Tagarchief: goed

Cope on Stage!

Cope on Stage!

Cope on Stage!
Hoe doe jij dat: voor de klas staan?
Ben je een performer? Een verteller? Een stuntman? Superman (of –vrouw)?

Cope on Stage!
Tijdens een van mijn trainingen op een lerarenopleiding kwam ik plotseling op een afkorting die m.i. weergeeft wat je precies doet als leraar in de klas: You Cope on Stage!

(to) Cope: Omgaan Met.
Omgaan met je leerlingen, met de leerstof, met alle middelen die je tot je beschikking hebt (digibord, methode, alle spullen in je lokaal, de leerlingen (en hun materialen) en jij zelf).

on Stage: Op het Podium.
Jouw plek voor de klas, in de klas, bij een leerling, in de deur, op de gang. Stilstaand, pratend, uitleggen, bewegend, lopend…
Het gaat hier om de vier pijlers die jou helpen om op een goede manier voor de klas te staan. Vier pijlers die jou zekerheid geven en vertrouwen in eigen kunnen.

Pijler 1:
Contact. Contact met je leerlingen is de basis. Leer ze kennen, wees nieuwsgierig. Leerlingen zijn net mensen; ze vertellen graag over zichzelf. Wat drijft ze? Waar houden ze van? Wat willen ze leren? Wat verwachten ze van jou?
Pijler 2:
Persoonlijkheid. Jij staat daar als mens. Jij hebt wat te vertellen. Jij kunt ze wat leren: kennis en vaardigheden. Denken, doen en luisteren. Hoe meer jij jouw persoonlijkheid gebruikt om jouw leerlingen te “empoweren”, hoe groter het verschil is dat jij kunt maken.
Pijler 3:
Structuur. Jij geeft les vanuit een duidelijke, vaste structuur. Dat biedt jouw leerlingen veiligheid en houvast. Zo weten ze waar ze aan toe zijn en ben jij betrouwbaar voor ze.
Pijler 4:
Humor. Er moet veel gelachen worden in de klas. Hoe meer je lacht, hoe meer je onthoudt en hoe meer je leert. Een positieve stemming is goed voor mensen en zeker voor leerlingen. Daarnaast helpt humor je om orde te houden en om met “moeilijke” leerlingen om te gaan. Humor relativeert, haalt de scherpe kantjes af van nare momenten en zorgt ervoor dat je weer door kunt met je les. (Ja: de hoofdletter H spreek je in het Engels uit als “age”, met een beetje fantasie…)

Cope on Stage: De beste manier om als performer, verteller of supermens les te geven aan jouw leerlingen in jouw klas. Stop hem in je achterhoofd en doe er jouw voordeel mee!

download
Cope on Stage!

Hoe praat jij tegen je leerlingen?

Hoe praat jij tegen je leerlingen?

Vandaag steek ik mijn juffenvingertje even op.
Sorry, maar ik moet het even kwijt.

Ik kom wel eens in klassen waar de leraar op een bepaalde manier tegen de leerlingen praat. Op een manier waarvan mijn nekhaar onmiddellijk recht overeind gaat staan. Of mijn tenen zicht spontaan naar beneden krullen.
Fout leerkrachtgedrag. Foute taal. Het doet pijn. Bij de leerlingen. Bij mij.
Omdat ik mijzelf er in het verleden ook regelmatig op betrapte. Ik had een collega nodig die tegen mij zei dat mijn manier van praten fout was. “Fout?” Riep ik beledigd uit. “Waar heb je het over?” Ik was me er gewoon niet van bewust hoe ik overkwam op de leerlingen, ik deed het niet expres. Ik had iemand nodig die het hardop tegen me zei, hoe confronterend het ook was.

Over wat voor taal heb ik het eigenlijk? Ik geef zeven voorbeeldzinnen. De bijbehorende houding én de beledigende c.q. gekwelde blik in de ogen van de leraar mag je er zelf bij bedenken.

1. Waarom zijn wij wat anders aan het doen?
2. Jij bent echt heel erg dom.
3. Ik heb het nu al twee keer uitgelegd. Als jullie het nu nog niet begrijpen…
4. Zit!
5. Tja, dat krijg je als je uit zo’n gezin komt als jij.
6. Ach, dat kan jij toch niet.
7. Hoe komt het toch dat jij zo’n rotkind bent?

En nu zeg ik niet dat jij dat ook doet. Waarschijnlijk praat jij altijd op de goede manier.  Dan is mijn opgeheven vingertje niet voor jou bedoeld. Maar misschien wel voor een van jouw collega’s. Want je kent er vast wel een.

