Tagarchief: moeten

Evalueren en reflecteren met leerlingen

Evalueren en reflecteren met leerlingen

Evalueren en reflecteren met leerlingen: ik vond het altijd erg leuk. Ik vond het zelfs een sport. Ik vroeg het me iedere keer weer af: Zou het me lukken om ook deze keer weer meer antwoorden te krijgen dan alleen:
“Ik weet het niet.”
“Ja, gewoon. Je weet wel.”
of:
” …” (= schouders ophalen)

En toch moeten onze leerlingen het leren, of ze nu willen of niet. Zelfreflectie is een belangrijke vaardigheid. Je moet inzicht hebben in je eigen leren om goed verder te kunnen leren.
Helaas is het iets dat de meeste leerlingen niet vanzelf kunnen. Niet iedere leerling krijgt dit van huis uit mee. De meeste leerlingen moeten het leren. Moeten ja! Omdat anders de achterstand (de “kloof”) nog groter wordt.

Gelukkig zijn er technieken voor die je in combinatie kunt gebruiken. Eerst één, en later de rest ook. Ik zet ze voor je op een rij:
1. Je leert een aantal standaardzinnen aan, die de leerlingen kunnen gebruiken. Dit zijn allemaal zinnen die iets zeggen over hoe zij vinden dat zij zelf iets hebben gedaan. Zorg wel dat ze ook leren wanneer ze welke zin moeten gebruiken. Je zult zien, dat ze na enige tijd (weken, maanden of jaren) weten wat ze moeten zeggen en dat er uiteindelijk meer uit komt dan alleen de standaardzinnen; ze hebben het zichzelf eigen gemaakt en weten nu pas hoe ze echt kunnen evalueren en reflecteren.
2. Je eist dat de leerlingen steeds meer zinnen gaan gebruiken om te antwoorden. In het begin neem je genoegen met één zin (de “wat”). De volgende stap is een tweede zin, waarin de leerling de “wanneer” toevoegt. Vervolgens volgen nog meer zinnen: de “hoe”, de “waarom”, enzovoort.
3. Vervolgens mogen de leerlingen de zinnen uitbreiden naar langere zinnen. Er komt dan achter iedere zin een , omdat….. of , want…

Ik weet het, het klinkt stom. Maar het is echt super-nuttig. Je maakt het leuk voor de leerlingen door er een sport van te maken, met leuke gekleurde en gelamineerde kaartjes en ze leren er ook nog iets van zinsbouw mee.

Het is me gelukt met leerlingen op en onder basisniveau van 15 jaar:
Na 3 maanden oefenen en zeuren kreeg ik eindelijk acceptabele antwoorden op mijn vraag: “Hoe kijk je terug op je stagedag van gisteren?”

Stephan: “Ik mocht voor het eerst helpen met broodjes klaar maken. Ik heb dat goed gedaan, want ik heb niet in mijn vingers gesneden. Ik was op tijd klaar. Ik heb wel een pot mayonaise laten vallen. Dat vond de baas niet leuk. Ik moest het zelf opruimen. Dan was moeilijker dan ik dacht, omdat het lang glad bleef. En dat mocht niet. Want het is gevaarlijk als mensen kunnen uitglijden in de keuken. Gelukkig is er niemand uitgegleden omdat ik het goed had schoongemaakt,”

Ik was echt supertrots.

Wil jij nu de SterkNieuws verder lezen? Klik dan HIER.

O help… hoe houd ik ze bezig?

Ken je dat?

Dat gevoel van de laatste schoolweken?

De onrust slaat toe.

Iedereen is moe.

En je moet nog zoveel weken.

Lesgeven…

Toetsen afnemen…

Leerplicht…

 

O help… hoe houd ik ze bezig?

 

Vandaag negen manieren om de laatste schoolweken zo door te komen dat:

– het voor iedereen zinvol is

– de sfeer goed blijft

– de stress niet toeslaat

 

1. Sommige groepen gaan zich onbewust vervelend gedragen.
Het is immers makkelijker om afscheid van elkaar te nemen als de sfeer op het eind niet meer goed is.
Als leider kun je dit, met rituelen en het benoemen van wat je ziet gebeuren, in goede banen leiden.
Betrek de leerlingen bij het naderende afscheid.
Bedenk en benoem samen in welke sfeer je de vakantie in wilt gaan en wat daar voor nodig is.

2. Je kunt een zogenaamde “kamelenrace” houden.
Je verdeelt de klas in teams.
Jij geeft opdrachten die de teams moeten uitvoeren in de les.
Het zijn opdrachten met een twist; dus met leerstof erin verwerkt, maar dan op een andere manier.
Zo kan je een groep de opdracht geven om een bepaald aspect van een les (bv onregelmatige werkwoorden) uit te leggen aan de hele klas.
Of het maken en van elkaar nakijken van 100 sommen.
Of het organiseren van een limbodanswedstrijd.
Het componeren, inoefenen en presenteren van liederen waar formules in verwerkt zitten.
Je kunt ook het maken van toetsen hierin verwerken.
Zodra een opdracht is uitgevoerd, mag de kameel van die groep weer een stapje vooruit.
Het doel is uiteindelijk dat alle kamelen de finish bereiken; daar staat een grote beloning klaar; zo voorkom je competitie (als je dat niet wilt) en bevorder je samenwerking.

