Tagarchief: lokaal

Geef een hele goede les

Geef een hele goede les

De eerste weken van een nieuw schooljaar is het heel belangrijk dat je je lessen heel goed voorbereid. Iedere les die je geeft moet een hele goede les zijn.

Nu kun je natuurlijk zo’n ouderwets lesvoorbereidingsformulier gebruiken, maar die zijn meestal veel te lang en moeilijk te gebruiken in de praktijk. Daarom geef ik je een stappenplan waarmee je in 7 stappen je les kunt voorbereiden en geven. Je hoeft alleen maar de antwoorden op te schrijven.

  1. Waar gaat de les over? Wat is het thema, het onderwerp?
  2. Waarom moeten jouw leerlingen dit leren? Wat moeten ze weten en/ of kunnen aan het eind van deze les? Wat is het doel van jouw les?
  3. Welke stappen moeten de leerlingen nemen (wat moeten ze precies doen en in welke volgorde) om het doel te bereiken?
  4. Hoe ziet jouw instructie eruit? Welke stappen moet jij nemen om ervoor te zorgen dat alle leerlingen precies doen (in de juiste volgorde) wat ze moeten doen om het doel te bereiken?
  5. Hoe ga je ervoor zorgen dat alle leerlingen betrokken worden én blijven bij jouw les? Hoe houd je ze bij de les?
  6. Welke voorbeelden geef jij zodat de leerlingen (begeleid) kunnen oefenen en welke opdrachten moeten de leerlingen maken om zelfstandig te kunnen oefenen (verwerken en zelfstandig werken)? Welke huiswerk hoort daarbij?
  7. Hoe ga je toetsen of de leerlingen het doel bereikt hebben en wanneer ga je dat doen?

Het is hierbij ook heel belangrijk dat je steeds aangeeft hoe de leerlingen het moeten doen. Zet op het bord aan welke eisen het werk (zowel tijdens de instructie als tijdens de verwerking en het zelfstandig werk) moet voldoen. Denk hierbij aan tijd, netjes werken, samen of alleen, wanneer moet het af zijn, in stilte of in overleg, enzovoort. Zo zorg je ervoor dat iedere les een hele goede les is.

PS Haal de “flauwekulopdrachten” die de methode ook geeft eruit als ze niet tot het lesdoel leiden en vervang deze opdrachten door jouw eigen opdrachten die wél tot het doel leiden!

Ik wens je veel plezier met het geven van de beste lessen van het jaar!

Negen dingen die je niet moet vergeten aan het begin van het schooljaar

Negen dingen die je niet moet vergeten aan het begin van het schooljaar

De eerste dag, de eerste les, de eerste week….

De eerste schooldag is altijd spannend. Alles staat klaar. Je lokaal is schoon. Alle materialen liggen in de kasten. Je lesplannen zijn gekopieerd…. En ook jouw hoofd staat op scherp. Ik sliep altijd heel slecht, de laatste nacht voor de eerste schooldag. Heb jij dat ook? Ik kan nu natuurlijk tips gaan geven voor een goede nachtrust, maar eigenlijk is dat niet nodig. Die ene slechte nacht hoort er gewoon bij en na 3 dagen is het toch net alsof je nooit vakantie hebt gehad. De waan van de dag heeft je alweer overspoeld. Mocht je toch tips willen, luister dan naar een slaapmeditatie op YouTube. Succes verzekerd ;-).

Deze eerste blog van dit nieuwe schooljaar geef ik je tips voor de eerste dag, de eerste les en de eerste week. Drie per “eerste”. Volgens mij zijn dit de meest belangrijke zaken om aan het begin van een nieuw schooljaar de toon meteen goed neer te zetten. Ik ga het niet hebben over “de Gouden Weken”. Die kennen jullie al en zo niet; Google. Dus er komen ook geen kennismakingsspelletjes (ook Google) of inhoudelijke leerlijnen op sociaal emotioneel gebied. Alleen maar basis:

Negen dingen die je niet moet vergeten aan het begin van het schooljaar

De eerste dag:

