Tagarchief: gedrag

Open brief aan alle ouders

Open brief aan alle ouders

Lieve ouders,
Jullie brengen of halen jullie kind(eren) iedere dag naar school, of ze gaan zelf. Het is ons werk om al onze leerlingen les te geven. Wij vinden ons werk leuk. We halen er voldoening uit en ja, we weten wat we doen. Maar soms is het belangrijk om weer eens pas op de plaats te maken en jullie te laten weten wat onze verwachtingen zijn en wat jullie van ons kunnen verwachten.

Wat wij verwachten van jullie:
1. Dat alle leerlingen op tijd op school zijn; schoon, aangekleed en met een (gezond) hapje & drankje voor tussendoor en voor tijdens de overblijf.
2. Dat jullie belangrijke informatie opschrijven en die brief aan ons overhandigen. Wij hebben ’s morgens geen tijd om met jullie te praten; we zijn er dan voor de leerlingen.
3. Dat jullie ons steunen in de opvoeding in de klas. Dat betekent dat je kind wel eens straf krijgt. Dat hoort erbij.
4. Dat jullie ons je vertrouwen geven dat we het goed doen.

Wat wij verwachten van onze leerlingen:
1. Dat ze opletten en meedoen met iedere les, ook al hebben ze eens geen zin.
2. Dat ze zich sociaal en netjes gedragen naar hun medeleerlingen en hun leraren.
3. Dat ze zich houden aan de afspraken zoals die zijn gemaakt in de klas en schoolbreed.

Wat mogen jullie en jullie kind(eren) van ons verwachten?
1. Dat we doen wat we kunnen om je kind(eren) het onderwijs te bieden dat ze nodig hebben.
2. Dat we altijd vragen hoe we kunnen helpen, op emotioneel, sociaal en cognitief gebied.
3. Dat we jullie informeren als er belangrijke zaken zijn die spelen in de klas of op school.
4. Dat we de beste lessen geven die we kunnen.
5. Dat we samen overleggen en bijleren als we iets (nog) niet weten.
6. Dat we je kind(eren) beschermen als dat nodig is.
7. Dat we het beste voor hebben met ieder kind.
8. Dat we zijn opgeleid om ons werk goed te doen.
9. Dat we houden van al onze leerlingen.

Met vriendelijke groeten van de leraar van je kind(eren)

Wil je nu de SterkNieuws verder lezen? Klik dan HIER.

Omdenken voor leraren

Omdenken voor leraren

Laten we eerlijk zijn. Soms zegt een leerling iets tegen je en je weet niet wat je moet antwoorden. Je staat met een mond vol tanden. Je kunt dan natuurlijk boos, verdrietig of sarcastisch reageren, maar dat heeft helaas niet altijd het gewenste effect. Wat kun je dan wel doen? Er de humor van inzien: draai het om. Hieronder vind je zeven voorbeelden.

De truc zit ‘m er in dat je:
a. Het heel serieus meent. Voorkom een sarcastische toon.
b. Meteen na jouw antwoord stopt met het geven van aandacht aan die leerling. Je loopt weg en gaat verder waar je gebleven was.

1. Leraar: “En nu ga je eruit!”
Leerling: “Nee!” (Of hij gaat gewoon niet…)
Leraar (juicht en kijkt de andere leerlingen aan): “Horen Julie dat? Wat geweldig! X blijft in de klas zitten en dat betekent dat hij binnen een minuut zijn boeken heeft gepakt en meedoet met de les. Fantastisch!” En terloops tegen de leerling: “Dankjewel”.

2. Leerling: “Ik kan het niet.”
Leraar: “Niet verder vertellen hoor, maar ik kan het ook niet. Daarom wil ik dat jij het voor me doet.”

3. Leerling: “Jij moet mij altijd hebben!” (of een variatie daarop).
Leraar: “Dat klopt inderdaad. Ik zou je inderdaad het allerliefst willen inpakken en meenemen, maar helaas is dat niet toegestaan volgens de wet.”

