Tagarchief: ouders

Ouderwets = uit de tijd … dus weg ermee!

Ouderwets = uit de tijd … dus weg ermee!

Als ik naar het onderwijs kijk vandaag de dag, dan vind ik eigenlijk dat er niks is veranderd. Meer dan 100 jaar geleden zaten er heel veel kinderen van dezelfde leeftijd in de klas en er stond een leraar voor, die erg zijn best deed om zo goed mogelijk les te geven.
Wat is er dan anders?
Niks!

Ja oké, de techniek is de school ingekomen. We weten meer. De kinderen hebben een andere rol in het gezin dan 100 jaar geleden. De zaterdag is tegenwoordig een vrije dag. De maatschappij is veranderd. Gelukkig maar; ik moet er persoonlijk niet aan denken dat alles nog steeds hetzelfde is als 100 jaar geleden. Lijfstraffen, ezelskoppen, speciale opdrachten voor meisjes…
Maar als je nog eens kijkt naar de schoolklassen van toen en van nu… we doen nog steeds ontzettend onze best om zo goed mogelijk les te geven aan een (grote) groep leerlingen in een klaslokaal. Betekent dat dat het onderwijs ouderwets is?
Ouderwets wordt toch gezien als een beetje een “vies woord”. Uit de tijd. Achterhaald. Verleden tijd. Onderwijs is toch niet ouderwets meer? We hebben toch alles uit het verleden wat niet werkt de school uitgegooid?

Nou nee. We hebben van alles de school ingegooid waarvan men roept dat “het nieuw en dus goed is”. En sluipenderwijs heeft men wat ouderwetse dingen de school uitgezet. Maar wie zijn toch die “men”?
Ik ben er achter. Die “men” dat zijn onderwijskundigen die nog nooit een klas van dichtbij gezien hebben. Onderwijskundigen die dingen bedacht hebben, maar nooit onderzocht hebben of dat wat zij bedacht hebben wel werkt op onze scholen. Onderwijskundigen die veel contacten hebben in de politiek. Onderwijskundigen die ongetwijfeld verstand hebben van heel veel dingen, maar beslist niet van het dagelijkse onderwijs. En met hun ideeën zijn er veel goede technieken uit de klas verdwenen.

Ik pleit er voor om een paar ouderwetse technieken terug te halen in onze klassen. Ouderwets kan dan wel stom klinken, maar deze ouderwetse technieken werken. Ze zorgen ervoor dat onze leerlingen die dingen leren die ze moeten leren. En ik pleit er ook voor om een aantal nieuwe technieken te behouden. Omdat ze goed zijn voor onze leerlingen. Dan ben ik maar ouderwets.

1. Leerlingen zijn geen volwassenen. Hun hersenen zijn nog niet volgroeid, dus ze kunnen die nog niet volledig benutten. Ze zijn dus niet in staat om goed-doordachte beslissingen te nemen. Het is de taak van de leraar om ze daar bij te helpen. Die moet heel goed weten wat een leerling wel niet zelf kan beslissen. Een leraar moet dus duidelijke keuzes bieden.
2. Het digibord is fantastisch en het moet blijven. Maar hang er alsjeblieft een krijtbord naast; haal dat whiteboard weg. Krijtborden zijn een must voor degelijk schrijfonderwijs. En iedere leerling kan lezen wat er op staat; ook achterin het lokaal. Dat heb ik op een whiteboard nog niemand voor elkaar zien krijgen.
3. Zorg dat je goed weet wat de leerlingen moeten weten en kunnen: ken je leerlijnen. Leg daar de methode naast. Gebruik de methode als handreiking en niet als wet.
4. Leraar zijn is een vak. Er wordt veel van je verwacht en je hebt een enorme verantwoordelijkheid. Gedraag je daar ook naar. Ga terug op je voetstuk; profileer je als deskundig en laat je ook als zodanig betalen.
5. Tafels stampen. Rijtjes opzeggen. Strafregels schrijven. Fouten verbeteren. Onze hersenen zijn geprogrammeerd om iets te onthouden als we het a. mondeling herhalen en b. opschrijven. Liefs minimaal 7 keer. Sorry, maar het werkt.
6. Kleuters leren door spelen. Liedjes zingen. Rijmpjes. Bewegen. Voordoen. Herhalen. Meedoen. Rituelen. En ze kunnen niet langer dan 5 minuten achter elkaar luisteren.
7. Nee, alsjeblieft niet het Wilhelmus, maar het is goed om iedere dag te zingen. Ja, met alle leeftijden. Voor mijn part met YouTube en ondertitels, maar zing met je klas minimaal een lied per dag.
8. Kinderen hebben knuffels nodig. Geen panda’s, maar op schoot zitten en een troostende arm horen erbij. Een beetje meer vertrouwen in onze mannelijke collega’s mag best.
9. Jongens mogen stoeien en flinke competities houden. Rennen. Duwen. Hun kracht en uithoudingsvermogen testen. Spreek wel goed af waar, wanneer en met welke regels. En laat een man het regelen; die snapt het.
10. Leerlingen (en hun ouders) zijn niet van suiker. Je mag ze dus aanspreken op hun gedrag. Je hoeft je niet altijd te verdedigen; soms heb je gewoon gelijk omdat jij de leraar bent. Punt.

