Tagarchief: les

Effectieve directe instructie: een stappenplan

Effectieve directe instructie: een stappenplan

Met passend onderwijs zijn we verplicht om onze instructies aan te passen op onze leerlingen. Dat is nog niet zo makkelijk. Daarom krijg je deze week een stappenplan om iedere willekeurige les effectief te kunnen geven.

Stap 1
Zorg ervoor dat alle regels, routines en procedures duidelijk zijn voor alle leerlingen. Wat moeten ze wanneer waar doen en in welke situatie? Dat scheelt enorm veel tijd; iedereen weet wat ie moet doen en daar is geen discussie over mogelijk.

Stap 2
Analyseer de handleiding van de methode die je gebruikt:
1. Kies de lesdoelen die jij wilt bereiken.
2. Kies de strategieën die jij de leerlingen wilt aanleren (die staan vaak niet duidelijk in de methodes).
3. Kies de oefenstof die de leerlingen moeten maken.

Stap 3
Ontwerp je les:
1. Het lesdoel duidelijk maken aan de leerlingen.
2. Het activeren van de voorkennis d.m.v. een gezamenlijke activiteit.
3. Geef instructie.
4. Oefen de vaardigheid met de leerlingen.
5. Leg uit waarom leerlingen dit moeten kunnen/ weten.
6. Uitleggen, voordoen, alles hardop benoemen.
7. Samen oefenen (begeleide inoefening).
8. Lesafsluiting (opdracht geven, controle, afzwaaier).
9. Verwerking door de leerlingen.

Stap 4
Geef je les, analyseer de opbrengsten en geef feedback aan de leerlingen over de opbrengsten. Geef hen onmiddellijk de kans om hun fouten te verbeteren tijdens een extra instructie.

Extra tips
1. Laat de leerlingen vragen stellen, denken en praten.
2. Let op dat jij zelf maar kort aan het woord bent.
3. Gebruik “Teach-technieken” om ervoor te zorgen dat iedereen actief meedoet.

Lees voor een uitgebreide handleiding het boek EDI van John Hollingsworth en Silvia Ybarra (Ned. bewerking: Marcel Schrmeier).
download-2

Vijf tips voor als het weer tegen zit

Vijf tips voor als het weer tegen zit

Je kent het wel:
1. Het is vrijdagmiddag. Of door de week het 8e of 9e uur.
2. Het lijkt alweer een eeuwigheid geleden sinds het vakantie was.
3. Je leerlingen zijn irritant druk. Of sloom.
Het gaat stormen. Of het onweert. Of het is gewoon warm. Leerlingegedrag heeft vaak met het weer te maken. Denk ik.
Heeft iemand al eens wetenschappelijk onderzoek gedaan naar het verband tussen weer en leerlinggedrag? Volgens mij kunnen we daar wel wat mee. Dus als je iemand kent… ik houd me aanbevolen voor het publiceren van de resultaten.
Je kunt natuurlijk proberen “gewoon” les te geven. De kans is groot dat je continu moet waarschuwen en dat de sfeer heel vervelend wordt. Ik heb het wel eens voor elkaar gekregen om er op zo’n vrijdagmiddag zeven leerlingen uit te sturen. Van de 23. (Niet verder vertellen; ik schaam me nog steeds diep.)

Daarom deze vijf tips.
Voor het voorkomen van situaties waar je je later voor schaamt.
1. Stop je les en geef een opdracht (met als het lukt hetzelfde lesdoel) die de leerlingen alleen of in kleine groepjes kunnen uitvoeren.
2. Zet een luisterboek op (of lees zelf voor) en geef de leerlingen een moeilijke kleurplaat om ondertussen (heel precies!) in te kleuren. Ja, óók in de bovenbouw van het VO en op het MBO.
3. Ga met je leerlingen naar buiten en maak een wandeling met een kijkopdracht.
4. Houd een quiz, ga bingoën of doe een ander spel met de hele klas.
5. Zorg in ieder geval voor een voorraad activiteiten en opdrachten voor die momenten waarop je wel les moet geven, maar het beter is voor iedereen om dat niet te doen.

Succes!