4. Leerling komt voor de 100e keer te laat.
Leraar: “Wat ben ik blij dat je toch nog bent gekomen. Ik miste je al. Mijn dag is nu meteen nog beter dan eerst. “

5. Een leerling liegt over iets.
Leraar: “Wat heerlijk dat je zo’n goed ontwikkeld fantasieleven hebt. Daar ga je nog heel veel plezier van hebben als je een boek gaat schrijven. Draag je het boek aan mij op? Fijn, dat vind ik leuk. Kom na schooltijd even bij me, dan schrijf ik alvast het voorwoord voor je op.”

6. Veel leerlingen hangen onderuit.
Leraar: “Wil iemand even de vuilniszakken buiten zetten?” (en als er dan wazig wordt gekeken): “Anders krijg ik allemaal ouders op mijn nek die willen dat ik de rekening van de fysiotherapeut betaal.)”

7. Leerling heeft een grote mond.
Leraar: “Zo’n grote mond heb ik nog nooit gezien. Jemig. Wat past daar allemaal wel niet in?”

En wat je altijd kan zeggen als je het niet meer weet: “Je weet toch dat ik van je houd?”

Ik kan niet garanderen dat het altijd werkt, maar de leraren die gedrag van leerlingen pareren door om te denken, hebben in ieder geval wel veel meer lol.

Moeilijke klassen… deal er maar mee

Moeilijke klassen… deal er maar mee

Ik krijg altijd veel verzoeken om hulp van leraren die plotseling een moeilijke klas over moeten nemen. Ze beginnen enthousiast, maar na een paar weken gaan ze met lood in hun schoenen naar school. Natuurlijk: kinderen proberen een nieuwe leraar uit, dat is normaal. Maar in moeilijke klassen wordt het uitproberen van de leraar overstegen door negativiteit. Negatief gedrag is de norm geworden.

Wat zijn de symptomen van een moeilijke klas?
• De leerlingen letten de hele tijd alleen maar op elkaar.
• Ze reageren op alles; verbaal en onverbaal.
• Leerlingen lijken niks te pikken; niet van hun klasgenoten en niet van de leraar.
• Straffen en belonen lijken geen enkel effect te hebben.
• De groep wordt heel moeilijk stil. Als dat eindelijk is gelukt, beginnen ze weer opnieuw.

Allereerst is het zaak om een aantal zaken te onderzoeken. Wat is er aan de hand? En wat kan je met de antwoorden op jouw vragen?
• Neem een sociogram af. Het geeft je inzicht in welke relaties er in de groep zijn.
• Bekijk welke leerlingen een “etiket” hebben. Praat met deze leerlingen, hun ouders en je collega’s en vraag welke benadering bij deze leerlingen zou kunnen werken.
• Zoek uit wie de informele leider is van de groep. Deze leerling geef je geen speciale aandacht meer.
• Zoek uit welke leerlingen eigenlijk wel positief zijn, maar dit niet meer durven te laten merken. Deze leerlingen geef je extra veel positieve aandacht.
• Vraag naar het verleden van de groep. Wanneer is deze sfeer ontstaan? Wat zouden de oorzaken kunnen zijn?
• Zoek uit of je gesteund wordt door je leidinggevende, je collega’s en de ouders. Zo nee: leg je plan van aanpak voor en vraag vervolgens om hun uitgesproken steun en hulp.

In de klas zelf is het zaak om te focussen op je lessen en je klassenmanagement.
• Zorg voor een duidelijke, voorspelbare structuur en routines.
• Trek het je nooit persoonlijk aan. Het heeft niets met jou te maken, maar met groepsprocessen uit het verleden. Zie het als een uitdaging om het tij te keren.
• Benoem alle gedrag dat je ziet. Negatief gedrag kap je kort en duidelijk af, bij positief gedrag complimenteer je extra.
• Ga nooit in discussie. Spreek duidelijk je verwachtingen uit en geef twee keuzes.
• Voorkom stemverheffing.
• Gebruik technieken die continue de aandacht op jou vestigen.

En tot slot:
• Houd vol!!!!
• Houd de moed er in.
• Koester ieder klein succesje.
• Blijf geloven in een ommekeer.

Hoe praat jij tegen je leerlingen?

Hoe praat jij tegen je leerlingen?

Vandaag steek ik mijn juffenvingertje even op.
Sorry, maar ik moet het even kwijt.

