Tagarchief: contact

Contact maken met leerlingen: de basis!

Contact maken met leerlingen: de basis!

Er wordt vaak gezegd dat leerlingen pas kunnen leren op het moment dat zij een goede relatie hebben met de leraar.
Onzin.
Zo heb ik mij ooit een ongeluk gewerkt voor biologie. Ik wilde minimaal een 8 halen; juist omdat de leraar en ik absoluut niet met elkaar overweg konden. Ik dacht dat zij dacht dat ik het niet kon. Dus ging ik haar bewijzen dat ik het wel kon. En ik haalde de ene 8 na de andere.
Mijn leraar biologie kon overigens wel goed lesgeven. Maar er was geen sprake van “menselijk contact”. Laat staan van “een relatie”. Bovendien was ik toen op een leeftijd waarop ik ervan overtuigd was dat deze leraar helemaal niet menselijk was.
Zoiets.

Ook in de literatuur wordt gesteld dat een goed klassenmanagement en didactische vaardigheden vóór een goede relatie gaan. Een goede relatie maakt immers geen goede les, daar is meer voor nodig.
Aan de andere kant… een kleuter die zich ongelukkig voelt en zit te huilen… hoeveel zal zij leren? Een troostende juf of meester lijkt mij dan echt noodzakelijk om tot leren te komen.
Hoe dan ook…

Vijf tips om contact te maken en te houden met je leerlingen:
1. Het begint al bij binnenkomst. Je staat (als het kan) bij de deur. Je kijkt je leerlingen in de ogen en wisselt een woordje met iedereen. Luister actief!
2. Je meent wat je zegt. Je bent oprecht. Je toont je waardering. Leerlingen voelen het als je je aandacht er niet echt bij hebt en dat gaat uiteindelijk tegen je werken.
3. Je hebt respect voor andere meningen en opvattingen, ook al ben je het er zelf helemaal niet mee eens. Als je je leerlingen oprecht serieus neemt dan merken ze dat en dan nemen ze jou ook serieus.
4. Je bent betrokken bij de leerlingen. Je hebt oprechte belangstelling. Je leeft mee met onvoldoendes, trouwfeesten en nieuwe kleren en je onthoudt het ook.
5. Denk aan je lichaamstaal. Je hebt regelmatig oogcontact, je glimlacht of kijkt eens heel streng, je knipoogt, je staat zeker (op twee benen), je geeft schouderklopjes.

En ja… je mag open zijn over jezelf. Je gedrag, je gevoelens, je meningen en wat je gisteren gegeten hebt. Daarmee bevorder je empathisch gedrag; je geeft zelf het goede voorbeeld.

Saaie les? Dit is de oplossing!

Saaie les? Dit is de oplossing!

Mijn zoon van 16 heeft de afgelopen maanden geen lessen aardrijkskunde gehad. Dat vond ik nogal onhandig, omdat hij daar volgend jaar examen in moet doen. Mijn zoon echter vond het prima, want dat waren toch een aantal “chill-uren” en bovendien kon hij ook nog eens een ochtend uitslapen.
Maar goed, de school heeft nu eindelijk een invaller gevonden tot de zomervakantie. Ik blij, maar mijn zoon niet. Niet vanwege de chill-uren en het uitslapen, maar omdat er door de mentor was verteld “dat dit echt een hele goede leraar is, en ook nog eens jong”. De verwachtingen waren dus hooggespannen. Maar: “Mama, die man is zooo saaai…”
Na enig doorvragen kwam ik er achter wat deze leraar “zooo saaai” maakt:
* Hij kijkt de leerlingen niet aan. Hij kijkt alleen naar de PowerPointpresentatie op het bord en leest deze op monotone toon voor.
* Als iemand zijn vinger opsteekt om iets te vragen, reageert de leraar met “Ja, wat is er?”. Het voelt voor de leerlingen alsof zij hem storen in zijn monoloog.
* Aan het eind van zijn monoloog wijst hij op de laatste pagina van zijn presentatie. Daar staat standaard dat de leerlingen de PowerPointpresentatie en het huiswerk voor de volgende les kunnen vinden op de website van de school.
* Vervolgens gaat hij zitten, gaat de bel en de leerlingen vertrekken.
En weet je? Ik vind het ook saai, als ik het zo hoor. Volgens mij kan dit beter.

