Zijn wij het, de leraren, die teveel druk leggen op onze leerlingen?
Of is het misschien een aangeboren afwijking; een gemuteerd gen?

Flauwekul natuurlijk, die laatste twee. Maar ook bij de bovenste drie kun je je afvragen of het wel waar is. Maar eigenlijk gaat het niet over de oorzaken. Waar het omgaat is hoe jij er mee omgaat in de klas. Want een leerling met faalangst kan oprecht heel ongelukkig zijn. En daar hebben wij leraren last van. Want wij willen dat onze leerlingen gelukkig zijn. Maar wat kun je er aan doen, als leraar? Je kunt een leerling met faalangst natuurlijk op een cursus doen. Maar ook in de klas kun je een leerling van zijn of haar faalangst afhelpen.

Het begint bij aandacht. Er zijn leerlingen die geen faalangst hebben, maar een tekort aan aandacht. Het is belangrijk om allereerst het juiste onderscheid te maken tussen die twee. Leerlingen met een tekort aan aandacht moet je alleen aandacht geven op andere, positieve punten. Als je dat consequent doet en de aanstellerij van de leerling afkapt en verder negeert, dan zul je zien dat de faalangst als sneeuw voor de zon verdwijnt.

Leerlingen met echte faalangst kun je op de volgende manier helpen:
1. De leerling moet zich bewust worden van het moment waarop de faalangst toeslaat. Je moet de leerling aanleren om op dat moment een teken te geven. Dan kan bijvoorbeeld door iets op tafel te zetten. Dan weet jij dat je iets moet doen: vragen stellen en doorvragen.
2. Vervolgens moet je de eerste vraag stellen aan de leerling. Niet hardop in de klas, maar altijd onder vier ogen en steeds weer opnieuw zodra de leerling het teken van faalangst geeft. Deze eerste vraag is: “Wat is het allerergste dat kan gebeuren als je nu faalt?” De leerling mag daar best even over nadenken. Maar er moet uiteindelijk een (mondeling!) antwoord gegeven worden. Er mogen ook meerdere antwoorden gegeven worden. Als leraar ga je vervolgens doorvragen. “Waarom is dat zo erg?” “Kun je nog iets ergers bedenken?” “En wat gebeurt er als er nog iets ergers gebeurt?” “En wat gebeurt er dan met jou?” “En dan?” “En wat gebeurt er dan?” “En waarom is dat erg?” Enzovoort. Door eindeloos door te vragen relativeer je de angst, maar neem je de leerling ook serieus.
3. Zodra de leerling zelf die denkstappen maakt en daardoor zelf leert te relativeren, zal de faalangst afnemen. De angst voor de angst is namelijk altijd groter dan de angst zelf en de enige manier om daar doorheen te breken is door de angst hardop te benoemen.
Succes!

Consequenties in de klas

Consequenties in de klas

Jaaaa…. Leuk! Alweer een blog naar aanleiding van een vraag van een leraar. Dit keer is de vraag: Welke consequenties kan ik toepassen in mijn klas als leerlingen niet luisteren?

Ik heb een paar maanden geleden al een blog geschreven over “de aanspreekladder”. Daar staat eigenlijk al heel veel in. Als je deze tips wilt lezen, klik dan HIER.

In deze blog zet ik alleen een rijtje  mogelijke consequenties en 3 regels waar jij je als leraar echt aan zult moeten houden, willen jouw acties effectief zijn.

Mogelijke consequenties tijdens de les:

  1. Streepjes zetten op het bord.
  2. Streng kijken, de leerling (onder 4 ogen) aanspreken,
  3. Beloningen voor leerlingen die wel luisteren.
  4. Op een aparte plek in het lokaal zetten met eigen werk.
  5. Buiten de groep en/ of activiteit plaatsen.
  6. Voor je neus laten zitten en continu in de gaten houden.
  7. Teksten uit een schoolboek laten overschrijven (foutloos) of vertalen.
  8. In een andere klas parkeren met werk of strafwerk.
  9. Naar de directeur/ de IB-er/ de conciërge/ time-outplek.

Mogelijke consequenties na schooltijd:

  1. Een goed gesprek voeren.
  2. Ouders op school laten komen.
  3. Strafregels laten schrijven (les op: positief gestelde strafregels).
  4. Het lokaal laten schoonmaken.
  5. De gemiste les na schooltijd inhalen.
  6. De volgende dag 30 minuten voor schooltijd melden.

Drie regels waar jij je echt aan moet houden:

  1. Wees consequent. Waarschuw niet en als je wel wilt waarschuwen, houdt het dan bij één waarschuwing en ga nooit in discussie. Als jij zegt “nog één keer en dan krijg je straf” en je geeft geen straf, dan ben je ongeloofwaardig en gaat het van kwaad naar erger.
  2. Beloon altijd duidelijk alle leerlingen die wel luisteren en het goede voorbeeld geven.
  3. Vertel altijd welk (zichtbaar) gedrag je verwacht en ga er in taal en houding van uit dat de leerling dit gaat doen.

