Tagarchief: les

Durf te Kiezen!

Durf te kiezen!

Onzekerheid in de klas… ik ken het ook….
– Dat je een vraag stelt aan een leerling en vervolgens een grote mond krijgt.
– Dat je denkt dat je je les goed hebt voorbereid, maar wat klaar ligt klopt niet met de inhoud van je les.
– Dat je de leerlingen eindelijk stil aan het werk hebt en er vliegt een wesp door het raam naar binnen.
– Dat je collega een denigrerende opmerking maakt waarvan je vermoedt dat het niet als grapje bedoeld is.
Van die momenten waarop de grond onder je voeten lijkt te verdwijnen, je knieën beginnen te knikken en je stem begint te trillen.

Maar weet je, je kunt die momenten omkeren. Door de juiste keuze te maken. De keuze om je zelfvertrouwen terug te pakken. En dat is redelijk simpel:
1. Je haalt diep adem.
2. Je zet je voeten stevig op de grond.
3. Je zegt tegen jezelf: “laat ze maar kletsen, ik ben gewoon een goede leraar”.
En vervolgens los je je probleem op.
– Je vertelt die leerling dat je niet gediend bent van een grote mond en je geeft hem de keus: opnieuw antwoord geven of vertrekken (cq. strafregels schrijven, cq nablijven, enzovoort). Accepteer geen weerwoord.
– Je vertelt de leerlingen dat het verkeerde klaar ligt. Je past je les aan door te kiezen tussen a) het mondeling vervolgen van je les of b) het materiaal uit te delen en daar mee verder te gaan. Geen discussie!
– Je laat de leerlingen even gillen en onderneemt vervolgens acties om de wesp te verwijderen cq. dood te (laten) meppen. Of je wacht tot ie vanzelf verdwijnt.
– Je zegt tegen je collega dat je schrikt van die opmerking en je vraagt wat hij of zij daar mee bedoelt. Of je haalt je schouders op en loopt weg.

Wat je ook doet: KIES! Kies die actie die voor jou het beste voelt. Dat ben je waard, als leraar!

Vijf tips voor een succes-les!

Vijf tips voor een succes-les!

Soms gaat een les precies zoals je hem hebt bedacht:
1. Je denkt aan alles
2. Alles ligt klaar op de goede plek
3. De leerlingen zijn betrokken
4. Je hebt voldoende tijd
5. De sfeer is de klas is heel goed
6. De leerlingen hebben aan het eind van de les geleerd wat jij ze wilde leren
7. De leerlingen zeggen dat ze het een leuke les vonden
Dat geeft een goed gevoel. Maar weet je dan ook wat je precies allemaal deed en dacht, zodat het ook een goede les is geworden?

Het is heel makkelijk om jouw succes te wijten aan de omstandigheden:
1. De leerlingen hadden er zin in.
2. Het is een erg leerbare groep.
3. Alles stond heel duidelijk in de handleiding.
4. Het weer was prima.
5. Alles zat gewoon mee.
Je mag ook gewoon hardop zeggen: “Ik heb het goed gedaan!”

Het is redelijk simpel om dergelijke succeslessen vaker te geven. Vandaag Vijf Tips om dat mogelijk te maken:
1. Bedenk goed wanneer je de laatste keer een succes-les hebt gegeven en doe je ogen dicht. Visualiseer:
a. Hoe was jouw voorbereiding?
b. Wat deed je vlak voordat de les begon?
c. Wat deden de leerlingen?
d. Wat zei je en wat deed je precies waar de leerlingen om reageerden zoals jij dat had bedacht?
e. Hoe sloot je de les af?
f. Hoe gingen de leerlingen weg uit jouw les?
2. Roep het positieve gevoel op dat je toen had, zodra je een nieuwe les gaat voorbereiden.
3. Maak een stappenplan, zodat je overal aan denkt.
4. Bedenk een leuke lesopener, zodat de leerlingen meteen actief meedoen.
5. Zorg ook voor een goede afsluiter.
Veel plezier met je volgende succes-les. En laat me even weten hoe het ging!

