Categorie archief: regels

regels

Een stappenplan om je leerlingen te leren samenwerken!

Een stappenplan om je leerlingen te leren samenwerken!

  1. Wat is samenwerken eigenlijk?

Vraag het eens aan je leerlingen: wat is samenwerken eigenlijk? Zet de uitkomsten op het bord.

  1. Wat is de volgorde?

Het is ook belangrijk dat je samen met de leerlingen de stappen beschrijft die je moet zetten én opschrijven om goed samen te kunnen werken:

  1. Wat moet er allemaal gebeuren?
  2. Welke taken zijn er nog meer?
  3. Wie wil welke rol of taak?
  4. Wat doe je als je het niet met elkaar eens bent?
  5. Wat doe je als je klaar bent met je taak?
  6. Hoe gaan jullie de gedane taken controleren?
  7. Wanneer, aan wie en op welke manier gaan jullie hulp vragen?
  8. Wat moet je voorkomen bij het samenwerken?

Ook een leuke vraag aan de leerlingen. Waarschijnlijk komen de volgende punten dan ook aan de orde:

  1. Welke ongeschreven regels gelden er?
  2. Is het erg als een iemand meer doet dan de rest?
  3. Is het erg als iemand helemaal niets doet?
  4. Aan welke eisen moet het eindproduct voldoen en hoe wordt het beoordeeld?

Dit is natuurlijk een vraag aan jou, als leraar. Zorg ervoor dat deze eisen en de procedure duidelijk en transparant zijn. Zet ze op papier of hang ze in de klas.

Veel plezier & Succes!

 

 

Tips voor het goed samenwerken met je duo-partner

Tips voor het goed samenwerken met je duo-partner

Dit doe je van te voren:
Als je parttime op een school komt te werken, is het belangrijk om goed af te stemmen met je (toekomstige) duo-partner. Je kent elkaar (nog) niet, maar toch ben je samen verantwoordelijk voor het leren en welzijn van jullie leerlingen. Goede communicatie en afstemming zijn voorwaarden om er samen een succesvolle periode van te kunnen maken.
– Regel een gesprek met je (toekomstige) duo-partner. Trek hier minimaal een uur voor uit.
– Zorg dat je al je vragen hebt opgeschreven.
– Wissel meteen telefoonnummers en e-mailadressen uit.
– Maak meteen een afspraak om bij je duo-partner in de klas te komen kijken.

Dit bespreek je:
Er gelden in het onderwijs veel ongeschreven regels en onuitgesproken verwachtingen. Maak meteen duidelijk dat je nieuw bent en dus helemaal niets weet. Stel je open op, stel vragen.

Vraag naar:
– De verwachtingen die jouw nieuwe collega van jou heeft:
– Gebruik van methodes
–  Afnemen van toetsen
– Communicatie naar ouders en externen
– Registratie in Parnassys (of een ander programma)
– Afspraken m.b.t. communicatie en overdracht tussen jullie
– Het opruimen en netjes houden van het lokaal
– Pleinwacht lopen en externe uitjes
– Rapporten

De school- en klassenregels en de consequenties van overtreding:
o Toiletgebruik
o Materialen en spullen
o Gedrag (klas – gang – plein)
o Gebruik digitale middelen
o Taken van leerlingen

Leerlingen en de communicatie met ouders en externen:
o T.a.v. zorg
o Plattegrond
o Niveaus
o Instructiegroepen

Routines in de klas:
o Luisterhouding
o Instructie
o Leswisselingen
o Nakijken
o Hulpmiddelen

Tot slot: vraag naar de sfeer in de lerarenkamer 😊

Leer je klas in vijf stappen “klaar af” te zitten!

Leer je klas in vijf stappen “klaar af” te zitten!

Klaar Af! is een zeer effectieve techniek uit “Teach like a Champion” waarmee je ervoor zorgt dat je snel kunt beginnen met je les.

Het is van belang dat je deze techniek iedere les op dezelfde wijze toepast. En daar ook heel consequent in bent.

  1. Wees duidelijk over wat ze nodig hebben voor de les (maak een lijstje met minder dat 5 punten en gebruik altijd hetzelfde lijstje).
  2. Stel een tijdslimiet in.
  3. Gebruik een standaardstraf.
  4. Geef leerlingen die er tijdig achter komen dat ze iets nodig hebben (pennen/ papier) vervangend materiaal, zonder dat je daar verder consequenties aan verbindt.
  5. Huiswerk (van het inleveren aan het begin van de dag en controleer of iedereen alles ingeleverd heeft).

