Categorie archief: organisatie

organisatie

Het instructieschrift: een eyeopener!

Het instructieschrift: een eyeopener!

De laatste tijd wordt er steeds meer bekend over leren leren. Tafels stampen mag weer, dyslexie is te voorkomen door veel te lezen en spelling wordt foutloos door eindeloos te oefenen. Hoe komt dat nu?

We hebben de afgelopen jaren steeds meer taken op ons onderwijsbordje gekregen. Kinderen moeten steeds meer op steeds jongere leeftijd. Daardoor zijn de eisen steeds hoger geworden. Wij moeten meer van onze leerlingen eisen en er wordt ook steeds meer van ons geëist. De samenleving is veranderd. Fijn voor de leerlingen die snel inzicht hebben in hoe ze de leerstof kunnen opslaan, hoe ze moeten leren en wat ze moeten doen om een geslaagde burger in deze maatschappij te worden.

Maar aan de andere kant vallen er steeds meer leerlingen uit. Ze kunnen niet mee in het moordende tempo van de te volle klassen met meer en meer schoolvakken. Huiswerkinstituten, bijlessen, externe toetsbureaus… natuurlijk doen ouders er alles aan om hun kind op het steeds sneller varende schip te houden. Maar er is een grens aan wat mensen kunnen.

Gelukkig komen we er langzamerhand achter dat wij er als leraren best voor kunnen zorgen dat de meeste leerlingen binnenboord blijven. Omdat we steeds meer weten hoe hersenen werken. Omdat er eindelijk onderzoek is gedaan naar wat werkt in het onderwijs. Omdat we eindelijk voor onszelf, en daarmee voor onze leerlingen, opkomen.

Waar zijn we dan eindelijk (of eigenlijk) achter gekomen? Het zijn maar 5 punten:
1. Kleuters leren meer van spelen. Terug naar het “ouderwetse” kleuteronderwijs; maar dan in een nieuw jasje. Met meer betrokkenheid van de leerlingen en een actievere houding van de leraar.
2. Leerlingen moeten meer doen, meer bewegen in de klas. Meer zingen, meer schrijven en buiten meer doen in de zin van stoeien, klimmen en rondrennen. Dat zorgt ervoor dat de hersenen meer leerstof opnemen.
3. Het is beter om te differentiëren op instructie dan op niveau. Het kost tijd en oefening, maar daardoor blijven de leerlingen bij de les en kunnen meer leerlingen meedoen met het “gewone” programma. En het scheelt zoveel tijd en gedoe als je niet aan 5 of 6 (of nog meer) groepjes apart instructie hoeft te geven.
4. Alle flauwekulvakken de wereld uit. Leuk hoor: burgerschap, gezond eten, met geld omgaan, verkeerslessen in de onderbouw… maar het neemt veel te veel tijd in beslag die in feite besteed moet worden aan goede instructies. Leerlingen hebben baat bij degelijke lessen en heel veel oefenen op het gebied van de basisvakken: taal, rekenen, lezen, schrijven en spelling.
5. Leerlingen moeten leren denken en werken in stappen. Daarvoor hebben alle leerlingen (en dat kan per vak) een instructieschrift nodig. Daarin noteren ze precies de stappen die ze moeten doen om hun schoolwerk te maken. Hoe los je som X op? Hoe gebruik je het Sexy Fokschaap? Hoe vervoeg je de Franse werkwoorden? Hoe schrijf je de letter K? Hoe zoek je een woord op in een woordenboek? Alle stappen zet jij puntsgewijs op het bord en de leerlingen nemen de stappen over in hun schrift. Wie schrijft die blijft! Leerlingen gebruiken hun instructieschrift bij het maken van de oefeningen en natuurlijk kunnen ze ook later zelf altijd opzoeken hoe ze iets moeten doen. Nooit meer vingers met “ik snap het niet”. En wie afwezig is geweest, is meteen bij nadat alle instructies zijn overgenomen (met toelichting) van een medeleerling.

