Tagarchief: klas

Lesgeven in moeilijke klassen

Lesgeven in moeilijke klassen

Voorbereiding:

  1. Bedenk een schriftelijke opdracht (begintaak) die de leerlingen moeten maken zodra ze binnenkomen (zie TLAC voor de omschrijving hiervan).
  2. Zet alle tafels in rijen recht naar voren.
  3. Zorg dat ze vloer schoon is en alle kastjes leeg.
  4. Schuif de tafels zo dat de leerlingen nergens met hun handen in of aan kunnen komen.
  5. Zet alle materialen klaar.
  6. Op het bord: opdracht begintaak, regels en rooster.

Bij het binnenkomen:

  1. Bij binnenkomst (jij staat bij de deur) vertel je iedere leerling individueel:
    1. Fijn dat je er bent 😊
    2. Dat ze de begintaak gaan maken, in stilte en alleen én dat de begintaak ook op het bord staat.
    3. Dat je verwacht dat het vandaag een les wordt waarin de leerlingen laten zien dat zij weten hoe zij zich moeten gedragen tijdens de les.

Tijdens de les:

  1. Pas gaan praten als iedereen stil is (wees hier heel consequent in; zie het als een wedstrijd en zorg dat je die wedstrijd wint).
  2. Iedereen blijft zitten.
  3. Meteen ingrijpen bij verstoring.
  4. Hulpleerlingen aanstellen die uitdelen.
  5. Hardop complimenten geven aan de leerlingen die laten zien dat zij weten hoe zij zich moeten gedragen tijdens de les.
  6. Steeds herhalen wat je verwacht.
  7. 15 minuten voor tijd stap voor stap opruimen.

Na de les:

  1. Precies prijzen: exact vertellen wat wél goed ging en wat je volgende week ook nog verwacht.
  2. Houd de regie tot de laatste leerling is vertrokken.
  3. Leerlingen individueel vertellen (je staat weer bij de deur):
    1. Een (specifiek benoemd) ding dat ze goed gedaan hebben.
    2. Fijn dat je er was, tot volgende week 😊

Mijn eerste jaar als leraar

Mijn eerste jaar als leraar: hier lees je het verhaal van de eerste winnaar van de schrijfwedstrijd. Het verhaal van JM.

Wat vooraf ging

Ik loop bloednerveus heen en weer tussen de auto en de school. Natuurlijk ben ik veel te vroeg. Want te laat zijn voor een proefles, dat is geen optie. Eindelijk kan ik de school ingaan zonder dat ze mij vragen om nog even te wachten op een stoeltje in de gang. Hoe de proefles verloopt? Ik kan het werkelijk niet zeggen. Alsof een ander de les gegeven heeft en ik in het publiek zat. Met bomen van kerels voor mij, waardoor ik de helft niet kon zien. Na de proefles sta ik een sigaret te roken met de directeur. ‘Maak je geen zorgen’, zegt hij. ‘Jij krijgt die baan wel.’

Mijn eerste dag als leraar

Ik kom uit een boerengebied en woon nog maar net in de grote stad. Ik fiets naar de wijk waar de school staat. Eigenlijk weet ik niks van deze buurt. Eind van de dag heb ik de betekenis van het woord ‘achterstandswijk’ geleerd.

Eén van de eerste mensen die ik ontmoet, heeft lang, dun haar. Dat haar zit gedraaid in een soort knot met een stokje erdoor. Het is een warme dag. Met een soort microvezeldoekje wrijft ze het zweet uit haar gezicht. Ik weet nog dat ik dacht: Wat een superschool, dat ze deze ruimte ook gebruiken als een soort sociale werkplek! Direct daarna stelt ze zich voor als mijn nieuwe collega en IB-er van de school. Eén van de laatste mensen die ik ontmoet is nu, naast mijn man en kinderen, een liefde van mijn leven. Die eerste ontmoeting, ze komt binnen met een gitaar in haar handen, haar blik open en oprecht, markeert het begin van een diepe vriendschap.

