Tagarchief: collega

Een nieuw schooljaar, een nieuwe start

Een nieuw schooljaar, een nieuwe start

We zijn er allemaal weer. Misschien begin je volgende week pas, maar ook dan denk ik dat je in je hoofd al bezig bent met school, leerlingen, je lokaal…. En niet te vergeten je collega’s. Om je lekker op weg te helpen, krijg je van mij 10 tips om het schooljaar goed te beginnen. En ja… als je al begonnen bent, dan helpen deze tips ook nog!

1. Neem de tijd om te acclimatiseren. Praat lekker met iedereen bij, kijk eens goed om je heen en stel alles uit dat niet meteen hoeft.

2. Bedenk even in welke valkuilen je vorig schooljaar getrapt bent en maak een lijst van 10 goede voornemens voor dit schooljaar. Hang die lijst in je klas of aan de binnenkant van de deur van je locker. Check iedere week of je je er nog aan houdt. (En ja hoor, aanpassen mag…)

3. Gooi alle e-mails weg die onbelangrijker zijn dan “dringend”.

4. Start in een heerlijk leeg, opgeruimd lokaal. Begin eens met (bijna) kale muren. Er komt nog genoeg aan de muur.

5. Kijk of je ergens een krijtbord op de kop kan tikken en laat dat door een ander ophangen. Op je digibord kom je altijd ruimte te kort en een krijtbord is in PO onmisbaar voor echt goede schrijflessen.

6. Bedenk nog eens dat multitasken slecht is voor je gezondheid. Doe dus één ding tegelijk en stel prioriteiten.

7. Verzamel liedjes, filmpjes, quotes en moppen zodat je altijd iets hebt waar je om kunt lachen. Ook met de leerlingen. Humor is onmisbaar voor ons leraren.

8. Als je geen eigen lokaal hebt: zorg ervoor dat je je thuis voelt in ieder lokaal waar je lesgeeft. Zet een plantjes neer, hang een poster(tje) op… maakt niet uit.

9. Bedenk welke mooie herinnering van afgelopen vakantie je het hele jaar mee wilt dragen. Een foto of voorwerp kan het je helpen onthouden.

10. Have fun! Heb plezier! Lach! Geniet!

Tips voor het goed samenwerken met je duo-partner

Tips voor het goed samenwerken met je duo-partner

Dit doe je van te voren:
Als je parttime op een school komt te werken, is het belangrijk om goed af te stemmen met je (toekomstige) duo-partner. Je kent elkaar (nog) niet, maar toch ben je samen verantwoordelijk voor het leren en welzijn van jullie leerlingen. Goede communicatie en afstemming zijn voorwaarden om er samen een succesvolle periode van te kunnen maken.
– Regel een gesprek met je (toekomstige) duo-partner. Trek hier minimaal een uur voor uit.
– Zorg dat je al je vragen hebt opgeschreven.
– Wissel meteen telefoonnummers en e-mailadressen uit.
– Maak meteen een afspraak om bij je duo-partner in de klas te komen kijken.

Dit bespreek je:
Er gelden in het onderwijs veel ongeschreven regels en onuitgesproken verwachtingen. Maak meteen duidelijk dat je nieuw bent en dus helemaal niets weet. Stel je open op, stel vragen.

Vraag naar:
– De verwachtingen die jouw nieuwe collega van jou heeft:
– Gebruik van methodes
–  Afnemen van toetsen
– Communicatie naar ouders en externen
– Registratie in Parnassys (of een ander programma)
– Afspraken m.b.t. communicatie en overdracht tussen jullie
– Het opruimen en netjes houden van het lokaal
– Pleinwacht lopen en externe uitjes
– Rapporten

De school- en klassenregels en de consequenties van overtreding:
o Toiletgebruik
o Materialen en spullen
o Gedrag (klas – gang – plein)
o Gebruik digitale middelen
o Taken van leerlingen

Leerlingen en de communicatie met ouders en externen:
o T.a.v. zorg
o Plattegrond
o Niveaus
o Instructiegroepen

Routines in de klas:
o Luisterhouding
o Instructie
o Leswisselingen
o Nakijken
o Hulpmiddelen

Tot slot: vraag naar de sfeer in de lerarenkamer 😊

Durf te Kiezen!

Durf te kiezen!

Onzekerheid in de klas… ik ken het ook….
– Dat je een vraag stelt aan een leerling en vervolgens een grote mond krijgt.
– Dat je denkt dat je je les goed hebt voorbereid, maar wat klaar ligt klopt niet met de inhoud van je les.
– Dat je de leerlingen eindelijk stil aan het werk hebt en er vliegt een wesp door het raam naar binnen.
– Dat je collega een denigrerende opmerking maakt waarvan je vermoedt dat het niet als grapje bedoeld is.
Van die momenten waarop de grond onder je voeten lijkt te verdwijnen, je knieën beginnen te knikken en je stem begint te trillen.

