Tagarchief: kijken

Alle ogen kijken naar jou!

Alle ogen kijken naar jou!

Als je les staat te geven, wil je dat iedereen oplet. Als je iets wilt vertellen in de klas, dan wil je dat iedereen naar je kijkt. En in sommige klassen gaat dat helemaal vanzelf. Je steekt je hand op en je hebt binnen enkele seconden de aandacht van alle leerlingen.
Maar er zijn ook klassen waar dat maar niet lijkt te lukken. Je hebt je hand opgestoken, of je vraagt om stilte en je wacht…
En je wacht…
En je wacht…
En de tijd tikt maar door.
En als je dan eindelijk de aandacht hebt van de klas en je doet je mond open om iets te zeggen… dan valt er een pen. Of dan gaat een spelbreker toch weer aan de klets met zijn buur. En dat alle andere leerlingen dan roepen tegen de spelbreker dat ie zijn mond moet houden…. Enzovoort.

Ik heb al verteld dat er moeilijk groepen zijn. Leerlingen in moeilijke groepen letten steeds op elkaar; ze zijn niet bezig met zichzelf of met jou.
Een van de manieren om daar verandering in te brengen is door ervoor te zorgen dat ze steeds met jou bezig zijn; steeds op jou letten. Alle ogen kijken naar jou.

Als leraar moet je heel voorspelbaar zijn. Je les moet altijd hetzelfde zijn opgebouwd. Routines en regelmaat zijn heel belangrijk. Maar om de aandacht te trekken, moet je absoluut onvoorspelbaar zijn. Verrassend. Onverwacht. Laat ze maar schrikken!

Als leraar ben je steracteur en top-goochelaar tegelijk. Maak er een show van, als jij voor de klas staat. Zorg ervoor dat ze alleen nog maar naar jou willen kijken, omdat ze nieuwsgierig zijn wat je nu weer gaat doen.

Hoe je dat kunt doen? 10 tips en technieken (met voorbeelden):
1. Verplaats je zelf in de rol van “de beste acteur van deze school”. Jij hebt de hoofdrol, de klas en jouw podium en je leerlingen zijn je publiek.
2. Oefen de routine “kijken naar de leraar”. Jij geeft een teken, je telt tot 3 en dan kijken alle ogen naar jou. Controleer of echt ieder kind kijkt. De twee leerlingen die nog niet kijken, kijk jij doordringend aan. Je neemt een overdreven ongeduldige houding aan en zeg “ik wacht nog op twee paar ogen”. Als iedereen kijkt, geef je een compliment.
3. Overdrijf. Maak alles groter dan het is. Maak je houding groot, gebruik je stem in afwisselende toonhoogtes en overdrijf ook wat de leerlingen doen. Als ze bijvoorbeeld onderuitgezakt zitten: “Ik zie verdorie 83 vuilniszakken in mijn klas zitten. Dat wordt een fijne rekening bij de fysiotherapeut voor jullie ouders.”
4. Zing een lied. Je vervangt de woorden door je eigen tekst: “…en wat jammer dat er niemand luistert want ik heb zo’n leuke les…”
5. Zeg keihard: “HO!” Echt zo hard dat iedereen schrikt. Doe dit zo weinig mogelijk.
6. Wandel door de klas terwijl je je verhaal houdt. Gebruik gebaren om je verhaal te ondersteunen.
7. Maak alles spannend. Zorg voor verrassingen in je les. Neem dingen mee, gebruik muziek, houd wedstrijdjes, maak bewegingen bij dat wat geleerd moet worden (grammatica, bewerkingen, hoofdsteden).
8. Zet speciale tekens (met of zonder tijd) op het digibord, bij voorkeur met beeld en geluid. Smeltende sneeuwmannen, honden die je bord schoonlikken, een korte animatie.
9. Maak er een wedstrijd van. Stopwatch bij de hand en jij houdt zeer regelmatig de tijd bij die het kost om stil te worden, tafels leeg te hebben, boeken uit te delen, et cetera. Zet een beloning in het vooruitzicht als de klas hun eigen tijd verbetert.
10. Goochel met aandacht. Maak bijvoorbeeld een grap van alles wat jou niet zint. Als een leerling een conflict met jou zoekt, maak je een grap tegen een andere leerling. Als een leerling niet luistert, geef je de andere leerlingen uitgebreid en persoonlijk een groot compliment voor wel luisteren. Overdrijf!

Dit zijn allemaal voorbeelden. Je moet zelf uitzoeken wat voor jou werkt in welke situatie en wat beslist niet. Bedenk veel variaties, schrijf ze op. Wissel alles af. Wordt heel onvoorspelbaar. Trek alle aandacht als een magneet jouw kant op.
Succes!

Cope on Stage!

Cope on Stage!

Cope on Stage!
Hoe doe jij dat: voor de klas staan?
Ben je een performer? Een verteller? Een stuntman? Superman (of –vrouw)?

Cope on Stage!
Tijdens een van mijn trainingen op een lerarenopleiding kwam ik plotseling op een afkorting die m.i. weergeeft wat je precies doet als leraar in de klas: You Cope on Stage!

(to) Cope: Omgaan Met.
Omgaan met je leerlingen, met de leerstof, met alle middelen die je tot je beschikking hebt (digibord, methode, alle spullen in je lokaal, de leerlingen (en hun materialen) en jij zelf).

on Stage: Op het Podium.
Jouw plek voor de klas, in de klas, bij een leerling, in de deur, op de gang. Stilstaand, pratend, uitleggen, bewegend, lopend…
Het gaat hier om de vier pijlers die jou helpen om op een goede manier voor de klas te staan. Vier pijlers die jou zekerheid geven en vertrouwen in eigen kunnen.