Ik wens je veel succes en weinig consequenties. En natuurlijk veel plezier met het verder lezen van de Sterk Nieuws.

Wat nou grote mond!

Wat nou grote mond!

Afgelopen week zat ik met twee juffen in de auto. En natuurlijk kwamen we te spreken over  het onderwerp “Grote Mond”. Ligt het aan ons of klopt het inderdaad dat er in de klas steeds vaker een grote mond wordt gegeven door leerlingen? Niet alleen tegen ons, maar ook tegen klasgenoten? Worden leerlingen inderdaad steeds brutaler?

En hoe reageer je dan, als leraar? Laat je het er bij zitten? Ga je de strijd aan? Wat doe je er mee?

Ik denk zelf dat opvoeding  gewoon doorgaat na het passeren van de voordeur van het ouderlijk huis. Ik vind dat je als leraar ook een opvoedkundige taak hebt. Omdat jij als leraar het recht hebt om te bepalen hoe leerlingen zich dienen te gedragen in jouw klaslokaal. En dan heb ik het over zowel taal als houding.

Maar hoe doe je dat dan, je leerlingen opvoeden? Ik heb een stappenplan bedacht.

Op het moment dat je ziet of hoort dat een leerling zich brutaal of onbehoorlijk gedraagt (en dat kan heel klein zijn) eis je onmiddellijk de aandacht van de hele groep. En dan:

  1. Benoem je wat je gezien (of gehoord) hebt. Zonder namen te noemen, trouwens.
  2. Vertel je wat dat met je doet.
  3. Zeg je dat je dergelijk gedrag (of dergelijke taal) beslist niet accepteert en vertel je welke sanctie daar op staat.
  4. Vertel je hoe je wilt dat alle leerlingen zich gedragen (of spreken) in jouw klas(lokaal). Je benoemt dat expliciet, specifiek en zichtbaar. Positief gesteld: vertel welk gedrag je wel wilt zien en/ of welke woorden je wel wilt horen.
  5. Vervolgens vraag je aan de leerlingen om zich hieraan te committeren, bijvoorbeeld door ze hun hand op te laten steken.
  6. Daarna zet je de leerlingen aan het werk.
  7. De leerling die eventueel een sanctie verdient neem je apart en je geeft de passende straf.
  8. Je kunt eventueel op een later moment de leerlingen die zich niet hebben gecommitteerd één voor één apart nemen en ze aanspreken op hun gedrag. Ze moeten zich uiteindelijk committeren aan jouw regels, anders is er geen plaats voor hen in jouw klas(lokaal).

Dit doe je steeds op het moment dat er iets vervelends gebeurt en je zult zien dat het nare gedrag uiteindelijk gaat verminderen.

Ik wens je veel geduld en succes.

En ik wens je veel plezier bij het verder lezen van de SterkNieuws.

Wat snap je precies niet?

Wat snap je precies niet?

Ik moet het heel eerlijk bekennen: in mijn onderwijscarrière heb ik deze vraag vermoedelijk wel een miljoen keer gesteld aan een leerling. Meestal gebeurde dat na een hengelende vinger en de opmerking: “Juf, ik snap het niet”.
En misschien is het wel confronterend om dit te horen (dat vond ik in ieder geval wel), maar “Wat snap je precies niet?” is de meest stomme opmerking die je in zo’n geval kunt maken.

Waarom?

Ten eerste: Als een leerling precies kan uitleggen wat hij NIET snapt, dan bewijst dat dat hij (of zij) het dus WEL snapt.
Ten tweede: Meestal zijn die vinger en de bijbehorende opmerking een a) bewijs van luiheid (jij gaat nu het denkwerk voor hem of haar doen) of b) behoefte aan aandacht.

Hoe los je dat op?

a. Je zorgt dat alle instructies in genummerde stappen op het bord (of in het instructieschrift) staan.
b. Je loopt een (al dan niet) vaste route door het lokaal en je observeert vanuit iedere hoek 30 seconden.
c. Je blijft maximaal 30 seconden bij een leerling met een hulpvraag. Je stelt 2 vragen:
1. Welke stap heb je al gedaan?
2. Wat moet je nu gaan doen?

En mocht het om de aandacht gaan, dan zou ik 10 seconden aandacht geven in de vorm van een knipoog, aai over de bol, compliment, enzovoort.

Het voordeel van deze methode is ook dat het rustig blijft achter je rug.

Veel succes!

Wil je nu de SterkNieuws verder lezen? Klik dan HIER.

Orde Houden in de Klas

Orde Houden in de Klas

Orde houden is soms best ingewikkeld. Het is absoluut te leren en je moet voor ogen houden dat jij jouw manier van orde houden moet uitproberen en oefenen. De aanhouder wint, in dit geval (en ik kan het weten…).