Daarom: 5 tips om je lessen minder saai te maken:
1. Maak contact met je leerlingen. Heb belangstelling, sta bij de deur, kijk ze aan, geef ze een hand, stel vragen, maak grapjes, reageer enthousiast en geduldig. En neem ook weer netjes afscheid na je les.
2. Vertel over jezelf. Het hoeft niet waar te zijn wat je vertelt! Zorg ervoor dat leerlingen zich in jou kunnen herkennen, zich met jou kunnen verbinden.
3. Laat leerlingen meedenken over de les. Stel vragen zoals:
• Wie van jullie heeft wel eens meegemaakt dat…?
• Wie van jullie herkent dit ook?
• Wie van jullie denkt dat het heel moeilijk is om…?
4. Laat de leerlingen zelf oplossingen bedenken (alleen, in duo’s of groepjes) voor de leervragen die je stelt. Geef zelf ook oplossingen voor de leervragen, maar daag de leerlingen uit om zelf met andere oplossingen te komen en deze te delen.
5. En natuurlijk: zorg voor afwisseling. Let op je stemgebruik. Gebruik filmpjes, puzzels, interactie, energizers… alles om de energie hoog- en de leerlingen betrokken te houden. En huiswerk geef je alleen op als dat zinvol is. Vertel dan ook precies wat ze moeten doen, waar ze het kunnen vinden (en ja: het moet óók op het bord staan), en vooral: waarom het zinvol (en leuk) is om dit huiswerk te maken!

Heb jij zelf nog meer tips? Zet ze in het commentaarveld!

Zeven energizers met een touw in de klas

Zeven energizers met een touw in de klas

Eigenlijk zou iedereen een (lang) touw in de klas moeten hebben. Niet om de leerlingen vast te binden, maar omdat een touw allerlei geweldige mogelijkheden heeft om in te zetten als werkvorm voor allerlei vakken.
En dan heb ik het zowel over sociaal emotionele ontwikkeling als over leervakken.

Ik zet er 7 neer, die je natuurlijk op allerlei manieren kunt aanpassen voor jouw leeftijdsgroep en voor het vak dat jij geeft.

1. Over de streep.
Je legt het touw in de lengte neer en vraagt de leerlingen aan een kant te gaan staan. Vervolgens geef je verschillende opdrachten, eventueel oplopend in “kwetsbaar durven opstellen”. Bijvoorbeeld van: “Als jij met losse handen durft te fietsen, dan stap je over de streep.” tot “Als jij een pestkop durft aan te spreken op zijn gedrag, dan stap je over de streep.”

2. Voorzetsels.
Je legt het touw in de lengte neer en vraagt de leerlingen aan een kant te gaan staan. Vervolgens geef je opdrachten: Ga staan (zitten, op een been enzovoort) -onder-op-naast-links van-rechts van-voor-en ga zo maar door- het touw.

3. Contact.
Je zit voor de klas en jij hebt de twee uiteinden van het touw in je handen. Het einde van de lus is bij een willekeurige leerling. Je geeft de klas de opdracht om ervoor te zorgen dat iedereen het touw met een hand vast heeft. Complicerende factoren zijn dat niemand van zijn plaats af mag (ook niet van zijn stoel) en dat het touw nergens mag kruisen. Ook mag er bij deze opdracht alleen stilzwijgend gecommuniceerd worden. Je maakt het moeilijker als je de opdracht geeft dat het touw bij iedereen op een vlakke hand moeten liggen; vastpakken mag dan niet.

