Tagarchief: druk

Boos

Boos

Ik was laatst in een klas waar de leraar nogal boos deed en onvriendelijk was tegen de leerlingen. Kortaf, kribbig, boos. Die leraar liep duidelijk op zijn tandvlees. En de leerlingen haakten af. Mopperden. Na afloop van de les zei hij tegen mij: “Ik snap het niet. Ik wil niet onaardig zijn, maar het gaat vanzelf.….”

Ik had laatst een gesprek met een juf. Ze is net begonnen in een kleutergroep, de directeur is blij met haar en ze mag in ieder geval tot de zomer blijven. Maar ze was niet blij, ze barstte in tranen uit. “Ik ben niet goed genoeg” huilde ze. “Een ouder vroeg wanneer de andere juf weer terugkomt.”

Ik las een stukje over een meester, die overspannen was geraakt. Na vele gesprekken met een psycholoog trokken ze de conclusie dat de meester ongeschikt zou zijn voor het onderwijs. Te perfectionistisch. Meester nam ontslag en zocht een baan buiten het onderwijs. De titel van het stukje? “Hoe hard ik ook werkte, het werk was nooit af.”
Herken je dit?

En herken je deze opmerkingen ook?
“Het hoeft toch niet perfect te zijn.”
“Ik trek om vier uur de deur achter me dicht. Dat zou jij ook eens moeten doen.”
“Joh, zeur niet. Over een paar weken is het toch weer vakantie.”
“Waar maak je je nou druk om?”
“Je moet keuzes maken. Prioriteiten stellen.”
Allemaal makkelijk gezegd maar moeilijk gedaan, niet waar?
En deze… vind ik echt erg. Afgelopen twee weken al drie keer gehoord: “Hé, wel overeind blijven hoor, als jij uitvalt moeten wij nóg harder werken.”
Heb ik een oplossing?
Nee. Alhoewel…

Ga nou eens echt staken. Gewoon een maand alle scholen dicht. PO, VO, MBO… En zeg tegen iedereen dat er géén kinderen opgevangen worden. Dat de school gewoon dicht is. Omdat jullie met een spandoek en een slaapzak en een thermoskan thee op het binnenhof liggen. Maak nou eens een echte vuist, in plaats van dat kneuterige gepolder.
Ik snap wel hoe het zo ver heeft kunnen komen. Wij willen iedereen gelukkig maken, stellen onze leerlingen altijd voorop en we doen het allerallerergste: we doen wat ze van ons vragen, zonder te vragen: “Waarom?”
Ik spreek nog steeds leraren die eindeloze registraties bijhouden en groepsplannen maken omdat dat “van de inspectie moet”. Flauwekul. Het moet niet van de inspectie, het moet van jouw bestuur omdat ze je willen controleren.
En besturen duwen om de haverklap weer nieuwe veranderingen de school in omdat “het zo leuk, nuttig, modern, of noodzakelijk is”. Weer een nieuw concept de school in, begeleid door een onderwijskundige bureau dat veel huiswerk op geeft en ook nog in de klas komt kijken of je het wel goed uitvoert.
Als je de school geen maand wilt dichtgooien, stop dan gewoon eens collectief met alles te doen wat van je gevraagd wordt. Kies voor jezelf. Weiger alle flauwekul waar jullie eigenlijk het nut niet van inzien en waarvan jullie eigenlijk geen flauw idee hebben waarom jullie dit nu zouden moeten doen. Vraag een keer met z’n allen: “WAAROM? Wat hebben we er aan? Hoeveel tijd en energie kost het? Waarom is het goed voor de leerlingen?”
En als je dat niet durft: besteed één vergadering aan het opstellen van criteria: “Waar moet alles wat wij doen op school aan voldoen?” En stop met alles dat niet aan jullie criteria voldoet. En weiger vervolgens alles wat er in de toekomst niet aan voldoet.

Ja. Ik ben boos. En nee. Niet op de regering of de besturen.