En dan mijn klas. Op en top ingericht. Alles tot in de puntjes voorbereid. Daar hebben wat uren zomervakantie ingezeten. Mijn domein. Ik sta bij de deur. Eén voor één druppelen de kinderen binnen. Namen onthouden is nooit mijn sterkste kant geweest. In dit geval blijkt namen correct uitspreken ook niet een kwaliteit te zijn die ik bezit. Arme Edah (spreek uit als Edda). Haar naam heb ik nog lang uitgesproken als de supermarktketen, die op elke straathoek in mijn oude omgeving te vinden was.

We beginnen met een kringgesprek. ‘Vertel over je vakantieavonturen’, zeg ik enthousiast. En avonturen krijg ik te horen! Een vader die al de hele vakantie vastzit. Hij was betrokken bij een gewelddadige beëindiging van iemands leven. ‘Het was zelfs op het nieuws!’ Een vader die ook is opgepakt. Gelukkig zat hij niet lang vast. De televisie die hij bovenop zijn schoonmoeder wilde gooien was per slot van rekening misgegooid. Toch wordt er ook wat geraakt vandaag. Tijdens het kringgesprek vliegt een baksteen door de ruit. Ik schrik buitensporig dramatisch. ‘Rustig blijven voor de kinderen’, zeg ik nog tegen mijzelf. ‘Jij hebt een voorbeeldfunctie.’  Maar de kinderen zijn rustig. Ze maken zich klaar voor de pauze.

Mijn eerste dag als leraar rook ik een sigaretje achter het fietsenhok. Natuurlijk wel nadat ik collega gevraagd heb om de pleinwacht over te nemen. Verantwoordelijk ben ik echt wel.

Als ik weer binnenkom,  zit de klas braaf te luisteren naar diegene die voor de klas staat. Maar wacht even…ik moet voor de klas staan! En ik sta er niet. Wie er wel staat, is de moeder van Annie. ‘Als één van jullie het in zijn rotkop haalt om mijn Annie te plagen, dan weet je nu met wie je dan te maken krijgt!’ klinkt het door de deur. Met die ouderbetrokkenheid zit het wel goed, denk ik bij mezelf.

We sluiten de dag af met een gymles. Dat betekent een loopje naar het gymlokaal vijf minuten verderop. Dan klinkt er een sirene. Een politieauto rijdt de stoep op en twee agenten lopen naar een huis. Ze kloppen op de deur en stormen naar binnen. Terwijl ik met verbazing en een behoorlijke dosis angst toekijk, lopen de kinderen zonder blikken of blozen door. ‘Drugsinval’, mompelt er één.

En nu 17 jaar later

Ik vind in een doos een klassenfoto van deze groep. Ik sta er als jong meisje tussen. Ik ben bijna niet te onderscheiden van de rest. Ik kijk terug op een geweldig eerste jaar. Wat heb ik veel geleerd! En wat heb ik veel geïnvesteerd! Avonden doorwerken, vakanties op school, werken aan en in je klas met Wimbledon op de achtergrond. En wat heb ik er veel voor gekregen. Liefdevolle kinderen die allemaal willen leren. Ouders, met soms andere belangen en interesses, maar met hart voor hun kind. Collega’s met wie ik veel heb kunnen sparren, proberen en ontdekken. En waar ik vooral mee heb kunnen lachen.

Die sigaret is inmiddels al lang verdwenen. Maar de warme herinnering gloeit nog steeds na!

Het was ook in deze klas, dat ik een taalles gaf die ging over beroepen. Halverwege steekt één leerling haar vinger op en vraagt: ‘Juf, wat voor werk doe jij eigenlijk?’

JM

Kleren maken de Leraar

Kleren maken de Leraar

Jaren geleden werkte ik op een asielzoekersschool. Aan het begin van het schooljaar kwamen er altijd “snuffelstagiaires” van de opleiding tot onderwijsassistent. Mijn laatste stagiaire heette Samira. Op haar eerste dag was het buiten bloedheet en binnen een sauna. Een veel voorkomend euvel in het onderwijs… platte daken en geen airco.