Het is leuk om er een wedstrijd van te maken; houd de tijd dan bij met een stopwatch. En zorg voor een beloning bij het behalen van een streeftijd.

Wil je een voorbeeld zien? Bekijk dan dit filmpje.
Je ziet een basisschoolklas, maar deze techniek werkt in alle klassen, met leerlingen van 4 tot 99 jaar.

KLAAR? AF!

download

Het Blaascollege. Plassen, sassen, pipi machen… alles voor de zwakke blaas.

Het Blaascollege.
Plassen, sassen, pipi machen…
alles voor de zwakke blaas.

“Juf, mag ik naar de WC?”
“Je weet best dat je dat in de pauze moet doen.”
“Ja, maar ik moet echt heel nodig.”
“Nou, voor deze ene keer dan.”

En natuurlijk bleef het niet bij “deze ene keer”. Ik trapte er altijd in. Zwakke blaas, ongesteld, echt heel, heel, heel nodig, vergeten om te gaan, anders doe ik het in mijn broek… met iedere smoes (mits een beetje goed verteld) kreeg je bij mij toestemming om op de gang te vertoeven.
Gek werd ik er van.
Vooral als ik er op aangesproken werd door mijn collega’s. “Bij jou mogen ze altijd naar de WC.” Ja, best vaak…

Gelukkig hebben we daar nu een oplossing voor. Wel voor alles boven een bepaalde leeftijd (iedereen met blaascontrole), want ik heb het gevoel dat het bij leerlingen tot een jaar of 8 toch iets anders werkt.

De oplossing heet: “Het Blaascollege” en is bedacht door Juf Manon, leraar Biologie.

Het Blaascollege:
1. Een leerling vraagt of hij/ zij naar het toilet mag.
2. Jij vraagt: hoe laat ben jij voor het laatst geweest?
3. Vervolgens ga je samen rekenen (met pen, papier en rekenmachine):
a. Een uur geleden? Dat is dus 60 minuten.
b. Per minuut wordt 1,4 ml urine geproduceerd: 60 x 1,4 ml = 84 ml.
c. Een blaas kan zo’n 800 ml zonder problemen opslaan.
d. Ergo: je hoeft pas over 8 uur echt naar de WC.
e. Extra tip: huppen helpt.
f. Alleen bij echte blaasproblemen mag je naar de WC. Dus op doktersvoorschrift.
4. De volgende site dient ter illustratie: http://www.wikiwand.com/nl/Urineblaas. Hier kun je natuurlijk ook een hele les aan wijden…

Succes!

De regels van anderen… hoe ga jij daarmee om?

De regels van anderen… hoe ga jij daarmee om?

Er zijn wel eens regels waar je het eigenlijk niet mee eens bent. Bijvoorbeeld de regels van de school. Toen ik dramalessen gaf op een grote MBO-school had ik er bijvoorbeeld best veel moeite mee.

Voorbeelden?
Er mochten geen petten gedragen worden. Maar tijdens de les vond ik het tijdens het maken van toneelstukjes en sketches natuurlijk logisch dat er wel een pet gedragen werd.
Er mocht niet gedronken worden in de les. Maar ik had vaak blokuren, waarin flink bewogen werd. Natuurlijk kreeg iedereen op gezette tijden dorst en er was ook nog eens een kraan aanwezig in het lokaal.
Mobiele telefoons waren verboden. Maar ik deed vaak een kahootquiz om te kijken wie had onthouden wat ze vorige les hadden geleerd en daarvoor heb je toch echt een telefoon nodig.
De leerlingen mochten niet naar het toilet tijdens de les. Maar er was altijd wel een meisje dat prompt haar periode kreeg en dus streek ik weer over mijn hart. Controleren is ook weer zo wat in zo’n geval.

En zo waren er nog wat schoolregels waar ik in de praktijk “last van had” en ja… ik lapte ze dus aan mijn laars. En de eerste paar maanden ging dat goed. Tot het moment dat drie leerlingen doodleuk de klas binnenwandelden met een kop thee. Ik had het niet in de gaten, want ik was in gesprek met een leerling die nogal emotioneel was en net haar verhaal aan mij deed. Vlak achter de drie leerlingen stormde de directeur mijn lokaal in, die razendsnel zag hoe de vlag erbij hing: thee, flesjes water, telefoons, petten en een juf die er niets van zei. Oeps.

