Categorie archief: werken

werken

Vijf tips voor minder werkdruk in het Onderwijs

Vijf tips voor minder werkdruk in het Onderwijs

Besturen, de overheid, directeuren en wijzelf zijn de oorzaak van de enorme werkdruk in het onderwijs.
De overheid, omdat die steeds van beleid en plannen wisselen.
Besturen, omdat zij bang zijn de controle te verliezen zonder bureaucratische regelgeving.
Directeuren, omdat zij enorm hun best doen in opdracht van die besturen.
Wijzelf, omdat wij perfectionistisch zijn, bang om iets fout te doen en omdat wij hopen dat mensen ons waarderen als wij ons werk doen zoals men verwacht.

Helaas hebben wij weinig tot geen invloed op de overheid en ons bestuur, maar wij kunnen wel als team met onze schoolleiders gaan praten over “hoe het anders zou kunnen”. Klagen is wel lekker maar helpt niet. Samen plannen bedenken en uitvoeren om de werkdruk te verminderen helpt wel.

Leg al jullie taken en bezigheden eens langs de volgende meetlat:
1. Zijn alle handelingen eenvoudig? Gemakkelijk uit te voeren? Handig in het gebruik?
2. Hoeveel tijd kosten de handelingen? Kan het in minder tijd? Kan het geschrapt?
3. Is het nuttig? Dient het een relevant doel?
4. Voel ik mij nuttig als ik dit doe? Draagt het bij tot mijn professionele houding?
5. Zijn de opbrengsten duidelijk? Gaat het om kwaliteit en inhoud?

Misschien heb je zelf ook nog wat puntjes voor de meetlat. Deel ze dan vooral met ons in het commentaarveld.
In ieder geval: ga ermee aan de slag. Trek de stoute schoenen aan, vorm een team en maak plannen!
Succes !

Zorg voor MINDER werkdruk in het onderwijs!

Een professionele houding in het onderwijs

Een professionele houding in het onderwijs

Ik betrap me erop dat ik van veel collega’s vind dat ze weinig professioneel zijn. Aan de ene kant vind ik dat niet kunnen; wie ben ik dat ik mag oordelen over anderen? Aan de andere kant vind ik het in belang van leerlingen dat leraren hun werk goed doen. Is het dan zo dat je alleen je werk goed kunt doen als je “professioneel” bent? En wat is professioneel dan?

Volgens Van Dale:
Betekenis ‘ professioneel ‘
Je hebt gezocht op het woord: professioneel.

pro•fes•si•o•neel (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord)
1 van beroep
2 aan het beroep eigen
3 (als) van een vakman: een professionele aanpak

Hm. Hier kan ik niet zoveel mee. Ik denk dat wij tegenwoordig iets anders bedoelen met professioneel. Iets als “zakelijk”. Maar dan anders.

Ik heb vijf aspecten gevonden die m.i. horen bij de professionele beroepshouding van een leraar:
1. Persoonlijke eigenschappen: sociaal vaardig, gedisciplineerd, initiatiefrijk, besluitvaardig en pragmatisch.
2. Een mooie balans kunnen vinden tussen begrip tonen en grenzen stellen; op de juiste wijze assertief zijn.
3. Willen blijven (bij)leren. Ontwikkelingen in de wereld gaan snel. Het is de taak van de leraar om leerlingen voor te bereiden op hun taak in de wereld. Dat betekent dus dat een leraar op te hoogte moet zijn van de laatste ontwikkelingen.
4. De leraar staat centraal. Alleen een leraar die zichzelf centraal stelt kan iedere leerling datgene bieden wat hij of zij nodig heeft.
5. Ontwikkelde vaardigheden: pedagogisch, didactisch en reflectievermogen.

En nu ben ik heel benieuwd of jullie het hier mee eens zijn… en als dat zo is: hebben wij dan dezelfde mening over de professionaliteit van sommige collega’s? Of betekent dit dat wij daar nog steeds niet over mogen oordelen?

