Tagarchief: leerlingen

Oja… goede voornemens 😉

Oja… goede voornemens 😉

Heb jij, net als ik, een lijstje met goede voornemens opgesteld? Met dingen die je eigenlijk anders wilt in dit mooie nieuwe jaar? Met doelen voor jouw eigen ontwikkeling? Met doelen voor jouw klassen? Ga je ook doelen opstellen met je leerlingen? Zodat zij ook goede voornemens hebben (of krijgen)? Of laat jij jouw leerlingen hun eigen doelen en goede voornemens formuleren?

Wat is er eigenlijk met jouw goede voornemens voor 2017 gebeurd? Heb je je er aan gehouden? Of ben je  vergeten welke het ook alweer waren?

Hoe komt het eigenlijk dat het zo moeilijk is om je aan goede voornemens te houden? Om de doelen die je gesteld hebt te behalen? Daar kunnen verschillende redenen voor zijn:

  1. Eigenlijk wil je dit doel helemaal niet bereiken. Er is misschien wel een goede reden voor om je gedrag te veranderen (bijvoorbeeld: minder snoepen en meer sporten is goed voor je gezondheid), maar diep in je hart ben je misschien wel dol op snoep en heb je een hekel aan sporten. Dus zodra je de kans krijgt om jouw huidige “wel snoepen niet sporten-patroon” in stand te houden, grijp je die kans en is jouw goede voornemen als sneeuw voor de zon verdwenen.
  2. Jouw doel is te groot. Jouw doel is onoverzichtelijk, je weet niet waar je moet beginnen en je ziet er als een berg tegenop.
  3. Anderen vinden jouw doel stom, of geloven al bij voorbaat dat jouw doel onhaalbaar is. Of ze dat hardop uitspreken, maakt niet uit; zodra jij het gevoel hebt dat anderen dat vinden is het voor jou eigenlijk al een gepasseerd station.
  4. Je hebt wel een leuk doel gesteld, maar je weet helemaal niet waarom je dit doel zou bereiken. Je hebt geen idee wat het jou voor voordeel kan opleveren. Je zou het kunnen doen om een ander een plezier te doen, of omdat jouw directeur zegt dat het moet. Maar als je voor jezelf al hebt besloten dat het een zinloos doel is, is het moeilijk om je er aan te houden. Denk bijvoorbeeld aan het maken van groepsplannen of het bijhouden van je administratie op een bepaalde manier.

Deze vier redenen (en er zijn er vast nog meer…) kunnen jou van jouw goede voornemen afhouden. Dan verandert er niets aan jouw gedrag. Maar als je jouw gedrag wel wilt veranderen, dan kan het helpen om de volgende vier tips toe te passen op bovenstaande redenen:

  1. Je gaat bij je jezelf na waarom je dit doel niet wilt bereiken. Wat levert het jou op om te snoepen en niet te sporten? Wat heb je er aan? Vind je snoep gewoon lekker en houd je niet van sporten? Bedenk dan een tussenweg. Kun je het houden bij 1 snoepje per dag op een vaste tijd? Kun je een sport bedenken die je wel leuk vindt? Of kun samen met iemand afspreken om te gaan sporten en af te spreken hoe vaak per maand je een les mag missen? Kortom: ga goed na wat je eigenlijk wel wilt en hoe je dat kunt bereiken op een manier waar jij zelf blij van wordt.
  2. Je schrijft jouw einddoel op en daar onder noteer je wat er allemaal moet gebeuren om dat einddoel te bereiken. Dat zijn de tussenstappen, of beter: tussendoelen. Je zorgt ervoor dat die stappen allemaal zo klein mogelijk zijn. Makkelijk te halen, enkelvoudig en in weinig (of in korte) tijd. Die tussenstappen zet je op juiste volgorde. En vervolgens plan je die kleine stapjes in, in je agenda en/of op een afvinkoverzicht. Met data en deadlines.
  3. Bedenk voor jezelf hoe belangrijk het voor jou is om dit doel te bereiken. Is dat belangrijker dan wat anderen van jouw doel vinden? Dan kun je met jezelf afspreken dat je gewoon begint en op een bepaalde datum beslist of je er mee door wilt gaan. Zet die datum in je agenda. Blijkt het helemaal geen belangrijk doel voor jou te zijn? Dan gaat tip 1 voor jou in werking. Of tip 4.
  4. Bedenk hoe je dit doel voor jou wel belangrijk kunt maken. Vervang het woord “moeten” door “willen”. Wat is daar dan voor nodig? Kun je iets bedenken waardoor “groepsplannen” of “administratie” voor jou wel goede acties zijn? Heb je er nu te weinig tijd voor? Of snap je niet waarom je dit zou moeten (of willen) doen? In dat geval is het handig om te gaan praten met degene die jou de opdracht heeft gegeven. Vraag naar de reden waarom. Vraag hoe je het zou kunnen doen zonder dat je er tijd voor hebt. Kortom: vraag om hulp! En mocht je het eng vinden om hulp te vragen: bedenk dan wat er gebeurt als je niets doet. Als je zeker weet dat niemand jou erop gaat aanspreken, dan heb je geen reden om je gedrag te veranderen en dan blijft alles zoals het was. Maar als je in de stress schiet bij het idee, dan kan dat een reden zijn om om hulp te vragen, of om je gedrag vanuit jezelf te veranderen.

