Tagarchief: digibord

Zeven tips voor het overleven van de pauze

Zeven tips voor het overleven van de pauze

Dit zijn van die weken met onbestemd weer. Zonnetje, regen, wind… ze wisselen steeds af. Rustig weer met een zonnetje… dat gaat prima in de klas. Maar als het regent… afgelopen week moesten veel leerlingen binnen blijven in de aula of in het lokaal. En daar worden leerlingen druk van. Net als van wind. We kennen allemaal de invloed van veel wind op onze leerlingen; ze krijgen dan storm in hun hoofd.

Maar goed. Wat doe je als jouw klas binnen moet blijven? Ik heb afgelopen week weer heel wat pauzefilmpjes voorbij zien komen op de diverse digiborden: Buurman en Buurman, Klokhuis, Sinterklaasjournaal, Mister Bean. Een enkeling las voor. En in alle lokalen was het benauwd warm, stonk het en was het niet stil. Er was geen rust.

Daarom deze week: wat kun je doen als je leerlingen in de pauze binnen moeten blijven? Leraren in VO en MBO: lees toch maar even door, want met wat aanpassingen kun je deze tips ook gebruiken. De hoofdboodschap is: zorg ervoor dat de leerlingen even niet naar gesproken tekst hoeven te luisteren… dat moeten ze al de hele dag. Dat is waarvan ze even los moeten komen; waarom ze pauze moeten hebben.

  1. Zet alsjeblieft je ramen open. Zit desnoods 10 minuten met jassen aan in de klas. Frisse lucht is noodzaak.
  2. Ook al regent het pijpenstelen: ga toch even met de leerlingen naar buiten. Ren een rondje om de school met z’n allen en ga dan weer naar binnen.
  3. Zet een rustig muziekje op i.p.v. een filmpje (Satie is altijd zeer geschikt) en geef alle leerlingen een kleurplaat. Een moeilijke. Met maar 3 kleurpotloden. Als je een kleurtje wisselt, neem je ook een hap en een slok.
  4. Doe “drukke” spelletjes op de plaats: pinkelen, steen-papier-schaar, tafeltikkertje, dirigentje, ritmes klappen, alle-vogels-vliegen, enzovoort.
  5. Doe “rustige” spelletjes op de plaats: stoelmassage, groepstellen tot 25, chinees kleven, draai-de-pen, enzovoort.
  6. Laat de leerlingen snel eten en drinken (gebruik de time-timer) en laat ze daarna allemaal staan. Zing liedjes (die ze al kennen). Dat is ook goed voor het groepsgevoel. Eindig met een rustig lied.
  7. Zorg voor een duidelijke overgang naar de volgende les. Als de leerlingen druk zijn, blijven ze dat vaak ook de les daarna. Het is dus zaak om een heldere routine in te slijpen, waarin iedereen klaar is om te beginnen met de les. Sluit de pauze dus duidelijk en helder af.

Wil je nog meer spelletjes, werkvormen en energizers leren om in de klas te doen? En wil je die ook kunnen toepassen tijdens je lessen? Het maakt niet uit om welk vak het gaat: rekenen, scheikunde, wiskunde, spelling, aardrijkskunde… Tijdens de workshop op 10 december a.s. doe je en leer je er heel veel. Voor maar € 29,- ben je erbij. Kom meedoen en geef je hier op: http://www.sterkeschool.nl/energizers-de-klas/

Veel plezier!!

Ouderwets = uit de tijd … dus weg ermee!

Ouderwets = uit de tijd … dus weg ermee!

Als ik naar het onderwijs kijk vandaag de dag, dan vind ik eigenlijk dat er niks is veranderd. Meer dan 100 jaar geleden zaten er heel veel kinderen van dezelfde leeftijd in de klas en er stond een leraar voor, die erg zijn best deed om zo goed mogelijk les te geven.
Wat is er dan anders?
Niks!

Ja oké, de techniek is de school ingekomen. We weten meer. De kinderen hebben een andere rol in het gezin dan 100 jaar geleden. De zaterdag is tegenwoordig een vrije dag. De maatschappij is veranderd. Gelukkig maar; ik moet er persoonlijk niet aan denken dat alles nog steeds hetzelfde is als 100 jaar geleden. Lijfstraffen, ezelskoppen, speciale opdrachten voor meisjes…
Maar als je nog eens kijkt naar de schoolklassen van toen en van nu… we doen nog steeds ontzettend onze best om zo goed mogelijk les te geven aan een (grote) groep leerlingen in een klaslokaal. Betekent dat dat het onderwijs ouderwets is?
Ouderwets wordt toch gezien als een beetje een “vies woord”. Uit de tijd. Achterhaald. Verleden tijd. Onderwijs is toch niet ouderwets meer? We hebben toch alles uit het verleden wat niet werkt de school uitgegooid?