Hm…

Het onderwijs in Portugal

Het onderwijs in Portugal

Ik ben nu op vakantie. In Portugal. En dan kan ik natuurlijk een weekje overslaan. Maar ik denk natuurlijk dat ik compleet onmisbaar ben in jullie leven, dus heb ik toch een blog geschreven. En om in de stemming te blijven, gaat deze blog over “Het onderwijs in Portugal”.

Onderwijs in Portugal is openbaar (gratis) of particulier (betaald en meestal RK).
Kinderen van 3 tot 5 kunnen naar de kleuterschool. Dat is niet verplicht; de leerplicht begint pas vanaf 6 jaar. Er zijn niet zoveel kleuterscholen; eigenlijk alleen in de grote steden.

De lagere school is voor kinderen van 7 t/m 15 jaar; daarna stopt de leerplicht. Veel leerlingen stoppen dan met school en gaan werken. Het functioneel alfabetisme is in Portugal daardoor een van de hoogste van Europa.

Het lager onderwijs is verdeeld in 3 fasen. Men krijgt een diploma na het slagen voor het afsluitende examen aan het eind van de 3e fase. Er is een enorm verschil tussen de kwaliteit van zowel voorzieningen als het onderwijs zelf, tussen de steden en het platteland. Op sommige plattelandsscholen wordt er zelfs nog les gegeven aan ochtend- en middagploegen.

Secondair onderwijs is voor 15-18 jarigen. Er kan gekozen worden tussen een algemeen vormende opleiding, een beroepsopleiding of een gespecialiseerde vakopleiding. Daarna kan toelatingsexamen gedaan worden voor HBO of Universiteit. Er zijn enorme kwaliteitsverschillen tussen opleidingen; hoe rijker je ouders, des te beter de opleiding die je kunt volgen.

De laatste jaren is er veel aandacht geweest voor het zg. tweedekansonderwijs. De overheid wil hiermee het enorme analfabetisme terugdringen. Door vooroordelen en vastgeroeste systemen lijkt dit echter maar langzaam te lukken.

Kortom: wij boffen in Nederland met ons onderwijs. En onze leerlingen zeker!

Ik wil wel maar die ander wil niet

Ik wil wel maar die ander wil niet 

“Make them an offer they can’t refuse”.

Het klinkt bijna als een relationele crisis.
Jij wilt trouwen, maar je vriendin wil dat niet. Jij wilt op vakantie naar Griekenland, maar je man wil naar Zweden. Jij wilt dat je zoon zijn kamer opruimt, maar jouw zoon vindt dat niet nodig.
Allemaal onderwerpen waar je ruzie over kunt maken, of in ieder geval de ander kan proberen te overtuigen van jouw gelijk. Omdat je een relatie hebt met die ander; verbonden bent.
Maar wat nou als het iemand betreft die je nog helemaal niet kent? Of iemand die in de hiërarchische ladder “hoger” staat dan jij? Zoals een toekomstige duo-partner. Of de directeur van een school waar je komt te werken?

Vorige week gaf ik tips voor het samenwerken met een (toekomstige) duo-partner. En vervolgens kreeg ik de vraag: “Wat doe ik als die ander weigert om tijd voor mij te maken?”
Goede vraag. Je kunt de ander niet dwingen. En omdat je nog geen relatie met die ander hebt, is het moeilijk om invloed op diegene uit te oefenen. Dat jij je professioneel opstelt, is nog geen garantie dat een ander dat ook doet.

Er zijn vier dingen die je wel kunt doen.
1. Je vertelt de ander dat je heel graag wilt dat diegene wel die tijdsinvestering doet. Omwille van de kinderen. Daar willen jullie toch allebei het beste voor? Bovendien gaat het de ander heel veel meer tijd en energie kosten als dingen mislopen door een gebrekkige communicatie. Blijf in dit gesprek bij jezelf; maak duidelijk wat jij wilt en waarom. En: “Make them an offer they can’t refuse”. Beloof desnoods gebak mee te nemen.

