Tagarchief: leren

Registreren kun je leren

Registreren kun je leren

Je weet inmiddels vast wel dat je van de inspectie echt niet meer iedere geplakte pleister hoeft te registeren. Maar wat moet je dan wel registreren?
De inspectie omschrijft het als volgt:
“Houdt de school goed zicht op het onderwijs dat ze biedt en op de vorderingen van de leerlingen? De inspectie volgt de werkwijze van de school, maar scholen moeten zich wel kunnen verantwoorden over het volgen en plannen van onderwijs.”
Leuk, maar wat houdt dat dan in?
Kort door de bocht betekent het dat je als school:
– Kunt vertellen hoe je gaat voldoen aan alle kerndoelen. Het schoolplan is daarvoor natuurlijk een uitstekend middel.
– Laat zien hoe en wat je doet met de leerlingen die niet aan de kerndoelen kunnen voldoen. En daar gaat het natuurlijk om. Want hoe toon je dat aan?
Dat doe je door te bewijzen dat je er alles aan doet om een leerling op de gemiddelde middenlijn te houden…

En dat zou je zo kunnen doen, als leraar:
• Leg een zorgmap aan. Met tabbladen! Op papier of op de PC (gedeelde map). Ook handig voor invallers. Dit kan ook in het VO & MBO!
• Je noteert de doelen (= kopiëren & plakken) per blok voor je leerjaar.
• Je neemt toetsen af (doel gehaald?) en je houdt de scores bij.
• Je analyseert waardoor er uitval is bij de toetsen. Heeft de leerling het niet begrepen of heb jij het niet goed uitgelegd?
• Je bedenkt hoe je uitval kunt wegwerken en/ of voorkomen:
o Met pré-teaching.
o Met verlengde instructie.
o Door instructie op verschillende niveaus.
o Door remedial teaching.
o …..
Je kunt natuurlijk alles doen, maar dan moet je je afvragen of je daar wel de tijd voor hebt. Kies wijs. Wat past bij jou en wat kan bij jouw leerlingen, in jouw klas?
• Je overlegt welke afspraken je kunt maken met (individuele) leerlingen en (eventueel) hun ouders. Dat noteer je, communiceer je en voer je uit.
• Evalueren doe je om de 6 tot 8 weken. Dit kan gaan om zowel gedrag als vaardigheden als om schoolvakken. Daarna pas je je plan aan.
• Doe niet alles! Doe alleen wat echt nodig is en wat jij kunt behappen.
• Houd het simpel. Gebruik codes en weinig woorden.
• Beter goed gejat dan slecht bedacht: neem over van de vorige leraar.
• Richtlijnen:
o Besteed maximaal 1 uur per week aan registraties.
o Houd alles zoveel mogelijk meteen bij tijdens de les.
o Zorg voor een “enkelvoudige boekhouding” (een keer noteren is genoeg).

Succes!

Waarom zou je verder leren?

Waarom zou je verder leren?

Als starter ben je blij dat je eindelijk je diploma hebt gehaald.
Klaar met huiswerk, dikke boeken over didactiek, onderzoeken en reflecteren.
Al je tijd gaat nu naar voorbereiden, nakijken, uitzoeken en administratie.

Maar weet je, leren kan ook leuk zijn! En het is belangrijk voor je leerlingen en voor jezelf.

Laten we eerlijk zijn. Ik ga alleen naar een dokter die regelmatig een bij- of nascholing volgt. Je moet je vak bijhouden, echt waar. En je leert nieuwe mensen kennen, doet nieuwe inzichten op… en dat huiswerk, dat valt mee als je er zelf voor kiest.

En nee. Ik heb het niet over teamscholing. Dat is vaak best leuk en leerzaam, maar niet jouw eigen keus. Als je zelf kiest, leer je meer!

Je kent waarschijnlijk de lerarenbeurs wel. Alle informatie daarover vind je hier.

Maar als je minder dan 20% werkt, nog studiefinanciering ontvangt of bij een particuliere instelling of uitzendbureau werkt, kom je daar niet voor in aanmerking.

En je zult je ook moeten inschrijven in het lerarenregister, maar dat is natuurlijk te doen als je een diploma hebt.

