Categorie archief: klassenmanagement

klassenmanagement

Falen is geen optie

Falen is geen optie

Vorige week sprak ik een jonge leraar die op het eind van zijn Latijn was. Hij had het gevoel dat alles tegen zat. Hij had een moeilijke klas, met veel zorgleerlingen. De ouders klaagden bij de directrice over zijn handelen. Zijn collega’s zeiden dat ze het ook niet wisten. Hij werkte ’s avonds en in het weekend over om al het werk af te krijgen; handelingsplannen, nakijkwerk en iedere dag een volle mailbox.

Hij was het zat.

Ik kwam een leerling observeren in zijn klas, en ik zag dat hij alles deed om het goed te doen. Tijdens het nagesprek vroeg ik hem wat hij eigenlijk het liefste wilde. En hij zei: “ik wil me het liefst ziek melden”. Toen ik vroeg waarom hij dat nog niet gedaan had, zei hij: “ik ben toch niet echt ziek?”.

Nee, nog niet.

Ik vertelde dat ik wel eens leraren coach. Ik help ze om hun onderwijs zo in te richten dat ze er zelf gelukkig van worden. Het motto is dan: “Blije leraren maken blije leerlingen.” Dus ik bood hem mijn hulp aan. En de leraar antwoordde: “Ik meld me nog liever ziek dan dat ik hulp accepteer. Falen is geen optie”.

Ik schrok.

Thuis vertelde ik mijn zoon (van ongeveer dezelfde leeftijd als de leraar) wat er gebeurd was. Mijn zoon vertelde dat dit de trend van zijn leeftijdgenoten is. Falen mag niet meer. Als kind, als leerling wordt iedere groei onder de curve afgestraft. Een extra jaar kleuteren? Mag niet meer. Een jaartje overdoen? Mag niet meer. De foute studie kiezen? Mag niet meer.

Mag niet meer.

Geen wonder dat zoveel middelbare scholieren een tussenjaar kiezen. Teveel drinken. Het thuis niet durven te zeggen als het niet zo goed met ze gaat. Iedereen moet blij, vrolijk en compleet “up to date” zijn. Mee kunnen komen met het gemiddelde, of liever nog: daarboven. Hulp vragen is geen optie, dat wordt onmiddellijk afgestraft.

Falen is geen optie meer.
Jammer.

Wil je nu de SterkNieuws verder lezen? Klik dan HIER.

Contact maken met leerlingen: de basis!

Contact maken met leerlingen: de basis!

Er wordt vaak gezegd dat leerlingen pas kunnen leren op het moment dat zij een goede relatie hebben met de leraar.
Onzin.
Zo heb ik mij ooit een ongeluk gewerkt voor biologie. Ik wilde minimaal een 8 halen; juist omdat de leraar en ik absoluut niet met elkaar overweg konden. Ik dacht dat zij dacht dat ik het niet kon. Dus ging ik haar bewijzen dat ik het wel kon. En ik haalde de ene 8 na de andere.
Mijn leraar biologie kon overigens wel goed lesgeven. Maar er was geen sprake van “menselijk contact”. Laat staan van “een relatie”. Bovendien was ik toen op een leeftijd waarop ik ervan overtuigd was dat deze leraar helemaal niet menselijk was.
Zoiets.

Ook in de literatuur wordt gesteld dat een goed klassenmanagement en didactische vaardigheden vóór een goede relatie gaan. Een goede relatie maakt immers geen goede les, daar is meer voor nodig.
Aan de andere kant… een kleuter die zich ongelukkig voelt en zit te huilen… hoeveel zal zij leren? Een troostende juf of meester lijkt mij dan echt noodzakelijk om tot leren te komen.
Hoe dan ook…

Vijf tips om contact te maken en te houden met je leerlingen:
1. Het begint al bij binnenkomst. Je staat (als het kan) bij de deur. Je kijkt je leerlingen in de ogen en wisselt een woordje met iedereen. Luister actief!
2. Je meent wat je zegt. Je bent oprecht. Je toont je waardering. Leerlingen voelen het als je je aandacht er niet echt bij hebt en dat gaat uiteindelijk tegen je werken.
3. Je hebt respect voor andere meningen en opvattingen, ook al ben je het er zelf helemaal niet mee eens. Als je je leerlingen oprecht serieus neemt dan merken ze dat en dan nemen ze jou ook serieus.
4. Je bent betrokken bij de leerlingen. Je hebt oprechte belangstelling. Je leeft mee met onvoldoendes, trouwfeesten en nieuwe kleren en je onthoudt het ook.
5. Denk aan je lichaamstaal. Je hebt regelmatig oogcontact, je glimlacht of kijkt eens heel streng, je knipoogt, je staat zeker (op twee benen), je geeft schouderklopjes.