Faalangst bij leerlingen

Open

Faalangst bij leerlingen

Het lijkt wel of er steeds meer leerlingen in onze klassen zitten die lijden onder faalangst. Bang om af te gaan. Bang om fouten te maken. Bang om iets verkeerds te zeggen. Waar komt dat toch vandaan?

Zijn het de ouders die steeds hogere eisen stellen?
Is het “de maatschappij” die vindt dat iedereen perfect moet zijn?
Worden er teveel toetsen afgenomen?
Zijn wij het, de leraren, die teveel druk leggen op onze leerlingen?
Of is het misschien een aangeboren afwijking; een gemuteerd gen?

Flauwekul natuurlijk, die laatste twee. Maar ook bij de bovenste drie kun je je afvragen of het wel waar is. Maar eigenlijk gaat het niet over de oorzaken. Waar het omgaat is hoe jij er mee omgaat in de klas. Want een leerling met faalangst kan oprecht heel ongelukkig zijn. En daar hebben wij leraren last van. Want wij willen dat onze leerlingen gelukkig zijn. Maar wat kun je er aan doen, als leraar? Je kunt een leerling met faalangst natuurlijk op een cursus doen. Maar ook in de klas kun je een leerling van zijn of haar faalangst afhelpen.

Het begint bij aandacht. Er zijn leerlingen die geen faalangst hebben, maar een tekort aan aandacht. Het is belangrijk om allereerst het juiste onderscheid te maken tussen die twee. Leerlingen met een tekort aan aandacht moet je alleen aandacht geven op andere, positieve punten. Als je dat consequent doet en de aanstellerij van de leerling afkapt en verder negeert, dan zul je zien dat de faalangst als sneeuw voor de zon verdwijnt.

Leerlingen met echte faalangst kun je op de volgende manier helpen:
1. De leerling moet zich bewust worden van het moment waarop de faalangst toeslaat. Je moet de leerling aanleren om op dat moment een teken te geven. Dan kan bijvoorbeeld door iets op tafel te zetten. Dan weet jij dat je iets moet doen: vragen stellen en doorvragen.
2. Vervolgens moet je de eerste vraag stellen aan de leerling. Niet hardop in de klas, maar altijd onder vier ogen en steeds weer opnieuw zodra de leerling het teken van faalangst geeft. Deze eerste vraag is: “Wat is het allerergste dat kan gebeuren als je nu faalt?” De leerling mag daar best even over nadenken. Maar er moet uiteindelijk een (mondeling!) antwoord gegeven worden. Er mogen ook meerdere antwoorden gegeven worden. Als leraar ga je vervolgens doorvragen. “Waarom is dat zo erg?” “Kun je nog iets ergers bedenken?” “En wat gebeurt er als er nog iets ergers gebeurt?” “En wat gebeurt er dan met jou?” “En dan?” “En wat gebeurt er dan?” “En waarom is dat erg?” Enzovoort. Door eindeloos door te vragen relativeer je de angst, maar neem je de leerling ook serieus.
3. Zodra de leerling zelf die denkstappen maakt en daardoor zelf leert te relativeren, zal de faalangst afnemen. De angst voor de angst is namelijk altijd groter dan de angst zelf en de enige manier om daar doorheen te breken is door de angst hardop te benoemen.
Succes!

Vastgeplakt achter je bureau!

Vastgeplakt achter je bureau!

Ken jij hem al? De onzichtbare barrière tussen jou als leraar en jouw leerlingen? De grens die ontstaat als jij achter je bureau zit en de leerlingen met hun neus recht naar jou toe zitten? Soms lijkt het net alsof er een slagboom tussen jullie inzit. Of een muur, met of zonder prikkeldraad er bovenop. Dat hangt dan weer van de sfeer af…

Ik zie het minstens één keer per week: de leraar zit achter het bureau. Vastgeplakt. Soms staat de leraar vooraan in de klas, bij het bord. Maar meestal gaat de leraar meteen na de instructie weer zitten. Op de veilige stoel. Achter de muur die het bureau vormt.

