Tagarchief: leraar

Kennis of Kunde?

Kennis of Kunde?

21th Century Skills. Iedereen heeft het er over.
Wat moeten wij onze leerlingen leren om ze goed voorbereid af te kunnen leveren op de volgende school?

Ik heb een hoop kreten gehoord, de afgelopen jaren:
* Scholen bereiden leerlingen slecht voor op het bedrijfsleven.
* Leerlingen struikelen op HBO of Universiteit door gebrek aan kennis en vaardigheden.
* Onze leerlingen gaan beroepen kiezen die nu nog niet bestaan.
* Het taal- en rekenniveau van leerlingen is bedroevend slecht.
* Je kunt alle kennis vinden op internet.
* Kinderen en jongeren zijn handiger op de computer dan volwassenen.
* Het huidige onderwijs is verkeerd ingericht om 21th Century Skills aan te leren.

Mijn vraag aan jou: Waar draait het in het onderwijs echt om?
Gaat het er om leerlingen kennis bij te brengen? En wat moeten ze dan allemaal kunnen en weten? En wie bepaalt wat ze allemaal moeten kunnen en weten?

Wat is dan precies “gepersonaliseerd leren?” En hoe ziet “samen ontdekken” eruit? En welke ICT-vaardigheden moeten leerlingen dan beheersen?
Ik heb geen tips voor je deze week, ik heb alleen een opdracht:
Denk er eens over na. Wat wil jij jouw leerlingen meegeven? Wat wil jij dat ze kunnen en weten aan het eind van dit schooljaar? Wat vind jij het meest belangrijk?
Ik denk dat ik het antwoord weet. In zoverre… ik kan heel veel antwoorden bedenken. En waar het om gaat is dat jouw antwoord verschilt van het antwoord van een andere leraar. Het maakt nogal uit waar je lesgeeft namelijk.

Op een zelfstandig gymnasium mag je ervan uit gaan dat de leerlingen een aardige algemene ontwikkeling hebben, over veel ICT-vaardigheden beschikken en op een redelijk niveau met elkaar kunnen communiceren. Kritisch leren denken lijkt me daar een belangrijk doel. Maar je kunt pas kritisch denken als je meer dan voldoende kennis hebt.
Op een MBO niveau 1 stel je hele andere doelen. Op tijd komen. Gezond eten. Goed omgaan met geld. Een foutloos briefje schrijven.
En dat is dus mijn bezwaar tegen die zogenaamde 21th Century Skills. Hartstikke leuk op een school waar “leerlingen met een flinke bagage” zitten. Maar het overgrote deel van onze leerlingen zit op het VMBO en gaat daarna naar het MBO. En daar kom je om een beroep te leren. Vaardigheden. Met ook hier: kennis als basis. VMBO-leerlingen in de Bijlmer kun je natuurlijk achter een PC zetten om daar “hun eigen gepersonaliseerd leren vorm te geven”. Wat denk jij dat er dan gebeurt?

Wij willen in Nederland steeds weer dat iedereen hetzelfde kan en weet, dat iedereen dezelfde kennis heeft en dezelfde vaardigheden beheerst. Iedereen moet naar het VWO. Iedereen moet studeren. Iedereen moet zelfstandig kunnen werken. Iedereen moet samen kunnen werken. Waarom? Van wie? Worden we daar met ons allen gelukkiger van?
Als we nou gewoon eens alle Skills en Bla Bla van onderwijs 2023 ergens dumpen en gewoon kijken naar iedere leerling kan en wat hij nodig heeft om nog meer te kunnen. Met als basis: taal, rekenen, lezen, spelling en algemene kennis. Die ICT-vaardigheden komen vanzelf. Ik heb ook gewoon geleerd op welke knopjes ik moet drukken om mijn blogs te plaatsen. Voor die tijd ontbeerde ik die kennis en kunde en dat was geen probleem. Ik had het namelijk niet nodig.

En ik denk dat het daar om gaat. De hersenen van onze leerlingen zijn pas volgroeid als ze rond de 25 zijn. Dus we hebben tijd genoeg om onze kinderen voor te bereiden op de toekomst. Waarom zo’n haast? Laat ze lekker groeien, leren, spelen en de tijd nemen om na te denken over wat ze willen met hun leven. Ze worden vanzelf groot. En het is onze taak om ze tot die tijd te steunen.