Samira was een jaar of 16. Ze keek me nauwelijks aan en gaf me een slap handje. Ze droeg een naveltruitje (incl. navelpiercing) met decolleté en een heel kort rokje. Ik had een groep van 18 leerlingen tussen de 10 en de 14 jaar, waarvan meer dan de helft jongens. Ik heb Samira vriendelijk verzocht om terug naar huis te gaan en zich om te kleden. Ze haalde beledigd haar neus op en vertrok. Ik heb haar nooit meer gezien.

Dat een naveltruitje (met of zonder piercing) met decolleté en kort rokje geen handige combinatie is op een school, klinkt heel logisch. Ook niet in een andere klas. Maar eigenlijk zijn er best veel kledingstukken waar je wel over kunt discussiëren: “Kan het wel of kan het niet?”

– korte broek (dames en heren);
– geen BH (tot welke cupmaat?);
– spaghettibandjes;
– decolletés (hoe diep is acceptabel?);
– rok boven de knie (waar ligt de grens?);
– sandalen;
– slippers;
– blouses die bij bepaald licht min of meer doorzichtig zijn;
– zichtbare piercings (m.u.v. oorbellen);
– zichtbare tatoeages.

Met warm weer lijkt het logisch om je luchtig te kleden. Het zou zelfs zo kunnen zijn dat je dat automatisch doet; zonder er bij na te denken. En laten we eerlijk zijn: op de meeste scholen is het meteen bloedheet bij warm weer. Bovendien: de meeste leerlingen kijken helemaal niet op van een juf of meester in korte broek of op sandalen.

Aan de andere kant: als leraar heb je een voorbeeldfunctie. En volgens mij zit het zo: één van de manieren om een bepaalde status uit te dragen, is het dragen van statusverhogende kleding. In het onderwijs wordt veel geklaagd over het feit dat “de leraar van zijn voetstuk is gevallen”.  Het dragen van representatieve kleding kan bijdragen tot de terugkeer van de leraar op het bijbehorende voetstuk. Denk maar aan advocaten en artsen; zonder net pak, toga of doktersjas zouden wij hen veel minder serieus nemen.

Dus ja: ik vind dat je je netjes moet kleden als je voor de klas staat. (Ook als onderwijsassistent, trouwens). Dat betekent dat je je uiterlijk dus moet controleren voor je naar school gaat. Stel  jezelf de volgende vragen als je ’s morgens voor de spiegel staat:

  1. Zou ik dit ook aandoen als ik op vakantie ben?
  2. Zie ik eruit als iemand die serieus genomen gaat worden door iemand die eigenlijk weinig respect heeft voor gezag?
  3. Zie ik iets waar iemand op school misschien wel over zou kunnen vallen?

Bij twijfel doe je meteen iets anders aan, want kleren maken de leraar!

Twee klassen in een klas

Twee klassen in een klas

De griepgolf heeft enorm toegeslagen afgelopen winter. Ik weet niet hoe het bij jullie ging, maar wij moesten echt enorm ons best doen om vervangers te vinden. Op sommige scholen lukte dat niet en moesten klassen samengevoegd worden, zodat de leerlingen niet naar huis gestuurd hoefden te worden. Twee klassen in een klas…

Op zich kan dat natuurlijk best wel: twee klassen in een klas. En zeker als de leerlingen van de andere klas jou goed kennen is het misschien best een goede oplossing. Maar hoe pak je dat nu aan? Ik heb een stappenplan voor je.