Maar weet je, je kunt die momenten omkeren. Door de juiste keuze te maken. De keuze om je zelfvertrouwen terug te pakken. En dat is redelijk simpel:
1. Je haalt diep adem.
2. Je zet je voeten stevig op de grond.
3. Je zegt tegen jezelf: “laat ze maar kletsen, ik ben gewoon een goede leraar”.
En vervolgens los je je probleem op.
– Je vertelt die leerling dat je niet gediend bent van een grote mond en je geeft hem de keus: opnieuw antwoord geven of vertrekken (cq. strafregels schrijven, cq nablijven, enzovoort). Accepteer geen weerwoord.
– Je vertelt de leerlingen dat het verkeerde klaar ligt. Je past je les aan door te kiezen tussen a) het mondeling vervolgen van je les of b) het materiaal uit te delen en daar mee verder te gaan. Geen discussie!
– Je laat de leerlingen even gillen en onderneemt vervolgens acties om de wesp te verwijderen cq. dood te (laten) meppen. Of je wacht tot ie vanzelf verdwijnt.
– Je zegt tegen je collega dat je schrikt van die opmerking en je vraagt wat hij of zij daar mee bedoelt. Of je haalt je schouders op en loopt weg.

Wat je ook doet: KIES! Kies die actie die voor jou het beste voelt. Dat ben je waard, als leraar!

Grote Opruiming

Grote Opruiming!

Een nieuwe lente, een nieuw geluid.
Voorjaar… en dus tijd voor de grote schoonmaak.

Oftewel:
Ruim je klas op in 10 stappen.

Waarom?

Omdat:
– er zich alweer van alles heeft opgehoopt in jouw lokaal
– je denkt dat jouw pennen ergens onder een kast liggen maar je weet niet welke kast
– de leerlingen die poster niet meer zien omdat ie er al te lang hangt
– de planten er al enige tijd uitzien als moderne kunst
– het alweer even geleden is

Redenen genoeg dus. En als je er een paar vrijwilligers bij uitnodigt, kun je er meteen een fijne schoonmaakbeurt aan vastknopen.
Opruimen is ook best lekker. Maar hoe en waar begin je?

Hier volgen de 10 stappen om het makkelijker te maken:

1. Vraag een collega om het samen te doen. Niet alleen omdat het dan makkelijker is om kasten te verplaatsen, maar ook om punaises aan te geven én om allebei een stok achter de deur te hebben. En twee zien meer dan één alleen. En het is gezelliger met twee.

2. Ga samen in het midden van het lokaal staan. Draai langzaam een rondje om jullie as en vraag je collega wat er volgens hem of haar allemaal weg of verplaatst moet worden. Jij noteert alles (zonder “ja maar”).

3. Hang alles wat moet blijven hangen maar wat al langer dan 2 maanden op dezelfde plek hangt op een andere plek. Nu “zie” je die dingen weer.

4. Haal alles uit je lokaal wat je niet (meer) nodig hebt. Gooi weg, verplaats of verkoop. Zet desnoods een kast op de gang om spullen in te doen.

5. Maak je eigen bureau leeg. Houd alleen dat wat je echt nodig hebt. Doe alles weg wat je eigenlijk niet nodig hebt. Als je niks wilt weggooien, stop het dan in een doos en zet de doos in een magazijn met jouw naam erop.

6. Richt je kasten opnieuw in. Maak ze overzichtelijk; bedenk een systeem wat voor jou en je leerlingen werkt. Zet de kasten zo dat de leerlingen er makkelijk bij kunnen en markeer met stickers, zodat de kast netjes blijft. Zorg dat jij je eigen kast of plank hebt.

7. Vervang de dode planten door nieuwe. Plastic mag ook.

8. Koop aantrekkelijk uitziende bakken voor papier, leesboeken, losse materialen enzovoort. Zorg dat de maten kloppen met wat er in zit, dat geeft een nette indruk.

9. Ga op alle leerling-stoelen zitten terwijl je collega voor in de klas iets vertelt. Check of je hem/ haar goed kunt horen en zien. En kijk wat jou “als leerling” helpt of afleidt. Zet alle meubels op een handige plek. Koop iets MOOIS NIEUWS GEKS voor in de klas.

10. Vier, samen met je collega, dat jullie klaar zijn met de Grote Opruiming! Champagne, taart, bitterballen….

Los eens een conflict op

Los eens een conflict op

Heb jij ook wel eens een conflict? Met je collega, een duo-partner, een ouder, een leerling of je leidinggevende? Of met jezelf?

Het hoeft geen groot conflict te zijn. Misschien is het gewoon een dingetje dat je dwars zit. Een verschil van mening. Een andere werkwijze. Een andere zienswijze.

Het kan natuurlijk ook een echte ruzie zijn. Een groot probleem.

