Categorie archief: lesgeven

lesgeven

Leer ze schrijven!

Leer ze schrijven!
Leuk… het werken op de laptop, werken met tablets, (snappet), leren op je telefoon… de digitale wereld is helemaal geïntegreerd in ons onderwijs. Je kunt makkelijker differentiëren. En je hoeft minder na te kijken, dàt is vooral heel erg fijn. Maar…. er blijkt ook een schaduwzijde aan dit jubelfeit te zijn. Onze leerlingen kunnen niet meer schrijven! Er worden veel onnodige spellingfouten gemaakt, het schriftelijke werk is vaak onleesbaar en als er al eens geschreven moet worden, beginnen de leerlingen na één minuut al te klagen over pijn in hun hand. Dus vandaag een pleidooi om dit euvel voor eens en altijd uit de wereld te helpen: Leer ze schrijven!

Hoe doe je dat?
Want je wilt toch echt wel blijven werken met de laptop, tablets (snappet) en de telefoon.
1. Tijdens de instructie moeten er aantekeningen gemaakt worden. Alles wat jij op het bord zet, moeten ze overschrijven in hun instructieschrift. Leesbaar! (Anders moet het over…)
2. Leer de leerlingen schrijven in volledige zinnen. Bouw het op. Begin met korte zinnetjes en breidt die zinnen steeds meer uit.
3. Bouw de schrijftijd op. Eerst één minuut, de volgende keer twee minuten, enzovoort. Tot de leerlingen getraind zijn en het klagen is verstomd. Verhalen, brieven, werkstukken, betogen…
4. Kijk in het begin al het schrijfwerk na: eis 100%! Dus zonder spelfouten en in een keurig, leesbaar handschrift. Vertel van te voren wat je precies verwacht en laat ze eventuele fouten verbeteren.
5. Laat alle automatiseringsoefeningen (tafels, grammatica, toepassingen, werkwoordvervoegingen, formules enzovoort) schriftelijk maken.
6. Doe veel fijn-motorische oefeningen tussendoor. Ook leuk als energizer.
7. Pak er gewoon eens een ouderwets schrijfschrift bij. Als tussendoortje. Desnoods een oefenblad uit de jaren 50.

Belangrijk!
Vertel je leerlingen ook waarom het zo belangrijk is dat ze kunnen blijven schrijven:
1. Wie schrijft die blijft, oftewel: je onthoudt gewoon beter wat je opschrijft.
2. Schrijven zorgt er voor dat je ondertussen je gedachten kunt ordenen.
3. Ook al gaat in de toekomst alles digitaal… het is gewoon handig als je kunt schrijven. En het is nog handiger als je ook nog kunt lezen wat je geschreven hebt.

Succes!

Pak het probleem aan

Pak het probleem aan

Ik zie in klassen regelmatig gebeuren dat de meeste leerlingen niet (willen?) nadenken. Ze beginnen er niet eens aan. Ze roepen meteen “ik snap het niet!” voordat je goed en wel hebt uitgelegd wat ze precies moeten doen. Onze leerlingen zijn lui geworden. Alles moet vanzelf gaan. Ik vind dat een probleem. Als jij het ook een probleem vindt, lees dan verder…

Heb jij ook zo’n klas? Dan wordt het de hoogste tijd om gebruik te gaan maken van de “leerkuiltechniek”. Dat wil dus zeggen dat je begint met te vertellen dat het logisch is dat ze het niet snappen. Want: als ze het al zouden snappen, dan hoefden ze het niet meer te leren! Ze hebben gewoon een probleem, en problemen zijn er om op te lossen.

Dan pak je de poster er bij (zie de gratis download in de SterkNieuws) en die hang je duidelijk zichtbaar voor de klas. Projecteren op het bord is nog beter. Vervolgens leg je de denkstappen uit die horen bij de ontwikkeling van een “growth mindset”:

  1. Ik snap het niet. Ik kan het niet.
  2. Ik stop ermee, ik leer het toch nooit. Ik heb er ook geen zin in.
  3. Maar oja… ik moet het nog leren en leren gaat stap voor stap. En zin kan je maken.
  4. Leren gaat niet vanzelf, ik moet er wat voor doen. Een echte Prof doet dat.
  5. Welk talent heb ik nu nodig? In ieder geval het talent “doorzetten”, en dat is een talent dat iedereen heeft, dus ik ook.
  6. Ik geef niet op als het lastig wordt. Ik oefen net zo lang tot ik het kan. Net als een Prof.
  7. Iedereen kan slimmer worden door te oefenen en te herhalen, dus ik ook.
  8. Ik maak een plan. Ik begin bij het einddoel. Ik schrijf stap voor stap op wat ik moet doen om het einddoel te halen.
  9. Ik begin. Ik doe het stap voor stap. Als ik vastloop ga ik een stapje terug. In geval van hoge nood vraag ik om hulp.
  10. Als ik mijn doel bereikt heb ben ik trots op mezelf. En terecht. Net als een Prof.

