Categorie archief: onderwijs

onderwijs

Mijn eerste jaar als leraar

Mijn eerste jaar als leraar; hier lees je het verhaal van de tweede winnaar: het verhaal van LK.

Er was eens een verlegen, stil en onzeker jongetje van 17 jaar. Hij was het zo ontzettend beu dat hij zo verlegen, stil en onzeker was, dat hij er zich dag in, dag uit aan ergerde. Hij durfde niet voor zichzelf op te komen en liet zich makkelijk ondersneeuwen. Hij was ontzettend perfectionistisch, om maar gezien te worden door anderen en hun verwachtingen waar te maken. Van dat alles wilde hij af, hij wilde het durven om zichzelf te zijn in alle situaties en niet alleen bij een paar mensen bij wie hij zich op zijn gemak voelde. Dat jongetje was ik.

Mijn gevoel gaf me aan dat het tijd was voor verandering. Voor ontwikkeling. Om mezelf zo veel en zo snel mogelijk te kunnen ontwikkelen, stelde ik me het doel een opleiding te gaan volgen die mij de grootst mogelijke uitdaging leek. Dat was de lerarenopleiding natuurkunde. Niet omdat ik het leuk vond (integendeel) of omdat ik er goed in was. Maar voor mijn eigen persoonlijke ontwikkeling. Nu ik daar achteraf op terugkijk, vind ik het ontzettend bijzonder dat ik dat op die leeftijd al wist.

Het is dan ook een understatement als ik zeg dat het niet altijd makkelijk was. Ik ben mezelf vaak en hard tegengekomen. Ik heb mezelf meerdere keren afgevraagd waarom ik dit ook alweer deed en of ik dit wel kon. Maar het was nodig dat ik mezelf confronteerde met mijn kunnen en niet kunnen om mijzelf verder te kunnen ontwikkelen. Wat was het zenuwslopend en wat heb ik me vaak gefrustreerd dat dingen niet gingen zoals ik ze wilde, want ik had een duidelijk doel voor ogen en was vastbesloten dat te halen. Ik ben echter altijd blijven geloven dat ik het kon, ondanks de tegenslagen die ik onderweg tegenkwam. Want ik heb hard moeten werken, als je kijkt waar ik vandaan kwam. Ook dit jaar ben ik mezelf weer tegengekomen en wist ik weer waar ik stond. En ook toen was ik nog altijd vastbesloten dat ik mijn doel zou halen. Het moest en zou zo zijn. En nu…. is het gelukt. Het gevoel wat me overvalt bij het schrijven van deze alinea is niet in woorden te beschrijven.

Ik ben nu 22 jaar en in het schooljaar 2017-2018 ben ik student in de afrondende fase van de studie tot leraar natuurkunde van de 2egraad. Een mond vol. Mijn afrondende stage liep ik in combinatie met een baan, waarbij ik aanvankelijk gestart ben met een aanstelling voor 0,6 fte. In mijn stageperiode gaf ik de eerstemaanden les aan twee havo-3 klassen, een mavo-2 klas en drie klassen havo-2. Dit bleek al snel véél te hoog gegrepen, ik had gruwelijk onderschat welke ervaring en vaardigheden het zelfstandig draaien van klassen vraagt. Ik ben erg geschrokken van de weerslag die dit had. Het vroeg namelijk meer dan ik toen aan niveau en ervaring had, waardoor ik vooral aan het overleven was in plaats van dat ik mezelf kon ontwikkelen. In oktober constateerden mijn begeleiders en ik dat het zo niet verder kon, het was zowel voor de klassen als voor mijzelf niet meer verstandig om verder te gaan. Het was een lastige keuze, maar in overleg met mijn begeleiders en leidinggevenden was de beslissing gemaakt: ik ging in aanstelling terug door drie klassen over te dragen aan collega’s. Dit vond ik aanvankelijk erg moeilijk, maar nadat dit gedaan was kon ik me weer vol richten op mijn ontwikkeling naar startbekwaam docent. Dit ging dan ook sneller: de vrijgekomen tijd investeerde ik in mijn ontwikkeling.