Let op je woorden in de klas deel 2 – NIET

Let op je woorden in de klas deel 2 – NIET

Nog zo’n fijn woord: NIET.
* Je hebt toch duidelijk gezegd dat Johanna NIET meer moet praten, maar ze doet het toch…
* Je hebt toch uitgelegd dat het NIET met potlood moet maar met pen, en de helft levert het met potlood in.
* Als ze zich NIET gedragen, krijgen ze NIET de beloning, en ze zijn boos dat ze de beloning niet krijgen.

NIET is een raar woord. Je denkt dat je heel duidelijk bent als je het woordje NIET gebruikt, maar je bent dat NIET. Je bent gewoon ONDUIDELIJK. Sorry.

Hoe dat komt?
Dat komt omdat onze hersenen (en dus ook die van je leerlingen) het woord “niet” moeilijk kunnen verwerken. Als ik “niet” zeg, dan verwacht ik van jou dat jij iets verwijdert in jouw hersenen. Maar hoe kun je iets verwijderen waar ik net de nadruk op heb gelegd?

Een voorbeeld?
Een hele beroemde. Probeer hem maar uit: “Denk NIET aan een roze olifant!”
Onmiddellijk projecteren jouw hersenen een roze olifant in jouw hoofd. Het is dus onmogelijk om er niet aan te denken.
Dus als jij tegen Johanna zegt dat zij NIET moet praten, dan vangen haar hersenen het woordje “PRATEN” op, en mag jij drie keer raden wat Johanna gaat doen.

De oplossing?
Lijkt mij simpel: Je vertelt wat je wel wilt.
En je vertelt dus ook hoe de leerling dat moet doen. Dan help je nog eens extra.
Of je vraagt hoe de leerling dat gaat doen. Dan help je nog veel meer.
En geef complimenten als het lukt.

Weet jij nog meer van zulke woorden? Dan komt er nog een deel 3.

Tien leuke quotes over onderwijs

Tien leuke quotes over onderwijs!

Gewoon… omdat het kan:-)

datamuur doel en methode failure gedrag happiness kampioen
label
loesje vakantie

Wat vind jij de leukste quote? Of de mooiste? Of de stomste?
Deel het in het commentaarveld!cf4fe21ae97eee7dc2a40a69ca407eed

Rechten en plichten uit de CAO (met dank aan de CNV)

Ik krijg regelmatig vragen van starters over hun rechten en plichten.
De CNV heeft ze keurig op een rijtje gezet op hun site.
Ik heb ze hier (integraal) overgenomen!

RECHTEN EN PLICHTEN UIT DE CAO

PRIMAIR ONDERWIJS

In de cao van het primair onderwijs staan de volgende afspraken rondom professionalisering van de medewerkers:
– Basisbudget duurzame inzetbaarheid
Iedere werknemer heeft recht op 40 uur basisbudget duurzame inzetbaarheid. Voor deeltijders geldt deze 40 uur naar rato van de werktijdfactor. Na overleg met de werkgever kun je de uren inzetten voor: peerreview, studieverlof, coaching, niet plaats- en/of tijdgebonden werkzaamheden, oriëntatie op de arbeidsmarkt en andere doelen die bijdragen aan je duurzame inzetbaarheid, mits de werkgever daarmee instemt. In overleg met de werkgever is het mogelijk de uren geheel of gedeeltelijk te sparen. Dit kan maximaal 3 jaar.

– Bijzonder budget startende leraren
Het bijzonder duurzaamheidbudget voor startende leraren bedraagt 40 uur per jaar. De deeltijder krijgt dit aantal uren naar rato van de werktijdfactor. Onder startende leraar wordt verstaan:
• In het regulier basisonderwijs de leraar in een salarisschaal LA 4/LB 4, of
• In het speciaal (basis)onderwijs de leraar in een salarisschaal LB 4/LC 4.
De uren kunnen worden ingezet voor het verlichten van de werkdruk, maar de uren kunnen ook worden besteed aan verdere professionalisering. Je bepaalt zelf na overleg met de leidinggevende waar je het meeste behoefte aan hebt en hoe je de uren wilt inzetten. Door het gebruik van deze uren is het de bedoeling dat je van startbekwame leerkracht, jezelf in drie jaar ontwikkelt tot een basisbekwame leerkracht.

