Categorie archief: orde houden

orde houden

Lesgeven in moeilijke klassen

Lesgeven in moeilijke klassen

Voorbereiding:

  1. Bedenk een schriftelijke opdracht (begintaak) die de leerlingen moeten maken zodra ze binnenkomen (zie TLAC voor de omschrijving hiervan).
  2. Zet alle tafels in rijen recht naar voren.
  3. Zorg dat ze vloer schoon is en alle kastjes leeg.
  4. Schuif de tafels zo dat de leerlingen nergens met hun handen in of aan kunnen komen.
  5. Zet alle materialen klaar.
  6. Op het bord: opdracht begintaak, regels en rooster.

Bij het binnenkomen:

  1. Bij binnenkomst (jij staat bij de deur) vertel je iedere leerling individueel:
    1. Fijn dat je er bent 😊
    2. Dat ze de begintaak gaan maken, in stilte en alleen én dat de begintaak ook op het bord staat.
    3. Dat je verwacht dat het vandaag een les wordt waarin de leerlingen laten zien dat zij weten hoe zij zich moeten gedragen tijdens de les.

Tijdens de les:

  1. Pas gaan praten als iedereen stil is (wees hier heel consequent in; zie het als een wedstrijd en zorg dat je die wedstrijd wint).
  2. Iedereen blijft zitten.
  3. Meteen ingrijpen bij verstoring.
  4. Hulpleerlingen aanstellen die uitdelen.
  5. Hardop complimenten geven aan de leerlingen die laten zien dat zij weten hoe zij zich moeten gedragen tijdens de les.
  6. Steeds herhalen wat je verwacht.
  7. 15 minuten voor tijd stap voor stap opruimen.

Na de les:

  1. Precies prijzen: exact vertellen wat wél goed ging en wat je volgende week ook nog verwacht.
  2. Houd de regie tot de laatste leerling is vertrokken.
  3. Leerlingen individueel vertellen (je staat weer bij de deur):
    1. Een (specifiek benoemd) ding dat ze goed gedaan hebben.
    2. Fijn dat je er was, tot volgende week 😊

Moeilijke klas – hoe doe je dat?

Moeilijke klas – hoe doe je dat?

Een moeilijke klas overnemen… hoe doe je dat?
Ik krijg altijd veel verzoeken om hulp van leraren die plotseling een moeilijke klas over moeten nemen. Ze beginnen enthousiast, maar na een paar weken gaan ze met lood in hun schoenen naar school. Natuurlijk: kinderen proberen een nieuwe leraar uit, dat is normaal. Maar in moeilijke klassen wordt het uitproberen van de leraar overstegen door negativiteit. Negatief gedrag is de norm geworden.

Wat zijn de symptomen van een moeilijke klas?
• De leerlingen letten de hele tijd alleen maar op elkaar.
• Ze reageren op alles; verbaal en onverbaal.
• Leerlingen lijken niks te pikken; niet van hun klasgenoten en niet van de leraar.
• Straffen en belonen lijken geen enkel effect te hebben.
• De groep wordt heel moeilijk stil. Als dat eindelijk is gelukt, beginnen ze weer opnieuw.
Allereerst is het zaak om een aantal zaken te onderzoeken. Wat is er aan de hand? En wat kan je met de antwoorden op jouw vragen?
• Neem een sociogram af. Het geeft je inzicht in welke relaties er in de groep zijn.
• Bekijk welke leerlingen een “etiket” hebben. Praat met deze leerlingen, hun ouders en je collega’s en vraag welke benadering bij deze leerlingen zou kunnen werken.
• Zoek uit wie de informele (negatieve) leider is van de groep. Deze leerling geef je geen speciale aandacht meer.
• Zoek uit welke leerlingen eigenlijk wel positief zijn, maar dit niet meer durven te laten merken. Deze leerlingen geef je extra positieve aandacht.
• Vraag naar het verleden van de groep. Wanneer is deze sfeer ontstaan? Wat zouden de oorzaken kunnen zijn?
• Zoek uit of je gesteund wordt door je leidinggevende, je collega’s en de ouders. Zo nee: leg je plan van aanpak voor en vraag vervolgensom hun uitgesproken steun en hulp.
In de klas zelf is het zaak om te focussen op je lessen en je klassenmanagement.
• Zorg voor een duidelijke, voorspelbare structuur en routines.
• Trek het je nooit persoonlijk aan. Het heeft niets met jou te maken, maar met groepsprocessen uit het verleden. Zie het als een uitdaging om het tij te keren.
• Benoem alle gedrag dat je ziet. Negatief gedrag kap je kort en duidelijk af, bij positief gedrag complimenteer je extra.
• Ga nooit in discussie. Spreek duidelijk je verwachtingen uit en geef twee keuzes.
• Voorkom stemverheffing. Praat zacht.
• Gebruik technieken die continue de aandacht op jou vestigen.
• Wees snel, kort en effectief.
• Blijf rustig, tactvol en lief. Zorg voor een warme ondertoon, hoe streng je ook bent.