Pak de orde terug in vijf stappen

Pak de orde terug in vijf stappen

Het is mij best wel vaak gebeurd. Dat ik een klas heb waar het wel aardig loopt. Er zitten wel wat stoorzenders tussen de lieverdjes van leerlingen, maar die weet ik over het algemeen best in het gareel te houden. Meestal gaat het prima met mijn orde in de klas.

Maar dan gebeurt het. HET. Ik ben moe of sacherijnig of wat dan ook en in ieder geval niet alert. En ik reageer verkeerd op een leerling. Ik maak een verkeerde opmerking, kijk de verkeerde kant op, of mijn hele houding is gewoon FOUT. En ik voel de orde als zand tussen mijn vingers wegglijden.

Ik probeer dan nog krampachtig te redden wat er te redden valt, maar meestal lukt het niet, is het een kwestie van de les uitzitten en volgende les opnieuw proberen. Het fijne is dat dat ook lukt, omdat leerlingen je altijd weer een nieuwe kans geven. En als je dan zelf alert bent (en uitgeslapen en vrolijk) dan is het net alsof die vorige les nooit geweest is.

Eén keer deed ik iets compleet anders dan anders. En dat werkte echt supersnel; ik had de orde binnen no time terug. Ik heb er vijf stappen van gemaakt die ik hier met jou deel:

1. Ik ging op een andere plek staan; achter in het lokaal en vroeg de leerlingen op zachte toon om hun spullen op te ruimen en even naar me te luisteren. Ik keek daar heel ernstig, bezorgd bij. Omdat ik iets onverwachts deed, luisterde iedereen redelijk snel. De leerlingen moesten zich omdraaien en waren daardoor met mij bezig en niet meer met elkaar.
2. Ik stond heel stevig in de grond. Ik haalde een paar keer diep adem en keek omhoog. Dat gaf me nieuwe energie. Ik keek alle leerlingen een voor een aan.
3. En ik bood mijn excuses aan voor het verstoren van de orde.
4. En ik stelde de leerlingen voor de keuze. Degenen die geen zin meer hadden in deze les mochten (in stilte) hun huiswerk gaan maken. Degenen die de les nog wel wilden volgen, mochten naar mij luisteren. Twee leerlingen wilden door met de les. De rest ging aan het werk. Ik had de orde terug. Binnen tien minuten deed iedereen weer mee met de les.
5. Na afloop bedankte ik de leerlingen voor hun coöperatie.

Maak hier je eigen variatie op; je eigen stappenplan.
1. Zorg voor (echte) afleiding.
2. Geef jezelf aarde en energie.
3. Bied je excuses aan.
4. Geef de leerlingen de keus. Wel een keus die als vanzelf stilte (en geen geloop door de klas) vereist.
5. Bedank je leerlingen, of geef ze een compliment.

Saaie les? Dit is de oplossing!

Saaie les? Dit is de oplossing!

Mijn zoon van 16 heeft de afgelopen maanden geen lessen aardrijkskunde gehad. Dat vond ik nogal onhandig, omdat hij daar volgend jaar examen in moet doen. Mijn zoon echter vond het prima, want dat waren toch een aantal “chill-uren” en bovendien kon hij ook nog eens een ochtend uitslapen.
Maar goed, de school heeft nu eindelijk een invaller gevonden tot de zomervakantie. Ik blij, maar mijn zoon niet. Niet vanwege de chill-uren en het uitslapen, maar omdat er door de mentor was verteld “dat dit echt een hele goede leraar is, en ook nog eens jong”. De verwachtingen waren dus hooggespannen. Maar: “Mama, die man is zooo saaai…”
Na enig doorvragen kwam ik er achter wat deze leraar “zooo saaai” maakt:
* Hij kijkt de leerlingen niet aan. Hij kijkt alleen naar de PowerPointpresentatie op het bord en leest deze op monotone toon voor.
* Als iemand zijn vinger opsteekt om iets te vragen, reageert de leraar met “Ja, wat is er?”. Het voelt voor de leerlingen alsof zij hem storen in zijn monoloog.
* Aan het eind van zijn monoloog wijst hij op de laatste pagina van zijn presentatie. Daar staat standaard dat de leerlingen de PowerPointpresentatie en het huiswerk voor de volgende les kunnen vinden op de website van de school.
* Vervolgens gaat hij zitten, gaat de bel en de leerlingen vertrekken.
En weet je? Ik vind het ook saai, als ik het zo hoor. Volgens mij kan dit beter.