– Individuele ontwikkeling
Iedere werknemer heeft het recht om 2 uur per week (deeltijders naar rato) te besteden aan zijn individuele ontwikkeling. Op schoolniveau is een bedrag van € 500,- beschikbaar per fte voor de individuele ontwikkeling van onderwijsgevend en onderwijsondersteunend personeel.

VOORTGEZET ONDERWIJS

– Persoonlijk basisbudget
Als werknemer in het voortgezet onderwijs krijg je een persoonlijk basisbudget van jaarlijks 50 klokuren, naar rato van de betrekkingsomvang. Startende leraren die al een lesreductie hebben, kunnen geen aanspraak maken op het budget van 50 klokuren. Het persoonlijk budget is op drie manieren in te zetten:
• Aanpassing van de werkzaamheden door een vermindering van de lestaak met één lesuur per week, bij een lesduur van 50 minuten. Je kunt ook kiezen voor vermindering van de overige taken. Inzet van het basisbudget leidt niet tot een vermindering van de jaartaak.
• Gebruikmaken van extra verlofmogelijkheden zoals een aanvulling op het ouderschapsverlof, extra zorgverlof, studieverlof en/of recuperatieverlof.
• De pensioenaanspraken te verhogen dan wel om een extra bijdrage in de kosten van kinderopvang te realiseren.
Je kunt de uren van het basisbudget gedurende vier jaar sparen tot maximaal 200 uur.

– Persoonlijk basisrecht
Als leraar heb je per schooljaar recht op 83 klokuren om in te zetten voor professionalisering en deskundigheidsbevordering. Dit basisrecht is een individueel minimumrecht, waarbij je zelf bepaalt hoe je dit inzet. Het basisrecht kan ook worden gebruikt voor door de werkgever opgedragen activiteiten, maar alleen als je daarmee instemt. Je dient het basisrecht te gebruiken in het jaar waarin het wordt toegekend. Doe je dit niet, dan vervalt het, tenzij daarover andere afspraken zijn gemaakt.

– Budget professionalisering
Je hebt per schooljaar recht op een bedrag van € 600,- dat je naar eigen behoefte en wens kunt inzetten voor alle vormen van professionalisering en deskundigheidsbevordering.

MIDDELBAAR BEROEPSONDERWIJS

De werkgever voert scholingsbeleid dat wordt weergegeven in een meerjarenscholingsplan. De werkgever stelt het scholingsbudget vast na overleg met de OR. De werknemer heeft recht op:
• Een jaarlijks loopbaangesprek
• Scholing die nodig is om de functie goed te kunnen uitoefenen
• Scholing die gericht is op het kunnen uitoefenen van een andere functie (in het kader van het loopbaanperspectief).

GEEN ZIN!

GEEN ZIN!

Ja sorry… het gebeurt me wel eens dat ik geen zin heb om een blog te schrijven. Niet vaak, maar nu dus wel.
Ik heb zin om vakantie te houden.
Lekker niets doen.
Heb jij dat ook wel eens?
Ik heb het nu.

Morgen is de vakantie weer voorbij, dan gaan we allemaal weer fris en fit aan het werk.
Ik ben heel erg benieuwd of jij en je leerlingen er weer zin in hebben. Of dat jullie eigenlijk ook liever niets doen. Duurde de vakantie maar langer…
Toch schrijf ik. Je leest deze regels en ik schrijf tot ik iets heb geschreven waar 3 tips in zitten.
Heb ik dan geen lijstje met onderwerpen liggen?
Jawel hoor. Ideeën genoeg, maar zoals ik al zei: ik heb geen zin.

Dus hier zijn ze:

Drie tips voor als jij of jouw leerlingen gewoon GEEN ZIN hebben:

1. Dit is weerstand. Weerstand is er en het heeft geen zin om er tegen te vechten of het te negeren. Benoem het. Erken het! Jij hebt geen zin. Ik heb geen zin. Dat geeft niks, er komt vanzelf weer een moment dat je wel zin hebt. Je kunt het gewoon hardop zeggen, tegen jezelf of tegen een leerling. Meer hoeft niet.

2. Doe een energizer. Ga pinkelen (ook wel tokkelen genoemd), maak een dansje, kijk wie het langste op 1 been kan staan… Beweeg als een boom in de wind… maakt niet uit. Doe iets waardoor je even uitstel van executie hebt. Het werkt het beste als het een energizer is waar je bij moet lachen. Lachen geeft energie.

