Categorie archief: pedagogisch klimaat

pedagogisch klimaat

Pak de orde terug in vijf stappen

Pak de orde terug in vijf stappen

Het is mij best wel vaak gebeurd. Dat ik een klas heb waar het wel aardig loopt. Er zitten wel wat stoorzenders tussen de lieverdjes van leerlingen, maar die weet ik over het algemeen best in het gareel te houden. Meestal gaat het prima met mijn orde in de klas.

Maar dan gebeurt het. HET. Ik ben moe of sjaggerijnig of wat dan ook en in ieder geval niet alert. En ik reageer verkeerd op een leerling. Ik maak een verkeerde opmerking, kijk de verkeerde kant op, of mijn hele houding is gewoon FOUT. En ik voel de orde als zand tussen mijn vingers wegglijden.

Ik probeer dan nog krampachtig te redden wat er te redden valt, maar meestal lukt het niet, is het een kwestie van de les uitzitten en volgende les opnieuw proberen. Het fijne is dat dat ook lukt, omdat leerlingen je altijd weer een nieuwe kans geven. En als je dan zelf alert bent (en uitgeslapen en vrolijk) dan is het net alsof die vorige les nooit geweest is.

Eén keer deed ik iets compleet anders dan anders. En dat werkte echt supersnel; ik had de orde binnen no time terug. Ik heb er vijf stappen van gemaakt die ik hier met jou deel:

  1. Ik ging op een andere plek staan; achter in het lokaal en vroeg de leerlingen op zachte toon om hun spullen op te ruimen en even naar me te luisteren. Ik keek daar heel ernstig, bezorgd bij. Omdat ik iets onverwachts deed, luisterde iedereen redelijk snel. De leerlingen moesten zich omdraaien en waren daardoor met mij bezig en niet meer met elkaar.
  2. Ik stond heel stevig in de grond. Ik haalde een paar keer diep adem en keek omhoog. Dat gaf me nieuwe energie. Ik keek alle leerlingen een voor een aan.
  3. En ik bood mijn excuses aan voor het verstoren van de orde.
  4. En ik stelde de leerlingen voor de keuze. Degenen die geen zin meer hadden in deze les mochten (in stilte) hun huiswerk gaan maken. Degenen die de les nog wel wilden volgen, mochten naar mij luisteren. Twee leerlingen wilden door met de les. De rest ging aan het werk. Ik had de orde terug. Binnen tien minuten deed iedereen weer mee met de les.
  5. Na afloop bedankte ik de leerlingen voor hun coöperatie.

Maak hier je eigen variatie op; je eigen stappenplan.

  1. Zorg voor (echte) afleiding.
  2. Geef jezelf aarde en energie.
  3. Bied je excuses aan.
  4. Geef de leerlingen de keus. Wel een keus die als vanzelf stilte (en geen geloop door de klas) vereist.
  5. Bedank je leerlingen, of geef ze een compliment.

En ze praten maar door…

Open

En ze praten maar door…

Ik hoor vaak van (startende) leraren dat ze soms een klas hebben die niet meer stopt met praten. Ze gaan maar door. Soms zijn het maar een of twee leerlingen die hun mond niet kunnen houden, en in de tijd die jij die leerlingen bestraffend (?) toespreekt, beginnen andere leerlingen hun eigen conversatie. En als je hen stil hebt, zijn er weer anderen begonnen. Dat kost je zoveel energie. En tijd. En het verpest (meestal) de sfeer in de klas.

Herken je dit?

Allereerst is het van belang om na te gaan waarom ze maar blijven praten. De volgende vragen kunnen je daarbij helpen:

* Praten ze omdat ze het gezellig vinden in de klas? Omdat ze het idee hebben dat er “een doorlopend theekransje” plaatsvindt?Gezelligheid troef! En alles in goede sfeer!

* Praten ze om jouw les te verstoren? Om je te pesten? Om te kijken waar jouw grens ligt? Omdat ze willen weten wanneer jij “uit je vel springt”? Of omdat de sfeer zo negatief is (geworden) dat ze niet (meer) anders kunnen?

* Praten ze omdat ze niet anders kunnen? Omdat ze “geprogrammeerd zijn” om meteen verbaal te reageren op alles wat er gebeurt in de klas?

