Categorie archief: klassenmanagement

klassenmanagement

FAQ voor invallers

FAQ voor invallers

Kijk, dat vind ik nou leuk: een e-mail van een invaljuf die tegen bepaalde dingen aanloopt en graag tips wil om te weten hoe zij er beter mee om kan gaan. Ik kan me zo voorstellen dat zij niet de enige is! Daarom deze week:

FAQ voor invallers

  1. Hoe om te gaan met zeer tijdelijke collega’s?
    • Geef ze allemaal een hand, herhaal hun naam en stel jezelf voor.
    • Als je vaker op die school wil invallen, ga dan in de pauze bij ze zitten en klets mee. Stel veel vragen.
    • Wordt vriendjes met de leraren in de lokalen naast je en bespreek wat je kunt doen met leerlingen met moeilijk gedrag. Wat zijn de regels op de school? Mag je leerlingen even bij de buren parkeren?
  1. Soms vragen collega’s hoe het gaat om vooral te horen dat ze niets extra’s hoeven te doen. Hoe kan je dan reageren?
    • Maak duidelijk dat je komt invallen, maar dat je de school en de leerlingen nog niet zo goed kent. En dat je echt niet zonder hun hulp kunt. Maar zegt ook dat je alles doet wat je kunt. Zorg voor een proactieve houding.
    • Zeg dat je de school uit de brand komt helpen, zodat de leerlingen niet verdeeld hoeven te worden.
    • Stel gewoon de vragen die je wilt stellen. Wees brutaal! Ze mogen blij zijn dat je er bent.
    • En als er steeds mensen jouw lokaal komen binnenlopen om te vragen hoe het gaat, spreek dan met de leerlingen dat jullie met z’n allen dan heel hard gaan zwaaien en uitroepen: “het gaat goed!” Oefen dit wel met de leeringen.
  1. Wat doe je met haperende digiborden en onjuiste codes?
    • Met een beetje mazzel heb je van te voren de checklist voor invallers uitgeprint en doorgelopen. Dan zou het kunnen zijn dat je in ieder geval de juiste codes hebt.
    • Zorg dat je in ieder geval (papieren) lessen hebt, zodat je in ieder geval les kunt geven.
    • Zet jouw regels op een poster die je op kunt hangen, evenals een dagprogramma.
    • Wijs één leerling aan als digibord-assistent. Die mag jou maximaal 3 minuten helpen. Als het niet lukt: pech. Dan blijft het bord uit. Maak in dat geval foto’s van de whiteboards, maak ze schoon en gebruik ze als schoolbord. Aan de hand van de foto kun je aan het eind van de dag alles er weer opzetten wat erop stond.
    • Bij digitale methodes wordt het een kwestie van improviseren. Doe niet wat je niet kunt doen.
    • Neem snelle beslissingen, kom zeker over. Zodra jij gaat twijfelen, wordt het onrustig in de klas. Voorkom dat. Jij bent de baas.
  1. Wat je kun je met leerlingen doen die jouw dag ernstig verstoren? Zelfs al bij kleuters!
    • Ook hier geldt: sta stevig in je schoenen. Doe wat jij wilt!
    • Vat het nooit persoonlijk op. Leerlingen zijn geprogrammeerd om jou uit te proberen.
    • Leerlingen die het “goed” doen geef je heel veel complimenten. Benoem specifiek wat ze goed doen,
    • Je neemt de leerlingen die je les verstoren onmiddellijk apart en je vertelt (duidelijk en positief gesteld) hoe jij het wilt hebben. Je zegt ook dat je weet dat die leerling dat kan.
    • Zodra de leerling het ook “goed” doet, geef je een groot compliment: “zie je wel! Je kunt het!”
    • Als je leerling je toch nog gaat uitproberen, gaat de ladder in werking:
  2. Je stuurt een boze blik. Eventueel met handgebaar.
  3. Je zet de leerling even apart en vertelt wanneer hij weer mag laten zien dat ie het kan.
  4. Je geeft de leerling straf.
  5. Je zet de leerling buiten de klas (zorg dat je van te voren weet waar).
  1. Moet je wel of niet de directeur begroeten bij binnenkomst op een nieuwe school.
    • Ja! Behalve als deze druk af afwezig is.
    • Belangrijker is: de conciërge en ander OOP. Wordt daar hele dikke vrienden mee!