Mijn lesprogramma zit zo vol…

Mijn lesprogramma zit zo vol…

De laatste jaren hoor ik dat zo verschrikkelijk vaak van leraren: “Mijn lesprogramma zit zo vol, dat ik dat echt niet ook nog met mijn leerlingen kan doen”.
Veel leerlingen vallen dan uit op lezen of rekenen. Of er is veel ongewenst gedrag in de klas. Of er moet weer ergens aandacht aan besteed worden omdat het in de media aandacht heeft gekregen. Of de klas is continue druk, onrustig.
Ik hoor het ook vaak van leraren die groep 3 hebben. Of een mentorklas. Of een examenklas. Of een combinatiegroep. Of veel zorgleerlingen.
De druk van buiten de klas wordt steeds groter. Er komt van alles jouw school binnen, en jij hebt er maar mee te dealen. Alsof je nog niet genoeg te doen hebt.
Ik heb een paar vragen voor je: Wil je ook echt alles doen? Of voel je je verplicht om te doen wat “men” van jou verwacht? Heb je het gevoel dat je faalt als je niet alles doet wat op het programma staat voor die dag?

….. (bedenktijd)

Ik ga je hier niet vertellen wat jij moet doen. Ik ga je vertellen wat je zou kunnen doen. Je zou namelijk kunnen kiezen voor dat wat echt belangrijk is. En de rest laat je of breng je ergens anders onder.

Elf tips om te kunnen kiezen voor wat belangrijk is:
1. Kijk heel goed naar jouw klas en beslis waar jij de focus op wilt leggen. Kies daarvoor. Sta op voor jezelf en vooral voor jouw leerlingen.
2. Leerlingen moeten voldoende tijd krijgen om de basisvaardigheden te kunnen oefenen. Lezen, rekenen, schrijven, spellen… daar moet je meer tijd insteken dan er op de meeste lesroosters staat. Focus daar dus op.
3. Sociaal-emotionele ontwikkeling is net zo belangrijk. Heb je daar een methode voor? Bedenk dan voor jezelf op welke manier je de oefeningen uit die methode kunt gebruiken tijdens je andere lessen.
4. Lessen die je minder belangrijk vindt dan de rest (zoals verkeer of aardrijkskunde in de onderbouw) geef je op een andere manier: je verwerkt de doelen in kring- of klassengesprekken of in je creatieve lessen.
5. Zorg dat je de leerlijnen goed kent; zo kun je goed kiezen welke lessen in een methode je kunt overslaan en dan weet je ook waar je extra aandacht aan moet besteden.
6. Geef effectief les. Volg het Expliciete Directie Instructie Model en gebruik de technieken uit “Teach like a Champion”.
7. Praat minder. Verhalen vertellen moet, maar zorg dat al je instructies kort en bondig zijn.
8. Bedenk bij alles wat je extra moet: “wat gebeurt er als ik dit niet doe?”
9. Hoe gelukkiger de leerlingen zijn, hoe meer en hoe sneller ze leren. Een veilig klassenklimaat met veel structuur en duidelijkheid zorgt ervoor dat leerlingen gelukkig zijn. Zorg ervoor dat dat allereerst op orde is.
10. Jij bent degene die het verschil maakt voor de leerlingen. En jij weet het beste hoe je dat moet doen. Doe dat dus ook en laat je niet van de wijs brengen door anderen.
11. En als je jezelf bestempelt als perfectionist: vergeet het. Perfectie bestaat niet. Helaas.

Succes!

Alle ogen kijken naar jou!

Alle ogen kijken naar jou!

Als je les staat te geven, wil je dat iedereen oplet. Als je iets wilt vertellen in de klas, dan wil je dat iedereen naar je kijkt. En in sommige klassen gaat dat helemaal vanzelf. Je steekt je hand op en je hebt binnen enkele seconden de aandacht van alle leerlingen.
Maar er zijn ook klassen waar dat maar niet lijkt te lukken. Je hebt je hand opgestoken, of je vraagt om stilte en je wacht…
En je wacht…
En je wacht…
En de tijd tikt maar door.
En als je dan eindelijk de aandacht hebt van de klas en je doet je mond open om iets te zeggen… dan valt er een pen. Of dan gaat een spelbreker toch weer aan de klets met zijn buur. En dat alle andere leerlingen dan roepen tegen de spelbreker dat ie zijn mond moet houden…. Enzovoort.