  1. Neem je ruim de tijd om de regels en routines te bespreken.
  2. Observeer je heel goed hoe de leerlingen op elkaar reageren. Als dat positief is, dan kun je in een veilige sfeer nader kennismaken, grapjes maken en spelletjes doen. Als leerlingen negatief op elkaar reageren, dan houd je vast aan structuur, streng en duidelijk.
  3. Oefen je met de leerlingen alle routines die in jouw klas nodig zijn tijdens alle lessen. Spullen pakken, uitdelen, vragen stellen, opruimen, toilet/ water, naar en op de gang lopen, het lokaal inkomen,huiswerk, Alles wat jij  nodig vindt dat de leerlingen snel kunnen op een handige manier om jouw lessen soepel te laten verlopen.

De eerste les:

  1. Vertel je meteen wat jouw doel is voor de leerlingen voor dit schooljaar. Jouw eerste les is meteen de eerste stap om dat doel te bereiken. Jouw eerste les moet heel goed zijn.
  2. Maak je duidelijk hoe de structuur van jouw lessen verloopt. Hoeveel tijd er voor alles is en wat er van de leerlingen verwacht wordt. Zorg voor zichtbaar gedrag en zet alles op een poster.
  3. Oefen jij de namen van de leerlingen en zorg je dat je erachter komt wat iedere leerling typeert en leuk vindt. Dit is het begin van een goede relatie.

De eerste week:

  1. Grijp je meteen in zodra iemand de orde verstoort. Maak het groot maar houdt het buiten de persoon. Bespreek het algemeen.
  2. Evalueer je iedere les en iedere dag. Je benoemt alleen wat goed ging en je laat de leerlingen vertellen hoe het kwam dat het goed ging.
  3. Ben je heel erg enthousiast over de school, de leerlingen, de lessen, alles! Je zet zo een hele positieve sfeer neer waardoor de leerlingen zich verheugen op het hele schooljaar. Speel toneel. Lieg desnoods “ik ga jullie vertellen waarom grammatica zo leuk is!” Overdrijf.

Ik wens jullie allemaal een heel mooi en leuk schooljaar.

Mijn eerste jaar als leraar

Mijn eerste jaar als leraar: hier lees je het verhaal van de eerste winnaar van de schrijfwedstrijd. Het verhaal van JM.

Wat vooraf ging

Ik loop bloednerveus heen en weer tussen de auto en de school. Natuurlijk ben ik veel te vroeg. Want te laat zijn voor een proefles, dat is geen optie. Eindelijk kan ik de school ingaan zonder dat ze mij vragen om nog even te wachten op een stoeltje in de gang. Hoe de proefles verloopt? Ik kan het werkelijk niet zeggen. Alsof een ander de les gegeven heeft en ik in het publiek zat. Met bomen van kerels voor mij, waardoor ik de helft niet kon zien. Na de proefles sta ik een sigaret te roken met de directeur. ‘Maak je geen zorgen’, zegt hij. ‘Jij krijgt die baan wel.’

Mijn eerste dag als leraar

Ik kom uit een boerengebied en woon nog maar net in de grote stad. Ik fiets naar de wijk waar de school staat. Eigenlijk weet ik niks van deze buurt. Eind van de dag heb ik de betekenis van het woord ‘achterstandswijk’ geleerd.

Eén van de eerste mensen die ik ontmoet, heeft lang, dun haar. Dat haar zit gedraaid in een soort knot met een stokje erdoor. Het is een warme dag. Met een soort microvezeldoekje wrijft ze het zweet uit haar gezicht. Ik weet nog dat ik dacht: Wat een superschool, dat ze deze ruimte ook gebruiken als een soort sociale werkplek! Direct daarna stelt ze zich voor als mijn nieuwe collega en IB-er van de school. Eén van de laatste mensen die ik ontmoet is nu, naast mijn man en kinderen, een liefde van mijn leven. Die eerste ontmoeting, ze komt binnen met een gitaar in haar handen, haar blik open en oprecht, markeert het begin van een diepe vriendschap.