Succes!

Wil je nu de SterkNieuws verder lezen? Klik dan HIER.

Een rustige kerstweek in de klas

Een rustige kerstweek in de klas

Hoe zorg je ervoor dat die laatste week voor de kerstvakantie rustig verloopt?
In die laatste week is er een overvloed aan prikkels (afgezien van de dennennaalden en de piek), kerstdiners, galafeesten, bijna vakantie en zelf kijk je ook reikhalzend uit naar je laatste werkdag van dit jaar.
Er is een manier om ervoor te zorgen dat deze week rustig verloopt, zonder al te veel gedoe en sfeer-verpestende incidenten.

1. Houd je programma aan. Vervang een paar lessen door kerstactiviteiten, maar hoe meer je afwijkt van de dagelijkse gang van zaken, hoe onrustiger de leerlingen zullen worden.
2. Stel doelen met de leerlingen. Wat willen (= eigenlijk “moeten”) ze nog af hebben… deze les, deze dag, deze week?
3. Zorg voor voldoende rustmomenten. Ontspanningsoefeningen, meditatie, yoga, massage, rustige muziekjes, hele moeilijke kleurplaten (waar je eisen aan stelt)… zonder praten of lopen.
4. Zorg dat de leerlingen zich focussen aan het begin van iedere les. Doe een concentratieoefening, laat ze bedenken waar in hun hoofd ze het geleerde op gaan slaan en houd de focus gedurende de hele les vast door kort te praten en een actieve houding te eisen.
5. Vertel steeds weer opnieuw hoe het programma van de dag is en zorg dat er ruimte is voor vragen over de onderdelen die afwijken van het gewone programma. Leerlingen kunnen heel onzeker zijn over het verloop van een optreden of andere activiteit zonder dat jij dat merkt.

Ik wens jou en jouw leerlingen een rustige laatste week, een vrolijk kerstfeest en een heerlijke vakantie.

Wil je nu de SterkNieuws verder lezen? Klik dan HIER.

<a href=”https://www.bloglovin.com/blog/14773605/?claim=qzq98g7hshd”>Follow my blog with Bloglovin</a>

Orde Houden in de Klas

Orde Houden in de Klas

Orde houden is soms best ingewikkeld. Het is absoluut te leren en je moet voor ogen houden dat jij jouw manier van orde houden moet uitproberen en oefenen. De aanhouder wint, in dit geval (en ik kan het weten…).

Er zijn twee redenen waarom je de orde verliest:
1. Je pakt het onhandig aan. Je didactiek is niet in orde, je legt niet goed uit, je spreekt een leerling verkeerd aan
2. Je laat het er bij zitten:
a. Je voelt je niet verantwoordelijk
b. Je denkt dat je er geen last van hebt
c. Je durft geen grenzen te stellen
d. Je weet niet goed wat je moet doen
e. Je weet wel wat je moet doen, maar je kunt het (nog) niet
f. Je bent bang om het nog erger te maken

In het eerste geval is het belangrijk om serieus te luisteren naar de signalen uit de klas. Je leerlingen zijn dan waarschijnlijk in opstand gekomen, omdat jij iets verkeerd, of onhandig hebt aangepakt. In dat geval helpt dit stappenplan:
1. Leg de les stil en vertel je leerlingen dat je serieus naar ze zult luisteren, en dat je daar hun hulp bij nodig hebt.
2. Jij vertelt de regels en de procedure (en daar houd je de leerlingen aan).
3. Je inventariseert de “klachten” en vraagt om serieuze (!) oplossingen.
4. De oplossingen inventariseer je ook.
5. Je kiest de oplossing(en) die voor jou werken en je vraagt commitment aan de leerlingen door hun hand op te laten steken.
6. Je gaat verder met de les (als daar nog tijd voor is…).