Ik heb al verteld dat er moeilijk groepen zijn. Leerlingen in moeilijke groepen letten steeds op elkaar; ze zijn niet bezig met zichzelf of met jou.
Een van de manieren om daar verandering in te brengen is door ervoor te zorgen dat ze steeds met jou bezig zijn; steeds op jou letten. Alle ogen kijken naar jou.

Als leraar moet je heel voorspelbaar zijn. Je les moet altijd hetzelfde zijn opgebouwd. Routines en regelmaat zijn heel belangrijk. Maar om de aandacht te trekken, moet je absoluut onvoorspelbaar zijn. Verrassend. Onverwacht. Laat ze maar schrikken!

Als leraar ben je steracteur en top-goochelaar tegelijk. Maak er een show van, als jij voor de klas staat. Zorg ervoor dat ze alleen nog maar naar jou willen kijken, omdat ze nieuwsgierig zijn wat je nu weer gaat doen.

Hoe je dat kunt doen? 10 tips en technieken (met voorbeelden):
1. Verplaats je zelf in de rol van “de beste acteur van deze school”. Jij hebt de hoofdrol, de klas en jouw podium en je leerlingen zijn je publiek.
2. Oefen de routine “kijken naar de leraar”. Jij geeft een teken, je telt tot 3 en dan kijken alle ogen naar jou. Controleer of echt ieder kind kijkt. De twee leerlingen die nog niet kijken, kijk jij doordringend aan. Je neemt een overdreven ongeduldige houding aan en zeg “ik wacht nog op twee paar ogen”. Als iedereen kijkt, geef je een compliment.
3. Overdrijf. Maak alles groter dan het is. Maak je houding groot, gebruik je stem in afwisselende toonhoogtes en overdrijf ook wat de leerlingen doen. Als ze bijvoorbeeld onderuitgezakt zitten: “Ik zie verdorie 83 vuilniszakken in mijn klas zitten. Dat wordt een fijne rekening bij de fysiotherapeut voor jullie ouders.”
4. Zing een lied. Je vervangt de woorden door je eigen tekst: “…en wat jammer dat er niemand luistert want ik heb zo’n leuke les…”
5. Zeg keihard: “HO!” Echt zo hard dat iedereen schrikt. Doe dit zo weinig mogelijk.
6. Wandel door de klas terwijl je je verhaal houdt. Gebruik gebaren om je verhaal te ondersteunen.
7. Maak alles spannend. Zorg voor verrassingen in je les. Neem dingen mee, gebruik muziek, houd wedstrijdjes, maak bewegingen bij dat wat geleerd moet worden (grammatica, bewerkingen, hoofdsteden).
8. Zet speciale tekens (met of zonder tijd) op het digibord, bij voorkeur met beeld en geluid. Smeltende sneeuwmannen, honden die je bord schoonlikken, een korte animatie.
9. Maak er een wedstrijd van. Stopwatch bij de hand en jij houdt zeer regelmatig de tijd bij die het kost om stil te worden, tafels leeg te hebben, boeken uit te delen, et cetera. Zet een beloning in het vooruitzicht als de klas hun eigen tijd verbetert.
10. Goochel met aandacht. Maak bijvoorbeeld een grap van alles wat jou niet zint. Als een leerling een conflict met jou zoekt, maak je een grap tegen een andere leerling. Als een leerling niet luistert, geef je de andere leerlingen uitgebreid en persoonlijk een groot compliment voor wel luisteren. Overdrijf!

Dit zijn allemaal voorbeelden. Je moet zelf uitzoeken wat voor jou werkt in welke situatie en wat beslist niet. Bedenk veel variaties, schrijf ze op. Wissel alles af. Wordt heel onvoorspelbaar. Trek alle aandacht als een magneet jouw kant op.
Succes!

Een pot vol afsluiters voor aan het einde van jouw les

Een pot vol afsluiters voor aan het einde van jouw les

Je weet dat het belangrijk is om je les goed af te sluiten. Maar het schiet er wel eens bij in. Je komt vaak tijd te kort, om wat voor reden dan ook.

