Tagarchief: doel

Oja… goede voornemens ?

Oja… goede voornemens ?

Heb jij, net als ik, een lijstje met goede voornemens opgesteld? Met dingen die je eigenlijk anders wilt in dit mooie nieuwe jaar? Met doelen voor jouw eigen ontwikkeling? Met doelen voor jouw klassen? Ga je ook doelen opstellen met je leerlingen? Zodat zij ook goede voornemens hebben (of krijgen)? Of laat jij jouw leerlingen hun eigen doelen en goede voornemens formuleren?

Wat is er eigenlijk met jouw goede voornemens voor 2017 gebeurd? Heb je je er aan gehouden? Of ben je  vergeten welke het ook alweer waren?

Hoe komt het eigenlijk dat het zo moeilijk is om je aan goede voornemens te houden? Om de doelen die je gesteld hebt te behalen? Daar kunnen verschillende redenen voor zijn:

  1. Eigenlijk wil je dit doel helemaal niet bereiken. Er is misschien wel een goede reden voor om je gedrag te veranderen (bijvoorbeeld: minder snoepen en meer sporten is goed voor je gezondheid), maar diep in je hart ben je misschien wel dol op snoep en heb je een hekel aan sporten. Dus zodra je de kans krijgt om jouw huidige “wel snoepen niet sporten-patroon” in stand te houden, grijp je die kans en is jouw goede voornemen als sneeuw voor de zon verdwenen.
  2. Jouw doel is te groot. Jouw doel is onoverzichtelijk, je weet niet waar je moet beginnen en je ziet er als een berg tegenop.
  3. Anderen vinden jouw doel stom, of geloven al bij voorbaat dat jouw doel onhaalbaar is. Of ze dat hardop uitspreken, maakt niet uit; zodra jij het gevoel hebt dat anderen dat vinden is het voor jou eigenlijk al een gepasseerd station.
  4. Je hebt wel een leuk doel gesteld, maar je weet helemaal niet waarom je dit doel zou bereiken. Je hebt geen idee wat het jou voor voordeel kan opleveren. Je zou het kunnen doen om een ander een plezier te doen, of omdat jouw directeur zegt dat het moet. Maar als je voor jezelf al hebt besloten dat het een zinloos doel is, is het moeilijk om je er aan te houden. Denk bijvoorbeeld aan het maken van groepsplannen of het bijhouden van je administratie op een bepaalde manier.

Deze vier redenen (en er zijn er vast nog meer…) kunnen jou van jouw goede voornemen afhouden. Dan verandert er niets aan jouw gedrag. Maar als je jouw gedrag wel wilt veranderen, dan kan het helpen om de volgende vier tips toe te passen op bovenstaande redenen:

  1. Je gaat bij je jezelf na waarom je dit doel niet wilt bereiken. Wat levert het jou op om te snoepen en niet te sporten? Wat heb je er aan? Vind je snoep gewoon lekker en houd je niet van sporten? Bedenk dan een tussenweg. Kun je het houden bij 1 snoepje per dag op een vaste tijd? Kun je een sport bedenken die je wel leuk vindt? Of kun samen met iemand afspreken om te gaan sporten en af te spreken hoe vaak per maand je een les mag missen? Kortom: ga goed na wat je eigenlijk wel wilt en hoe je dat kunt bereiken op een manier waar jij zelf blij van wordt.
  2. Je schrijft jouw einddoel op en daar onder noteer je wat er allemaal moet gebeuren om dat einddoel te bereiken. Dat zijn de tussenstappen, of beter: tussendoelen. Je zorgt ervoor dat die stappen allemaal zo klein mogelijk zijn. Makkelijk te halen, enkelvoudig en in weinig (of in korte) tijd. Die tussenstappen zet je op juiste volgorde. En vervolgens plan je die kleine stapjes in, in je agenda en/of op een afvinkoverzicht. Met data en deadlines.
  3. Bedenk voor jezelf hoe belangrijk het voor jou is om dit doel te bereiken. Is dat belangrijker dan wat anderen van jouw doel vinden? Dan kun je met jezelf afspreken dat je gewoon begint en op een bepaalde datum beslist of je er mee door wilt gaan. Zet die datum in je agenda. Blijkt het helemaal geen belangrijk doel voor jou te zijn? Dan gaat tip 1 voor jou in werking. Of tip 4.
  4. Bedenk hoe je dit doel voor jou wel belangrijk kunt maken. Vervang het woord “moeten” door “willen”. Wat is daar dan voor nodig? Kun je iets bedenken waardoor “groepsplannen” of “administratie” voor jou wel goede acties zijn? Heb je er nu te weinig tijd voor? Of snap je niet waarom je dit zou moeten (of willen) doen? In dat geval is het handig om te gaan praten met degene die jou de opdracht heeft gegeven. Vraag naar de reden waarom. Vraag hoe je het zou kunnen doen zonder dat je er tijd voor hebt. Kortom: vraag om hulp! En mocht je het eng vinden om hulp te vragen: bedenk dan wat er gebeurt als je niets doet. Als je zeker weet dat niemand jou erop gaat aanspreken, dan heb je geen reden om je gedrag te veranderen en dan blijft alles zoals het was. Maar als je in de stress schiet bij het idee, dan kan dat een reden zijn om om hulp te vragen, of om je gedrag vanuit jezelf te veranderen.

