Categorie archief: klassenmanagement

klassenmanagement

Moeilijke klas – hoe doe je dat?

Moeilijke klas – hoe doe je dat?

Een moeilijke klas overnemen… hoe doe je dat?
Ik krijg altijd veel verzoeken om hulp van leraren die plotseling een moeilijke klas over moeten nemen. Ze beginnen enthousiast, maar na een paar weken gaan ze met lood in hun schoenen naar school. Natuurlijk: kinderen proberen een nieuwe leraar uit, dat is normaal. Maar in moeilijke klassen wordt het uitproberen van de leraar overstegen door negativiteit. Negatief gedrag is de norm geworden.

Wat zijn de symptomen van een moeilijke klas?
• De leerlingen letten de hele tijd alleen maar op elkaar.
• Ze reageren op alles; verbaal en onverbaal.
• Leerlingen lijken niks te pikken; niet van hun klasgenoten en niet van de leraar.
• Straffen en belonen lijken geen enkel effect te hebben.
• De groep wordt heel moeilijk stil. Als dat eindelijk is gelukt, beginnen ze weer opnieuw.
Allereerst is het zaak om een aantal zaken te onderzoeken. Wat is er aan de hand? En wat kan je met de antwoorden op jouw vragen?
• Neem een sociogram af. Het geeft je inzicht in welke relaties er in de groep zijn.
• Bekijk welke leerlingen een “etiket” hebben. Praat met deze leerlingen, hun ouders en je collega’s en vraag welke benadering bij deze leerlingen zou kunnen werken.
• Zoek uit wie de informele (negatieve) leider is van de groep. Deze leerling geef je geen speciale aandacht meer.
• Zoek uit welke leerlingen eigenlijk wel positief zijn, maar dit niet meer durven te laten merken. Deze leerlingen geef je extra positieve aandacht.
• Vraag naar het verleden van de groep. Wanneer is deze sfeer ontstaan? Wat zouden de oorzaken kunnen zijn?
• Zoek uit of je gesteund wordt door je leidinggevende, je collega’s en de ouders. Zo nee: leg je plan van aanpak voor en vraag vervolgensom hun uitgesproken steun en hulp.
In de klas zelf is het zaak om te focussen op je lessen en je klassenmanagement.
• Zorg voor een duidelijke, voorspelbare structuur en routines.
• Trek het je nooit persoonlijk aan. Het heeft niets met jou te maken, maar met groepsprocessen uit het verleden. Zie het als een uitdaging om het tij te keren.
• Benoem alle gedrag dat je ziet. Negatief gedrag kap je kort en duidelijk af, bij positief gedrag complimenteer je extra.
• Ga nooit in discussie. Spreek duidelijk je verwachtingen uit en geef twee keuzes.
• Voorkom stemverheffing. Praat zacht.
• Gebruik technieken die continue de aandacht op jou vestigen.
• Wees snel, kort en effectief.
• Blijf rustig, tactvol en lief. Zorg voor een warme ondertoon, hoe streng je ook bent.

En tot slot:
• Houd vol!!!!
• Blijf lachen!
• Koester ieder klein succesje.
• Blijf geloven in een ommekeer.

Wetten van Waarschuwingen

Wetten van Waarschuwingen
Hoeveel Waarschuwingen geef jij in de klas aan jouw leerlingen voor dat je straf geeft? Twee? Drie? Of geen enkele? Waarom waarschuw je eigenlijk? En wanneer? En aan wie? En ben je dan ook altijd consequent, door de juiste consequentie toe te passen na jouw laatste waarschuwing? En hoe houd je dat bij?
Ik wil je wel even waarschuwen. Want er lijken wat wetten te kleven aan de toepassing van de waarschuwing. Vier, heb ik bedacht.