En hoe ouderwets ben jij?

Moeilijke klassen… deal er maar mee

Moeilijke klassen… deal er maar mee

Ik krijg altijd veel verzoeken om hulp van leraren die plotseling een moeilijke klas over moeten nemen. Ze beginnen enthousiast, maar na een paar weken gaan ze met lood in hun schoenen naar school. Natuurlijk: kinderen proberen een nieuwe leraar uit, dat is normaal. Maar in moeilijke klassen wordt het uitproberen van de leraar overstegen door negativiteit. Negatief gedrag is de norm geworden.

Wat zijn de symptomen van een moeilijke klas?
• De leerlingen letten de hele tijd alleen maar op elkaar.
• Ze reageren op alles; verbaal en onverbaal.
• Leerlingen lijken niks te pikken; niet van hun klasgenoten en niet van de leraar.
• Straffen en belonen lijken geen enkel effect te hebben.
• De groep wordt heel moeilijk stil. Als dat eindelijk is gelukt, beginnen ze weer opnieuw.

Allereerst is het zaak om een aantal zaken te onderzoeken. Wat is er aan de hand? En wat kan je met de antwoorden op jouw vragen?
• Neem een sociogram af. Het geeft je inzicht in welke relaties er in de groep zijn.
• Bekijk welke leerlingen een “etiket” hebben. Praat met deze leerlingen, hun ouders en je collega’s en vraag welke benadering bij deze leerlingen zou kunnen werken.
• Zoek uit wie de informele leider is van de groep. Deze leerling geef je geen speciale aandacht meer.
• Zoek uit welke leerlingen eigenlijk wel positief zijn, maar dit niet meer durven te laten merken. Deze leerlingen geef je extra veel positieve aandacht.
• Vraag naar het verleden van de groep. Wanneer is deze sfeer ontstaan? Wat zouden de oorzaken kunnen zijn?
• Zoek uit of je gesteund wordt door je leidinggevende, je collega’s en de ouders. Zo nee: leg je plan van aanpak voor en vraag vervolgens om hun uitgesproken steun en hulp.

In de klas zelf is het zaak om te focussen op je lessen en je klassenmanagement.
• Zorg voor een duidelijke, voorspelbare structuur en routines.
• Trek het je nooit persoonlijk aan. Het heeft niets met jou te maken, maar met groepsprocessen uit het verleden. Zie het als een uitdaging om het tij te keren.
• Benoem alle gedrag dat je ziet. Negatief gedrag kap je kort en duidelijk af, bij positief gedrag complimenteer je extra.
• Ga nooit in discussie. Spreek duidelijk je verwachtingen uit en geef twee keuzes.
• Voorkom stemverheffing.
• Gebruik technieken die continue de aandacht op jou vestigen.

En tot slot:
• Houd vol!!!!
• Houd de moed er in.
• Koester ieder klein succesje.
• Blijf geloven in een ommekeer.

Het is weer tijd om oudergesprekken te voeren.

Het is weer tijd om oudergesprekken te voeren.

Tien-minutengesprekken, adviesgesprekken, contactavonden, tafeltjesavonden, enzovoort…

Dus het is weer tijd om weer even wat tips op een rijtje te zetten:

1. Begin met het vertellen van iets leuks over de leerling. Of laat iets moois zien. Een foto, een werkstuk, een hoge score.