Succes!

Wil je nu de SterkNieuws verder lezen? Klik dan HIER.

Contact maken. En dan echt contact!

Contact maken. En dan echt contact!

Je hebt een gesprek met ouders. Misschien is het een 10-minutengesprek. Misschien heb je de ouders op school gevraagd om een probleem te bespreken. Misschien zijn deze ouders onverwacht binnen komen lopen en willen ze je heel graag spreken. Je bent best een beetje zenuwachtig. En dat mag ook. Jij wilt immers het beste voor jouw leerlingen en dat willen de ouders ook.

Je hebt een gesprek met een leerling. Het loopt niet zo lekker. Of je hebt gedrag gezien waar je niet blij mee bent. Of je wilt gewoon oprecht antwoorden op de vragen die je hebt.

Je hebt een gesprek met je leidinggevende. Misschien is het tijd voor je functioneringsgesprek. Of je beoordeling. Ook zo’n gesprek kan heel spannend zijn, zeker als jouw aanstelling in het geding is.

Dit zijn gesprekken waar je echt contact moet maken met de ander. Omdat je dan een win-winsituatie creëert. Iedereen “krijgt wat hij wil”.

De ouders luisteren naar jouw tips en jij staat open voor hun ideeën.
Het probleem dat je had met de leerling is opgelost, jij hebt je antwoorden en de leerling is ook opgelucht.
Je hebt een goed gesprek met je leidinggevende. Jij kunt je zegje doen in openheid en jouw leidinggevende heeft ook zijn doel bereikt.

Tijdens mijn NLP-opleiding heb ik geleerd hoe ik goed contact kan maken in gesprekken met anderen. Deze tips deel ik graag met jou.

1. Maak “rapport”. Dat wil zeggen dat je heel goed kijkt en luistert naar de ander. Waar kijkt de ander naar? Maakt diegene bewegingen met armen of handen? Hoe houdt de ander zijn hoofd? Wat is de houding van de ander? Rechtop? Of in elkaar? Signaleer.

2. Vervolgens ga je net zo zitten als de ander. Kopieer diens houding. Niet exact, maar ongeveer. Knik regelmatig. Zeg “m, m” ter bevestiging.

3. Er wordt vaak gezegd dat je moet samenvatten wat de ander zegt (LSD), en dat mag, maar het is beter om dat pas te doen op het eind van het gesprek. Tijdens het gesprek herhaal je letterlijk wat de ander zegt. Soms wat woorden, soms een hele zin. Dat voelt en klinkt in het begin een beetje vreemd, maar omdat de ander zijn eigen woorden terug hoort, voelt diegene zich gehoord en begrepen. En dat is de basis van een goed gesprek. Nu is er contact.

15 tips om beter te leren!

15 tips om beter te leren!

Je wilt dat jouw leerlingen dingen leren.

Feitjes.
Gedrag.
Vaardigheden.
Competenties.
Lijstjes.
Gedachten.

En hoe kun je je leerlingen daar nu het beste mee helpen?

Door ze tips te geven.

Deze 15 tips geef ik aan de middelbare scholieren en studenten die bij mij leren leren.

En het werkt!

En met aanpassingen werken ze ook in het PO en SBO.