In het tweede geval is er sprake van een ordeprobleem. Hier is het belangrijk om na te gaan wat jij wilt. Pas als je dat op een rijtje hebt, kun je verder:
1. Welke regels vind jij echt belangrijk?
2. Wat mogen de leerlingen beslist niet?
3. Wat verwacht jij van de leerlingen?
4. Wat verwachten de leerlingen van jou?
5. Wat kunnen de leerlingen verwachten als zij zich niet aan het voorgaande houden?
6. Hoe kun je alle regels en afspraken positief stellen (zonder in gemopper en “geniet” te vervallen)?
Als je antwoorden hebt op deze vijf vragen, dan kun je die aan de leerlingen vertellen. En ze vragen om zich hier aan te committeren. En dan kun je opnieuw beginnen.
En hoe zorg je dat je de orde vasthoudt?
1. Je loopt zelf rustig door de klas en je hebt ogen in je rug.
2. Je grijpt onmiddellijk in zodra iemand jouw orde verstoort. Je gooit een boze blik, spreekt de dader onder 4 ogen aan, of je complimenteert de leerlingen die doen zoals jij het wilt.
3. Je goochelt met aandacht: humor is het toverwoord!
Het is in ieder geval heel belangrijk om consequent te zijn en te blijven. In het begin kost dat veel geduld en steeds opnieuw beginnen. Want leerlingen zijn a. gewoontedieren en b. snel afgeleid…

Ik wens je succes en veel vasthoudendheid!

Wil je de SterkNieuws nu verder lezen? Klik dan HIER.

Invallen in het Speciaal Onderwijs

Invallen in het Speciaal Onderwijs

Invallen in het Speciaal Onderwijs (of in een klas met veel zorgleerlingen) is een vak apart. Er zijn een aantal zaken waar je rekening mee moet houden. Ik zet ze hier op een rijtje:

  1. Bekijk van te voren de website van de school. Ook als je pas ‘s morgens wordt gebeld. Het is belangrijk om te weten welke regels op de school gelden, welke visie of missie er is en om te weten op welke wijze het onderwijs is georganiseerd.
  2. Zorg dat je goed contact maakt met de leerlingen. Sta bij de deur en kijk ze allemaal in de ogen. Zo kom je er snel achter welke leerlingen je in de klas hebt en of ze zin hebben in een dag met jou.
  3. Houd je aan de regels in de klas en in de school. Houd je aan die regels, ook al sta je er niet helemaal achter.
  4. Zoek in de klassenmap naar beschrijvingen van de leerlingen. Zo weet je snel met welke afspraken, medicijnen, ziektes, stoornissen enzovoort je rekening moet houden.
  5. Maak aantekeningen op je plattegrond over deze beschrijvingen.
  6. Begin met het uitspreken van jouw verwachtingen. Verwacht dat de leerlingen zich aan de regels houden; ook bij jou, en spreek alles hardop uit. Laat de leerlingen commitment geven aan de regels en de wijze waarop jij werkt, door een hand op te laten steken. Zo zie je meteen wie met je mee gaat werken.
  7. Vertel voldoende over jezelf (met veel humor) zodat de leerlingen weten wie jij bent en waar je van houdt. Zorg bijvoorbeeld voor een powerpointpresentatie met foto’s.
  8. Wijs meteen een “personal assistent” aan, die jou gaat helpen met alles. Waar liggen de spullen? Hoe doet de eigen leraar A of B? Laat je niet afleiden door opmerkingen van andere leerlingen.
  9. Wees consequent en duidelijk. Nee is nee en ja is ja. Laat je niet van je stuk brengen.

Veel plezier! Klik HIER om de SterkNieuws verder te lezen.

Eis 100% van je leerlingen!

Eis 100% van je leerlingen!

Je kent waarschijnlijk het boek “Teach like a Champion” van Doug Lemov wel. Ik vind het een van de beste onderwijsboeken die er zijn en ik leer mijn cursisten altijd graag over de technieken die er in staan. Het is namelijk geen gewoon leesboek, maar een praktijkboek. Als je ergens tegenaan loopt in de klas, dan zoek je in het boek welke techniek(en) je zou kunnen gebruiken en vervolgens ga je die techniek(en) toepassen in je klas. Het werkt in alle vormen van onderwijs en voor alle leeftijden.