En dan mijn klas. Op en top ingericht. Alles tot in de puntjes voorbereid. Daar hebben wat uren zomervakantie ingezeten. Mijn domein. Ik sta bij de deur. Eén voor één druppelen de kinderen binnen. Namen onthouden is nooit mijn sterkste kant geweest. In dit geval blijkt namen correct uitspreken ook niet een kwaliteit te zijn die ik bezit. Arme Edah (spreek uit als Edda). Haar naam heb ik nog lang uitgesproken als de supermarktketen, die op elke straathoek in mijn oude omgeving te vinden was.

We beginnen met een kringgesprek. ‘Vertel over je vakantieavonturen’, zeg ik enthousiast. En avonturen krijg ik te horen! Een vader die al de hele vakantie vastzit. Hij was betrokken bij een gewelddadige beëindiging van iemands leven. ‘Het was zelfs op het nieuws!’ Een vader die ook is opgepakt. Gelukkig zat hij niet lang vast. De televisie die hij bovenop zijn schoonmoeder wilde gooien was per slot van rekening misgegooid. Toch wordt er ook wat geraakt vandaag. Tijdens het kringgesprek vliegt een baksteen door de ruit. Ik schrik buitensporig dramatisch. ‘Rustig blijven voor de kinderen’, zeg ik nog tegen mijzelf. ‘Jij hebt een voorbeeldfunctie.’  Maar de kinderen zijn rustig. Ze maken zich klaar voor de pauze.

Mijn eerste dag als leraar rook ik een sigaretje achter het fietsenhok. Natuurlijk wel nadat ik collega gevraagd heb om de pleinwacht over te nemen. Verantwoordelijk ben ik echt wel.

Als ik weer binnenkom,  zit de klas braaf te luisteren naar diegene die voor de klas staat. Maar wacht even…ik moet voor de klas staan! En ik sta er niet. Wie er wel staat, is de moeder van Annie. ‘Als één van jullie het in zijn rotkop haalt om mijn Annie te plagen, dan weet je nu met wie je dan te maken krijgt!’ klinkt het door de deur. Met die ouderbetrokkenheid zit het wel goed, denk ik bij mezelf.

We sluiten de dag af met een gymles. Dat betekent een loopje naar het gymlokaal vijf minuten verderop. Dan klinkt er een sirene. Een politieauto rijdt de stoep op en twee agenten lopen naar een huis. Ze kloppen op de deur en stormen naar binnen. Terwijl ik met verbazing en een behoorlijke dosis angst toekijk, lopen de kinderen zonder blikken of blozen door. ‘Drugsinval’, mompelt er één.

En nu 17 jaar later

Ik vind in een doos een klassenfoto van deze groep. Ik sta er als jong meisje tussen. Ik ben bijna niet te onderscheiden van de rest. Ik kijk terug op een geweldig eerste jaar. Wat heb ik veel geleerd! En wat heb ik veel geïnvesteerd! Avonden doorwerken, vakanties op school, werken aan en in je klas met Wimbledon op de achtergrond. En wat heb ik er veel voor gekregen. Liefdevolle kinderen die allemaal willen leren. Ouders, met soms andere belangen en interesses, maar met hart voor hun kind. Collega’s met wie ik veel heb kunnen sparren, proberen en ontdekken. En waar ik vooral mee heb kunnen lachen.

Die sigaret is inmiddels al lang verdwenen. Maar de warme herinnering gloeit nog steeds na!

Het was ook in deze klas, dat ik een taalles gaf die ging over beroepen. Halverwege steekt één leerling haar vinger op en vraagt: ‘Juf, wat voor werk doe jij eigenlijk?’

JM

Twee klassen in een klas

Twee klassen in een klas

De griepgolf heeft enorm toegeslagen afgelopen winter. Ik weet niet hoe het bij jullie ging, maar wij moesten echt enorm ons best doen om vervangers te vinden. Op sommige scholen lukte dat niet en moesten klassen samengevoegd worden, zodat de leerlingen niet naar huis gestuurd hoefden te worden. Twee klassen in een klas…

Op zich kan dat natuurlijk best wel: twee klassen in een klas. En zeker als de leerlingen van de andere klas jou goed kennen is het misschien best een goede oplossing. Maar hoe pak je dat nu aan? Ik heb een stappenplan voor je.