Je vertelt een verhaal over een voorbeeld waarbij jij zelf deze stappen hebt gezet, met resultaat. Vertel ook hoe goed je je daarna voelde. Geef ook voorbeelden van een Prof. (Voetballer, zanger, danser.)

Je laat de leerlingen zelf een voorbeeld bedenken waarin zij (zelf!) resultaat hebben behaald. Je vraagt ze hoe ze dat gedaan hebben en manipuleert ze in de juiste richting van deze stappen door samenvattende vragen te stellen. Zet dat positieve gevoel bij hen: “Denk eens aan hoe goed je je toen voelde”.

Je vraagt de leerlingen hoe ze het komende probleem gaan aanpakken. En ze gaan aan de slag.

Jullie kunnen met elkaar een quote of yell bedenken die de klas steeds herinnert aan deze “leerkuiltechniek”. Herhaal die quote of yell minimaal 7 keer hardop met de hele klas. Hang de quote of yell duidelijk zichtbaar in het lokaal. Zodra iemand zegt “ik snap het niet” of “ik kan het niet”, spoor dan de hele klas aan (met een vast teken) om de quote of yell hardop te roepen.

Succes!

 

Waarom hebben ze nu weer een onvoldoende?

Waarom hebben ze nu weer een onvoldoende?

Een paar weken geleden was ik in een klas waar een slecht gemaakt proefwerk werd nabesproken. Het proefwerk was niet moeilijk geweest, de docent snapte er niks van.
De leerlingen mopperden.
De docent deed haar best om de moed erin te houden. “Kom op jongens, over twee weken is de herkansing en als jullie nu goed meedoen, dan gaan jullie allemaal een voldoende halen.”
Het gemopper verstomde. Een beetje. En alle leerlingen deden echt hun best om actief mee te doen.
Maar het ging al gauw mis.
De docent las de eerste vraag voor en gaf vervolgens het juiste antwoord.
Een leerling riep: “ja, maar dat bedoelde ik ook! Het staat er toch? En toch heb je me daar geen punten voor gegeven!”
Het werd weer onrustig in de klas. De docent keek een beetje wanhopig rond en wist blijkbaar niet wat ze nu moest doen. Ze zei: “Oké. Als je een individuele vraag hebt, dan mag je na afloop van de les even bij me komen.”
Na afloop van de les bleven alle leerlingen zitten. Ze hadden allemaal een individuele vraag. Ze wilden er punten bij. Want de vraag was onduidelijk gesteld. Of de docent had hun antwoord niet goed begrepen. De docent besloot contact op te nemen met de teamleider, want ze wist niet zo goed wat ze hier mee moest.
De conclusie van de teamleider was, dat de meeste leerlingen de vragen niet goed hadden gelezen. De vragen bestonden uit lange, samengestelde zinnen. Sommige vragen konden anders geïnterpreteerd worden.  De docent had het proefwerk niet zelf gemaakt. Alle parallelklassen hadden hetzelfde proefwerk gemaakt, maar niet in alle klassen zo slecht als bij haar. En de docent had het proefwerk wel nabesproken, maar niet vóórbesproken. En daar zat de crux.

