Tagarchief: leuk

Tien leuke quotes over onderwijs

Tien leuke quotes over onderwijs!

Gewoon… omdat het kan:-)

datamuur doel en methode failure gedrag happiness kampioen
label
loesje vakantie

Wat vind jij de leukste quote? Of de mooiste? Of de stomste?
Deel het in het commentaarveld!cf4fe21ae97eee7dc2a40a69ca407eed

Zeven energizers met een touw in de klas

Zeven energizers met een touw in de klas

Eigenlijk zou iedereen een (lang) touw in de klas moeten hebben. Niet om de leerlingen vast te binden, maar omdat een touw allerlei geweldige mogelijkheden heeft om in te zetten als werkvorm voor allerlei vakken.
En dan heb ik het zowel over sociaal emotionele ontwikkeling als over leervakken.

Ik zet er 7 neer, die je natuurlijk op allerlei manieren kunt aanpassen voor jouw leeftijdsgroep en voor het vak dat jij geeft.

1. Over de streep.
Je legt het touw in de lengte neer en vraagt de leerlingen aan een kant te gaan staan. Vervolgens geef je verschillende opdrachten, eventueel oplopend in “kwetsbaar durven opstellen”. Bijvoorbeeld van: “Als jij met losse handen durft te fietsen, dan stap je over de streep.” tot “Als jij een pestkop durft aan te spreken op zijn gedrag, dan stap je over de streep.”

2. Voorzetsels.
Je legt het touw in de lengte neer en vraagt de leerlingen aan een kant te gaan staan. Vervolgens geef je opdrachten: Ga staan (zitten, op een been enzovoort) -onder-op-naast-links van-rechts van-voor-en ga zo maar door- het touw.

3. Contact.
Je zit voor de klas en jij hebt de twee uiteinden van het touw in je handen. Het einde van de lus is bij een willekeurige leerling. Je geeft de klas de opdracht om ervoor te zorgen dat iedereen het touw met een hand vast heeft. Complicerende factoren zijn dat niemand van zijn plaats af mag (ook niet van zijn stoel) en dat het touw nergens mag kruisen. Ook mag er bij deze opdracht alleen stilzwijgend gecommuniceerd worden. Je maakt het moeilijker als je de opdracht geeft dat het touw bij iedereen op een vlakke hand moeten liggen; vastpakken mag dan niet.

4. Knoop.
Dit is het leukst met verschillende touwen (of nog moeilijker: wol). Je maakt net zoveel groepen als er touwen zijn. Alle touwen zijn enorm in de knoop en de opdracht is om met jouw groep het touw zo snel mogelijk te ontknopen. Je kunt dit met of zonder praten laten doen en je kunt er ook een wedstrijdelement in stoppen. Een leuke vervolgopdracht is om de groep het touw weer in de knoop te laten maken en weer door te laten geven aan een andere groep…

5. Vormen.
De leerlingen staan in een kring, het touw ligt (al dan niet in de knoop) in het midden. Vervolgens geef je de opdracht dat de hele groep binnen  (bijvoorbeeld) 10 seconden vormen moet maken met het touw: vierkant, cirkel, piramide, kubus, driehoek, parabool, enzovoort. Ook dit kan met en zonder overleg. Het wordt heel interessant als je (heel serieus) vormen gaat noemen die niet bestaan, maar wel een echte vorm lijken: “sommametrum”, of “vierkante grammo”.

6. De loop.
Speciaal voor aardrijkskundelessen: het touw vormt de loop van de rivier en de leerlingen beelden uit wat er met de rivier gebeurt. Hiermee kunnen termen als “meanderen”, “erosie”, “slibben”, enzovoort geoefend worden.

7. Kijken en meten.
Je legt het touw in de lengte neer en vraagt de leerlingen op het touw te gaan staan. Vervolgens geef je verschillende opdrachten waarbij de leerlingen op volgorde moeten gaan staan. Van groot naar klein, van dik naar dun, op schoenmaat, haarkleur, kleding, leeftijd, wonend op afstand van school, enzovoort. Hoe vager je de opdracht geeft, hoe meer ze moeten overleggen! Je kunt er met de stopwatch een tijdslimiet aan geven of een wedstrijd van maken door ze steeds sneller goed te laten staan.

Welke energizer voeg jij aan dit rijtje toe? Zet het in het commentaarveld!

Zeven onmisbare complimenten… en filosoferen met leerlingen!

Gastblog van Fabien van der Ham
Filosoferen met kinderen;  voor eens een ander kringgesprek
Filosoferen is een bijzondere manier om een (kring)gesprek invulling te geven. Het is zeer verrassend om met kinderen eens wat verder na te denken. Hun redeneringen zijn vaak ontroerend, origineel, creatief en ook verbazingwekkend slim. Filosoferen klinkt moeilijk maar het is vooral heel stimulerend, voor de taalontwikkeling, de morele ontwikkeling en de sociaal-emotionele ontwikkeling. Ook leren ze elkaar op een andere manier kennen en krijgen zo meer begrip voor elkaar. Ook jij als leerkracht leert de kinderen van een andere kant kennen. Je leert nu hoe ze denken in plaats van wat ze denken.