2. Vertel het doel van het gesprek en benoem de tijdsduur. Het is natuurlijk prima als er ook andere zaken besproken moeten worden, maar maak daar dan een aparte afspraak voor.

3. Stel vragen aan de ouder(s). Toon oprechte belangstelling.

4. Je voorkomt weerstand door “een opgeheven vingertje” en “ongevraagde adviezen” achterwege te laten.

5. Luister heel goed naar wat ouders te vertellen hebben. Vermijd bagatelliseren en relativeren. Neem alle verhalen serieus.

6. Bij “slecht nieuws” benoem je specifiek en expliciet het gedrag of de scores. Wees duidelijk en voorkom “wollig inkleden”. Geef ouders meer dan voldoende tijd om de schok te verwerken en vraag vervolgens of dit gedrag/ deze scores verwacht werden.

7. Vraag ouders om hulp en advies; ook als je zelf oplossingen hebt bedacht. Bespreek daarna alle mogelijk oplossingen en laat de mening van de ouders meewegen. Als je de ouders “mee” hebt, kun je meer invloed uitoefenen op de leerling.

Geniet ervan! 

Registreren kun je leren

Registreren kun je leren

Je weet inmiddels vast wel dat je van de inspectie echt niet meer iedere geplakte pleister hoeft te registeren. Maar wat moet je dan wel registreren?
De inspectie omschrijft het als volgt:
“Houdt de school goed zicht op het onderwijs dat ze biedt en op de vorderingen van de leerlingen? De inspectie volgt de werkwijze van de school, maar scholen moeten zich wel kunnen verantwoorden over het volgen en plannen van onderwijs.”
Leuk, maar wat houdt dat dan in?
Kort door de bocht betekent het dat je als school:
– Kunt vertellen hoe je gaat voldoen aan alle kerndoelen. Het schoolplan is daarvoor natuurlijk een uitstekend middel.
– Laat zien hoe en wat je doet met de leerlingen die niet aan de kerndoelen kunnen voldoen. En daar gaat het natuurlijk om. Want hoe toon je dat aan?
Dat doe je door te bewijzen dat je er alles aan doet om een leerling op de gemiddelde middenlijn te houden…

En dat zou je zo kunnen doen, als leraar:
• Leg een zorgmap aan. Met tabbladen! Op papier of op de PC (gedeelde map). Ook handig voor invallers. Dit kan ook in het VO & MBO!
• Je noteert de doelen (= kopiëren & plakken) per blok voor je leerjaar.
• Je neemt toetsen af (doel gehaald?) en je houdt de scores bij.
• Je analyseert waardoor er uitval is bij de toetsen. Heeft de leerling het niet begrepen of heb jij het niet goed uitgelegd?
• Je bedenkt hoe je uitval kunt wegwerken en/ of voorkomen:
o Met pré-teaching.
o Met verlengde instructie.
o Door instructie op verschillende niveaus.
o Door remedial teaching.
o …..
Je kunt natuurlijk alles doen, maar dan moet je je afvragen of je daar wel de tijd voor hebt. Kies wijs. Wat past bij jou en wat kan bij jouw leerlingen, in jouw klas?
• Je overlegt welke afspraken je kunt maken met (individuele) leerlingen en (eventueel) hun ouders. Dat noteer je, communiceer je en voer je uit.
• Evalueren doe je om de 6 tot 8 weken. Dit kan gaan om zowel gedrag als vaardigheden als om schoolvakken. Daarna pas je je plan aan.
• Doe niet alles! Doe alleen wat echt nodig is en wat jij kunt behappen.
• Houd het simpel. Gebruik codes en weinig woorden.
• Beter goed gejat dan slecht bedacht: neem over van de vorige leraar.
• Richtlijnen:
o Besteed maximaal 1 uur per week aan registraties.
o Houd alles zoveel mogelijk meteen bij tijdens de les.
o Zorg voor een “enkelvoudige boekhouding” (een keer noteren is genoeg).

Succes!

Los eens een conflict op

Los eens een conflict op

Heb jij ook wel eens een conflict? Met je collega, een duo-partner, een ouder, een leerling of je leidinggevende? Of met jezelf?

Het hoeft geen groot conflict te zijn. Misschien is het gewoon een dingetje dat je dwars zit. Een verschil van mening. Een andere werkwijze. Een andere zienswijze.

Het kan natuurlijk ook een echte ruzie zijn. Een groot probleem.