Ik kom wel eens in klassen waar de leraar op een bepaalde manier tegen de leerlingen praat. Op een manier waarvan mijn nekhaar onmiddellijk recht overeind gaat staan. Of mijn tenen zicht spontaan naar beneden krullen.
Fout leerkrachtgedrag. Foute taal. Het doet pijn. Bij de leerlingen. Bij mij.
Omdat ik mijzelf er in het verleden ook regelmatig op betrapte. Ik had een collega nodig die tegen mij zei dat mijn manier van praten fout was. “Fout?” Riep ik beledigd uit. “Waar heb je het over?” Ik was me er gewoon niet van bewust hoe ik overkwam op de leerlingen, ik deed het niet expres. Ik had iemand nodig die het hardop tegen me zei, hoe confronterend het ook was.

Over wat voor taal heb ik het eigenlijk? Ik geef zeven voorbeeldzinnen. De bijbehorende houding én de beledigende c.q. gekwelde blik in de ogen van de leraar mag je er zelf bij bedenken.

1. Waarom zijn wij wat anders aan het doen?
2. Jij bent echt heel erg dom.
3. Ik heb het nu al twee keer uitgelegd. Als jullie het nu nog niet begrijpen…
4. Zit!
5. Tja, dat krijg je als je uit zo’n gezin komt als jij.
6. Ach, dat kan jij toch niet.
7. Hoe komt het toch dat jij zo’n rotkind bent?

En nu zeg ik niet dat jij dat ook doet. Waarschijnlijk praat jij altijd op de goede manier.  Dan is mijn opgeheven vingertje niet voor jou bedoeld. Maar misschien wel voor een van jouw collega’s. Want je kent er vast wel een.

NB Ik heb het hier niet over bewust confronterend gedrag, maar over een manier van communiceren die (denk ik) door cynisme is ontstaan.

Tips voor Passief-agressief gedrag bij leerlingen

Tips voor Passief-agressief gedrag bij leerlingen

Misschien ken je het wel. Je wilt beginnen met je les en leerling Joost staat op en loopt naar een medeleerling. Begint een praatje. Een paar andere leerlingen beginnen te lachen. Je vraagt aan Joost of hij op zijn plaats wil gaan zitten. Joost kijkt je minzaam aan en loopt tergend langzaam terug naar zijn plaats. Op het moment dat jij je mond open doet om echt te beginnen, laat hij zijn pen vallen.

Geen brutale opmerking. Geen openlijk agressief gedrag. Maar je hebt er wel last van.

Dergelijk trainerend gedrag noemen we “passief-agressief”. Het doel is om je les te verstoren, aandacht te trekken. Deze leerlingen tonen weerstand en opstandig gedrag, maar doen dat op een indirecte manier.

Welk gedrag zie je? Deze leerlingen:

* zijn subtiel oppositioneel en eigenwijs;
* proberen de situatie naar hun hand te zetten;
* gaan net over de grens;
* verstoren op slinkse wijze de orde;
* hangen op hun stoel;
* zijn de laatste die reageren op aanwijzingen of instructies.

Hoe kun je hier invloed op uitoefenen? Jij als leraar kunt:

* de leerling begroeten en een praatje met hem maken;
* na de les benoemen welk gedrag je gesignaleerd hebt;
* na de les vragen wat hem dwars zat;
* de leerling vragen naar zijn eigen gedrag te kijken;
* afspraken maken met de leerling over gewenst gedrag en vragen hoe je hem daarbij kunt helpen.

Het is erg belangrijk om je te blijven verbinden met deze leerlingen en jouw houding positief en open te houden. Wees consequent en oprecht. Je mag zeggen dat je je ergert aan het gedrag, maar je blijft het vertrouwen houden in deze leerling; weerstand heeft altijd een reden.

Heb jij nog meer tips? Zet ze in het commentaarveld.

Strategisch handelen bij vijandige leerlingen

Strategisch handelen bij vijandige leerlingen

Een vijandige leerling in je klas heeft impact op de hele groep, en vooral op jouzelf.

Het zijn leerlingen die snel ruzie hebben, moeite hebben om ruzies op te lossen en het moeilijk vinden om hun “ongelijk” toe te geven; zij blijven makkelijk hangen in het vijandige gedrag.