En ja… je mag open zijn over jezelf. Je gedrag, je gevoelens, je meningen en wat je gisteren gegeten hebt. Daarmee bevorder je empathisch gedrag; je geeft zelf het goede voorbeeld.

Effectieve directe instructie: een stappenplan

Effectieve directe instructie: een stappenplan

Met passend onderwijs zijn we verplicht om onze instructies aan te passen op onze leerlingen. Dat is nog niet zo makkelijk. Daarom krijg je deze week een stappenplan om iedere willekeurige les effectief te kunnen geven.

Stap 1
Zorg ervoor dat alle regels, routines en procedures duidelijk zijn voor alle leerlingen. Wat moeten ze wanneer waar doen en in welke situatie? Dat scheelt enorm veel tijd; iedereen weet wat ie moet doen en daar is geen discussie over mogelijk.

Stap 2
Analyseer de handleiding van de methode die je gebruikt:
1. Kies de lesdoelen die jij wilt bereiken.
2. Kies de strategieën die jij de leerlingen wilt aanleren (die staan vaak niet duidelijk in de methodes).
3. Kies de oefenstof die de leerlingen moeten maken.

Stap 3
Ontwerp je les:
1. Het lesdoel duidelijk maken aan de leerlingen.
2. Het activeren van de voorkennis d.m.v. een gezamenlijke activiteit.
3. Geef instructie.
4. Oefen de vaardigheid met de leerlingen.
5. Leg uit waarom leerlingen dit moeten kunnen/ weten.
6. Uitleggen, voordoen, alles hardop benoemen.
7. Samen oefenen (begeleide inoefening).
8. Lesafsluiting (opdracht geven, controle, afzwaaier).
9. Verwerking door de leerlingen.

Stap 4
Geef je les, analyseer de opbrengsten en geef feedback aan de leerlingen over de opbrengsten. Geef hen onmiddellijk de kans om hun fouten te verbeteren tijdens een extra instructie.

Extra tips
1. Laat de leerlingen vragen stellen, denken en praten.
2. Let op dat jij zelf maar kort aan het woord bent.
3. Gebruik “Teach-technieken” om ervoor te zorgen dat iedereen actief meedoet.

Lees voor een uitgebreide handleiding het boek EDI van John Hollingsworth en Silvia Ybarra (Ned. bewerking: Marcel Schrmeier).
download-2

Moeilijke klassen… deal er maar mee

Moeilijke klassen… deal er maar mee

Ik krijg altijd veel verzoeken om hulp van leraren die plotseling een moeilijke klas over moeten nemen. Ze beginnen enthousiast, maar na een paar weken gaan ze met lood in hun schoenen naar school. Natuurlijk: kinderen proberen een nieuwe leraar uit, dat is normaal. Maar in moeilijke klassen wordt het uitproberen van de leraar overstegen door negativiteit. Negatief gedrag is de norm geworden.

Wat zijn de symptomen van een moeilijke klas?
• De leerlingen letten de hele tijd alleen maar op elkaar.
• Ze reageren op alles; verbaal en onverbaal.
• Leerlingen lijken niks te pikken; niet van hun klasgenoten en niet van de leraar.
• Straffen en belonen lijken geen enkel effect te hebben.
• De groep wordt heel moeilijk stil. Als dat eindelijk is gelukt, beginnen ze weer opnieuw.

Allereerst is het zaak om een aantal zaken te onderzoeken. Wat is er aan de hand? En wat kan je met de antwoorden op jouw vragen?
• Neem een sociogram af. Het geeft je inzicht in welke relaties er in de groep zijn.
• Bekijk welke leerlingen een “etiket” hebben. Praat met deze leerlingen, hun ouders en je collega’s en vraag welke benadering bij deze leerlingen zou kunnen werken.
• Zoek uit wie de informele leider is van de groep. Deze leerling geef je geen speciale aandacht meer.
• Zoek uit welke leerlingen eigenlijk wel positief zijn, maar dit niet meer durven te laten merken. Deze leerlingen geef je extra veel positieve aandacht.
• Vraag naar het verleden van de groep. Wanneer is deze sfeer ontstaan? Wat zouden de oorzaken kunnen zijn?
• Zoek uit of je gesteund wordt door je leidinggevende, je collega’s en de ouders. Zo nee: leg je plan van aanpak voor en vraag vervolgens om hun uitgesproken steun en hulp.