Wet 1: “Als er nu nog één iemand praat, dan ….” En het komt dan best vaak voor dat degene die dan als eerste iets zegt iets nuttigs heeft te melden, of het is precies degene die de hele les eigenlijk heel braaf was. Op dat moment moet je consequent zijn, maar eigenlijk wil je dat dan net even niet, anders gaat jouw systeem van Waarschuwingen de mist in.
Wet 2: “Maar ik deed helemaal niets…” Is een veel voorkomende reactie van leerlingen op een waarschuwing. En de ellende is dat je dat niet kunt controleren, dat de kans groot is dat je gaat twijfelen, en dat er een discussie ontstaat die je nooit kunt winnen.
Wet 3: Je hebt niet goed bij gehouden wie je wanneer hebt gewaarschuwd en waarvoor. Je “administratie” is niet op orde en daardoor ga je de mist in: je weet niet meer welke leerling je al hoe vaak gewaarschuwd hebt. Jammer maar helaas: ook deze strijd verlies je met de leerling in kwestie.
Wet 4: Als je met waarschuwingen de mist in gaat, krijg je de hele klas tegen je. Dat is echt heel naar, want hoe krijg je dat weer recht gebreid?

Hoe voorkom je dat deze vier wetten de kop opsteken? Zo doe je dat:
1. Je houd een administratie bij (kan op het bord, kan ook op een blaadje).
2. Weet heel goed waar je een waarschuwing voor geeft en wanneer. Zet deze (tijdelijke?) regels desnoods op het bord of op een blaadje.
3. Zeg altijd tegen de leerling voor welk gedrag je een waarschuwing geeft, de hoeveelste waarschuwing het is en ook vooral: dat het je spijt maar dat je niet anders kunt. Meen dat.
4. En zeker weten: wees echt consequent. Ook bij die ene brave leerling. Met veel spijt. Zeg wat je dwars zit.
5. Geef gewoon geen waarschuwingen. Deze oplossing werkt alleen in moeilijke klassen waar veel leerlingen zitten met grensoverschrijdend gedrag. Dit communiceer je natuurlijk ook duidelijk naar de leerlingen. En als ze vragen waarom je niet waarschuwt (want dat vinden ze oneerlijk) dan zeg je: “Jullie weten hoe het hoort. Je weet wat wel mag en wat niet mag. Dus een waarschuwing is overbodig.” Dit scheelt administratie en gedoe. En als je hier consequent in bent dan weet je zeker dat het helpt, en dat is ook prettig.

Succes!

Vastgeplakt achter je bureau!

Vastgeplakt achter je bureau!

Ken jij hem al? De onzichtbare barrière tussen jou als leraar en jouw leerlingen? De grens die ontstaat als jij achter je bureau zit en de leerlingen met hun neus recht naar jou toe zitten? Soms lijkt het net alsof er een slagboom tussen jullie inzit. Of een muur, met of zonder prikkeldraad er bovenop. Dat hangt dan weer van de sfeer af…

Ik zie het minstens één keer per week: de leraar zit achter het bureau. Vastgeplakt. Soms staat de leraar vooraan in de klas, bij het bord. Maar meestal gaat de leraar meteen na de instructie weer zitten. Op de veilige stoel. Achter de muur die het bureau vormt.

De leerlingen zijn al of niet aan het werk, letten wel of niet op… maar op de een of andere manier is het altijd onrustig. Dan kijkt de leraar verstoord op, roept een naam door de klas, moppert even en kijkt of de leerling weer aan het werk gaat.

Soms gaat de leerling weer aan het werk. Maar meestal volgt er nog een opmerking, al dan niet brutaal. Bijna iedereen kijkt op. En met een beetje pech volgen er opmerkingen van andere leerlingen, gevolgd door een boze leraar, gegiechel van enkele meiden, nog meer opmerkingen en niemand werkt meer. Iedereen kijkt naar de leraar…. Met een beetje geluk krijgt de leraar ze weer aan het werk, met een beetje pech escaleert de boel en/ of stuurt de leraar net de verkeerde de klas uit.

In het nagesprek zegt de leraar tegen mij: “dit is altijd een drukke klas”. En ik zeg: “het is jouw schuld dat ze zo druk zijn”. Tja. Ik ben nogal direct.

Deze leraar hoeft maar één ding te doen: WEG achter dat bureau. Rondlopen. Ogen in de rug ontwikkelen. Leerlingen zachtjes, onder vier ogen aanspreken.

Haal die slagboom omhoog. Breek die muur af. Haal het prikkeldraad weg. Loop door de klas. Heel simpel. Gewoon doen.