Dus zegt het voort…

15 tips om beter te leren:

1. Zorg voor een goede planning. Wissel vakken af en neem voldoende pauzes tussendoor.

2. Zet een duidelijk doel voor jezelf voor je begint met leren. Dan weet je waarom je het doet.

3. Voor je begint met leren: zet je mindset op uitdaging en je focus op leren.

4. Zorg dat je nergens door afgeleid kunt worden. Zet dus alles uit.

5. Als je muziek luistert: kies voor muziek in hetzelfde ritme als je hart klopt.

6. Zorg voor licht, frisse lucht en water. In de pauzes mag je wat eten en ga je flink bewegen.

7. Multitasken bestaat niet!

8. Sport regelmatig.

9. Eet gezond en vermijd energiedrankjes.

10. Leer snellezen. Als je sneller leest ben je ook eerder klaar.

11. Als je iets wilt onthouden dan moet je het 7 keer herhalen.

12. Optimaal herhalen = na 10 minuten, na 1 uur, na 1 dag, na 3 dagen, na 7 dagen, na een maand en na een jaar.

13. Werk met kleuren en kaartjes om woorden en begrippen te onthouden en jezelf te overhoren. Dansjes en liedjes werken ook!

14. Maak mindmaps in plaats van samenvattingen. Je brein onthoudt een mindmap beter omdat je je hersenen dan beter benut.

15. Pas als je iets 21 keer gedaan hebt, kan iets een automatisme worden.

Extra tip: Oefening baart kunst & de aanhouder wint!

De 7 tips voor een goede muziekles

De 7 tips voor een goede muziekles

  1. Geef je les een muzikaal doel en zet dit doel vooraf op het bord.
    Een liedje zingen is leuk en zeker belangrijk, maar dat is geen doel op zich, het is een hulpmiddel om een doel te bereiken.
  2. Kies een lied of muziekstuk waarmee jíj je lesdoel kunt bereiken.
    Als je zelf enthousiast bent over wat je laat horen neem je de kinderen daarin mee. En als jij ervan overtuigd bent dat je het doel kunt bereiken ben je over het algemeen ook enthousiast.
  3. Laat veel muziek horen en praat erover.
    Vinden de kinderen het mooi? Herkennen ze instrumenten? Hoeveel stemmen horen ze? Muziekwaardering, instrumentenkennis en muziekgeschiedenis zijn ook kennisgebieden uit de kerndoelen.
  4. Maak het doel simpel.
    Kinderen ritmes laten klappen begint écht met 4 kwartnoten in een maat. Voor veel kinderen (in de onderbouw) is dit al lastig genoeg, zeker als ze zelf voor de klappende begeleiding moeten zorgen. Of een heel lied zuiver zingen is voor veel volwassenen al een onhaalbaar doel, dus laat staan voor de kinderen. Pak 2 zinnen uit een lied en hamer op de noten.
  5. Gebruik youtube!
    De toevoeging “lyrics” aan je zoekterm levert vrijwel altijd een versie met de tekst in beeld op.
  6. Muziek maken is expressie.
    Laat kinderen gaan! Laat ze staan, dansen, overdrijven, brommen, piepen, kortom: enthousiast zijn. Zolang ze hun stem maar niet beschadigen is veel geoorloofd. Laat ze muziek beleven en uitbeelden. Denk bijvoorbeeld eens aan een les waarbij de kinderen eerst een klassiek muziekstuk analyseren (harde stukken, zachte stukken, enz.) en vraag ze daarna de dirigent te spelen.  Hoe zou jij het orkest laten doen wat het moet doen?
  7. Geniet!

Extra tips:

Gebruik de methode als hulpmiddel om je doel te bepalen en om passende liedjes bij je doel te vinden. Is jouw groep niet aan het doel toe? Pas het aan!

Herhaal je liedjes waarmee je doelen bereikt vaak. Dit kan als energizer tussendoor, aan het einde van de dag (even relaxed afsluiten), maar zeker ook als start van de volgende les.

Houd  voor nog  meer ideeën www.meestermichael.nu in de gaten!

 

 

Zeven tips om je lessen te verbeteren

Zeven tips om je lessen te verbeteren

1. Doe aan het begin en aan het eind van je les een energizer. Zo blijft iedereen bij de les.

2. Zet deze belangrijke dingen op het bord:
a. het doel van de les;
b. de inhoud van de les;
c. de regels en/of afspraken;
d. het tijdpad.

3. Je instructie, een activiteit en de evaluatie doe je klassikaal.

4. Zorg dat je niet meer dan 3 niveaugroepen hebt. Deze groepen kunnen verschillen per les.

5. Multitasken is slecht voor je. Doe alles wat je doet met aandacht.

6. Wees enthousiast over je les, over de inhoud.

7. Laat samen vatten wat de leerlingen al weten over het onderwerp, en neem ze stap voor stap mee aan het handje door de nieuwe stof.