Er zijn twee redenen waarom je de orde verliest:
1. Je pakt het onhandig aan. Je didactiek is niet in orde, je legt niet goed uit, je spreekt een leerling verkeerd aan
2. Je laat het er bij zitten:
a. Je voelt je niet verantwoordelijk
b. Je denkt dat je er geen last van hebt
c. Je durft geen grenzen te stellen
d. Je weet niet goed wat je moet doen
e. Je weet wel wat je moet doen, maar je kunt het (nog) niet
f. Je bent bang om het nog erger te maken

In het eerste geval is het belangrijk om serieus te luisteren naar de signalen uit de klas. Je leerlingen zijn dan waarschijnlijk in opstand gekomen, omdat jij iets verkeerd, of onhandig hebt aangepakt. In dat geval helpt dit stappenplan:
1. Leg de les stil en vertel je leerlingen dat je serieus naar ze zult luisteren, en dat je daar hun hulp bij nodig hebt.
2. Jij vertelt de regels en de procedure (en daar houd je de leerlingen aan).
3. Je inventariseert de “klachten” en vraagt om serieuze (!) oplossingen.
4. De oplossingen inventariseer je ook.
5. Je kiest de oplossing(en) die voor jou werken en je vraagt commitment aan de leerlingen door hun hand op te laten steken.
6. Je gaat verder met de les (als daar nog tijd voor is…).

In het tweede geval is er sprake van een ordeprobleem. Hier is het belangrijk om na te gaan wat jij wilt. Pas als je dat op een rijtje hebt, kun je verder:
1. Welke regels vind jij echt belangrijk?
2. Wat mogen de leerlingen beslist niet?
3. Wat verwacht jij van de leerlingen?
4. Wat verwachten de leerlingen van jou?
5. Wat kunnen de leerlingen verwachten als zij zich niet aan het voorgaande houden?
6. Hoe kun je alle regels en afspraken positief stellen (zonder in gemopper en “geniet” te vervallen)?
Als je antwoorden hebt op deze vijf vragen, dan kun je die aan de leerlingen vertellen. En ze vragen om zich hier aan te committeren. En dan kun je opnieuw beginnen.
En hoe zorg je dat je de orde vasthoudt?
1. Je loopt zelf rustig door de klas en je hebt ogen in je rug.
2. Je grijpt onmiddellijk in zodra iemand jouw orde verstoort. Je gooit een boze blik, spreekt de dader onder 4 ogen aan, of je complimenteert de leerlingen die doen zoals jij het wilt.
3. Je goochelt met aandacht: humor is het toverwoord!
Het is in ieder geval heel belangrijk om consequent te zijn en te blijven. In het begin kost dat veel geduld en steeds opnieuw beginnen. Want leerlingen zijn a. gewoontedieren en b. snel afgeleid…

Ik wens je succes en veel vasthoudendheid!

Wil je de SterkNieuws nu verder lezen? Klik dan HIER.

De aanspreekladder

De aanspreekladder

Er zijn wel eens van die momenten in een klas, waarop je als leraar een leerling moet aanspreken op zijn gedrag. Er zijn natuurlijk momenten waarop je de naam van die leerling hard, of keihard, door het lokaal moet roepen.
Dit zijn van die momenten:
– Als de veiligheid in het geding is.

Er is dus maar één reden om een leerling hardop onmiddellijk te corrigeren. Toch zie ik dit dagelijks gebeuren en meestal verkeert er dan niemand in een onveilige positie.
Hoe kan het beter? Wat kun je beter doen als je een leerling absoluut moet corrigeren, vanwege gedrag of het achterwege blijven van een bepaalde actie?

Je volgt gewoon deze stappen. Als de eerste niet werkt ga je door met de volgende.
1. Je zoekt oogcontact met de leerling en laat non-verbaal zien dat je hem of haar in de gaten hebt.
2. Je zet de rest van de klas aan het werk en loopt naar de leerling toe. Je vertelt onder vier ogen wat je hebt gezien en wat je van de leerling verwacht. Je loopt weg.
3. Je neemt de leerling mee naar de gang en vraagt hoe het komt dat hij of zij nog steeds…. Je antwoordt begrijpend en geeft hem de keus tussen 2 of 3 opties.
4. Je zet de leerling apart, zo dicht mogelijk bij je, zodat je steeds non-verbaal kunt corrigeren als dat nodig is.
5. Je zet de leerling in een andere klas met zelfstandig werk.
6. Je stuurt de leerling naar de directeur of IB-er (of wat er ook is afgesproken).
7. Je belt de ouders en nodigt ze uit voor een gesprek met de leerling erbij. De vraag is: hoe kunnen we samen tot een oplossing komen?

Belangrijk: iedere keer als een leerling doet wat je zegt, dat bedank je hem, complimenteer je hem (of haar). Dat kan zowel verbaal als non-verbaal, dat hangt van de situatie af.
Tussen de regels door complimenteer je de leerlingen die wel doen wat jij zegt uitgebreid.

Succes!

Wil je nu de SterkNieuws verder lezen? Klik dan HIER.