Natuurlijk werd ik op het matje geroepen en mij werd vriendelijk doch dringend verzocht mij aan de regels te houden. Hoe ging ik dat voor elkaar krijgen? Ik wilde me niet aan de schoolregels houden, maar ik moest wel. De directeur had eigenlijk gewoon gelijk. De sfeer in mijn lessen was ronduit chaotisch geworden. Ik had veel minder orde dan aan het begin van het schooljaar en de leerlingen gingen met me in discussie als ik eens iets verbood (zoals bijvoorbeeld de thee). Ik was niet (meer) consequent. En eigenlijk had ik daar wel last van.

Hoe heb ik het opgelost?
Ik heb de schoolregels weer in ere hersteld, met de leerlingen doorgenomen en duidelijke procedures met ze opgesteld:
1. Pet af in de klas. Als je een pet op wilt in een toneelstuk, dan krijg je er een van de juf.
2. Niet drinken in de les. Sorry. Geen uitzonderingen.
3. Telefoon inleveren bij de juf. Ik deelde ze uit als het echt nodig was (voor een opname of een quiz).
4. Toiletbezoek verboden. Sorry dames. (En prompt bleven de periodes uit.)

Het heeft me een maand strijd gekost, maar daarna verliepen mijn lessen weer prima. Er was weer rust, orde en structuur.
Dus helaas: schoolregels, daar moet je je gewoon aan houden.
Anders moet je een andere school zoeken. Of een andere baan.

Geen gedonder op het schoolplein

Geen gedonder op het schoolplein

Op de meeste scholen wordt er in de pauzes lekker gespeeld. Leerlingen rennen over het plein, doen spelletjes of hangen heerlijk rond.

Op sommige scholen is het iedere keer weer raak. Ruzies en vechtpartijen. Kinderen die niet mee mogen doen van andere kinderen. Ballen die te hard geschoten worden. Spullen die afgepakt worden. Geschreeuw en gehuil. De pleinwacht heeft het er dan erg druk mee…

Er zijn veel programma’s op de markt die leerlingen kunnen leren hoe ze beter met elkaar kunnen omgaan. Meestal zijn dit programma’s die uitgevoerd worden in de klas. De transitie naar het schoolplein (laat staan naar “na schooltijd”) wordt niet door alle leerlingen gemaakt.

Er zijn ook trainingen waarbij leerlingen geleerd wordt om als (peer)mediator op te treden tijdens conflicten op het plein. Ze zijn vaak herkenbaar aan hesjes of T-shirts en doordat ze hebben geleerd hoe ze om kunnen gaan met conflicten, is het veel leuker op het plein dan daarvoor.

Maar stel nou dat het opleiden van leerlingen tot mediator schoolbreed geen optie is? Wat kan je dan doen als leraar? Heel veel! Ik heb een “opleidingsplan in 9 stappen” gemaakt dat jou kan helpen!

Het maakt echt niet uit hoe oud jouw leerlingen zijn. Deze aanpak werkt zowel bij 4- als bij 16-jarigen; alleen je taalgebruik pas je aan).
Je kunt met jouw (mentor)klas het goede voorbeeld geven en je eigen “mediators” opleiden. Hoe zou je dat kunnen doen?

Een opleidingsplan in 9 stappen (je zou hier een maand over kunnen doen):

1. Je vertelt dat jouw doel van de komende maand is dat men zich “positief gedraagt” op het plein (gang, onderweg naar de gymzaal, na schooltijd, enzovoort).

2. Je vraagt aan de leerlingen hoe zij willen dat men buiten de klas (op de gang, op het plein en na schooltijd) met elkaar omgaat.
a. De leerlingen die positief gedrag benoemen, versterk je.
b. De leerlingen die negatief gedrag benoemen, negeer je.

3. Uit alle inzendingen destilleer je 3 tot 5 (positief geformuleerde) regels. Deze schrijf je op het bord. Je laat twee vrijwilligers deze regels over nemen op een groot vel papier en je hangt het papier in het lokaal.

4. Je vraagt aan de leerlingen hoe het mogelijk wordt dat iedereen (in deze klas) zich aan deze regels gaat houden. Benadruk dat het niet voor alle leerlingen even makkelijk is, maar dat iedereen het kan leren.

a. Het noemen van consequenties wuif je niet weg; je vertelt dat dit op een later moment aan de orde komt.

b. Alle suggesties die in de richting van “helpen door….” wijzen, beaam je en noteer je.

c. Je mag sturen in de richting van mediation. Als jullie ergens anders uit komen, dan is dat ook prima.

5. Je verzamelt alle suggesties. Je gaat alle suggesties met de leerlingen uitproberen. Dan kan met rollenspelen, het liefst buiten de klas. Per keer probeer je een suggestie en je bespreekt het rollenspel meteen na: Wat werkte wel en wat werkte niet?