Waarschijnlijk weet jij zelf het antwoord op deze vragen. Maar welke van de drie redenen het ook is, in alle gevallen heb jij een probleem dat je wilt en kunt oplossen. Ben je bang dat dit teveel tijd kost? Ga voor jezelf na of je de investering in tijd en energie over hebt om de situatie zo te krijgen zoals jij wilt. Als je blijft doen wat je deed, blijft het zoals het is.

Ik zet (per vraag) wat handvatten op een rij die jou kunnen helpen om het tij te keren.

*Praten uit gezelligheid.
Meestal is dat een hele sociale groep, die oprecht alles met elkaar deelt. Je kunt je probleem gewoon bij hen neerleggen, waarbij je hun behoefte aan sociale conversaties  ook benoemt. Belangrijk is om goed uit te leggen op welke momenten en waarom je wilt dat iedereen zijn mond houdt. Deze momenten kun je met de leerlingen inventariseren. Je vraagt ook aan de leerlingen welke sanctie past bij het overtreden van de regel “je ben stil op deze X momenten”. Jij kiest die sanctie uit die jij passend vindt. Daarnaast geef je ook ruimte aan hun behoefte door meer samenwerkopdrachten te geven en misschien zelfs (aan het begin- en/ of aan het eind van de les) “praatpauzes” van vijf minuten in te plannen.

* Praten om jou te pesten.
In dit geval zal je opnieuw moeten beginnen met de groepsvorming. Deze groep heeft een negatieve houding naar jou toe en die zal je moeten doorbreken. Hier moet je echt veel tijd en energie in investeren en het werkt pas echt goed als je ouders en je eventuele duo-partner (of een collega) hierbij betrekt. Voor een betere sfeer in de groep is een goed stappenplan onontbeerlijk:
1. Je gaat met je duo-partner om de tafel zitten en je maakt duidelijk dat je het voortaan anders wilt. Je vraagt de hulp van je duo-partner (of collega). Zeker als je deze klas maar een of twee dagen per week hebt, gaat het zonder zijn of haar steun niet lukken. Jullie maken samen een plan. Breng het hele team op de hoogte.
2. Jullie sturen (samen) naar alle ouders een e-mail om ze te vertellen dat jullie je zorgen maken over de groep en dat jullie de komende weken de sfeer in de groep “positiever gaan maken”. Omdat dan ook de leerprestaties sterk zullen verbeteren. En dat jullie daarbij de steun en hulp van de ouders nodig hebben. Vraag ouders ook vooral om hun eigen tips, ideeën en aanvullingen. Nog beter is om ook nog een extra ouderavond te organiseren waarbij jullie je mail mondeling toelichten en ook om de mening van de ouders vragen.
3. Jullie vertellen de leerlingen dat het zo niet langer kan en dat jullie de komende weken iedere dag aandacht gaan besteden aan groepsvorming.
4. Je begint met een groepsgesprek over normen en waarden in de klas. Jij vertelt wat je van de leerlingen verwacht en je vraag de leerlingen wat ze van hun klasgenoten verwachten in jouw les. Je geeft alleen de leerlingen de beurt waarvan je weet dat zij een positieve insteek hebben. Zo zet je een positieve norm. De hieruit ontstane regels (waarden) zet je op het bord en hang je ook op in de klas.
5. Iedere dag doe je met de klas een activiteit waarbij deze regels getest worden. Je beloont goed gedrag. Je evalueert met de leerlingen.
6. Vrijwel alle leerlingen zullen zich uiteindelijk neerleggen bij de nieuwe normen en waarden. Met de leerlingen die dit niet kunnen (als dat voorkomt), maak je een aparte afspraak. (Zie volgende…)
7. Houd en breng de ouders & collega’s steeds op de hoogte van de voortgang van het proces. Gebruik je duo-partner (of collega) als klankbord.

* Praten omdat ze niet anders kunnen.
Dit betreft meestal een leerling of een kleine groep. Met deze leerlingen maak je een aparte afspraak voor een gesprek, waarin je vraagt wat deze leerling nodig heeft om zich zo te gedragen zoals jij wilt. Doe dat per leerling individueel, nooit als groep bij elkaar. Stel jouw grenzen hierbij heel duidelijk. Als een leerling bijvoorbeeld zegt: “Ik heb nodig dat jij weg gaat”, is dat (helaas voor die leerling) een onacceptabel antwoord, want jij gaat niet weg. Dat zeg je dus ook. En je stelt de vraag opnieuw. Als een leerling zegt: “Ik weet het niet”, dan zegt jij: “En hoe ziet het er dan uit als je het wel zou weten?” Of: “Hoe doe je dat dan bij meneer X?” Soms zijn dit lange gesprekken, omdat je soms lang moet wachten op een antwoord wat voor jullie allebei acceptabel is. Je eindig altijd met een afspraak. Laat de leerling zelf een sanctie bedenken in geval van overtreding.