Daarom: 5 tips om je lessen minder saai te maken:
1. Maak contact met je leerlingen. Heb belangstelling, sta bij de deur, kijk ze aan, geef ze een hand, stel vragen, maak grapjes, reageer enthousiast en geduldig. En neem ook weer netjes afscheid na je les.
2. Vertel over jezelf. Het hoeft niet waar te zijn wat je vertelt! Zorg ervoor dat leerlingen zich in jou kunnen herkennen, zich met jou kunnen verbinden.
3. Laat leerlingen meedenken over de les. Stel vragen zoals:
• Wie van jullie heeft wel eens meegemaakt dat…?
• Wie van jullie herkent dit ook?
• Wie van jullie denkt dat het heel moeilijk is om…?
4. Laat de leerlingen zelf oplossingen bedenken (alleen, in duo’s of groepjes) voor de leervragen die je stelt. Geef zelf ook oplossingen voor de leervragen, maar daag de leerlingen uit om zelf met andere oplossingen te komen en deze te delen.
5. En natuurlijk: zorg voor afwisseling. Let op je stemgebruik. Gebruik filmpjes, puzzels, interactie, energizers… alles om de energie hoog- en de leerlingen betrokken te houden. En huiswerk geef je alleen op als dat zinvol is. Vertel dan ook precies wat ze moeten doen, waar ze het kunnen vinden (en ja: het moet óók op het bord staan), en vooral: waarom het zinvol (en leuk) is om dit huiswerk te maken!

Heb jij zelf nog meer tips? Zet ze in het commentaarveld!

De Streepjesmeester

De Streepjesmeester

(vrij naar een verhaal van Bianca)

Er was eens een jongeman; Peter en Peter kwam stage lopen bij Hans. Hans had een bovenbouwklas in de Schilderswijk in Den Haag. Best pittig dus.
Peter had eigenlijk alleen nog maar les gegeven op scholen en in klassen waar de leerlingen het altijd leuk vonden als hij een dagje kwam. Maar nu moest Peter niet “een dagje” maar een lange periode aan de slag. Als LIO. Hij moest aan de bak. En dat viel niet mee.

Peters eerste lessen verliepen onrustig, maar hij was niet ontevreden. Hans had altijd flink de wind eronder. Als een leerling door de klas riep, zette Hans de naam op het bord met een streepje er achter. En vijf streepjes betekende strafregels schrijven. Er kwam zelden iemand voorbij de vier; dan moest het wel heel hard stormen.

Peter wilde het liefst zo snel mogelijk zelfstandig de klas gaan draaien. Hans bedacht dat dat helemaal geen slecht idee was, dus hij bereidde samen met Peter een woensdagochtend voor en wenste hem veel succes. “En je weet het. Als iemand zijn mond open doet, dan zet je een streepje achter zijn naam.”

Het eerste uur ging prima. Estafette lezen en dictee. Tijdens de rekenles werd het onrustig. Peter werd onzeker over een strategie in het boek. Iemand riep: “Meester Hans legt veel beter uit!”. Peter zette het eerste streepje. Daar kwam veel commentaar op. “Mag hij zijn mening niet geven?” “We wonen toch in een vrij land?” “Democratie Meester!” “Dictator!” Meester Dictator!”

En zo ging het maar door. Omdat Peter steeds streepjes aan het zetten was, zag hij niet meer wat er in de klas gebeurde. Iedereen riep door elkaar, leerlingen liepen door de klas. Een paar leerlingen hadden wel tien streepjes achter hun naam en het huilen stond Peter nader dan het lachen.

En toen werd het plotseling doodstil in de klas. Hans stond in de deuropening. Een van de meisjes had hem opgehaald uit de teamkamer, waar hij werkstukken zat na te kijken. En Hans herstelde de orde, ging achterin zitten en vertelde dat Meester Peter nu verder ging met de rekenles. En dat deed Peter. De ochtend kroop voorbij, maar achteraf was hij blij dat hij het gedaan had. Met Hans achterin groeide zijn zelfvertrouwen weer en ging het steeds beter.