6. Zodra jullie als groep iets hebben gevonden wat werkt, dan wordt de werkwijze (in een paar stappen) op een groot papier gezet en opgehangen.

7. Je vraagt wat een goede consequentie zou kunnen zijn voor het je niet houden aan deze werkwijze. Zijn er ook uitzonderingen mogelijk? Welke leerlingen hebben extra hulp nodig om geen consequenties op hun dak te hoeven krijgen? Hoe ziet die hulp eruit? En hoeveel waarschuwingen mogen gegeven worden? En door wie? Jij kiest de consequentie. Je zet de afspraak hierover op een kleiner papier en hangt het op naast de andere poster.

8. Iedere leerling committeert zich aan de consequenties en de werkwijze, door handopsteking (of iets anders).

9. Je evalueert dagelijks kort en past aan zodra dat nodig is.

Ik wens je veel plezier en succes!

Orde in de zaal!

Orde in de zaal!

In een zaal vol met mensen is het als spreker niet altijd makkelijk om de orde te bewaren of terug te nemen. Er gebeurt namelijk zoveel, er zijn zoveel prikkels, dat men afgeleid en bezig is met hele andere dingen en eigenlijk vergeten is dat jij iets belangrijks te vertellen hebt…

In een klas is het eigenlijk precies hetzelfde.

Er zijn twee redenen waarom je de orde verliest:

1. Je pakt het onhandig aan. Je didactiek is niet in orde, je legt niet goed uit, je spreekt een leerling verkeerd aan

2. Je laat het er bij zitten:
a. Je voelt je niet verantwoordelijk
b. Je denkt dat je er geen last van hebt
c. Je durft geen grenzen te stellen
d. Je weet niet goed wat je moet doen
e. Je weet wel wat je moet doen, maar je kunt het (nog) niet
f. Je bent bang om het nog erger te maken

In het eerste geval is het belangrijk om serieus te luisteren naar de signalen uit de klas. Je leerlingen zijn dan waarschijnlijk in opstand gekomen, omdat jij iets verkeerd, of onhandig hebt aangepakt. In dat geval helpt dit stappenplan:

1. Leg de les stil en vertel je leerlingen dat je serieus naar ze zult luisteren, en dat je daar hun hulp bij nodig hebt.

2. Jij vertelt de regels en de procedure (en daar houd je de leerlingen aan).

3. Je inventariseert de “klachten” en vraag om serieuze (!) oplossingen.

4. De oplossingen inventariseer je ook.

5. Je kiest de oplossing(en) die voor jou werken en je vraagt commitment aan de leerlingen door hun hand op te laten steken.

6. Je gaat verder met de les (als daar nog tijd voor is…).

In het tweede geval is sprake van een ordeprobleem. Hier is het belangrijk om na te gaan wat jij wilt. Pas als je dat op een rijtje hebt, kun je verder:

1. Welke regels vind jij echt belangrijk?
2. Wat mogen de leerlingen beslist niet?
3. Wat verwacht jij van de leerlingen?
4. Wat verwachten de leerlingen van jou?
5. Wat kunnen de leerlingen verwachten als zij zich niet aan het voorgaande houden?

Als je de antwoorden hebt op deze vijf vragen, dan kun je die aan de leerlingen vertellen. En ze vragen om zich hier aan te committeren. En dan kun je opnieuw beginnen.

En het is waarschijnlijk heel verstandig om bij dit proces hulp te vragen aan een collega.

Het is dan wel heel belangrijk om consequent te zijn en te blijven. In het begin kost dat veel geduld en moet je steeds opnieuw beginnen. Want leerlingen zijn a. gewoontedieren en b. snel afgeleid…

(Vrij naar “Een leraar van Klasse” van Bram Lagerwerf en Fred Korthage)

Leerplicht… lekker saai?

Deze week een lekker saai onderwerp. Hoera!
In Nederland kennen wij leerplicht. Gelukkig wel. Maar weet jij precies hoe het zit? Wanneer een leerling vrij mag van school? En wat doet de leerplichtambtenaar precies?

Deze week: acht vragen over leerplicht.

Omdat ik het zelf eerlijk gezegd nooit zo goed op een rijtje had.

En omdat er vlak voor de zomervakantie altijd ouders kwamen met de vraag of ze een dag eerder op vakantie mochten.

Tip: Die ouders verwijs je altijd meteen door naar de directeur (of diens plaatsvervanger).