Ik had een lange weg te gaan, maar ik was vastbesloten dit doel te halen en ben hard aan de slag gegaan. Eerst heb ik gewerkt aan mijn interpersoonlijke competentie door mijn rol als leider te nemen. Ik heb mijn klassenmanagement aangescherpt door een regelsysteem in te voeren en écht daadwerkelijk consequent te handelen (wat ik daarvoor niet deed), ik ging meer werken aan de relatie met de klassen door gesprekken te voeren en de interactie aan te gaan met leerlingen, in plaats van alleen mijn werkwijze op te dringen aan leerlingen (dat deed ik in de eerste periode, omdat ik alleen maar dacht aan de lesstof die af moest en daarin in een tunnelvisie belandde). Toen mijn lessen ordelijk verliepen, kwamen er steeds meer succesmomenten en merkte ik dat ik verder kon met andere leerpunten. Ik ben toen meer activerende didactiek en samenwerkend leren gaan inzetten in mijn lessen. Ik heb hier erg veel mee geoefend en probeerde iedere week tenminste één nieuwe werkvorm uit. Leerlingen vonden dit erg fijn, dit was volgens hen “tenminste een keer wat anders dan altijd luisteren”. Niet gezegd dat dit altijd gelijk goed ging, maar doordat ik dezelfde les 3 keer kon geven (parallelklassen) had ik ook de mogelijkheid om de les tussendoor aan te passen. Zo rond december was ik gewend op school, voelde ik me er erg op mijn gemak en dat werkte zich ook door naar de lessen. Zo ontstond er in alle klassen een fijne taakgerichte en veilige sfeer, waarbij er toch ook ruimte was voor humor.  Dit zorgde ervoor dat ik mijn nauwgezette regelsysteem wat meer los kon laten en meer orde kon houden volgens mijn eigen leiderschapsstijl: duidelijk verwachtingen uitspreken naar leerlingen en wat meer gebruik maken van de band met de klas om samen de orde te handhaven. Hiermee ben ik tot het moment van schrijven nog steeds bezig, omdat ik merk dat je je kan blijven ontwikkelen in dit zogenoemde ‘pedagogische tact’. Verder heb ik bij veel collega’s lesobservaties gedaan, meer gebruik gemaakt van practica in zowel demonstratievorm als in leerlingvorm, heb ik geëxperimenteerd met differentiëren, formatief toetsen en Flipping the Classroom en heb ik voor mijn afstuderen een methode bedacht om leerlingen het vak natuurkunde te laten begrijpen. Het mooie van het onderwijs vind ik dat je jezelf altijd kan blijven ontwikkelen als persoon en professional.

Het papiertje wat ik straks ontvang is mooi, maar het achterliggende doel dat ik mezelf stelde heb ik gewoon gehaald… kippenvel overvalt me. Ik kan het nog niet helemaal beseffen. Ik had dit nooit verwacht. Vaker dan op twee handen te tellen is, ben ik emotioneel thuis gekomen en dacht ik dat ik het niet kon. Maar ik ben altijd doorgegaan, en nu is het gelukt. Nu wil ik dit doorgeven aan anderen. Ik zie van die stille jongetjes (en meisjes) in de klas en die hoop ik te inspireren. Want 5 jaar geleden… was ik net als zij.Het is voor het merendeel van de leerlingen zo, dat het vak natuurkunde niet makkelijk is. Het vergt een groot stuk capaciteit, inzet en doorzettingsvermogen. Ik heb in voorgaande jaren van veel mensen gehoord dat ze het vak niet leuk of zelfs verschrikkelijk vinden, puur en alleen omdat zij het te moeilijk vonden. Maar als ik nu aan mijn leerlingen vraag wat ze van het vak vinden, geven ze aan dat ze de les leuk vinden! Sommige leerlingen zeggen zelfs dat ze uitkijken naar de lessen en één leerling… die wil nu ook NaSk leraar worden. Om stil van te worden.

Ik durf te zeggen dat ik een sociaal experiment heb uitgevoerd met mezelf als proefpersoon. De uitkomst van het experiment is voor mij een eye-opener en een levensles die ik nooit ga vergeten: als je intensief aan jezelf werkt, heb je er de rest van je leven voordeel van. Als ik het niet had gedaan, was ik nog steeds verlegen geweest. Nu ben ik die stap voorbij, en staat de wereld aan mijn voeten. Nu ik dit schrijf, vind ik het wél leuk wat ik doe. Meer dan leuk. Het geeft een grote mate van voldoening, omdat ik anderen kan helpen die in de fase zitten waar ik toen in zat. Ik ben er goed in geworden én ik groei er nog steeds in door. Die keuze van toen en mijn doorzettingsvermogen onderweg is iets waar ik ontzettend dankbaar voor ben. Niets is onmogelijk voor hen die willen.