De leerlingen zijn al of niet aan het werk, letten wel of niet op… maar op de een of andere manier is het altijd onrustig. Dan kijkt de leraar verstoord op, roept een naam door de klas, moppert even en kijkt of de leerling weer aan het werk gaat.

Soms gaat de leerling weer aan het werk. Maar meestal volgt er nog een opmerking, al dan niet brutaal. Bijna iedereen kijkt op. En met een beetje pech volgen er opmerkingen van andere leerlingen, gevolgd door een boze leraar, gegiechel van enkele meiden, nog meer opmerkingen en niemand werkt meer. Iedereen kijkt naar de leraar…. Met een beetje geluk krijgt de leraar ze weer aan het werk, met een beetje pech escaleert de boel en/ of stuurt de leraar net de verkeerde de klas uit.

In het nagesprek zegt de leraar tegen mij: “dit is altijd een drukke klas”. En ik zeg: “het is jouw schuld dat ze zo druk zijn”. Tja. Ik ben nogal direct.

Deze leraar hoeft maar één ding te doen: WEG achter dat bureau. Rondlopen. Ogen in de rug ontwikkelen. Leerlingen zachtjes, onder vier ogen aanspreken.

Haal die slagboom omhoog. Breek die muur af. Haal het prikkeldraad weg. Loop door de klas. Heel simpel. Gewoon doen.

Heb je zin om nog meer te leren over orde houden? Kijk dan eens hier.

orde-houden

Is die werkdruk echt te hoog?

Is die werkdruk echt te hoog?

Hè hè, eindelijk mag het gezegd worden: de werkdruk in het onderwijs is te hoog.

En eindelijk zijn we aan het staken. En ik hoop dat we daar mee doorgaan tot er echt iets verandert in het onderwijs. Een hoger salaris: ja. En veel meer geld voor de werkdrukverlaging dan nu is toegezegd. Want van dat beetje geld kan iedere school (heb ik ergens gelezen) 4 uur per week een conciërge of onderwijsassistent inhuren. Dat schiet lekker op (maar niet heus).

Tot  er echte veranderingen worden doorgevoerd, kun je als school ook al wat doen. Want er  zijn voorbeelden van scholen die de werkdruk en vooral ook de regeldruk onder controle hebben.

Hoe doen ze dat?

Leraren houden dat plezier als het ze lukt om te focussen op hun passie voor het onderwijs. Focussen op de dingen waar ze blij van worden in plaats van op wat ze niet bevalt of afkeuren.

Leraren blijven energiek als ze keuzes kunnen en durven maken in wat ze wel en niet doen, als ze zich eigenaar voelen van hun taken en geen ‘pion’ op een groot schaakbord. Als ze vanuit hun hart en met hun deskundige betrokkenheid prioriteiten kunnen stellen en op die manier goed voor de leerlingen en goed voor zichzelf zorgen.

Wat kan iedereen binnen de school  doen om een gunstig klimaat in jouw school te creëren?

Hier volgt de top 7 van de dingen die jullie met het hele team kunnen doen:

1.Stel prioriteiten: wat is nu belangrijk en wat kan nog even wachten?

2.Wees bewust van wat een ‘must’ is (regelgeving) en waarin je als school vrijheid hebt om zelf vorm te geven. Vraag het na! Neem niets voor zoete koek aan.

3.Wees transparant over wat de overheid vraagt en wat je als school, vanuit je onderwijsvisie wilt.

4.Maak ruimte om aan teamgeest te werken. Heb het leuk met elkaar.

5.Kies bewust voor een paar jaarlijkse  buitenschoolse activiteiten en lessen en schrap de rest.

6.Maak zorgen, vragen en vraagtekens bespreekbaar.

7.Last but not least: neem het serieus als het soms toch teveel is voor iemand. Zorg voor een luisterend oor, begrip en eventueel samen naar een oplossing zoeken.

Het lijkt zo simpel, maar echt, het werkt.