Als je wilt dat je leerlingen een voldoende halen voor een proefwerk, dan kunnen de volgende tips je helpen:

  1. Neem de tijd om (belangrijke) proefwerken voor te bespreken.
  2. Deel een “proef-proefwerk” uit en maak het klassikaal, interactief.
  3. Leer je leerlingen samengestelde zinnen goed lezen.
  4. Laat de leerlingen steeds hardop bedenken: “Wat wordt hier precies gevraagd?”
  5. Laat je leerlingen hun ogen dicht doen en zich inbeelden dat ze in de toekomst zijn. Dat ze hier over een paar weken weer zitten en een voldoende hebben gehaald voor hetzelfde proefwerk.
  6. Laat de leerlingen hun ogen opendoen en vervolgens in tweetallen bedenken wat ze nodig hebben om het proefwerk goed te kunnen maken.
  7. Laat leerlingen een eigen stappenplan maken om een vraag goed te kunnen beantwoorden. Samenwerken mag hierbij.
  8. Zorg dat ze dit stappenplan bij zich hebben bij de toets.
  9. Eindig met een energizer, zodat iedereen fit en vol goede moed het proefwerk kan gaan maken.
  10. Vlak voor het echte proefwerk: doe diezelfde energizer nog een keer!

Welke tips heb jij om onze leerlingen goede cijfers te laten halen? Deel ze in het commentaarveld!

Evalueren en reflecteren met leerlingen

Evalueren en reflecteren met leerlingen

Evalueren en reflecteren met leerlingen: ik vond het altijd erg leuk. Ik vond het zelfs een sport. Ik vroeg het me iedere keer weer af: Zou het me lukken om ook deze keer weer meer antwoorden te krijgen dan alleen:
“Ik weet het niet.”
“Ja, gewoon. Je weet wel.”
of:
” …” (= schouders ophalen)

En toch moeten onze leerlingen het leren, of ze nu willen of niet. Zelfreflectie is een belangrijke vaardigheid. Je moet inzicht hebben in je eigen leren om goed verder te kunnen leren.
Helaas is het iets dat de meeste leerlingen niet vanzelf kunnen. Niet iedere leerling krijgt dit van huis uit mee. De meeste leerlingen moeten het leren. Moeten ja! Omdat anders de achterstand (de “kloof”) nog groter wordt.

Gelukkig zijn er technieken voor die je in combinatie kunt gebruiken. Eerst één, en later de rest ook. Ik zet ze voor je op een rij:
1. Je leert een aantal standaardzinnen aan, die de leerlingen kunnen gebruiken. Dit zijn allemaal zinnen die iets zeggen over hoe zij vinden dat zij zelf iets hebben gedaan. Zorg wel dat ze ook leren wanneer ze welke zin moeten gebruiken. Je zult zien, dat ze na enige tijd (weken, maanden of jaren) weten wat ze moeten zeggen en dat er uiteindelijk meer uit komt dan alleen de standaardzinnen; ze hebben het zichzelf eigen gemaakt en weten nu pas hoe ze echt kunnen evalueren en reflecteren.
2. Je eist dat de leerlingen steeds meer zinnen gaan gebruiken om te antwoorden. In het begin neem je genoegen met één zin (de “wat”). De volgende stap is een tweede zin, waarin de leerling de “wanneer” toevoegt. Vervolgens volgen nog meer zinnen: de “hoe”, de “waarom”, enzovoort.
3. Vervolgens mogen de leerlingen de zinnen uitbreiden naar langere zinnen. Er komt dan achter iedere zin een , omdat….. of , want…

Ik weet het, het klinkt stom. Maar het is echt super-nuttig. Je maakt het leuk voor de leerlingen door er een sport van te maken, met leuke gekleurde en gelamineerde kaartjes en ze leren er ook nog iets van zinsbouw mee.

Het is me gelukt met leerlingen op en onder basisniveau van 15 jaar:
Na 3 maanden oefenen en zeuren kreeg ik eindelijk acceptabele antwoorden op mijn vraag: “Hoe kijk je terug op je stagedag van gisteren?”

Stephan: “Ik mocht voor het eerst helpen met broodjes klaar maken. Ik heb dat goed gedaan, want ik heb niet in mijn vingers gesneden. Ik was op tijd klaar. Ik heb wel een pot mayonaise laten vallen. Dat vond de baas niet leuk. Ik moest het zelf opruimen. Dan was moeilijker dan ik dacht, omdat het lang glad bleef. En dat mocht niet. Want het is gevaarlijk als mensen kunnen uitglijden in de keuken. Gelukkig is er niemand uitgegleden omdat ik het goed had schoongemaakt,”

Ik was echt supertrots.

Wil jij nu de SterkNieuws verder lezen? Klik dan HIER.

