Tagarchief: leerlingen

Tips voor het goed samenwerken met je duo-partner

Tips voor het goed samenwerken met je duo-partner

Dit doe je van te voren:
Als je parttime op een school komt te werken, is het belangrijk om goed af te stemmen met je (toekomstige) duo-partner. Je kent elkaar (nog) niet, maar toch ben je samen verantwoordelijk voor het leren en welzijn van jullie leerlingen. Goede communicatie en afstemming zijn voorwaarden om er samen een succesvolle periode van te kunnen maken.
– Regel een gesprek met je (toekomstige) duo-partner. Trek hier minimaal een uur voor uit.
– Zorg dat je al je vragen hebt opgeschreven.
– Wissel meteen telefoonnummers en e-mailadressen uit.
– Maak meteen een afspraak om bij je duo-partner in de klas te komen kijken.

Dit bespreek je:
Er gelden in het onderwijs veel ongeschreven regels en onuitgesproken verwachtingen. Maak meteen duidelijk dat je nieuw bent en dus helemaal niets weet. Stel je open op, stel vragen.

Vraag naar:
– De verwachtingen die jouw nieuwe collega van jou heeft:
– Gebruik van methodes
–  Afnemen van toetsen
– Communicatie naar ouders en externen
– Registratie in Parnassys (of een ander programma)
– Afspraken m.b.t. communicatie en overdracht tussen jullie
– Het opruimen en netjes houden van het lokaal
– Pleinwacht lopen en externe uitjes
– Rapporten

De school- en klassenregels en de consequenties van overtreding:
o Toiletgebruik
o Materialen en spullen
o Gedrag (klas – gang – plein)
o Gebruik digitale middelen
o Taken van leerlingen

Leerlingen en de communicatie met ouders en externen:
o T.a.v. zorg
o Plattegrond
o Niveaus
o Instructiegroepen

Routines in de klas:
o Luisterhouding
o Instructie
o Leswisselingen
o Nakijken
o Hulpmiddelen

Tot slot: vraag naar de sfeer in de lerarenkamer 😊

Ouderwets = uit de tijd … dus weg ermee!

Ouderwets = uit de tijd … dus weg ermee!

Als ik naar het onderwijs kijk vandaag de dag, dan vind ik eigenlijk dat er niks is veranderd. Meer dan 100 jaar geleden zaten er heel veel kinderen van dezelfde leeftijd in de klas en er stond een leraar voor, die erg zijn best deed om zo goed mogelijk les te geven.
Wat is er dan anders?
Niks!

Ja oké, de techniek is de school ingekomen. We weten meer. De kinderen hebben een andere rol in het gezin dan 100 jaar geleden. De zaterdag is tegenwoordig een vrije dag. De maatschappij is veranderd. Gelukkig maar; ik moet er persoonlijk niet aan denken dat alles nog steeds hetzelfde is als 100 jaar geleden. Lijfstraffen, ezelskoppen, speciale opdrachten voor meisjes…
Maar als je nog eens kijkt naar de schoolklassen van toen en van nu… we doen nog steeds ontzettend onze best om zo goed mogelijk les te geven aan een (grote) groep leerlingen in een klaslokaal. Betekent dat dat het onderwijs ouderwets is?
Ouderwets wordt toch gezien als een beetje een “vies woord”. Uit de tijd. Achterhaald. Verleden tijd. Onderwijs is toch niet ouderwets meer? We hebben toch alles uit het verleden wat niet werkt de school uitgegooid?

Nou nee. We hebben van alles de school ingegooid waarvan men roept dat “het nieuw en dus goed is”. En sluipenderwijs heeft men wat ouderwetse dingen de school uitgezet. Maar wie zijn toch die “men”?
Ik ben er achter. Die “men” dat zijn onderwijskundigen die nog nooit een klas van dichtbij gezien hebben. Onderwijskundigen die dingen bedacht hebben, maar nooit onderzocht hebben of dat wat zij bedacht hebben wel werkt op onze scholen. Onderwijskundigen die veel contacten hebben in de politiek. Onderwijskundigen die ongetwijfeld verstand hebben van heel veel dingen, maar beslist niet van het dagelijkse onderwijs. En met hun ideeën zijn er veel goede technieken uit de klas verdwenen.