Als je onbevoegd lesgeeft, kan je geen lerarenbeurs aanvragen, maar dan kan je natuurlijk wel een “zij-instroom-opleiding” doen. Mits je een school kunt vinden. En dat kan best een flinke klus zijn. Veel bellen, bezoekjes afleggen, je neus laten zien. Maar… de aanhouder wint!

Als je in vaste dienst bent, dan kom je zeker in aanmerking. Als invaller hangt het van je situatie af. Als je de 20%-norm overstijgt, kan je in gesprek met de besturen of het bestuur waar je voor werkt. Dan kan je vragen of zij jou willen steunen bij het aanvragen van de beurs.

Voor een cursus onder schooltijd kun je een beroep doen op je leidinggevende. Gewoon vragen of je er vrij voor kunt krijgen én of ze de cursus willen betalen. Ook als je niet in vaste dienst bent of (regelmatig) invalt.

Het werkt goed als je er iets tegenover stelt. Je kunt bijvoorbeeld een presentatie houden of wat je geleerd hebt aan je collega’s. Zo pikken zij ook een graantje mee van jouw (nieuwe) kennis.

En als je helemaal nergens voor in aanmerking komt, hebben we gelukkig nog de belastingdienst!

Het drempelbedrag is €250,- Een beetje cursus kost dat al snel. Alle kosten boven die €250,- zijn aftrekbaar. Wil je precies weten hoe dat zit? Kijk dan even hier.

Heel veel informatie kun je ook vinden in de cao’s. Info over het VO (zitten een beetje vast) vind je hier, en alles over het PO hier.

VEEL PLEZIER MET LEREN!

Weke opleiding ga jij volgen? Of welke cursus? Laat het weten in het commentaarveld hierboven!

15 tips om beter te leren!

15 tips om beter te leren!

Je wilt dat jouw leerlingen dingen leren.

Feitjes.
Gedrag.
Vaardigheden.
Competenties.
Lijstjes.
Gedachten.

En hoe kun je je leerlingen daar nu het beste mee helpen?

Door ze tips te geven.

Deze 15 tips geef ik aan de middelbare scholieren en studenten die bij mij leren leren.

En het werkt!

En met aanpassingen werken ze ook in het PO en SBO.

Dus zegt het voort…

15 tips om beter te leren:

1. Zorg voor een goede planning. Wissel vakken af en neem voldoende pauzes tussendoor.

2. Zet een duidelijk doel voor jezelf voor je begint met leren. Dan weet je waarom je het doet.

3. Voor je begint met leren: zet je mindset op uitdaging en je focus op leren.

4. Zorg dat je nergens door afgeleid kunt worden. Zet dus alles uit.

5. Als je muziek luistert: kies voor muziek in hetzelfde ritme als je hart klopt.

6. Zorg voor licht, frisse lucht en water. In de pauzes mag je wat eten en ga je flink bewegen.

7. Multitasken bestaat niet!

8. Sport regelmatig.

9. Eet gezond en vermijd energiedrankjes.

10. Leer snellezen. Als je sneller leest ben je ook eerder klaar.

11. Als je iets wilt onthouden dan moet je het 7 keer herhalen.

12. Optimaal herhalen = na 10 minuten, na 1 uur, na 1 dag, na 3 dagen, na 7 dagen, na een maand en na een jaar.

13. Werk met kleuren en kaartjes om woorden en begrippen te onthouden en jezelf te overhoren. Dansjes en liedjes werken ook!

14. Maak mindmaps in plaats van samenvattingen. Je brein onthoudt een mindmap beter omdat je je hersenen dan beter benut.

15. Pas als je iets 21 keer gedaan hebt, kan iets een automatisme worden.

Extra tip: Oefening baart kunst & de aanhouder wint!

Een wijze les

Een wijze les

Het verhaal van deze week kreeg ik in mijn schoot geworpen. Het is het verhaal van juf Tina, die aan de Pabo studeert. Ik deel het verhaal graag met jullie en ik hoop dat jullie willen reageren. Tina en ik zijn heel nieuwsgierig wat jullie ervan vinden, of jullie het herkennen en of jullie tips hebben voor andere Pabo-studenten.

 

Een wijze les van Juf Tina

Vandaag heb ik na een goed gesprek een waardevolle les geleerd: Het onderscheid maken tussen het betrokken zijn en grenzen stellen. Maar ook de connectie hier tussen zien.