3. Een variatie voor zelfstandige groepen: de teams bedenken de opdrachten voor elkaar.
Jij geeft dan wel duidelijk aan aan welke crite
ria de opdrachten moeten voldoen. 

4. Zorg ervoor dat je zelf niet meer of harder gaat werken.
Houd je energie op peil door veel te sporten en genoeg te slapen.
Drink veel water.
Laat je niet verleiden tot gevit en gezeur uit moeheid.
Geniet van iedere dag.

5. Maak een lijst van alles wat je nog “moet”, stel prioriteiten en delegeer.
Als je iets niet wilt doen, bedenk dan een manier om het niet te hoeven doen.
Kies wat echt belangrijk is en wissel af met dingen die je echt leuk vindt (en die lekker onbelangrijk zijn).

6. Maak toetsen leuk.
Bereid toetsen samen voor met activerende werkvormen waarin je de stof “nog even doorneemt”.

7. Geef een gedeelte van je lessen buiten.
Als je zelf geen idee hebt hoe je dat moet doen of regelen, vraag het aan je leerlingen.
Jij vertelt wat het lesdoel is, zij bedenken hoe en waar ze dat buiten kunnen bereiken.
Stel van te voren de kaders vast (maak ze duidelijk zichtbaar, bv. op het bord en toets alle voorstellen daaraan).

8. Laat los!
Accepteer dat iedereen moe is en jij ook. Dat is namelijk helemaal niet erg. Er tegen vechten kost teveel energie.
Perfectie is niet (meer) mogelijk. Dat is ook niet erg!

9. Maak van iedere dag een feestje.
Zorg ervoor dat ook de leerlingen meer dan genoeg bewegen en (water) drinken.

Het “heilige moeten” in het onderwijs

In het onderwijs MOET er steeds van alles, steeds wat nieuws, steeds van anderen… Hoe ga jij daar mee om? Je kunt het niet niet doen, je kunt je er enorm aan ergeren en je kunt er zelfs door afhaken. En dat laatste… dat wil ik dan weer niet. Ik vind het afschuwelijk dat er zoveel jonge getalenteerde docenten verdwijnen uit het onderwijs, bezweken onder de regeldruk.

Ja, ik weet het. Sander Dekker heeft het zelf gezegd: “doe alleen wat jij nodig en noodzakelijk vindt”. Maar wat vind jouw directeur daarvan? En jouw bestuur? En de inspecteurs zijn het ook niet altijd met elkaar eens.

7 manieren om hier tegenaan te kijken:

1. Je moet een uitgebreide administratie bijhouden.
Wat vind jij daar zelf van? Wat vind jij belangrijk? Groepsplannen zijn niet verplicht, gegevens bijhouden van leerlingen die zorg behoeven, wel. Wil jij alles weten van iedere leerling, of kijk je in clusters? Of noteer je alleen de uitschieters? En hoe vaak noteer jij? En hoe uitgebreid? Op welke manier? Als je echt groepsplannen wilt bijhouden: Groepsplanversneller is een handige en snelle manier voor scholen om de administratie bij te houden.

2. Je moet aanwezig zijn bij alle vergaderingen.
Van wie moet dat?  Van het taakbeleid? Waarom? Kloppen die uren dan? Als je mee wilt praten: ja. Dan is het handig om aanwezig te zijn. Maar als jij het geen probleem vindt dat men beslissingen neemt waar jij niet bij bent (en het misschien niet mee eens bent), dan hoeft het niet. Het is jouw eigen keuze. En als je er voor kiest om op de vergadering aanwezig te zijn, wees er dan ook echt en praat mee.

3. Je moet op vakantie in de schoolvakanties.
Nee hoor: als het te regelen is dat jouw vrije dagen geclusterd worden dan kun je best een weekje op vakantie als het jou uit komt. Is ook een keus, als de mogelijkheid er is. En waarom ook niet?

4. Je moet aanwezig zijn op de studiedagen.
Ook hier geldt: wat staat er in het taakbeleid? Wie bepaalt welke scholing jij krijgt, waar en bij wie? Denk er eens over na en bespreek het eens met je directeur.

5. Je moet alle leerlingen aardig vinden.
Ja, dat zou fijn zijn,  maar hoe wil je daar iemand (incluis jezelf) toe verplichten? Dit is een typisch geval van: “Nee, ik vind niet al mijn leerlingen even leuk, maar ik kies ervoor om in iedere leerling iets te zoeken dat ik waardeer, zodat ik iedere leerling met respect tegemoet kan treden.” Hetzelfde geldt voor ouders en collega’s, trouwens…

6. Je moet mopperen in de wandelgangen. Dat doet bijna iedereen en als je niet uitkijkt doe je automatisch mee. Ik vind het prima hoor, maar vraag je eens af: word je er blij van? Stoom afblazen mag natuurlijk , maar denk er eens over na waar je dat op welke manier het beste kunt doen.

7. Je moet het altijd druk hebben. Liever niet toch? Als jij een van die gelukkige mensen bent die zingend naar zijn werk gaat, die tijd over heeft en alle zaakjes prima op orde heeft: count your blessings en vertel vooral aan wie het horen wil hoe je dat voor elkaar krijgt! Wees trots op jezelf!