Hoe begeleid je dat dan, filosoferen?
De belangrijkste regel is: stel alleen vragen, geef geen antwoorden. De kinderen moeten zelf nadenken en zodra je als volwassene antwoorden geeft, stoppen de kinderen met denken.
Logisch want ze zijn op school en thuis gewend dat volwassenen hét antwoord geven.

Het is ook belangrijk om je nieuwsgierig op te stellen en een socratische houding aan te nemen. Dat betekent dat je je realiseert dat je zelf net zo min precies weet hoe het leven in elkaar steekt, dat je niet alle antwoorden paraat kunt hebben. Ga er bovendien van uit dat de kinderen jou ook aan het denken kunnen zetten. Kortom, neem ze serieus.

Hoe begin je dan zo’n gesprek?
Een filosofisch gesprek kan beginnen met alles wat aan het denken zet. Dat kan een verhaal zijn, een filmpje, een foto, een schilderij, een gedicht etc. Als het maar een soort verwarring teweeg brengt, een gedachte van hoe zit dat nu eigenlijk. Het mooiste is als de klas vanuit die ‘verwarring’ zelf een filosofische vraag bedenkt. Een filosofische vraag is een vraag waar niet één antwoord op te vinden is maar waar meerdere antwoorden mogelijk zijn.

Een praktijkvoorbeeld
Onderstaand gedicht kun je bijvoorbeeld gebruiken bij een gesprek over identiteit, hoe bijzonder is elk mens eigenlijk?

Uniek
Mijn moeder zegt:
Jij bent echt heel bijzonder
Mijn allergrootste wonder
Maar, mam, hoe kan het dan
Dat er van mij maar eentje is?
Want alles wat gelukt is, wordt steeds meer
Wordt nagemaakt steeds weer
Van knuffelbeer tot breedbeeld-tv
Van alles zijn er minstens twee

© Fabien van der Ham

Bij dit gedicht bedacht groep 7/8 van de Boerhaaveschool in Groningen de vraag ‘Kan er een kopie van jou zijn?’ en zij raakten bij het zoeken naar een antwoord haast in de knoop met hun gedachten zoals je in onderstaand fragment kunt lezen:
‘Eigenlijk kan het niet dat iemand precies hetzelfde als jou is.’
‘Er is altijd wel iets anders. Er zou wel iemand kunnen zijn die heel veel op mij lijkt maar bijvoorbeeld heb jij die moedervlek wel en zij niet.’
‘Ja, of een litteken of iets.’
‘Of een wijnvlek.’
‘Ik denk dat je nooit precies hetzelfde kunt zijn want kijk een kopie van mij zou ook op precies dezelfde plaats moeten hebben gewoond, want ik heb bijvoorbeeld in Nigeria gewoond. Dan zou diegene precies ook daar moeten hebben gewoond.’
‘Dan moet ‘ie hier zitten!’
‘Ja, kijk, als nou precies hetzelfde iemand daar bij de deur staat dan is ‘ie niet precies hetzelfde, want dan zit ‘ie ergens anders waar ik precies niet zit.’
‘Waarom zou een kopie precies op dezelfde plek moeten zitten als jou?’
‘Nou kijk, ik zit dus hier en die kopie moet gewoon precies hetzelfde zijn als ik en die moet precies als ik met deze pen dit doen, maar dat kan niet want ik heb precies die pen al.’

 Denkspieren
Uit dit fragment blijkt ook hoe mooi kinderen op eigen kracht kunnen redeneren. Je hoort de hersens haast kraken; hier worden denkspieren getraind. Wil je ook eens met de kinderen hun denkspieren trainen, op www.filosofiejuf.nl vind je meer inspiratie om te filosoferen met kinderen.

Fabien van der Ham

De 7 onmisbare complimenten die je iedere dag zou moeten uitdelen… aan leerlingen, collega’s en thuis!
1. Ik vind dat je er mooi (goed) uitziet!
2. Ik vind dat je dat goed gedaan hebt!
3. Ik vind dat geweldig! Kun je mij uitleggen hoe je dat gedaan (gemaakt) hebt?
4. Wow! Ik ben er stil van…
5. Ik ben heel erg trots op je!
6. Ik vind het onwijs knap dat je dat voor elkaar gekregen hebt.
… en deze is voor jezelf:
7. Ik heb het goed gedaan. Ik ben trots op mezelf.

Wees specifiek, persoonlijk en enthousiast!