Tagarchief: hulp

Wat snap je precies niet?

Wat snap je precies niet?

Ik moet het heel eerlijk bekennen: in mijn onderwijscarrière heb ik deze vraag vermoedelijk wel een miljoen keer gesteld aan een leerling. Meestal gebeurde dat na een hengelende vinger en de opmerking: “Juf, ik snap het niet”.
En misschien is het wel confronterend om dit te horen (dat vond ik in ieder geval wel), maar “Wat snap je precies niet?” is de meest stomme opmerking die je in zo’n geval kunt maken.

Waarom?

Ten eerste: Als een leerling precies kan uitleggen wat hij NIET snapt, dan bewijst dat dat hij (of zij) het dus WEL snapt.
Ten tweede: Meestal zijn die vinger en de bijbehorende opmerking een a) bewijs van luiheid (jij gaat nu het denkwerk voor hem of haar doen) of b) behoefte aan aandacht.

Hoe los je dat op?

a. Je zorgt dat alle instructies in genummerde stappen op het bord (of in het instructieschrift) staan.
b. Je loopt een (al dan niet) vaste route door het lokaal en je observeert vanuit iedere hoek 30 seconden.
c. Je blijft maximaal 30 seconden bij een leerling met een hulpvraag. Je stelt 2 vragen:
1. Welke stap heb je al gedaan?
2. Wat moet je nu gaan doen?

En mocht het om de aandacht gaan, dan zou ik 10 seconden aandacht geven in de vorm van een knipoog, aai over de bol, compliment, enzovoort.

Het voordeel van deze methode is ook dat het rustig blijft achter je rug.

Veel succes!

Wil je nu de SterkNieuws verder lezen? Klik dan HIER.

Falen is geen optie

Falen is geen optie

Vorige week sprak ik een jonge leraar die op het eind van zijn Latijn was. Hij had het gevoel dat alles tegen zat. Hij had een moeilijke klas, met veel zorgleerlingen. De ouders klaagden bij de directrice over zijn handelen. Zijn collega’s zeiden dat ze het ook niet wisten. Hij werkte ’s avonds en in het weekend over om al het werk af te krijgen; handelingsplannen, nakijkwerk en iedere dag een volle mailbox.

Hij was het zat.

Ik kwam een leerling observeren in zijn klas, en ik zag dat hij alles deed om het goed te doen. Tijdens het nagesprek vroeg ik hem wat hij eigenlijk het liefste wilde. En hij zei: “ik wil me het liefst ziek melden”. Toen ik vroeg waarom hij dat nog niet gedaan had, zei hij: “ik ben toch niet echt ziek?”.

Nee, nog niet.

Ik vertelde dat ik wel eens leraren coach. Ik help ze om hun onderwijs zo in te richten dat ze er zelf gelukkig van worden. Het motto is dan: “Blije leraren maken blije leerlingen.” Dus ik bood hem mijn hulp aan. En de leraar antwoordde: “Ik meld me nog liever ziek dan dat ik hulp accepteer. Falen is geen optie”.

Ik schrok.

Thuis vertelde ik mijn zoon (van ongeveer dezelfde leeftijd als de leraar) wat er gebeurd was. Mijn zoon vertelde dat dit de trend van zijn leeftijdgenoten is. Falen mag niet meer. Als kind, als leerling wordt iedere groei onder de curve afgestraft. Een extra jaar kleuteren? Mag niet meer. Een jaartje overdoen? Mag niet meer. De foute studie kiezen? Mag niet meer.

Mag niet meer.

Geen wonder dat zoveel middelbare scholieren een tussenjaar kiezen. Teveel drinken. Het thuis niet durven te zeggen als het niet zo goed met ze gaat. Iedereen moet blij, vrolijk en compleet “up to date” zijn. Mee kunnen komen met het gemiddelde, of liever nog: daarboven. Hulp vragen is geen optie, dat wordt onmiddellijk afgestraft.

Falen is geen optie meer.
Jammer.

Wil je nu de SterkNieuws verder lezen? Klik dan HIER.

Dat doen wij zo niet…

Dat doen wij zo niet…

“Dat doen wij zo niet.” Niet leuk om te horen als je nieuw op een school bent en enthousiast een idee naar voren brengt.

“Wij doen het al jaren zo en dat bevalt prima.” Nog zo’n opmerking waar je niks mee kunt als je een verandering voorstelt.

“Ach ja, toen ik pas begon had ik ook van die wilde plannen, maar je zult zien dat dat vanzelf overgaat.” En je enthousiasme voor jouw “wilde plan” zakt meteen weg.

Laten we eerlijk zijn. Het is niet leuk om dergelijke opmerkingen te horen. En gelukkig worden ze steeds minder gemaakt. Maar als je op een school zit waar je wel zulke opmerkingen te horen krijgt, dan kun je er wel iets mee als je wilt.

  1. Het is goed bedoeld. Het komt misschien anders over, maar in de grond is het een welwillend advies met het doel om jou te beschermen.
  2. Je kunt er dus ook welwillend en begrijpend op reageren. “Ik begrijp het” zeg je dan. (Of iets van die strekking.) Je mag ook vragen naar de bezwaren die er zijn. Misschien hebben ze wel een punt… dan kun je daar rekening mee houden.
  3. Vervolgens vraag je of je jouw plan toch mag uitproberen. Bij wijze van pilot. Bijvoorbeeld in jouw klas. In de meeste gevallen wordt daar positief op gereageerd.
  4. Je gaat aan de slag.
  5. En je vertelt iedere keer enthousiast over de vorderingen die je maakt.
  6. En als je ergens tegenaan loopt, dan vraag je om hulp aan iemand die (min of meer) positief t.o.v. jouw “wilde plan” staat.
  7. Je houdt vol. Grote kans dat iemand jouw plan adopteert.