En tot slot:
• Houd vol!!!!
• Blijf lachen!
• Koester ieder klein succesje.
• Blijf geloven in een ommekeer.

Wetten van Waarschuwingen

Wetten van Waarschuwingen
Hoeveel Waarschuwingen geef jij in de klas aan jouw leerlingen voor dat je straf geeft? Twee? Drie? Of geen enkele? Waarom waarschuw je eigenlijk? En wanneer? En aan wie? En ben je dan ook altijd consequent, door de juiste consequentie toe te passen na jouw laatste waarschuwing? En hoe houd je dat bij?
Ik wil je wel even waarschuwen. Want er lijken wat wetten te kleven aan de toepassing van de waarschuwing. Vier, heb ik bedacht.

Wet 1: “Als er nu nog één iemand praat, dan ….” En het komt dan best vaak voor dat degene die dan als eerste iets zegt iets nuttigs heeft te melden, of het is precies degene die de hele les eigenlijk heel braaf was. Op dat moment moet je consequent zijn, maar eigenlijk wil je dat dan net even niet, anders gaat jouw systeem van Waarschuwingen de mist in.
Wet 2: “Maar ik deed helemaal niets…” Is een veel voorkomende reactie van leerlingen op een waarschuwing. En de ellende is dat je dat niet kunt controleren, dat de kans groot is dat je gaat twijfelen, en dat er een discussie ontstaat die je nooit kunt winnen.
Wet 3: Je hebt niet goed bij gehouden wie je wanneer hebt gewaarschuwd en waarvoor. Je “administratie” is niet op orde en daardoor ga je de mist in: je weet niet meer welke leerling je al hoe vaak gewaarschuwd hebt. Jammer maar helaas: ook deze strijd verlies je met de leerling in kwestie.
Wet 4: Als je met waarschuwingen de mist in gaat, krijg je de hele klas tegen je. Dat is echt heel naar, want hoe krijg je dat weer recht gebreid?

Hoe voorkom je dat deze vier wetten de kop opsteken? Zo doe je dat:
1. Je houd een administratie bij (kan op het bord, kan ook op een blaadje).
2. Weet heel goed waar je een waarschuwing voor geeft en wanneer. Zet deze (tijdelijke?) regels desnoods op het bord of op een blaadje.
3. Zeg altijd tegen de leerling voor welk gedrag je een waarschuwing geeft, de hoeveelste waarschuwing het is en ook vooral: dat het je spijt maar dat je niet anders kunt. Meen dat.
4. En zeker weten: wees echt consequent. Ook bij die ene brave leerling. Met veel spijt. Zeg wat je dwars zit.
5. Geef gewoon geen waarschuwingen. Deze oplossing werkt alleen in moeilijke klassen waar veel leerlingen zitten met grensoverschrijdend gedrag. Dit communiceer je natuurlijk ook duidelijk naar de leerlingen. En als ze vragen waarom je niet waarschuwt (want dat vinden ze oneerlijk) dan zeg je: “Jullie weten hoe het hoort. Je weet wat wel mag en wat niet mag. Dus een waarschuwing is overbodig.” Dit scheelt administratie en gedoe. En als je hier consequent in bent dan weet je zeker dat het helpt, en dat is ook prettig.

Succes!

Vastgeplakt achter je bureau!

Vastgeplakt achter je bureau!

Ken jij hem al? De onzichtbare barrière tussen jou als leraar en jouw leerlingen? De grens die ontstaat als jij achter je bureau zit en de leerlingen met hun neus recht naar jou toe zitten? Soms lijkt het net alsof er een slagboom tussen jullie inzit. Of een muur, met of zonder prikkeldraad er bovenop. Dat hangt dan weer van de sfeer af…

Ik zie het minstens één keer per week: de leraar zit achter het bureau. Vastgeplakt. Soms staat de leraar vooraan in de klas, bij het bord. Maar meestal gaat de leraar meteen na de instructie weer zitten. Op de veilige stoel. Achter de muur die het bureau vormt.