Zeven tips voor het overleven van de pauze

Zeven tips voor het overleven van de pauze

Dit zijn van die weken met onbestemd weer. Zonnetje, regen, wind… ze wisselen steeds af. Rustig weer met een zonnetje… dat gaat prima in de klas. Maar als het regent… afgelopen week moesten veel leerlingen binnen blijven in de aula of in het lokaal. En daar worden leerlingen druk van. Net als van wind. We kennen allemaal de invloed van veel wind op onze leerlingen; ze krijgen dan storm in hun hoofd.

Maar goed. Wat doe je als jouw klas binnen moet blijven? Ik heb afgelopen week weer heel wat pauzefilmpjes voorbij zien komen op de diverse digiborden: Buurman en Buurman, Klokhuis, Sinterklaasjournaal, Mister Bean. Een enkeling las voor. En in alle lokalen was het benauwd warm, stonk het en was het niet stil. Er was geen rust.

Daarom deze week: wat kun je doen als je leerlingen in de pauze binnen moeten blijven? Leraren in VO en MBO: lees toch maar even door, want met wat aanpassingen kun je deze tips ook gebruiken. De hoofdboodschap is: zorg ervoor dat de leerlingen even niet naar gesproken tekst hoeven te luisteren… dat moeten ze al de hele dag. Dat is waarvan ze even los moeten komen; waarom ze pauze moeten hebben.

  1. Zet alsjeblieft je ramen open. Zit desnoods 10 minuten met jassen aan in de klas. Frisse lucht is noodzaak.
  2. Ook al regent het pijpenstelen: ga toch even met de leerlingen naar buiten. Ren een rondje om de school met z’n allen en ga dan weer naar binnen.
  3. Zet een rustig muziekje op i.p.v. een filmpje (Satie is altijd zeer geschikt) en geef alle leerlingen een kleurplaat. Een moeilijke. Met maar 3 kleurpotloden. Als je een kleurtje wisselt, neem je ook een hap en een slok.
  4. Doe “drukke” spelletjes op de plaats: pinkelen, steen-papier-schaar, tafeltikkertje, dirigentje, ritmes klappen, alle-vogels-vliegen, enzovoort.
  5. Doe “rustige” spelletjes op de plaats: stoelmassage, groepstellen tot 25, chinees kleven, draai-de-pen, enzovoort.
  6. Laat de leerlingen snel eten en drinken (gebruik de time-timer) en laat ze daarna allemaal staan. Zing liedjes (die ze al kennen). Dat is ook goed voor het groepsgevoel. Eindig met een rustig lied.
  7. Zorg voor een duidelijke overgang naar de volgende les. Als de leerlingen druk zijn, blijven ze dat vaak ook de les daarna. Het is dus zaak om een heldere routine in te slijpen, waarin iedereen klaar is om te beginnen met de les. Sluit de pauze dus duidelijk en helder af.

Wil je nog meer spelletjes, werkvormen en energizers leren om in de klas te doen? En wil je die ook kunnen toepassen tijdens je lessen? Het maakt niet uit om welk vak het gaat: rekenen, scheikunde, wiskunde, spelling, aardrijkskunde… Tijdens de workshop op 10 december a.s. doe je en leer je er heel veel. Voor maar € 29,- ben je erbij. Kom meedoen en geef je hier op: http://www.sterkeschool.nl/energizers-de-klas/

Veel plezier!!

Het instructieschrift: een eyeopener!

Het instructieschrift: een eyeopener!

De laatste tijd wordt er steeds meer bekend over leren leren. Tafels stampen mag weer, dyslexie is te voorkomen door veel te lezen en spelling wordt foutloos door eindeloos te oefenen. Hoe komt dat nu?

We hebben de afgelopen jaren steeds meer taken op ons onderwijsbordje gekregen. Kinderen moeten steeds meer op steeds jongere leeftijd. Daardoor zijn de eisen steeds hoger geworden. Wij moeten meer van onze leerlingen eisen en er wordt ook steeds meer van ons geëist. De samenleving is veranderd. Fijn voor de leerlingen die snel inzicht hebben in hoe ze de leerstof kunnen opslaan, hoe ze moeten leren en wat ze moeten doen om een geslaagde burger in deze maatschappij te worden.

Maar aan de andere kant vallen er steeds meer leerlingen uit. Ze kunnen niet mee in het moordende tempo van de te volle klassen met meer en meer schoolvakken. Huiswerkinstituten, bijlessen, externe toetsbureaus… natuurlijk doen ouders er alles aan om hun kind op het steeds sneller varende schip te houden. Maar er is een grens aan wat mensen kunnen.