Nou nee. We hebben van alles de school ingegooid waarvan men roept dat “het nieuw en dus goed is”. En sluipenderwijs heeft men wat ouderwetse dingen de school uitgezet. Maar wie zijn toch die “men”?
Ik ben er achter. Die “men” dat zijn onderwijskundigen die nog nooit een klas van dichtbij gezien hebben. Onderwijskundigen die dingen bedacht hebben, maar nooit onderzocht hebben of dat wat zij bedacht hebben wel werkt op onze scholen. Onderwijskundigen die veel contacten hebben in de politiek. Onderwijskundigen die ongetwijfeld verstand hebben van heel veel dingen, maar beslist niet van het dagelijkse onderwijs. En met hun ideeën zijn er veel goede technieken uit de klas verdwenen.

Ik pleit er voor om een paar ouderwetse technieken terug te halen in onze klassen. Ouderwets kan dan wel stom klinken, maar deze ouderwetse technieken werken. Ze zorgen ervoor dat onze leerlingen die dingen leren die ze moeten leren. En ik pleit er ook voor om een aantal nieuwe technieken te behouden. Omdat ze goed zijn voor onze leerlingen. Dan ben ik maar ouderwets.

1. Leerlingen zijn geen volwassenen. Hun hersenen zijn nog niet volgroeid, dus ze kunnen die nog niet volledig benutten. Ze zijn dus niet in staat om goed-doordachte beslissingen te nemen. Het is de taak van de leraar om ze daar bij te helpen. Die moet heel goed weten wat een leerling wel niet zelf kan beslissen. Een leraar moet dus duidelijke keuzes bieden.
2. Het digibord is fantastisch en het moet blijven. Maar hang er alsjeblieft een krijtbord naast; haal dat whiteboard weg. Krijtborden zijn een must voor degelijk schrijfonderwijs. En iedere leerling kan lezen wat er op staat; ook achterin het lokaal. Dat heb ik op een whiteboard nog niemand voor elkaar zien krijgen.
3. Zorg dat je goed weet wat de leerlingen moeten weten en kunnen: ken je leerlijnen. Leg daar de methode naast. Gebruik de methode als handreiking en niet als wet.
4. Leraar zijn is een vak. Er wordt veel van je verwacht en je hebt een enorme verantwoordelijkheid. Gedraag je daar ook naar. Ga terug op je voetstuk; profileer je als deskundig en laat je ook als zodanig betalen.
5. Tafels stampen. Rijtjes opzeggen. Strafregels schrijven. Fouten verbeteren. Onze hersenen zijn geprogrammeerd om iets te onthouden als we het a. mondeling herhalen en b. opschrijven. Liefs minimaal 7 keer. Sorry, maar het werkt.
6. Kleuters leren door spelen. Liedjes zingen. Rijmpjes. Bewegen. Voordoen. Herhalen. Meedoen. Rituelen. En ze kunnen niet langer dan 5 minuten achter elkaar luisteren.
7. Nee, alsjeblieft niet het Wilhelmus, maar het is goed om iedere dag te zingen. Ja, met alle leeftijden. Voor mijn part met YouTube en ondertitels, maar zing met je klas minimaal een lied per dag.
8. Kinderen hebben knuffels nodig. Geen panda’s, maar op schoot zitten en een troostende arm horen erbij. Een beetje meer vertrouwen in onze mannelijke collega’s mag best.
9. Jongens mogen stoeien en flinke competities houden. Rennen. Duwen. Hun kracht en uithoudingsvermogen testen. Spreek wel goed af waar, wanneer en met welke regels. En laat een man het regelen; die snapt het.
10. Leerlingen (en hun ouders) zijn niet van suiker. Je mag ze dus aanspreken op hun gedrag. Je hoeft je niet altijd te verdedigen; soms heb je gewoon gelijk omdat jij de leraar bent. Punt.

En hoe ouderwets ben jij?

Doe mee met de grote digibord test!

Doe mee met de grote digibord test!

Heerlijk hè, zo’n digibord. Ik vind het echt een van de meest fijne uitvindingen van de laatste jaren:
* Je kunt er filmpjes en plaatjes op laten zien.
* Je kunt steeds de achtergrond kiezen die jij nodig hebt (regels, ruiten, leeg).
* Je heb alle mogelijke tools en andere handige dingen (zandlopers, verjaardagstaarten, afstanden, karaoke, enzovoort).
Maar het meest blij was ik toch wel met de “schrijflettertoepassing”. Je typt het woord op je toetsenbord en hetzelfde woord verschijnt in perfecte schrijfletters op het digibord! En ook nog eens precies tussen de lijntjes! Voor iemand die drie maal is gezakt voor het vak “bordschrijven” op de Pabo (zoals ik…) is dat echt heel fijn.

Nu sta ik zelf nog maar weinig voor de klas, maar ik zit wel heel vaak achter in een klas. En er valt me dan wel erg vaak hetzelfde op:

• Het zicht op het bord is echt heel slecht op sommige plekken in het lokaal. Dat heeft soms te maken met zonlicht (tegenlicht) en soms ook met de verlichting in het lokaal. Filmpjes, ondertitels… alles wordt “flitserig” en veel te wit.