2. Ga naar de directeur en vraag wat er van jou wordt verwacht als invaller. Als uit dat gesprek komt dat het gebruikelijk is dat er een overdracht plaatsvindt, dan kun je hem/ haar om hulp vragen om deze overdracht geregeld te krijgen. Leg de schuld niet bij de onwillige ander, maar zeg eerlijk dat je het moeilijk vindt om dit te vragen omdat de ander duidelijk bij jou heeft aangegeven geen tijd te hebben.

3. Je gaat gewoon aan de slag. Je maakt de leerlingen duidelijk dat het gaat zoals jij wilt op de dagen dat jij er bent. En dat alles dus anders gaat dan bij de andere juf. En dat ze dat heel goed kunnen; als ze gaan spelen bij een vriendje dan zijn de regels ook heel anders dan thuis. Zorg dat je dan wel heel sterk in je schoenen staat en heel consequent ben.

4. Je bedankt voor de opdracht. Je wilt alleen werken op een school met medewerkers met een professionele opstelling. Communiceer dat duidelijk en blijf bij jezelf.

Wat je ook kiest: kies een reactie die bij jou past. Succes!

Ouderwets = uit de tijd … dus weg ermee!

Ouderwets = uit de tijd … dus weg ermee!

Als ik naar het onderwijs kijk vandaag de dag, dan vind ik eigenlijk dat er niks is veranderd. Meer dan 100 jaar geleden zaten er heel veel kinderen van dezelfde leeftijd in de klas en er stond een leraar voor, die erg zijn best deed om zo goed mogelijk les te geven.
Wat is er dan anders?
Niks!

Ja oké, de techniek is de school ingekomen. We weten meer. De kinderen hebben een andere rol in het gezin dan 100 jaar geleden. De zaterdag is tegenwoordig een vrije dag. De maatschappij is veranderd. Gelukkig maar; ik moet er persoonlijk niet aan denken dat alles nog steeds hetzelfde is als 100 jaar geleden. Lijfstraffen, ezelskoppen, speciale opdrachten voor meisjes…
Maar als je nog eens kijkt naar de schoolklassen van toen en van nu… we doen nog steeds ontzettend onze best om zo goed mogelijk les te geven aan een (grote) groep leerlingen in een klaslokaal. Betekent dat dat het onderwijs ouderwets is?
Ouderwets wordt toch gezien als een beetje een “vies woord”. Uit de tijd. Achterhaald. Verleden tijd. Onderwijs is toch niet ouderwets meer? We hebben toch alles uit het verleden wat niet werkt de school uitgegooid?

Nou nee. We hebben van alles de school ingegooid waarvan men roept dat “het nieuw en dus goed is”. En sluipenderwijs heeft men wat ouderwetse dingen de school uitgezet. Maar wie zijn toch die “men”?
Ik ben er achter. Die “men” dat zijn onderwijskundigen die nog nooit een klas van dichtbij gezien hebben. Onderwijskundigen die dingen bedacht hebben, maar nooit onderzocht hebben of dat wat zij bedacht hebben wel werkt op onze scholen. Onderwijskundigen die veel contacten hebben in de politiek. Onderwijskundigen die ongetwijfeld verstand hebben van heel veel dingen, maar beslist niet van het dagelijkse onderwijs. En met hun ideeën zijn er veel goede technieken uit de klas verdwenen.

Ik pleit er voor om een paar ouderwetse technieken terug te halen in onze klassen. Ouderwets kan dan wel stom klinken, maar deze ouderwetse technieken werken. Ze zorgen ervoor dat onze leerlingen die dingen leren die ze moeten leren. En ik pleit er ook voor om een aantal nieuwe technieken te behouden. Omdat ze goed zijn voor onze leerlingen. Dan ben ik maar ouderwets.