De leerlingen zijn al of niet aan het werk, letten wel of niet op… maar op de een of andere manier is het altijd onrustig. Dan kijkt de leraar verstoord op, roept een naam door de klas, moppert even en kijkt of de leerling weer aan het werk gaat.

Soms gaat de leerling weer aan het werk. Maar meestal volgt er nog een opmerking, al dan niet brutaal. Bijna iedereen kijkt op. En met een beetje pech volgen er opmerkingen van andere leerlingen, gevolgd door een boze leraar, gegiechel van enkele meiden, nog meer opmerkingen en niemand werkt meer. Iedereen kijkt naar de leraar…. Met een beetje geluk krijgt de leraar ze weer aan het werk, met een beetje pech escaleert de boel en/ of stuurt de leraar net de verkeerde de klas uit.

In het nagesprek zegt de leraar tegen mij: “dit is altijd een drukke klas”. En ik zeg: “het is jouw schuld dat ze zo druk zijn”. Tja. Ik ben nogal direct.

Deze leraar hoeft maar één ding te doen: WEG achter dat bureau. Rondlopen. Ogen in de rug ontwikkelen. Leerlingen zachtjes, onder vier ogen aanspreken.

Haal die slagboom omhoog. Breek die muur af. Haal het prikkeldraad weg. Loop door de klas. Heel simpel. Gewoon doen.

Heb je zin om nog meer te leren over orde houden? Kijk dan eens hier.

orde-houden

Consequenties in de klas

Consequenties in de klas

Jaaaa…. Leuk! Alweer een blog naar aanleiding van een vraag van een leraar. Dit keer is de vraag: Welke consequenties kan ik toepassen in mijn klas als leerlingen niet luisteren?

Ik heb een paar maanden geleden al een blog geschreven over “de aanspreekladder”. Daar staat eigenlijk al heel veel in. Als je deze tips wilt lezen, klik dan HIER.

In deze blog zet ik alleen een rijtje  mogelijke consequenties en 3 regels waar jij je als leraar echt aan zult moeten houden, willen jouw acties effectief zijn.

Mogelijke consequenties tijdens de les:

  1. Streepjes zetten op het bord.
  2. Streng kijken, de leerling (onder 4 ogen) aanspreken,
  3. Beloningen voor leerlingen die wel luisteren.
  4. Op een aparte plek in het lokaal zetten met eigen werk.
  5. Buiten de groep en/ of activiteit plaatsen.
  6. Voor je neus laten zitten en continu in de gaten houden.
  7. Teksten uit een schoolboek laten overschrijven (foutloos) of vertalen.
  8. In een andere klas parkeren met werk of strafwerk.
  9. Naar de directeur/ de IB-er/ de conciërge/ time-outplek.

Mogelijke consequenties na schooltijd:

  1. Een goed gesprek voeren.
  2. Ouders op school laten komen.
  3. Strafregels laten schrijven (les op: positief gestelde strafregels).
  4. Het lokaal laten schoonmaken.
  5. De gemiste les na schooltijd inhalen.
  6. De volgende dag 30 minuten voor schooltijd melden.

Drie regels waar jij je echt aan moet houden:

  1. Wees consequent. Waarschuw niet en als je wel wilt waarschuwen, houdt het dan bij één waarschuwing en ga nooit in discussie. Als jij zegt “nog één keer en dan krijg je straf” en je geeft geen straf, dan ben je ongeloofwaardig en gaat het van kwaad naar erger.
  2. Beloon altijd duidelijk alle leerlingen die wel luisteren en het goede voorbeeld geven.
  3. Vertel altijd welk (zichtbaar) gedrag je verwacht en ga er in taal en houding van uit dat de leerling dit gaat doen.

Ik wens je veel succes en weinig consequenties. En natuurlijk veel plezier met het verder lezen van de Sterk Nieuws.