Tijdens de nabespreking stak Hans de hand in eigen boezem. “Ik had je nooit het idee van de streepjes mogen opdringen. Dat is mijn systeem. Ik ben De Streepjesmeester. Jij moet je eigen manier vinden om orde te houden. En daar ga ik je mee helpen. Stap voor stap.”

En zo gebeurde het. En toen Meester Peter afscheid nam, vonden alle leerlingen het jammer dat hij wegging. Een paar meisjes huilden zelfs.

Als je in een nieuwe klas begint, is het belangrijk om met de leerlingen te bespreken wat jij belangrijk vindt en wat de leerlingen belangrijk vinden.

Regels. Routines. Afspraken. Welke overtredingen zijn er en wat zijn de consequenties van die overtredingen.

Welke beloningen zijn er te verdienen en wanneer krijg je die.

Als de leerlingen precies weten wat ze aan jou hebben, dan verdien je daar respect mee.

Als jij jouw grenzen duidelijk aangeeft en bewaakt, is het makkelijker om de orde te bewaren.

Een manier om dergelijke afspraken duidelijk in beeld te brengen, is door middel van het maken van een poster met Pictochart (en ja, dat is gratis).

download

Je kiest (een) onderwerp(en) en laat alle leerlingen daar zelf een poster van maken. Jij kunt bepalen wat erop komt, maar je kunt hen ook vragen om voorbeelden te maken ter inspiratie.

Het is hoe dan ook belangrijk dat je je leerlingen betrekt bij alle afspraken die gemaakt worden aan het begin, en dit is een leuke, beeldende manier.

Een wijze les

Een wijze les

Het verhaal van deze week kreeg ik in mijn schoot geworpen. Het is het verhaal van juf Tina, die aan de Pabo studeert. Ik deel het verhaal graag met jullie en ik hoop dat jullie willen reageren. Tina en ik zijn heel nieuwsgierig wat jullie ervan vinden, of jullie het herkennen en of jullie tips hebben voor andere Pabo-studenten.

 

Een wijze les van Juf Tina

Vandaag heb ik na een goed gesprek een waardevolle les geleerd: Het onderscheid maken tussen het betrokken zijn en grenzen stellen. Maar ook de connectie hier tussen zien.

Vanuit mezelf ben ik heel erg betrokken, een hele sterke eigenschap die zonder na te denken aanwezig is.. In mijn eerste stage van dit jaar is ook in mijn beoordeling geschreven: ‘jouw inlevingsvermogen is jouw kracht!’. Was zo blij dat ik een mentor had die verder keek dan het beoordelingsformulier! Heb mijn betrokkenheid toen ook echt in kunnen zetten in mijn stageklas. Waardoor ik heel veel kinderen weer vooruit kon helpen.

Grenzen stellen daarin tegen, is voor mij -als juf in opleiding- soms een behoorlijk struikelblok. Vooral ook om hier consequent in te blijven. Omdat ik daar steeds zo over na moet denken.. In eerste instantie reageer ik vanuit begrip. Ik wil niet steeds bij ieder klein dingetje ingrijpen, dat maakt de sfeer weer zo negatief. Probeer vooral dingen met positiviteit op te lossen. Afgelopen semester kreeg ik toch vaak de feedback om echt grenzen te stellen en consequent te blijven als ik voor de klas sta. Ik ben vaak veel te lief. Iedere keer begin ik goed door aan te geven wat ik verwacht, maar gedurende de dag glipt het me steeds door de vingers om consequent te blijven. Ergens gaf het mij geen goed gevoel om ‘streng’ te zijn.

Ik zeg ook wel eens tegen de kinderen: ‘Jammer dat ik zo vaak moet mopperen of dat ik boos moet worden tot het stil is.’ En dan probeer ik ze mee te laten denken hoe we het een volgende keer beter kunnen doen. Zodat er niet steeds gemopperd hoeft te worden. Maar ja, daar komt een stukje consequent zijn bij, zodat het dan ook echt een volgende keer op de besproken manier gaat. Heb de laatste weken soms (nog net niet met de handen in het haar) voor de klas gestaan met de gedachte: help, wat nu?! Uiteindelijk is de chaos in de klas dan net zo groot als de chaos in mijn hoofd.. En dan moet ik wel optreden als ‘juffrouw Bulstronk’ voordat het mis gaat. Helemaal niet mijn ding!