1. Leerlingen zijn geen volwassenen. Hun hersenen zijn nog niet volgroeid, dus ze kunnen die nog niet volledig benutten. Ze zijn dus niet in staat om goed-doordachte beslissingen te nemen. Het is de taak van de leraar om ze daar bij te helpen. Die moet heel goed weten wat een leerling wel niet zelf kan beslissen. Een leraar moet dus duidelijke keuzes bieden.
2. Het digibord is fantastisch en het moet blijven. Maar hang er alsjeblieft een krijtbord naast; haal dat whiteboard weg. Krijtborden zijn een must voor degelijk schrijfonderwijs. En iedere leerling kan lezen wat er op staat; ook achterin het lokaal. Dat heb ik op een whiteboard nog niemand voor elkaar zien krijgen.
3. Zorg dat je goed weet wat de leerlingen moeten weten en kunnen: ken je leerlijnen. Leg daar de methode naast. Gebruik de methode als handreiking en niet als wet.
4. Leraar zijn is een vak. Er wordt veel van je verwacht en je hebt een enorme verantwoordelijkheid. Gedraag je daar ook naar. Ga terug op je voetstuk; profileer je als deskundig en laat je ook als zodanig betalen.
5. Tafels stampen. Rijtjes opzeggen. Strafregels schrijven. Fouten verbeteren. Onze hersenen zijn geprogrammeerd om iets te onthouden als we het a. mondeling herhalen en b. opschrijven. Liefs minimaal 7 keer. Sorry, maar het werkt.
6. Kleuters leren door spelen. Liedjes zingen. Rijmpjes. Bewegen. Voordoen. Herhalen. Meedoen. Rituelen. En ze kunnen niet langer dan 5 minuten achter elkaar luisteren.
7. Nee, alsjeblieft niet het Wilhelmus, maar het is goed om iedere dag te zingen. Ja, met alle leeftijden. Voor mijn part met YouTube en ondertitels, maar zing met je klas minimaal een lied per dag.
8. Kinderen hebben knuffels nodig. Geen panda’s, maar op schoot zitten en een troostende arm horen erbij. Een beetje meer vertrouwen in onze mannelijke collega’s mag best.
9. Jongens mogen stoeien en flinke competities houden. Rennen. Duwen. Hun kracht en uithoudingsvermogen testen. Spreek wel goed af waar, wanneer en met welke regels. En laat een man het regelen; die snapt het.
10. Leerlingen (en hun ouders) zijn niet van suiker. Je mag ze dus aanspreken op hun gedrag. Je hoeft je niet altijd te verdedigen; soms heb je gewoon gelijk omdat jij de leraar bent. Punt.

En hoe ouderwets ben jij?

Mijn lesprogramma zit zo vol…

Mijn lesprogramma zit zo vol…

De laatste jaren hoor ik dat zo verschrikkelijk vaak van leraren: “Mijn lesprogramma zit zo vol, dat ik dat echt niet ook nog met mijn leerlingen kan doen”.
Veel leerlingen vallen dan uit op lezen of rekenen. Of er is veel ongewenst gedrag in de klas. Of er moet weer ergens aandacht aan besteed worden omdat het in de media aandacht heeft gekregen. Of de klas is continue druk, onrustig.
Ik hoor het ook vaak van leraren die groep 3 hebben. Of een mentorklas. Of een examenklas. Of een combinatiegroep. Of veel zorgleerlingen.
De druk van buiten de klas wordt steeds groter. Er komt van alles jouw school binnen, en jij hebt er maar mee te dealen. Alsof je nog niet genoeg te doen hebt.
Ik heb een paar vragen voor je: Wil je ook echt alles doen? Of voel je je verplicht om te doen wat “men” van jou verwacht? Heb je het gevoel dat je faalt als je niet alles doet wat op het programma staat voor die dag?

….. (bedenktijd)

Ik ga je hier niet vertellen wat jij moet doen. Ik ga je vertellen wat je zou kunnen doen. Je zou namelijk kunnen kiezen voor dat wat echt belangrijk is. En de rest laat je of breng je ergens anders onder.