4. Knoop.
Dit is het leukst met verschillende touwen (of nog moeilijker: wol). Je maakt net zoveel groepen als er touwen zijn. Alle touwen zijn enorm in de knoop en de opdracht is om met jouw groep het touw zo snel mogelijk te ontknopen. Je kunt dit met of zonder praten laten doen en je kunt er ook een wedstrijdelement in stoppen. Een leuke vervolgopdracht is om de groep het touw weer in de knoop te laten maken en weer door te laten geven aan een andere groep…

5. Vormen.
De leerlingen staan in een kring, het touw ligt (al dan niet in de knoop) in het midden. Vervolgens geef je de opdracht dat de hele groep binnen  (bijvoorbeeld) 10 seconden vormen moet maken met het touw: vierkant, cirkel, piramide, kubus, driehoek, parabool, enzovoort. Ook dit kan met en zonder overleg. Het wordt heel interessant als je (heel serieus) vormen gaat noemen die niet bestaan, maar wel een echte vorm lijken: “sommametrum”, of “vierkante grammo”.

6. De loop.
Speciaal voor aardrijkskundelessen: het touw vormt de loop van de rivier en de leerlingen beelden uit wat er met de rivier gebeurt. Hiermee kunnen termen als “meanderen”, “erosie”, “slibben”, enzovoort geoefend worden.

7. Kijken en meten.
Je legt het touw in de lengte neer en vraagt de leerlingen op het touw te gaan staan. Vervolgens geef je verschillende opdrachten waarbij de leerlingen op volgorde moeten gaan staan. Van groot naar klein, van dik naar dun, op schoenmaat, haarkleur, kleding, leeftijd, wonend op afstand van school, enzovoort. Hoe vager je de opdracht geeft, hoe meer ze moeten overleggen! Je kunt er met de stopwatch een tijdslimiet aan geven of een wedstrijd van maken door ze steeds sneller goed te laten staan.

Welke energizer voeg jij aan dit rijtje toe? Zet het in het commentaarveld!

Contact maken met leerlingen: de basis!

Contact maken met leerlingen: de basis!
Er wordt vaak gezegd dat leerlingen pas kunnen leren op het moment dat zij een goede relatie hebben met de leraar.

Onzin.

Zo heb ik mij ooit een ongeluk gewerkt voor biologie. Ik wilde minimaal een 8 halen; juist omdat de leraar en ik absoluut niet met elkaar overweg konden. Ik dacht dat zij dacht dat ik het niet kon. Dus ging ik haar bewijzen dat ik het wel kon. En ik haalde de ene 8 na de andere.

Mijn leraar biologie kon overigens wel goed lesgeven. Maar er was geen sprake van “menselijk contact”. Laat staan van “een relatie”. Bovendien was ik toen op een leeftijd waarop ik ervan overtuigd was dat deze leraar helemaal niet menselijk was.

Zoiets.

Ook in de literatuur wordt gesteld dat een goed klassenmanagement en didactische vaardigheden vóór een goede relatie gaan. Een goede relatie maakt immers geen goede les, daar is meer voor nodig.

Aan de andere kant… een kleuter die zich ongelukkig voelt en zit te huilen… hoeveel zal zij leren? Een troostende juf of meester lijkt mij dan echt noodzakelijk om tot leren te komen.

Hoe dan ook…

Vijf tips om contact te maken en te houden met je leerlingen:

1. Het begint al bij binnenkomst. Je staat (als het kan) bij de deur. Je kijkt je leerlingen in de ogen en wisselt een woordje met iedereen. Luister actief!

2. Je meent wat je zegt. Je bent oprecht. Je toont je waardering. Leerlingen voelen het als je je aandacht er niet echt bij hebt en dat gaat uiteindelijk tegen je werken.

3. Je hebt respect voor andere meningen en opvattingen, ook al ben je het er zelf helemaal niet mee eens. Als je je leerlingen oprecht serieus neemt dan merken ze dat en dan nemen ze jou ook serieus.

4. Je bent betrokken bij de leerlingen. Je hebt oprechte belangstelling. Je leeft mee met onvoldoendes, trouwfeesten en nieuwe kleren en je onthoudt het ook.

5. Denk aan je lichaamstaal. Je hebt regelmatig oogcontact, je glimlacht of kijkt eens heel streng, je knipoogt, je staat zeker (op twee benen), je geeft schouderklopjes.