3. Je kunt ook nog proberen er achter te komen waarom je geen zin hebt of waarom de leerling geen zin heeft. Maar eigenlijk is dit een tip van niks, behalve als er echt een goede reden is, die je zou moeten kennen. Maar 2 tips in mijn blog, dat kan natuurlijk niet. Misschien heb jij wel een goede 3e tip? Zet hem in het commentaarveld!

En dan ga ik nu weer verder met niets doen.

Geluk in het Onderwijs: zeven voorwaarden!

Geluk in het Onderwijs: zeven voorwaarden!

Vandaag, 20 maart, is de internationale dag van het geluk.
Wat is geluk voor jou?
Wat is geluk voor jouw leerlingen?
Hebben ze pas geluk als ze een dagje vrij zijn?
Ben jij pas gelukkig als het vakantie is?

Hoe kan je geluk creëren in de klas, mét je leerlingen, op zo’n manier dat jouw leerlingen ook gelukkig zijn?

Kan je wel geluk creëren? Impliceert “geluk hebben” niet dat het om een toevalstreffer gaat?

Als het om een loterij gaat: ja! Dat is een toevalstreffer.
Maar een geluksgevoel kan je creëren daar waar jij wilt, dus ook in je klas. Jij kunt de voorwaarden scheppen die nodig zijn.

Wat zijn de voorwaarden?

1. Iedereen is met plezier aan het werk.

2. De temperatuur in het lokaal is perfect en er is meer dan voldoende frisse lucht.

3. Er klinkt prettige muziek, die zowel focus als ontspanning stimuleren.

4. Zo nu en dan wordt er gelachen en gepraat, op ontspannen en prettige toon.

5. Iedereen is met zichzelf bezig en niet met anderen.

6. Buiten schijnt de zon, of er is anderszins “rust in de natuur of het weer”.

7. Er is positief contact tussen iedereen; men voelt een verbinding met elkaar.

Wanneer ben jij gelukkig? Deel het in het commentaarveld!

Moet ik lid worden van een vakbond?

Moet ik lid worden van een vakbond?

Goede vraag! Ik zet alles even op een rijtje.

1. Wat doet een vakbond?

Een vakbond is er om de rechten van werknemers te beschermen. Zolang jouw rechten niet geschonden worden, hoef je eigenlijk geen lid te zijn van een vakbond.
Maar… op het moment dat jouw rechten geschonden worden (arbeidsconflict!) en je bent géén lid van een vakbond, dan heb je een heel groot probleem. Je staat er dan alleen voor en dan moet je een dure advocaat in de arm nemen. Als je wel lid bent, dan helpt de vakbond je.
Kort door de bocht is een lidmaatschap bij een vakbond vooral een zeer goede rechtsbijstandsverzekering als je in het onderwijs werkt en een arbeidsconflict krijgt. Je krijgt dan een goede advocaat toegewezen die alles voor je doet wat nodig is om goed uit het conflict te komen.

Als er een staking is (georganiseerd door de vakbond), dan krijg je geen salaris, maar dan krijg je een vergoeding uit de stakingskas van de vakbond.

De vakbond onderhandelt voor jou met werkgevers over de cao. Hierbij behartigen ze ook jouw belangen. Mensen die in (vaste dienst) in het onderwijs werken, hebben te maken met twee zeer actieve bonden (CNV & AOB) en wij hebben daardoor een van de beste cao’s in Nederland. Onderwijspersoneel kan niet makkelijk ontslagen worden; dat hebben we aan de vakbonden te danken.

Als werknemer (al dan niet in vaste dienst) hoor je jouw rechten en plichten te kennen en dus ook je cao (net als ons burgerlijk wetboek). Maar helaas… dergelijke wetten en regels zijn moeilijker te begrijpen dan we eigenlijk willen en ze echt doorgronden is een taaie klus.
Als er iets op school verandert (pauzes, werktijden, taakverdeling, enzovoort), heb je meestal geen zin om de hele cao door te nemen. Dan bel je naar de bond en je stelt je vraag. Dan weet je meteen waar je aan toe bent. Ze kunnen je dan ook helpen als er problemen ontstaan op school.

De vakbonden hebben hun eigen tijdschrift, waar veel informatie in staat waar je echt iets aan hebt. Tenminste, dat vind ik. Het is van een veel hoger niveau dan, laten we zeggen, de autokampioen.