* In alle gevallen:
1. Spreek leerlingen niet individueel aan, maar corrigeer algemeen en complimenteer algemeen.
2. Wees heel consequent. Stil is stil. Wacht tot het echt stil is.
3. Ga niet in discussie. Voorkom strijd.
4. Loop door de klas. Ga bij de kletsers staan en laat non-verbaal merken dat jij de enige bent die mag praten.
5. Leg steeds opnieuw uit waarom het echt stil moet zijn.

Leer je klas SARK of VLORK

Leer je klas SARK of VLORK

Handig voor in al jouw lessen: Leer je klas SARK of VLORK. Het klinkt misschien een beetje ouderwets, maar je kunt het op zo’n manier aanpassen, dat het ook goed klopt voor jouw gevoel!

SARK en VLORK zijn technieken uit het boek “Teach like a Champion” waardoor  de leerlingen een goede luisterhouding krijgen.

Het zijn acroniemen:

Stil zijn
Armen over elkaar (of op tafel, of op schoot)
Rechtop zitten
Kijken naar de leraar

en

Vragen stellen
Luisteren
Ogen gericht op de spreker
Rechtop zitten
Knikken als je iets begrijpt

En hoe leer je deze luisterhoudingen aan?

VLORK: is voor oudere leerlingen, laten we zeggen van groep 5 t/m HBO. Je kunt voor de introductie het woord VLORK op het bord zetten.

  1. Vraag of iemand weet wat het betekent.
  2. Laat de leerlingen raden, als ze het niet weten. Je verklapt nog niets.
  3. Zet de vijf letters op het bord van boven naar beneden.
  4. Vraag of iemand nu misschien een idee heeft?
  5. Dan vul je de bovenste letter aan tot de twee woorden er staan.
  6. Kijk of reacties komen. Als dat zo is, dan ga je er op in.
  7. Zo vul je alle letters aan.
  8. Als alle vijf de regels er staan vraag je wat het zou betekenen als iedereen in de klas dit zou doen. Ga het gesprek hierover aan.
  9. Vraag wanneer welke letter aan de orde is. Ga ook hier op in.
  10. Je oefent alle vijf de letters; jij doet en/of zegt iets, de leerlingen reageren met VLORK.
  11. Je herhaalt VLORK iedere dag; wat betekent het ook al weer?
  12. Je beloont met complimenten.

SARK: is voor jonge leerlingen, laten we zeggen t/m groep 4. Je kunt voor de introductie de Posters gebruiken van Meneer Sark. Je gebruikt dat de plaatjes i.p.v. de letters.

Succes!

Stille saaie klas

Stille saaie klas

Soms kom je er wel eens een tegen: een stille saaie klas. Lesgeven aan zo’n groep voelt bijna als trekken aan een dood paard. Je moet alles uit de kast halen om er beweging in te krijgen.

Wat is er aan de hand in zo’n klas?

  1. Het kan zijn dat er een onveilig sfeer heerst. De leerlingen durven niets te ondernemen, uit angst voor nare reacties (in welke vorm dan ook) van een klasgenoot of klasgenoten. Een rotopmerking, uitstoting, uitlachen…. Soms merk je daar niets van als leraar, maar meestal zie je het aan blikken en voel je het aan de sfeer.
  2. De leerlingen vinden niets leuk, ze vinden alles stom. Het interesseert ze niet wat jij te vertellen hebt. Ze hangen onderuit en reageren nergens op of minimaal. Ze zijn zo geworden door andere leraren, dit is de heersende cultuur op school.
  3. Je hebt toevallig maar een paar soorten leerlingen in je klas, die allemaal verlegen, stug, saai, rustig, stil of combinaties daarvan zijn.
  4. De leerlingen zijn gedrild door een andere leraar (of jouw voorganger). Stil zijn is een tweede natuur voor ze geworden; ze zijn niet (meer gewend) om te praten, te lachen, te reageren.