Eigenlijk is het heel simpel. Het is wel een kwestie van doen. Morgen beginnen dus!

Klik HIER om de SterkNieuws verder te lezen!

Invallen in het Speciaal Onderwijs

Invallen in het Speciaal Onderwijs

Invallen in het Speciaal Onderwijs (of in een klas met veel zorgleerlingen) is een vak apart. Er zijn een aantal zaken waar je rekening mee moet houden. Ik zet ze hier op een rijtje:

  1. Bekijk van te voren de website van de school. Ook als je pas ‘s morgens wordt gebeld. Het is belangrijk om te weten welke regels op de school gelden, welke visie of missie er is en om te weten op welke wijze het onderwijs is georganiseerd.
  2. Zorg dat je goed contact maakt met de leerlingen. Sta bij de deur en kijk ze allemaal in de ogen. Zo kom je er snel achter welke leerlingen je in de klas hebt en of ze zin hebben in een dag met jou.
  3. Houd je aan de regels in de klas en in de school. Houd je aan die regels, ook al sta je er niet helemaal achter.
  4. Zoek in de klassenmap naar beschrijvingen van de leerlingen. Zo weet je snel met welke afspraken, medicijnen, ziektes, stoornissen enzovoort je rekening moet houden.
  5. Maak aantekeningen op je plattegrond over deze beschrijvingen.
  6. Begin met het uitspreken van jouw verwachtingen. Verwacht dat de leerlingen zich aan de regels houden; ook bij jou, en spreek alles hardop uit. Laat de leerlingen commitment geven aan de regels en de wijze waarop jij werkt, door een hand op te laten steken. Zo zie je meteen wie met je mee gaat werken.
  7. Vertel voldoende over jezelf (met veel humor) zodat de leerlingen weten wie jij bent en waar je van houdt. Zorg bijvoorbeeld voor een powerpointpresentatie met foto’s.
  8. Wijs meteen een “personal assistent” aan, die jou gaat helpen met alles. Waar liggen de spullen? Hoe doet de eigen leraar A of B? Laat je niet afleiden door opmerkingen van andere leerlingen.
  9. Wees consequent en duidelijk. Nee is nee en ja is ja. Laat je niet van je stuk brengen.

Veel plezier! Klik HIER om de SterkNieuws verder te lezen.

Eis 100% van je leerlingen!

Eis 100% van je leerlingen!

Je kent waarschijnlijk het boek “Teach like a Champion” van Doug Lemov wel. Ik vind het een van de beste onderwijsboeken die er zijn en ik leer mijn cursisten altijd graag over de technieken die er in staan. Het is namelijk geen gewoon leesboek, maar een praktijkboek. Als je ergens tegenaan loopt in de klas, dan zoek je in het boek welke techniek(en) je zou kunnen gebruiken en vervolgens ga je die techniek(en) toepassen in je klas. Het werkt in alle vormen van onderwijs en voor alle leeftijden.

Het mooie is dat je er ook je eigen vorm aan kunt geven. Als het maar werkt voor jou in jouw klas. Heb je het boek nog niet? De nieuwste versie is te koop bij de CED-groep. Vind je het boek te duur? Dan kan je bij mij een samenvatting van de oude versie opvragen, dan mail ik die naar je toe. Ik heb zowel de gewone versie als de versie voor de onderbouw van het PO.

Een van de belangrijkste onderwerpen van TLAC is “Eis 100%”. Met deze technieken houd je je leerlingen altijd bij de les, weet je zeker dat ze allemaal betrokken zijn, opletten, nadenken en een antwoord geven.