Het mooie is dat je er ook je eigen vorm aan kunt geven. Als het maar werkt voor jou in jouw klas. Heb je het boek nog niet? De nieuwste versie is te koop bij de CED-groep. Vind je het boek te duur? Dan kan je bij mij een samenvatting van de oude versie opvragen, dan mail ik die naar je toe. Ik heb zowel de gewone versie als de versie voor de onderbouw van het PO.

Een van de belangrijkste onderwerpen van TLAC is “Eis 100%”. Met deze technieken houd je je leerlingen altijd bij de les, weet je zeker dat ze allemaal betrokken zijn, opletten, nadenken en een antwoord geven.

Ik zet hier zeven tips over op een rij:

  1. Werk met het beurtenbakje; een beker met ijslollystokjes met de leerlingnamen erop. Leerlingen steken geen vingers op, maar je trekt een stokje uit de beker en de leerling met de naam op het stokje krijgt de beurt. Je doet het stokje weer in de beker, zodat er een kans is dat dezelfde leerling weer een beurt krijgt. Zo blijven alle leerlingen alert. Zo kun je ook groepjes maken. En je kunt de stokjes manipuleren, door een andere naam te zeggen.
  2. Laat alle leerlingen antwoorden. Hardop.
  3. Als een leerling het antwoord niet weet, dan zeg je: “ik kom bij je terug”. En als een andere leerling het goede antwoord heeft gegeven kom je terug bij de eerste leerling, die dan alsnog het goede antwoord moet geven. Dit moet je trouwens wel met de leerlingen oefenen.
  4. Als een leerling het antwoord niet geeft, geef je net lang hints tot de leerling het juiste antwoord geeft.
  5. Laat leerlingen altijd antwoorden in hele zinnen.
  6. Vertel bij alle opdrachten precies waar de antwoorden aan moeten voldoen. Denk aan aantal woorden, interpunctie, spelfouten enzovoort.
  7. Maak de leerlingen duidelijk dat de lessen leuker en interessanter worden als iedereen actief meedoet. De tijd gaat ook sneller.

Ik wens je veel succes en plezier!

Wil je nu de SterkNieuws verder lezen? Klik dan hier….

Falen is geen optie

Falen is geen optie

Vorige week sprak ik een jonge leraar die op het eind van zijn Latijn was. Hij had het gevoel dat alles tegen zat. Hij had een moeilijke klas, met veel zorgleerlingen. De ouders klaagden bij de directrice over zijn handelen. Zijn collega’s zeiden dat ze het ook niet wisten. Hij werkte ’s avonds en in het weekend over om al het werk af te krijgen; handelingsplannen, nakijkwerk en iedere dag een volle mailbox.

Hij was het zat.

Ik kwam een leerling observeren in zijn klas, en ik zag dat hij alles deed om het goed te doen. Tijdens het nagesprek vroeg ik hem wat hij eigenlijk het liefste wilde. En hij zei: “ik wil me het liefst ziek melden”. Toen ik vroeg waarom hij dat nog niet gedaan had, zei hij: “ik ben toch niet echt ziek?”.

Nee, nog niet.

Ik vertelde dat ik wel eens leraren coach. Ik help ze om hun onderwijs zo in te richten dat ze er zelf gelukkig van worden. Het motto is dan: “Blije leraren maken blije leerlingen.” Dus ik bood hem mijn hulp aan. En de leraar antwoordde: “Ik meld me nog liever ziek dan dat ik hulp accepteer. Falen is geen optie”.

Ik schrok.

Thuis vertelde ik mijn zoon (van ongeveer dezelfde leeftijd als de leraar) wat er gebeurd was. Mijn zoon vertelde dat dit de trend van zijn leeftijdgenoten is. Falen mag niet meer. Als kind, als leerling wordt iedere groei onder de curve afgestraft. Een extra jaar kleuteren? Mag niet meer. Een jaartje overdoen? Mag niet meer. De foute studie kiezen? Mag niet meer.

Mag niet meer.

Geen wonder dat zoveel middelbare scholieren een tussenjaar kiezen. Teveel drinken. Het thuis niet durven te zeggen als het niet zo goed met ze gaat. Iedereen moet blij, vrolijk en compleet “up to date” zijn. Mee kunnen komen met het gemiddelde, of liever nog: daarboven. Hulp vragen is geen optie, dat wordt onmiddellijk afgestraft.