Het kan heel verhelderend zijn om er eens op een andere manier naar te kijken. Ik heb mij weer eens verdiept in diverse methodes en technieken en ik heb de omkeringen van Byron Katie gekozen als uitgangspunt.

Het resultaat is het volgende stappenplan:

1. Zet het conflict op papier in één zin.
Jij en degene met wie je een conflict hebt moeten beiden in de zin staan.

Bijvoorbeeld: X snapt niet dat ik gelijk heb.
Of: Ik weet niet waarom ik steeds te laat kom.
Of: Waarom luisteren de ouders van Y niet naar mij?

2. Lees de zin hardop aan jezelf voor.

3. Stel jezelf de vraag: Ik denk dat. En is het echt waar?
Het antwoord is ja of nee. Geen maren, ennen of misschienen…

4. Dan draai je de zin om.

Bijvoorbeeld: Ik snap niet dat X gelijk heeft.
Of: Ik weet wel waarom ik steeds te laat kom.
Of: Waarom luister ik niet naar de ouders van Y?

5. Lees ook die zin hardop aan jezelf voor.

6. Stel jezelf de vraag: Kan dat ook waar zijn?

7. Zeg niet meteen nee. Denk er eerst eens verder over na.
Je kunt alles wat in je opkomt ook opschrijven, of tekenen, of aan iemand anders vertellen.

8. Daarna laat je het rusten. Je zult merken dat je een volgende keer op een andere manier met diegene omgaat. Signaleer dat.

9. Je kunt deze methode ook gebruiken om conflicten tussen leerlingen op te lossen.

10. Succes!

Sorry sorry sorry, het spijt me zo

Het is pauze, het waait hard en de bladeren vliegen in het rond. Marius rent over het schoolplein. Hij probeert de bladeren te vangen en let daarbij compleet niet op andere leerlingen. KNAL! Marius botst keihard tegen Elvira aan. Elvira valt op de grond, in een plas. Elvira begint te huilen. Ze zit helemaal onder de modder en er zit een scheur in haar maillot. De pleinwacht komt aanrennen en vraagt wat er is. Elvira wijst snikkend naar Marius, die nog steeds bezig is met bladeren vangen. Juf haalt Marius erbij. “Ik denk dat je even sorry moeten zeggen tegen Elvira.” En dat doet Marius meteen. Want hij deed het niet expres. Volgens de juf is het probleem opgelost. Elvira komt huilend thuis. Het was haar lievelingsmaillot.

Twee meiden uit 3 VMBO praten al een week niet met elkaar. Niemand in de klas weet waarom. Eerst waren het best goede vriendinnen, maar nu werpen ze elkaar alleen dodelijke blikken toe. De hele klas heeft er last van. De meiden omdat ze zich gedwongen voelen om partij te kiezen en de jongens omdat ze er niets van begrijpen maar wel de spanning voelen. En dan dus een grappig bedoelde opmerking als “Yeah! Catfight!” maken, waar álle meiden boos om worden… De mentor is het zat en neemt de meiden apart. Het blijkt dat de een precies dezelfde jurk heeft gekocht voor een feest als de ander en ze weigeren allebei om de jurk te ruilen. “Ik zag hem het eerst!” “Je hebt het gedaan om mij te pesten”! Voor de neus van de mentor ontstaat een handgemeen. Nagels en haren vliegen in het rond. De mentor grijpt in en haalt de ouders erbij. Er wordt een oplossing bedacht die voor beiden acceptabel is. Ze gaan de jurk allebei ruilen omdat er nu toch een naar smaakje aan zit, qua feeststemming. De ouders van de meiden willen dat de dames hun excuses aanbieden. Dat doen ze, allebei. De meiden hebben snel een nieuwe jurk. Zowel de mentor als de ouders zijn tevreden over de afhandeling. Maar het ene meisje kan maar niet uit haar hoofd zetten dat het andere meisje het expres had gedaan.

Praktijkvoorbeelden genoeg.

Ervoor zorgen dat leerlingen sorry-zeggen lijkt een bijna dagelijks onderdeel van onze “opvoedende” taak.

Express gedaan? Per ongeluk gebeurd?

Je weet wat je moet zeggen.

“Sorry. Het spijt me. Ik zal het niet meer doen. Nooit meer.”