Vergeet niet: het is geen recept of wet van Meden en Perzen… als je op je gevoel afgaat, gaat het meestal goed!

Wil je de online cursus volgen “Invallen in het PO?” Klik dan hier.

Succes! en veel plezier met het verder lezen van de Sterk Nieuws

Wat snap je precies niet?

Wat snap je precies niet?

Ik moet het heel eerlijk bekennen: in mijn onderwijscarrière heb ik deze vraag vermoedelijk wel een miljoen keer gesteld aan een leerling. Meestal gebeurde dat na een hengelende vinger en de opmerking: “Juf, ik snap het niet”.
En misschien is het wel confronterend om dit te horen (dat vond ik in ieder geval wel), maar “Wat snap je precies niet?” is de meest stomme opmerking die je in zo’n geval kunt maken.

Waarom?

Ten eerste: Als een leerling precies kan uitleggen wat hij NIET snapt, dan bewijst dat dat hij (of zij) het dus WEL snapt.
Ten tweede: Meestal zijn die vinger en de bijbehorende opmerking een a) bewijs van luiheid (jij gaat nu het denkwerk voor hem of haar doen) of b) behoefte aan aandacht.

Hoe los je dat op?

a. Je zorgt dat alle instructies in genummerde stappen op het bord (of in het instructieschrift) staan.
b. Je loopt een (al dan niet) vaste route door het lokaal en je observeert vanuit iedere hoek 30 seconden.
c. Je blijft maximaal 30 seconden bij een leerling met een hulpvraag. Je stelt 2 vragen:
1. Welke stap heb je al gedaan?
2. Wat moet je nu gaan doen?

En mocht het om de aandacht gaan, dan zou ik 10 seconden aandacht geven in de vorm van een knipoog, aai over de bol, compliment, enzovoort.

Het voordeel van deze methode is ook dat het rustig blijft achter je rug.

Veel succes!

Wil je nu de SterkNieuws verder lezen? Klik dan HIER.

Falen is geen optie

Falen is geen optie

Vorige week sprak ik een jonge leraar die op het eind van zijn Latijn was. Hij had het gevoel dat alles tegen zat. Hij had een moeilijke klas, met veel zorgleerlingen. De ouders klaagden bij de directrice over zijn handelen. Zijn collega’s zeiden dat ze het ook niet wisten. Hij werkte ’s avonds en in het weekend over om al het werk af te krijgen; handelingsplannen, nakijkwerk en iedere dag een volle mailbox.

Hij was het zat.

Ik kwam een leerling observeren in zijn klas, en ik zag dat hij alles deed om het goed te doen. Tijdens het nagesprek vroeg ik hem wat hij eigenlijk het liefste wilde. En hij zei: “ik wil me het liefst ziek melden”. Toen ik vroeg waarom hij dat nog niet gedaan had, zei hij: “ik ben toch niet echt ziek?”.

Nee, nog niet.

Ik vertelde dat ik wel eens leraren coach. Ik help ze om hun onderwijs zo in te richten dat ze er zelf gelukkig van worden. Het motto is dan: “Blije leraren maken blije leerlingen.” Dus ik bood hem mijn hulp aan. En de leraar antwoordde: “Ik meld me nog liever ziek dan dat ik hulp accepteer. Falen is geen optie”.

Ik schrok.

Thuis vertelde ik mijn zoon (van ongeveer dezelfde leeftijd als de leraar) wat er gebeurd was. Mijn zoon vertelde dat dit de trend van zijn leeftijdgenoten is. Falen mag niet meer. Als kind, als leerling wordt iedere groei onder de curve afgestraft. Een extra jaar kleuteren? Mag niet meer. Een jaartje overdoen? Mag niet meer. De foute studie kiezen? Mag niet meer.