Als lid heb je recht op allerlei hulpdiensten. Korting op (collectieve) verzekeringen, gratis hulp bij aangifte inkomstenbelasting, leuke boeken, cursussen, scholingen en nog veel meer.

2. Welke vakbonden zijn er en wat zijn de verschillen?

AOB: de Algemene Onderwijsbond.
Deze staat bekend als “openbaar” en is de grootste onderwijsvakbond. Is altijd als eerste op de hoogte en heeft goede rechtsbijstand.
Bij de AOB is ook de Groene Golf; speciaal opgericht voor startende leraren.

CNV-onderwijs: de Christelijke Onderwijsbond.
Ook heel groot en met goede rechtsbijstand. Verschilt niet veel van de AOB, behalve dat er van oudsher een Christelijke inslag is.
CNV heeft aparte trainingen voor invallers en veel extra informatie voor startende leraren.

De laatste tijd zijn er wat vakbonden bijgekomen die vinden dat bovenstaande “oude bonden” niet goed (meer) de belangen van leraren behartigen.

AVV; van Beter Onderwijs Nederland.
Zij willen de belangen van leraren écht gaan behartigen, maar zij hebben geen rechtsbijstand in geval van een arbeidsconflict.

LIA; Leraren in Actie.
Alleen voor leraren in het Voortgezet Onderwijs.
Ook zij zijn ontstaan uit onvrede met de huidige grote vakbonden.
Met rechtshulp (wel aan criteria gebonden) en enkele scholingen, maar niet zo uitgebreid als van de grote bonden.

FOV; Vereniging van Onderwijs Vakbonden.
Blijkbaar praten zij ook al jaren mee over de cao en ze bieden scholing op het gebied van MR. Verder lijkt het een erg handige site, want al het officiële onderwijsnieuws staat er meteen op, evenals alle cao’s en de aanvullingen daarop.

3. Waarom zou ik lid worden van een vakbond?

Ook al denk je van niet, er is altijd een kans dat je in een arbeidsconflict terecht komt:
Omdat je tussen wal en schip valt bij een nieuwe cao.
Omdat de nieuwe leidinggevende en jij elkaar niet liggen.
Omdat je moet samenwerken met een collega en dat werkt echt niet. Omdat het nieuwe bestuur heeft besloten dat je er zomaar uit of naar een andere school moet.
Als je dan niet lid bent van een vakbond, dan baal je echt. En het onderwijs-arbeidsrecht is dermate anders dan andere arbeidsrechten, dat een gewone advocaat minder voor je kan doen dan een van de vakbond.

Omdat je het heerlijk vindt om regelmatig een tijdschrift te krijgen met nieuws over rechten en plichten in het onderwijs en ook wel wat andere zaken.

Omdat je gratis of voor een klein bedrag scholing kunt krijgen.

Omdat een telefoontje genoeg is om er achter te komen of jouw bestuur of directeur zomaar ***** mag doen.

Je krijgt betaald op de eerstvolgende echte stakingsdag.

Je mag een gedeelte van de lidmaatschapskosten aftrekken van de belasting.

En… als je nog op de opleiding zit, betaal je niets of een piepklein beetje.

4. En waarom zou ik geen lid worden?

Ook een arbeidsconflict overleef je. Je zoekt ergens anders een leuke baan en laat ze hun flauwekul houden. Je hoeft niet altijd genoegdoening te halen.

Een lidmaatschap kost geld.

Er zijn voldoende andere collectieve verzekeringen, leuke boeken en leerzame scholingen in de aanbieding.

Je werkt via een uitzendbureau of detachering. Dan val je onder een andere cao.

5. Welke vakbond zal ik kiezen?

Kies op je gevoel.
Bekijk alle sites en neem degene die bij jou past.

En je kunt natuurlijk lid worden van twee vakbonden. Dan wordt je lid van AOB of CNV voor de zekerheid en kies je daarnaast AVV of LIA omdat jij ook wilt dat er iets gaat veranderen.
En als je een speciaal vak geeft (gym, muziek of je bent IB-er) dan word je natuurlijk (ook) lid van de FOV.

Die laatste site zet je in ieder geval bij je favorieten. Erg handig.

6. Ik heb geen vaste aanstelling. Is het dan een extra goed idee om lid te worden?

Moeilijke vraag. Ik kan geen ja of nee antwoorden.

De huidige flexwet is een heel groot probleem voor invallers. De bond kan je niet beschermen tegen een bestuur dat jou drie maanden op non-actief zet om je niet in vaste dienst te hoeven nemen.