  1. Maak ruimte in je lokaal. Schuif met stoelen en tafels, zet desnoods tijdelijk kasten op de gang. Ruimte is noodzakelijk.
  2. Stel duidelijke afspraken op. Misschien zijn die wel anders dan normaal, dat kun je uitleggen. Maar zet ze op papier.
  3. Maak een afwijkend dagrooster, waarin je korte lesblokken van 30 minuten maakt, met een korte instructie, enkelvoudige opdrachten bij Zelfstandig Werk en met gezamenlijke les-overgangen en ijkpunten.
  4. De volgende zaken zijn belangrijk:
    1. Herhaal de afwijkende afspraken regelmatig.
    2. Plan ook activiteiten én rustpunten in met beide groepen tegelijk.
    3. Oefen de routines, zeker als er naar het andere lokaal gelopen moet worden.
    4. Speel extra buiten of doe extra energizers tussendoor.
  5. Als je de dag na afloop met alle leerlingen evalueert, vraag dan alleen naar de dingen die heel goed gingen.
  6. Geef regelmatig pluimen aan de leerlingen als ze goed bezig zijn. Vooral aan die leerlingen voor wie verandering moeilijk is.
  7. Neem de tijd. Doe veel minder dan op het oorspronkelijke rooster staat. Kies met zorg je prioriteiten.

Kies ook met zorg de groepen uit die samengevoegd moeten worden. Misschien lijkt de boven- of onderliggende groep de beste keus, maar je kunt ook kiezen op basis van ligging in het gebouw of twee groepen samenvoegen die qua leeftijd ver uit elkaar liggen (groep 1-2  met groep 7). Korten: weeg alle voor- en nadelen tegen elkaar af, denk er over na (laat je niet opjagen) en zorg dat je bewust kiest.

Moeilijke klas – hoe doe je dat?

Moeilijke klas – hoe doe je dat?

Een moeilijke klas overnemen… hoe doe je dat?
Ik krijg altijd veel verzoeken om hulp van leraren die plotseling een moeilijke klas over moeten nemen. Ze beginnen enthousiast, maar na een paar weken gaan ze met lood in hun schoenen naar school. Natuurlijk: kinderen proberen een nieuwe leraar uit, dat is normaal. Maar in moeilijke klassen wordt het uitproberen van de leraar overstegen door negativiteit. Negatief gedrag is de norm geworden.

Wat zijn de symptomen van een moeilijke klas?
• De leerlingen letten de hele tijd alleen maar op elkaar.
• Ze reageren op alles; verbaal en onverbaal.
• Leerlingen lijken niks te pikken; niet van hun klasgenoten en niet van de leraar.
• Straffen en belonen lijken geen enkel effect te hebben.
• De groep wordt heel moeilijk stil. Als dat eindelijk is gelukt, beginnen ze weer opnieuw.
Allereerst is het zaak om een aantal zaken te onderzoeken. Wat is er aan de hand? En wat kan je met de antwoorden op jouw vragen?
• Neem een sociogram af. Het geeft je inzicht in welke relaties er in de groep zijn.
• Bekijk welke leerlingen een “etiket” hebben. Praat met deze leerlingen, hun ouders en je collega’s en vraag welke benadering bij deze leerlingen zou kunnen werken.
• Zoek uit wie de informele (negatieve) leider is van de groep. Deze leerling geef je geen speciale aandacht meer.
• Zoek uit welke leerlingen eigenlijk wel positief zijn, maar dit niet meer durven te laten merken. Deze leerlingen geef je extra positieve aandacht.
• Vraag naar het verleden van de groep. Wanneer is deze sfeer ontstaan? Wat zouden de oorzaken kunnen zijn?
• Zoek uit of je gesteund wordt door je leidinggevende, je collega’s en de ouders. Zo nee: leg je plan van aanpak voor en vraag vervolgensom hun uitgesproken steun en hulp.
In de klas zelf is het zaak om te focussen op je lessen en je klassenmanagement.
• Zorg voor een duidelijke, voorspelbare structuur en routines.
• Trek het je nooit persoonlijk aan. Het heeft niets met jou te maken, maar met groepsprocessen uit het verleden. Zie het als een uitdaging om het tij te keren.
• Benoem alle gedrag dat je ziet. Negatief gedrag kap je kort en duidelijk af, bij positief gedrag complimenteer je extra.
• Ga nooit in discussie. Spreek duidelijk je verwachtingen uit en geef twee keuzes.
• Voorkom stemverheffing. Praat zacht.
• Gebruik technieken die continue de aandacht op jou vestigen.
• Wees snel, kort en effectief.
• Blijf rustig, tactvol en lief. Zorg voor een warme ondertoon, hoe streng je ook bent.