Ik pleit er voor om een paar ouderwetse technieken terug te halen in onze klassen. Ouderwets kan dan wel stom klinken, maar deze ouderwetse technieken werken. Ze zorgen ervoor dat onze leerlingen die dingen leren die ze moeten leren. En ik pleit er ook voor om een aantal nieuwe technieken te behouden. Omdat ze goed zijn voor onze leerlingen. Dan ben ik maar ouderwets.

1. Leerlingen zijn geen volwassenen. Hun hersenen zijn nog niet volgroeid, dus ze kunnen die nog niet volledig benutten. Ze zijn dus niet in staat om goed-doordachte beslissingen te nemen. Het is de taak van de leraar om ze daar bij te helpen. Die moet heel goed weten wat een leerling wel niet zelf kan beslissen. Een leraar moet dus duidelijke keuzes bieden.
2. Het digibord is fantastisch en het moet blijven. Maar hang er alsjeblieft een krijtbord naast; haal dat whiteboard weg. Krijtborden zijn een must voor degelijk schrijfonderwijs. En iedere leerling kan lezen wat er op staat; ook achterin het lokaal. Dat heb ik op een whiteboard nog niemand voor elkaar zien krijgen.
3. Zorg dat je goed weet wat de leerlingen moeten weten en kunnen: ken je leerlijnen. Leg daar de methode naast. Gebruik de methode als handreiking en niet als wet.
4. Leraar zijn is een vak. Er wordt veel van je verwacht en je hebt een enorme verantwoordelijkheid. Gedraag je daar ook naar. Ga terug op je voetstuk; profileer je als deskundig en laat je ook als zodanig betalen.
5. Tafels stampen. Rijtjes opzeggen. Strafregels schrijven. Fouten verbeteren. Onze hersenen zijn geprogrammeerd om iets te onthouden als we het a. mondeling herhalen en b. opschrijven. Liefs minimaal 7 keer. Sorry, maar het werkt.
6. Kleuters leren door spelen. Liedjes zingen. Rijmpjes. Bewegen. Voordoen. Herhalen. Meedoen. Rituelen. En ze kunnen niet langer dan 5 minuten achter elkaar luisteren.
7. Nee, alsjeblieft niet het Wilhelmus, maar het is goed om iedere dag te zingen. Ja, met alle leeftijden. Voor mijn part met YouTube en ondertitels, maar zing met je klas minimaal een lied per dag.
8. Kinderen hebben knuffels nodig. Geen panda’s, maar op schoot zitten en een troostende arm horen erbij. Een beetje meer vertrouwen in onze mannelijke collega’s mag best.
9. Jongens mogen stoeien en flinke competities houden. Rennen. Duwen. Hun kracht en uithoudingsvermogen testen. Spreek wel goed af waar, wanneer en met welke regels. En laat een man het regelen; die snapt het.
10. Leerlingen (en hun ouders) zijn niet van suiker. Je mag ze dus aanspreken op hun gedrag. Je hoeft je niet altijd te verdedigen; soms heb je gewoon gelijk omdat jij de leraar bent. Punt.

En hoe ouderwets ben jij?

Mijn lesprogramma zit zo vol…

Mijn lesprogramma zit zo vol…

De laatste jaren hoor ik dat zo verschrikkelijk vaak van leraren: “Mijn lesprogramma zit zo vol, dat ik dat echt niet ook nog met mijn leerlingen kan doen”.
Veel leerlingen vallen dan uit op lezen of rekenen. Of er is veel ongewenst gedrag in de klas. Of er moet weer ergens aandacht aan besteed worden omdat het in de media aandacht heeft gekregen. Of de klas is continue druk, onrustig.
Ik hoor het ook vaak van leraren die groep 3 hebben. Of een mentorklas. Of een examenklas. Of een combinatiegroep. Of veel zorgleerlingen.
De druk van buiten de klas wordt steeds groter. Er komt van alles jouw school binnen, en jij hebt er maar mee te dealen. Alsof je nog niet genoeg te doen hebt.
Ik heb een paar vragen voor je: Wil je ook echt alles doen? Of voel je je verplicht om te doen wat “men” van jou verwacht? Heb je het gevoel dat je faalt als je niet alles doet wat op het programma staat voor die dag?