1. Wat doet de leerplichtambtenaar?

De leerplichtambtenaar:
a. Voert gesprekken met ouders en leerling bij ongeoorloofd verzuim. Dus als een leerling te vaak te laat is of veel spijbelt kan je een gesprek aanvragen.
b. Als een gesprek niet het gewenste effect heeft, kan hij of zij sancties opleggen of hulpverleningsinstanties inschakelen.
c. Ook kan hij of zij adviseren over school- of beroepskeuze en over verlofaanvragen. Dus als jij het niet weet, dan kun je hem of haar gewoon bellen.

2. Wat wordt er van de school verwacht?

Scholen zijn verplicht om:
a. Een melding te doen bij regelmatig (ongeoorloofd of twijfelachtig) verzuim.
b. Een andere school te zoeken als een leerling niet op deze school kan blijven.
c. Een leerling te melden bij de gemeente als de leerling de school zonder startkwalificatie verlaat.

3. Wat wordt er van de ouders verwacht?

Ouders zijn verplicht:
a. Hun kind op een school in te schrijven.
b. Er op toe te zien dat hun kind op tijd op school is en alle lessen volgt.

Niet verplicht maar wel handig als ouders:
a. Overleggen met school als hun kind het niet naar de zin heeft op school of spijbelt.
b. Een goed contact hebben met de mentor.

4. Wanneer krijgt een leerling extra vrije dagen?

Alleen dan:
a. Verhuizing;
b. Religieuze verplichtingen;
c. Huwelijk van bloed- of aanverwanten;
d. Viering van 12,5-, 25-, 40-, 50- of 60-jarig huwelijksjubileum van ouders of grootouders;
e. Ernstige ziekte of overlijden van bloed- of aanverwanten;
f. Zogenoemde “andere gewichtige omstandigheden”; onverwachte omstandigheden die niet uitgesteld kunnen worden en buiten de wil van de ouders zijn gelegen.

Luxeverzuim:
a. Familiebezoek in het buitenland;
b. Vakantie in een goedkopere periode;
c. Vakantie omdat er geen ander moment geboekt kan worden;
d. Eerdere of latere terugkeer vanwege verkeersdrukte;
e. Verlof omdat andere kinderen in het gezin (al) vrij zijn;
f. Vakantiespreiding;
g. Samen willen reizen;
h. Verlofperiode van ouders vanwege een levensloopregeling.

In het geval van luxeverzuim kan de leerplichtambetnaar proces-verbaal opmaken.

5. Wanneer mag een leerling wel buiten de schoolvakantie op vakantie?

Nou nee. Dat mag dus niet. Behalve als het beroep van een van de ouders het onmogelijk maakt om in een schoolvakantie 14 dagen op vakantie te gaan.

En dan zijn daar 4 voorwaarden aan gekoppeld:
1. Het verlof moet minimaal 8 weken van te voren schriftelijk worden aangevraagd bij de directeur.
2. Er moet een werkgeversverklaring worden overhandigd.
3. Het verlof mag maar een keer per jaar voor een aaneengesloten periode van maximaal 10 schooldagen worden verleend.
4. Het verlof mag niet vallen in de eerste twee weken van het schooljaar.

6. En wie neemt de beslissing over een verlofaanvraag?

De directeur beslist in principe. Hij of zij kan advies vragen aan de leerplichtambtenaar.
Als het gaat om meer dan 10 verlofdagen, dan beslist de leerplichtambtenaar.
Er is een mogelijkheid tot bezwaar en beroep.

7. En wat gebeurt er als niets helpt… het ongeoorloofd verzuim gaat door?

De leerplichtambtenaar wordt ingeschakeld:
a. Leerlingen vanaf 12 jaar worden zelf aangesproken op hun verzuimgedrag, zij zijn dan medeverantwoordelijk.
b. Jongeren die hun afspraken niet nakomen, worden verwezen naar bureau HALT.
c. Er wordt een proces-verbaal opgemaakt en daarmee komt de leerling bij Justitie terecht. Een boete kan volgen.
d. Er kan een zorgmelding gedaan worden bij Bureau Jeugdzorg.

Het doel is altijd dat de leerling weer terug gaat naar (een) school.

8. De startkwalificatie

Een startkwalificatie = een diploma havo, vwo of mbo (minimaal niveau 2).
Een leerling van 18 tot 23 zonder startkwalificatie wordt ook verwezen naar de leerplichtambtenaar.
Er wordt dan gekeken welke mogelijkheden er zijn, of de leerling wordt doorverwezen naar een RMC.
Een geschikte baan of dagvoorziening behoort ook tot de mogelijkheden.

Pfff… nou dat was saai. Maar wel nuttig, hoop ik.