Een rustige kerstweek in de klas

Een rustige kerstweek in de klas

Hoe zorg je ervoor dat die laatste week voor de kerstvakantie rustig verloopt?
In die laatste week is er een overvloed aan prikkels (afgezien van de dennennaalden en de piek), kerstdiners, galafeesten, bijna vakantie en zelf kijk je ook reikhalzend uit naar je laatste werkdag van dit jaar.
Er is een manier om ervoor te zorgen dat deze week rustig verloopt, zonder al te veel gedoe en sfeer-verpestende incidenten.

1. Houd je programma aan. Vervang een paar lessen door kerstactiviteiten, maar hoe meer je afwijkt van de dagelijkse gang van zaken, hoe onrustiger de leerlingen zullen worden.
2. Stel doelen met de leerlingen. Wat willen (= eigenlijk “moeten”) ze nog af hebben… deze les, deze dag, deze week?
3. Zorg voor voldoende rustmomenten. Ontspanningsoefeningen, meditatie, yoga, massage, rustige muziekjes, hele moeilijke kleurplaten (waar je eisen aan stelt)… zonder praten of lopen.
4. Zorg dat de leerlingen zich focussen aan het begin van iedere les. Doe een concentratieoefening, laat ze bedenken waar in hun hoofd ze het geleerde op gaan slaan en houd de focus gedurende de hele les vast door kort te praten en een actieve houding te eisen.
5. Vertel steeds weer opnieuw hoe het programma van de dag is en zorg dat er ruimte is voor vragen over de onderdelen die afwijken van het gewone programma. Leerlingen kunnen heel onzeker zijn over het verloop van een optreden of andere activiteit zonder dat jij dat merkt.

Ik wens jou en jouw leerlingen een rustige laatste week, een vrolijk kerstfeest en een heerlijke vakantie.

Wil je nu de SterkNieuws verder lezen? Klik dan HIER.

<a href=”https://www.bloglovin.com/blog/14773605/?claim=qzq98g7hshd”>Follow my blog with Bloglovin</a>

Orde Houden in de Klas

Orde Houden in de Klas

Orde houden is soms best ingewikkeld. Het is absoluut te leren en je moet voor ogen houden dat jij jouw manier van orde houden moet uitproberen en oefenen. De aanhouder wint, in dit geval (en ik kan het weten…).

Er zijn twee redenen waarom je de orde verliest:
1. Je pakt het onhandig aan. Je didactiek is niet in orde, je legt niet goed uit, je spreekt een leerling verkeerd aan
2. Je laat het er bij zitten:
a. Je voelt je niet verantwoordelijk
b. Je denkt dat je er geen last van hebt
c. Je durft geen grenzen te stellen
d. Je weet niet goed wat je moet doen
e. Je weet wel wat je moet doen, maar je kunt het (nog) niet
f. Je bent bang om het nog erger te maken

In het eerste geval is het belangrijk om serieus te luisteren naar de signalen uit de klas. Je leerlingen zijn dan waarschijnlijk in opstand gekomen, omdat jij iets verkeerd, of onhandig hebt aangepakt. In dat geval helpt dit stappenplan:
1. Leg de les stil en vertel je leerlingen dat je serieus naar ze zult luisteren, en dat je daar hun hulp bij nodig hebt.
2. Jij vertelt de regels en de procedure (en daar houd je de leerlingen aan).
3. Je inventariseert de “klachten” en vraagt om serieuze (!) oplossingen.
4. De oplossingen inventariseer je ook.
5. Je kiest de oplossing(en) die voor jou werken en je vraagt commitment aan de leerlingen door hun hand op te laten steken.
6. Je gaat verder met de les (als daar nog tijd voor is…).

In het tweede geval is er sprake van een ordeprobleem. Hier is het belangrijk om na te gaan wat jij wilt. Pas als je dat op een rijtje hebt, kun je verder:
1. Welke regels vind jij echt belangrijk?
2. Wat mogen de leerlingen beslist niet?
3. Wat verwacht jij van de leerlingen?
4. Wat verwachten de leerlingen van jou?
5. Wat kunnen de leerlingen verwachten als zij zich niet aan het voorgaande houden?
6. Hoe kun je alle regels en afspraken positief stellen (zonder in gemopper en “geniet” te vervallen)?
Als je antwoorden hebt op deze vijf vragen, dan kun je die aan de leerlingen vertellen. En ze vragen om zich hier aan te committeren. En dan kun je opnieuw beginnen.
En hoe zorg je dat je de orde vasthoudt?
1. Je loopt zelf rustig door de klas en je hebt ogen in je rug.
2. Je grijpt onmiddellijk in zodra iemand jouw orde verstoort. Je gooit een boze blik, spreekt de dader onder 4 ogen aan, of je complimenteert de leerlingen die doen zoals jij het wilt.
3. Je goochelt met aandacht: humor is het toverwoord!
Het is in ieder geval heel belangrijk om consequent te zijn en te blijven. In het begin kost dat veel geduld en steeds opnieuw beginnen. Want leerlingen zijn a. gewoontedieren en b. snel afgeleid…

Ik wens je succes en veel vasthoudendheid!