….. (bedenktijd)

Ik ga je hier niet vertellen wat jij moet doen. Ik ga je vertellen wat je zou kunnen doen. Je zou namelijk kunnen kiezen voor dat wat echt belangrijk is. En de rest laat je of breng je ergens anders onder.

Elf tips om te kunnen kiezen voor wat belangrijk is:
1. Kijk heel goed naar jouw klas en beslis waar jij de focus op wilt leggen. Kies daarvoor. Sta op voor jezelf en vooral voor jouw leerlingen.
2. Leerlingen moeten voldoende tijd krijgen om de basisvaardigheden te kunnen oefenen. Lezen, rekenen, schrijven, spellen… daar moet je meer tijd insteken dan er op de meeste lesroosters staat. Focus daar dus op.
3. Sociaal-emotionele ontwikkeling is net zo belangrijk. Heb je daar een methode voor? Bedenk dan voor jezelf op welke manier je de oefeningen uit die methode kunt gebruiken tijdens je andere lessen.
4. Lessen die je minder belangrijk vindt dan de rest (zoals verkeer of aardrijkskunde in de onderbouw) geef je op een andere manier: je verwerkt de doelen in kring- of klassengesprekken of in je creatieve lessen.
5. Zorg dat je de leerlijnen goed kent; zo kun je goed kiezen welke lessen in een methode je kunt overslaan en dan weet je ook waar je extra aandacht aan moet besteden.
6. Geef effectief les. Volg het Expliciete Directie Instructie Model en gebruik de technieken uit “Teach like a Champion”.
7. Praat minder. Verhalen vertellen moet, maar zorg dat al je instructies kort en bondig zijn.
8. Bedenk bij alles wat je extra moet: “wat gebeurt er als ik dit niet doe?”
9. Hoe gelukkiger de leerlingen zijn, hoe meer en hoe sneller ze leren. Een veilig klassenklimaat met veel structuur en duidelijkheid zorgt ervoor dat leerlingen gelukkig zijn. Zorg ervoor dat dat allereerst op orde is.
10. Jij bent degene die het verschil maakt voor de leerlingen. En jij weet het beste hoe je dat moet doen. Doe dat dus ook en laat je niet van de wijs brengen door anderen.
11. En als je jezelf bestempelt als perfectionist: vergeet het. Perfectie bestaat niet. Helaas.

Succes!

Moeilijke klassen… deal er maar mee

Moeilijke klassen… deal er maar mee

Ik krijg altijd veel verzoeken om hulp van leraren die plotseling een moeilijke klas over moeten nemen. Ze beginnen enthousiast, maar na een paar weken gaan ze met lood in hun schoenen naar school. Natuurlijk: kinderen proberen een nieuwe leraar uit, dat is normaal. Maar in moeilijke klassen wordt het uitproberen van de leraar overstegen door negativiteit. Negatief gedrag is de norm geworden.

Wat zijn de symptomen van een moeilijke klas?
• De leerlingen letten de hele tijd alleen maar op elkaar.
• Ze reageren op alles; verbaal en onverbaal.
• Leerlingen lijken niks te pikken; niet van hun klasgenoten en niet van de leraar.
• Straffen en belonen lijken geen enkel effect te hebben.
• De groep wordt heel moeilijk stil. Als dat eindelijk is gelukt, beginnen ze weer opnieuw.