Ik zet hier zeven tips over op een rij:

  1. Werk met het beurtenbakje; een beker met ijslollystokjes met de leerlingnamen erop. Leerlingen steken geen vingers op, maar je trekt een stokje uit de beker en de leerling met de naam op het stokje krijgt de beurt. Je doet het stokje weer in de beker, zodat er een kans is dat dezelfde leerling weer een beurt krijgt. Zo blijven alle leerlingen alert. Zo kun je ook groepjes maken. En je kunt de stokjes manipuleren, door een andere naam te zeggen.
  2. Laat alle leerlingen antwoorden. Hardop.
  3. Als een leerling het antwoord niet weet, dan zeg je: “ik kom bij je terug”. En als een andere leerling het goede antwoord heeft gegeven kom je terug bij de eerste leerling, die dan alsnog het goede antwoord moet geven. Dit moet je trouwens wel met de leerlingen oefenen.
  4. Als een leerling het antwoord niet geeft, geef je net lang hints tot de leerling het juiste antwoord geeft.
  5. Laat leerlingen altijd antwoorden in hele zinnen.
  6. Vertel bij alle opdrachten precies waar de antwoorden aan moeten voldoen. Denk aan aantal woorden, interpunctie, spelfouten enzovoort.
  7. Maak de leerlingen duidelijk dat de lessen leuker en interessanter worden als iedereen actief meedoet. De tijd gaat ook sneller.

Ik wens je veel succes en plezier!

Wil je nu de SterkNieuws verder lezen? Klik dan hier….

Acht tips voor de vrolijke invaller!

Acht tips voor de vrolijke invaller!

Een dagje hier, een dagje daar. School op de hoek, school ver weg. Auto, fiets, bus… je rent van hot naar haar en je past je overal in en aan. Vooral in het PO is “invallen” een bekend verschijnsel, omdat je basisschoolleerlingen niet even een tussenuur kunt geven.
En soms mag je als invaller langer blijven. Een week, een maand, maanden.
Ook in het VO en MBO wordt ingevallen, ingeval van langdurige afwezigheid van de leraar. Zwangerschap, burn-out, ziekte, zorgverlof, sabbatical….
Voor een starter in het onderwijs, is invallen meestal het begin van een carrière. En als er niet zoveel “vast werk” is, dan kan de periode van invallen wel tien jaar duren. Zoals in mijn geval .
Dat heeft een enorm voordeel. Je doet een schat aan ervaring op waar je je hele leven nog plezier van hebt. En je leert relativeren. Want niet iedere school past bij jou en soms heb je een dag waarop het gewoon niet loopt. En dat geeft niet, want de dag daarna gaat het beter. Of supergoed.
Het maakt niet uit waar je gaat invallen, of voor welke periode, als je maar goed voorbereid bent. En zeker als je voorafgaand een “sollicitatiegesprek” hebt, is het belangrijk om van te voren een aantal zaken in acht te nemen.

Daarom: acht tips voor de vrolijke invaller!
1. Zorg dat je de school kent. Google de school op internet, bekijk de website, lees het schoolplan.
2. Zorg dat je uiterlijk “passend” is bij de school. Wat hebben de leraren op de foto’s op de website aan? Let op piercings en tattoos, roklengte en decolletés.
3. Toon heel veel interesse in de groep, in de klas(sen) waar je les gaat geven. Stel vragen over de leerlingen, ouders, het verleden en de toekomst. Wie was de leraar voor jou? Waarom is diegene weg?
4. Weet welke visie de school heeft op leerlingen en onderwijs. Denk er over na of die visie bij jou past.
5. Geef iedereen die je in de school (en in de teamkamer!) ontmoet een hand en stel je voor. Probeer alle namen en gezichten te onthouden.
6. Maak mappen met activiteiten en lessen voor alle klassen en groepen, dan heb je altijd materiaal.
7. Laat je niet gek maken. Neem je tijd. Het programma hoeft niet af.
8. Heb heel veel plezier! Wees vrolijk, oprecht en maak er een mooie tijd van, ook al ben je er maar een halve dag.

Succes!

Wil je nu verder lezen in de SterkNieuws? Klik dan HIER.

Een stappenplan om je leerlingen te leren samenwerken!

Een stappenplan om je leerlingen te leren samenwerken!