Wil je de SterkNieuws nu verder lezen? Klik dan HIER.

De aanspreekladder

De aanspreekladder

Er zijn wel eens van die momenten in een klas, waarop je als leraar een leerling moet aanspreken op zijn gedrag. Er zijn natuurlijk momenten waarop je de naam van die leerling hard, of keihard, door het lokaal moet roepen.
Dit zijn van die momenten:
– Als de veiligheid in het geding is.

Er is dus maar één reden om een leerling hardop onmiddellijk te corrigeren. Toch zie ik dit dagelijks gebeuren en meestal verkeert er dan niemand in een onveilige positie.
Hoe kan het beter? Wat kun je beter doen als je een leerling absoluut moet corrigeren, vanwege gedrag of het achterwege blijven van een bepaalde actie?

Je volgt gewoon deze stappen. Als de eerste niet werkt ga je door met de volgende.
1. Je zoekt oogcontact met de leerling en laat non-verbaal zien dat je hem of haar in de gaten hebt.
2. Je zet de rest van de klas aan het werk en loopt naar de leerling toe. Je vertelt onder vier ogen wat je hebt gezien en wat je van de leerling verwacht. Je loopt weg.
3. Je neemt de leerling mee naar de gang en vraagt hoe het komt dat hij of zij nog steeds…. Je antwoordt begrijpend en geeft hem de keus tussen 2 of 3 opties.
4. Je zet de leerling apart, zo dicht mogelijk bij je, zodat je steeds non-verbaal kunt corrigeren als dat nodig is.
5. Je zet de leerling in een andere klas met zelfstandig werk.
6. Je stuurt de leerling naar de directeur of IB-er (of wat er ook is afgesproken).
7. Je belt de ouders en nodigt ze uit voor een gesprek met de leerling erbij. De vraag is: hoe kunnen we samen tot een oplossing komen?

Belangrijk: iedere keer als een leerling doet wat je zegt, dat bedank je hem, complimenteer je hem (of haar). Dat kan zowel verbaal als non-verbaal, dat hangt van de situatie af.
Tussen de regels door complimenteer je de leerlingen die wel doen wat jij zegt uitgebreid.

Succes!

Wil je nu de SterkNieuws verder lezen? Klik dan HIER.

Omdenken voor leraren

Omdenken voor leraren

Laten we eerlijk zijn. Soms zegt een leerling iets tegen je en je weet niet wat je moet antwoorden. Je staat met een mond vol tanden. Je kunt dan natuurlijk boos, verdrietig of sarcastisch reageren, maar dat heeft helaas niet altijd het gewenste effect. Wat kun je dan wel doen? Er de humor van inzien: draai het om. Hieronder vind je zeven voorbeelden.

De truc zit ‘m er in dat je:
a. Het heel serieus meent. Voorkom een sarcastische toon.
b. Meteen na jouw antwoord stopt met het geven van aandacht aan die leerling. Je loopt weg en gaat verder waar je gebleven was.

1. Leraar: “En nu ga je eruit!”
Leerling: “Nee!” (Of hij gaat gewoon niet…)
Leraar (juicht en kijkt de andere leerlingen aan): “Horen Julie dat? Wat geweldig! X blijft in de klas zitten en dat betekent dat hij binnen een minuut zijn boeken heeft gepakt en meedoet met de les. Fantastisch!” En terloops tegen de leerling: “Dankjewel”.

2. Leerling: “Ik kan het niet.”
Leraar: “Niet verder vertellen hoor, maar ik kan het ook niet. Daarom wil ik dat jij het voor me doet.”

3. Leerling: “Jij moet mij altijd hebben!” (of een variatie daarop).
Leraar: “Dat klopt inderdaad. Ik zou je inderdaad het allerliefst willen inpakken en meenemen, maar helaas is dat niet toegestaan volgens de wet.”