Een goede afsluiter, die de leerlingen ook erg leuk vinden, zorgt ervoor dat je iedere les goed kunt eindigen. Juist omdat je leerlingen graag willen dat je je les goed afsluit.

Hoe kun je dat voor elkaar krijgen? Eigenlijk is het heel simpel.

  1. Je koopt een grote pot en zorgt voor een flinke stapel gekleurde briefjes.
  2. Je bedenkt zelf een stuk of vijf leuke afsluiters en die schrijf je op vijf gekleurde briefjes. Enkele voorbeelden:
    1. Een vrolijk kort filmpje.
    2. Een gekke energizer (bv. Grab The Finger).
    3. Steen-papier-schaar-tournooi (en de winnaar krijgt…).
    4. Jij als leraar zingt karaoke.
    5. Alle antwoorden van het te maken huiswerk.
    6. Toets met wisbordjes.
  3. Die vijf briefjes lees je voor en als de meeste leerlingen het een leuke afsluiter vinden, dan doe je ze in de pot.
  4. Je laat de leerlingen (alleen of in tweetallen) zelf ook nog ongeveer vijftien afsluiters bedenken en op gekleurde briefjes schrijven.
  5. De leerlingen mogen stemmen met hand opsteken: “in de pot” (of niet).
  6. Jij hebt een veto of ze echt in de pot komen (wees coulant…)
  7. En iedere les mag jij (of een leerling) een afsluiter uit de pot trekken.

Wedden dat je altijd voldoende tijd over hebt om je les goed af te sluiten?

Veel plezier!

Zeven tips voor een effectieve les

Zeven tips voor een effectieve les

1. Zorg dat je heel snel de namen van al je leerlingen kent. Gebruik naamstickers, sta bij de deur, maak contact!

2. Vertel bij alles wat en wanneer jij het wilt hebben! Vertel daarbij ook HOE men dat voor elkaar moet krijgen. Geef hele duidelijke instructies.
a) Qua gedrag.
b) Bij een opdracht die je geeft.

3. Zet bij alle lessen de stappen op het bord. Gebruik iedere les dezelfde stappenstructuur.
a) Binnenkomst & voorbereiding
b) Doel van de les
c) Welke middelen
d) Tijd
e) Wat te doen als….
f) Opruimen
g) Afsluiten

4. Voorkom het woord “NIET” in je taalgebruik.

5. Regels voor corrigeren:
a) Waarschuwen is onnodig. Negeren heeft een averechts effect. Ongewenst gedrag is gewoon onacceptabel. Grijp meteen in.
b) Doe je zachtjes/ non-verbaal, terloops, individueel (voorkom klassikaal). Complimenten geef je wel ten overstaan van de hele groep.
c) Vertel welk gedrag je van de leerling verwacht.
d) Discussies parkeer je: “Kom voor deze discussie even bij me na de les, voor nu wil ik dat je….”.

6. Leerlingen zijn kort van memorie. Dat betekent dat je alles ongeveer 7 keer moet herhalen voordat iets onthouden wordt.

7. Houdt de volgende tijdsindeling aan:
a) Binnenkomst en landing – 2,5 minuten
b) Vorige les, lesdoel en organisatie – 2,5 minuten
c) Begeleide instructie (incl. voordoen in stappen) – 5 à 10 minuten
d) Evt. verlengde instructie – 5 minuten
e) Zelfstandige verwerking (jij loopt een vaste ronde) – 30 minuten
f) Opruimen – 5 minuten
g) Afsluiten & afscheid – 2,5 minuten

Extra TIP: Gebruik veel humor! Heb plezier!