  1. Wat is samenwerken eigenlijk?

Vraag het eens aan je leerlingen: wat is samenwerken eigenlijk? Zet de uitkomsten op het bord.

  1. Wat is de volgorde?

Het is ook belangrijk dat je samen met de leerlingen de stappen beschrijft die je moet zetten én opschrijven om goed samen te kunnen werken:

  1. Wat moet er allemaal gebeuren?
  2. Welke taken zijn er nog meer?
  3. Wie wil welke rol of taak?
  4. Wat doe je als je het niet met elkaar eens bent?
  5. Wat doe je als je klaar bent met je taak?
  6. Hoe gaan jullie de gedane taken controleren?
  7. Wanneer, aan wie en op welke manier gaan jullie hulp vragen?
  8. Wat moet je voorkomen bij het samenwerken?

Ook een leuke vraag aan de leerlingen. Waarschijnlijk komen de volgende punten dan ook aan de orde:

  1. Welke ongeschreven regels gelden er?
  2. Is het erg als een iemand meer doet dan de rest?
  3. Is het erg als iemand helemaal niets doet?
  4. Aan welke eisen moet het eindproduct voldoen en hoe wordt het beoordeeld?

Dit is natuurlijk een vraag aan jou, als leraar. Zorg ervoor dat deze eisen en de procedure duidelijk en transparant zijn. Zet ze op papier of hang ze in de klas.

Veel plezier & Succes!

 

 

Leer je klas VLORK

Leer je klas VLORK

VLORK is een techniek uit Teach like a Champion waarbij de leerlingen een goede werkhouding hebben.
Waar staat VLORK voor? Het is een afkorting:

Vragen stellen
Luisteren
Ogen naar de spreker
Rechtop zitten
Knikken

En hoe leer je VLORK aan? In 13 stappen:
1. Zet de vijf letters op het bord van links naar rechts.
2. Vraag of iemand weet wat het betekent.
3. Laat de leerlingen raden, als ze het niet weten. Je verklapt nog niets.
4. Zet de vijf letters op het bord van boven naar beneden.
5. Vraag of iemand nu misschien een idee heeft?
6. Dan vul je de bovenste letter aan tot de twee woorden er staan.
7. Kijk of reacties komen. Als dat zo is, dan ga je er op in.
8. Zo vul je alle letters aan.
9. Als alle vijf de regels er staan vraag je wat het zou betekenen als iedereen in de klas dit zou doen. Ga het gesprek hierover aan.
10. Vraag wanneer welke letter aan de orde is. Ga ook hier op in.
11. Je oefent alle vijf de letters; jij doet en/of zegt iets, de leerlingen reageren met VLORK.
12. Je herhaalt VLORK iedere dag; wat betekent het ook al weer?
13. Je beloont met complimenten.

VLORK ze!

Toets maken? Zeven tips!

Toets maken? Zeven tips!

Het maken van een toets in de klas gaf mij altijd een dubbel gevoel. In principe houd ik niet van toetsen. Het zou niet nodig moeten zijn. Er zijn tenslotte andere manieren om erachter te komen of een leerling “klaar is om de maatschappij in te gaan”. En zeker in dat verband betwijfel ik dat een heel toets-systeem daar de juiste voorbereiding van is.

Aan de andere kant hielden mijn leerlingen erg van toetsen. Er hing een gezonde spanning. Het was heel rustig in de klas en het competitie-element van “hoe ga ik het doen?” beviel de meeste leerlingen prima.