In een oude “Juf” (welbekend in PO-land… ook voor Meesters) vond ik het volgende stukje:

Een eyeopener. Vind ik.

unnamed

En wie het nog eens op een andere manier wil zien, kijkt naar dit filmpje:

download (1)

 

 

 

 

Zeven tips voor het motiveren van ongemotiveerde leerlingen

 

Zeven tips voor het motiveren van ongemotiveerde leerlingen

Je kent “ze” wel…

* ze vinden school maar niks
* ze staan onverschillig t.o.v. leraren, leerstof en cijfers
* ze lopen de kantjes er van af
* ze worden niet uitgedaagd
* ze geven toe dat ze niet gemotiveerd zijn

Deze zeven tips kunnen helpen, mits je de leerling serieus neemt en betrekt bij jouw probleem (want ja sorry… het is jouw probleem :-))

1. Probeer in een gesprek te achterhalen wat precies de oorzaak is; problemen thuis, de leerstof sluit niet aan, jouw wijze van lesgeven sluit niet aan, etc.

2. Breng samen in kaart welk(e) korte-termijn-doel(en) mogelijk kunnen helpen om enigszins gemotiveerd te worden.

3. Stel samen een straf- en beloningssysteem in werking en houd je daar consequent aan. Zorg voor commitment!

4. Pak een doel tegelijk aan en controleer steeds of het doel nog helder voor ogen staat.

5. Grijp bij iedere kleine aarzeling onmiddellijk in door na te gaan wat nodig is om de leerling weer te betrekken.

6. Breng  medeleerlingen, collega’s en ouders op de hoogte (mits met toestemming van de leerling) en laat hen helpen de leerling te steunen.

7. Geef de leerling positieve affirmaties mee voor die momenten waarop het moeilijk is en jij niet in de buurt bent.

 

Sinterklaas op een andere manier organiseren

  Sinterklaas op een andere manier organiseren
In plaats van ouders te mobiliseren en te ronselen, heeft een school besloten het sinterklaasfeest dit jaar in de bekwame handen van hun groep 8 te leggen.

De leerlingen gaan:
1. de centrale ruimtes in de school versieren,
2. samen met een docent een plan maken voor de versieringen, die gemaakt worden door onder- en middenbouwleerlingen,
3. daarover in iedere groep een presentatie houden,
4. de speelzaal in orde maken voor de ontvangst van de Sint,
5. lekkers inkopen en verdelen,
6. een liedjesboek maken voor alle klassen,
7. het programma/ draaiboek maken,
8. de Sint ontvangen,
9. na het feest alles opruimen.

 Briljant! De leerlingen van groep 8 zijn helemaal trots dat ze hiervoor zijn uitgekozen en voelt zich enorm verantwoordelijk. Als school geef je ze op deze manier vaardigheden mee in: planning & organisatie, samenwerken, presenteren, gastvrijheid, taal, design, eigen verantwoordelijkheid, burgerschap (giving back), inkoop, rekenen, zingen, evalueren, noem maar op!
 
Bovendien geef je deze leerlingen een samenwerkingsproject om nooit meer te vergeten, in hun laatste jaar basisschool.
 
En hun ouders? Die kun je dan voor andere zaken vragen; een presentatie over hun vak, een les over hun specialiteit of ze vragen thuis betrokken te zijn bij het leersucces van hun kinderen. Door bijvoorbeeld iedere dag een kwartier samen met ze te lezen of voor te lezen. 

Zeven tips voor een betere communicatie met ouders die het Nederlands slecht beheersen

Zeven tips voor een betere communicatie met ouders die het Nederlands slecht beheersen

 

1. Gebruik geen woorden die een dubbele betekenis hebben (zoals “beter”).

2. Vraag -bij problemen- altijd eerst of de ouders misschien een oplossing weten. Roep hun hulp in.

3. Benoem eventuele cultuurverschillen en vraag goed na: zijn het inderdaad cultuurverschillen?

4. Als het kan: zorg voor een  officiële tolk.

5. Sta kinderen niet toe om te tolken (ook niet 18+). Zij zijn partij, vooral in slechtnieuwsgesprekken. Je weet niet hoe ze de boodschap brengen, in hoeverre zij hun ouders willen beschermen.

6. Heb respect voor andermans cultuur. Je hoeft het er niet mee eens te zijn om je respectvol op te kunnen stellen.

7. Gebruik beelden, tekeningen, filmpjes, pictogrammen etc. om je boodschap te verduidelijken. Beeld het desnoods zelf uit. En bij gedragsproblemen: zorg dat je het gedag van het kind op film hebt.