Falen is geen optie meer.
Jammer.

Wil je nu de SterkNieuws verder lezen? Klik dan HIER.

Open brief aan alle ouders

Open brief aan alle ouders

Lieve ouders,
Jullie brengen of halen jullie kind(eren) iedere dag naar school, of ze gaan zelf. Het is ons werk om al onze leerlingen les te geven. Wij vinden ons werk leuk. We halen er voldoening uit en ja, we weten wat we doen. Maar soms is het belangrijk om weer eens pas op de plaats te maken en jullie te laten weten wat onze verwachtingen zijn en wat jullie van ons kunnen verwachten.

Wat wij verwachten van jullie:
1. Dat alle leerlingen op tijd op school zijn; schoon, aangekleed en met een (gezond) hapje & drankje voor tussendoor en voor tijdens de overblijf.
2. Dat jullie belangrijke informatie opschrijven en die brief aan ons overhandigen. Wij hebben ’s morgens geen tijd om met jullie te praten; we zijn er dan voor de leerlingen.
3. Dat jullie ons steunen in de opvoeding in de klas. Dat betekent dat je kind wel eens straf krijgt. Dat hoort erbij.
4. Dat jullie ons je vertrouwen geven dat we het goed doen.

Wat wij verwachten van onze leerlingen:
1. Dat ze opletten en meedoen met iedere les, ook al hebben ze eens geen zin.
2. Dat ze zich sociaal en netjes gedragen naar hun medeleerlingen en hun leraren.
3. Dat ze zich houden aan de afspraken zoals die zijn gemaakt in de klas en schoolbreed.

Wat mogen jullie en jullie kind(eren) van ons verwachten?
1. Dat we doen wat we kunnen om je kind(eren) het onderwijs te bieden dat ze nodig hebben.
2. Dat we altijd vragen hoe we kunnen helpen, op emotioneel, sociaal en cognitief gebied.
3. Dat we jullie informeren als er belangrijke zaken zijn die spelen in de klas of op school.
4. Dat we de beste lessen geven die we kunnen.
5. Dat we samen overleggen en bijleren als we iets (nog) niet weten.
6. Dat we je kind(eren) beschermen als dat nodig is.
7. Dat we het beste voor hebben met ieder kind.
8. Dat we zijn opgeleid om ons werk goed te doen.
9. Dat we houden van al onze leerlingen.

Met vriendelijke groeten van de leraar van je kind(eren)

Wil je nu de SterkNieuws verder lezen? Klik dan HIER.

Een stappenplan om je leerlingen te leren samenwerken!

Een stappenplan om je leerlingen te leren samenwerken!

  1. Wat is samenwerken eigenlijk?

Vraag het eens aan je leerlingen: wat is samenwerken eigenlijk? Zet de uitkomsten op het bord.

  1. Wat is de volgorde?

Het is ook belangrijk dat je samen met de leerlingen de stappen beschrijft die je moet zetten én opschrijven om goed samen te kunnen werken:

  1. Wat moet er allemaal gebeuren?
  2. Welke taken zijn er nog meer?
  3. Wie wil welke rol of taak?
  4. Wat doe je als je het niet met elkaar eens bent?
  5. Wat doe je als je klaar bent met je taak?
  6. Hoe gaan jullie de gedane taken controleren?
  7. Wanneer, aan wie en op welke manier gaan jullie hulp vragen?
  8. Wat moet je voorkomen bij het samenwerken?

Ook een leuke vraag aan de leerlingen. Waarschijnlijk komen de volgende punten dan ook aan de orde:

  1. Welke ongeschreven regels gelden er?
  2. Is het erg als een iemand meer doet dan de rest?
  3. Is het erg als iemand helemaal niets doet?
  4. Aan welke eisen moet het eindproduct voldoen en hoe wordt het beoordeeld?

Dit is natuurlijk een vraag aan jou, als leraar. Zorg ervoor dat deze eisen en de procedure duidelijk en transparant zijn. Zet ze op papier of hang ze in de klas.

Veel plezier & Succes!

 

 

Contact maken met leerlingen: de basis!

Contact maken met leerlingen: de basis!