Wat doe je eraan?

  1. Hoe wil je dat deze groep reageert? Welk zichtbaar gedrag wens jij?
  2. Wat is de oorzaak van het stille gedrag? Wat is er precies aan de hand? Ga grondig na wat er in het verleden gebeurd is, wie de informele leiders in de groep zijn, welke processen een rol spelen.
  3. Vraag wat deze leerlingen willen. Vraag door; neem geen genoegen met oppervlakkige antwoorden. Geef voldoende denktijd. Laat meerdere leerlingen antwoord geven, of laat alle leerlingen hun antwoord opschrijven. Dit proces kan heel taai worden, maar het is belangrijk dat je volhoudt. Maak grapjes tussendoor, dat ‘maakt het paard wat lichter’.
  4. Vertel wat jij wilt en waarom je dat wilt. Laat de leerlingen meedenken en neem ze serieus.
  5. Train je leerlingen in “het meedoen en uiten”. Dat doe je stap voor stap. Je introduceert alle vormen als een spel, dat maakt de drempel lager.
  6. In moeilijke klassen zijn de stapjes kleiner, ben je nog transparanter en duidelijker, en begin je pas met deze acties als je een band hebt opgebouwd met de leerlingen en de leerlingen de belangrijkste routines in hun systeem hebben zitten.

Wil je weten welke activiteiten je kunt doen om een stille klas in beweging te ktrijgen? Luister dan naar mijn vlog!

Succes!

Over het negeren van ongewenst gedrag

Over het negeren van ongewenst gedrag

Toen ik op de opleiding zat, heb ik heel vaak gehoord dat ik ongewenst gedrag moet negeren en gewenst gedrag moet bekrachtigen met belonen.

Dat klinkt heel logisch. Maar ik ben daar snel vanaf gestapt. Leerlingen die je les verstoren, daar heb je last van. Negeren helpt niet. De meeste leerlingen gaan er gewoon mee door. Je kunt “pesten” ook negeren, maar het gaat er niet van over…. Meestal wordt het alleen erger. En dat is ook met ongewenst gedrag het geval.

Wat doe je dan wel?

  1. Je stuurt een boze blik.
  2. Je geeft de leerlingen die het “goed” doen een compliment. Je kunt zeggen “ik wacht nog op 1 leerling”. Noem geen namen! Houd het algemeen.
  3. Je loopt er heen en spreekt de leerling onder 4 ogen aan. Je vertelt niet wat de leerling niet moet doen, maar je vertelt wat de leerling wel moet doen. Je zegt ook hoe, wanneer en dan bedank je de leerling. Vervolgens loop je weg.

Je kunt leerlingen wel dwars door de klas aanspreken, maar dan heb je de kans dat ze de strijd met je aangaan. Die strijd verlies je. Je kunt de hele klas tegen je krijgen, omdat de leerling de lachers op zijn hand krijgt. Of omdat je de leerling “voor gek zet”. Ook al is dat niet je bedoeling, hij kan het wel zo voelen.

Wanneer mag het wel?

  1. Als er een gevaarlijke situatie ontstaat. Dan roep je de naam van de leerling. Hard!
  2. Als echt helemaal niets helpt. Dan kun je met de leerling een code afspreken waarbij je zijn naam noemt.

En complimenten geven moet altijd! Heel veel. Dat is de beste beloning die je kunt geven. Vertel er dan ook bij wat er goed ging.

Succes!

Negen dingen die je niet moet vergeten aan het begin van het schooljaar

Negen dingen die je niet moet vergeten aan het begin van het schooljaar

De eerste dag, de eerste les, de eerste week….

De eerste schooldag is altijd spannend. Alles staat klaar. Je lokaal is schoon. Alle materialen liggen in de kasten. Je lesplannen zijn gekopieerd…. En ook jouw hoofd staat op scherp. Ik sliep altijd heel slecht, de laatste nacht voor de eerste schooldag. Heb jij dat ook? Ik kan nu natuurlijk tips gaan geven voor een goede nachtrust, maar eigenlijk is dat niet nodig. Die ene slechte nacht hoort er gewoon bij en na 3 dagen is het toch net alsof je nooit vakantie hebt gehad. De waan van de dag heeft je alweer overspoeld. Mocht je toch tips willen, luister dan naar een slaapmeditatie op YouTube. Succes verzekerd ;-).

