Sterke School heeft blogvakantie!

Sterke School heeft blogvakantie!

download (1)

 

 

 

 

Ik wens jou ook een hele fijne vakantie!
Er wordt een nieuwe blog geplaatst op 24 augustus a.s.!

Je kunt natuurlijk nog steeds het Gratis Handboek voor Startende leraren downloaden.
Je kunt je opgeven voor de workshop Een Sterke Start voor de Klas.
Je kunt je opgeven voor de tweedaagse: Sterk en Stevig in de Klas.
En je kunt de kalender voor het nieuwe schooljaar downloaden!

Rust lekker uit!
Groeten van Judith

En nu even iets geheel anders….

En nu even iets geheel anders….

Misschien weten jullie wel dat ik een enorm lange mailinglijst heb. Bijna 3000 mensen staan erop. Zo’n 4500 leraren hebben mijn gratis handboek gedownload. Ik ben er echt supertrots op.

Momenteel ben ik aan het kijken hoe ik verder ga met Sterke School. Natuurlijk blijf ik workshops geven, leraren coachen en bloggen. En mooie dingen voor jullie verzamelen. Maar nu ik er nog een baan bij heb (als trainer en coach bij DIT IS WIJS), merk ik dat ik heel goed moet kijken hoe ik mijn tijd indeel. Time-management.

Dus ik heb mijn mailinglijst eens geanalyseerd. Van de 2850 inschrijvers zijn er best veel mensen (meer dan 2000) die mijn SterkNieuws nooit openen. Dat vind ik prima; als je plezier hebt van het handboek en/ of mijn blogs met plezier leest, is dat al genoeg voor mij.

Ik heb voor nu alleen één vraag: Als je mijn SterkNieuws nooit leest: Wil je je dan alsjeblieft uitschrijven? Dan heb ik een veel beter beeld van voor wie ik na deze zomer ga schrijven!

Dank je wel en: Fijne vakantie alvast!

Omdenken voor leraren

Omdenken voor leraren

Laten we eerlijk zijn. Soms zegt een leerling iets tegen je en je weet niet wat je moet antwoorden. Je staat met een mond vol tanden. Je kunt dan natuurlijk boos, verdrietig of sarcastisch reageren, maar dat heeft helaas niet altijd het gewenste effect. Wat kun je dan wel doen? Er de humor van inzien: draai het om. Hieronder vind je zeven voorbeelden.

De truc zit ‘m er in dat je:
a. Het heel serieus meent. Voorkom een sarcastische toon.
b. Meteen na jouw antwoord stopt met het geven van aandacht aan die leerling. Je loopt weg en gaat verder waar je gebleven was.

1. Leraar: “En nu ga je eruit!”
Leerling: “Nee!” (Of hij gaat gewoon niet…)
Leraar (juicht en kijkt de andere leerlingen aan): “Horen Julie dat? Wat geweldig! X blijft in de klas zitten en dat betekent dat hij binnen een minuut zijn boeken heeft gepakt en meedoet met de les. Fantastisch!” En terloops tegen de leerling: “Dankjewel”.

2. Leerling: “Ik kan het niet.”
Leraar: “Niet verder vertellen hoor, maar ik kan het ook niet. Daarom wil ik dat jij het voor me doet.”

3. Leerling: “Jij moet mij altijd hebben!” (of een variatie daarop).
Leraar: “Dat klopt inderdaad. Ik zou je inderdaad het allerliefst willen inpakken en meenemen, maar helaas is dat niet toegestaan volgens de wet.”

4. Leerling komt voor de 100e keer te laat.
Leraar: “Wat ben ik blij dat je toch nog bent gekomen. Ik miste je al. Mijn dag is nu meteen nog beter dan eerst. “

5. Een leerling liegt over iets.
Leraar: “Wat heerlijk dat je zo’n goed ontwikkeld fantasieleven hebt. Daar ga je nog heel veel plezier van hebben als je een boek gaat schrijven. Draag je het boek aan mij op? Fijn, dat vind ik leuk. Kom na schooltijd even bij me, dan schrijf ik alvast het voorwoord voor je op.”

6. Veel leerlingen hangen onderuit.
Leraar: “Wil iemand even de vuilniszakken buiten zetten?” (en als er dan wazig wordt gekeken): “Anders krijg ik allemaal ouders op mijn nek die willen dat ik de rekening van de fysiotherapeut betaal.)”

