Tagarchief: leraar

Moet ik lid worden van een vakbond?

Moet ik lid worden van een vakbond?

Goede vraag! Ik zet alles even op een rijtje.

1. Wat doet een vakbond?

Een vakbond is er om de rechten van werknemers te beschermen. Zolang jouw rechten niet geschonden worden, hoef je eigenlijk geen lid te zijn van een vakbond.
Maar… op het moment dat jouw rechten geschonden worden (arbeidsconflict!) en je bent géén lid van een vakbond, dan heb je een heel groot probleem. Je staat er dan alleen voor en dan moet je een dure advocaat in de arm nemen. Als je wel lid bent, dan helpt de vakbond je.
Kort door de bocht is een lidmaatschap bij een vakbond vooral een zeer goede rechtsbijstandsverzekering als je in het onderwijs werkt en een arbeidsconflict krijgt. Je krijgt dan een goede advocaat toegewezen die alles voor je doet wat nodig is om goed uit het conflict te komen.

Als er een staking is (georganiseerd door de vakbond), dan krijg je geen salaris, maar dan krijg je een vergoeding uit de stakingskas van de vakbond.

De vakbond onderhandelt voor jou met werkgevers over de cao. Hierbij behartigen ze ook jouw belangen. Mensen die in (vaste dienst) in het onderwijs werken, hebben te maken met twee zeer actieve bonden (CNV & AOB) en wij hebben daardoor een van de beste cao’s in Nederland. Onderwijspersoneel kan niet makkelijk ontslagen worden; dat hebben we aan de vakbonden te danken.

Als werknemer (al dan niet in vaste dienst) hoor je jouw rechten en plichten te kennen en dus ook je cao (net als ons burgerlijk wetboek). Maar helaas… dergelijke wetten en regels zijn moeilijker te begrijpen dan we eigenlijk willen en ze echt doorgronden is een taaie klus.
Als er iets op school verandert (pauzes, werktijden, taakverdeling, enzovoort), heb je meestal geen zin om de hele cao door te nemen. Dan bel je naar de bond en je stelt je vraag. Dan weet je meteen waar je aan toe bent. Ze kunnen je dan ook helpen als er problemen ontstaan op school.

De vakbonden hebben hun eigen tijdschrift, waar veel informatie in staat waar je echt iets aan hebt. Tenminste, dat vind ik. Het is van een veel hoger niveau dan, laten we zeggen, de autokampioen.

Als lid heb je recht op allerlei hulpdiensten. Korting op (collectieve) verzekeringen, gratis hulp bij aangifte inkomstenbelasting, leuke boeken, cursussen, scholingen en nog veel meer.

2. Welke vakbonden zijn er en wat zijn de verschillen?

AOB: de Algemene Onderwijsbond.
Deze staat bekend als “openbaar” en is de grootste onderwijsvakbond. Is altijd als eerste op de hoogte en heeft goede rechtsbijstand.
Bij de AOB is ook de Groene Golf; speciaal opgericht voor startende leraren.

CNV-onderwijs: de Christelijke Onderwijsbond.
Ook heel groot en met goede rechtsbijstand. Verschilt niet veel van de AOB, behalve dat er van oudsher een Christelijke inslag is.
CNV heeft aparte trainingen voor invallers en veel extra informatie voor startende leraren.

De laatste tijd zijn er wat vakbonden bijgekomen die vinden dat bovenstaande “oude bonden” niet goed (meer) de belangen van leraren behartigen.

AVV; van Beter Onderwijs Nederland.
Zij willen de belangen van leraren écht gaan behartigen, maar zij hebben geen rechtsbijstand in geval van een arbeidsconflict.

LIA; Leraren in Actie.
Alleen voor leraren in het Voortgezet Onderwijs.
Ook zij zijn ontstaan uit onvrede met de huidige grote vakbonden.
Met rechtshulp (wel aan criteria gebonden) en enkele scholingen, maar niet zo uitgebreid als van de grote bonden.

FOV; Vereniging van Onderwijs Vakbonden.
Blijkbaar praten zij ook al jaren mee over de cao en ze bieden scholing op het gebied van MR. Verder lijkt het een erg handige site, want al het officiële onderwijsnieuws staat er meteen op, evenals alle cao’s en de aanvullingen daarop.