Vanmiddag kreeg ik op mijn stage te horen dat er nog niet voldoende verbetering in is gezien op pedagogisch gebied. En dat dat toch wel het belangrijkste is om te beheersen, wil ik een klas draaiende kunnen houden. Ik dacht echt: “ik kan het blijkbaar gewoon niet”. Heb ik zo mijn best gedaan om mezelf te ontwikkelen, voor mijn gevoel zoveel geprobeerd om het te verbeteren.. En dan waarschijnlijk voor de 2e keer een onvoldoende voor mijn stage.. Merkte dat ik een beetje moedeloos werd.

Tot dat gesprek van vanmiddag.. Het duurde even tot het bezonken was.. De persoon die ik aan de telefoon had, liet mij bedenken waarom grenzen gesteld worden? Na even nadenken kwam ik erop: -vertrouwen, -veiligheid, -zorgen dat ieder kind zichzelf kan zijn in de klas. En ga zo maar door. Omdat ik vanuit een ander perspectief naar grenzen keek, verdween het negatieve gevoel wat ik erbij had. Want ook grenzen zijn nodig om meer betrokken kunnen zijn bij de kinderen. Grenzen en betrokkenheid gaan hand in hand, ondanks de verschillen. Want als ik consequent ben en grenzen stel in de klas, dan weten de kinderen ook wat ze aan mij hebben, waardoor het vertrouwen en het veilige gevoel zullen groeien. En er wederzijdse betrokkenheid kan ontstaan.

Dus al haal ik dinsdag misschien een onvoldoende voor mijn stage, ik ben blij dat ik deze wijze les vandaag geleerd heb. Dinsdag bij mijn lesbezoek, hoop ik met het gevoel wat ik nu heb over grenzen, met meer zelfvertrouwen voor de klas te staan. En daardoor hoop ik ook mijn laatste stagedag positief af te kunnen sluiten. Wat het cijfer ook zal worden, ik denk maar zo: als iets niet meteen lukt, zegt dat niet dat ik het niet kan. En ik weet van mezelf dat ik mijn best heb gedaan. Heb echt ontzettend veel geleerd. En dit besef is voor mij misschien wel de waardevolste les van het afgelopen half jaar!

Het probleem van de rotklas

HET PROBLEEM VAN DE ROTKLAS

Vanmorgen was ik op een school. Op een hele gewone school voor Voortgezet Onderwijs, met hele gewone leerlingen en hele gewone leraren. Geen speciaal onderwijs, geen achterstandswijk; geen probleemschool. En toch was ik uitgenodigd om een groot probleem te helpen oplossen. Het probleem van de “rotklas”. Een tweede brugklas in dit geval. Je kent misschien ook wel zo’n klas.

Zo’n klas waar het al vanaf het begin van het schooljaar niet lekker loopt.
Zo’n klas waar de leerlingen continu een wedstrijd “wie durft vandaag de grootste rotopmerking te maken” lijken te houden.
Zo’n klas waar de hormonen je tegemoet vliegen zodra je de deur open doet.
Zo’n klas waar gecommuniceerd wordt door middel van blikken naar elkaar en kleine bewegingen.
Zo’n klas waar de mentor overspannen is afgevoerd en een jonge enthousiaste leraar het mag proberen.

En die jonge enthousiaste leraar riep tegen mij: “Kan ik het gewoon niet? Wat doe ik verkeerd?”

Doe jij dat ook altijd? Eerst de fout bij jezelf zoeken?
Terwijl je in de teamkamer al meerdere malen hebt gehoord: “Heb jij die rotklas? Pfff, nou succes. Of: dapper hoor!”

En nee, het ligt niet aan jou. Het is zo gegroeid. Aan het begin van het schooljaar is de groep niet op de juiste wijze begeleid en nu is het uit de hand gelopen. Er is een kans dat jij al de zoveelste invaller bent die het mag komen proberen.