Gelukkig zijn er steeds meer besturen die flexpools organiseren of detacheringsbureaus in de arm nemen. Als je in een flexpool werkt die onder een bestuur valt, dan val je onder de onderwijs-cao. Dan is het wel handig om lid te worden.

Als je steeds losse dagen invalt bij verschillende besturen, dan zou ik het even aankijken. Lid worden kan altijd nog als je ergens wat vaster zit.

Als je een hele lange tijd (lees: maanden) invalt op een school, kan het wel handig zijn om lid te worden.

Als je voor een detacheringsbureau werkt, dan val je niet onder de onderwijs-cao en heeft een lidmaatschap weinig zin. Behalve natuurlijk als je wel op de hoogte wilt zijn en blijven.

Nou ja, tot zover een hele lange blog over het wel en wee in vakbondsland 🙂

Heb jij nog aanvullingen? Zet ze in het commentaarveld.

Wat is het nut van een leraar?

Wat is het nut van een leraar?

Er zijn enorm veel quotes die je kunt toepassen op ons mooie vak. Ze gaan allemaal over ons en ons nut. “Waartoe wij ons werk doen.”
Google maar eens op “quote onderwijs”. Ik heb ze niet geteld, maar er komen duizenden uitspraken bovendrijven. Daar kun je veel Pinterest-borden mee vullen.

Dit vind ik een van de mooiste:

education-is-the-most-powerful-weapon-which-you-can-use-to-change-the-world-nelson-mandela-education-quote

Als ik kijk naar de lange lijst leraren die ik heb gehad, dan zijn er absoluut een paar uitschieters naar boven. Voor mij maakten zij het verschil.

Juf W. liet me merken dat ik er mocht zijn. Zij zorgde ervoor dat iedereen zich thuis voelde in de klas. Welk raar verhaal ik ook ophing (ja, ik had ook toen al een levendige fantasie), zij luisterde altijd en liet mij bovendien denken dat ze mijn verhalen geloofde.

H. de M. sleepte een ouderwetse fauteuil de klas in, waar hij in ging zitten tijdens zijn lessen. Wij leerlingen vonden dat fantastisch! De rector vond het “niet kunnen”. Het kwam tot een conflict en de stoel moest er uit. Wat ik bij H. heb geleerd? Weinig over aardrijkskunde; het vak dat hij gaf. Maar ik heb wel van hem geleerd om dingen gewoon uit te proberen in de klas. Omdat ik dat wilde.

Meneer R. van Nederlands vertelde me dat ik meer kon dan ik dacht. En hij kon prachtig voorlezen. (En dan hebben we het over Havo 4 & 5!)

G., onze biologieleraar op de Pabo, kon fantastische verhalen vertellen over de werking van ons lichaam. En als hij op stagebezoek kwam, dan maakte hij altijd een praatje met de leerlingen in mijn klas. En hij vertelde mij dat ik een hele goede juf was.

Van wie heb ik leren lezen en rekenen?
Oei. Geen idee.

Ik denk van de juf van de eerste klas, maar ik kan me echt niets positiefs over haar herinneren. Ik weet nog dat ze me ooit heeft betrapt op afkijken, toen ik niet meer wist hoeveel 6 + 6 was. Ze werd zo boos op me, dat ik het liefste onder mijn tafel was weggekropen. Verder weet ik niets meer over haar.

Ik heb ook leraren gehad waarvan ik de naam ben vergeten en geen flauw idee heb of, en wat, ik van hen geleerd heb. Maar dat geeft niet. Ik weet zeker dat zij voor anderen hun eigen verschil hebben gemaakt.

Welk nut heb jij voor jouw leerlingen?
Welk verschil maak jij?

Zet jouw reactie in het commentaarveld en je ontvangt een SterkeSchool-kalender 2016 via de mail.

Oooo! Waarom hebben ze nu weer een onvoldoende?

Oooo! Waarom hebben ze nu weer een onvoldoende?

Een paar weken geleden was ik in een klas waar een slecht gemaakt proefwerk werd nabesproken. Het proefwerk was niet moeilijk geweest, de docent begreep niet waarom er zoveel onvoldoendes waren.

De leerlingen mopperden.

De docent deed haar best om de moed erin te houden. “Kom op jongens, over twee weken is de herkansing en als jullie nu goed meedoen, dan gaan jullie allemaal een voldoende halen.”