7. Leerling heeft een grote mond.
Leraar: “Zo’n grote mond heb ik nog nooit gezien. Jemig. Wat past daar allemaal wel niet in?”

En wat je altijd kan zeggen als je het niet meer weet: “Je weet toch dat ik van je houd?”

Ik kan niet garanderen dat het altijd werkt, maar de leraren die gedrag van leerlingen pareren door om te denken, hebben in ieder geval wel veel meer lol.

Broodje Aap of waarheid?

Broodje Aap of waarheid?

Er gaan een hoop verhalen rond in het onderwijs, waarvan ik zo nu en dan stijl achterover sla. En ja, ik heb alles uit de tweede hand… dus aan jou de vraag: zijn deze verhalen waarheid of een Broodje Aap?

1. Op een middelbare school mogen de leerlingen altijd een flesje water op hun bureau hebben. In de bovenbouw van de gymnasiumafdeling hebben de leerlingen alleen geen water in hun fles, maar wodka. De leraren weten dit niet.

2. Jongetje X werd op 5 december 4 jaar oud. Op 6 december ging hij voor het eerst “echt”naar school. In februari vinden de eerste oudergesprekken plaats. De juffen vertellen aan de ouders van jongetje X dat ze twijfelen aan zijn presentatievaardigheden. Zijn eerste boekbespreking was niet zo goed verlopen, dus ze willen de ouders nu vast mededelen dat de kans groot is dat jongetje X gaat blijven zitten in groep 1.

3. Twee moeders vechten in de gang voor het lokaal van groep 6. Ze trekken elkaar de haren uit, krabben waar ze de ander kunnen raken en schelden elkaar verrot. Catfight! Het blijkt dat de echtgenoot van de ene moeder een verhouding heeft met de andere moeder. In plaats van dat de omstanders (andere moeders en leerlingen) het duo uit elkaar halen, moedigen ze de moeder aan wiens man is vreemdgegaan.

4. En jonge docent wordt mentor van een moeilijke VMBO-klas. De leerlingen vechten, schreeuwen en doen precies waar ze zin in hebben. Alle pogingen van de docent om van de groep een groep te maken, lopen op niets uit. Ze gaat naar haar leidinggevende en vraagt op hulp. De sectieleider zegt doodleuk: “Het is jouw klas, dus het is jouw probleem. Los het maar op.”

5. Tijdens de handvaardigheidles steekt een leerling van groep 7 de prullenbak in brand met een zelf-meegenomen aansteker. De leerkracht blust de brand snel door haar flesje water er in leeg te gooien. Ze stuurt de leerling naar de directeur. Ze verwacht dat er sancties genomen zullen worden. Maar de volgende dag zit de betreffende leerling gewoon weer in haar klas met de mededeling van de directeur: “Hij heeft beloofd dat hij het nooit meer zal doen.” En tot overmaat van ramp dienen de ouders een klacht over haar in bij het bestuur wegens “het in gevaar brengen van de leerlingen”.

6. Op een hele grote basisschool wordt 2 tot 3 keer per jaar een hele week geen gymles gegeven. In die weken staan de tafels en stoelen in examenopstelling in het gymlokaal. Dan worden de Cito-toetsen afgenomen; klas voor klas. En ja: ook de kleuters worden getoetst in het gymlokaal.

7. Een klassenassistente staat na het uitvallen van de groepsleerkracht fulltime voor groep 4. Ze doet enorm haar best. Qua orde heeft ze de groep aardig onder controle, maar de opbrengsten van de Cito-toetsen vallen nogal tegen. Tijdens haar beoordelingsgesprek wordt ze beoordeeld als groepsleerkracht.

AU? Of Broodje Aap?
Ik ben benieuwd wat jij denkt…. Wil je je reactie in het commentaarveld plaatsen? Ik hoop op veel reacties.

Effectieve directe instructie: een stappenplan

Effectieve directe instructie: een stappenplan

Met passend onderwijs zijn we verplicht om onze instructies aan te passen op onze leerlingen. Dat is nog niet zo makkelijk. Daarom krijg je deze week een stappenplan om iedere willekeurige les effectief te kunnen geven.