 

Vijf tips voor als het weer tegen zit

Vijf tips voor als het weer tegen zit

Je kent het wel:
1. Het is vrijdagmiddag. Of door de week het 8e of 9e uur.
2. Het lijkt alweer een eeuwigheid geleden sinds het vakantie was.
3. Je leerlingen zijn irritant druk. Of sloom.
Het gaat stormen. Of het onweert. Of het is gewoon warm. Leerlingegedrag heeft vaak met het weer te maken. Denk ik.
Heeft iemand al eens wetenschappelijk onderzoek gedaan naar het verband tussen weer en leerlinggedrag? Volgens mij kunnen we daar wel wat mee. Dus als je iemand kent… ik houd me aanbevolen voor het publiceren van de resultaten.
Je kunt natuurlijk proberen “gewoon” les te geven. De kans is groot dat je continu moet waarschuwen en dat de sfeer heel vervelend wordt. Ik heb het wel eens voor elkaar gekregen om er op zo’n vrijdagmiddag zeven leerlingen uit te sturen. Van de 23. (Niet verder vertellen; ik schaam me nog steeds diep.)

Daarom deze vijf tips.
Voor het voorkomen van situaties waar je je later voor schaamt.
1. Stop je les en geef een opdracht (met als het lukt hetzelfde lesdoel) die de leerlingen alleen of in kleine groepjes kunnen uitvoeren.
2. Zet een luisterboek op (of lees zelf voor) en geef de leerlingen een moeilijke kleurplaat om ondertussen (heel precies!) in te kleuren. Ja, óók in de bovenbouw van het VO en op het MBO.
3. Ga met je leerlingen naar buiten en maak een wandeling met een kijkopdracht.
4. Houd een quiz, ga bingoën of doe een ander spel met de hele klas.
5. Zorg in ieder geval voor een voorraad activiteiten en opdrachten voor die momenten waarop je wel les moet geven, maar het beter is voor iedereen om dat niet te doen.

Succes!

Zeven tips voor het redden van je vakantie

Open

Zeven tips voor het redden van je vakantie

Als ik vakantie heb, dan gebeuren er altijd drie dingen:
* Ik word ziek. Ik ben namelijk nooit ziek, behalve in de vakantie. Een of twee dagen. De eerste een of twee dagen dus.
* Ik werk gewoon door. Dat ik geen leerlingen heb, maakt niet uit.
* De laatste nacht voor de nieuwe schooldag slaap ik laat in en slaap ik slecht.

Voor de vakantie heb ik mijn to-do-in-de-vakantie-lijst al af en als ik weer ben opgeknapt pak ik deze lijst op en ga ik aan de slag. En laat ik eerlijk zijn; er staan niet alleen school-gerelateerde onderwerpen op. Eentje die iedere vakantie terugkomt is “zolder opruimen”. Niet dat de zolder steeds weer een zooitje wordt. Nee. Aan het eind van de vakantie doe ik de deur naar de zolder open en kijk ik rond. Dan weet ik van ellende niet waar ik moet beginnen dus ik doe de deur weer dicht en vink het onderwerp “zolder opruimen” van mijn lijstje af. Ik snap ook niet waarom ik het er steeds weer opzet. Zodra ik rijk ben, huur ik iemand in om mijn zolder op te ruimen.
Schoolgerelateerde onderwerpen zijn over het algemeen wel leuke afvinkdingen. Pinterest. Shoppen bij de Action. Vrolijke ansichtkaartenbestellen. Lokaal opruimen en opnieuw inrichten (ja, dat vind ik dan wel weer leuk). Leuke bestemmingen voor schoolreisjes verzamelen. Die vijf onderwijsboeken lezen die ik nog ongelezen heb liggen. Mailbox legen. (Als ik jou niet antwoord, dan heb ik jouw e-mail per ongeluk ook weggegooid…)
En voor ik het weet is de vakantie weer afgelopen. En dan heb ik niet de zolder opgeruimd (maar ach, dat is inmiddels een ritueel), maar ook niet afgesproken met mijn vriendinnen (oooo, hoe konden we dat nou vergeten) en een nieuwe jas heb ik dan ook nog niet gekocht. En dan staan er dus alweer 2 dingen op mijn lijst voor de volgende vakantie.