Mag niet meer.

Geen wonder dat zoveel middelbare scholieren een tussenjaar kiezen. Teveel drinken. Het thuis niet durven te zeggen als het niet zo goed met ze gaat. Iedereen moet blij, vrolijk en compleet “up to date” zijn. Mee kunnen komen met het gemiddelde, of liever nog: daarboven. Hulp vragen is geen optie, dat wordt onmiddellijk afgestraft.

Falen is geen optie meer.
Jammer.

Wil je nu de SterkNieuws verder lezen? Klik dan HIER.

Contact maken met leerlingen: de basis!

Contact maken met leerlingen: de basis!

Er wordt vaak gezegd dat leerlingen pas kunnen leren op het moment dat zij een goede relatie hebben met de leraar.
Onzin.
Zo heb ik mij ooit een ongeluk gewerkt voor biologie. Ik wilde minimaal een 8 halen; juist omdat de leraar en ik absoluut niet met elkaar overweg konden. Ik dacht dat zij dacht dat ik het niet kon. Dus ging ik haar bewijzen dat ik het wel kon. En ik haalde de ene 8 na de andere.
Mijn leraar biologie kon overigens wel goed lesgeven. Maar er was geen sprake van “menselijk contact”. Laat staan van “een relatie”. Bovendien was ik toen op een leeftijd waarop ik ervan overtuigd was dat deze leraar helemaal niet menselijk was.
Zoiets.

Ook in de literatuur wordt gesteld dat een goed klassenmanagement en didactische vaardigheden vóór een goede relatie gaan. Een goede relatie maakt immers geen goede les, daar is meer voor nodig.
Aan de andere kant… een kleuter die zich ongelukkig voelt en zit te huilen… hoeveel zal zij leren? Een troostende juf of meester lijkt mij dan echt noodzakelijk om tot leren te komen.
Hoe dan ook…

Vijf tips om contact te maken en te houden met je leerlingen:
1. Het begint al bij binnenkomst. Je staat (als het kan) bij de deur. Je kijkt je leerlingen in de ogen en wisselt een woordje met iedereen. Luister actief!
2. Je meent wat je zegt. Je bent oprecht. Je toont je waardering. Leerlingen voelen het als je je aandacht er niet echt bij hebt en dat gaat uiteindelijk tegen je werken.
3. Je hebt respect voor andere meningen en opvattingen, ook al ben je het er zelf helemaal niet mee eens. Als je je leerlingen oprecht serieus neemt dan merken ze dat en dan nemen ze jou ook serieus.
4. Je bent betrokken bij de leerlingen. Je hebt oprechte belangstelling. Je leeft mee met onvoldoendes, trouwfeesten en nieuwe kleren en je onthoudt het ook.
5. Denk aan je lichaamstaal. Je hebt regelmatig oogcontact, je glimlacht of kijkt eens heel streng, je knipoogt, je staat zeker (op twee benen), je geeft schouderklopjes.

En ja… je mag open zijn over jezelf. Je gedrag, je gevoelens, je meningen en wat je gisteren gegeten hebt. Daarmee bevorder je empathisch gedrag; je geeft zelf het goede voorbeeld.

Effectieve directe instructie: een stappenplan

Effectieve directe instructie: een stappenplan

Met passend onderwijs zijn we verplicht om onze instructies aan te passen op onze leerlingen. Dat is nog niet zo makkelijk. Daarom krijg je deze week een stappenplan om iedere willekeurige les effectief te kunnen geven.

Stap 1
Zorg ervoor dat alle regels, routines en procedures duidelijk zijn voor alle leerlingen. Wat moeten ze wanneer waar doen en in welke situatie? Dat scheelt enorm veel tijd; iedereen weet wat ie moet doen en daar is geen discussie over mogelijk.