Allereerst is het zaak om een aantal zaken te onderzoeken. Wat is er aan de hand? En wat kan je met de antwoorden op jouw vragen?
• Neem een sociogram af. Het geeft je inzicht in welke relaties er in de groep zijn.
• Bekijk welke leerlingen een “etiket” hebben. Praat met deze leerlingen, hun ouders en je collega’s en vraag welke benadering bij deze leerlingen zou kunnen werken.
• Zoek uit wie de informele leider is van de groep. Deze leerling geef je geen speciale aandacht meer.
• Zoek uit welke leerlingen eigenlijk wel positief zijn, maar dit niet meer durven te laten merken. Deze leerlingen geef je extra veel positieve aandacht.
• Vraag naar het verleden van de groep. Wanneer is deze sfeer ontstaan? Wat zouden de oorzaken kunnen zijn?
• Zoek uit of je gesteund wordt door je leidinggevende, je collega’s en de ouders. Zo nee: leg je plan van aanpak voor en vraag vervolgens om hun uitgesproken steun en hulp.

In de klas zelf is het zaak om te focussen op je lessen en je klassenmanagement.
• Zorg voor een duidelijke, voorspelbare structuur en routines.
• Trek het je nooit persoonlijk aan. Het heeft niets met jou te maken, maar met groepsprocessen uit het verleden. Zie het als een uitdaging om het tij te keren.
• Benoem alle gedrag dat je ziet. Negatief gedrag kap je kort en duidelijk af, bij positief gedrag complimenteer je extra.
• Ga nooit in discussie. Spreek duidelijk je verwachtingen uit en geef twee keuzes.
• Voorkom stemverheffing.
• Gebruik technieken die continue de aandacht op jou vestigen.

En tot slot:
• Houd vol!!!!
• Houd de moed er in.
• Koester ieder klein succesje.
• Blijf geloven in een ommekeer.

Leer je klas in vijf stappen “klaar af” te zitten!

Leer je klas in vijf stappen “klaar af” te zitten!

Klaar Af! is een zeer effectieve techniek uit “Teach like a Champion” waarmee je ervoor zorgt dat je snel kunt beginnen met je les.

Het is van belang dat je deze techniek iedere les op dezelfde wijze toepast. En daar ook heel consequent in bent.

  1. Wees duidelijk over wat ze nodig hebben voor de les (maak een lijstje met minder dat 5 punten en gebruik altijd hetzelfde lijstje).
  2. Stel een tijdslimiet in.
  3. Gebruik een standaardstraf.
  4. Geef leerlingen die er tijdig achter komen dat ze iets nodig hebben (pennen/ papier) vervangend materiaal, zonder dat je daar verder consequenties aan verbindt.
  5. Huiswerk (van het inleveren aan het begin van de dag en controleer of iedereen alles ingeleverd heeft).

Het is leuk om er een wedstrijd van te maken; houd de tijd dan bij met een stopwatch. En zorg voor een beloning bij het behalen van een streeftijd.

Wil je een voorbeeld zien? Bekijk dan dit filmpje.
Je ziet een basisschoolklas, maar deze techniek werkt in alle klassen, met leerlingen van 4 tot 99 jaar.

KLAAR? AF!

download

Namen enzo…

Namen enzo…

Als leraar is het handig om de namen van je leerlingen te kennen. Het liefst zo snel mogelijk. Omdat voor elkaar te krijgen zijn er verschillende trucjes. Ik noem er een paar:
• Naamstickers opplakken
• Naambordjes maken
• Alle leerlingen een spreekbeurt laten houden (van een minuut) over hun naam
• Alle leerlingen minimaal vijf keer per dag aanspreken met hun naam; als jij een foute naam zegt, krijgen de leerlingen een beloning
• Een smoelenboek (foto’s en namen) uit je hoofd leren. Liedjes en rijmpjes kunnen hier zeer behulpzaam bij zijn.

Maar oké. Nu ken je de namen van jouw leerlingen. Maar wanneer spreek je een leerling bij de naam aan? En ook: wanneer vooral niet?