NB Ik heb het hier niet over bewust confronterend gedrag, maar over een manier van communiceren die (denk ik) door cynisme is ontstaan.

Hoeveel werk kan jij aan?

Hoeveel werk kan jij aan?

Iedereen heeft het erover: Werkdruk in het onderwijs.
Teveel taken.
Te druk.
Teveel te doen.

Afgelopen week kreeg ik het weer te horen:

“O, kom je een workshop geven? Ja, leuk. Maar eigenlijk heb ik daar helemaal geen tijd voor. Ik heb teveel te doen. Ik moet nog 4 x 25 proefwerken nakijken, rapporten invullen (want morgen hebben we rapportvergadering) en alles in magister zetten en mijn lokaal is ook niet opgeruimd. En ik moet ook nog voorbereiden voor morgen, maar ik denk dat ik dat niet ga doen.”

Weten we nog wel wat belangrijk is in het onderwijs?
Waar het om gaat?
Waarom we iedere dag opnieuw dat lokaal instappen?

En waarom hebben we het eigenlijk zo druk?

Zijn we te perfectionistisch?
Doen we steeds braaf wat anderen ons zeggen te doen?
Willen we iedereen altijd blij maken en vergeten we onszelf?
Of doen we de verkeerde dingen op het verkeerde moment?

Ik weet het niet. Maar dit weet ik wel:

Als je veel te doen hebt zijn er twee mogelijkheden:
1. Je vind het heerlijk en je gedijt onder de spanning die het vele werk met zich meebrengt.
2. Je wilt alles goed doen, maar je slaapt slecht en wordt kribbig omdat je niet alles goed kunt doen.

In het eerste geval: houden zo!
In het tweede geval: STOP!

1. Pak een pen en papier.
2. Ga zitten.
3. Maak een lijstje van alles wat je nog moet doen (tussen nu en de komende drie maanden).
4. En vul al je “to do’s” op het schema van belang in:

eisenhower-model

En zorg ervoor dat het blok linksboven altijd LEEG is :-)!

Zeven onmisbare complimenten… en filosoferen met leerlingen!

Gastblog van Fabien van der Ham
Filosoferen met kinderen;  voor eens een ander kringgesprek
Filosoferen is een bijzondere manier om een (kring)gesprek invulling te geven. Het is zeer verrassend om met kinderen eens wat verder na te denken. Hun redeneringen zijn vaak ontroerend, origineel, creatief en ook verbazingwekkend slim. Filosoferen klinkt moeilijk maar het is vooral heel stimulerend, voor de taalontwikkeling, de morele ontwikkeling en de sociaal-emotionele ontwikkeling. Ook leren ze elkaar op een andere manier kennen en krijgen zo meer begrip voor elkaar. Ook jij als leerkracht leert de kinderen van een andere kant kennen. Je leert nu hoe ze denken in plaats van wat ze denken.

Hoe begeleid je dat dan, filosoferen?
De belangrijkste regel is: stel alleen vragen, geef geen antwoorden. De kinderen moeten zelf nadenken en zodra je als volwassene antwoorden geeft, stoppen de kinderen met denken.
Logisch want ze zijn op school en thuis gewend dat volwassenen hét antwoord geven.

Het is ook belangrijk om je nieuwsgierig op te stellen en een socratische houding aan te nemen. Dat betekent dat je je realiseert dat je zelf net zo min precies weet hoe het leven in elkaar steekt, dat je niet alle antwoorden paraat kunt hebben. Ga er bovendien van uit dat de kinderen jou ook aan het denken kunnen zetten. Kortom, neem ze serieus.

Hoe begin je dan zo’n gesprek?
Een filosofisch gesprek kan beginnen met alles wat aan het denken zet. Dat kan een verhaal zijn, een filmpje, een foto, een schilderij, een gedicht etc. Als het maar een soort verwarring teweeg brengt, een gedachte van hoe zit dat nu eigenlijk. Het mooiste is als de klas vanuit die ‘verwarring’ zelf een filosofische vraag bedenkt. Een filosofische vraag is een vraag waar niet één antwoord op te vinden is maar waar meerdere antwoorden mogelijk zijn.

Een praktijkvoorbeeld
Onderstaand gedicht kun je bijvoorbeeld gebruiken bij een gesprek over identiteit, hoe bijzonder is elk mens eigenlijk?