En tot slot:
• Houd vol!!!!
• Blijf lachen!
• Koester ieder klein succesje.
• Blijf geloven in een ommekeer.

Consequenties in de klas

Consequenties in de klas

Jaaaa…. Leuk! Alweer een blog naar aanleiding van een vraag van een leraar. Dit keer is de vraag: Welke consequenties kan ik toepassen in mijn klas als leerlingen niet luisteren?

Ik heb een paar maanden geleden al een blog geschreven over “de aanspreekladder”. Daar staat eigenlijk al heel veel in. Als je deze tips wilt lezen, klik dan HIER.

In deze blog zet ik alleen een rijtje  mogelijke consequenties en 3 regels waar jij je als leraar echt aan zult moeten houden, willen jouw acties effectief zijn.

Mogelijke consequenties tijdens de les:

  1. Streepjes zetten op het bord.
  2. Streng kijken, de leerling (onder 4 ogen) aanspreken,
  3. Beloningen voor leerlingen die wel luisteren.
  4. Op een aparte plek in het lokaal zetten met eigen werk.
  5. Buiten de groep en/ of activiteit plaatsen.
  6. Voor je neus laten zitten en continu in de gaten houden.
  7. Teksten uit een schoolboek laten overschrijven (foutloos) of vertalen.
  8. In een andere klas parkeren met werk of strafwerk.
  9. Naar de directeur/ de IB-er/ de conciërge/ time-outplek.

Mogelijke consequenties na schooltijd:

  1. Een goed gesprek voeren.
  2. Ouders op school laten komen.
  3. Strafregels laten schrijven (les op: positief gestelde strafregels).
  4. Het lokaal laten schoonmaken.
  5. De gemiste les na schooltijd inhalen.
  6. De volgende dag 30 minuten voor schooltijd melden.

Drie regels waar jij je echt aan moet houden:

  1. Wees consequent. Waarschuw niet en als je wel wilt waarschuwen, houdt het dan bij één waarschuwing en ga nooit in discussie. Als jij zegt “nog één keer en dan krijg je straf” en je geeft geen straf, dan ben je ongeloofwaardig en gaat het van kwaad naar erger.
  2. Beloon altijd duidelijk alle leerlingen die wel luisteren en het goede voorbeeld geven.
  3. Vertel altijd welk (zichtbaar) gedrag je verwacht en ga er in taal en houding van uit dat de leerling dit gaat doen.

Ik wens je veel succes en weinig consequenties. En natuurlijk veel plezier met het verder lezen van de Sterk Nieuws.

Wat nou grote mond!

Wat nou grote mond!

Afgelopen week zat ik met twee juffen in de auto. En natuurlijk kwamen we te spreken over  het onderwerp “Grote Mond”. Ligt het aan ons of klopt het inderdaad dat er in de klas steeds vaker een grote mond wordt gegeven door leerlingen? Niet alleen tegen ons, maar ook tegen klasgenoten? Worden leerlingen inderdaad steeds brutaler?

En hoe reageer je dan, als leraar? Laat je het er bij zitten? Ga je de strijd aan? Wat doe je er mee?

Ik denk zelf dat opvoeding  gewoon doorgaat na het passeren van de voordeur van het ouderlijk huis. Ik vind dat je als leraar ook een opvoedkundige taak hebt. Omdat jij als leraar het recht hebt om te bepalen hoe leerlingen zich dienen te gedragen in jouw klaslokaal. En dan heb ik het over zowel taal als houding.

Maar hoe doe je dat dan, je leerlingen opvoeden? Ik heb een stappenplan bedacht.

