Tagarchief: leraar

Een stappenplan om je leerlingen te leren samenwerken!

Een stappenplan om je leerlingen te leren samenwerken!

 

1. Wat is samenwerken eigenlijk?

Vraag het eens aan je leerlingen: wat is samenwerken eigenlijk?
Zet de uitkomsten op het bord.

2. Wat is de volgorde?

Het is ook belangrijk dat je samen met de leerlingen de stappen beschrijft die je moet zetten én opschrijven om goed samen te kunnen werken:

a. Wat moet er allemaal gebeuren?

b. Welke taken zijn er nog meer?

c. Wie wil welke rol of taak?

d. Wat doe je als je het niet met elkaar eens bent?

e. Wat doe je als je klaar bent met je taak?

f. Hoe gaan jullie de gedane taken controleren?

g. Wanneer, aan wie en op welke manier gaan jullie hulp vragen?

3. Wat is samenwerken niet?

Ook een leuke vraag aan de leerlingen.
Waarschijnlijk komen de volgende punten dan ook aan de orde:

a. Welke ongeschreven regels gelden er?

b. Is het erg als een iemand meer doet dan de rest?

c. Is het erg als iemand helemaal niets doet?

4. Aan welke eisen moet het eindproduct voldoen en hoe wordt het beoordeeld?

Dit is natuurlijk een vraag aan jou, als leraar.
Zorg ervoor dat deze eisen en de procedure duidelijk en transparant zijn.
Zet ze op papier en hang ze in de klas.

Veel plezier & Succes!

Soms dacht ik wel eens…

Open

Soms dacht ik wel eens...

Ik word putjesschepper.

Ik ben compleet ongeschikt als leraarr.

Ze luisteren niet naar me.

Ze moeten me niet.

Wat ik ook doe… ze leren niets. Niet van mij in ieder geval.

En het stormt niet eens :-(
Denk jij dat ook wel eens?

Dat je denkt dat je beter een ander vak had kunnen kiezen?
Ik heb dat regelmatig gedacht.

En niet alleen in het begin van mijn carriere. Ook na 29 jaar dacht ik dat nog wel eens. Ongeveer een keer per jaar had ik zo’n dag waarop ik dat dacht. Putjesschepper…
En ja, dan kun je natuurlijk:

1. mopperen
2. jezelf beklagen
3. de leerlingen de schuld geven
4. je collega’s de schuld geven
5. het weer, de methode of het lokaal de schuld geven
6. en nog een keer zielig doen
En dat mag ook wel even, 

Het mag even. Ongeveer 10 minuten. Niet langer.

Want het helpt niet.

Niet echt.
Wat helpt wel?

1. Stel vast dat je je rot voelt. Je voelt je rot omdat je les of je dag anders verliep dan je had verwacht of gehoopt. En dat mag. Fouten maken mag.

2. Ga na wat je anders had kunnen doen:

a. Was je lesinhoud op niveau?
b. Heb je de les met enthousiasme gegeven?
c. Was je organisatie in orde?

3. Je zult zien dat een van deze drie niet in orde was. Je zult waarschijnlijk zelfs nog weten op welk nare moment je je realiseerde dat “het” niet meer klopte. Het ging verder mis omdat het je niet lukte om de les aan te passen. Je sudderde door. In veel gevallen zullen de leerlingen ingrijpen door de orde te verstoren. Dat is hun manier om tegen jou te zeggen: “je les is niet voor 100% in orde. En wij willen een goede les.”

4. Het klinkt misschien raar, maar doorvoel het nare moment nog een keer. Voel het heel goed, zodat je het herkent als het je de volgende keer nog eens gebeurt. En prent jezelf in dat je in dat geval de volgende stappen gaat zetten:

a. Je stopt je les. Je benoemt wat er volgens jou gebeurt (of is gebeurd). Je vertelt dat je de les gaat aanpassen. Neem er even de tijd voor.
b. Je organiseert de hele les opnieuw, waarbij je ervoor zorgt dat a., b. en c. in orde zijn.
c. Als het nodig is herhaal je de regels nog eens.
d. Je start opnieuw.