Uniek
Mijn moeder zegt:
Jij bent echt heel bijzonder
Mijn allergrootste wonder
Maar, mam, hoe kan het dan
Dat er van mij maar eentje is?
Want alles wat gelukt is, wordt steeds meer
Wordt nagemaakt steeds weer
Van knuffelbeer tot breedbeeld-tv
Van alles zijn er minstens twee

© Fabien van der Ham

Bij dit gedicht bedacht groep 7/8 van de Boerhaaveschool in Groningen de vraag ‘Kan er een kopie van jou zijn?’ en zij raakten bij het zoeken naar een antwoord haast in de knoop met hun gedachten zoals je in onderstaand fragment kunt lezen:
‘Eigenlijk kan het niet dat iemand precies hetzelfde als jou is.’
‘Er is altijd wel iets anders. Er zou wel iemand kunnen zijn die heel veel op mij lijkt maar bijvoorbeeld heb jij die moedervlek wel en zij niet.’
‘Ja, of een litteken of iets.’
‘Of een wijnvlek.’
‘Ik denk dat je nooit precies hetzelfde kunt zijn want kijk een kopie van mij zou ook op precies dezelfde plaats moeten hebben gewoond, want ik heb bijvoorbeeld in Nigeria gewoond. Dan zou diegene precies ook daar moeten hebben gewoond.’
‘Dan moet ‘ie hier zitten!’
‘Ja, kijk, als nou precies hetzelfde iemand daar bij de deur staat dan is ‘ie niet precies hetzelfde, want dan zit ‘ie ergens anders waar ik precies niet zit.’
‘Waarom zou een kopie precies op dezelfde plek moeten zitten als jou?’
‘Nou kijk, ik zit dus hier en die kopie moet gewoon precies hetzelfde zijn als ik en die moet precies als ik met deze pen dit doen, maar dat kan niet want ik heb precies die pen al.’

 Denkspieren
Uit dit fragment blijkt ook hoe mooi kinderen op eigen kracht kunnen redeneren. Je hoort de hersens haast kraken; hier worden denkspieren getraind. Wil je ook eens met de kinderen hun denkspieren trainen, op www.filosofiejuf.nl vind je meer inspiratie om te filosoferen met kinderen.

Fabien van der Ham

De 7 onmisbare complimenten die je iedere dag zou moeten uitdelen… aan leerlingen, collega’s en thuis!
1. Ik vind dat je er mooi (goed) uitziet!
2. Ik vind dat je dat goed gedaan hebt!
3. Ik vind dat geweldig! Kun je mij uitleggen hoe je dat gedaan (gemaakt) hebt?
4. Wow! Ik ben er stil van…
5. Ik ben heel erg trots op je!
6. Ik vind het onwijs knap dat je dat voor elkaar gekregen hebt.
… en deze is voor jezelf:
7. Ik heb het goed gedaan. Ik ben trots op mezelf.

Wees specifiek, persoonlijk en enthousiast!

 

 

Zeven tips voor het omgaan met moeilijke collega’s

Zeven tips voor het omgaan met moeilijke collega’s:

1. Ontloop ze. Knik vriendelijk als ze iets tegen je zeggen.

2. Voorkom dat je gaat roddelen over deze collega.

3. Ga eens in zijn of haar schoenen staan en bekijk het eens van de andere kant.

4. Houd jezelf eens een spiegel voor. Waarom vind jij deze collega moeilijk? Wat is de allergie die bij jou opspeelt?

5. Neem alles wat deze collega zegt heel serieus, en vraag hem/ haar dagelijks om tips en advies. Houd het positief en luchtig!

6. Vertel deze collega wat jij allemaal erg goed en leuk aan hem/ haar vindt.

7. Verwijt niets en niemand. Breng altijd een “ik-boodschap” en vermijd in alle zinnen het woordje “maar…”.

 

Ben ik een goede leerkracht (of docent)?

Ben ik een goede leerkracht (of docent)?
Heb jij jezelf dat ooit afgevraagd?
Heb je ooit aan jezelf getwijfeld?
Ooit wakker gelegen op de laatste zondagnacht van de vakantie met een malend hoofd “kan ik het nog”?
Gedroomd dat het compleet uit de hand liep in een klas, met leerlingen die niet luisterden, vliegtuigjes, en grote rampen?
Ach ja… wie niet? Ik wel. Maar ik denk altijd… zolang ik kan blijven bijleren, ben ik een goede leerkracht (en docent). Denk jij dat ook?

De volgende vier dingen kunnen je helpen reflecteren als het even wat minder gaat:

1. Je maakt je eerste lessen te ingewikkeld. Je wilt teveel.
2. Je schiet in de verdediging als een leerling, ouder of collega kritiek op je heeft.
3. Je betrekt de ouders te laat bij schoolzaken die hun kind betreffen.
4. Je vraagt niet om hulp op het moment dat je eigenlijk wel hulp nodig hebt.