Als je dit niet herkent: tel je zegeningen en geniet van je vakantie.
Als je dit wel herkent: zeven tips om je vakantie te redden:

1. Ga weg van huis. Doe desnoods aan woningruil.
2. Zet maximaal 5 dingen op je to-do-voor-school-list en prik een dag waarop je ze alle 5 doet.
3. Zet ongeveer 7 dingen op je to-do-overige-list en doe ze alle 7 niet. Vink er wel iedere dag een af!
4. Doe een keer per dag iets waar je heel blij van wordt (met vriendinnen uit of nieuwe kleren kopen of: combineer dit).
5. Relax je hele eerste vrije dag. De kans dat je ziek wordt is dan een stuk kleiner. Sauna, zonnebank, wandeling, uit eten, tv-marathon. Of blijf de hele dag in bed met een boek en een pot thee.
6. Zorg dat je weinig tot geen huishoudelijke zaken aan je hoofd hebt. Laat je boodschappen bezorgen, breng je was naar een wasserette, laat de werkster na de vakantie wat langer komen (ook als je die nu nog niet hebt), zorg dat je kinderen ook vakantie hebben, zorg voor een volle vriezer, ga vaak uit eten, laat eten bezorgen of laat anderen koken. Delegeer en besteed uit.
7. De laatste vakantiedag sta je op tijd op en ga je laat naar bed. Behalve als je daar geen zin in hebt. Maar of je nu wel of niet slecht slaapt: maak je niet druk, die eerste dag gaat vanzelf voorbij.

Fijne vakantie!

Hoe overleef je de drukke periode tussen Sint en Kerst

Ken jij dat ook?
Die enorm hectische periode die zo ongeveer begint als de Goedheiligman ons land bezoekt en die pas eindigt als je op nieuwjaarsdag een hap neemt van de laatst overgebleven oliebol…. en dan bedenkt dat je vakantie alweer bijna voorbij is. Ook al werk je niet in het PO, je leerlingen zijn druk – drukker – drukst. Het is buiten koud, nat en donker. Je moet nog ongelofelijk veel doen en het is nog lang geen kerstvakantie.

De 7 tips die jou fris en fruitig door deze (toch ook gezellige) periode heen helpen:

1. Geniet ervan. Zie er de lol van in. Neem iedere dag zoals deze komt en laat je niet van je stuk brengen.

2. Maak drie lijstjes:
a) alles wat JIJ ECHT MOET DOEN tussen nu en de kerstvakantie;
b) alles wat je in of na de kerstvakantie wilt doen;
c) alles wat je niet wilt doen en ook niet gaat doen ;
Lijstje c) mag je van mij ritueel verbranden bij een gezellig kaarsje.

3. Zorg dat er draaiboeken op school zijn voor alle feesten. Deze zijn echt ook te vinden op internet. Als je collega het niet wil doen… nou oké dan. Voor deze ene keer zal jij het doen.

4. Als je starter bent: je vraagt een keer naar het draaiboek en je doet niet meer dan dat je echt moet (zie 1 en 2). Als je het draaiboek niet krijgt, dan vier je het gezellig in en met je klas.

5. Stel voor dat er niet vergaderd wordt over deze feesten. Een paar collega’s zijn uitstekend in staat om deze feesten voor de hele school te organiseren. Als je maar (op tijd!) weet wat je moet doen. Jullie hebben allemaal wel wat beters te doen dan te praten over een feest dat toch ieder jaar ongeveer hetzelfde is.

6. Heel belangrijk: er zijn leerlingen die niet van feesten houden en die niet zo blij worden van alle hectiek, prikkels en uitzonderingen. Spreek regelmatig met deze leerlingen. Zorg dat ze steeds precies weten wat er van ze verwacht wordt en geef ze de ruimte om af te reageren op een veilige manier en op een veilige plaats.

7. Maak het makkelijk voor jezelf. Neem voldoende rust. Laat je niet opjagen. Doe geen dingen waar je zelf onrustig of opgejaagd van wordt.