Heb ik een oplossing voor de heersende afrekencultuur? Ja hoor: gewoon mee stoppen met ons allen.
Maar zo lang dat niet het geval is, is het van belang je leerlingen goed voor te bereiden op een toets. En daar heb ik wel wat tips voor:

1. Vertel precies wanneer de toets is. Datum en tijd zijn belangrijk om te weten voor leerlingen. Bij voorkeur 4 tot 6 weken van te voren, zodat de leerlingen de tijd hebben voor hun voorbereiden. En voorkom dat de datum of de tijd verplaatst worden.
2. Vertel wat precies het belang van de toets is. Wat hangt er van af? Zet de resultaten in relatief perspectief.
3. Vraag de leerlingen welk cijfer (of welke score) ze minimaal willen halen. Noteer die cijfers en laat de leerling een lijstje maken van alles wat ze moeten doen om dát cijfer te halen. Check regelmatig of ze op schema zijn.
4. Vertel exact wat de leerlingen moeten kunnen en weten. Neem ruim van te voren een oefentoets af.
5. Zorg voor de toets voor een “lachmoment”. Moppen tappen, leuke filmpjes kijken, gekke verhalen vertellen, een lach-energizer… Alles is goed, als er maar even flink gelachen wordt. Lachen zorgt ervoor dat je hersenen beter werken, dat je daarna beter kunt focussen en de ontspanning haalt de spanning weg.
6. Vlak voor de toets: Doe een focus-oefening. Ademhaling, voeten, keer naar binnen; in je hoofd.
7. Als het kan: kijk de toets meteen na afloop na. Maak een analyse en deel die met de leerlingen. Zorg ervoor dat uitvallers meteen remediërende opdrachten krijgen en regel een hele snelle herkansing.

Veel succes en ja toch: plezier met de komende toetsen.

Vijf manieren om van een klas een groep te maken

Vijf manieren om van een klas een groep te maken

Soms heb je wel eens het idee dat je groep geen groep is, maar een verzameling kliekjes. Met een beetje pech zijn die kliekjes ook nog eens uitgesproken tégen alle andere kliekjes. En met nog meer pech blijft het zo tot eind schooljaar.

In januari is het de perfecte tijd om daar iets aan te veranderen. Er is meestal rust, alles gaat weer zijn gangetje en de leerlingen staan dan op de een of andere manier open voor suggesties (lees: invloeden) van jouw kant.

Hoe pak je dat dan aan? Er zijn vijf manieren om een dergelijke verandering in gang te zetten.

1. Je gaat opnieuw met elkaar kennismaken. Een nieuw jaar betekent een nieuwe start. Dus alle plannen (goede voornemens!) voor de komende maanden kunnen besproken en gedeeld worden. Stel veel vragen en leg de nadruk op de overeenkomsten die er zijn.

2. Jij laat duidelijk merken dat jij heel blij bent met deze groep en ook heel veel vertrouwen in hen hebt. Spreek altijd positief! Het is bijvoorbeeld de groep met de hoogste cijfers sinds 2010. Of de groep die het minst te laat op school komt. Zoek iets waar deze groep in uitblinkt en herhaal dat feit regelmatig. Laat ze daarna nog meer doelen stellen, en halen!

3. Grijp de kans om je leerlingen (anoniem en serieus) feedback te laten geven op jouw lessen. Je kunt de “placemat-methode” gebruiken. Kies een paar veranderpunten uit om aan te werken. Jij kunt dat (natuurlijk) niet alleen; je hebt de hulp nodig van de hele klas. Maak ze mede verantwoordelijk.

4. Herhaal steeds weer (desnoods 100 x op een dag) hoe je wilt dat men met elkaar omgaat en geef zelf het goede voorbeeld. Leg ook steeds weer uit wat ze dit gaat opleveren.

5. Bedenk met de klas een groepsdoel dat in het kader past van jouw lessen. Geld inzamelen voor een goed doel of iets leuks doen voor bejaarden of wezen. Een gezamenlijke succeservaring is zeer effectief voor het vormen van een positieve groep.

Wees geduldig. Het bouwen van Rome duurde ook langer dan één dag!

Zeven tips voor een effectieve les

Zeven tips voor een effectieve les

1. Zorg dat je heel snel de namen van al je leerlingen kent. Gebruik naamstickers, sta bij de deur, maak contact!

2. Vertel bij alles wat en wanneer jij het wilt hebben! Vertel daarbij ook HOE men dat voor elkaar moet krijgen. Geef hele duidelijke instructies.
a) Qua gedrag.
b) Bij een opdracht die je geeft.