Ik heb aan mezelf bewezen dat ik dingen kan waar ik nooit van dacht dat ik ze kon bereiken. Mijn doel is bereikt. Mijn verhaal is af. Nu kan ik verder. Ik ben er klaar voor.

LK

Mijn eerste jaar als leraar

Mijn eerste jaar als leraar: hier lees je het verhaal van de eerste winnaar van de schrijfwedstrijd. Het verhaal van JM.

Wat vooraf ging

Ik loop bloednerveus heen en weer tussen de auto en de school. Natuurlijk ben ik veel te vroeg. Want te laat zijn voor een proefles, dat is geen optie. Eindelijk kan ik de school ingaan zonder dat ze mij vragen om nog even te wachten op een stoeltje in de gang. Hoe de proefles verloopt? Ik kan het werkelijk niet zeggen. Alsof een ander de les gegeven heeft en ik in het publiek zat. Met bomen van kerels voor mij, waardoor ik de helft niet kon zien. Na de proefles sta ik een sigaret te roken met de directeur. ‘Maak je geen zorgen’, zegt hij. ‘Jij krijgt die baan wel.’

Mijn eerste dag als leraar

Ik kom uit een boerengebied en woon nog maar net in de grote stad. Ik fiets naar de wijk waar de school staat. Eigenlijk weet ik niks van deze buurt. Eind van de dag heb ik de betekenis van het woord ‘achterstandswijk’ geleerd.

Eén van de eerste mensen die ik ontmoet, heeft lang, dun haar. Dat haar zit gedraaid in een soort knot met een stokje erdoor. Het is een warme dag. Met een soort microvezeldoekje wrijft ze het zweet uit haar gezicht. Ik weet nog dat ik dacht: Wat een superschool, dat ze deze ruimte ook gebruiken als een soort sociale werkplek! Direct daarna stelt ze zich voor als mijn nieuwe collega en IB-er van de school. Eén van de laatste mensen die ik ontmoet is nu, naast mijn man en kinderen, een liefde van mijn leven. Die eerste ontmoeting, ze komt binnen met een gitaar in haar handen, haar blik open en oprecht, markeert het begin van een diepe vriendschap.

En dan mijn klas. Op en top ingericht. Alles tot in de puntjes voorbereid. Daar hebben wat uren zomervakantie ingezeten. Mijn domein. Ik sta bij de deur. Eén voor één druppelen de kinderen binnen. Namen onthouden is nooit mijn sterkste kant geweest. In dit geval blijkt namen correct uitspreken ook niet een kwaliteit te zijn die ik bezit. Arme Edah (spreek uit als Edda). Haar naam heb ik nog lang uitgesproken als de supermarktketen, die op elke straathoek in mijn oude omgeving te vinden was.

We beginnen met een kringgesprek. ‘Vertel over je vakantieavonturen’, zeg ik enthousiast. En avonturen krijg ik te horen! Een vader die al de hele vakantie vastzit. Hij was betrokken bij een gewelddadige beëindiging van iemands leven. ‘Het was zelfs op het nieuws!’ Een vader die ook is opgepakt. Gelukkig zat hij niet lang vast. De televisie die hij bovenop zijn schoonmoeder wilde gooien was per slot van rekening misgegooid. Toch wordt er ook wat geraakt vandaag. Tijdens het kringgesprek vliegt een baksteen door de ruit. Ik schrik buitensporig dramatisch. ‘Rustig blijven voor de kinderen’, zeg ik nog tegen mijzelf. ‘Jij hebt een voorbeeldfunctie.’  Maar de kinderen zijn rustig. Ze maken zich klaar voor de pauze.

Mijn eerste dag als leraar rook ik een sigaretje achter het fietsenhok. Natuurlijk wel nadat ik collega gevraagd heb om de pleinwacht over te nemen. Verantwoordelijk ben ik echt wel.

Als ik weer binnenkom,  zit de klas braaf te luisteren naar diegene die voor de klas staat. Maar wacht even…ik moet voor de klas staan! En ik sta er niet. Wie er wel staat, is de moeder van Annie. ‘Als één van jullie het in zijn rotkop haalt om mijn Annie te plagen, dan weet je nu met wie je dan te maken krijgt!’ klinkt het door de deur. Met die ouderbetrokkenheid zit het wel goed, denk ik bij mezelf.