Vanuit mezelf ben ik heel erg betrokken, een hele sterke eigenschap die zonder na te denken aanwezig is.. In mijn eerste stage van dit jaar is ook in mijn beoordeling geschreven: ‘jouw inlevingsvermogen is jouw kracht!’. Was zo blij dat ik een mentor had die verder keek dan het beoordelingsformulier! Heb mijn betrokkenheid toen ook echt in kunnen zetten in mijn stageklas. Waardoor ik heel veel kinderen weer vooruit kon helpen.

Grenzen stellen daarin tegen, is voor mij -als juf in opleiding- soms een behoorlijk struikelblok. Vooral ook om hier consequent in te blijven. Omdat ik daar steeds zo over na moet denken.. In eerste instantie reageer ik vanuit begrip. Ik wil niet steeds bij ieder klein dingetje ingrijpen, dat maakt de sfeer weer zo negatief. Probeer vooral dingen met positiviteit op te lossen. Afgelopen semester kreeg ik toch vaak de feedback om echt grenzen te stellen en consequent te blijven als ik voor de klas sta. Ik ben vaak veel te lief. Iedere keer begin ik goed door aan te geven wat ik verwacht, maar gedurende de dag glipt het me steeds door de vingers om consequent te blijven. Ergens gaf het mij geen goed gevoel om ‘streng’ te zijn.

Ik zeg ook wel eens tegen de kinderen: ‘Jammer dat ik zo vaak moet mopperen of dat ik boos moet worden tot het stil is.’ En dan probeer ik ze mee te laten denken hoe we het een volgende keer beter kunnen doen. Zodat er niet steeds gemopperd hoeft te worden. Maar ja, daar komt een stukje consequent zijn bij, zodat het dan ook echt een volgende keer op de besproken manier gaat. Heb de laatste weken soms (nog net niet met de handen in het haar) voor de klas gestaan met de gedachte: help, wat nu?! Uiteindelijk is de chaos in de klas dan net zo groot als de chaos in mijn hoofd.. En dan moet ik wel optreden als ‘juffrouw Bulstronk’ voordat het mis gaat. Helemaal niet mijn ding!

Vanmiddag kreeg ik op mijn stage te horen dat er nog niet voldoende verbetering in is gezien op pedagogisch gebied. En dat dat toch wel het belangrijkste is om te beheersen, wil ik een klas draaiende kunnen houden. Ik dacht echt: “ik kan het blijkbaar gewoon niet”. Heb ik zo mijn best gedaan om mezelf te ontwikkelen, voor mijn gevoel zoveel geprobeerd om het te verbeteren.. En dan waarschijnlijk voor de 2e keer een onvoldoende voor mijn stage.. Merkte dat ik een beetje moedeloos werd.

Tot dat gesprek van vanmiddag.. Het duurde even tot het bezonken was.. De persoon die ik aan de telefoon had, liet mij bedenken waarom grenzen gesteld worden? Na even nadenken kwam ik erop: -vertrouwen, -veiligheid, -zorgen dat ieder kind zichzelf kan zijn in de klas. En ga zo maar door. Omdat ik vanuit een ander perspectief naar grenzen keek, verdween het negatieve gevoel wat ik erbij had. Want ook grenzen zijn nodig om meer betrokken kunnen zijn bij de kinderen. Grenzen en betrokkenheid gaan hand in hand, ondanks de verschillen. Want als ik consequent ben en grenzen stel in de klas, dan weten de kinderen ook wat ze aan mij hebben, waardoor het vertrouwen en het veilige gevoel zullen groeien. En er wederzijdse betrokkenheid kan ontstaan.

Dus al haal ik dinsdag misschien een onvoldoende voor mijn stage, ik ben blij dat ik deze wijze les vandaag geleerd heb. Dinsdag bij mijn lesbezoek, hoop ik met het gevoel wat ik nu heb over grenzen, met meer zelfvertrouwen voor de klas te staan. En daardoor hoop ik ook mijn laatste stagedag positief af te kunnen sluiten. Wat het cijfer ook zal worden, ik denk maar zo: als iets niet meteen lukt, zegt dat niet dat ik het niet kan. En ik weet van mezelf dat ik mijn best heb gedaan. Heb echt ontzettend veel geleerd. En dit besef is voor mij misschien wel de waardevolste les van het afgelopen half jaar!