Stap 2
Analyseer de handleiding van de methode die je gebruikt:
1. Kies de lesdoelen die jij wilt bereiken.
2. Kies de strategieën die jij de leerlingen wilt aanleren (die staan vaak niet duidelijk in de methodes).
3. Kies de oefenstof die de leerlingen moeten maken.

Stap 3
Ontwerp je les:
1. Het lesdoel duidelijk maken aan de leerlingen.
2. Het activeren van de voorkennis d.m.v. een gezamenlijke activiteit.
3. Geef instructie.
4. Oefen de vaardigheid met de leerlingen.
5. Leg uit waarom leerlingen dit moeten kunnen/ weten.
6. Uitleggen, voordoen, alles hardop benoemen.
7. Samen oefenen (begeleide inoefening).
8. Lesafsluiting (opdracht geven, controle, afzwaaier).
9. Verwerking door de leerlingen.

Stap 4
Geef je les, analyseer de opbrengsten en geef feedback aan de leerlingen over de opbrengsten. Geef hen onmiddellijk de kans om hun fouten te verbeteren tijdens een extra instructie.

Extra tips
1. Laat de leerlingen vragen stellen, denken en praten.
2. Let op dat jij zelf maar kort aan het woord bent.
3. Gebruik “Teach-technieken” om ervoor te zorgen dat iedereen actief meedoet.

Lees voor een uitgebreide handleiding het boek EDI van John Hollingsworth en Silvia Ybarra (Ned. bewerking: Marcel Schrmeier).
download-2

Moeilijke klassen… deal er maar mee

Moeilijke klassen… deal er maar mee

Ik krijg altijd veel verzoeken om hulp van leraren die plotseling een moeilijke klas over moeten nemen. Ze beginnen enthousiast, maar na een paar weken gaan ze met lood in hun schoenen naar school. Natuurlijk: kinderen proberen een nieuwe leraar uit, dat is normaal. Maar in moeilijke klassen wordt het uitproberen van de leraar overstegen door negativiteit. Negatief gedrag is de norm geworden.

Wat zijn de symptomen van een moeilijke klas?
• De leerlingen letten de hele tijd alleen maar op elkaar.
• Ze reageren op alles; verbaal en onverbaal.
• Leerlingen lijken niks te pikken; niet van hun klasgenoten en niet van de leraar.
• Straffen en belonen lijken geen enkel effect te hebben.
• De groep wordt heel moeilijk stil. Als dat eindelijk is gelukt, beginnen ze weer opnieuw.

Allereerst is het zaak om een aantal zaken te onderzoeken. Wat is er aan de hand? En wat kan je met de antwoorden op jouw vragen?
• Neem een sociogram af. Het geeft je inzicht in welke relaties er in de groep zijn.
• Bekijk welke leerlingen een “etiket” hebben. Praat met deze leerlingen, hun ouders en je collega’s en vraag welke benadering bij deze leerlingen zou kunnen werken.
• Zoek uit wie de informele leider is van de groep. Deze leerling geef je geen speciale aandacht meer.
• Zoek uit welke leerlingen eigenlijk wel positief zijn, maar dit niet meer durven te laten merken. Deze leerlingen geef je extra veel positieve aandacht.
• Vraag naar het verleden van de groep. Wanneer is deze sfeer ontstaan? Wat zouden de oorzaken kunnen zijn?
• Zoek uit of je gesteund wordt door je leidinggevende, je collega’s en de ouders. Zo nee: leg je plan van aanpak voor en vraag vervolgens om hun uitgesproken steun en hulp.

In de klas zelf is het zaak om te focussen op je lessen en je klassenmanagement.
• Zorg voor een duidelijke, voorspelbare structuur en routines.
• Trek het je nooit persoonlijk aan. Het heeft niets met jou te maken, maar met groepsprocessen uit het verleden. Zie het als een uitdaging om het tij te keren.
• Benoem alle gedrag dat je ziet. Negatief gedrag kap je kort en duidelijk af, bij positief gedrag complimenteer je extra.
• Ga nooit in discussie. Spreek duidelijk je verwachtingen uit en geef twee keuzes.
• Voorkom stemverheffing.
• Gebruik technieken die continue de aandacht op jou vestigen.