Wel:
• Bij het geven van complimenten. Het liefste dwars door de klas en hardop.
• Als je een leerling als voorbeeld wilt stellen. Positief (spreekt voor zich) of negatief (als de leerling zeer grensoverschrijdend gedrag vertoont en jij precies weet hoe je deze leerling tot de orde moet roepen).
• Bij het geven van beurten, cijfers en dergelijke aankondigingen.

Niet:
• Als je wacht tot leerlingen stil zijn, hun boek gepakt hebben en wat dies meer zij. “Ik wacht nog op 2 mensen…”
• Bij het aanspreken op kleine overtredingen. (Dat doe je onder vier ogen en dan is een naam meestal niet nodig).
• Bij het stellen van vragen waarvan je wilt dat iedereen als antwoord “ja!” geeft. “Steek je vinger op als….” De leerlingen die geen vinger opsteken spreek je aan onder vier ogen.

Zijn hier variaties op mogelijk? Ja. Vast heel veel. En uitzonderingen ook. Ik lees ze graag in het commentaarveld!

Een pot vol afsluiters voor aan het einde van jouw les

Een pot vol afsluiters voor aan het einde van jouw les

Je weet dat het belangrijk is om je les goed af te sluiten. Maar het schiet er wel eens bij in. Je komt vaak tijd te kort, om wat voor reden dan ook.

Een goede afsluiter, die de leerlingen ook erg leuk vinden, zorgt ervoor dat je iedere les goed kunt eindigen. Juist omdat je leerlingen graag willen dat je je les goed afsluit.

Hoe kun je dat voor elkaar krijgen? Eigenlijk is het heel simpel.

  1. Je koopt een grote pot en zorgt voor een flinke stapel gekleurde briefjes.
  2. Je bedenkt zelf een stuk of vijf leuke afsluiters en die schrijf je op vijf gekleurde briefjes. Enkele voorbeelden:
    1. Een vrolijk kort filmpje.
    2. Een gekke energizer (bv. Grab The Finger).
    3. Steen-papier-schaar-tournooi (en de winnaar krijgt…).
    4. Jij als leraar zingt karaoke.
    5. Alle antwoorden van het te maken huiswerk.
    6. Toets met wisbordjes.
  3. Die vijf briefjes lees je voor en als de meeste leerlingen het een leuke afsluiter vinden, dan doe je ze in de pot.
  4. Je laat de leerlingen (alleen of in tweetallen) zelf ook nog ongeveer vijftien afsluiters bedenken en op gekleurde briefjes schrijven.
  5. De leerlingen mogen stemmen met hand opsteken: “in de pot” (of niet).
  6. Jij hebt een veto of ze echt in de pot komen (wees coulant…)
  7. En iedere les mag jij (of een leerling) een afsluiter uit de pot trekken.

Wedden dat je altijd voldoende tijd over hebt om je les goed af te sluiten?

Veel plezier!

Vijf manieren om van een klas een groep te maken

Vijf manieren om van een klas een groep te maken

Soms heb je wel eens het idee dat je groep geen groep is, maar een verzameling kliekjes. Met een beetje pech zijn die kliekjes ook nog eens uitgesproken tégen alle andere kliekjes. En met nog meer pech blijft het zo tot eind schooljaar.

In januari is het de perfecte tijd om daar iets aan te veranderen. Er is meestal rust, alles gaat weer zijn gangetje en de leerlingen staan dan op de een of andere manier open voor suggesties (lees: invloeden) van jouw kant.

Hoe pak je dat dan aan? Er zijn vijf manieren om een dergelijke verandering in gang te zetten.

1. Je gaat opnieuw met elkaar kennismaken. Een nieuw jaar betekent een nieuwe start. Dus alle plannen (goede voornemens!) voor de komende maanden kunnen besproken en gedeeld worden. Stel veel vragen en leg de nadruk op de overeenkomsten die er zijn.

2. Jij laat duidelijk merken dat jij heel blij bent met deze groep en ook heel veel vertrouwen in hen hebt. Spreek altijd positief! Het is bijvoorbeeld de groep met de hoogste cijfers sinds 2010. Of de groep die het minst te laat op school komt. Zoek iets waar deze groep in uitblinkt en herhaal dat feit regelmatig. Laat ze daarna nog meer doelen stellen, en halen!

