Tagarchief: grote mond

Wat nou grote mond!

Wat nou grote mond!

Afgelopen week zat ik met twee juffen in de auto. En natuurlijk kwamen we te spreken over  het onderwerp “Grote Mond”. Ligt het aan ons of klopt het inderdaad dat er in de klas steeds vaker een grote mond wordt gegeven door leerlingen? Niet alleen tegen ons, maar ook tegen klasgenoten? Worden leerlingen inderdaad steeds brutaler?

En hoe reageer je dan, als leraar? Laat je het er bij zitten? Ga je de strijd aan? Wat doe je er mee?

Ik denk zelf dat opvoeding  gewoon doorgaat na het passeren van de voordeur van het ouderlijk huis. Ik vind dat je als leraar ook een opvoedkundige taak hebt. Omdat jij als leraar het recht hebt om te bepalen hoe leerlingen zich dienen te gedragen in jouw klaslokaal. En dan heb ik het over zowel taal als houding.

Maar hoe doe je dat dan, je leerlingen opvoeden? Ik heb een stappenplan bedacht.

Op het moment dat je ziet of hoort dat een leerling zich brutaal of onbehoorlijk gedraagt (en dat kan heel klein zijn) eis je onmiddellijk de aandacht van de hele groep. En dan:

  1. Benoem je wat je gezien (of gehoord) hebt. Zonder namen te noemen, trouwens.
  2. Vertel je wat dat met je doet.
  3. Zeg je dat je dergelijk gedrag (of dergelijke taal) beslist niet accepteert en vertel je welke sanctie daar op staat.
  4. Vertel je hoe je wilt dat alle leerlingen zich gedragen (of spreken) in jouw klas(lokaal). Je benoemt dat expliciet, specifiek en zichtbaar. Positief gesteld: vertel welk gedrag je wel wilt zien en/ of welke woorden je wel wilt horen.
  5. Vervolgens vraag je aan de leerlingen om zich hieraan te committeren, bijvoorbeeld door ze hun hand op te laten steken.
  6. Daarna zet je de leerlingen aan het werk.
  7. De leerling die eventueel een sanctie verdient neem je apart en je geeft de passende straf.
  8. Je kunt eventueel op een later moment de leerlingen die zich niet hebben gecommitteerd één voor één apart nemen en ze aanspreken op hun gedrag. Ze moeten zich uiteindelijk committeren aan jouw regels, anders is er geen plaats voor hen in jouw klas(lokaal).

Dit doe je steeds op het moment dat er iets vervelends gebeurt en je zult zien dat het nare gedrag uiteindelijk gaat verminderen.

Ik wens je veel geduld en succes.

En ik wens je veel plezier bij het verder lezen van de SterkNieuws.

Omdenken voor leraren

Omdenken voor leraren

Laten we eerlijk zijn. Soms zegt een leerling iets tegen je en je weet niet wat je moet antwoorden. Je staat met een mond vol tanden. Je kunt dan natuurlijk boos, verdrietig of sarcastisch reageren, maar dat heeft helaas niet altijd het gewenste effect. Wat kun je dan wel doen? Er de humor van inzien: draai het om. Hieronder vind je zeven voorbeelden.

De truc zit ‘m er in dat je:
a. Het heel serieus meent. Voorkom een sarcastische toon.
b. Meteen na jouw antwoord stopt met het geven van aandacht aan die leerling. Je loopt weg en gaat verder waar je gebleven was.

1. Leraar: “En nu ga je eruit!”
Leerling: “Nee!” (Of hij gaat gewoon niet…)
Leraar (juicht en kijkt de andere leerlingen aan): “Horen Julie dat? Wat geweldig! X blijft in de klas zitten en dat betekent dat hij binnen een minuut zijn boeken heeft gepakt en meedoet met de les. Fantastisch!” En terloops tegen de leerling: “Dankjewel”.

2. Leerling: “Ik kan het niet.”
Leraar: “Niet verder vertellen hoor, maar ik kan het ook niet. Daarom wil ik dat jij het voor me doet.”

3. Leerling: “Jij moet mij altijd hebben!” (of een variatie daarop).
Leraar: “Dat klopt inderdaad. Ik zou je inderdaad het allerliefst willen inpakken en meenemen, maar helaas is dat niet toegestaan volgens de wet.”

4. Leerling komt voor de 100e keer te laat.
Leraar: “Wat ben ik blij dat je toch nog bent gekomen. Ik miste je al. Mijn dag is nu meteen nog beter dan eerst. “

5. Een leerling liegt over iets.
Leraar: “Wat heerlijk dat je zo’n goed ontwikkeld fantasieleven hebt. Daar ga je nog heel veel plezier van hebben als je een boek gaat schrijven. Draag je het boek aan mij op? Fijn, dat vind ik leuk. Kom na schooltijd even bij me, dan schrijf ik alvast het voorwoord voor je op.”

6. Veel leerlingen hangen onderuit.
Leraar: “Wil iemand even de vuilniszakken buiten zetten?” (en als er dan wazig wordt gekeken): “Anders krijg ik allemaal ouders op mijn nek die willen dat ik de rekening van de fysiotherapeut betaal.)”

7. Leerling heeft een grote mond.
Leraar: “Zo’n grote mond heb ik nog nooit gezien. Jemig. Wat past daar allemaal wel niet in?”

En wat je altijd kan zeggen als je het niet meer weet: “Je weet toch dat ik van je houd?”

Ik kan niet garanderen dat het altijd werkt, maar de leraren die gedrag van leerlingen pareren door om te denken, hebben in ieder geval wel veel meer lol.