Op het moment dat je ziet of hoort dat een leerling zich brutaal of onbehoorlijk gedraagt (en dat kan heel klein zijn) eis je onmiddellijk de aandacht van de hele groep. En dan:

  1. Benoem je wat je gezien (of gehoord) hebt. Zonder namen te noemen, trouwens.
  2. Vertel je wat dat met je doet.
  3. Zeg je dat je dergelijk gedrag (of dergelijke taal) beslist niet accepteert en vertel je welke sanctie daar op staat.
  4. Vertel je hoe je wilt dat alle leerlingen zich gedragen (of spreken) in jouw klas(lokaal). Je benoemt dat expliciet, specifiek en zichtbaar. Positief gesteld: vertel welk gedrag je wel wilt zien en/ of welke woorden je wel wilt horen.
  5. Vervolgens vraag je aan de leerlingen om zich hieraan te committeren, bijvoorbeeld door ze hun hand op te laten steken.
  6. Daarna zet je de leerlingen aan het werk.
  7. De leerling die eventueel een sanctie verdient neem je apart en je geeft de passende straf.
  8. Je kunt eventueel op een later moment de leerlingen die zich niet hebben gecommitteerd één voor één apart nemen en ze aanspreken op hun gedrag. Ze moeten zich uiteindelijk committeren aan jouw regels, anders is er geen plaats voor hen in jouw klas(lokaal).

Dit doe je steeds op het moment dat er iets vervelends gebeurt en je zult zien dat het nare gedrag uiteindelijk gaat verminderen.

Ik wens je veel geduld en succes.

En ik wens je veel plezier bij het verder lezen van de SterkNieuws.

Evalueren en reflecteren met leerlingen

Evalueren en reflecteren met leerlingen

Evalueren en reflecteren met leerlingen: ik vond het altijd erg leuk. Ik vond het zelfs een sport. Ik vroeg het me iedere keer weer af: Zou het me lukken om ook deze keer weer meer antwoorden te krijgen dan alleen:
“Ik weet het niet.”
“Ja, gewoon. Je weet wel.”
of:
” …” (= schouders ophalen)

En toch moeten onze leerlingen het leren, of ze nu willen of niet. Zelfreflectie is een belangrijke vaardigheid. Je moet inzicht hebben in je eigen leren om goed verder te kunnen leren.
Helaas is het iets dat de meeste leerlingen niet vanzelf kunnen. Niet iedere leerling krijgt dit van huis uit mee. De meeste leerlingen moeten het leren. Moeten ja! Omdat anders de achterstand (de “kloof”) nog groter wordt.

Gelukkig zijn er technieken voor die je in combinatie kunt gebruiken. Eerst één, en later de rest ook. Ik zet ze voor je op een rij:
1. Je leert een aantal standaardzinnen aan, die de leerlingen kunnen gebruiken. Dit zijn allemaal zinnen die iets zeggen over hoe zij vinden dat zij zelf iets hebben gedaan. Zorg wel dat ze ook leren wanneer ze welke zin moeten gebruiken. Je zult zien, dat ze na enige tijd (weken, maanden of jaren) weten wat ze moeten zeggen en dat er uiteindelijk meer uit komt dan alleen de standaardzinnen; ze hebben het zichzelf eigen gemaakt en weten nu pas hoe ze echt kunnen evalueren en reflecteren.
2. Je eist dat de leerlingen steeds meer zinnen gaan gebruiken om te antwoorden. In het begin neem je genoegen met één zin (de “wat”). De volgende stap is een tweede zin, waarin de leerling de “wanneer” toevoegt. Vervolgens volgen nog meer zinnen: de “hoe”, de “waarom”, enzovoort.
3. Vervolgens mogen de leerlingen de zinnen uitbreiden naar langere zinnen. Er komt dan achter iedere zin een , omdat….. of , want…

Ik weet het, het klinkt stom. Maar het is echt super-nuttig. Je maakt het leuk voor de leerlingen door er een sport van te maken, met leuke gekleurde en gelamineerde kaartjes en ze leren er ook nog iets van zinsbouw mee.

Het is me gelukt met leerlingen op en onder basisniveau van 15 jaar:
Na 3 maanden oefenen en zeuren kreeg ik eindelijk acceptabele antwoorden op mijn vraag: “Hoe kijk je terug op je stagedag van gisteren?”