  1. Maak ruimte in je lokaal. Schuif met stoelen en tafels, zet desnoods tijdelijk kasten op de gang. Ruimte is noodzakelijk.
  2. Stel duidelijke afspraken op. Misschien zijn die wel anders dan normaal, dat kun je uitleggen. Maar zet ze op papier.
  3. Maak een afwijkend dagrooster, waarin je korte lesblokken van 30 minuten maakt, met een korte instructie, enkelvoudige opdrachten bij Zelfstandig Werk en met gezamenlijke les-overgangen en ijkpunten.
  4. De volgende zaken zijn belangrijk:
    1. Herhaal de afwijkende afspraken regelmatig.
    2. Plan ook activiteiten én rustpunten in met beide groepen tegelijk.
    3. Oefen de routines, zeker als er naar het andere lokaal gelopen moet worden.
    4. Speel extra buiten of doe extra energizers tussendoor.
  5. Als je de dag na afloop met alle leerlingen evalueert, vraag dan alleen naar de dingen die heel goed gingen.
  6. Geef regelmatig pluimen aan de leerlingen als ze goed bezig zijn. Vooral aan die leerlingen voor wie verandering moeilijk is.
  7. Neem de tijd. Doe veel minder dan op het oorspronkelijke rooster staat. Kies met zorg je prioriteiten.

Kies ook met zorg de groepen uit die samengevoegd moeten worden. Misschien lijkt de boven- of onderliggende groep de beste keus, maar je kunt ook kiezen op basis van ligging in het gebouw of twee groepen samenvoegen die qua leeftijd ver uit elkaar liggen (groep 1-2  met groep 7). Korten: weeg alle voor- en nadelen tegen elkaar af, denk er over na (laat je niet opjagen) en zorg dat je bewust kiest.

Vijf tips voor een rustig Sinterklaasfeest in de klas.

Vijf tips voor een rustig Sinterklaasfeest in de klas.

Jawel… hij is er. De Sint en zijn Pieten. En natuurlijk ga je daar op 5 december aandacht aan besteden… dat kan niet anders.
Alle kinderen zijn druk, of ze nu nog geloven of niet, of ze het vieren of niet… Het Sinterklaasfeest brengt gewoon onrust met zich mee, wat voor weer het ook is.
Ik ben er een groot voorstander van om de dag rustig te laten verlopen. Dat is prettig voor jezelf, het scheelt een hoop rotzooi in je lokaal en je komt zelf niet geheel uitgeput thuis.

Daarom krijg je van mij vijf tips voor een rustig Sinterklaasfeest in de klas:

  1. Zet het programma van de dag op papier (of op het bord) met de tijden erbij. Dan weet iedereen waar ie aan toe is en is de spanning (en daarmee de onrust) minder groot.
  2. Laat de dag op dezelfde manier beginnen als altijd. Als je altijd met een begintaak start, doe dat nu dan ook maar zorg voor een Sintopdracht. Begin je in de kring? Nu ook.
  3. Hang een lijst op met alle liedjes die gezongen kunnen worden. Wissel activiteiten af met een lied en streep iedere keer het gezongen liedje door. Daarmee voorkom je een eindeloze herhaling van “Sinterklaas Kapoentje”.
  4. Zorg ervoor dat leerlingen met speciaal gedrag (bv. ASS) van te voren alles weten. Neem het programma met ze door en zorg ervoor dat ze ergens heen kunnen om even bij te komen van de drukte. Bijvoorbeeld op een “hier-word-ik-rustig-stoel”.
  5. Bouw rustmomenten in waarop je de leerlingen even in stilte iets voor zichzelf laat doen. Lezen of tekenen is vaak een prettige bezigheid.

Ik wens jou en jouw leerlingen een rustig Sinterklaasfeest toe!

Wil je de SterkNieuws nu verder lezen? Klik dan hier.

Een nieuw schooljaar, een nieuwe start

Een nieuw schooljaar, een nieuwe start

We zijn er allemaal weer. Misschien begin je volgende week pas, maar ook dan denk ik dat je in je hoofd al bezig bent met school, leerlingen, je lokaal…. En niet te vergeten je collega’s. Om je lekker op weg te helpen, krijg je van mij 10 tips om het schooljaar goed te beginnen. En ja… als je al begonnen bent, dan helpen deze tips ook nog!