En tot slot:
• Houd vol!!!!
• Houd de moed er in.
• Koester ieder klein succesje.
• Blijf geloven in een ommekeer.

Leer je klas VLORK

Leer je klas VLORK

VLORK is een techniek uit Teach like a Champion waarbij de leerlingen een goede werkhouding hebben.
Waar staat VLORK voor? Het is een afkorting:

Vragen stellen
Luisteren
Ogen naar de spreker
Rechtop zitten
Knikken

En hoe leer je VLORK aan? In 13 stappen:
1. Zet de vijf letters op het bord van links naar rechts.
2. Vraag of iemand weet wat het betekent.
3. Laat de leerlingen raden, als ze het niet weten. Je verklapt nog niets.
4. Zet de vijf letters op het bord van boven naar beneden.
5. Vraag of iemand nu misschien een idee heeft?
6. Dan vul je de bovenste letter aan tot de twee woorden er staan.
7. Kijk of reacties komen. Als dat zo is, dan ga je er op in.
8. Zo vul je alle letters aan.
9. Als alle vijf de regels er staan vraag je wat het zou betekenen als iedereen in de klas dit zou doen. Ga het gesprek hierover aan.
10. Vraag wanneer welke letter aan de orde is. Ga ook hier op in.
11. Je oefent alle vijf de letters; jij doet en/of zegt iets, de leerlingen reageren met VLORK.
12. Je herhaalt VLORK iedere dag; wat betekent het ook al weer?
13. Je beloont met complimenten.

VLORK ze!

Leer je klas in vijf stappen “klaar af” te zitten!

Leer je klas in vijf stappen “klaar af” te zitten!

Klaar Af! is een zeer effectieve techniek uit “Teach like a Champion” waarmee je ervoor zorgt dat je snel kunt beginnen met je les.

Het is van belang dat je deze techniek iedere les op dezelfde wijze toepast. En daar ook heel consequent in bent.

  1. Wees duidelijk over wat ze nodig hebben voor de les (maak een lijstje met minder dat 5 punten en gebruik altijd hetzelfde lijstje).
  2. Stel een tijdslimiet in.
  3. Gebruik een standaardstraf.
  4. Geef leerlingen die er tijdig achter komen dat ze iets nodig hebben (pennen/ papier) vervangend materiaal, zonder dat je daar verder consequenties aan verbindt.
  5. Huiswerk (van het inleveren aan het begin van de dag en controleer of iedereen alles ingeleverd heeft).

Het is leuk om er een wedstrijd van te maken; houd de tijd dan bij met een stopwatch. En zorg voor een beloning bij het behalen van een streeftijd.

Wil je een voorbeeld zien? Bekijk dan dit filmpje.
Je ziet een basisschoolklas, maar deze techniek werkt in alle klassen, met leerlingen van 4 tot 99 jaar.

KLAAR? AF!

download

Registreren kun je leren

Registreren kun je leren

Je weet inmiddels vast wel dat je van de inspectie echt niet meer iedere geplakte pleister hoeft te registeren. Maar wat moet je dan wel registreren?
De inspectie omschrijft het als volgt:
“Houdt de school goed zicht op het onderwijs dat ze biedt en op de vorderingen van de leerlingen? De inspectie volgt de werkwijze van de school, maar scholen moeten zich wel kunnen verantwoorden over het volgen en plannen van onderwijs.”
Leuk, maar wat houdt dat dan in?
Kort door de bocht betekent het dat je als school:
– Kunt vertellen hoe je gaat voldoen aan alle kerndoelen. Het schoolplan is daarvoor natuurlijk een uitstekend middel.
– Laat zien hoe en wat je doet met de leerlingen die niet aan de kerndoelen kunnen voldoen. En daar gaat het natuurlijk om. Want hoe toon je dat aan?
Dat doe je door te bewijzen dat je er alles aan doet om een leerling op de gemiddelde middenlijn te houden…