Welk gedrag laten deze leerlingen zien?

* ze laten direct en intens vijandig gedrag zien
* ze zijn moeilijk onder controle te houden
* ze intimideren
* ze slaan, duwen en (zetten aan tot) vechten
* ze beschadigen eigendommen
* ze zijn opstandig
* ze zijn snel kwaad
* ze liegen
* ze stelen

Er zijn strategieën die jou kunnen helpen om dergelijk gedrag de baas te worden. Probeer ze uit en noteer welke strategieën werken bij welke leerling.

Het volgende blijkt effectief:

* bouw een persoonlijke band op met de leerling door:
– bij binnenkomst en afscheid te groeten
– te praten over leuke dingen (hobby’s)
– ongevraagd positieve aandacht te geven
– herhaaldelijk succesmogelijkheden uit te spreken
– veel complimenten te geven

* confronteer de leerling met het effectief van het eigen gedrag; laat hem daarvoor verantwoordelijkheid nemen (= uitspreken)
* zoek samen uit welke coping-mechanismen helpen om beter met woede om te gaan (afleiden, time-out, tot 10 tellen, blokje om, schelden tegen een muur, ed.)

* wijs de leerling terecht zonder zelf emotionele betrokkenheid te tonen

* beschrijf samen wat de logische gevolgen zijn van de acties van de leerling (zonder terechtwijzing)

* registreer alle incidenten met data en gevolg en confronteer de leerling daar regelmatig mee

* spreek duidelijke consequenties/ strafmaatregelen af (samen!)

* hanteer de regels heel consequent en zonder discussie

* keur het gedrag af, en niet de persoon

* maak altijd werk van het agressieve gedrag

* blijf zelf rustig

* neem de slachtoffers in bescherming

* geef de leerling verantwoordelijkheden en taken

Succes !

Zeven tips om met stoorzenders in de klas om te gaan

Zeven tips om  met stoorzenders in de klas om te gaan

1. Accepteer dergelijk gedrag nooit als het is om je uit te proberen. Grijp onmiddellijk in, maak er een groot probleem van en geef een gepaste straf. Voor je neus zetten en er steeds op letten is een erg effectieve.

2. Film je klas. Zet de camera achter jou en zet hem hoog. Observeer wat er precies gebeurt zodra jij met je rug naar de klas staat of met een leerling bezig bent. Dan weet je wie de aanstichter is en wie de volgers. En het geeft jou de kans om die leerlingen beter in de gaten te houden en tijdig in te grijpen.

3. Neem stoorzenders apart (een voor een als het er meer zijn). Benoem exact het gedrag dat jou stoort en waarom. En vraag vervolgens hoe jij kunt helpen om ervoor te zorgen dat hij of zij dat gedrag niet meer vertoont. Negatieve antwoorden accepteer je niet.

4. Pak ‘s morgens de mobiele telefoon (of iets anders) af en geef deze alleen terug als het gedrag acceptabel was (bijvoorbeeld: maar 3 x storen per dag).

5. Turf het storende gedrag (bij voorkeur op een groot vel dat de leerling zelf ook kan zien) en geef de dag (of les) erna een beloning als het aantal turven die dag (of les) minder is.

6. Bel de ouder(s) en vraag hen om jou te helpen met het bedenken van een oplossing.

7. Vraag een collega jouw les te observeren en met suggesties te komen.

Wat zeg jij tegen de leerling die….

Wat zeg jij tegen de leerling die….

… zijn tanden niet heeft gepoetst?

… zijn huiswerk voor de 10e keer niet heeft gemaakt?

… weer door je les heen praat?

… te pas en te onpas een grote mond heeft?

… seksueel getinte opmerkingen maakt?

… een stoel door de klas gooit?

… je collega’s zwart maakt?

… opstaat en wegloopt?

… zijn buurman een hengst geeft?

… je iedere dag even komt begroeten, ook al heeft hij die dag geen les van je?

Antwoord? Er is geen juist antwoord. Als je maar luistert, kijkt en de juiste vragen stelt. En die vragen beginnen altijd met “Wil jij mij vertellen….” (en voorkom dat je zin met “waarom” begint)