Stap 1
Zorg ervoor dat alle regels, routines en procedures duidelijk zijn voor alle leerlingen. Wat moeten ze wanneer waar doen en in welke situatie? Dat scheelt enorm veel tijd; iedereen weet wat ie moet doen en daar is geen discussie over mogelijk.

Stap 2
Analyseer de handleiding van de methode die je gebruikt:
1. Kies de lesdoelen die jij wilt bereiken.
2. Kies de strategieën die jij de leerlingen wilt aanleren (die staan vaak niet duidelijk in de methodes).
3. Kies de oefenstof die de leerlingen moeten maken.

Stap 3
Ontwerp je les:
1. Het lesdoel duidelijk maken aan de leerlingen.
2. Het activeren van de voorkennis d.m.v. een gezamenlijke activiteit.
3. Geef instructie.
4. Oefen de vaardigheid met de leerlingen.
5. Leg uit waarom leerlingen dit moeten kunnen/ weten.
6. Uitleggen, voordoen, alles hardop benoemen.
7. Samen oefenen (begeleide inoefening).
8. Lesafsluiting (opdracht geven, controle, afzwaaier).
9. Verwerking door de leerlingen.

Stap 4
Geef je les, analyseer de opbrengsten en geef feedback aan de leerlingen over de opbrengsten. Geef hen onmiddellijk de kans om hun fouten te verbeteren tijdens een extra instructie.

Extra tips
1. Laat de leerlingen vragen stellen, denken en praten.
2. Let op dat jij zelf maar kort aan het woord bent.
3. Gebruik “Teach-technieken” om ervoor te zorgen dat iedereen actief meedoet.

Lees voor een uitgebreide handleiding het boek EDI van John Hollingsworth en Silvia Ybarra (Ned. bewerking: Marcel Schrmeier).
download-2

Vijf tips voor minder werkdruk in het Onderwijs

Vijf tips voor minder werkdruk in het Onderwijs

Besturen, de overheid, directeuren en wijzelf zijn de oorzaak van de enorme werkdruk in het onderwijs.
De overheid, omdat die steeds van beleid en plannen wisselen.
Besturen, omdat zij bang zijn de controle te verliezen zonder bureaucratische regelgeving.
Directeuren, omdat zij enorm hun best doen in opdracht van die besturen.
Wijzelf, omdat wij perfectionistisch zijn, bang om iets fout te doen en omdat wij hopen dat mensen ons waarderen als wij ons werk doen zoals men verwacht.

Helaas hebben wij weinig tot geen invloed op de overheid en ons bestuur, maar wij kunnen wel als team met onze schoolleiders gaan praten over “hoe het anders zou kunnen”. Klagen is wel lekker maar helpt niet. Samen plannen bedenken en uitvoeren om de werkdruk te verminderen helpt wel.

Leg al jullie taken en bezigheden eens langs de volgende meetlat:
1. Zijn alle handelingen eenvoudig? Gemakkelijk uit te voeren? Handig in het gebruik?
2. Hoeveel tijd kosten de handelingen? Kan het in minder tijd? Kan het geschrapt?
3. Is het nuttig? Dient het een relevant doel?
4. Voel ik mij nuttig als ik dit doe? Draagt het bij tot mijn professionele houding?
5. Zijn de opbrengsten duidelijk? Gaat het om kwaliteit en inhoud?

Misschien heb je zelf ook nog wat puntjes voor de meetlat. Deel ze dan vooral met ons in het commentaarveld.
In ieder geval: ga ermee aan de slag. Trek de stoute schoenen aan, vorm een team en maak plannen!
Succes !

Zorg voor MINDER werkdruk in het onderwijs!

Vijf tips voor als het weer tegen zit

Vijf tips voor als het weer tegen zit

Je kent het wel:
1. Het is vrijdagmiddag. Of door de week het 8e of 9e uur.
2. Het lijkt alweer een eeuwigheid geleden sinds het vakantie was.
3. Je leerlingen zijn irritant druk. Of sloom.
Het gaat stormen. Of het onweert. Of het is gewoon warm. Leerlingegedrag heeft vaak met het weer te maken. Denk ik.
Heeft iemand al eens wetenschappelijk onderzoek gedaan naar het verband tussen weer en leerlinggedrag? Volgens mij kunnen we daar wel wat mee. Dus als je iemand kent… ik houd me aanbevolen voor het publiceren van de resultaten.
Je kunt natuurlijk proberen “gewoon” les te geven. De kans is groot dat je continu moet waarschuwen en dat de sfeer heel vervelend wordt. Ik heb het wel eens voor elkaar gekregen om er op zo’n vrijdagmiddag zeven leerlingen uit te sturen. Van de 23. (Niet verder vertellen; ik schaam me nog steeds diep.)