Kees van Overveld zegt het heel goed in zijn boek Groepsplan Gedrag VO “Gedragproblemen zijn interactieproblemen”.
De leerlingen hebben geleerd op een manier met elkaar en naar anderen te communiceren die jij niet wenselijk vindt.
Deze “foute” manier van communiceren zit geheel in hun systeem. Ze kunnen niet meer anders.
Het is nu jouw taak, als invallende startende leraar, om deze leerlingen opnieuw te leren communiceren. Op de manier die jij wilt.

EN JA, DAT KAN!

Wat heb jij daarvoor nodig?

1. Een hele lange adem. Je zult heel lang, heel consequent moeten volhouden. Weken lang! Dat gaat je heel veel energie kosten, maar de aanhouder wint. Niet opgeven is het devies!
2. Steun van je duopartner (als je die hebt), je leidinggevende en de ouders. Vertel wat je gaat doen (en waarom) en vraag ze om je te helpen en te steunen.
3. Een stappenplan. En dat stappenplan krijg je van mij.
HET STAPPENPLAN:

1. Begin opnieuw met deze leerlingen. Spreek per les een of twee regels af en laat iedereen daarmee instemmen.

2. Leer elkaar opnieuw kennen. Mensen die elkaar kennen, die een relatie hebben, pesten elkaar niet. Doe kennismakingsspelen. Verbind. Geef zelf het goede voorbeeld.

3. Herhaal deze regels aan het begin van iedere les en maak duidelijk dat je de les stopt zodra iemand een van deze regels overtreedt. Doe dat ook, heel consequent, en vertel steeds waarom je de les hebt gestopt en wat je voor overtreding hebt gezien. Benoem gedrag en geen leerlingen.

4. Stel een beloning in het vooruitzicht als er geen regel overtreden wordt in deze les.

5. Geef heel veel compimenten en spreek bemoedigende woorden uit. “Het gaat al 5 minuten goed! Wat fijn!”

6. Je gaat niet in discussie. Je accepteert geen “ja, maar”. Je ben duidelijk en consequent. Je stelt geen vragen! Gewoon zeggen. Gewoon doen.

7. Leerlingen die de les verstoren spreek je niet door de klas heen aan. Je loopt erheen, je benoemt wat je ziet (het gedrag), vertelt wat je wel wilt zien en geeft de keus: “je doet xxxx (wat jij wilt dat de leerling doet), of je kiest xxxx (dat is dan de consequentie, zoals bijvoorbeeld strafregels schrijven en ouders worden gebeld).

8. Gebruik humor. Als de sfeer akelig wordt (en dat gaat gebeuren!), dan zeg je dat ook. Laat de “sfeer los” met z’n allen en begin weer opnieuw. Maak, zodra de situatie dat toelaat, een grapje. Behoud je goede humeur.

9. Volhouden!

10. Blij zijn met iedere les die goed gaat.

11. Zoek iemand waar je je ervaringen mee kan delen. Goed en slecht. Je moet een klankbord hebben, iemand waar je bij kunt spuien.

12. SUCCES!

N.B. Als jij ook zo’n klas hebt (en ik ben niet in de buurt): koop in ieder geval het boek “Groepsplan Gedrag” van Kees van Overveld. Er is een versie voor VO en een voor PO. Verkrijgbaar bij Uitgeverij Pica

Ben ik een goede leerkracht (of docent)?

Ben ik een goede leerkracht (of docent)?
Heb jij jezelf dat ooit afgevraagd?
Heb je ooit aan jezelf getwijfeld?
Ooit wakker gelegen op de laatste zondagnacht van de vakantie met een malend hoofd “kan ik het nog”?
Gedroomd dat het compleet uit de hand liep in een klas, met leerlingen die niet luisterden, vliegtuigjes, en grote rampen?
Ach ja… wie niet? Ik wel. Maar ik denk altijd… zolang ik kan blijven bijleren, ben ik een goede leerkracht (en docent). Denk jij dat ook?

De volgende vier dingen kunnen je helpen reflecteren als het even wat minder gaat:

1. Je maakt je eerste lessen te ingewikkeld. Je wilt teveel.
2. Je schiet in de verdediging als een leerling, ouder of collega kritiek op je heeft.
3. Je betrekt de ouders te laat bij schoolzaken die hun kind betreffen.
4. Je vraagt niet om hulp op het moment dat je eigenlijk wel hulp nodig hebt.