Gelukkig komen we er langzamerhand achter dat wij er als leraren best voor kunnen zorgen dat de meeste leerlingen binnenboord blijven. Omdat we steeds meer weten hoe hersenen werken. Omdat er eindelijk onderzoek is gedaan naar wat werkt in het onderwijs. Omdat we eindelijk voor onszelf, en daarmee voor onze leerlingen, opkomen.

Waar zijn we dan eindelijk (of eigenlijk) achter gekomen? Het zijn maar 5 punten:
1. Kleuters leren meer van spelen. Terug naar het “ouderwetse” kleuteronderwijs; maar dan in een nieuw jasje. Met meer betrokkenheid van de leerlingen en een actievere houding van de leraar.
2. Leerlingen moeten meer doen, meer bewegen in de klas. Meer zingen, meer schrijven en buiten meer doen in de zin van stoeien, klimmen en rondrennen. Dat zorgt ervoor dat de hersenen meer leerstof opnemen.
3. Het is beter om te differentiëren op instructie dan op niveau. Het kost tijd en oefening, maar daardoor blijven de leerlingen bij de les en kunnen meer leerlingen meedoen met het “gewone” programma. En het scheelt zoveel tijd en gedoe als je niet aan 5 of 6 (of nog meer) groepjes apart instructie hoeft te geven.
4. Alle flauwekulvakken de wereld uit. Leuk hoor: burgerschap, gezond eten, met geld omgaan, verkeerslessen in de onderbouw… maar het neemt veel te veel tijd in beslag die in feite besteed moet worden aan goede instructies. Leerlingen hebben baat bij degelijke lessen en heel veel oefenen op het gebied van de basisvakken: taal, rekenen, lezen, schrijven en spelling.
5. Leerlingen moeten leren denken en werken in stappen. Daarvoor hebben alle leerlingen (en dat kan per vak) een instructieschrift nodig. Daarin noteren ze precies de stappen die ze moeten doen om hun schoolwerk te maken. Hoe los je som X op? Hoe gebruik je het Sexy Fokschaap? Hoe vervoeg je de Franse werkwoorden? Hoe schrijf je de letter K? Hoe zoek je een woord op in een woordenboek? Alle stappen zet jij puntsgewijs op het bord en de leerlingen nemen de stappen over in hun schrift. Wie schrijft die blijft! Leerlingen gebruiken hun instructieschrift bij het maken van de oefeningen en natuurlijk kunnen ze ook later zelf altijd opzoeken hoe ze iets moeten doen. Nooit meer vingers met “ik snap het niet”. En wie afwezig is geweest, is meteen bij nadat alle instructies zijn overgenomen (met toelichting) van een medeleerling.

Eigenlijk is het heel simpel. Het is wel een kwestie van doen. Morgen beginnen dus!

Klik HIER om de SterkNieuws verder te lezen!

Eis 100% van je leerlingen!

Eis 100% van je leerlingen!

Je kent waarschijnlijk het boek “Teach like a Champion” van Doug Lemov wel. Ik vind het een van de beste onderwijsboeken die er zijn en ik leer mijn cursisten altijd graag over de technieken die er in staan. Het is namelijk geen gewoon leesboek, maar een praktijkboek. Als je ergens tegenaan loopt in de klas, dan zoek je in het boek welke techniek(en) je zou kunnen gebruiken en vervolgens ga je die techniek(en) toepassen in je klas. Het werkt in alle vormen van onderwijs en voor alle leeftijden.

Het mooie is dat je er ook je eigen vorm aan kunt geven. Als het maar werkt voor jou in jouw klas. Heb je het boek nog niet? De nieuwste versie is te koop bij de CED-groep. Vind je het boek te duur? Dan kan je bij mij een samenvatting van de oude versie opvragen, dan mail ik die naar je toe. Ik heb zowel de gewone versie als de versie voor de onderbouw van het PO.

Een van de belangrijkste onderwerpen van TLAC is “Eis 100%”. Met deze technieken houd je je leerlingen altijd bij de les, weet je zeker dat ze allemaal betrokken zijn, opletten, nadenken en een antwoord geven.