In de klas zelf is het zaak om te focussen op je lessen en je klassenmanagement.
• Zorg voor een duidelijke, voorspelbare structuur en routines.
• Trek het je nooit persoonlijk aan. Het heeft niets met jou te maken, maar met groepsprocessen uit het verleden. Zie het als een uitdaging om het tij te keren.
• Benoem alle gedrag dat je ziet. Negatief gedrag kap je kort en duidelijk af, bij positief gedrag complimenteer je extra.
• Ga nooit in discussie. Spreek duidelijk je verwachtingen uit en geef twee keuzes.
• Voorkom stemverheffing.
• Gebruik technieken die continue de aandacht op jou vestigen.

En tot slot:
• Houd vol!!!!
• Houd de moed er in.
• Koester ieder klein succesje.
• Blijf geloven in een ommekeer.

Leer je klas VLORK

Leer je klas VLORK

VLORK is een techniek uit Teach like a Champion waarbij de leerlingen een goede werkhouding hebben.
Waar staat VLORK voor? Het is een afkorting:

Vragen stellen
Luisteren
Ogen naar de spreker
Rechtop zitten
Knikken

En hoe leer je VLORK aan? In 13 stappen:
1. Zet de vijf letters op het bord van links naar rechts.
2. Vraag of iemand weet wat het betekent.
3. Laat de leerlingen raden, als ze het niet weten. Je verklapt nog niets.
4. Zet de vijf letters op het bord van boven naar beneden.
5. Vraag of iemand nu misschien een idee heeft?
6. Dan vul je de bovenste letter aan tot de twee woorden er staan.
7. Kijk of reacties komen. Als dat zo is, dan ga je er op in.
8. Zo vul je alle letters aan.
9. Als alle vijf de regels er staan vraag je wat het zou betekenen als iedereen in de klas dit zou doen. Ga het gesprek hierover aan.
10. Vraag wanneer welke letter aan de orde is. Ga ook hier op in.
11. Je oefent alle vijf de letters; jij doet en/of zegt iets, de leerlingen reageren met VLORK.
12. Je herhaalt VLORK iedere dag; wat betekent het ook al weer?
13. Je beloont met complimenten.

VLORK ze!

Leer je klas in vijf stappen “klaar af” te zitten!

Leer je klas in vijf stappen “klaar af” te zitten!

Klaar Af! is een zeer effectieve techniek uit “Teach like a Champion” waarmee je ervoor zorgt dat je snel kunt beginnen met je les.

Het is van belang dat je deze techniek iedere les op dezelfde wijze toepast. En daar ook heel consequent in bent.

  1. Wees duidelijk over wat ze nodig hebben voor de les (maak een lijstje met minder dat 5 punten en gebruik altijd hetzelfde lijstje).
  2. Stel een tijdslimiet in.
  3. Gebruik een standaardstraf.
  4. Geef leerlingen die er tijdig achter komen dat ze iets nodig hebben (pennen/ papier) vervangend materiaal, zonder dat je daar verder consequenties aan verbindt.
  5. Huiswerk (van het inleveren aan het begin van de dag en controleer of iedereen alles ingeleverd heeft).

Het is leuk om er een wedstrijd van te maken; houd de tijd dan bij met een stopwatch. En zorg voor een beloning bij het behalen van een streeftijd.

Wil je een voorbeeld zien? Bekijk dan dit filmpje.
Je ziet een basisschoolklas, maar deze techniek werkt in alle klassen, met leerlingen van 4 tot 99 jaar.