• Er staan vaak dingen geschreven op het whiteboard. Stift schrijft echter aanmerkelijk kleiner dan een krijtje… het programma van de dag is meestal onleesbaar. Ik vraag dan aan een leerling wat er staat, maar die kan het ook niet lezen. Het ligt dus echt niet aan mijn slechte ogen.

• Leerlingen melden dus vaak niet dat het bord onleesbaar is. Dat doen ze wel als er een som wordt uitgelegd, maar niet als er naar een filmpje gekeken wordt of als het om de informatie op een van de whiteboards gaat.

Dus eigenlijk… ik snap nu wel waarom het oude schoolbord donker was en krijtjes wit; het zicht vanuit alle hoeken in het lokaal was aanmerkelijk beter. Betekent dit dat ik hier naar terug wil? Nee, beslist niet. Maar ik nodig je wel uit om zelf eens te testen hoe het zicht op alle plekken in jouw lokaal is, en dan ook nog eens bij alle soorten licht en tegenlicht. Je kunt dit alleen of met een collega doen, maar samen met de leerlingen is nog leuker:

DIGIBORD TEST!
1. Vertel de leerlingen dat jullie een test gaan doen waar je hun hulp absoluut bij nodig hebt: de Grote Bord Test
2. Van te voren heb je verschillende soorten beeld klaar gezet:
a. Filmpje (uit een methode);
b. Instructie;
c. PowerPointpresentatie;
d. Plaatje;
e. Journaal of jeugdjournaal;
f. Oefenprogramma uit een methode;
g. …
3. Je whiteboard(s) is (of zijn) leeg.
4. Je spreek met de leerlingen verschillende tekens af, bijvoorbeeld:
a. Linkerhand omhoog als je het kunt zien met je linkeroog (rechteroog dicht);
b. Linkerhand omhoog als je het kunt zien met je linkeroog (rechteroog dicht);
c. Twee handen omhoog als het met 2 ogen open goed te zien is;
d. Opstaan als je het kunt zien met beide ogen dicht.
5. Voor je neus liggen meerdere exemplaren van de plattegrond van jouw lokaal; eventueel met de namen van de leerlingen. Op iedere plattegrond heb je opgeschreven welke test er bij hoort; wat op het (digi)bord staat in combinatie met het soort licht.
6. Vervolgens noteer jij (of een leerling of een stagiaire) welke leerlingen hun vinger(s) opsteken bij iedere test.
7. Na het digibord komt het whiteboard (of komen de whiteboards) aan de beurt. Kies verschillende kleuren (is bij het digibord trouwens ook handig), verschillende groottes en verschillende plaatsen op het bord.
8. Het is meteen ook een test welke leerlingen misschien wel een bril nodig hebben…

Veel plezier en… Lang leve het digibord!

De zeven dingen die je op je bureau wilt hebben

De zeven dingen die je op je bureau wilt hebben

Een vol bureau is een vol hoofd. Dat wordt gezegd in kantoorkringen, maar ik denk dat het voor leraren ook best zou kunnen gelden. Ik ken leraren die altijd alles kwijt zijn, omdat hun bureau altijd bezaaid is met papieren, mappen, boeken en “O help, waar is mijn agenda nou, ik weet zeker dat ie hier ergens lag!”

Tip 1: Zorg voor een plank of de bovenkant van een lage kast voor nakijkwerk, boeken, handleidingen enzovoort. Leg dergelijke zaken niet op je bureau, maar overzichtelijk (en op volgorde) ergens anders. Dat geeft alvast rust en orde. Het geeft je in ieder geval overzicht.

Wat mij betreft liggen er maar zeven dingen op je bureau:

1. De afstandsbediening van je digibord. Alhoewel een houder naast je bord nog handiger kan zijn.

2. Je mascotte. Iets waardoor jij je steeds herinnert wie je bent en waarom je daar staat. Jouw “anker”. Dat geeft je rust en zelfvertrouwen.

3. Je agenda (telefoon mag ook).

4. De klassenmap. En die map is zo leeg mogelijk en moet overzichtelijk ingericht zijn. Haal regelmatig alle overbodige “zooi” eruit.

5. Een pennenbakje. Daar zitten alleen de spullen in die je echt nodig hebt.

6. Beloningen voor de leerlingen. Stickers, pennen of andere leuke dingen. Mag in een vrolijk bakje.

7. Een beker met ijslollystokjes waar de namen van alle leerlingen op staan. Als je beurten geeft, trek je een stokje en na de beurt doe je het stokje omgekeerd terug in de beker.

Je mag hier zelf natuurlijk variaties op bedenken. Je les ligt natuurlijk ook op je bureau, maar die ligt daar niet de hele tijd. Bij de volgende les vervang je de handleiding of je voorbereiding.
En niet te vergeten: je PC of laptop staat vermoedelijk ook op je bureau. Maar wil je die daar ook echt hebben?

Veel plezier!