En dat zou je zo kunnen doen, als leraar:
• Leg een zorgmap aan. Met tabbladen! Op papier of op de PC (gedeelde map). Ook handig voor invallers. Dit kan ook in het VO & MBO!
• Je noteert de doelen (= kopiëren & plakken) per blok voor je leerjaar.
• Je neemt toetsen af (doel gehaald?) en je houdt de scores bij.
• Je analyseert waardoor er uitval is bij de toetsen. Heeft de leerling het niet begrepen of heb jij het niet goed uitgelegd?
• Je bedenkt hoe je uitval kunt wegwerken en/ of voorkomen:
o Met pré-teaching.
o Met verlengde instructie.
o Door instructie op verschillende niveaus.
o Door remedial teaching.
o …..
Je kunt natuurlijk alles doen, maar dan moet je je afvragen of je daar wel de tijd voor hebt. Kies wijs. Wat past bij jou en wat kan bij jouw leerlingen, in jouw klas?
• Je overlegt welke afspraken je kunt maken met (individuele) leerlingen en (eventueel) hun ouders. Dat noteer je, communiceer je en voer je uit.
• Evalueren doe je om de 6 tot 8 weken. Dit kan gaan om zowel gedrag als vaardigheden als om schoolvakken. Daarna pas je je plan aan.
• Doe niet alles! Doe alleen wat echt nodig is en wat jij kunt behappen.
• Houd het simpel. Gebruik codes en weinig woorden.
• Beter goed gejat dan slecht bedacht: neem over van de vorige leraar.
• Richtlijnen:
o Besteed maximaal 1 uur per week aan registraties.
o Houd alles zoveel mogelijk meteen bij tijdens de les.
o Zorg voor een “enkelvoudige boekhouding” (een keer noteren is genoeg).

Succes!

Een pot vol afsluiters voor aan het einde van jouw les

Een pot vol afsluiters voor aan het einde van jouw les

Je weet dat het belangrijk is om je les goed af te sluiten. Maar het schiet er wel eens bij in. Je komt vaak tijd te kort, om wat voor reden dan ook.

Een goede afsluiter, die de leerlingen ook erg leuk vinden, zorgt ervoor dat je iedere les goed kunt eindigen. Juist omdat je leerlingen graag willen dat je je les goed afsluit.

Hoe kun je dat voor elkaar krijgen? Eigenlijk is het heel simpel.

  1. Je koopt een grote pot en zorgt voor een flinke stapel gekleurde briefjes.
  2. Je bedenkt zelf een stuk of vijf leuke afsluiters en die schrijf je op vijf gekleurde briefjes. Enkele voorbeelden:
    1. Een vrolijk kort filmpje.
    2. Een gekke energizer (bv. Grab The Finger).
    3. Steen-papier-schaar-tournooi (en de winnaar krijgt…).
    4. Jij als leraar zingt karaoke.
    5. Alle antwoorden van het te maken huiswerk.
    6. Toets met wisbordjes.
  3. Die vijf briefjes lees je voor en als de meeste leerlingen het een leuke afsluiter vinden, dan doe je ze in de pot.
  4. Je laat de leerlingen (alleen of in tweetallen) zelf ook nog ongeveer vijftien afsluiters bedenken en op gekleurde briefjes schrijven.
  5. De leerlingen mogen stemmen met hand opsteken: “in de pot” (of niet).
  6. Jij hebt een veto of ze echt in de pot komen (wees coulant…)
  7. En iedere les mag jij (of een leerling) een afsluiter uit de pot trekken.

Wedden dat je altijd voldoende tijd over hebt om je les goed af te sluiten?

Veel plezier!