Het gemopper verstomde. Een beetje. En alle leerlingen deden echt hun best om actief mee te doen.

Het ging al gauw mis.

De docent las de eerste vraag voor en gaf vervolgens het juiste antwoord.
Een leerling riep: “ja, maar dat bedoelde ik ook! Het staat er toch? En toch heb je me daar geen punten voor gegeven!”

Het werd weer onrustig in de klas. De docent keek een beetje wanhopig rond en wist blijkbaar niet wat ze nu moest doen. Ze zei: “Oké. Als je een individuele vraag hebt, dan mag je na afloop van de les even bij me komen.”

Na afloop van de les bleven alle leerlingen zitten. Ze hadden allemaal een individuele vraag.
Ze wilden er punten bij. Want de vraag was onduidelijk gesteld. Of de docent had hun antwoord niet goed begrepen. De docent besloot contact op te nemen met de teamleider, want ze wist niet zo goed wat ze hier mee moest.

De conclusie van de teamleider was, dat de meeste leerlingen de vragen niet goed hadden gelezen. De vragen bestonden uit lange, samengestelde zinnen. Sommige vragen konden anders geïnterpreteerd worden. De docent had het proefwerk niet zelf gemaakt. Alle parallelklassen hadden hetzelfde proefwerk gemaakt, maar niet in alle klassen zo slecht als bij haar. En de docent had het proefwerk wel nabesproken, maar niet vóórbesproken. En daar zat de crux.

Als je wilt dat je leerlingen een voldoende halen voor een proefwerk, dan kunnen de volgende tips je helpen:

1. Neem de tijd om (belangrijke) proefwerken voor te bespreken.
2. Deel een “proef-proefwerk” uit en maak het klassikaal, interactief.
3. Leer je leerlingen samengestelde zinnen goed lezen.
4. Laat de leerlingen steeds hardop bedenken: “Wat wordt hier precies gevraagd?”
5. Laat je leerlingen hun ogen dicht doen en zich inbeelden dat ze in de toekomst zijn. Dat ze hier over een paar weken weer zitten en een voldoende hebben gehaald voor hetzelfde proefwerk.
6. Laat de leerlingen hun ogen opendoen en vervolgens in tweetallen bedenken wat ze nodig hebben om het proefwerk goed te kunnen maken.
7. Laat leerlingen een eigen stappenplan maken om een vraag goed te kunnen beantwoorden. Samenwerken mag hierbij.
8. Zorg dat ze dit stappenplan bij zich hebben bij de toets.
9. Eindig met een energizer, zodat iedereen fit en vol goede moed het proefwerk kan gaan maken.
10. Vlak voor het echte proefwerk: doe diezelfde energizer nog een keer!

Welke tips heb jij om onze leerlingen goede cijfers te laten halen? Deel ze in het commentaarveld!

Een stappenplan om je leerlingen te leren samenwerken!

Een stappenplan om je leerlingen te leren samenwerken!

 

1. Wat is samenwerken eigenlijk?

Vraag het eens aan je leerlingen: wat is samenwerken eigenlijk?
Zet de uitkomsten op het bord.

2. Wat is de volgorde?

Het is ook belangrijk dat je samen met de leerlingen de stappen beschrijft die je moet zetten én opschrijven om goed samen te kunnen werken:

a. Wat moet er allemaal gebeuren?

b. Welke taken zijn er nog meer?

c. Wie wil welke rol of taak?

d. Wat doe je als je het niet met elkaar eens bent?

e. Wat doe je als je klaar bent met je taak?

f. Hoe gaan jullie de gedane taken controleren?

g. Wanneer, aan wie en op welke manier gaan jullie hulp vragen?

3. Wat is samenwerken niet?

Ook een leuke vraag aan de leerlingen.
Waarschijnlijk komen de volgende punten dan ook aan de orde:

a. Welke ongeschreven regels gelden er?

b. Is het erg als een iemand meer doet dan de rest?

c. Is het erg als iemand helemaal niets doet?

4. Aan welke eisen moet het eindproduct voldoen en hoe wordt het beoordeeld?

Dit is natuurlijk een vraag aan jou, als leraar.
Zorg ervoor dat deze eisen en de procedure duidelijk en transparant zijn.
Zet ze op papier en hang ze in de klas.

Veel plezier & Succes!