Heb je zin om nog meer te leren over orde houden? Kijk dan eens hier.

orde-houden

FAQ voor invallers

FAQ voor invallers

Kijk, dat vind ik nou leuk: een e-mail van een invaljuf die tegen bepaalde dingen aanloopt en graag tips wil om te weten hoe zij er beter mee om kan gaan. Ik kan me zo voorstellen dat zij niet de enige is! Daarom deze week:

FAQ voor invallers

  1. Hoe om te gaan met zeer tijdelijke collega’s?
    • Geef ze allemaal een hand, herhaal hun naam en stel jezelf voor.
    • Als je vaker op die school wil invallen, ga dan in de pauze bij ze zitten en klets mee. Stel veel vragen.
    • Wordt vriendjes met de leraren in de lokalen naast je en bespreek wat je kunt doen met leerlingen met moeilijk gedrag. Wat zijn de regels op de school? Mag je leerlingen even bij de buren parkeren?
  1. Soms vragen collega’s hoe het gaat om vooral te horen dat ze niets extra’s hoeven te doen. Hoe kan je dan reageren?
    • Maak duidelijk dat je komt invallen, maar dat je de school en de leerlingen nog niet zo goed kent. En dat je echt niet zonder hun hulp kunt. Maar zegt ook dat je alles doet wat je kunt. Zorg voor een proactieve houding.
    • Zeg dat je de school uit de brand komt helpen, zodat de leerlingen niet verdeeld hoeven te worden.
    • Stel gewoon de vragen die je wilt stellen. Wees brutaal! Ze mogen blij zijn dat je er bent.
    • En als er steeds mensen jouw lokaal komen binnenlopen om te vragen hoe het gaat, spreek dan met de leerlingen dat jullie met z’n allen dan heel hard gaan zwaaien en uitroepen: “het gaat goed!” Oefen dit wel met de leeringen.
  1. Wat doe je met haperende digiborden en onjuiste codes?
    • Met een beetje mazzel heb je van te voren de checklist voor invallers uitgeprint en doorgelopen. Dan zou het kunnen zijn dat je in ieder geval de juiste codes hebt.
    • Zorg dat je in ieder geval (papieren) lessen hebt, zodat je in ieder geval les kunt geven.
    • Zet jouw regels op een poster die je op kunt hangen, evenals een dagprogramma.
    • Wijs één leerling aan als digibord-assistent. Die mag jou maximaal 3 minuten helpen. Als het niet lukt: pech. Dan blijft het bord uit. Maak in dat geval foto’s van de whiteboards, maak ze schoon en gebruik ze als schoolbord. Aan de hand van de foto kun je aan het eind van de dag alles er weer opzetten wat erop stond.
    • Bij digitale methodes wordt het een kwestie van improviseren. Doe niet wat je niet kunt doen.
    • Neem snelle beslissingen, kom zeker over. Zodra jij gaat twijfelen, wordt het onrustig in de klas. Voorkom dat. Jij bent de baas.
  1. Wat je kun je met leerlingen doen die jouw dag ernstig verstoren? Zelfs al bij kleuters!
    • Ook hier geldt: sta stevig in je schoenen. Doe wat jij wilt!
    • Vat het nooit persoonlijk op. Leerlingen zijn geprogrammeerd om jou uit te proberen.
    • Leerlingen die het “goed” doen geef je heel veel complimenten. Benoem specifiek wat ze goed doen,
    • Je neemt de leerlingen die je les verstoren onmiddellijk apart en je vertelt (duidelijk en positief gesteld) hoe jij het wilt hebben. Je zegt ook dat je weet dat die leerling dat kan.
    • Zodra de leerling het ook “goed” doet, geef je een groot compliment: “zie je wel! Je kunt het!”
    • Als je leerling je toch nog gaat uitproberen, gaat de ladder in werking:
  2. Je stuurt een boze blik. Eventueel met handgebaar.
  3. Je zet de leerling even apart en vertelt wanneer hij weer mag laten zien dat ie het kan.
  4. Je geeft de leerling straf.
  5. Je zet de leerling buiten de klas (zorg dat je van te voren weet waar).
  1. Moet je wel of niet de directeur begroeten bij binnenkomst op een nieuwe school.
    • Ja! Behalve als deze druk af afwezig is.
    • Belangrijker is: de conciërge en ander OOP. Wordt daar hele dikke vrienden mee!

Vergeet niet: het is geen recept of wet van Meden en Perzen… als je op je gevoel afgaat, gaat het meestal goed!

Wil je de online cursus volgen “Invallen in het PO?” Klik dan hier.