KLAAR? AF!

download

Registreren kun je leren

Registreren kun je leren

Je weet inmiddels vast wel dat je van de inspectie echt niet meer iedere geplakte pleister hoeft te registeren. Maar wat moet je dan wel registreren?
De inspectie omschrijft het als volgt:
“Houdt de school goed zicht op het onderwijs dat ze biedt en op de vorderingen van de leerlingen? De inspectie volgt de werkwijze van de school, maar scholen moeten zich wel kunnen verantwoorden over het volgen en plannen van onderwijs.”
Leuk, maar wat houdt dat dan in?
Kort door de bocht betekent het dat je als school:
– Kunt vertellen hoe je gaat voldoen aan alle kerndoelen. Het schoolplan is daarvoor natuurlijk een uitstekend middel.
– Laat zien hoe en wat je doet met de leerlingen die niet aan de kerndoelen kunnen voldoen. En daar gaat het natuurlijk om. Want hoe toon je dat aan?
Dat doe je door te bewijzen dat je er alles aan doet om een leerling op de gemiddelde middenlijn te houden…

En dat zou je zo kunnen doen, als leraar:
• Leg een zorgmap aan. Met tabbladen! Op papier of op de PC (gedeelde map). Ook handig voor invallers. Dit kan ook in het VO & MBO!
• Je noteert de doelen (= kopiëren & plakken) per blok voor je leerjaar.
• Je neemt toetsen af (doel gehaald?) en je houdt de scores bij.
• Je analyseert waardoor er uitval is bij de toetsen. Heeft de leerling het niet begrepen of heb jij het niet goed uitgelegd?
• Je bedenkt hoe je uitval kunt wegwerken en/ of voorkomen:
o Met pré-teaching.
o Met verlengde instructie.
o Door instructie op verschillende niveaus.
o Door remedial teaching.
o …..
Je kunt natuurlijk alles doen, maar dan moet je je afvragen of je daar wel de tijd voor hebt. Kies wijs. Wat past bij jou en wat kan bij jouw leerlingen, in jouw klas?
• Je overlegt welke afspraken je kunt maken met (individuele) leerlingen en (eventueel) hun ouders. Dat noteer je, communiceer je en voer je uit.
• Evalueren doe je om de 6 tot 8 weken. Dit kan gaan om zowel gedrag als vaardigheden als om schoolvakken. Daarna pas je je plan aan.
• Doe niet alles! Doe alleen wat echt nodig is en wat jij kunt behappen.
• Houd het simpel. Gebruik codes en weinig woorden.
• Beter goed gejat dan slecht bedacht: neem over van de vorige leraar.
• Richtlijnen:
o Besteed maximaal 1 uur per week aan registraties.
o Houd alles zoveel mogelijk meteen bij tijdens de les.
o Zorg voor een “enkelvoudige boekhouding” (een keer noteren is genoeg).

Succes!

Een pot vol afsluiters voor aan het einde van jouw les

Een pot vol afsluiters voor aan het einde van jouw les

Je weet dat het belangrijk is om je les goed af te sluiten. Maar het schiet er wel eens bij in. Je komt vaak tijd te kort, om wat voor reden dan ook.

Een goede afsluiter, die de leerlingen ook erg leuk vinden, zorgt ervoor dat je iedere les goed kunt eindigen. Juist omdat je leerlingen graag willen dat je je les goed afsluit.

Hoe kun je dat voor elkaar krijgen? Eigenlijk is het heel simpel.

  1. Je koopt een grote pot en zorgt voor een flinke stapel gekleurde briefjes.
  2. Je bedenkt zelf een stuk of vijf leuke afsluiters en die schrijf je op vijf gekleurde briefjes. Enkele voorbeelden:
    1. Een vrolijk kort filmpje.
    2. Een gekke energizer (bv. Grab The Finger).
    3. Steen-papier-schaar-tournooi (en de winnaar krijgt…).
    4. Jij als leraar zingt karaoke.
    5. Alle antwoorden van het te maken huiswerk.
    6. Toets met wisbordjes.
  3. Die vijf briefjes lees je voor en als de meeste leerlingen het een leuke afsluiter vinden, dan doe je ze in de pot.
  4. Je laat de leerlingen (alleen of in tweetallen) zelf ook nog ongeveer vijftien afsluiters bedenken en op gekleurde briefjes schrijven.
  5. De leerlingen mogen stemmen met hand opsteken: “in de pot” (of niet).
  6. Jij hebt een veto of ze echt in de pot komen (wees coulant…)
  7. En iedere les mag jij (of een leerling) een afsluiter uit de pot trekken.

Wedden dat je altijd voldoende tijd over hebt om je les goed af te sluiten?

Veel plezier!

Toets maken? Zeven tips!

Toets maken? Zeven tips!

Het maken van een toets in de klas gaf mij altijd een dubbel gevoel. In principe houd ik niet van toetsen. Het zou niet nodig moeten zijn. Er zijn tenslotte andere manieren om erachter te komen of een leerling “klaar is om de maatschappij in te gaan”. En zeker in dat verband betwijfel ik dat een heel toets-systeem daar de juiste voorbereiding van is.