Er wordt vaak gezegd dat leerlingen pas kunnen leren op het moment dat zij een goede relatie hebben met de leraar.
Onzin.
Zo heb ik mij ooit een ongeluk gewerkt voor biologie. Ik wilde minimaal een 8 halen; juist omdat de leraar en ik absoluut niet met elkaar overweg konden. Ik dacht dat zij dacht dat ik het niet kon. Dus ging ik haar bewijzen dat ik het wel kon. En ik haalde de ene 8 na de andere.
Mijn leraar biologie kon overigens wel goed lesgeven. Maar er was geen sprake van “menselijk contact”. Laat staan van “een relatie”. Bovendien was ik toen op een leeftijd waarop ik ervan overtuigd was dat deze leraar helemaal niet menselijk was.
Zoiets.

Ook in de literatuur wordt gesteld dat een goed klassenmanagement en didactische vaardigheden vóór een goede relatie gaan. Een goede relatie maakt immers geen goede les, daar is meer voor nodig.
Aan de andere kant… een kleuter die zich ongelukkig voelt en zit te huilen… hoeveel zal zij leren? Een troostende juf of meester lijkt mij dan echt noodzakelijk om tot leren te komen.
Hoe dan ook…

Vijf tips om contact te maken en te houden met je leerlingen:
1. Het begint al bij binnenkomst. Je staat (als het kan) bij de deur. Je kijkt je leerlingen in de ogen en wisselt een woordje met iedereen. Luister actief!
2. Je meent wat je zegt. Je bent oprecht. Je toont je waardering. Leerlingen voelen het als je je aandacht er niet echt bij hebt en dat gaat uiteindelijk tegen je werken.
3. Je hebt respect voor andere meningen en opvattingen, ook al ben je het er zelf helemaal niet mee eens. Als je je leerlingen oprecht serieus neemt dan merken ze dat en dan nemen ze jou ook serieus.
4. Je bent betrokken bij de leerlingen. Je hebt oprechte belangstelling. Je leeft mee met onvoldoendes, trouwfeesten en nieuwe kleren en je onthoudt het ook.
5. Denk aan je lichaamstaal. Je hebt regelmatig oogcontact, je glimlacht of kijkt eens heel streng, je knipoogt, je staat zeker (op twee benen), je geeft schouderklopjes.

En ja… je mag open zijn over jezelf. Je gedrag, je gevoelens, je meningen en wat je gisteren gegeten hebt. Daarmee bevorder je empathisch gedrag; je geeft zelf het goede voorbeeld.

Tips voor het goed samenwerken met je duo-partner

Tips voor het goed samenwerken met je duo-partner

Dit doe je van te voren:
Als je parttime op een school komt te werken, is het belangrijk om goed af te stemmen met je (toekomstige) duo-partner. Je kent elkaar (nog) niet, maar toch ben je samen verantwoordelijk voor het leren en welzijn van jullie leerlingen. Goede communicatie en afstemming zijn voorwaarden om er samen een succesvolle periode van te kunnen maken.
– Regel een gesprek met je (toekomstige) duo-partner. Trek hier minimaal een uur voor uit.
– Zorg dat je al je vragen hebt opgeschreven.
– Wissel meteen telefoonnummers en e-mailadressen uit.
– Maak meteen een afspraak om bij je duo-partner in de klas te komen kijken.

Dit bespreek je:
Er gelden in het onderwijs veel ongeschreven regels en onuitgesproken verwachtingen. Maak meteen duidelijk dat je nieuw bent en dus helemaal niets weet. Stel je open op, stel vragen.

Vraag naar:
– De verwachtingen die jouw nieuwe collega van jou heeft:
– Gebruik van methodes
–  Afnemen van toetsen
– Communicatie naar ouders en externen
– Registratie in Parnassys (of een ander programma)
– Afspraken m.b.t. communicatie en overdracht tussen jullie
– Het opruimen en netjes houden van het lokaal
– Pleinwacht lopen en externe uitjes
– Rapporten

De school- en klassenregels en de consequenties van overtreding:
o Toiletgebruik
o Materialen en spullen
o Gedrag (klas – gang – plein)
o Gebruik digitale middelen
o Taken van leerlingen

Leerlingen en de communicatie met ouders en externen:
o T.a.v. zorg
o Plattegrond
o Niveaus
o Instructiegroepen

Routines in de klas:
o Luisterhouding
o Instructie
o Leswisselingen
o Nakijken
o Hulpmiddelen

Tot slot: vraag naar de sfeer in de lerarenkamer 😊