Deze eerste blog van dit nieuwe schooljaar geef ik je tips voor de eerste dag, de eerste les en de eerste week. Drie per “eerste”. Volgens mij zijn dit de meest belangrijke zaken om aan het begin van een nieuw schooljaar de toon meteen goed neer te zetten. Ik ga het niet hebben over “de Gouden Weken”. Die kennen jullie al en zo niet; Google. Dus er komen ook geen kennismakingsspelletjes (ook Google) of inhoudelijke leerlijnen op sociaal emotioneel gebied. Alleen maar basis:

Negen dingen die je niet moet vergeten aan het begin van het schooljaar

De eerste dag:

  1. Neem je ruim de tijd om de regels en routines te bespreken.
  2. Observeer je heel goed hoe de leerlingen op elkaar reageren. Als dat positief is, dan kun je in een veilige sfeer nader kennismaken, grapjes maken en spelletjes doen. Als leerlingen negatief op elkaar reageren, dan houd je vast aan structuur, streng en duidelijk.
  3. Oefen je met de leerlingen alle routines die in jouw klas nodig zijn tijdens alle lessen. Spullen pakken, uitdelen, vragen stellen, opruimen, toilet/ water, naar en op de gang lopen, het lokaal inkomen,huiswerk, Alles wat jij  nodig vindt dat de leerlingen snel kunnen op een handige manier om jouw lessen soepel te laten verlopen.

De eerste les:

  1. Vertel je meteen wat jouw doel is voor de leerlingen voor dit schooljaar. Jouw eerste les is meteen de eerste stap om dat doel te bereiken. Jouw eerste les moet heel goed zijn.
  2. Maak je duidelijk hoe de structuur van jouw lessen verloopt. Hoeveel tijd er voor alles is en wat er van de leerlingen verwacht wordt. Zorg voor zichtbaar gedrag en zet alles op een poster.
  3. Oefen jij de namen van de leerlingen en zorg je dat je erachter komt wat iedere leerling typeert en leuk vindt. Dit is het begin van een goede relatie.

De eerste week:

  1. Grijp je meteen in zodra iemand de orde verstoort. Maak het groot maar houdt het buiten de persoon. Bespreek het algemeen.
  2. Evalueer je iedere les en iedere dag. Je benoemt alleen wat goed ging en je laat de leerlingen vertellen hoe het kwam dat het goed ging.
  3. Ben je heel erg enthousiast over de school, de leerlingen, de lessen, alles! Je zet zo een hele positieve sfeer neer waardoor de leerlingen zich verheugen op het hele schooljaar. Speel toneel. Lieg desnoods “ik ga jullie vertellen waarom grammatica zo leuk is!” Overdrijf.

Ik wens jullie allemaal een heel mooi en leuk schooljaar.

Zon zon zon…

Vandaag is het veel te mooi weer om een blog te schrijven.

Ik spijbel! En ik hoop dat jij ook van de zon geniet!

download

Wil je toch iets zien of lezen?

Klik dan HIER door naar een oude blog. Eentje die ik in ere houdt, omdat hij over mijn meest favoriete collega gaat.

Fijn weekend nog,  misschien een fijne vakantie en tot volgende week.

Moeilijke klas – hoe doe je dat?

Moeilijke klas – hoe doe je dat?

Een moeilijke klas overnemen… hoe doe je dat?
Ik krijg altijd veel verzoeken om hulp van leraren die plotseling een moeilijke klas over moeten nemen. Ze beginnen enthousiast, maar na een paar weken gaan ze met lood in hun schoenen naar school. Natuurlijk: kinderen proberen een nieuwe leraar uit, dat is normaal. Maar in moeilijke klassen wordt het uitproberen van de leraar overstegen door negativiteit. Negatief gedrag is de norm geworden.