We sluiten de dag af met een gymles. Dat betekent een loopje naar het gymlokaal vijf minuten verderop. Dan klinkt er een sirene. Een politieauto rijdt de stoep op en twee agenten lopen naar een huis. Ze kloppen op de deur en stormen naar binnen. Terwijl ik met verbazing en een behoorlijke dosis angst toekijk, lopen de kinderen zonder blikken of blozen door. ‘Drugsinval’, mompelt er één.

En nu 17 jaar later

Ik vind in een doos een klassenfoto van deze groep. Ik sta er als jong meisje tussen. Ik ben bijna niet te onderscheiden van de rest. Ik kijk terug op een geweldig eerste jaar. Wat heb ik veel geleerd! En wat heb ik veel geïnvesteerd! Avonden doorwerken, vakanties op school, werken aan en in je klas met Wimbledon op de achtergrond. En wat heb ik er veel voor gekregen. Liefdevolle kinderen die allemaal willen leren. Ouders, met soms andere belangen en interesses, maar met hart voor hun kind. Collega’s met wie ik veel heb kunnen sparren, proberen en ontdekken. En waar ik vooral mee heb kunnen lachen.

Die sigaret is inmiddels al lang verdwenen. Maar de warme herinnering gloeit nog steeds na!

Het was ook in deze klas, dat ik een taalles gaf die ging over beroepen. Halverwege steekt één leerling haar vinger op en vraagt: ‘Juf, wat voor werk doe jij eigenlijk?’

JM

Hoe zit het nou echt met het Nederlandse Rekenonderwijs?

Hoe zit het nou echt met het Nederlandse Rekenonderwijs?

Het stond met chocoladeletters overal in de kranten: “De rekenvaardigheid van onze leerlingen loopt terug.” Afgelopen jaar zijn op de hele wereld op scholen (PO en VO) weer de internationale toetsen afgenomen, die de ranking van het onderwijs op internationaal niveau aangeven. Voor rekenen wordt de TIMSS afgenomen; TIMSS staat voor “Trends in International Mathematics and Science Study”. Sinds 1995 wordt wereldwijd elke vier jaar de kennis van leerlingen in de exacte vakken gemeten met een internationale TIMSS-toets voor het basisonderwijs en/of het voortgezet onderwijs. Voor ons nationale onderzoek kennen we de PPON: Peilingsonderzoek van het CITO. Er worden dus 2 toetsen afgenomen bij onze leerlingen die iets zeggen over het niveau van het Nederlandse (reken)onderwijs. PPON bekijkt verschillen tussen jaargangen en TIMSS geeft een ranking aan op internationaal niveau.

Nederland zakt al 20 jaar langzaam naar beneden, bij beide onderzoeken. Hogescholen en universiteiten klagen over het rekenniveau van de studenten. Voor- en tegenstanders van expliciete directe instructie maken elkaar af op twitter. Kortom: het is de hoogste tijd dat ik er ook iets over zeg.

Helaas ben ik geen alwetend wonder, dus ik moest uitzoeken wie er nu echt verstand van heeft. En ik kwam uit bij Dr. Marian Hickendorff van de Rijksuniversiteit Leiden. Die doet onderzoek naar rekenonderwijs in Nederland. Zij had een aantal boeiende dingen te zeggen, die ik even voor jullie op een rijtje ga zetten. Puntsgewijs. Natuurlijk.