1. Neem de tijd om te acclimatiseren. Praat lekker met iedereen bij, kijk eens goed om je heen en stel alles uit dat niet meteen hoeft.

2. Bedenk even in welke valkuilen je vorig schooljaar getrapt bent en maak een lijst van 10 goede voornemens voor dit schooljaar. Hang die lijst in je klas of aan de binnenkant van de deur van je locker. Check iedere week of je je er nog aan houdt. (En ja hoor, aanpassen mag…)

3. Gooi alle e-mails weg die onbelangrijker zijn dan “dringend”.

4. Start in een heerlijk leeg, opgeruimd lokaal. Begin eens met (bijna) kale muren. Er komt nog genoeg aan de muur.

5. Kijk of je ergens een krijtbord op de kop kan tikken en laat dat door een ander ophangen. Op je digibord kom je altijd ruimte te kort en een krijtbord is in PO onmisbaar voor echt goede schrijflessen.

6. Bedenk nog eens dat multitasken slecht is voor je gezondheid. Doe dus één ding tegelijk en stel prioriteiten.

7. Verzamel liedjes, filmpjes, quotes en moppen zodat je altijd iets hebt waar je om kunt lachen. Ook met de leerlingen. Humor is onmisbaar voor ons leraren.

8. Als je geen eigen lokaal hebt: zorg ervoor dat je je thuis voelt in ieder lokaal waar je lesgeeft. Zet een plantjes neer, hang een poster(tje) op… maakt niet uit.

9. Bedenk welke mooie herinnering van afgelopen vakantie je het hele jaar mee wilt dragen. Een foto of voorwerp kan het je helpen onthouden.

10. Have fun! Heb plezier! Lach! Geniet!

Ruim alsjeblieft je lokaal op!

Ruim alsjeblieft je lokaal op!

Afgelopen week ben ik in veertien verschillende klaslokalen geweest. En in elf daarvan schrok ik van de enorme puinhoop die ik daar aantrof. Puinhoop in de zin van: Spullen. Spullen met een hoofdletter. Wel gezellig, maar ook erg prikkelend.
Lokalen vol opgestapelde boxen en dozen – soms tot aan het plafond, volle vensterbanken, uitpuilende kasten, rommelige bureaus en vooral: volle tafels van leerlingen. Vol met bakjes, plantjes, flesjes, rommeltje en dingetjes.
Lokalen waar ik spontaan ADHD van kreeg zodra ik om me heen keek en de prikkels over me heen liet komen. Het verbaasde me niet dat er in iedere klas meer dan twee leerlingen met een studybuddy zaten. Ik zou er ook een willen als ik in zo’n lokaal les zou krijgen.
Ik kwam in die veertien lokalen om juffen te helpen. Invallende juffen, die moeite hadden met het houden van orde. In hele onrustige klassen. Bij leerlingen die steeds aan het rommelen en kletsen waren. Zoveel onrust. Niet makkelijk te hanteren voor een invaller.
De eigen juf of meester redt het meestal wel, omdat er een band is ontstaan. De eigen juf of meester zegt het zelf ook: “het is wel een hele drukke klas hoor…”. En de invaller is ten einde raad: “ze luisteren niet, ik kan het niet…”. En de eigen juf of meester komt terug en treft een puinhoop aan. Die invallers ruimen ook nooit op…”.
Weet je? Ik snap het wel. Een lokaal is toch een soort huiskamer en je wilt dat het daar gezellig is. Maar ik adviseer je om toch eens anders naar je klas en je lokaal te kijken. En vooral: op te ruimen. Leeg te maken. Ongezellig? Dat hoeft niet. Er zijn andere manieren om leerlingen zich thuis te laten voelen, zonder overprikkeld te worden. Dus alsjeblieft, ruim je lokaal op…