En toen was er een stagiaire

En toen was er een stagiaire

Ik heb het al best vaak gehoord. Je gaat invallen op een school. Alles is goed voorbereid. Lessen voor de hele dag zijn klaar en je hebt veel zin om aan de slag te gaan.
En toen was er een stagiaire…
Misschien ben je zelf nog stagiaire? Lees dan toch even door…

De volgende variaties heb ik al voorbij horen komen:
* De stagiaire heeft de hele dag al voorbereid. Ze ging ervan uit dat zij de dag mocht draaien en wist niet dat er een invaller zou komen.
* De stagiaire zit de hele dag achter in de klas en durft helemaal niets te doen of te zeggen.
* De stagiaire breekt hardop in bij alles wat de invaller zegt en doet en zegt dan (waar de leerlingen bij zijn): “bij hun eigen juf….”
* De stagiaire overstelpt de invaller met heel veel informatie; over de lesstof, de gang van zaken, de leerlingen… de invaller ziet door de bomen het bos niet meer.
* De stagiaire zegt dat ze de instructies van de invaller zal opvolgen, maar doet vervolgens iets heel anders.
Dit zijn voorbeelden die voor jou als invaller erg ondermijnend kunnen zijn; de dag verloopt niet lekker en ontaardt niet zelden in een uitputtingsslag.

Gelukkig gaat het meestal goed. Maar mocht je onverhoopt toch in een dergelijke situatie terecht komen, dan helpen de volgende tips:
1. Maak kennis met de stagiaire. Verbindt. Maak een praatje en vraag wat zij (of hij) van jou verwacht. Neem hier de tijd voor. En doe dit (als dat kan) buiten het zicht van de leerlingen.
2. Jij vertelt vervolgens wat jij van de stagiaire verwacht.
3. Je verdeelt de taken en maakt daarbij duidelijk dat jij te allen tijde (wettelijk) verantwoordelijk bent. En dat dat betekent dat jij bepaalt hoe de dag verloopt. En dat dat heel anders gaat dan bij de eigen juf (of meester).
4. Zodra de stagiaire iets anders doet, grijp je (vriendelijk) in. Maar in de meeste gevallen zal dit niet nodig zijn .
5. In de pauzes stel je vragen aan de stagiaire. Dat gaat dan over de dingen die jij wilt weten. Dat kan zijn over de leerlingen, de stagiaire zelf of de lesstof… maar nooit over de gang van zaken, want die bepaal jij.
6. Op het eind van de dag praat je na met de stagiaire en bedank je hem of haar.
7. Succes! En veel plezier met de stagiaire!

De zeven tips van Juf Luca

De zeven tips van Juf Luca

Als je voor de klas staat is het belangrijk om goed voor jezelf te zorgen. Als je goed voor jezelf zorgt, zorg je ook goed voor je leerlingen. Je leerlingen worden daar blij van en blije leerlingen leren beter. Daarom vandaag: de zeven tips van Juf Luca.

1. Beweeg. Loop door de klas als je instructie geeft. Je ziet dan ook meteen welke leerlingen jou volgen en dan mag je aannemen dat ze opletten en luisteren naar wat jij te zeggen hebt. Laat ook je leerlingen bewegen.
2. Ontspan. Neem regelmatig een moment om met je leerlingen te ontspannen. Het is ook een goede methode om leerlingen weer rustig te krijgen na de pauze of een hectische activiteit. Zet een rustig muziekje op, ga allemaal even “slapen”, mediteren of doe een yogaoefening.
3. Laat los. Er zijn dingen waar je je druk om kunt maken maar waar je geen invloed op hebt. Parkeer die zaken achter je. Doe dat consequent de hele dag door; laat je werk daar waar het hoort: op school.
4. Drink. Zorg ervoor dat je de hele dag iets te drinken op je bureau hebt staan. Water, thee, koffie… Maak een leerling verantwoordelijk voor jouw “watervoorziening”; zet desnoods een waterkoker en/of Senseo apparaat in je lokaal.
5. Filter. Geef alle informatie die je de hele dag binnen krijgt meteen een plek. Veel dingen die je te horen krijgt zijn niet persoonlijk voor jou bedoeld, maar horen bij de ander. Brutale opmerkingen, afwijzingen, weigeringen; ze horen bij het leven en bij de communicatie tussen mensen. Parkeer ze buiten jouzelf.
6. Evalueer. Bedenk na iedere les waar je tevreden over bent en schrijf op hoe je het gedaan hebt; zo zorg je ervoor dat je het de volgende les weer zo doet.
7. Lach. Maak grapjes met de leerlingen of vertel een mop. Als je lacht ben je blij, geef je beter les en zullen de leerlingen ook meer van je leren.