Daarom deze vijf tips.
Voor het voorkomen van situaties waar je je later voor schaamt.
1. Stop je les en geef een opdracht (met als het lukt hetzelfde lesdoel) die de leerlingen alleen of in kleine groepjes kunnen uitvoeren.
2. Zet een luisterboek op (of lees zelf voor) en geef de leerlingen een moeilijke kleurplaat om ondertussen (heel precies!) in te kleuren. Ja, óók in de bovenbouw van het VO en op het MBO.
3. Ga met je leerlingen naar buiten en maak een wandeling met een kijkopdracht.
4. Houd een quiz, ga bingoën of doe een ander spel met de hele klas.
5. Zorg in ieder geval voor een voorraad activiteiten en opdrachten voor die momenten waarop je wel les moet geven, maar het beter is voor iedereen om dat niet te doen.

Succes!

Een professionele houding in het onderwijs

Een professionele houding in het onderwijs

Ik betrap me erop dat ik van veel collega’s vind dat ze weinig professioneel zijn. Aan de ene kant vind ik dat niet kunnen; wie ben ik dat ik mag oordelen over anderen? Aan de andere kant vind ik het in belang van leerlingen dat leraren hun werk goed doen. Is het dan zo dat je alleen je werk goed kunt doen als je “professioneel” bent? En wat is professioneel dan?

Volgens Van Dale:
Betekenis ‘ professioneel ‘
Je hebt gezocht op het woord: professioneel.

pro•fes•si•o•neel (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord)
1 van beroep
2 aan het beroep eigen
3 (als) van een vakman: een professionele aanpak

Hm. Hier kan ik niet zoveel mee. Ik denk dat wij tegenwoordig iets anders bedoelen met professioneel. Iets als “zakelijk”. Maar dan anders.

Ik heb vijf aspecten gevonden die m.i. horen bij de professionele beroepshouding van een leraar:
1. Persoonlijke eigenschappen: sociaal vaardig, gedisciplineerd, initiatiefrijk, besluitvaardig en pragmatisch.
2. Een mooie balans kunnen vinden tussen begrip tonen en grenzen stellen; op de juiste wijze assertief zijn.
3. Willen blijven (bij)leren. Ontwikkelingen in de wereld gaan snel. Het is de taak van de leraar om leerlingen voor te bereiden op hun taak in de wereld. Dat betekent dus dat een leraar op te hoogte moet zijn van de laatste ontwikkelingen.
4. De leraar staat centraal. Alleen een leraar die zichzelf centraal stelt kan iedere leerling datgene bieden wat hij of zij nodig heeft.
5. Ontwikkelde vaardigheden: pedagogisch, didactisch en reflectievermogen.

En nu ben ik heel benieuwd of jullie het hier mee eens zijn… en als dat zo is: hebben wij dan dezelfde mening over de professionaliteit van sommige collega’s? Of betekent dit dat wij daar nog steeds niet over mogen oordelen?

Hm…

Het onderwijs in Portugal

Het onderwijs in Portugal

Ik ben nu op vakantie. In Portugal. En dan kan ik natuurlijk een weekje overslaan. Maar ik denk natuurlijk dat ik compleet onmisbaar ben in jullie leven, dus heb ik toch een blog geschreven. En om in de stemming te blijven, gaat deze blog over “Het onderwijs in Portugal”.

Onderwijs in Portugal is openbaar (gratis) of particulier (betaald en meestal RK).
Kinderen van 3 tot 5 kunnen naar de kleuterschool. Dat is niet verplicht; de leerplicht begint pas vanaf 6 jaar. Er zijn niet zoveel kleuterscholen; eigenlijk alleen in de grote steden.

De lagere school is voor kinderen van 7 t/m 15 jaar; daarna stopt de leerplicht. Veel leerlingen stoppen dan met school en gaan werken. Het functioneel alfabetisme is in Portugal daardoor een van de hoogste van Europa.