1. Zorg dat alle tafels leeg zijn tijdens de instructie. Echt LEEG! Zonder IETS. Dus ook geen pen of plantje of flesje. Leeg is leeg.
2. De volgende stap is het pakken van dat wat echt WEL nodig is. Doe dat in stappen!
3. Gooi eens vaker wat weg.
4. Zet kasten op de gang, als je je spullen niet kwijt kunt.
5. Hang planken (hoog!) op om spullen op te zetten.
6. Verf je muren in plaats van alles vol te hangen.
7. Zorg voor een of twee muren met plek voor een of twee instructieposters en verwissel die regelmatig.
8. Zorg voor een plek met werk van de leerlingen en verwissel die regelmatig.
9. Maak deuren in open kasten, of hang er een (effen) gordijn voor.
10. Houd je lokaal opgeruimd. Maak leerlingen medeverantwoordelijk.

Succes!

Alle ogen kijken naar jou!

Alle ogen kijken naar jou!

Als je les staat te geven, wil je dat iedereen oplet. Als je iets wilt vertellen in de klas, dan wil je dat iedereen naar je kijkt. En in sommige klassen gaat dat helemaal vanzelf. Je steekt je hand op en je hebt binnen enkele seconden de aandacht van alle leerlingen.
Maar er zijn ook klassen waar dat maar niet lijkt te lukken. Je hebt je hand opgestoken, of je vraagt om stilte en je wacht…
En je wacht…
En je wacht…
En de tijd tikt maar door.
En als je dan eindelijk de aandacht hebt van de klas en je doet je mond open om iets te zeggen… dan valt er een pen. Of dan gaat een spelbreker toch weer aan de klets met zijn buur. En dat alle andere leerlingen dan roepen tegen de spelbreker dat ie zijn mond moet houden…. Enzovoort.

Ik heb al verteld dat er moeilijk groepen zijn. Leerlingen in moeilijke groepen letten steeds op elkaar; ze zijn niet bezig met zichzelf of met jou.
Een van de manieren om daar verandering in te brengen is door ervoor te zorgen dat ze steeds met jou bezig zijn; steeds op jou letten. Alle ogen kijken naar jou.

Als leraar moet je heel voorspelbaar zijn. Je les moet altijd hetzelfde zijn opgebouwd. Routines en regelmaat zijn heel belangrijk. Maar om de aandacht te trekken, moet je absoluut onvoorspelbaar zijn. Verrassend. Onverwacht. Laat ze maar schrikken!

Als leraar ben je steracteur en top-goochelaar tegelijk. Maak er een show van, als jij voor de klas staat. Zorg ervoor dat ze alleen nog maar naar jou willen kijken, omdat ze nieuwsgierig zijn wat je nu weer gaat doen.

Hoe je dat kunt doen? 10 tips en technieken (met voorbeelden):
1. Verplaats je zelf in de rol van “de beste acteur van deze school”. Jij hebt de hoofdrol, de klas en jouw podium en je leerlingen zijn je publiek.
2. Oefen de routine “kijken naar de leraar”. Jij geeft een teken, je telt tot 3 en dan kijken alle ogen naar jou. Controleer of echt ieder kind kijkt. De twee leerlingen die nog niet kijken, kijk jij doordringend aan. Je neemt een overdreven ongeduldige houding aan en zeg “ik wacht nog op twee paar ogen”. Als iedereen kijkt, geef je een compliment.
3. Overdrijf. Maak alles groter dan het is. Maak je houding groot, gebruik je stem in afwisselende toonhoogtes en overdrijf ook wat de leerlingen doen. Als ze bijvoorbeeld onderuitgezakt zitten: “Ik zie verdorie 83 vuilniszakken in mijn klas zitten. Dat wordt een fijne rekening bij de fysiotherapeut voor jullie ouders.”
4. Zing een lied. Je vervangt de woorden door je eigen tekst: “…en wat jammer dat er niemand luistert want ik heb zo’n leuke les…”
5. Zeg keihard: “HO!” Echt zo hard dat iedereen schrikt. Doe dit zo weinig mogelijk.
6. Wandel door de klas terwijl je je verhaal houdt. Gebruik gebaren om je verhaal te ondersteunen.
7. Maak alles spannend. Zorg voor verrassingen in je les. Neem dingen mee, gebruik muziek, houd wedstrijdjes, maak bewegingen bij dat wat geleerd moet worden (grammatica, bewerkingen, hoofdsteden).
8. Zet speciale tekens (met of zonder tijd) op het digibord, bij voorkeur met beeld en geluid. Smeltende sneeuwmannen, honden die je bord schoonlikken, een korte animatie.
9. Maak er een wedstrijd van. Stopwatch bij de hand en jij houdt zeer regelmatig de tijd bij die het kost om stil te worden, tafels leeg te hebben, boeken uit te delen, et cetera. Zet een beloning in het vooruitzicht als de klas hun eigen tijd verbetert.
10. Goochel met aandacht. Maak bijvoorbeeld een grap van alles wat jou niet zint. Als een leerling een conflict met jou zoekt, maak je een grap tegen een andere leerling. Als een leerling niet luistert, geef je de andere leerlingen uitgebreid en persoonlijk een groot compliment voor wel luisteren. Overdrijf!