  • Sinds wij/ de methodes volgens het realistisch rekenonderwijs werken, zijn onze leerlingen beter gaan rekenen op deze gebieden: schatten, hoofdrekenen, relaties/ verbanden en procenten. Onze leerlingen hebben dus meer rekeninzicht dan ooit.
  • Onze leerlingen zijn slechter gaan presteren op het gebied van bewerkingen (optellen, aftrekken, tafels, etc.).
  • Gemiddeld scoren onze leerlingen op de PPON dus al jaren op gelijk niveau.
  • De inspectie wil onze leerlingen (ongeacht taalniveau of intelligentie) graag op bepaalde niveaus zien. Zij hebben een fundamenteel niveau vastgesteld (dus het basisniveau dat nodig is om te kunnen functioneren) en een streefniveau (dus een “hoger” niveau).
  • Meer dan 85% van onze leerlingen haalt het fundamenteel niveau en iets minder dan 50 % haalt het streefniveau.
  • Dat betekent dat onze leerlingen dus in principe goed kunnen rekenen. Die 15% is te verklaren vanuit o.a. lichamelijke en geestelijke beperkingen. Dat bijna 50% het streefniveau haalt is heel goed; dat is namelijk meer dan het aantal leerlingen dat uiteindelijk gaat studeren aan de universiteit.
  • Op internationaal niveau dalen we gestaag. We stonden eerst in de top 10, daar zijn we nu uit.
  • We weten niet of wij slechter worden in rekenen of dat de andere landen beter worden of sneller beter worden.
  • Op internationaal niveau scoren wij hoog met onze 50% basisniveau; de andere landen halen dat nauwelijks.
  • Onze sterke rekenaars scoren veel lager dan de sterke rekenaars uit andere landen. We hebben dus minder excellentie. (Hoor ik daar Sander Dekker in de verte?)
  • Hoge verwachtingen van leraren zorgen voor hogere opbrengsten.
  • Het maakt niet uit welke rekenmethode je gebruikt, als je maar weet wat je waarom doet.
  • Hoe beter de leraar is, hoe beter het rekenonderwijs is.
  • Een methode die uitgaat van realistisch rekenen werkt net zo goed als directe instructie. Het gaat erom dat de leraar er goed mee om kan gaan, het een fijne methode vindt en heel goed kan uitleggen.
  • Leraren die bijleren op rekengebied worden steeds beter en hun leerlingen scoren steeds hoger.
  • Voor leerlingen maakt het niet uit wat er gedaan of gekozen wordt, als de leraar maar goed is. Het zou kunnen zijn dat voor leerlingen met een taalachterstand directe instructie effectiever is, maar dat is niet onderzocht.
  • Leerlingen met minder zelfvertrouwen rekenen net zo goed als andere leerlingen.

CONCLUSIE: huiswerk, pre-teaching, verschillende werkvormen, directe instructie, realistisch rekenen, enzovoort… ALLES WERKT zolang de leraar het maar met passie doet.

Ik wens jou dus veel passie.

 

Kleren maken de Leraar

Kleren maken de Leraar

Jaren geleden werkte ik op een asielzoekersschool. Aan het begin van het schooljaar kwamen er altijd “snuffelstagiaires” van de opleiding tot onderwijsassistent. Mijn laatste stagiaire heette Samira. Op haar eerste dag was het buiten bloedheet en binnen een sauna. Een veel voorkomend euvel in het onderwijs… platte daken en geen airco.

Samira was een jaar of 16. Ze keek me nauwelijks aan en gaf me een slap handje. Ze droeg een naveltruitje (incl. navelpiercing) met decolleté en een heel kort rokje. Ik had een groep van 18 leerlingen tussen de 10 en de 14 jaar, waarvan meer dan de helft jongens. Ik heb Samira vriendelijk verzocht om terug naar huis te gaan en zich om te kleden. Ze haalde beledigd haar neus op en vertrok. Ik heb haar nooit meer gezien.

Dat een naveltruitje (met of zonder piercing) met decolleté en kort rokje geen handige combinatie is op een school, klinkt heel logisch. Ook niet in een andere klas. Maar eigenlijk zijn er best veel kledingstukken waar je wel over kunt discussiëren: “Kan het wel of kan het niet?”

– korte broek (dames en heren);
– geen BH (tot welke cupmaat?);
– spaghettibandjes;
– decolletés (hoe diep is acceptabel?);
– rok boven de knie (waar ligt de grens?);
– sandalen;
– slippers;
– blouses die bij bepaald licht min of meer doorzichtig zijn;
– zichtbare piercings (m.u.v. oorbellen);
– zichtbare tatoeages.

Met warm weer lijkt het logisch om je luchtig te kleden. Het zou zelfs zo kunnen zijn dat je dat automatisch doet; zonder er bij na te denken. En laten we eerlijk zijn: op de meeste scholen is het meteen bloedheet bij warm weer. Bovendien: de meeste leerlingen kijken helemaal niet op van een juf of meester in korte broek of op sandalen.

Aan de andere kant: als leraar heb je een voorbeeldfunctie. En volgens mij zit het zo: één van de manieren om een bepaalde status uit te dragen, is het dragen van statusverhogende kleding. In het onderwijs wordt veel geklaagd over het feit dat “de leraar van zijn voetstuk is gevallen”.  Het dragen van representatieve kleding kan bijdragen tot de terugkeer van de leraar op het bijbehorende voetstuk. Denk maar aan advocaten en artsen; zonder net pak, toga of doktersjas zouden wij hen veel minder serieus nemen.