3. Grijp de kans om je leerlingen (anoniem en serieus) feedback te laten geven op jouw lessen. Je kunt de “placemat-methode” gebruiken. Kies een paar veranderpunten uit om aan te werken. Jij kunt dat (natuurlijk) niet alleen; je hebt de hulp nodig van de hele klas. Maak ze mede verantwoordelijk.

4. Herhaal steeds weer (desnoods 100 x op een dag) hoe je wilt dat men met elkaar omgaat en geef zelf het goede voorbeeld. Leg ook steeds weer uit wat ze dit gaat opleveren.

5. Bedenk met de klas een groepsdoel dat in het kader past van jouw lessen. Geld inzamelen voor een goed doel of iets leuks doen voor bejaarden of wezen. Een gezamenlijke succeservaring is zeer effectief voor het vormen van een positieve groep.

Wees geduldig. Het bouwen van Rome duurde ook langer dan één dag!

Zeven tips voor een effectieve les

Zeven tips voor een effectieve les

1. Zorg dat je heel snel de namen van al je leerlingen kent. Gebruik naamstickers, sta bij de deur, maak contact!

2. Vertel bij alles wat en wanneer jij het wilt hebben! Vertel daarbij ook HOE men dat voor elkaar moet krijgen. Geef hele duidelijke instructies.
a) Qua gedrag.
b) Bij een opdracht die je geeft.

3. Zet bij alle lessen de stappen op het bord. Gebruik iedere les dezelfde stappenstructuur.
a) Binnenkomst & voorbereiding
b) Doel van de les
c) Welke middelen
d) Tijd
e) Wat te doen als….
f) Opruimen
g) Afsluiten

4. Voorkom het woord “NIET” in je taalgebruik.

5. Regels voor corrigeren:
a) Waarschuwen is onnodig. Negeren heeft een averechts effect. Ongewenst gedrag is gewoon onacceptabel. Grijp meteen in.
b) Doe je zachtjes/ non-verbaal, terloops, individueel (voorkom klassikaal). Complimenten geef je wel ten overstaan van de hele groep.
c) Vertel welk gedrag je van de leerling verwacht.
d) Discussies parkeer je: “Kom voor deze discussie even bij me na de les, voor nu wil ik dat je….”.

6. Leerlingen zijn kort van memorie. Dat betekent dat je alles ongeveer 7 keer moet herhalen voordat iets onthouden wordt.

7. Houdt de volgende tijdsindeling aan:
a) Binnenkomst en landing – 2,5 minuten
b) Vorige les, lesdoel en organisatie – 2,5 minuten
c) Begeleide instructie (incl. voordoen in stappen) – 5 à 10 minuten
d) Evt. verlengde instructie – 5 minuten
e) Zelfstandige verwerking (jij loopt een vaste ronde) – 30 minuten
f) Opruimen – 5 minuten
g) Afsluiten & afscheid – 2,5 minuten

Extra TIP: Gebruik veel humor! Heb plezier!

Zeven goede voornemens voor leraren

Zeven goede voornemens voor leraren

Op 1 januari hoort het er bij: goede voornemens.
En dit jaar heb ik ze voor je bedacht! Je hoeft ze alleen uit te printen, ergens op te hangen en uit te voeren.

1. Geef je klas(sen) iedere dag minimaal één (klassikaal) compliment.

2. Delegeer een (terugkomende) klus die je vervelend vindt.

3. Maak (met je leerlingen) een to-do lijst van 3 leuke dingen die jullie de laatste maanden gaan doen, als…..

4. Organiseer een winterbarbecue (met- of zonder sneeuw).

5. Maak regelmatig een (gratis) sociogram van je klas(sen) op http://www.sociogram.nl/

6. Ga iedere dag op tijd naar huis.

7. Doe alleen leuke (werkklussen) thuis; ’s avonds of in het weekend.

Succes enneh… Gelukkig Nieuwjaar!