Veel plezier!

Durf te Kiezen!

Durf te kiezen!

Onzekerheid in de klas… ik ken het ook….
– Dat je een vraag stelt aan een leerling en vervolgens een grote mond krijgt.
– Dat je denkt dat je je les goed hebt voorbereid, maar wat klaar ligt klopt niet met de inhoud van je les.
– Dat je de leerlingen eindelijk stil aan het werk hebt en er vliegt een wesp door het raam naar binnen.
– Dat je collega een denigrerende opmerking maakt waarvan je vermoedt dat het niet als grapje bedoeld is.
Van die momenten waarop de grond onder je voeten lijkt te verdwijnen, je knieën beginnen te knikken en je stem begint te trillen.

Maar weet je, je kunt die momenten omkeren. Door de juiste keuze te maken. De keuze om je zelfvertrouwen terug te pakken. En dat is redelijk simpel:
1. Je haalt diep adem.
2. Je zet je voeten stevig op de grond.
3. Je zegt tegen jezelf: “laat ze maar kletsen, ik ben gewoon een goede leraar”.
En vervolgens los je je probleem op.
– Je vertelt die leerling dat je niet gediend bent van een grote mond en je geeft hem de keus: opnieuw antwoord geven of vertrekken (cq. strafregels schrijven, cq nablijven, enzovoort). Accepteer geen weerwoord.
– Je vertelt de leerlingen dat het verkeerde klaar ligt. Je past je les aan door te kiezen tussen a) het mondeling vervolgen van je les of b) het materiaal uit te delen en daar mee verder te gaan. Geen discussie!
– Je laat de leerlingen even gillen en onderneemt vervolgens acties om de wesp te verwijderen cq. dood te (laten) meppen. Of je wacht tot ie vanzelf verdwijnt.
– Je zegt tegen je collega dat je schrikt van die opmerking en je vraagt wat hij of zij daar mee bedoelt. Of je haalt je schouders op en loopt weg.

Wat je ook doet: KIES! Kies die actie die voor jou het beste voelt. Dat ben je waard, als leraar!

Vijf tips voor een succes-les!

Vijf tips voor een succes-les!

Soms gaat een les precies zoals je hem hebt bedacht:
1. Je denkt aan alles
2. Alles ligt klaar op de goede plek
3. De leerlingen zijn betrokken
4. Je hebt voldoende tijd
5. De sfeer is de klas is heel goed
6. De leerlingen hebben aan het eind van de les geleerd wat jij ze wilde leren
7. De leerlingen zeggen dat ze het een leuke les vonden
Dat geeft een goed gevoel. Maar weet je dan ook wat je precies allemaal deed en dacht, zodat het ook een goede les is geworden?

Het is heel makkelijk om jouw succes te wijten aan de omstandigheden:
1. De leerlingen hadden er zin in.
2. Het is een erg leerbare groep.
3. Alles stond heel duidelijk in de handleiding.
4. Het weer was prima.
5. Alles zat gewoon mee.
Je mag ook gewoon hardop zeggen: “Ik heb het goed gedaan!”

Het is redelijk simpel om dergelijke succeslessen vaker te geven. Vandaag Vijf Tips om dat mogelijk te maken:
1. Bedenk goed wanneer je de laatste keer een succes-les hebt gegeven en doe je ogen dicht. Visualiseer:
a. Hoe was jouw voorbereiding?
b. Wat deed je vlak voordat de les begon?
c. Wat deden de leerlingen?
d. Wat zei je en wat deed je precies waar de leerlingen om reageerden zoals jij dat had bedacht?
e. Hoe sloot je de les af?
f. Hoe gingen de leerlingen weg uit jouw les?
2. Roep het positieve gevoel op dat je toen had, zodra je een nieuwe les gaat voorbereiden.
3. Maak een stappenplan, zodat je overal aan denkt.
4. Bedenk een leuke lesopener, zodat de leerlingen meteen actief meedoen.
5. Zorg ook voor een goede afsluiter.
Veel plezier met je volgende succes-les. En laat me even weten hoe het ging!