Pijler 1:
Contact. Contact met je leerlingen is de basis. Leer ze kennen, wees nieuwsgierig. Leerlingen zijn net mensen; ze vertellen graag over zichzelf. Wat drijft ze? Waar houden ze van? Wat willen ze leren? Wat verwachten ze van jou?
Pijler 2:
Persoonlijkheid. Jij staat daar als mens. Jij hebt wat te vertellen. Jij kunt ze wat leren: kennis en vaardigheden. Denken, doen en luisteren. Hoe meer jij jouw persoonlijkheid gebruikt om jouw leerlingen te “empoweren”, hoe groter het verschil is dat jij kunt maken.
Pijler 3:
Structuur. Jij geeft les vanuit een duidelijke, vaste structuur. Dat biedt jouw leerlingen veiligheid en houvast. Zo weten ze waar ze aan toe zijn en ben jij betrouwbaar voor ze.
Pijler 4:
Humor. Er moet veel gelachen worden in de klas. Hoe meer je lacht, hoe meer je onthoudt en hoe meer je leert. Een positieve stemming is goed voor mensen en zeker voor leerlingen. Daarnaast helpt humor je om orde te houden en om met “moeilijke” leerlingen om te gaan. Humor relativeert, haalt de scherpe kantjes af van nare momenten en zorgt ervoor dat je weer door kunt met je les. (Ja: de hoofdletter H spreek je in het Engels uit als “age”, met een beetje fantasie…)

Cope on Stage: De beste manier om als performer, verteller of supermens les te geven aan jouw leerlingen in jouw klas. Stop hem in je achterhoofd en doe er jouw voordeel mee!

download
Cope on Stage!

Het “heilige moeten” in het onderwijs

In het onderwijs MOET er steeds van alles, steeds wat nieuws, steeds van anderen… Hoe ga jij daar mee om? Je kunt het niet niet doen, je kunt je er enorm aan ergeren en je kunt er zelfs door afhaken. En dat laatste… dat wil ik dan weer niet. Ik vind het afschuwelijk dat er zoveel jonge getalenteerde docenten verdwijnen uit het onderwijs, bezweken onder de regeldruk.

Ja, ik weet het. Sander Dekker heeft het zelf gezegd: “doe alleen wat jij nodig en noodzakelijk vindt”. Maar wat vind jouw directeur daarvan? En jouw bestuur? En de inspecteurs zijn het ook niet altijd met elkaar eens.

7 manieren om hier tegenaan te kijken:

1. Je moet een uitgebreide administratie bijhouden.
Wat vind jij daar zelf van? Wat vind jij belangrijk? Groepsplannen zijn niet verplicht, gegevens bijhouden van leerlingen die zorg behoeven, wel. Wil jij alles weten van iedere leerling, of kijk je in clusters? Of noteer je alleen de uitschieters? En hoe vaak noteer jij? En hoe uitgebreid? Op welke manier? Als je echt groepsplannen wilt bijhouden: Groepsplanversneller is een handige en snelle manier voor scholen om de administratie bij te houden.

2. Je moet aanwezig zijn bij alle vergaderingen.
Van wie moet dat?  Van het taakbeleid? Waarom? Kloppen die uren dan? Als je mee wilt praten: ja. Dan is het handig om aanwezig te zijn. Maar als jij het geen probleem vindt dat men beslissingen neemt waar jij niet bij bent (en het misschien niet mee eens bent), dan hoeft het niet. Het is jouw eigen keuze. En als je er voor kiest om op de vergadering aanwezig te zijn, wees er dan ook echt en praat mee.

3. Je moet op vakantie in de schoolvakanties.
Nee hoor: als het te regelen is dat jouw vrije dagen geclusterd worden dan kun je best een weekje op vakantie als het jou uit komt. Is ook een keus, als de mogelijkheid er is. En waarom ook niet?

4. Je moet aanwezig zijn op de studiedagen.
Ook hier geldt: wat staat er in het taakbeleid? Wie bepaalt welke scholing jij krijgt, waar en bij wie? Denk er eens over na en bespreek het eens met je directeur.

5. Je moet alle leerlingen aardig vinden.
Ja, dat zou fijn zijn,  maar hoe wil je daar iemand (incluis jezelf) toe verplichten? Dit is een typisch geval van: “Nee, ik vind niet al mijn leerlingen even leuk, maar ik kies ervoor om in iedere leerling iets te zoeken dat ik waardeer, zodat ik iedere leerling met respect tegemoet kan treden.” Hetzelfde geldt voor ouders en collega’s, trouwens…

6. Je moet mopperen in de wandelgangen. Dat doet bijna iedereen en als je niet uitkijkt doe je automatisch mee. Ik vind het prima hoor, maar vraag je eens af: word je er blij van? Stoom afblazen mag natuurlijk , maar denk er eens over na waar je dat op welke manier het beste kunt doen.

7. Je moet het altijd druk hebben. Liever niet toch? Als jij een van die gelukkige mensen bent die zingend naar zijn werk gaat, die tijd over heeft en alle zaakjes prima op orde heeft: count your blessings en vertel vooral aan wie het horen wil hoe je dat voor elkaar krijgt! Wees trots op jezelf!