3. Waarom zou ik lid worden van een vakbond?

Ook al denk je van niet, er is altijd een kans dat je in een arbeidsconflict terecht komt:
Omdat je tussen wal en schip valt bij een nieuwe cao.
Omdat de nieuwe leidinggevende en jij elkaar niet liggen.
Omdat je moet samenwerken met een collega en dat werkt echt niet. Omdat het nieuwe bestuur heeft besloten dat je er zomaar uit of naar een andere school moet.
Als je dan niet lid bent van een vakbond, dan baal je echt. En het onderwijs-arbeidsrecht is dermate anders dan andere arbeidsrechten, dat een gewone advocaat minder voor je kan doen dan een van de vakbond.

Omdat je het heerlijk vindt om regelmatig een tijdschrift te krijgen met nieuws over rechten en plichten in het onderwijs en ook wel wat andere zaken.

Omdat je gratis of voor een klein bedrag scholing kunt krijgen.

Omdat een telefoontje genoeg is om er achter te komen of jouw bestuur of directeur zomaar ***** mag doen.

Je krijgt betaald op de eerstvolgende echte stakingsdag.

Je mag een gedeelte van de lidmaatschapskosten aftrekken van de belasting.

En… als je nog op de opleiding zit, betaal je niets of een piepklein beetje.

4. En waarom zou ik geen lid worden?

Ook een arbeidsconflict overleef je. Je zoekt ergens anders een leuke baan en laat ze hun flauwekul houden. Je hoeft niet altijd genoegdoening te halen.

Een lidmaatschap kost geld.

Er zijn voldoende andere collectieve verzekeringen, leuke boeken en leerzame scholingen in de aanbieding.

Je werkt via een uitzendbureau of detachering. Dan val je onder een andere cao.

5. Welke vakbond zal ik kiezen?

Kies op je gevoel.
Bekijk alle sites en neem degene die bij jou past.

En je kunt natuurlijk lid worden van twee vakbonden. Dan wordt je lid van AOB of CNV voor de zekerheid en kies je daarnaast AVV of LIA omdat jij ook wilt dat er iets gaat veranderen.
En als je een speciaal vak geeft (gym, muziek of je bent IB-er) dan word je natuurlijk (ook) lid van de FOV.

Die laatste site zet je in ieder geval bij je favorieten. Erg handig.

6. Ik heb geen vaste aanstelling. Is het dan een extra goed idee om lid te worden?

Moeilijke vraag. Ik kan geen ja of nee antwoorden.

De huidige flexwet is een heel groot probleem voor invallers. De bond kan je niet beschermen tegen een bestuur dat jou drie maanden op non-actief zet om je niet in vaste dienst te hoeven nemen.

Gelukkig zijn er steeds meer besturen die flexpools organiseren of detacheringsbureaus in de arm nemen. Als je in een flexpool werkt die onder een bestuur valt, dan val je onder de onderwijs-cao. Dan is het wel handig om lid te worden.

Als je steeds losse dagen invalt bij verschillende besturen, dan zou ik het even aankijken. Lid worden kan altijd nog als je ergens wat vaster zit.

Als je een hele lange tijd (lees: maanden) invalt op een school, kan het wel handig zijn om lid te worden.

Als je voor een detacheringsbureau werkt, dan val je niet onder de onderwijs-cao en heeft een lidmaatschap weinig zin. Behalve natuurlijk als je wel op de hoogte wilt zijn en blijven.

Nou ja, tot zover een hele lange blog over het wel en wee in vakbondsland :-)

Heb jij nog aanvullingen? Zet ze in het commentaarveld.

Wat is het nut van een leraar?

Wat is het nut van een leraar?

Er zijn enorm veel quotes die je kunt toepassen op ons mooie vak. Ze gaan allemaal over ons en ons nut. “Waartoe wij ons werk doen.”
Google maar eens op “quote onderwijs”. Ik heb ze niet geteld, maar er komen duizenden uitspraken bovendrijven. Daar kun je veel Pinterest-borden mee vullen.

Dit vind ik een van de mooiste:

education-is-the-most-powerful-weapon-which-you-can-use-to-change-the-world-nelson-mandela-education-quote

Als ik kijk naar de lange lijst leraren die ik heb gehad, dan zijn er absoluut een paar uitschieters naar boven. Voor mij maakten zij het verschil.

Juf W. liet me merken dat ik er mocht zijn. Zij zorgde ervoor dat iedereen zich thuis voelde in de klas. Welk raar verhaal ik ook ophing (ja, ik had ook toen al een levendige fantasie), zij luisterde altijd en liet mij bovendien denken dat ze mijn verhalen geloofde.