Stephan: “Ik mocht voor het eerst helpen met broodjes klaar maken. Ik heb dat goed gedaan, want ik heb niet in mijn vingers gesneden. Ik was op tijd klaar. Ik heb wel een pot mayonaise laten vallen. Dat vond de baas niet leuk. Ik moest het zelf opruimen. Dan was moeilijker dan ik dacht, omdat het lang glad bleef. En dat mocht niet. Want het is gevaarlijk als mensen kunnen uitglijden in de keuken. Gelukkig is er niemand uitgegleden omdat ik het goed had schoongemaakt,”

Ik was echt supertrots.

Wil jij nu de SterkNieuws verder lezen? Klik dan HIER.

Oja… goede voornemens ?

Oja… goede voornemens ?

Heb jij, net als ik, een lijstje met goede voornemens opgesteld? Met dingen die je eigenlijk anders wilt in dit mooie nieuwe jaar? Met doelen voor jouw eigen ontwikkeling? Met doelen voor jouw klassen? Ga je ook doelen opstellen met je leerlingen? Zodat zij ook goede voornemens hebben (of krijgen)? Of laat jij jouw leerlingen hun eigen doelen en goede voornemens formuleren?

Wat is er eigenlijk met jouw goede voornemens voor 2017 gebeurd? Heb je je er aan gehouden? Of ben je  vergeten welke het ook alweer waren?

Hoe komt het eigenlijk dat het zo moeilijk is om je aan goede voornemens te houden? Om de doelen die je gesteld hebt te behalen? Daar kunnen verschillende redenen voor zijn:

  1. Eigenlijk wil je dit doel helemaal niet bereiken. Er is misschien wel een goede reden voor om je gedrag te veranderen (bijvoorbeeld: minder snoepen en meer sporten is goed voor je gezondheid), maar diep in je hart ben je misschien wel dol op snoep en heb je een hekel aan sporten. Dus zodra je de kans krijgt om jouw huidige “wel snoepen niet sporten-patroon” in stand te houden, grijp je die kans en is jouw goede voornemen als sneeuw voor de zon verdwenen.
  2. Jouw doel is te groot. Jouw doel is onoverzichtelijk, je weet niet waar je moet beginnen en je ziet er als een berg tegenop.
  3. Anderen vinden jouw doel stom, of geloven al bij voorbaat dat jouw doel onhaalbaar is. Of ze dat hardop uitspreken, maakt niet uit; zodra jij het gevoel hebt dat anderen dat vinden is het voor jou eigenlijk al een gepasseerd station.
  4. Je hebt wel een leuk doel gesteld, maar je weet helemaal niet waarom je dit doel zou bereiken. Je hebt geen idee wat het jou voor voordeel kan opleveren. Je zou het kunnen doen om een ander een plezier te doen, of omdat jouw directeur zegt dat het moet. Maar als je voor jezelf al hebt besloten dat het een zinloos doel is, is het moeilijk om je er aan te houden. Denk bijvoorbeeld aan het maken van groepsplannen of het bijhouden van je administratie op een bepaalde manier.

Deze vier redenen (en er zijn er vast nog meer…) kunnen jou van jouw goede voornemen afhouden. Dan verandert er niets aan jouw gedrag. Maar als je jouw gedrag wel wilt veranderen, dan kan het helpen om de volgende vier tips toe te passen op bovenstaande redenen:

  1. Je gaat bij je jezelf na waarom je dit doel niet wilt bereiken. Wat levert het jou op om te snoepen en niet te sporten? Wat heb je er aan? Vind je snoep gewoon lekker en houd je niet van sporten? Bedenk dan een tussenweg. Kun je het houden bij 1 snoepje per dag op een vaste tijd? Kun je een sport bedenken die je wel leuk vindt? Of kun samen met iemand afspreken om te gaan sporten en af te spreken hoe vaak per maand je een les mag missen? Kortom: ga goed na wat je eigenlijk wel wilt en hoe je dat kunt bereiken op een manier waar jij zelf blij van wordt.
  2. Je schrijft jouw einddoel op en daar onder noteer je wat er allemaal moet gebeuren om dat einddoel te bereiken. Dat zijn de tussenstappen, of beter: tussendoelen. Je zorgt ervoor dat die stappen allemaal zo klein mogelijk zijn. Makkelijk te halen, enkelvoudig en in weinig (of in korte) tijd. Die tussenstappen zet je op juiste volgorde. En vervolgens plan je die kleine stapjes in, in je agenda en/of op een afvinkoverzicht. Met data en deadlines.
  3. Bedenk voor jezelf hoe belangrijk het voor jou is om dit doel te bereiken. Is dat belangrijker dan wat anderen van jouw doel vinden? Dan kun je met jezelf afspreken dat je gewoon begint en op een bepaalde datum beslist of je er mee door wilt gaan. Zet die datum in je agenda. Blijkt het helemaal geen belangrijk doel voor jou te zijn? Dan gaat tip 1 voor jou in werking. Of tip 4.
  4. Bedenk hoe je dit doel voor jou wel belangrijk kunt maken. Vervang het woord “moeten” door “willen”. Wat is daar dan voor nodig? Kun je iets bedenken waardoor “groepsplannen” of “administratie” voor jou wel goede acties zijn? Heb je er nu te weinig tijd voor? Of snap je niet waarom je dit zou moeten (of willen) doen? In dat geval is het handig om te gaan praten met degene die jou de opdracht heeft gegeven. Vraag naar de reden waarom. Vraag hoe je het zou kunnen doen zonder dat je er tijd voor hebt. Kortom: vraag om hulp! En mocht je het eng vinden om hulp te vragen: bedenk dan wat er gebeurt als je niets doet. Als je zeker weet dat niemand jou erop gaat aanspreken, dan heb je geen reden om je gedrag te veranderen en dan blijft alles zoals het was. Maar als je in de stress schiet bij het idee, dan kan dat een reden zijn om om hulp te vragen, of om je gedrag vanuit jezelf te veranderen.

Succes!

Wil je nu de SterkNieuws verder lezen? Klik dan HIER.

Een rustige kerstweek in de klas

Een rustige kerstweek in de klas

Hoe zorg je ervoor dat die laatste week voor de kerstvakantie rustig verloopt?
In die laatste week is er een overvloed aan prikkels (afgezien van de dennennaalden en de piek), kerstdiners, galafeesten, bijna vakantie en zelf kijk je ook reikhalzend uit naar je laatste werkdag van dit jaar.
Er is een manier om ervoor te zorgen dat deze week rustig verloopt, zonder al te veel gedoe en sfeer-verpestende incidenten.

1. Houd je programma aan. Vervang een paar lessen door kerstactiviteiten, maar hoe meer je afwijkt van de dagelijkse gang van zaken, hoe onrustiger de leerlingen zullen worden.
2. Stel doelen met de leerlingen. Wat willen (= eigenlijk “moeten”) ze nog af hebben… deze les, deze dag, deze week?
3. Zorg voor voldoende rustmomenten. Ontspanningsoefeningen, meditatie, yoga, massage, rustige muziekjes, hele moeilijke kleurplaten (waar je eisen aan stelt)… zonder praten of lopen.
4. Zorg dat de leerlingen zich focussen aan het begin van iedere les. Doe een concentratieoefening, laat ze bedenken waar in hun hoofd ze het geleerde op gaan slaan en houd de focus gedurende de hele les vast door kort te praten en een actieve houding te eisen.
5. Vertel steeds weer opnieuw hoe het programma van de dag is en zorg dat er ruimte is voor vragen over de onderdelen die afwijken van het gewone programma. Leerlingen kunnen heel onzeker zijn over het verloop van een optreden of andere activiteit zonder dat jij dat merkt.

Ik wens jou en jouw leerlingen een rustige laatste week, een vrolijk kerstfeest en een heerlijke vakantie.

Wil je nu de SterkNieuws verder lezen? Klik dan HIER.

<a href=”https://www.bloglovin.com/blog/14773605/?claim=qzq98g7hshd”>Follow my blog with Bloglovin</a>