Het lager onderwijs is verdeeld in 3 fasen. Men krijgt een diploma na het slagen voor het afsluitende examen aan het eind van de 3e fase. Er is een enorm verschil tussen de kwaliteit van zowel voorzieningen als het onderwijs zelf, tussen de steden en het platteland. Op sommige plattelandsscholen wordt er zelfs nog les gegeven aan ochtend- en middagploegen.

Secondair onderwijs is voor 15-18 jarigen. Er kan gekozen worden tussen een algemeen vormende opleiding, een beroepsopleiding of een gespecialiseerde vakopleiding. Daarna kan toelatingsexamen gedaan worden voor HBO of Universiteit. Er zijn enorme kwaliteitsverschillen tussen opleidingen; hoe rijker je ouders, des te beter de opleiding die je kunt volgen.

De laatste jaren is er veel aandacht geweest voor het zg. tweedekansonderwijs. De overheid wil hiermee het enorme analfabetisme terugdringen. Door vooroordelen en vastgeroeste systemen lijkt dit echter maar langzaam te lukken.

Kortom: wij boffen in Nederland met ons onderwijs. En onze leerlingen zeker!

Ik wil wel maar die ander wil niet

Ik wil wel maar die ander wil niet 

“Make them an offer they can’t refuse”.

Het klinkt bijna als een relationele crisis.
Jij wilt trouwen, maar je vriendin wil dat niet. Jij wilt op vakantie naar Griekenland, maar je man wil naar Zweden. Jij wilt dat je zoon zijn kamer opruimt, maar jouw zoon vindt dat niet nodig.
Allemaal onderwerpen waar je ruzie over kunt maken, of in ieder geval de ander kan proberen te overtuigen van jouw gelijk. Omdat je een relatie hebt met die ander; verbonden bent.
Maar wat nou als het iemand betreft die je nog helemaal niet kent? Of iemand die in de hiërarchische ladder “hoger” staat dan jij? Zoals een toekomstige duo-partner. Of de directeur van een school waar je komt te werken?

Vorige week gaf ik tips voor het samenwerken met een (toekomstige) duo-partner. En vervolgens kreeg ik de vraag: “Wat doe ik als die ander weigert om tijd voor mij te maken?”
Goede vraag. Je kunt de ander niet dwingen. En omdat je nog geen relatie met die ander hebt, is het moeilijk om invloed op diegene uit te oefenen. Dat jij je professioneel opstelt, is nog geen garantie dat een ander dat ook doet.

Er zijn vier dingen die je wel kunt doen.
1. Je vertelt de ander dat je heel graag wilt dat diegene wel die tijdsinvestering doet. Omwille van de kinderen. Daar willen jullie toch allebei het beste voor? Bovendien gaat het de ander heel veel meer tijd en energie kosten als dingen mislopen door een gebrekkige communicatie. Blijf in dit gesprek bij jezelf; maak duidelijk wat jij wilt en waarom. En: “Make them an offer they can’t refuse”. Beloof desnoods gebak mee te nemen.

2. Ga naar de directeur en vraag wat er van jou wordt verwacht als invaller. Als uit dat gesprek komt dat het gebruikelijk is dat er een overdracht plaatsvindt, dan kun je hem/ haar om hulp vragen om deze overdracht geregeld te krijgen. Leg de schuld niet bij de onwillige ander, maar zeg eerlijk dat je het moeilijk vindt om dit te vragen omdat de ander duidelijk bij jou heeft aangegeven geen tijd te hebben.

3. Je gaat gewoon aan de slag. Je maakt de leerlingen duidelijk dat het gaat zoals jij wilt op de dagen dat jij er bent. En dat alles dus anders gaat dan bij de andere juf. En dat ze dat heel goed kunnen; als ze gaan spelen bij een vriendje dan zijn de regels ook heel anders dan thuis. Zorg dat je dan wel heel sterk in je schoenen staat en heel consequent ben.

4. Je bedankt voor de opdracht. Je wilt alleen werken op een school met medewerkers met een professionele opstelling. Communiceer dat duidelijk en blijf bij jezelf.

Wat je ook kiest: kies een reactie die bij jou past. Succes!

Sta Sterk voor de Klas!