Elf tips om te kunnen kiezen voor wat belangrijk is:
1. Kijk heel goed naar jouw klas en beslis waar jij de focus op wilt leggen. Kies daarvoor. Sta op voor jezelf en vooral voor jouw leerlingen.
2. Leerlingen moeten voldoende tijd krijgen om de basisvaardigheden te kunnen oefenen. Lezen, rekenen, schrijven, spellen… daar moet je meer tijd insteken dan er op de meeste lesroosters staat. Focus daar dus op.
3. Sociaal-emotionele ontwikkeling is net zo belangrijk. Heb je daar een methode voor? Bedenk dan voor jezelf op welke manier je de oefeningen uit die methode kunt gebruiken tijdens je andere lessen.
4. Lessen die je minder belangrijk vindt dan de rest (zoals verkeer of aardrijkskunde in de onderbouw) geef je op een andere manier: je verwerkt de doelen in kring- of klassengesprekken of in je creatieve lessen.
5. Zorg dat je de leerlijnen goed kent; zo kun je goed kiezen welke lessen in een methode je kunt overslaan en dan weet je ook waar je extra aandacht aan moet besteden.
6. Geef effectief les. Volg het Expliciete Directie Instructie Model en gebruik de technieken uit “Teach like a Champion”.
7. Praat minder. Verhalen vertellen moet, maar zorg dat al je instructies kort en bondig zijn.
8. Bedenk bij alles wat je extra moet: “wat gebeurt er als ik dit niet doe?”
9. Hoe gelukkiger de leerlingen zijn, hoe meer en hoe sneller ze leren. Een veilig klassenklimaat met veel structuur en duidelijkheid zorgt ervoor dat leerlingen gelukkig zijn. Zorg ervoor dat dat allereerst op orde is.
10. Jij bent degene die het verschil maakt voor de leerlingen. En jij weet het beste hoe je dat moet doen. Doe dat dus ook en laat je niet van de wijs brengen door anderen.
11. En als je jezelf bestempelt als perfectionist: vergeet het. Perfectie bestaat niet. Helaas.

Succes!

Het is weer tijd om oudergesprekken te voeren.

Het is weer tijd om oudergesprekken te voeren.

Tien-minutengesprekken, adviesgesprekken, contactavonden, tafeltjesavonden, enzovoort…

Dus het is weer tijd om weer even wat tips op een rijtje te zetten:

1. Begin met het vertellen van iets leuks over de leerling. Of laat iets moois zien. Een foto, een werkstuk, een hoge score.

2. Vertel het doel van het gesprek en benoem de tijdsduur. Het is natuurlijk prima als er ook andere zaken besproken moeten worden, maar maak daar dan een aparte afspraak voor.

3. Stel vragen aan de ouder(s). Toon oprechte belangstelling.

4. Je voorkomt weerstand door “een opgeheven vingertje” en “ongevraagde adviezen” achterwege te laten.

5. Luister heel goed naar wat ouders te vertellen hebben. Vermijd bagatelliseren en relativeren. Neem alle verhalen serieus.

6. Bij “slecht nieuws” benoem je specifiek en expliciet het gedrag of de scores. Wees duidelijk en voorkom “wollig inkleden”. Geef ouders meer dan voldoende tijd om de schok te verwerken en vraag vervolgens of dit gedrag/ deze scores verwacht werden.

7. Vraag ouders om hulp en advies; ook als je zelf oplossingen hebt bedacht. Bespreek daarna alle mogelijk oplossingen en laat de mening van de ouders meewegen. Als je de ouders “mee” hebt, kun je meer invloed uitoefenen op de leerling.

Geniet ervan! 