Succes! en veel plezier met het verder lezen van de Sterk Nieuws

Wat snap je precies niet?

Wat snap je precies niet?

Ik moet het heel eerlijk bekennen: in mijn onderwijscarrière heb ik deze vraag vermoedelijk wel een miljoen keer gesteld aan een leerling. Meestal gebeurde dat na een hengelende vinger en de opmerking: “Juf, ik snap het niet”.
En misschien is het wel confronterend om dit te horen (dat vond ik in ieder geval wel), maar “Wat snap je precies niet?” is de meest stomme opmerking die je in zo’n geval kunt maken.

Waarom?

Ten eerste: Als een leerling precies kan uitleggen wat hij NIET snapt, dan bewijst dat dat hij (of zij) het dus WEL snapt.
Ten tweede: Meestal zijn die vinger en de bijbehorende opmerking een a) bewijs van luiheid (jij gaat nu het denkwerk voor hem of haar doen) of b) behoefte aan aandacht.

Hoe los je dat op?

a. Je zorgt dat alle instructies in genummerde stappen op het bord (of in het instructieschrift) staan.
b. Je loopt een (al dan niet) vaste route door het lokaal en je observeert vanuit iedere hoek 30 seconden.
c. Je blijft maximaal 30 seconden bij een leerling met een hulpvraag. Je stelt 2 vragen:
1. Welke stap heb je al gedaan?
2. Wat moet je nu gaan doen?

En mocht het om de aandacht gaan, dan zou ik 10 seconden aandacht geven in de vorm van een knipoog, aai over de bol, compliment, enzovoort.

Het voordeel van deze methode is ook dat het rustig blijft achter je rug.

Veel succes!

Wil je nu de SterkNieuws verder lezen? Klik dan HIER.

Falen is geen optie

Falen is geen optie

Vorige week sprak ik een jonge leraar die op het eind van zijn Latijn was. Hij had het gevoel dat alles tegen zat. Hij had een moeilijke klas, met veel zorgleerlingen. De ouders klaagden bij de directrice over zijn handelen. Zijn collega’s zeiden dat ze het ook niet wisten. Hij werkte ’s avonds en in het weekend over om al het werk af te krijgen; handelingsplannen, nakijkwerk en iedere dag een volle mailbox.

Hij was het zat.

Ik kwam een leerling observeren in zijn klas, en ik zag dat hij alles deed om het goed te doen. Tijdens het nagesprek vroeg ik hem wat hij eigenlijk het liefste wilde. En hij zei: “ik wil me het liefst ziek melden”. Toen ik vroeg waarom hij dat nog niet gedaan had, zei hij: “ik ben toch niet echt ziek?”.

Nee, nog niet.

Ik vertelde dat ik wel eens leraren coach. Ik help ze om hun onderwijs zo in te richten dat ze er zelf gelukkig van worden. Het motto is dan: “Blije leraren maken blije leerlingen.” Dus ik bood hem mijn hulp aan. En de leraar antwoordde: “Ik meld me nog liever ziek dan dat ik hulp accepteer. Falen is geen optie”.

Ik schrok.

Thuis vertelde ik mijn zoon (van ongeveer dezelfde leeftijd als de leraar) wat er gebeurd was. Mijn zoon vertelde dat dit de trend van zijn leeftijdgenoten is. Falen mag niet meer. Als kind, als leerling wordt iedere groei onder de curve afgestraft. Een extra jaar kleuteren? Mag niet meer. Een jaartje overdoen? Mag niet meer. De foute studie kiezen? Mag niet meer.

Mag niet meer.

Geen wonder dat zoveel middelbare scholieren een tussenjaar kiezen. Teveel drinken. Het thuis niet durven te zeggen als het niet zo goed met ze gaat. Iedereen moet blij, vrolijk en compleet “up to date” zijn. Mee kunnen komen met het gemiddelde, of liever nog: daarboven. Hulp vragen is geen optie, dat wordt onmiddellijk afgestraft.

Falen is geen optie meer.
Jammer.

Wil je nu de SterkNieuws verder lezen? Klik dan HIER.

Contact maken met leerlingen: de basis!

Contact maken met leerlingen: de basis!