H. de M. sleepte een ouderwetse fauteuil de klas in, waar hij in ging zitten tijdens zijn lessen. Wij leerlingen vonden dat fantastisch! De rector vond het “niet kunnen”. Het kwam tot een conflict en de stoel moest er uit. Wat ik bij H. heb geleerd? Weinig over aardrijkskunde; het vak dat hij gaf. Maar ik heb wel van hem geleerd om dingen gewoon uit te proberen in de klas. Omdat ik dat wilde.

Meneer R. van Nederlands vertelde me dat ik meer kon dan ik dacht. En hij kon prachtig voorlezen. (En dan hebben we het over Havo 4 & 5!)

G., onze biologieleraar op de Pabo, kon fantastische verhalen vertellen over de werking van ons lichaam. En als hij op stagebezoek kwam, dan maakte hij altijd een praatje met de leerlingen in mijn klas. En hij vertelde mij dat ik een hele goede juf was.

Van wie heb ik leren lezen en rekenen?
Oei. Geen idee.

Ik denk van de juf van de eerste klas, maar ik kan me echt niets positiefs over haar herinneren. Ik weet nog dat ze me ooit heeft betrapt op afkijken, toen ik niet meer wist hoeveel 6 + 6 was. Ze werd zo boos op me, dat ik het liefste onder mijn tafel was weggekropen. Verder weet ik niets meer over haar.

Ik heb ook leraren gehad waarvan ik de naam ben vergeten en geen flauw idee heb of, en wat, ik van hen geleerd heb. Maar dat geeft niet. Ik weet zeker dat zij voor anderen hun eigen verschil hebben gemaakt.

Welk nut heb jij voor jouw leerlingen?
Welk verschil maak jij?

Zet jouw reactie in het commentaarveld en je ontvangt een SterkeSchool-kalender 2016 via de mail.

Oooo! Waarom hebben ze nu weer een onvoldoende?

Oooo! Waarom hebben ze nu weer een onvoldoende?

Een paar weken geleden was ik in een klas waar een slecht gemaakt proefwerk werd nabesproken. Het proefwerk was niet moeilijk geweest, de docent begreep niet waarom er zoveel onvoldoendes waren.

De leerlingen mopperden.

De docent deed haar best om de moed erin te houden. “Kom op jongens, over twee weken is de herkansing en als jullie nu goed meedoen, dan gaan jullie allemaal een voldoende halen.”

Het gemopper verstomde. Een beetje. En alle leerlingen deden echt hun best om actief mee te doen.

Het ging al gauw mis.

De docent las de eerste vraag voor en gaf vervolgens het juiste antwoord.
Een leerling riep: “ja, maar dat bedoelde ik ook! Het staat er toch? En toch heb je me daar geen punten voor gegeven!”

Het werd weer onrustig in de klas. De docent keek een beetje wanhopig rond en wist blijkbaar niet wat ze nu moest doen. Ze zei: “Oké. Als je een individuele vraag hebt, dan mag je na afloop van de les even bij me komen.”

Na afloop van de les bleven alle leerlingen zitten. Ze hadden allemaal een individuele vraag.
Ze wilden er punten bij. Want de vraag was onduidelijk gesteld. Of de docent had hun antwoord niet goed begrepen. De docent besloot contact op te nemen met de teamleider, want ze wist niet zo goed wat ze hier mee moest.

De conclusie van de teamleider was, dat de meeste leerlingen de vragen niet goed hadden gelezen. De vragen bestonden uit lange, samengestelde zinnen. Sommige vragen konden anders geïnterpreteerd worden. De docent had het proefwerk niet zelf gemaakt. Alle parallelklassen hadden hetzelfde proefwerk gemaakt, maar niet in alle klassen zo slecht als bij haar. En de docent had het proefwerk wel nabesproken, maar niet vóórbesproken. En daar zat de crux.

Als je wilt dat je leerlingen een voldoende halen voor een proefwerk, dan kunnen de volgende tips je helpen:

1. Neem de tijd om (belangrijke) proefwerken voor te bespreken.
2. Deel een “proef-proefwerk” uit en maak het klassikaal, interactief.
3. Leer je leerlingen samengestelde zinnen goed lezen.
4. Laat de leerlingen steeds hardop bedenken: “Wat wordt hier precies gevraagd?”
5. Laat je leerlingen hun ogen dicht doen en zich inbeelden dat ze in de toekomst zijn. Dat ze hier over een paar weken weer zitten en een voldoende hebben gehaald voor hetzelfde proefwerk.
6. Laat de leerlingen hun ogen opendoen en vervolgens in tweetallen bedenken wat ze nodig hebben om het proefwerk goed te kunnen maken.
7. Laat leerlingen een eigen stappenplan maken om een vraag goed te kunnen beantwoorden. Samenwerken mag hierbij.
8. Zorg dat ze dit stappenplan bij zich hebben bij de toets.
9. Eindig met een energizer, zodat iedereen fit en vol goede moed het proefwerk kan gaan maken.
10. Vlak voor het echte proefwerk: doe diezelfde energizer nog een keer!