Wat zijn de symptomen van een moeilijke klas?
• De leerlingen letten de hele tijd alleen maar op elkaar.
• Ze reageren op alles; verbaal en onverbaal.
• Leerlingen lijken niks te pikken; niet van hun klasgenoten en niet van de leraar.
• Straffen en belonen lijken geen enkel effect te hebben.
• De groep wordt heel moeilijk stil. Als dat eindelijk is gelukt, beginnen ze weer opnieuw.
Allereerst is het zaak om een aantal zaken te onderzoeken. Wat is er aan de hand? En wat kan je met de antwoorden op jouw vragen?
• Neem een sociogram af. Het geeft je inzicht in welke relaties er in de groep zijn.
• Bekijk welke leerlingen een “etiket” hebben. Praat met deze leerlingen, hun ouders en je collega’s en vraag welke benadering bij deze leerlingen zou kunnen werken.
• Zoek uit wie de informele (negatieve) leider is van de groep. Deze leerling geef je geen speciale aandacht meer.
• Zoek uit welke leerlingen eigenlijk wel positief zijn, maar dit niet meer durven te laten merken. Deze leerlingen geef je extra positieve aandacht.
• Vraag naar het verleden van de groep. Wanneer is deze sfeer ontstaan? Wat zouden de oorzaken kunnen zijn?
• Zoek uit of je gesteund wordt door je leidinggevende, je collega’s en de ouders. Zo nee: leg je plan van aanpak voor en vraag vervolgensom hun uitgesproken steun en hulp.
In de klas zelf is het zaak om te focussen op je lessen en je klassenmanagement.
• Zorg voor een duidelijke, voorspelbare structuur en routines.
• Trek het je nooit persoonlijk aan. Het heeft niets met jou te maken, maar met groepsprocessen uit het verleden. Zie het als een uitdaging om het tij te keren.
• Benoem alle gedrag dat je ziet. Negatief gedrag kap je kort en duidelijk af, bij positief gedrag complimenteer je extra.
• Ga nooit in discussie. Spreek duidelijk je verwachtingen uit en geef twee keuzes.
• Voorkom stemverheffing. Praat zacht.
• Gebruik technieken die continue de aandacht op jou vestigen.
• Wees snel, kort en effectief.
• Blijf rustig, tactvol en lief. Zorg voor een warme ondertoon, hoe streng je ook bent.

En tot slot:
• Houd vol!!!!
• Blijf lachen!
• Koester ieder klein succesje.
• Blijf geloven in een ommekeer.

Faalangst bij leerlingen

Open

Faalangst bij leerlingen

Het lijkt wel of er steeds meer leerlingen in onze klassen zitten die lijden onder faalangst. Bang om af te gaan. Bang om fouten te maken. Bang om iets verkeerds te zeggen. Waar komt dat toch vandaan?

Zijn het de ouders die steeds hogere eisen stellen?
Is het “de maatschappij” die vindt dat iedereen perfect moet zijn?
Worden er teveel toetsen afgenomen?
Zijn wij het, de leraren, die teveel druk leggen op onze leerlingen?
Of is het misschien een aangeboren afwijking; een gemuteerd gen?

Flauwekul natuurlijk, die laatste twee. Maar ook bij de bovenste drie kun je je afvragen of het wel waar is. Maar eigenlijk gaat het niet over de oorzaken. Waar het omgaat is hoe jij er mee omgaat in de klas. Want een leerling met faalangst kan oprecht heel ongelukkig zijn. En daar hebben wij leraren last van. Want wij willen dat onze leerlingen gelukkig zijn. Maar wat kun je er aan doen, als leraar? Je kunt een leerling met faalangst natuurlijk op een cursus doen. Maar ook in de klas kun je een leerling van zijn of haar faalangst afhelpen.

Het begint bij aandacht. Er zijn leerlingen die geen faalangst hebben, maar een tekort aan aandacht. Het is belangrijk om allereerst het juiste onderscheid te maken tussen die twee. Leerlingen met een tekort aan aandacht moet je alleen aandacht geven op andere, positieve punten. Als je dat consequent doet en de aanstellerij van de leerling afkapt en verder negeert, dan zul je zien dat de faalangst als sneeuw voor de zon verdwijnt.