Dus ja: ik vind dat je je netjes moet kleden als je voor de klas staat. (Ook als onderwijsassistent, trouwens). Dat betekent dat je je uiterlijk dus moet controleren voor je naar school gaat. Stel  jezelf de volgende vragen als je ’s morgens voor de spiegel staat:

  1. Zou ik dit ook aandoen als ik op vakantie ben?
  2. Zie ik eruit als iemand die serieus genomen gaat worden door iemand die eigenlijk weinig respect heeft voor gezag?
  3. Zie ik iets waar iemand op school misschien wel over zou kunnen vallen?

Bij twijfel doe je meteen iets anders aan, want kleren maken de leraar!

Leer ze schrijven!

Leer ze schrijven!
Leuk… het werken op de laptop, werken met tablets, (snappet), leren op je telefoon… de digitale wereld is helemaal geïntegreerd in ons onderwijs. Je kunt makkelijker differentiëren. En je hoeft minder na te kijken, dàt is vooral heel erg fijn. Maar…. er blijkt ook een schaduwzijde aan dit jubelfeit te zijn. Onze leerlingen kunnen niet meer schrijven! Er worden veel onnodige spellingfouten gemaakt, het schriftelijke werk is vaak onleesbaar en als er al eens geschreven moet worden, beginnen de leerlingen na één minuut al te klagen over pijn in hun hand. Dus vandaag een pleidooi om dit euvel voor eens en altijd uit de wereld te helpen: Leer ze schrijven!

Hoe doe je dat?
Want je wilt toch echt wel blijven werken met de laptop, tablets (snappet) en de telefoon.
1. Tijdens de instructie moeten er aantekeningen gemaakt worden. Alles wat jij op het bord zet, moeten ze overschrijven in hun instructieschrift. Leesbaar! (Anders moet het over…)
2. Leer de leerlingen schrijven in volledige zinnen. Bouw het op. Begin met korte zinnetjes en breidt die zinnen steeds meer uit.
3. Bouw de schrijftijd op. Eerst één minuut, de volgende keer twee minuten, enzovoort. Tot de leerlingen getraind zijn en het klagen is verstomd. Verhalen, brieven, werkstukken, betogen…
4. Kijk in het begin al het schrijfwerk na: eis 100%! Dus zonder spelfouten en in een keurig, leesbaar handschrift. Vertel van te voren wat je precies verwacht en laat ze eventuele fouten verbeteren.
5. Laat alle automatiseringsoefeningen (tafels, grammatica, toepassingen, werkwoordvervoegingen, formules enzovoort) schriftelijk maken.
6. Doe veel fijn-motorische oefeningen tussendoor. Ook leuk als energizer.
7. Pak er gewoon eens een ouderwets schrijfschrift bij. Als tussendoortje. Desnoods een oefenblad uit de jaren 50.

Belangrijk!
Vertel je leerlingen ook waarom het zo belangrijk is dat ze kunnen blijven schrijven:
1. Wie schrijft die blijft, oftewel: je onthoudt gewoon beter wat je opschrijft.
2. Schrijven zorgt er voor dat je ondertussen je gedachten kunt ordenen.
3. Ook al gaat in de toekomst alles digitaal… het is gewoon handig als je kunt schrijven. En het is nog handiger als je ook nog kunt lezen wat je geschreven hebt.

Succes!

Zeven tips voor een rustige vakantie

Zeven tips voor een rustige vakantie

Ik denk dat jullie nu allemaal vakantie hebben. Tijd om uit te rusten en bij te komen. Daarom heb ik zeven tips voor een rustige vakantie. Zodat je ook echt uitrust en bijkomt.

  1. Werk vandaag de laatste dingetjes af. Als je dat nog niet gedaan hebt.
  2. Maak een to-do-lijstje voor de laatste dag van jouw vakantie. Dan weet je zeker dat je niets vergeet.
  3. Parkeer alle zorgen, schuldgevoel en ander gedoe ergens achter je.
  4. Plan in je vakantie lege dagen in. Dagen waarop je helemaal niets hoeft, of waar je nog iets kunt gaan doen als je dat eventueel zou willen. Voorkom dat je hele vakantie alweer volgepland is.
  5. Bedenk bij alle sociale verplichtingen of je wilt of moet… willen is eigen keus en bij moeten is het slim om te bedenken of je echt wel wilt of dat je moet afzeggen/ delegeren/ verplaatsen/ veranderen.
  6. Zorg dat er minimaal één vakantiedag is waarop anderen voor jou zorgen. Ga desnoods in een hotel zitten, boek een wellnessdag, schakel je gezin in…. maakt niet uit.
  7. Rust uit en geniet. Van iedere minuut.