EHBO voor leraren

EHBO voor leraren

Een ongeluk zit in een klein hoekje. En er zijn erg veel kleine hoekjes op school en op het plein. Ik ken dan ook veel leraren die voor een EHBO-diploma hebben. Of in ieder geval wat EHBO geleerd hebben tijdens de BHV-cursus. En ik weet natuurlijk niet hoe het met jou zit, maar ik vergeet altijd wat ik precies moet doen als ik het niet regelmatig doe. Vandaar deze week: een reminder voor de meest voorkomende ongelukken op school.
1. Blijf zelf rustig. Haal diep adem, zet je voeten stevig op de grond.
2. Kalmeer het slachtoffer en je zorgt dat hij of zij veilig ligt (of zit of staat).
3. Geef duidelijke opdrachten aan de omstanders. Dat zijn meestal andere leerlingen die nieuwsgierig of betrokken zijn.
Deze opdrachten geef je:
a. Jullie gaan allemaal op minimaal 3 meter afstand staan of je gaat weg.
b. Jij haalt juf X. (of een glas water, of de verbandtrommel, of ….)
4. Je vraagt het slachtoffer hoe het met hem of haar gaat. Op basis van de antwoorden handel je verder.

Handelingen in geval van:

Bloedneus:
• Laat het slachtoffer zitten.
• Houd zijn of haar hoofd een beetje voorover (schrijfhouding).
• Laat één keer goed snuiten.
• Knijp met je duim en wijsvinger de neus ongeveer 10 minuten dicht (niet te hard knijpen).
• Daarna moet de neus rusten: dus even niet snuiten!

Schaafwond:
• Schoonspoelen met een zachte (schone) doek.
• Laten drogen aan de lucht.
• Alleen een wond die onder kleding zit mag je na het drogen afdekken met pleister of verband.

Brandwond:
• Minimaal 10 minuten onder lauw stromend water.
• Laten drogen.
• Eventueel steriel afdekken.

Wespen- of bijensteek:
• Eventueel de angel eruit trekken met een pincet.
• Koele, natte doek erop.
• Bij steek in mond of keel (of bij allergische reactie): 112 bellen.

Snijwond:
• Eventueel schoonspoelen
• Druk de wond dicht met pleister of schone theedoek.
• Een grote wond die blijft bloeden: naar huisarts om te laten hechten.

Kraal in neus:
• Snuit of nies het voorwerp uit de neus.
• Houd het niet-verstopte neusgat dicht bij het snuiten.
• Blijft ie zitten? Naar de huisarts.

Verslikking:
• Zolang het kind stevig hoest, huilt en adem kan halen tussen het hoesten: stimuleer zo mogelijk het kind te blijven hoesten en houd het kind in de gaten.
• Als het kind niet (meer) hoest en (bijna) geen adem kan halen:
o Bel 112.
o Laat het kind vooroverbuigen.
o Geef met de hiel van de hand stoten tussen de schouderbladen, ondersteun daarbij de borstkas met de andere hand.
• Wanneer dit stoten niet helpt:
o Ga achter het kind staan, sla je armen rond de borstkas.
o Plaats je vuist met de duim in de hand tussen navel en onderkant borstbeen.
o Omvat deze vuist met de andere hand en trek beide handen met een ruk schuin omhoog naar je toe. Herhaal dit een aantal keren.
• Kinderen moeten na deze handeling door een arts op inwendig letsel worden onderzocht.

Allergische reactie:
• Kenmerken allergische reactie:
o Een allergische reactie kan optreden na een beet/steek of een (verkeerd) voedingsmiddel.
o Lekken, jeuk, roodheid, misselijk, braken, duizelig, ademnood, (neiging tot) bewusteloosheid, spierkrampen, bewegingsonrust, verwardheid kunnen het gevolg zijn.
• Wat te doen bij een ernstige allergische reactie:
o Het slachtoffer laten liggen.
o Bescherm het slachtoffer met een deken of jas tegen afkoeling.
o Schakel professionele hulp in.
• Bel 1-1-2 bij:
o Kenmerken (dreigende) shock: het slachtoffer is bleek, transpireert, voelt zich ziek.
o Ademnood.
o Ernstige zwelling vooral in de hals.