Ik zet hier zeven tips over op een rij:

  1. Werk met het beurtenbakje; een beker met ijslollystokjes met de leerlingnamen erop. Leerlingen steken geen vingers op, maar je trekt een stokje uit de beker en de leerling met de naam op het stokje krijgt de beurt. Je doet het stokje weer in de beker, zodat er een kans is dat dezelfde leerling weer een beurt krijgt. Zo blijven alle leerlingen alert. Zo kun je ook groepjes maken. En je kunt de stokjes manipuleren, door een andere naam te zeggen.
  2. Laat alle leerlingen antwoorden. Hardop.
  3. Als een leerling het antwoord niet weet, dan zeg je: “ik kom bij je terug”. En als een andere leerling het goede antwoord heeft gegeven kom je terug bij de eerste leerling, die dan alsnog het goede antwoord moet geven. Dit moet je trouwens wel met de leerlingen oefenen.
  4. Als een leerling het antwoord niet geeft, geef je net lang hints tot de leerling het juiste antwoord geeft.
  5. Laat leerlingen altijd antwoorden in hele zinnen.
  6. Vertel bij alle opdrachten precies waar de antwoorden aan moeten voldoen. Denk aan aantal woorden, interpunctie, spelfouten enzovoort.
  7. Maak de leerlingen duidelijk dat de lessen leuker en interessanter worden als iedereen actief meedoet. De tijd gaat ook sneller.

Ik wens je veel succes en plezier!

Wil je nu de SterkNieuws verder lezen? Klik dan hier….

15 tips om beter te leren!

15 tips om beter te leren!

Je wilt dat jouw leerlingen dingen leren.
Feitjes.
Gedrag.
Vaardigheden.
Competenties.
Lijstjes.
Gedachten.

En hoe kun je je leerlingen daar nu het beste mee helpen? Door ze tips te geven. Deze 15 tips geef ik aan de middelbare scholieren en studenten die bij mij leren leren. En het werkt! Dus zegt het voort…

15 tips om beter te leren:

1. Bepaal plaats in (of rond) je hoofd waar je het geleerde op gaat slaan. Zo kan je een ladenkast in je hoofd (of daarbuiten) maken met voor ieder vak een laatje.
2. Zorg voor een goede planning. Wissel vakken af en neem voldoende pauzes tussendoor.
3. Zet een duidelijk doel voor jezelf voor je begint met leren. Dan weet je waarom je het doet.
4. Voor je begint met leren: zet je mindset op uitdaging en je focus op leren.
5. Zorg dat je nergens door afgeleid kunt worden. Zet dus alles uit.
6. Als je muziek luistert: kies voor muziek in hetzelfde ritme als je hart klopt.
7. Zorg voor licht, frisse lucht en water. In de pauzes mag je wat eten en ga je flink bewegen.
8. Multitasken bestaat niet!
9. Sport regelmatig, eet gezond en vermijd energiedrankjes.
10. Leer snellezen. Als je sneller leest ben je ook eerder klaar.
11. Als je iets wilt onthouden dan moet je het 7 keer herhalen.
12. Optimaal herhalen = na 10 minuten, na 1 uur, na 1 dag, na 3 dagen, na 7 dagen, na een maand en na een jaar.
13. Werk met kleuren en kaartjes om woorden en begrippen te onthouden en jezelf te overhoren. Dansjes en liedjes werken ook!
14. Maak mindmaps in plaats van samenvattingen. Je brein onthoudt een mindmap beter omdat je je hersenen dan beter benut.
15. Pas als je iets 21 keer gedaan hebt, kan iets een automatisme worden.

Extra tip: Oefening baart kunst & de aanhouder wint!

Wil je nu de SterkNieuws verder lezen? Klik dan HIER.

Falen is geen optie

Falen is geen optie

Vorige week sprak ik een jonge leraar die op het eind van zijn Latijn was. Hij had het gevoel dat alles tegen zat. Hij had een moeilijke klas, met veel zorgleerlingen. De ouders klaagden bij de directrice over zijn handelen. Zijn collega’s zeiden dat ze het ook niet wisten. Hij werkte ’s avonds en in het weekend over om al het werk af te krijgen; handelingsplannen, nakijkwerk en iedere dag een volle mailbox.

Hij was het zat.

Ik kwam een leerling observeren in zijn klas, en ik zag dat hij alles deed om het goed te doen. Tijdens het nagesprek vroeg ik hem wat hij eigenlijk het liefste wilde. En hij zei: “ik wil me het liefst ziek melden”. Toen ik vroeg waarom hij dat nog niet gedaan had, zei hij: “ik ben toch niet echt ziek?”.