Welke tips heb jij om onze leerlingen goede cijfers te laten halen? Deel ze in het commentaarveld!

Een stappenplan om je leerlingen te leren samenwerken!

Een stappenplan om je leerlingen te leren samenwerken!

 

1. Wat is samenwerken eigenlijk?

Vraag het eens aan je leerlingen: wat is samenwerken eigenlijk?
Zet de uitkomsten op het bord.

2. Wat is de volgorde?

Het is ook belangrijk dat je samen met de leerlingen de stappen beschrijft die je moet zetten én opschrijven om goed samen te kunnen werken:

a. Wat moet er allemaal gebeuren?

b. Welke taken zijn er nog meer?

c. Wie wil welke rol of taak?

d. Wat doe je als je het niet met elkaar eens bent?

e. Wat doe je als je klaar bent met je taak?

f. Hoe gaan jullie de gedane taken controleren?

g. Wanneer, aan wie en op welke manier gaan jullie hulp vragen?

3. Wat is samenwerken niet?

Ook een leuke vraag aan de leerlingen.
Waarschijnlijk komen de volgende punten dan ook aan de orde:

a. Welke ongeschreven regels gelden er?

b. Is het erg als een iemand meer doet dan de rest?

c. Is het erg als iemand helemaal niets doet?

4. Aan welke eisen moet het eindproduct voldoen en hoe wordt het beoordeeld?

Dit is natuurlijk een vraag aan jou, als leraar.
Zorg ervoor dat deze eisen en de procedure duidelijk en transparant zijn.
Zet ze op papier en hang ze in de klas.

Veel plezier & Succes!

Soms dacht ik wel eens…

Open

Soms dacht ik wel eens...

Ik word putjesschepper.

Ik ben compleet ongeschikt als leraarr.

Ze luisteren niet naar me.

Ze moeten me niet.

Wat ik ook doe… ze leren niets. Niet van mij in ieder geval.

En het stormt niet eens :-(
Denk jij dat ook wel eens?

Dat je denkt dat je beter een ander vak had kunnen kiezen?
Ik heb dat regelmatig gedacht.

En niet alleen in het begin van mijn carriere. Ook na 29 jaar dacht ik dat nog wel eens. Ongeveer een keer per jaar had ik zo’n dag waarop ik dat dacht. Putjesschepper…
En ja, dan kun je natuurlijk:

1. mopperen
2. jezelf beklagen
3. de leerlingen de schuld geven
4. je collega’s de schuld geven
5. het weer, de methode of het lokaal de schuld geven
6. en nog een keer zielig doen
En dat mag ook wel even, 

Het mag even. Ongeveer 10 minuten. Niet langer.

Want het helpt niet.

Niet echt.
Wat helpt wel?

1. Stel vast dat je je rot voelt. Je voelt je rot omdat je les of je dag anders verliep dan je had verwacht of gehoopt. En dat mag. Fouten maken mag.

2. Ga na wat je anders had kunnen doen:

a. Was je lesinhoud op niveau?
b. Heb je de les met enthousiasme gegeven?
c. Was je organisatie in orde?

3. Je zult zien dat een van deze drie niet in orde was. Je zult waarschijnlijk zelfs nog weten op welk nare moment je je realiseerde dat “het” niet meer klopte. Het ging verder mis omdat het je niet lukte om de les aan te passen. Je sudderde door. In veel gevallen zullen de leerlingen ingrijpen door de orde te verstoren. Dat is hun manier om tegen jou te zeggen: “je les is niet voor 100% in orde. En wij willen een goede les.”

4. Het klinkt misschien raar, maar doorvoel het nare moment nog een keer. Voel het heel goed, zodat je het herkent als het je de volgende keer nog eens gebeurt. En prent jezelf in dat je in dat geval de volgende stappen gaat zetten:

a. Je stopt je les. Je benoemt wat er volgens jou gebeurt (of is gebeurd). Je vertelt dat je de les gaat aanpassen. Neem er even de tijd voor.
b. Je organiseert de hele les opnieuw, waarbij je ervoor zorgt dat a., b. en c. in orde zijn.
c. Als het nodig is herhaal je de regels nog eens.
d. Je start opnieuw.