5. Het kan helpen om dit eens voor de spiegel te oefenen.
Het is niet gek.

Leraar zijn is een prachtig vak, maar het is soms ook best een moeilijk vak.
En zoals iedereen mag jij ook onzeker zijn en fouten maken.

Omdat het ook zo’n verantwoordelijk vak is, voel je je vaak extra schuldig als je een fout maakt.

Ik wel.
En het is natuurlijk ook bijna vakantie…

Dan mag je moe zijn.

Maar niet minder enthousiast.

Je lessen moeten goed blijven.

Want dat verdienen jouw leerlingen.

Dus pep jezelf flink op!

 

De wereld heeft jou nodig als leraar!

Putjesscheppers zijn er al voldoende.

Het “heilige moeten” in het onderwijs

In het onderwijs MOET er steeds van alles, steeds wat nieuws, steeds van anderen… Hoe ga jij daar mee om? Je kunt het niet niet doen, je kunt je er enorm aan ergeren en je kunt er zelfs door afhaken. En dat laatste… dat wil ik dan weer niet. Ik vind het afschuwelijk dat er zoveel jonge getalenteerde docenten verdwijnen uit het onderwijs, bezweken onder de regeldruk.

Ja, ik weet het. Sander Dekker heeft het zelf gezegd: “doe alleen wat jij nodig en noodzakelijk vindt”. Maar wat vind jouw directeur daarvan? En jouw bestuur? En de inspecteurs zijn het ook niet altijd met elkaar eens.

7 manieren om hier tegenaan te kijken:

1. Je moet een uitgebreide administratie bijhouden.
Wat vind jij daar zelf van? Wat vind jij belangrijk? Groepsplannen zijn niet verplicht, gegevens bijhouden van leerlingen die zorg behoeven, wel. Wil jij alles weten van iedere leerling, of kijk je in clusters? Of noteer je alleen de uitschieters? En hoe vaak noteer jij? En hoe uitgebreid? Op welke manier? Als je echt groepsplannen wilt bijhouden: Groepsplanversneller is een handige en snelle manier voor scholen om de administratie bij te houden.

2. Je moet aanwezig zijn bij alle vergaderingen.
Van wie moet dat?  Van het taakbeleid? Waarom? Kloppen die uren dan? Als je mee wilt praten: ja. Dan is het handig om aanwezig te zijn. Maar als jij het geen probleem vindt dat men beslissingen neemt waar jij niet bij bent (en het misschien niet mee eens bent), dan hoeft het niet. Het is jouw eigen keuze. En als je er voor kiest om op de vergadering aanwezig te zijn, wees er dan ook echt en praat mee.

3. Je moet op vakantie in de schoolvakanties.
Nee hoor: als het te regelen is dat jouw vrije dagen geclusterd worden dan kun je best een weekje op vakantie als het jou uit komt. Is ook een keus, als de mogelijkheid er is. En waarom ook niet?

4. Je moet aanwezig zijn op de studiedagen.
Ook hier geldt: wat staat er in het taakbeleid? Wie bepaalt welke scholing jij krijgt, waar en bij wie? Denk er eens over na en bespreek het eens met je directeur.

5. Je moet alle leerlingen aardig vinden.
Ja, dat zou fijn zijn,  maar hoe wil je daar iemand (incluis jezelf) toe verplichten? Dit is een typisch geval van: “Nee, ik vind niet al mijn leerlingen even leuk, maar ik kies ervoor om in iedere leerling iets te zoeken dat ik waardeer, zodat ik iedere leerling met respect tegemoet kan treden.” Hetzelfde geldt voor ouders en collega’s, trouwens…

6. Je moet mopperen in de wandelgangen. Dat doet bijna iedereen en als je niet uitkijkt doe je automatisch mee. Ik vind het prima hoor, maar vraag je eens af: word je er blij van? Stoom afblazen mag natuurlijk , maar denk er eens over na waar je dat op welke manier het beste kunt doen.

7. Je moet het altijd druk hebben. Liever niet toch? Als jij een van die gelukkige mensen bent die zingend naar zijn werk gaat, die tijd over heeft en alle zaakjes prima op orde heeft: count your blessings en vertel vooral aan wie het horen wil hoe je dat voor elkaar krijgt! Wees trots op jezelf!