En ja… je mag open zijn over jezelf. Je gedrag, je gevoelens, je meningen en wat je gisteren gegeten hebt. Daarmee bevorder je empathisch gedrag; je geeft zelf het goede voorbeeld.

Niet een gastblog en vier tips voor de ouderavond

Niet een gastblog en vier tips voor de ouderavond

Een gastblog… van Sabine Wolters:
Niet over opvoeden. Niet lezen als je niet nieuwsgierig bent.

Luister je wel naar mij?
Heb je ook wel eens dat kinderen juist dat doen waarvan je net gezegd hebt dat je dat niet wilt? Je hebt het nog zo duidelijk gezegd en toch, op een of andere manier dringt het niet tot ze door.
‘Niet oversteken’ en hup… daar rennen ze de straat op. Of …. ‘vandaag gaan we niet op de computer’ en geheid wordt er even later gevraagd ‘wanneer mag ik op de computer?’. Of je zegt ‘vrijdag ben ik er niet’ en de volgende dag wordt er aan je gevraagd ….. ‘waar was je nou?’. ‘Niet laten vallen’ en hupsakee daar ligt het op de grond.Typische voorbeelden waarbij je juist het tegenovergestelde krijgt van wat je wél wilt. Hoe kan dat nou?
In voor een experiment?
Ik laat je iets ervaren, lees het volgende stukje rustig door om het echt zelf te ervaren:

‘Denk niet aan jouw huisnummer,
niet aan de kleur van je ogen,
niet aan je moeder
en zeker niet aan jouw favoriete tv programma,
niet aan jouw postcode en al helemaal niet aan jouw geboortedatum’

Wat gebeurt er? Inderdaad. Je denkt juist direct aan dat wat ik je vraag niet te doen. Hoe kan dat nou?
Het onbewuste kan geen ontkenning vasthouden.
Het woordje NIET bestaat in het onbewuste niet. Om ergens niet aan te denken moet je eerst een beeld maken van dat wat je niet wilt, om er vervolgens een streep door te zetten.
Wanneer kinderen (en uiteraard ook volwassenen) dus te horen krijgen dat ze iets niet mogen, maken ze er een plaatje van en dat beeld onthouden ze. En eigenlijk doen ze dus precies dat waarvan ze denken dat jij dat gezegd hebt. Het woordje niet is namelijk niet tastbaar en dat vergeten ze dus.
Hoe dan wel?
Veel effectiever is direct benoemen wat je wél wilt.
Wil je dat ze niet oversteken, zeg dan wat je wel wilt, bijvoorbeeld: ‘Blijf op de stoep’.
‘We gaan vandaag niet op de computer’ –  ‘Morgen mag je weer op de computer’.
‘Vrijdag ben ik er niet’ – ‘Vrijdag ben ik weg’.
‘Niet laten vallen’ –  ‘Goed vasthouden’.
Word je bewust van wat je eigenlijk zegt en geef een directe boodschap. Zeg wat je wèl wilt.
Eigenlijk telt dit precies zo voor je eigen doelen. Wat zeg jij tegen jezelf? Focus jij je op dat wat je niet wilt of juist op dat wat je wèl wilt?
Ga het verschil maar eens ervaren….. en mocht je je nou voornemen om niet meer te zeggen wat je niet wilt……
Je weet nu wat het woordje NIET niet voor je doet. 😉

Sabine heeft een geweldig leuk E-boek geschreven over hoe je de groepsdynamiek kunt beïnvloeden. Je kunt het HIER gratis downloaden.

En dan nu: vier dingen die je niet moet vergeten op een ouderavond:

1. Spreek af in welke gevallen je wel en wanneer je geen contact opneemt met de ouders.
2. Deel aan alle ouders visitekaartjes uit met je telefoonnummer (op school), wanneer je daar bereikbaar bent, met je (werk) e-mailadres, je vak en alles wat je nog meer wilt delen.
3. Doe een quiz(je). Dat kan gaan over hun kind, jouw vakgebied of de plaats waar jullie wonen. Kahoot is leuk als iedereen een smartphone bij zich heeft.
4. Neem van alle ouders persoonlijk afscheid, met een hand en een klein (leuk) woordje over hun kind.