4. Leerling komt voor de 100e keer te laat.
Leraar: “Wat ben ik blij dat je toch nog bent gekomen. Ik miste je al. Mijn dag is nu meteen nog beter dan eerst. “

5. Een leerling liegt over iets.
Leraar: “Wat heerlijk dat je zo’n goed ontwikkeld fantasieleven hebt. Daar ga je nog heel veel plezier van hebben als je een boek gaat schrijven. Draag je het boek aan mij op? Fijn, dat vind ik leuk. Kom na schooltijd even bij me, dan schrijf ik alvast het voorwoord voor je op.”

6. Veel leerlingen hangen onderuit.
Leraar: “Wil iemand even de vuilniszakken buiten zetten?” (en als er dan wazig wordt gekeken): “Anders krijg ik allemaal ouders op mijn nek die willen dat ik de rekening van de fysiotherapeut betaal.)”

7. Leerling heeft een grote mond.
Leraar: “Zo’n grote mond heb ik nog nooit gezien. Jemig. Wat past daar allemaal wel niet in?”

En wat je altijd kan zeggen als je het niet meer weet: “Je weet toch dat ik van je houd?”

Ik kan niet garanderen dat het altijd werkt, maar de leraren die gedrag van leerlingen pareren door om te denken, hebben in ieder geval wel veel meer lol.

Ruim alsjeblieft je lokaal op!

Ruim alsjeblieft je lokaal op!

Afgelopen week ben ik in veertien verschillende klaslokalen geweest. En in elf daarvan schrok ik van de enorme puinhoop die ik daar aantrof. Puinhoop in de zin van: Spullen. Spullen met een hoofdletter. Wel gezellig, maar ook erg prikkelend.
Lokalen vol opgestapelde boxen en dozen – soms tot aan het plafond, volle vensterbanken, uitpuilende kasten, rommelige bureaus en vooral: volle tafels van leerlingen. Vol met bakjes, plantjes, flesjes, rommeltje en dingetjes.
Lokalen waar ik spontaan ADHD van kreeg zodra ik om me heen keek en de prikkels over me heen liet komen. Het verbaasde me niet dat er in iedere klas meer dan twee leerlingen met een studybuddy zaten. Ik zou er ook een willen als ik in zo’n lokaal les zou krijgen.
Ik kwam in die veertien lokalen om juffen te helpen. Invallende juffen, die moeite hadden met het houden van orde. In hele onrustige klassen. Bij leerlingen die steeds aan het rommelen en kletsen waren. Zoveel onrust. Niet makkelijk te hanteren voor een invaller.
De eigen juf of meester redt het meestal wel, omdat er een band is ontstaan. De eigen juf of meester zegt het zelf ook: “het is wel een hele drukke klas hoor…”. En de invaller is ten einde raad: “ze luisteren niet, ik kan het niet…”. En de eigen juf of meester komt terug en treft een puinhoop aan. Die invallers ruimen ook nooit op…”.
Weet je? Ik snap het wel. Een lokaal is toch een soort huiskamer en je wilt dat het daar gezellig is. Maar ik adviseer je om toch eens anders naar je klas en je lokaal te kijken. En vooral: op te ruimen. Leeg te maken. Ongezellig? Dat hoeft niet. Er zijn andere manieren om leerlingen zich thuis te laten voelen, zonder overprikkeld te worden. Dus alsjeblieft, ruim je lokaal op…

1. Zorg dat alle tafels leeg zijn tijdens de instructie. Echt LEEG! Zonder IETS. Dus ook geen pen of plantje of flesje. Leeg is leeg.
2. De volgende stap is het pakken van dat wat echt WEL nodig is. Doe dat in stappen!
3. Gooi eens vaker wat weg.
4. Zet kasten op de gang, als je je spullen niet kwijt kunt.
5. Hang planken (hoog!) op om spullen op te zetten.
6. Verf je muren in plaats van alles vol te hangen.
7. Zorg voor een of twee muren met plek voor een of twee instructieposters en verwissel die regelmatig.
8. Zorg voor een plek met werk van de leerlingen en verwissel die regelmatig.
9. Maak deuren in open kasten, of hang er een (effen) gordijn voor.
10. Houd je lokaal opgeruimd. Maak leerlingen medeverantwoordelijk.

Succes!