Bron en nog meer oplossingen: http://www.ehbo.nl/tips/

Dat doen wij zo niet…

Dat doen wij zo niet…

“Dat doen wij zo niet.” Niet leuk om te horen als je nieuw op een school bent en enthousiast een idee naar voren brengt.
“Wij doen het al jaren zo en dat bevalt prima.” Nog zo’n opmerking waar je niks mee kunt als je een verandering voorstelt.
“Ach ja, toen ik pas begon had ik ook van die wilde plannen, maar je zult zien dat dat vanzelf overgaat.” En je enthousiasme voor jouw “wilde plan” zakt meteen weg.
Laten we eerlijk zijn. Het is niet leuk om dergelijke opmerkingen te horen. En gelukkig worden ze steeds minder gemaakt. Maar als je op een school zit waar je wel zulke opmerkingen te horen krijgt, dan kun je er wel iets mee als je wilt.

1. Het is goed bedoeld. Het komt misschien anders over, maar in de grond is het een welwillend advies met het doel om jou te beschermen.
2. Je kunt er dus ook welwillend en begrijpend op reageren. “Ik begrijp het” zeg je dan. (Of iets van die strekking.) Je mag ook vragen naar de bezwaren die er zijn. Misschien hebben ze wel een punt… dan kun je daar rekening mee houden.
3. Vervolgens vraag je of je jouw plan toch mag uitproberen. Bij wijze van pilot. Bijvoorbeeld in jouw klas. In de meeste gevallen wordt daar positief op gereageerd.
4. Je gaat aan de slag.
5. En je vertelt iedere keer enthousiast over de vorderingen die je maakt.
6. En als je ergens tegenaan loopt, dan vraag je om hulp aan iemand die (min of meer) positief t.o.v. jouw “wilde plan” staat.
7. Je houdt vol. Grote kans dat iemand jouw plan adopteert.

Veel succes!

Zeven tips voor een goed sollicitatiegesprek

Zeven tips voor een goed sollicitatiegesprek

Er komt steeds meer werk in het onderwijs! Eindelijk! In de randstad zijn de leraren niet aan te slepen. In sommige vakken zijn er enorme tekorten. Het is dus tijd om te solliciteren. Misschien wil je wel eens naar een andere school, misschien ga je invallen (en als vaste invaller moet je tegenwoordig ook vaak een sollicitatiegesprek voeren), of misschien wil je gewoon jouw eerste vaste baan in het onderwijs.
Daarom deze week zeven sollicitatietips. Of eigenlijk veertien.
O nee. Vijftien.

Ik begin even met de 7 “gewone” sollicitatietips:
1. Zorg dat je er verzorgd uitziet; tanden en schoenen gepoetst!
2. Zet je telefoon uit.
3. Accepteer alleen water om te drinken.
4. Kom precies op tijd.
5. Geef iedereen een hand en stel je verstaanbaar voor.
6. Stel minimaal 3 vragen.
7. Kijk degene aan die jou een vraag stelt, maar kijk iedereen om de beurt aan bij het beantwoorden van de vraag.

En nu de 7 tips speciaal voor jou:
1. Bekijk de website van de school heel uitgebreid. Lees alles!
2. Als je de school niet kent: vraag of je van te voren even mag komen kijken als de school in bedrijf is. Loop rond, stel vragen en proef de sfeer.
3. Iedere school vraagt bepaalde competenties en vaardigheden. Die staan meestal in de vacature (en zo niet, dan kun je ze bedenken). Zorg dat je een goed praktijkvoorbeeld hebt van jezelf bij iedere competentie en vaardigheid; het bewijs dat jij die competentie of vaardigheid beheerst. Dit voorbeeld mag ook uit stage- of vrijwilligerswerkervaring komen!
4. Bedenk wat jij bij kunt dragen op deze school; wat ga jij brengen dat zij nog niet hebben?
5. Welk verschil maak jij voor de leerlingen? Wat maakt jou de beste leraar voor deze klas of vakgroep?
6. Spreek positief over anderen, ook als je ergens een negatieve ervaring hebt gehad.
7. Lach! Heb plezier in het gesprek. Onderwijs is leuk!

Bonustip: Je mag zenuwachtig zijn. Dat helpt je om goed te kunnen focussen.

Succes met jouw sollicitatiegesprek!