Dit zijn allemaal voorbeelden. Je moet zelf uitzoeken wat voor jou werkt in welke situatie en wat beslist niet. Bedenk veel variaties, schrijf ze op. Wissel alles af. Wordt heel onvoorspelbaar. Trek alle aandacht als een magneet jouw kant op.
Succes!

Doe mee met de grote digibord test!

Doe mee met de grote digibord test!

Heerlijk hè, zo’n digibord. Ik vind het echt een van de meest fijne uitvindingen van de laatste jaren:
* Je kunt er filmpjes en plaatjes op laten zien.
* Je kunt steeds de achtergrond kiezen die jij nodig hebt (regels, ruiten, leeg).
* Je heb alle mogelijke tools en andere handige dingen (zandlopers, verjaardagstaarten, afstanden, karaoke, enzovoort).
Maar het meest blij was ik toch wel met de “schrijflettertoepassing”. Je typt het woord op je toetsenbord en hetzelfde woord verschijnt in perfecte schrijfletters op het digibord! En ook nog eens precies tussen de lijntjes! Voor iemand die drie maal is gezakt voor het vak “bordschrijven” op de Pabo (zoals ik…) is dat echt heel fijn.

Nu sta ik zelf nog maar weinig voor de klas, maar ik zit wel heel vaak achter in een klas. En er valt me dan wel erg vaak hetzelfde op:

• Het zicht op het bord is echt heel slecht op sommige plekken in het lokaal. Dat heeft soms te maken met zonlicht (tegenlicht) en soms ook met de verlichting in het lokaal. Filmpjes, ondertitels… alles wordt “flitserig” en veel te wit.

• Er staan vaak dingen geschreven op het whiteboard. Stift schrijft echter aanmerkelijk kleiner dan een krijtje… het programma van de dag is meestal onleesbaar. Ik vraag dan aan een leerling wat er staat, maar die kan het ook niet lezen. Het ligt dus echt niet aan mijn slechte ogen.

• Leerlingen melden dus vaak niet dat het bord onleesbaar is. Dat doen ze wel als er een som wordt uitgelegd, maar niet als er naar een filmpje gekeken wordt of als het om de informatie op een van de whiteboards gaat.

Dus eigenlijk… ik snap nu wel waarom het oude schoolbord donker was en krijtjes wit; het zicht vanuit alle hoeken in het lokaal was aanmerkelijk beter. Betekent dit dat ik hier naar terug wil? Nee, beslist niet. Maar ik nodig je wel uit om zelf eens te testen hoe het zicht op alle plekken in jouw lokaal is, en dan ook nog eens bij alle soorten licht en tegenlicht. Je kunt dit alleen of met een collega doen, maar samen met de leerlingen is nog leuker:

DIGIBORD TEST!
1. Vertel de leerlingen dat jullie een test gaan doen waar je hun hulp absoluut bij nodig hebt: de Grote Bord Test
2. Van te voren heb je verschillende soorten beeld klaar gezet:
a. Filmpje (uit een methode);
b. Instructie;
c. PowerPointpresentatie;
d. Plaatje;
e. Journaal of jeugdjournaal;
f. Oefenprogramma uit een methode;
g. …
3. Je whiteboard(s) is (of zijn) leeg.
4. Je spreek met de leerlingen verschillende tekens af, bijvoorbeeld:
a. Linkerhand omhoog als je het kunt zien met je linkeroog (rechteroog dicht);
b. Linkerhand omhoog als je het kunt zien met je linkeroog (rechteroog dicht);
c. Twee handen omhoog als het met 2 ogen open goed te zien is;
d. Opstaan als je het kunt zien met beide ogen dicht.
5. Voor je neus liggen meerdere exemplaren van de plattegrond van jouw lokaal; eventueel met de namen van de leerlingen. Op iedere plattegrond heb je opgeschreven welke test er bij hoort; wat op het (digi)bord staat in combinatie met het soort licht.
6. Vervolgens noteer jij (of een leerling of een stagiaire) welke leerlingen hun vinger(s) opsteken bij iedere test.
7. Na het digibord komt het whiteboard (of komen de whiteboards) aan de beurt. Kies verschillende kleuren (is bij het digibord trouwens ook handig), verschillende groottes en verschillende plaatsen op het bord.
8. Het is meteen ook een test welke leerlingen misschien wel een bril nodig hebben…

Veel plezier en… Lang leve het digibord!

Grote Opruiming

Grote Opruiming!

Een nieuwe lente, een nieuw geluid.
Voorjaar… en dus tijd voor de grote schoonmaak.

Oftewel:
Ruim je klas op in 10 stappen.

Waarom?

Omdat:
– er zich alweer van alles heeft opgehoopt in jouw lokaal
– je denkt dat jouw pennen ergens onder een kast liggen maar je weet niet welke kast
– de leerlingen die poster niet meer zien omdat ie er al te lang hangt
– de planten er al enige tijd uitzien als moderne kunst
– het alweer even geleden is

Redenen genoeg dus. En als je er een paar vrijwilligers bij uitnodigt, kun je er meteen een fijne schoonmaakbeurt aan vastknopen.
Opruimen is ook best lekker. Maar hoe en waar begin je?

Hier volgen de 10 stappen om het makkelijker te maken:

1. Vraag een collega om het samen te doen. Niet alleen omdat het dan makkelijker is om kasten te verplaatsen, maar ook om punaises aan te geven én om allebei een stok achter de deur te hebben. En twee zien meer dan één alleen. En het is gezelliger met twee.

2. Ga samen in het midden van het lokaal staan. Draai langzaam een rondje om jullie as en vraag je collega wat er volgens hem of haar allemaal weg of verplaatst moet worden. Jij noteert alles (zonder “ja maar”).

3. Hang alles wat moet blijven hangen maar wat al langer dan 2 maanden op dezelfde plek hangt op een andere plek. Nu “zie” je die dingen weer.

4. Haal alles uit je lokaal wat je niet (meer) nodig hebt. Gooi weg, verplaats of verkoop. Zet desnoods een kast op de gang om spullen in te doen.

5. Maak je eigen bureau leeg. Houd alleen dat wat je echt nodig hebt. Doe alles weg wat je eigenlijk niet nodig hebt. Als je niks wilt weggooien, stop het dan in een doos en zet de doos in een magazijn met jouw naam erop.

6. Richt je kasten opnieuw in. Maak ze overzichtelijk; bedenk een systeem wat voor jou en je leerlingen werkt. Zet de kasten zo dat de leerlingen er makkelijk bij kunnen en markeer met stickers, zodat de kast netjes blijft. Zorg dat jij je eigen kast of plank hebt.

7. Vervang de dode planten door nieuwe. Plastic mag ook.

8. Koop aantrekkelijk uitziende bakken voor papier, leesboeken, losse materialen enzovoort. Zorg dat de maten kloppen met wat er in zit, dat geeft een nette indruk.

9. Ga op alle leerling-stoelen zitten terwijl je collega voor in de klas iets vertelt. Check of je hem/ haar goed kunt horen en zien. En kijk wat jou “als leerling” helpt of afleidt. Zet alle meubels op een handige plek. Koop iets MOOIS NIEUWS GEKS voor in de klas.

10. Vier, samen met je collega, dat jullie klaar zijn met de Grote Opruiming! Champagne, taart, bitterballen….