De kunst van het afkijken en nog meer tips

Juf Lenie en de kunst van het afkijken

Lenie werkte op een school waar ik regelmatig inviel. Zij was de juf van groep 4. Lenie was “een dame op leeftijd” en zag er altijd tiptop uit. Blazer, kokerrok, sjaaltje. Bijpassende hakken, haar keurig opgestoken en niet teveel opgemaakt. Op mijn eerste dag al werd ik enthousiast door haar begroet met: “Wat fijn, een jonge juf erbij! Ik hoop veel van je te leren!”. En ik dacht… “ben jij de secretaresse?”

In de pauze vroeg Lenie regelmatig hoe het ging, of ik alles kon vinden en of ik hulp nodig had. En na schooltijd kwam ze mijn lokaal in met een kopje thee: “daar ben je vast wel aan toe”. Ze vertelde over de school, over de leerlingen, over de directeur. Vol enthousiasme en passie. En ik dacht: “later wil ik ook zo’n juf zijn”.

Geen vraag was te dom. Alles wat ik weet, van de positie van kasten in een lokaal, het uitleggen van grammatica, het oefenen met flitskaarten en ga zo maar door, alles heb ik geleerd van Lenie. En als ik niet helemaal begreep wat ze bedoelde, dan kwam ze het gewoon voordoen in mijn eigen les. Ze bleef zelfs even kijken hoe ik het nadeed. En dan knikte ze goedkeurend, zwaaide naar mij en de leerlingen en zei: “dag klas, ik ga weer terug naar mijn eigen lieverdjes”. Volgens mij hadden haar eigen lieverdjes niet eens gemerkt dat ze weg was…

Toen Lenie vertelde dat ze was aangenomen op een andere school, was ik eerst best teleurgesteld. Ook al vond ik het heel stoer dat ze op haar leeftijd nog had gesolliciteerd. En toen zei ze met een knipoog: “ze hebben nog een vacature, ik heb jouw naam doorgegeven.” Ze gaf me een briefje met een naam en een telefoonnummer. Dus zelfs mijn eerste vaste baan heb ik aan Lenie te danken :-). En toen we “echte” collega’s waren, leerde ik ook nog steeds iedere dag van haar.

Het allermooiste wat ik van Lenie heb geleerd, is de kunst van het afkijken. Een van de belangrijkste regels in haar klas was de volgende:  Je mag zoveel afkijken van je buurman of buurvrouw als je wilt, maar ik mag het niet zien! En dus keken de leerlingen zoveel mogelijk af, en heel soms betrapte ze iemand (voor de vorm), maar meestal deed ze of haar neus bloedde. “Heel belangrijk is dat, afkijken!”, zei Lenie altijd. “Je leert nergens zoveel van als van afkijken. Denk maar eens na: alles wat je ooit hebt afgekeken, weet je nog. Of niet soms?”

 

Wat is het belangrijkste voor een starter in het onderwijs?

Wat is het belangrijkste voor een starter in het onderwijs?
Als starter wordt er best veel van je gevraagd, zit je snel in de waan van de dag en word je misschien wel geleefd in een systeem vol ongeschreven regels.

Het kan dan best moeilijk zijn om je focus te houden bij de leerlingen. Volgens de schoonzus (een zijinstromende juf) van Lex Hupe

Lex april 2011

 

 

(Dit is Lex, kijk eens op zijn site!)

…zijn dit de 3 belangrijkste dingen als je net start in het onderwijs:

1. Geloof in de kinderen en hun kunnen. Ieder kind kan iets goed, maak ze daar van bewust zodat ze van daaruit (verder) kunnen bouwen aan hun zelfvertrouwen.

2. ​Wees​  wezenlijk geïnteresseerd in de kinderen, onthoud de dingen die ze zeggen omdat je dat wil, niet omdat je denkt dat het moet.

3. Wees open en eerlijk naar de kinderen.

Focus daar op.

Doe iedere dag iets waardoor je deze drie belangrijke  dingen onthoudt.
Want dit is waar het om gaat, waar alles mee begint:

verbinding maken met leerlingen.

Als je dat kunt en doet, dan kun jij een omgeving scheppen waar jouw leerlingen echt iets kunnen leren.