Het kan heel verhelderend zijn om er eens op een andere manier naar te kijken. Ik heb mij weer eens verdiept in diverse methodes en technieken en ik heb de omkeringen van Byron Katie gekozen als uitgangspunt.

Het resultaat is het volgende stappenplan:

1. Zet het conflict op papier in één zin.
Jij en degene met wie je een conflict hebt moeten beiden in de zin staan.

Bijvoorbeeld: X snapt niet dat ik gelijk heb.
Of: Ik weet niet waarom ik steeds te laat kom.
Of: Waarom luisteren de ouders van Y niet naar mij?

2. Lees de zin hardop aan jezelf voor.

3. Stel jezelf de vraag: Ik denk dat. En is het echt waar?
Het antwoord is ja of nee. Geen maren, ennen of misschienen…

4. Dan draai je de zin om.

Bijvoorbeeld: Ik snap niet dat X gelijk heeft.
Of: Ik weet wel waarom ik steeds te laat kom.
Of: Waarom luister ik niet naar de ouders van Y?

5. Lees ook die zin hardop aan jezelf voor.

6. Stel jezelf de vraag: Kan dat ook waar zijn?

7. Zeg niet meteen nee. Denk er eerst eens verder over na.
Je kunt alles wat in je opkomt ook opschrijven, of tekenen, of aan iemand anders vertellen.

8. Daarna laat je het rusten. Je zult merken dat je een volgende keer op een andere manier met diegene omgaat. Signaleer dat.

9. Je kunt deze methode ook gebruiken om conflicten tussen leerlingen op te lossen.

10. Succes!

Zeven tips om met stoorzenders in de klas om te gaan

Zeven tips om  met stoorzenders in de klas om te gaan

1. Accepteer dergelijk gedrag nooit als het is om je uit te proberen. Grijp onmiddellijk in, maak er een groot probleem van en geef een gepaste straf. Voor je neus zetten en er steeds op letten is een erg effectieve.

2. Film je klas. Zet de camera achter jou en zet hem hoog. Observeer wat er precies gebeurt zodra jij met je rug naar de klas staat of met een leerling bezig bent. Dan weet je wie de aanstichter is en wie de volgers. En het geeft jou de kans om die leerlingen beter in de gaten te houden en tijdig in te grijpen.

3. Neem stoorzenders apart (een voor een als het er meer zijn). Benoem exact het gedrag dat jou stoort en waarom. En vraag vervolgens hoe jij kunt helpen om ervoor te zorgen dat hij of zij dat gedrag niet meer vertoont. Negatieve antwoorden accepteer je niet.

4. Pak ‘s morgens de mobiele telefoon (of iets anders) af en geef deze alleen terug als het gedrag acceptabel was (bijvoorbeeld: maar 3 x storen per dag).

5. Turf het storende gedrag (bij voorkeur op een groot vel dat de leerling zelf ook kan zien) en geef de dag (of les) erna een beloning als het aantal turven die dag (of les) minder is.

6. Bel de ouder(s) en vraag hen om jou te helpen met het bedenken van een oplossing.

7. Vraag een collega jouw les te observeren en met suggesties te komen.

Zeven tips voor het omgaan met moeilijke collega’s

Zeven tips voor het omgaan met moeilijke collega’s:

1. Ontloop ze. Knik vriendelijk als ze iets tegen je zeggen.

2. Voorkom dat je gaat roddelen over deze collega.

3. Ga eens in zijn of haar schoenen staan en bekijk het eens van de andere kant.

4. Houd jezelf eens een spiegel voor. Waarom vind jij deze collega moeilijk? Wat is de allergie die bij jou opspeelt?

5. Neem alles wat deze collega zegt heel serieus, en vraag hem/ haar dagelijks om tips en advies. Houd het positief en luchtig!

6. Vertel deze collega wat jij allemaal erg goed en leuk aan hem/ haar vindt.

7. Verwijt niets en niemand. Breng altijd een “ik-boodschap” en vermijd in alle zinnen het woordje “maar…”.

 

Wat zeg jij tegen de leerling die….

Wat zeg jij tegen de leerling die….

… zijn tanden niet heeft gepoetst?

… zijn huiswerk voor de 10e keer niet heeft gemaakt?

… weer door je les heen praat?

… te pas en te onpas een grote mond heeft?

… seksueel getinte opmerkingen maakt?

… een stoel door de klas gooit?

… je collega’s zwart maakt?

… opstaat en wegloopt?

… zijn buurman een hengst geeft?

… je iedere dag even komt begroeten, ook al heeft hij die dag geen les van je?

Antwoord? Er is geen juist antwoord. Als je maar luistert, kijkt en de juiste vragen stelt. En die vragen beginnen altijd met “Wil jij mij vertellen….” (en voorkom dat je zin met “waarom” begint)