Er wordt vaak gezegd dat leerlingen pas kunnen leren op het moment dat zij een goede relatie hebben met de leraar.
Onzin.
Zo heb ik mij ooit een ongeluk gewerkt voor biologie. Ik wilde minimaal een 8 halen; juist omdat de leraar en ik absoluut niet met elkaar overweg konden. Ik dacht dat zij dacht dat ik het niet kon. Dus ging ik haar bewijzen dat ik het wel kon. En ik haalde de ene 8 na de andere.
Mijn leraar biologie kon overigens wel goed lesgeven. Maar er was geen sprake van “menselijk contact”. Laat staan van “een relatie”. Bovendien was ik toen op een leeftijd waarop ik ervan overtuigd was dat deze leraar helemaal niet menselijk was.
Zoiets.

Ook in de literatuur wordt gesteld dat een goed klassenmanagement en didactische vaardigheden vóór een goede relatie gaan. Een goede relatie maakt immers geen goede les, daar is meer voor nodig.
Aan de andere kant… een kleuter die zich ongelukkig voelt en zit te huilen… hoeveel zal zij leren? Een troostende juf of meester lijkt mij dan echt noodzakelijk om tot leren te komen.
Hoe dan ook…

Vijf tips om contact te maken en te houden met je leerlingen:
1. Het begint al bij binnenkomst. Je staat (als het kan) bij de deur. Je kijkt je leerlingen in de ogen en wisselt een woordje met iedereen. Luister actief!
2. Je meent wat je zegt. Je bent oprecht. Je toont je waardering. Leerlingen voelen het als je je aandacht er niet echt bij hebt en dat gaat uiteindelijk tegen je werken.
3. Je hebt respect voor andere meningen en opvattingen, ook al ben je het er zelf helemaal niet mee eens. Als je je leerlingen oprecht serieus neemt dan merken ze dat en dan nemen ze jou ook serieus.
4. Je bent betrokken bij de leerlingen. Je hebt oprechte belangstelling. Je leeft mee met onvoldoendes, trouwfeesten en nieuwe kleren en je onthoudt het ook.
5. Denk aan je lichaamstaal. Je hebt regelmatig oogcontact, je glimlacht of kijkt eens heel streng, je knipoogt, je staat zeker (op twee benen), je geeft schouderklopjes.

En ja… je mag open zijn over jezelf. Je gedrag, je gevoelens, je meningen en wat je gisteren gegeten hebt. Daarmee bevorder je empathisch gedrag; je geeft zelf het goede voorbeeld.

Effectieve directe instructie: een stappenplan

Effectieve directe instructie: een stappenplan

Met passend onderwijs zijn we verplicht om onze instructies aan te passen op onze leerlingen. Dat is nog niet zo makkelijk. Daarom krijg je deze week een stappenplan om iedere willekeurige les effectief te kunnen geven.

Stap 1
Zorg ervoor dat alle regels, routines en procedures duidelijk zijn voor alle leerlingen. Wat moeten ze wanneer waar doen en in welke situatie? Dat scheelt enorm veel tijd; iedereen weet wat ie moet doen en daar is geen discussie over mogelijk.

Stap 2
Analyseer de handleiding van de methode die je gebruikt:
1. Kies de lesdoelen die jij wilt bereiken.
2. Kies de strategieën die jij de leerlingen wilt aanleren (die staan vaak niet duidelijk in de methodes).
3. Kies de oefenstof die de leerlingen moeten maken.

Stap 3
Ontwerp je les:
1. Het lesdoel duidelijk maken aan de leerlingen.
2. Het activeren van de voorkennis d.m.v. een gezamenlijke activiteit.
3. Geef instructie.
4. Oefen de vaardigheid met de leerlingen.
5. Leg uit waarom leerlingen dit moeten kunnen/ weten.
6. Uitleggen, voordoen, alles hardop benoemen.
7. Samen oefenen (begeleide inoefening).
8. Lesafsluiting (opdracht geven, controle, afzwaaier).
9. Verwerking door de leerlingen.

Stap 4
Geef je les, analyseer de opbrengsten en geef feedback aan de leerlingen over de opbrengsten. Geef hen onmiddellijk de kans om hun fouten te verbeteren tijdens een extra instructie.

Extra tips
1. Laat de leerlingen vragen stellen, denken en praten.
2. Let op dat jij zelf maar kort aan het woord bent.
3. Gebruik “Teach-technieken” om ervoor te zorgen dat iedereen actief meedoet.