5. Het kan helpen om dit eens voor de spiegel te oefenen.
Het is niet gek.

Leraar zijn is een prachtig vak, maar het is soms ook best een moeilijk vak.
En zoals iedereen mag jij ook onzeker zijn en fouten maken.

Omdat het ook zo’n verantwoordelijk vak is, voel je je vaak extra schuldig als je een fout maakt.

Ik wel.
En het is natuurlijk ook bijna vakantie…

Dan mag je moe zijn.

Maar niet minder enthousiast.

Je lessen moeten goed blijven.

Want dat verdienen jouw leerlingen.

Dus pep jezelf flink op!

 

De wereld heeft jou nodig als leraar!

Putjesscheppers zijn er al voldoende.

Het “heilige moeten” in het onderwijs

In het onderwijs MOET er steeds van alles, steeds wat nieuws, steeds van anderen… Hoe ga jij daar mee om? Je kunt het niet niet doen, je kunt je er enorm aan ergeren en je kunt er zelfs door afhaken. En dat laatste… dat wil ik dan weer niet. Ik vind het afschuwelijk dat er zoveel jonge getalenteerde docenten verdwijnen uit het onderwijs, bezweken onder de regeldruk.

Ja, ik weet het. Sander Dekker heeft het zelf gezegd: “doe alleen wat jij nodig en noodzakelijk vindt”. Maar wat vind jouw directeur daarvan? En jouw bestuur? En de inspecteurs zijn het ook niet altijd met elkaar eens.

7 manieren om hier tegenaan te kijken:

1. Je moet een uitgebreide administratie bijhouden.
Wat vind jij daar zelf van? Wat vind jij belangrijk? Groepsplannen zijn niet verplicht, gegevens bijhouden van leerlingen die zorg behoeven, wel. Wil jij alles weten van iedere leerling, of kijk je in clusters? Of noteer je alleen de uitschieters? En hoe vaak noteer jij? En hoe uitgebreid? Op welke manier? Als je echt groepsplannen wilt bijhouden: Groepsplanversneller is een handige en snelle manier voor scholen om de administratie bij te houden.

2. Je moet aanwezig zijn bij alle vergaderingen.
Van wie moet dat?  Van het taakbeleid? Waarom? Kloppen die uren dan? Als je mee wilt praten: ja. Dan is het handig om aanwezig te zijn. Maar als jij het geen probleem vindt dat men beslissingen neemt waar jij niet bij bent (en het misschien niet mee eens bent), dan hoeft het niet. Het is jouw eigen keuze. En als je er voor kiest om op de vergadering aanwezig te zijn, wees er dan ook echt en praat mee.

3. Je moet op vakantie in de schoolvakanties.
Nee hoor: als het te regelen is dat jouw vrije dagen geclusterd worden dan kun je best een weekje op vakantie als het jou uit komt. Is ook een keus, als de mogelijkheid er is. En waarom ook niet?

4. Je moet aanwezig zijn op de studiedagen.
Ook hier geldt: wat staat er in het taakbeleid? Wie bepaalt welke scholing jij krijgt, waar en bij wie? Denk er eens over na en bespreek het eens met je directeur.

5. Je moet alle leerlingen aardig vinden.
Ja, dat zou fijn zijn,  maar hoe wil je daar iemand (incluis jezelf) toe verplichten? Dit is een typisch geval van: “Nee, ik vind niet al mijn leerlingen even leuk, maar ik kies ervoor om in iedere leerling iets te zoeken dat ik waardeer, zodat ik iedere leerling met respect tegemoet kan treden.” Hetzelfde geldt voor ouders en collega’s, trouwens…

6. Je moet mopperen in de wandelgangen. Dat doet bijna iedereen en als je niet uitkijkt doe je automatisch mee. Ik vind het prima hoor, maar vraag je eens af: word je er blij van? Stoom afblazen mag natuurlijk , maar denk er eens over na waar je dat op welke manier het beste kunt doen.

7. Je moet het altijd druk hebben. Liever niet toch? Als jij een van die gelukkige mensen bent die zingend naar zijn werk gaat, die tijd over heeft en alle zaakjes prima op orde heeft: count your blessings en vertel vooral aan wie het horen wil hoe je dat voor elkaar krijgt! Wees trots op jezelf!