Oké Nog eentje dan:

8. Benoem de moeilijke communicatie. Gooi het open. Leg uit dat je daarom steeds samenvat wat zij gezegd hebben. Vraag hen ook te vertellen wat jij gezegd hebt.

 

 

Niet een gastblog en vier tips voor de ouderavond

Niet een gastblog en vier tips voor de ouderavond

Een gastblog… van Sabine Wolters:
Niet over opvoeden. Niet lezen als je niet nieuwsgierig bent.

Luister je wel naar mij?
Heb je ook wel eens dat kinderen juist dat doen waarvan je net gezegd hebt dat je dat niet wilt? Je hebt het nog zo duidelijk gezegd en toch, op een of andere manier dringt het niet tot ze door.
‘Niet oversteken’ en hup… daar rennen ze de straat op. Of …. ‘vandaag gaan we niet op de computer’ en geheid wordt er even later gevraagd ‘wanneer mag ik op de computer?’. Of je zegt ‘vrijdag ben ik er niet’ en de volgende dag wordt er aan je gevraagd ….. ‘waar was je nou?’. ‘Niet laten vallen’ en hupsakee daar ligt het op de grond.Typische voorbeelden waarbij je juist het tegenovergestelde krijgt van wat je wél wilt. Hoe kan dat nou?
In voor een experiment?
Ik laat je iets ervaren, lees het volgende stukje rustig door om het echt zelf te ervaren:

‘Denk niet aan jouw huisnummer,
niet aan de kleur van je ogen,
niet aan je moeder
en zeker niet aan jouw favoriete tv programma,
niet aan jouw postcode en al helemaal niet aan jouw geboortedatum’

Wat gebeurt er? Inderdaad. Je denkt juist direct aan dat wat ik je vraag niet te doen. Hoe kan dat nou?
Het onbewuste kan geen ontkenning vasthouden.
Het woordje NIET bestaat in het onbewuste niet. Om ergens niet aan te denken moet je eerst een beeld maken van dat wat je niet wilt, om er vervolgens een streep door te zetten.
Wanneer kinderen (en uiteraard ook volwassenen) dus te horen krijgen dat ze iets niet mogen, maken ze er een plaatje van en dat beeld onthouden ze. En eigenlijk doen ze dus precies dat waarvan ze denken dat jij dat gezegd hebt. Het woordje niet is namelijk niet tastbaar en dat vergeten ze dus.
Hoe dan wel?
Veel effectiever is direct benoemen wat je wél wilt.
Wil je dat ze niet oversteken, zeg dan wat je wel wilt, bijvoorbeeld: ‘Blijf op de stoep’.
‘We gaan vandaag niet op de computer’ –  ‘Morgen mag je weer op de computer’.
‘Vrijdag ben ik er niet’ – ‘Vrijdag ben ik weg’.
‘Niet laten vallen’ –  ‘Goed vasthouden’.
Word je bewust van wat je eigenlijk zegt en geef een directe boodschap. Zeg wat je wèl wilt.
Eigenlijk telt dit precies zo voor je eigen doelen. Wat zeg jij tegen jezelf? Focus jij je op dat wat je niet wilt of juist op dat wat je wèl wilt?
Ga het verschil maar eens ervaren….. en mocht je je nou voornemen om niet meer te zeggen wat je niet wilt……
Je weet nu wat het woordje NIET niet voor je doet. 😉

Sabine heeft een geweldig leuk E-boek geschreven over hoe je de groepsdynamiek kunt beïnvloeden. Je kunt het HIER gratis downloaden.

En dan nu: vier dingen die je niet moet vergeten op een ouderavond:

1. Spreek af in welke gevallen je wel en wanneer je geen contact opneemt met de ouders.
2. Deel aan alle ouders visitekaartjes uit met je telefoonnummer (op school), wanneer je daar bereikbaar bent, met je (werk) e-mailadres, je vak en alles wat je nog meer wilt delen.
3. Doe een quiz(je). Dat kan gaan over hun kind, jouw vakgebied of de plaats waar jullie wonen. Kahoot is leuk als iedereen een smartphone bij zich heeft.
4. Neem van alle ouders persoonlijk afscheid, met een hand en een klein (leuk) woordje over hun kind.