Fijne vakantie!

Wil je weten hoe je meer rust in je hoofd kunt houden als het geen vakantie is? Overweeg dan om mee te doen met de tweedaagse training voor leraren.

Heb je zin om een stukje te schrijven? Doe dan mee met de wedstrijd “Mijn eerste jaar als leraar” en win het boek “Je eerste jaar als leraar” van Bazalt.

Zon zon zon…

Vandaag is het veel te mooi weer om een blog te schrijven.

Ik spijbel! En ik hoop dat jij ook van de zon geniet!

download

Wil je toch iets zien of lezen?

Klik dan HIER door naar een oude blog. Eentje die ik in ere houdt, omdat hij over mijn meest favoriete collega gaat.

Fijn weekend nog,  misschien een fijne vakantie en tot volgende week.

Boos

Boos

Ik was laatst in een klas waar de leraar nogal boos deed en onvriendelijk was tegen de leerlingen. Kortaf, kribbig, boos. Die leraar liep duidelijk op zijn tandvlees. En de leerlingen haakten af. Mopperden. Na afloop van de les zei hij tegen mij: “Ik snap het niet. Ik wil niet onaardig zijn, maar het gaat vanzelf.….”

Ik had laatst een gesprek met een juf. Ze is net begonnen in een kleutergroep, de directeur is blij met haar en ze mag in ieder geval tot de zomer blijven. Maar ze was niet blij, ze barstte in tranen uit. “Ik ben niet goed genoeg” huilde ze. “Een ouder vroeg wanneer de andere juf weer terugkomt.”

Ik las een stukje over een meester, die overspannen was geraakt. Na vele gesprekken met een psycholoog trokken ze de conclusie dat de meester ongeschikt zou zijn voor het onderwijs. Te perfectionistisch. Meester nam ontslag en zocht een baan buiten het onderwijs. De titel van het stukje? “Hoe hard ik ook werkte, het werk was nooit af.”
Herken je dit?

En herken je deze opmerkingen ook?
“Het hoeft toch niet perfect te zijn.”
“Ik trek om vier uur de deur achter me dicht. Dat zou jij ook eens moeten doen.”
“Joh, zeur niet. Over een paar weken is het toch weer vakantie.”
“Waar maak je je nou druk om?”
“Je moet keuzes maken. Prioriteiten stellen.”
Allemaal makkelijk gezegd maar moeilijk gedaan, niet waar?
En deze… vind ik echt erg. Afgelopen twee weken al drie keer gehoord: “Hé, wel overeind blijven hoor, als jij uitvalt moeten wij nóg harder werken.”
Heb ik een oplossing?
Nee. Alhoewel…

Ga nou eens echt staken. Gewoon een maand alle scholen dicht. PO, VO, MBO… En zeg tegen iedereen dat er géén kinderen opgevangen worden. Dat de school gewoon dicht is. Omdat jullie met een spandoek en een slaapzak en een thermoskan thee op het binnenhof liggen. Maak nou eens een echte vuist, in plaats van dat kneuterige gepolder.
Ik snap wel hoe het zo ver heeft kunnen komen. Wij willen iedereen gelukkig maken, stellen onze leerlingen altijd voorop en we doen het allerallerergste: we doen wat ze van ons vragen, zonder te vragen: “Waarom?”
Ik spreek nog steeds leraren die eindeloze registraties bijhouden en groepsplannen maken omdat dat “van de inspectie moet”. Flauwekul. Het moet niet van de inspectie, het moet van jouw bestuur omdat ze je willen controleren.
En besturen duwen om de haverklap weer nieuwe veranderingen de school in omdat “het zo leuk, nuttig, modern, of noodzakelijk is”. Weer een nieuw concept de school in, begeleid door een onderwijskundige bureau dat veel huiswerk op geeft en ook nog in de klas komt kijken of je het wel goed uitvoert.
Als je de school geen maand wilt dichtgooien, stop dan gewoon eens collectief met alles te doen wat van je gevraagd wordt. Kies voor jezelf. Weiger alle flauwekul waar jullie eigenlijk het nut niet van inzien en waarvan jullie eigenlijk geen flauw idee hebben waarom jullie dit nu zouden moeten doen. Vraag een keer met z’n allen: “WAAROM? Wat hebben we er aan? Hoeveel tijd en energie kost het? Waarom is het goed voor de leerlingen?”
En als je dat niet durft: besteed één vergadering aan het opstellen van criteria: “Waar moet alles wat wij doen op school aan voldoen?” En stop met alles dat niet aan jullie criteria voldoet. En weiger vervolgens alles wat er in de toekomst niet aan voldoet.