Veel succes!

EHBO voor leraren

EHBO voor leraren

Een ongeluk zit in een klein hoekje. En er zijn erg veel kleine hoekjes op school en op het plein. Ik ken dan ook veel leraren die voor een EHBO-diploma hebben. Of in ieder geval wat EHBO geleerd hebben tijdens de BHV-cursus. En ik weet natuurlijk niet hoe het met jou zit, maar ik vergeet altijd wat ik precies moet doen als ik het niet regelmatig doe. Vandaar deze week: een reminder voor de meest voorkomende ongelukken op school.
1. Blijf zelf rustig. Haal diep adem, zet je voeten stevig op de grond.
2. Kalmeer het slachtoffer en je zorgt dat hij of zij veilig ligt (of zit of staat).
3. Geef duidelijke opdrachten aan de omstanders. Dat zijn meestal andere leerlingen die nieuwsgierig of betrokken zijn.
Deze opdrachten geef je:
a. Jullie gaan allemaal op minimaal 3 meter afstand staan of je gaat weg.
b. Jij haalt juf X. (of een glas water, of de verbandtrommel, of ….)
4. Je vraagt het slachtoffer hoe het met hem of haar gaat. Op basis van de antwoorden handel je verder.

Handelingen in geval van:

Bloedneus:
• Laat het slachtoffer zitten.
• Houd zijn of haar hoofd een beetje voorover (schrijfhouding).
• Laat één keer goed snuiten.
• Knijp met je duim en wijsvinger de neus ongeveer 10 minuten dicht (niet te hard knijpen).
• Daarna moet de neus rusten: dus even niet snuiten!

Schaafwond:
• Schoonspoelen met een zachte (schone) doek.
• Laten drogen aan de lucht.
• Alleen een wond die onder kleding zit mag je na het drogen afdekken met pleister of verband.

Brandwond:
• Minimaal 10 minuten onder lauw stromend water.
• Laten drogen.
• Eventueel steriel afdekken.

Wespen- of bijensteek:
• Eventueel de angel eruit trekken met een pincet.
• Koele, natte doek erop.
• Bij steek in mond of keel (of bij allergische reactie): 112 bellen.

Snijwond:
• Eventueel schoonspoelen
• Druk de wond dicht met pleister of schone theedoek.
• Een grote wond die blijft bloeden: naar huisarts om te laten hechten.

Kraal in neus:
• Snuit of nies het voorwerp uit de neus.
• Houd het niet-verstopte neusgat dicht bij het snuiten.
• Blijft ie zitten? Naar de huisarts.

Verslikking:
• Zolang het kind stevig hoest, huilt en adem kan halen tussen het hoesten: stimuleer zo mogelijk het kind te blijven hoesten en houd het kind in de gaten.
• Als het kind niet (meer) hoest en (bijna) geen adem kan halen:
o Bel 112.
o Laat het kind vooroverbuigen.
o Geef met de hiel van de hand stoten tussen de schouderbladen, ondersteun daarbij de borstkas met de andere hand.
• Wanneer dit stoten niet helpt:
o Ga achter het kind staan, sla je armen rond de borstkas.
o Plaats je vuist met de duim in de hand tussen navel en onderkant borstbeen.
o Omvat deze vuist met de andere hand en trek beide handen met een ruk schuin omhoog naar je toe. Herhaal dit een aantal keren.
• Kinderen moeten na deze handeling door een arts op inwendig letsel worden onderzocht.

Allergische reactie:
• Kenmerken allergische reactie:
o Een allergische reactie kan optreden na een beet/steek of een (verkeerd) voedingsmiddel.
o Lekken, jeuk, roodheid, misselijk, braken, duizelig, ademnood, (neiging tot) bewusteloosheid, spierkrampen, bewegingsonrust, verwardheid kunnen het gevolg zijn.
• Wat te doen bij een ernstige allergische reactie:
o Het slachtoffer laten liggen.
o Bescherm het slachtoffer met een deken of jas tegen afkoeling.
o Schakel professionele hulp in.
• Bel 1-1-2 bij:
o Kenmerken (dreigende) shock: het slachtoffer is bleek, transpireert, voelt zich ziek.
o Ademnood.
o Ernstige zwelling vooral in de hals.

Bron en nog meer oplossingen: http://www.ehbo.nl/tips/

Ben ik een goede leerkracht (of docent)?

Ben ik een goede leerkracht (of docent)?
Heb jij jezelf dat ooit afgevraagd?
Heb je ooit aan jezelf getwijfeld?
Ooit wakker gelegen op de laatste zondagnacht van de vakantie met een malend hoofd “kan ik het nog”?
Gedroomd dat het compleet uit de hand liep in een klas, met leerlingen die niet luisterden, vliegtuigjes, en grote rampen?
Ach ja… wie niet? Ik wel. Maar ik denk altijd… zolang ik kan blijven bijleren, ben ik een goede leerkracht (en docent). Denk jij dat ook?

De volgende vier dingen kunnen je helpen reflecteren als het even wat minder gaat:

1. Je maakt je eerste lessen te ingewikkeld. Je wilt teveel.
2. Je schiet in de verdediging als een leerling, ouder of collega kritiek op je heeft.
3. Je betrekt de ouders te laat bij schoolzaken die hun kind betreffen.
4. Je vraagt niet om hulp op het moment dat je eigenlijk wel hulp nodig hebt.