3. Zet bij alle lessen de stappen op het bord. Gebruik iedere les dezelfde stappenstructuur.
a) Binnenkomst & voorbereiding
b) Doel van de les
c) Welke middelen
d) Tijd
e) Wat te doen als….
f) Opruimen
g) Afsluiten

4. Voorkom het woord “NIET” in je taalgebruik.

5. Regels voor corrigeren:
a) Waarschuwen is onnodig. Negeren heeft een averechts effect. Ongewenst gedrag is gewoon onacceptabel. Grijp meteen in.
b) Doe je zachtjes/ non-verbaal, terloops, individueel (voorkom klassikaal). Complimenten geef je wel ten overstaan van de hele groep.
c) Vertel welk gedrag je van de leerling verwacht.
d) Discussies parkeer je: “Kom voor deze discussie even bij me na de les, voor nu wil ik dat je….”.

6. Leerlingen zijn kort van memorie. Dat betekent dat je alles ongeveer 7 keer moet herhalen voordat iets onthouden wordt.

7. Houdt de volgende tijdsindeling aan:
a) Binnenkomst en landing – 2,5 minuten
b) Vorige les, lesdoel en organisatie – 2,5 minuten
c) Begeleide instructie (incl. voordoen in stappen) – 5 à 10 minuten
d) Evt. verlengde instructie – 5 minuten
e) Zelfstandige verwerking (jij loopt een vaste ronde) – 30 minuten
f) Opruimen – 5 minuten
g) Afsluiten & afscheid – 2,5 minuten

Extra TIP: Gebruik veel humor! Heb plezier!

De zeven tips van Juf Luca

De zeven tips van Juf Luca

Als je voor de klas staat is het belangrijk om goed voor jezelf te zorgen. Als je goed voor jezelf zorgt, zorg je ook goed voor je leerlingen. Je leerlingen worden daar blij van en blije leerlingen leren beter. Daarom vandaag: de zeven tips van Juf Luca.

1. Beweeg. Loop door de klas als je instructie geeft. Je ziet dan ook meteen welke leerlingen jou volgen en dan mag je aannemen dat ze opletten en luisteren naar wat jij te zeggen hebt. Laat ook je leerlingen bewegen.
2. Ontspan. Neem regelmatig een moment om met je leerlingen te ontspannen. Het is ook een goede methode om leerlingen weer rustig te krijgen na de pauze of een hectische activiteit. Zet een rustig muziekje op, ga allemaal even “slapen”, mediteren of doe een yogaoefening.
3. Laat los. Er zijn dingen waar je je druk om kunt maken maar waar je geen invloed op hebt. Parkeer die zaken achter je. Doe dat consequent de hele dag door; laat je werk daar waar het hoort: op school.
4. Drink. Zorg ervoor dat je de hele dag iets te drinken op je bureau hebt staan. Water, thee, koffie… Maak een leerling verantwoordelijk voor jouw “watervoorziening”; zet desnoods een waterkoker en/of Senseo apparaat in je lokaal.
5. Filter. Geef alle informatie die je de hele dag binnen krijgt meteen een plek. Veel dingen die je te horen krijgt zijn niet persoonlijk voor jou bedoeld, maar horen bij de ander. Brutale opmerkingen, afwijzingen, weigeringen; ze horen bij het leven en bij de communicatie tussen mensen. Parkeer ze buiten jouzelf.
6. Evalueer. Bedenk na iedere les waar je tevreden over bent en schrijf op hoe je het gedaan hebt; zo zorg je ervoor dat je het de volgende les weer zo doet.
7. Lach. Maak grapjes met de leerlingen of vertel een mop. Als je lacht ben je blij, geef je beter les en zullen de leerlingen ook meer van je leren.

Veel plezier!