Lees voor een uitgebreide handleiding het boek EDI van John Hollingsworth en Silvia Ybarra (Ned. bewerking: Marcel Schrmeier).
download-2

Moeilijke klassen… deal er maar mee

Moeilijke klassen… deal er maar mee

Ik krijg altijd veel verzoeken om hulp van leraren die plotseling een moeilijke klas over moeten nemen. Ze beginnen enthousiast, maar na een paar weken gaan ze met lood in hun schoenen naar school. Natuurlijk: kinderen proberen een nieuwe leraar uit, dat is normaal. Maar in moeilijke klassen wordt het uitproberen van de leraar overstegen door negativiteit. Negatief gedrag is de norm geworden.

Wat zijn de symptomen van een moeilijke klas?
• De leerlingen letten de hele tijd alleen maar op elkaar.
• Ze reageren op alles; verbaal en onverbaal.
• Leerlingen lijken niks te pikken; niet van hun klasgenoten en niet van de leraar.
• Straffen en belonen lijken geen enkel effect te hebben.
• De groep wordt heel moeilijk stil. Als dat eindelijk is gelukt, beginnen ze weer opnieuw.

Allereerst is het zaak om een aantal zaken te onderzoeken. Wat is er aan de hand? En wat kan je met de antwoorden op jouw vragen?
• Neem een sociogram af. Het geeft je inzicht in welke relaties er in de groep zijn.
• Bekijk welke leerlingen een “etiket” hebben. Praat met deze leerlingen, hun ouders en je collega’s en vraag welke benadering bij deze leerlingen zou kunnen werken.
• Zoek uit wie de informele leider is van de groep. Deze leerling geef je geen speciale aandacht meer.
• Zoek uit welke leerlingen eigenlijk wel positief zijn, maar dit niet meer durven te laten merken. Deze leerlingen geef je extra veel positieve aandacht.
• Vraag naar het verleden van de groep. Wanneer is deze sfeer ontstaan? Wat zouden de oorzaken kunnen zijn?
• Zoek uit of je gesteund wordt door je leidinggevende, je collega’s en de ouders. Zo nee: leg je plan van aanpak voor en vraag vervolgens om hun uitgesproken steun en hulp.

In de klas zelf is het zaak om te focussen op je lessen en je klassenmanagement.
• Zorg voor een duidelijke, voorspelbare structuur en routines.
• Trek het je nooit persoonlijk aan. Het heeft niets met jou te maken, maar met groepsprocessen uit het verleden. Zie het als een uitdaging om het tij te keren.
• Benoem alle gedrag dat je ziet. Negatief gedrag kap je kort en duidelijk af, bij positief gedrag complimenteer je extra.
• Ga nooit in discussie. Spreek duidelijk je verwachtingen uit en geef twee keuzes.
• Voorkom stemverheffing.
• Gebruik technieken die continue de aandacht op jou vestigen.

En tot slot:
• Houd vol!!!!
• Houd de moed er in.
• Koester ieder klein succesje.
• Blijf geloven in een ommekeer.

Leer je klas VLORK

Leer je klas VLORK

VLORK is een techniek uit Teach like a Champion waarbij de leerlingen een goede werkhouding hebben.
Waar staat VLORK voor? Het is een afkorting:

Vragen stellen
Luisteren
Ogen naar de spreker
Rechtop zitten
Knikken

En hoe leer je VLORK aan? In 13 stappen:
1. Zet de vijf letters op het bord van links naar rechts.
2. Vraag of iemand weet wat het betekent.
3. Laat de leerlingen raden, als ze het niet weten. Je verklapt nog niets.
4. Zet de vijf letters op het bord van boven naar beneden.
5. Vraag of iemand nu misschien een idee heeft?
6. Dan vul je de bovenste letter aan tot de twee woorden er staan.
7. Kijk of reacties komen. Als dat zo is, dan ga je er op in.
8. Zo vul je alle letters aan.
9. Als alle vijf de regels er staan vraag je wat het zou betekenen als iedereen in de klas dit zou doen. Ga het gesprek hierover aan.
10. Vraag wanneer welke letter aan de orde is. Ga ook hier op in.
11. Je oefent alle vijf de letters; jij doet en/of zegt iets, de leerlingen reageren met VLORK.
12. Je herhaalt VLORK iedere dag; wat betekent het ook al weer?
13. Je beloont met complimenten.

VLORK ze!