Nee, nog niet.

Ik vertelde dat ik wel eens leraren coach. Ik help ze om hun onderwijs zo in te richten dat ze er zelf gelukkig van worden. Het motto is dan: “Blije leraren maken blije leerlingen.” Dus ik bood hem mijn hulp aan. En de leraar antwoordde: “Ik meld me nog liever ziek dan dat ik hulp accepteer. Falen is geen optie”.

Ik schrok.

Thuis vertelde ik mijn zoon (van ongeveer dezelfde leeftijd als de leraar) wat er gebeurd was. Mijn zoon vertelde dat dit de trend van zijn leeftijdgenoten is. Falen mag niet meer. Als kind, als leerling wordt iedere groei onder de curve afgestraft. Een extra jaar kleuteren? Mag niet meer. Een jaartje overdoen? Mag niet meer. De foute studie kiezen? Mag niet meer.

Mag niet meer.

Geen wonder dat zoveel middelbare scholieren een tussenjaar kiezen. Teveel drinken. Het thuis niet durven te zeggen als het niet zo goed met ze gaat. Iedereen moet blij, vrolijk en compleet “up to date” zijn. Mee kunnen komen met het gemiddelde, of liever nog: daarboven. Hulp vragen is geen optie, dat wordt onmiddellijk afgestraft.

Falen is geen optie meer.
Jammer.

Wil je nu de SterkNieuws verder lezen? Klik dan HIER.

Omdenken voor leraren

Omdenken voor leraren

Laten we eerlijk zijn. Soms zegt een leerling iets tegen je en je weet niet wat je moet antwoorden. Je staat met een mond vol tanden. Je kunt dan natuurlijk boos, verdrietig of sarcastisch reageren, maar dat heeft helaas niet altijd het gewenste effect. Wat kun je dan wel doen? Er de humor van inzien: draai het om. Hieronder vind je zeven voorbeelden.

De truc zit ‘m er in dat je:
a. Het heel serieus meent. Voorkom een sarcastische toon.
b. Meteen na jouw antwoord stopt met het geven van aandacht aan die leerling. Je loopt weg en gaat verder waar je gebleven was.

1. Leraar: “En nu ga je eruit!”
Leerling: “Nee!” (Of hij gaat gewoon niet…)
Leraar (juicht en kijkt de andere leerlingen aan): “Horen Julie dat? Wat geweldig! X blijft in de klas zitten en dat betekent dat hij binnen een minuut zijn boeken heeft gepakt en meedoet met de les. Fantastisch!” En terloops tegen de leerling: “Dankjewel”.

2. Leerling: “Ik kan het niet.”
Leraar: “Niet verder vertellen hoor, maar ik kan het ook niet. Daarom wil ik dat jij het voor me doet.”

3. Leerling: “Jij moet mij altijd hebben!” (of een variatie daarop).
Leraar: “Dat klopt inderdaad. Ik zou je inderdaad het allerliefst willen inpakken en meenemen, maar helaas is dat niet toegestaan volgens de wet.”

4. Leerling komt voor de 100e keer te laat.
Leraar: “Wat ben ik blij dat je toch nog bent gekomen. Ik miste je al. Mijn dag is nu meteen nog beter dan eerst. “

5. Een leerling liegt over iets.
Leraar: “Wat heerlijk dat je zo’n goed ontwikkeld fantasieleven hebt. Daar ga je nog heel veel plezier van hebben als je een boek gaat schrijven. Draag je het boek aan mij op? Fijn, dat vind ik leuk. Kom na schooltijd even bij me, dan schrijf ik alvast het voorwoord voor je op.”

6. Veel leerlingen hangen onderuit.
Leraar: “Wil iemand even de vuilniszakken buiten zetten?” (en als er dan wazig wordt gekeken): “Anders krijg ik allemaal ouders op mijn nek die willen dat ik de rekening van de fysiotherapeut betaal.)”

7. Leerling heeft een grote mond.
Leraar: “Zo’n grote mond heb ik nog nooit gezien. Jemig. Wat past daar allemaal wel niet in?”

En wat je altijd kan zeggen als je het niet meer weet: “Je weet toch dat ik van je houd?”

Ik kan niet garanderen dat het altijd werkt, maar de leraren die gedrag van leerlingen pareren door om te denken, hebben in ieder geval wel veel meer lol.