Leerlingen met echte faalangst kun je op de volgende manier helpen:
1. De leerling moet zich bewust worden van het moment waarop de faalangst toeslaat. Je moet de leerling aanleren om op dat moment een teken te geven. Dan kan bijvoorbeeld door iets op tafel te zetten. Dan weet jij dat je iets moet doen: vragen stellen en doorvragen.
2. Vervolgens moet je de eerste vraag stellen aan de leerling. Niet hardop in de klas, maar altijd onder vier ogen en steeds weer opnieuw zodra de leerling het teken van faalangst geeft. Deze eerste vraag is: “Wat is het allerergste dat kan gebeuren als je nu faalt?” De leerling mag daar best even over nadenken. Maar er moet uiteindelijk een (mondeling!) antwoord gegeven worden. Er mogen ook meerdere antwoorden gegeven worden. Als leraar ga je vervolgens doorvragen. “Waarom is dat zo erg?” “Kun je nog iets ergers bedenken?” “En wat gebeurt er als er nog iets ergers gebeurt?” “En wat gebeurt er dan met jou?” “En dan?” “En wat gebeurt er dan?” “En waarom is dat erg?” Enzovoort. Door eindeloos door te vragen relativeer je de angst, maar neem je de leerling ook serieus.
3. Zodra de leerling zelf die denkstappen maakt en daardoor zelf leert te relativeren, zal de faalangst afnemen. De angst voor de angst is namelijk altijd groter dan de angst zelf en de enige manier om daar doorheen te breken is door de angst hardop te benoemen.
Succes!

Pak het probleem aan

Pak het probleem aan

Ik zie in klassen regelmatig gebeuren dat de meeste leerlingen niet (willen?) nadenken. Ze beginnen er niet eens aan. Ze roepen meteen “ik snap het niet!” voordat je goed en wel hebt uitgelegd wat ze precies moeten doen. Onze leerlingen zijn lui geworden. Alles moet vanzelf gaan. Ik vind dat een probleem. Als jij het ook een probleem vindt, lees dan verder…

Heb jij ook zo’n klas? Dan wordt het de hoogste tijd om gebruik te gaan maken van de “leerkuiltechniek”. Dat wil dus zeggen dat je begint met te vertellen dat het logisch is dat ze het niet snappen. Want: als ze het al zouden snappen, dan hoefden ze het niet meer te leren! Ze hebben gewoon een probleem, en problemen zijn er om op te lossen.

Dan pak je de poster er bij (zie de gratis download in de SterkNieuws) en die hang je duidelijk zichtbaar voor de klas. Projecteren op het bord is nog beter. Vervolgens leg je de denkstappen uit die horen bij de ontwikkeling van een “growth mindset”:

  1. Ik snap het niet. Ik kan het niet.
  2. Ik stop ermee, ik leer het toch nooit. Ik heb er ook geen zin in.
  3. Maar oja… ik moet het nog leren en leren gaat stap voor stap. En zin kan je maken.
  4. Leren gaat niet vanzelf, ik moet er wat voor doen. Een echte Prof doet dat.
  5. Welk talent heb ik nu nodig? In ieder geval het talent “doorzetten”, en dat is een talent dat iedereen heeft, dus ik ook.
  6. Ik geef niet op als het lastig wordt. Ik oefen net zo lang tot ik het kan. Net als een Prof.
  7. Iedereen kan slimmer worden door te oefenen en te herhalen, dus ik ook.
  8. Ik maak een plan. Ik begin bij het einddoel. Ik schrijf stap voor stap op wat ik moet doen om het einddoel te halen.
  9. Ik begin. Ik doe het stap voor stap. Als ik vastloop ga ik een stapje terug. In geval van hoge nood vraag ik om hulp.
  10. Als ik mijn doel bereikt heb ben ik trots op mezelf. En terecht. Net als een Prof.

Je vertelt een verhaal over een voorbeeld waarbij jij zelf deze stappen hebt gezet, met resultaat. Vertel ook hoe goed je je daarna voelde. Geef ook voorbeelden van een Prof. (Voetballer, zanger, danser.)

Je laat de leerlingen zelf een voorbeeld bedenken waarin zij (zelf!) resultaat hebben behaald. Je vraagt ze hoe ze dat gedaan hebben en manipuleert ze in de juiste richting van deze stappen door samenvattende vragen te stellen. Zet dat positieve gevoel bij hen: “Denk eens aan hoe goed je je toen voelde”.

Je vraagt de leerlingen hoe ze het komende probleem gaan aanpakken. En ze gaan aan de slag.

Jullie kunnen met elkaar een quote of yell bedenken die de klas steeds herinnert aan deze “leerkuiltechniek”. Herhaal die quote of yell minimaal 7 keer hardop met de hele klas. Hang de quote of yell duidelijk zichtbaar in het lokaal. Zodra iemand zegt “ik snap het niet” of “ik kan het niet”, spoor dan de hele klas aan (met een vast teken) om de quote of yell hardop te roepen.

Succes!