Ja. Ik ben boos. En nee. Niet op de regering of de besturen.

Slachtofferhulp

Slachtofferhulp
Voor iedereen die dit wel eens denkt:
“Daar kan ik toch niets aan doen?”
Of zegt:
“De kinderen zijn tegenwoordig zo druk.”
Of verzucht:
“Ik moet steeds van alles.”
Of merkt:
“Die ouders nemen me niet serieus.”
Of fluistert:
“Mijn collega begrijpt mij niet”.
Is er nu slachtofferhulp.
Herken je het? Kan jij er ook wel eens niks aan doen?
Kruip jij ook wel eens in de rol van slachtoffer?
(Wat trouwens best wel een keertje mag…)
Dan is het de hoogste tijd voor slachtofferhulp.

Lees dit gedicht:
Als ik blijf doen wat ik altijd heb gedaan,
Blijf ik krijgen wat ik altijd heb gekregen.
Als ik blijf kijken zoals ik altijd heb gekeken,
Blijf ik denken zoals ik altijd heb gedaan.
Als ik blijf denken zoals ik altijd heb gedacht,
Blijf ik geloven zoals ik altijd heb geloofd.
Als ik blijf geloven wat ik altijd heb geloofd,
Blijf ik doen wat ik altijd heb gedaan.
Als ik blijf doen wat ik altijd heb gedaan
Blijft me overkomen wat me altijd is overkomen.
(Bron: onbekend)

En bedenk dan:
1. Hoe zou ik het willen hebben?
2. Heb ik daar invloed op?
3. Welke invloed heb ik daar (wel) op?
4. Wat is het eerste dat ik kan doen om iets te veranderen?
5. Kies een datum en zet in je agenda dat je dat gaat doen!

Succes!

Is die werkdruk echt te hoog?

Is die werkdruk echt te hoog?

Hè hè, eindelijk mag het gezegd worden: de werkdruk in het onderwijs is te hoog.

En eindelijk zijn we aan het staken. En ik hoop dat we daar mee doorgaan tot er echt iets verandert in het onderwijs. Een hoger salaris: ja. En veel meer geld voor de werkdrukverlaging dan nu is toegezegd. Want van dat beetje geld kan iedere school (heb ik ergens gelezen) 4 uur per week een conciërge of onderwijsassistent inhuren. Dat schiet lekker op (maar niet heus).

Tot  er echte veranderingen worden doorgevoerd, kun je als school ook al wat doen. Want er  zijn voorbeelden van scholen die de werkdruk en vooral ook de regeldruk onder controle hebben.

Hoe doen ze dat?

Leraren houden dat plezier als het ze lukt om te focussen op hun passie voor het onderwijs. Focussen op de dingen waar ze blij van worden in plaats van op wat ze niet bevalt of afkeuren.

Leraren blijven energiek als ze keuzes kunnen en durven maken in wat ze wel en niet doen, als ze zich eigenaar voelen van hun taken en geen ‘pion’ op een groot schaakbord. Als ze vanuit hun hart en met hun deskundige betrokkenheid prioriteiten kunnen stellen en op die manier goed voor de leerlingen en goed voor zichzelf zorgen.

Wat kan iedereen binnen de school  doen om een gunstig klimaat in jouw school te creëren?

Hier volgt de top 7 van de dingen die jullie met het hele team kunnen doen:

1.Stel prioriteiten: wat is nu belangrijk en wat kan nog even wachten?

2.Wees bewust van wat een ‘must’ is (regelgeving) en waarin je als school vrijheid hebt om zelf vorm te geven. Vraag het na! Neem niets voor zoete koek aan.

3.Wees transparant over wat de overheid vraagt en wat je als school, vanuit je onderwijsvisie wilt.

4.Maak ruimte om aan teamgeest te werken. Heb het leuk met elkaar.

5.Kies bewust voor een paar jaarlijkse  buitenschoolse activiteiten en lessen en schrap de rest.

6.Maak zorgen, vragen en vraagtekens bespreekbaar.

7.Last but not least: neem het serieus als het soms toch teveel is voor iemand. Zorg voor een luisterend oor, begrip en eventueel samen naar een oplossing zoeken.

Het lijkt zo simpel, maar echt, het werkt.