Aan de andere kant hielden mijn leerlingen erg van toetsen. Er hing een gezonde spanning. Het was heel rustig in de klas en het competitie-element van “hoe ga ik het doen?” beviel de meeste leerlingen prima.

Heb ik een oplossing voor de heersende afrekencultuur? Ja hoor: gewoon mee stoppen met ons allen.
Maar zo lang dat niet het geval is, is het van belang je leerlingen goed voor te bereiden op een toets. En daar heb ik wel wat tips voor:

1. Vertel precies wanneer de toets is. Datum en tijd zijn belangrijk om te weten voor leerlingen. Bij voorkeur 4 tot 6 weken van te voren, zodat de leerlingen de tijd hebben voor hun voorbereiden. En voorkom dat de datum of de tijd verplaatst worden.
2. Vertel wat precies het belang van de toets is. Wat hangt er van af? Zet de resultaten in relatief perspectief.
3. Vraag de leerlingen welk cijfer (of welke score) ze minimaal willen halen. Noteer die cijfers en laat de leerling een lijstje maken van alles wat ze moeten doen om dát cijfer te halen. Check regelmatig of ze op schema zijn.
4. Vertel exact wat de leerlingen moeten kunnen en weten. Neem ruim van te voren een oefentoets af.
5. Zorg voor de toets voor een “lachmoment”. Moppen tappen, leuke filmpjes kijken, gekke verhalen vertellen, een lach-energizer… Alles is goed, als er maar even flink gelachen wordt. Lachen zorgt ervoor dat je hersenen beter werken, dat je daarna beter kunt focussen en de ontspanning haalt de spanning weg.
6. Vlak voor de toets: Doe een focus-oefening. Ademhaling, voeten, keer naar binnen; in je hoofd.
7. Als het kan: kijk de toets meteen na afloop na. Maak een analyse en deel die met de leerlingen. Zorg ervoor dat uitvallers meteen remediërende opdrachten krijgen en regel een hele snelle herkansing.

Veel succes en ja toch: plezier met de komende toetsen.

Vijf manieren om van een klas een groep te maken

Vijf manieren om van een klas een groep te maken

Soms heb je wel eens het idee dat je groep geen groep is, maar een verzameling kliekjes. Met een beetje pech zijn die kliekjes ook nog eens uitgesproken tégen alle andere kliekjes. En met nog meer pech blijft het zo tot eind schooljaar.

In januari is het de perfecte tijd om daar iets aan te veranderen. Er is meestal rust, alles gaat weer zijn gangetje en de leerlingen staan dan op de een of andere manier open voor suggesties (lees: invloeden) van jouw kant.

Hoe pak je dat dan aan? Er zijn vijf manieren om een dergelijke verandering in gang te zetten.

1. Je gaat opnieuw met elkaar kennismaken. Een nieuw jaar betekent een nieuwe start. Dus alle plannen (goede voornemens!) voor de komende maanden kunnen besproken en gedeeld worden. Stel veel vragen en leg de nadruk op de overeenkomsten die er zijn.

2. Jij laat duidelijk merken dat jij heel blij bent met deze groep en ook heel veel vertrouwen in hen hebt. Spreek altijd positief! Het is bijvoorbeeld de groep met de hoogste cijfers sinds 2010. Of de groep die het minst te laat op school komt. Zoek iets waar deze groep in uitblinkt en herhaal dat feit regelmatig. Laat ze daarna nog meer doelen stellen, en halen!

3. Grijp de kans om je leerlingen (anoniem en serieus) feedback te laten geven op jouw lessen. Je kunt de “placemat-methode” gebruiken. Kies een paar veranderpunten uit om aan te werken. Jij kunt dat (natuurlijk) niet alleen; je hebt de hulp nodig van de hele klas. Maak ze mede verantwoordelijk.

4. Herhaal steeds weer (desnoods 100 x op een dag) hoe je wilt dat men met elkaar omgaat en geef zelf het goede voorbeeld. Leg ook steeds weer uit wat ze dit gaat opleveren.

5. Bedenk met de klas een groepsdoel dat in het kader past van jouw lessen. Geld inzamelen voor een goed doel of iets leuks doen voor bejaarden of wezen. Een gezamenlijke succeservaring is zeer effectief voor het vormen van een positieve groep.

Wees geduldig. Het bouwen van Rome duurde ook langer dan één dag!